dinsdag 20 januari 2026

De toekomstvisie van GroenRand is gebaseerd op een duidelijke en kant-en-klare handleiding voor de overheid

De toekomstvisie van GroenRand is gebaseerd op het projectplan Antitankgracht, de klimaatgordel rond Antwerpen, het soortenbeschermingsprogramma voor de otter en het Masterplan Kalmthoutse Heide

In het jaar 2026 bereikt het verhaal van de natuurvereniging GroenRand een bijzonder hoogtepunt na precies tien jaar onvermoeibaar pionieren in de Voorkempen. Na een decennium van trekken en sleuren aan de kar van de biodiversiteit, besluit de vereniging in mei 2026 om de actieve promotie van haar projecten stop te zetten. Dit is geen teken van opgave, maar juist van succes. De visie van de vereniging is inmiddels zo diep geworteld in het publieke en politieke bewustzijn dat politici het dossier nu eindelijk door en door kennen. De tijd van praten en overtuigen is voorbij en de tijd van daadwerkelijke uitvoering is aangebroken. Met een ambitieuze toekomstvisie presenteert GroenRand een kant-en-klare handleiding voor de overheid, gebaseerd op het projectplan Antitankgracht, de klimaatgordel rond Antwerpen, het soortenbeschermingsprogramma voor de otter en het Masterplan Kalmthoutse Heide. Hoewel de grote promotiecampagnes stoppen, blijft GroenRand achter de schermen springlevend. Als een waakzame hond zal de vereniging de dossiers met argusogen blijven volgen en indien nodig zal zij via open brieven en haar netwerk van volksvertegenwoordigers de bevoegde ministers, het vuur aan de schenen blijven leggen. De commissieleden in het parlement zullen voortdurend worden gevoed met informatie om gerichte vragen te kunnen stellen over de voortgang van de natuurprojecten.
Het Projectplan Antitankgracht
Het projectplan Antitankgracht 2026-2031 luidt een nieuw hoofdstuk in voor de Voorkempen. Wat ooit werd gegraven als een militaire barrière, transformeert nu definitief in de "groene ruggengraat" van onze regio. Het is een ambitieuze blauwdruk waarbij, onder leiding van het Regionaal Landschap de Voorkempen, zeven gemeenten, de provincie Antwerpen en de Vlaamse overheid de krachten bundelen voor een integrale aanpak van de gracht en zijn directe omgeving.
De komende jaren staat alles in het teken van herstel. We kijken niet langer alleen naar het water zelf, maar naar het hele landschap. Door doordacht hakhoutbeheer, slibruimingen en het natuurvriendelijk inrichten van nabijgelegen bedrijventerreinen en recreatiezones, krijgt de biodiversiteit een enorme boost. Zelfs de inrichting van paardenweides en de creatie van specifieke ‘landschapskamers’ dragen bij aan een harmonieus geheel waar mens en natuur elkaar vinden. Natuurvereniging GroenRand heeft achter de schermen een cruciale rol gespeeld in de totstandkoming van dit plan. Door jarenlange beleidsbeïnvloeding en advisering hebben zij ervoor gezorgd dat ecologische prioriteiten hoog op de agenda kwamen te staan. Voor GroenRand was het essentieel dat het plan verder ging dan alleen esthetiek. De nadruk moest liggen op een functioneel ecosysteem. Een van de speerpunten waar de vereniging hard voor heeft geijverd, is de ontsnippering van het landschap. Dankzij onder meer hun aandringen wordt er momenteel concreet onderzoek verricht naar de oversteekbaarheid van barrières zoals de Brechtsebaan in Schoten en de Turnhoutsebaan in Schilde. Bovendien werpt hun lobbywerk vruchten af voor het waternetwerk zelf. Er zijn plannen om gedempte delen van de gracht, zoals in Sint-Job en ter hoogte van het Schildstrand, eindelijk weer open te graven. Zo wordt de Antitankgracht weer een aaneengesloten lint van leven.
Klimaatgordel 
Voor natuurvereniging GroenRand is de Klimaatgordel van het project De Nieuwe Rand dé manier om de regio rond Antwerpen in 2026 leefbaar te houden. Je kunt deze gordel zien als een brede strook natuur die als een beschermende long rond de stad ligt. Het doel is om hitte tegen te gaan en water beter op te vangen. De Antitankgracht is daarbij de onmisbare ruggengraat. Deze oude verdedigingslinie verbindt nu losse natuurgebieden en beekvalleien met elkaar, zodat planten en dieren veilig kunnen overleven en zich verplaatsen. Toch maakt GroenRand zich grote zorgen over de toekomst van dit plan. Hoewel er veel waardevol studiewerk is verricht, blijft het voorlopig bij papierwerk. De minister en het kabinet hebben namelijk nog steeds geen duidelijkheid gegeven over de financiering. In 2026 bereikt de oostrand van Antwerpen een historisch keerpunt, wanneer het langverwachte voorkeursbesluit voor de klimaatgordel van De Nieuwe Rand tegen het einde van dat jaar op tafel ligt. Dit besluit is veel meer dan een stapel ambtelijke documenten en ontwerponderzoeken. Het is de definitieve blauwdruk die bepaalt hoe de regio er de komende decennia uit zal zien, waarbij natuur niet langer een bijrol speelt maar de ruggengraat vormt van de hele omgeving. In dit ambitieuze plan vormt de klimaatgordel een groene en blauwe buffer die de gevolgen van klimaatverandering moet opvangen door duizenden bomen en houtkanten aan te planten, beken opnieuw te laten meanderen voor natuurlijke waterberging en uitgestrekte recreatiezones te realiseren waar bewoners weer tot rust kunnen komen. De grote uitdaging van 2026 is echter om van dit prachtige toekomstbeeld meer te maken dan een loutere belofte op papier, een gevaar waar kritische stemmen en natuurvereniging GroenRand al langer voor waarschuwen. Om te voorkomen dat de klimaatgordel een ‘vodje papier’ blijft, moet de juridische verankering in het voorkeursbesluit nu gepaard gaan met bindende garanties in de Vlaamse begroting. Het is essentieel dat de grootschalige financiering voor de volledige uitvoering nu ondubbelzinnig wordt vastgelegd in de meerjarenplanning. Het is een intrigerend schaakspel tussen torenhoge ambities en de harde financiële realiteit, waarbij 2026 het jaar wordt waarin de beslissing valt. Alleen als de overheid de nodige miljoenen vrijmaakt, kan de transformatie van de Antwerpse rand naar een leefbare, klimaatbestendige gordel ook echt zichtbaar worden in het veld.
Toekomstig nationaal natuurpark
Een ander cruciaal element van het brede GroenRand-verhaal is de zoektocht naar een realistische en functionele inrichting van de natuur.
Omdat de regels voor een officieel nationaal park vaak erg streng zijn en een enorme oppervlakte van 10.000 hectare vereisen, botste dit regelmatig op bezwaren van boeren en grootgrondbezitters.
Daarom ging GroenRand op zoek naar een creatieve en praktische oplossing en lanceerde het idee van een derde parktype: het concept van Regionale Klimaatparken.
Op dit moment richt de Vlaamse overheid zich op nationale parken en landschapsparken, die een indrukwekkende kern van 10.000 hectare nodig hebben.
GroenRand stelde voor om de doelstelling in eerste instantie vast te leggen op 3.000 hectare. Dit vormt geen eindpunt, maar een veelbelovende strategische aanzet.
Door op deze schaal te beginnen, kan er op lokaal niveau makkelijker een draagvlak worden gecreëerd bij landbouwers, bewoners en lokale besturen.
Het stelt gebieden in staat zich organisch te ontwikkelen tot de felbegeerde 10.000 hectare, zonder de directe druk en weerstand die grootschalige projecten doorgaans veroorzaken.


De kern van het probleem dat GroenRand aankaart, is de huidige financieringsstructuur.

Veel natuurprojecten overleven vandaag op basis van ad-hoc subsidies en eenmalige projectoproepen.
Dit creëert een versnipperd beleid zonder continuïteit.
Door het Regionaal Klimaatpark officieel te erkennen als een volwaardig parktype, zouden deze gebieden aanspraak kunnen maken op structurele financiering.
Dit biedt de broodnodige zekerheid om te investeren in langetermijnvisies, zoals het herstel van de waterhuishouding en de aanleg van robuuste natuurverbindingen, wat essentieel is in tijden van extreme droogte en wateroverlast.
Ondanks de logica van dit "groeimodel", houdt de Vlaamse Regering de boot voorlopig af.
In de beleidsplannen voor de periode tot 2029 blijft de focus liggen op de reeds erkende parken, waardoor innovatieve voorstellen zoals die van GroenRand in de wachtkamer blijven staan.

Voor natuurvereniging GroenRand zijn de Vlaamse parken veel meer dan slechts een groen label op een kaart.
Ze vormen het noodzakelijke fundament voor de toekomst van onze leefomgeving.
In de visie van GroenRand fungeert de erkenning als nationaal park of landschapspark als een krachtig instrument om grootschalig natuurherstel te realiseren en de biodiversiteit te beschermen tegen de aanhoudende versnippering.
In plaats van natuurprojecten te laten afhangen van losse, tijdelijke subsidies met krappe deadlines, biedt een officieel parkstatuut de broodnodige langetermijnvisie.
Hoewel de vereniging kritisch blijft over de politieke weerstand en de soms trage realisatie, blijven zij in 2026 onvermoeibaar pleiten voor deze parken omdat zij het algemeen belang en de ecologische samenhang als de enige weg vooruit zien voor een leefbaar Vlaanderen.
In 2026 blijft het beschermen en ecologisch verbinden van het Grenspark Kalmthoutse Heide, de Schietvelden en de Antitankgracht, samen met de omliggende bossen, een topprioriteit voor GroenRand. Hoewel koers en ambitie voor een nationaal park door de jaren heen noodgedwongen zijn bijgestuurd, blijft de toewijding onverminderd groot.
Aanvankelijk streefde de vereniging vurig naar de officiële titel van 'nationaal park' voor dit unieke gebied, omdat dit extra kansen en internationale erkenning bood.
Dit proces liep echter vast door felle boerenprotesten in de omliggende gemeenten. Voor veel landbouwers voelde de introductie van het nieuwe Vlaamse Parkendecreet als een donkere wolk die boven hun erf kwam hangen. Landbouwers vreesden dat de strenge regels die bij een nationaal park horen hun bedrijfsvoering onmogelijk zouden maken. Toen lokale besturen onder druk van deze protesten afhaakten, stelde GroenRand voor om een onafhankelijke bemiddelaar aan te stellen om de verstoorde relatie tussen landbouw en natuur te herstellen, maar de Vlaamse Regering legde dit voorstel naast zich neer.
Jarenlang stond GroenRand in de voorhoede, gedreven door een glasheldere visie: de Kalmthoutse Heide moest uitgroeien tot een officieel Vlaams nationaal park. Dit zou de weg vrijmaken voor miljoenen euro’s aan subsidies, een impuls voor duurzaam toerisme en een ijzersterk beheer van de kwetsbare biodiversiteit. Maar terwijl de voorstanders droomden van een internationale uitstraling, groeide aan de randen van de heide een vurig verzet. Landbouwers vreesden voor hun voortbestaan, buurtbewoners waren bang voor een invasie van toeristen en grondeigenaars zagen in hun nachtmerries de overheid hun eigendomsrechten inperken. Het verhaal om van de Kalmthoutse Heide een nationaal park te maken, is de afgelopen jaren uitgemond in een complex politiek schaakspel waarin natuur, emotie en budgetten lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan. Aanvankelijk leek burgemeester Lukas Jacobs de grote pleitbezorger van een nieuwe toekomst. Op televisiezender ATV beargumenteerde hij met vurig enthousiasme de voordelen van een officieel Vlaams nationaal park. Naarmate de weerstand toenam, nam ook de druk op de buurgemeenten Wuustwezel, Stabroek, Brecht en Essen toe. Onder invloed van lokale partners, zoals landbouwers en particuliere grondeigenaars die vreesden voor hun vrijheid, besloten de gemeenten het dossier te beëindigen. Er werd gesteld dat de Vlaamse overheid de plannen te veel van bovenaf oplegde en dat het behoud van de eenheid tussen de gemeenten en de lokale rust zwaarder woog dan het streven naar een prestigieus statuut.
Terwijl de politiek de luwte opzocht, ontbrandde bij de natuurvereniging GroenRand een felle strijd. Zij weigerden te accepteren dat de droom van een verbonden natuurgebied werd opgeofferd. De sfeer raakte gepolariseerd, en de term 'nationaal park' werd voor sommigen een synoniem voor onteigening en verstikkende regelgeving. De angst bij boeren was groot: "Als mijn boerderij straks in of naast een nationaal park ligt, mag ik dan nog wel uitbreiden? Worden mijn vergunningen ingetrokken? Wordt mijn grond minder waard?" Het voelde voor hen alsof de natuur een juridisch slot op hun staldeur zou zetten. De onzekerheid van de boeren leidde tot een juridische strijd die uiteindelijk voor de deuren van het Grondwettelijk Hof in Brussel eindigde. De strijdlust van GroenRand werd gevoed door een historisch vonnis van het Grondwettelijk Hof op 14 maart 2025, dat onomstotelijk vaststelde dat de erkenning als nationaal park juridisch gezien geen extra nadelen of beperkingen meebracht voor boeren.
GroenRand hoopte dat het antwoord van de rechters in 2025 de rust zou brengen die zo broodnodig was. Het Hof oordeelde dat de erkenning als nationaal park geen 'superwet' is die zomaar over alle bestaande rechten heen walst. Het moest de boeren geruststellen dat de titel op zichzelf geen enkel nieuw verbod met zich meebrengt. De regels waar een boer gisteren aan moest voldoen, blijven hetzelfde als die van morgen. De gevreesde extra beperkingen op bedrijfsvoering kwamen er door dit statuut simpelweg niet bij. Het verhaal van het Hof is eigenlijk heel simpel: een nationaal park is in de eerste plaats een 'erkenning', een kwaliteitslabel voor de natuur, maar het is geen nieuwe wet die boven de bestaande ruimtelijke ordening staat. Het Hof legde vast dat een burgemeester of een ambtenaar nooit mag zeggen: "Beste boer, ik weiger je nieuwe stal, want we zijn nu een nationaal park." In plaats van een dwingend keurslijf, schetst het Hof een toekomst van overleg. Het park wordt geen gebied waar de natuur de baas speelt over de boer, maar een plek waar samenwerking centraal staat. Als het park iets wil veranderen aan de grond van een boer, kan dat alleen met zijn toestemming, bijvoorbeeld via een vrijwillige beheersovereenkomst waarbij de boer een vergoeding ontvangt voor zijn diensten aan de natuur. De misvatting dat een park de landbouw 'hinder' toebrengt, is door deze uitspraak ontkracht. Het decreet, gesteund door het Hof, biedt juist de garantie dat een landbouwer kan blijven boeren op zijn eigen grond, terwijl de natuur eromheen groeit.
Tegenstanders hoopten dat de rechter het decreet zou torpederen, maar de uitspraak was kristalhelder: het statuut van nationaal park legt géén extra beperkingen op aan de omgeving. Het Hof oordeelde dat de erkenning een bestuurlijk en promotioneel instrument is, geen juridisch wapen om vergunningen te weigeren of boeren van hun land te verdrijven. Voor GroenRand was dit het ultieme bewijs: de angst die de regio in haar greep hield, was juridisch ongegrond. Er waren volgens de hoogste rechters geen nadelen, enkel kansen. Gewapend met dit vonnis lieten zij de parlementariërs Sanne Van Looy en Mien Van Olmen minister Jo Brouns onder vuur nemen in het Vlaams Parlement. De minister erkende de juridische waarheid van het Hof, maar weigerde de autonomie van de weigerachtige gemeenten te doorbreken. Voor hem woog het politieke draagvlak in de regio zwaarder dan de juridische feiten.
In een strategische koerswijziging stelde GroenRand dat het statuut van 'nationaal park' niet langer heilig was, zolang er maar structureel geld kwam voor drie cruciale, aparte dossiers: de fysieke verbinding tussen de Schietvelden, het bredere ontsnipperingsbeleid via het VAPEO-plan, en de uitvoering van het soortenbeschermingsplan voor de otter in de regio van de Antitankgracht. Voor dit laatste dossier waren de maatregelen al vakkundig uitgewerkt onder leiding van de drijvende kracht van Natuurpunt. De ontgoocheling was echter groot toen bleek dat minister Brouns voor geen van deze dossiers budget had voorzien, omdat de middelen waren verschoven naar de Blue Deal. GroenRand reageerde hierop met de scherpe eis dat de Vlaamse Regering meer budget móét vrijmaken voor natuurherstel, zoals Europa ook hard eist. Enkel inzetten op waterbeheersing is onvoldoende als ontsnippering en biodiversiteit worden verwaarloosd.
Gelukkig blijft de Stichting Grenspark Kalmthoutse Heide in 2026 onverminderd werken aan de uitvoering van het
Masterplan Grenspark Kalmthoutse Heide. Sinds de omvorming tot een Stichting van Openbaar Nut in april 2025 heeft de organisatie de juridische slagkracht om dit plan, dat in mei 2023 werd vastgesteld, als leidraad te gebruiken voor de verdere ontwikkeling van het gebied. Hoewel de formele erkenning als nationaal park door gewijzigd Vlaams beleid momenteel niet aan de orde is, worden de ambities uit het Masterplan op het gebied van natuurversterking, duurzaam toerisme en landschapsbeheer ongewijzigd voortgezet. Helaas komt men niet in aanmerking voor de zogenoemde parkcenten van de Vlaamse overheid, omdat het gebied niet officieel als nationaal park erkend is. In plaats van één groot bedrag wordt het Masterplan nu uitgevoerd met een mix van financieringsbronnen. Deze bedragen zijn echter klein in vergelijking met het budget dat voor een nationaal park was gereserveerd.
Soortenbeschermingsprogramma Otter
GroenRand blijft zich vol energie inzetten voor de otter, omdat dit dier geldt als dé indicator voor een gezond en samenhangend natuurlandschap in de Voorkempen.
Ze zullen erop toezien dat het soortenbeschermingsprogramma (blz 15) daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Als zogenaamde 'paraplusoort' stelt de otter hoge eisen aan zijn omgeving: hij heeft behoefte aan kristalhelder, visrijk water en uitgestrekte, rustige oeverzones om te schuilen. Door de leefomstandigheden voor de otter te optimaliseren, bijvoorbeeld door het saneren van waterlopen en het herstellen van natuurlijke oevers, verbetert de kwaliteit van het hele ecosysteem, waar ook talloze andere planten- en diersoorten zoals de ijsvogel en zeldzame vissen van profiteren. Bovendien vormt de otter de drijvende kracht achter het realiseren van ecologische verbindingen in een versnipperd landschap. Omdat een otter grote afstanden aflegt, dwingt zijn aanwezigheid beleidsmakers om natuurgebieden weer met elkaar te verbinden, met name via de strategische as van de Antitankgracht. GroenRand gebruikt de otter als symbool om te pleiten voor de wegneming van barrières, zoals het aanleggen van faunapassages onder drukke wegen, waardoor een robuust en grenzeloos natuurpark ontstaat. Zo is de otter niet alleen een bewoner, maar de belangrijkste ambassadeur voor een veerkrachtige en verbonden natuur waarin mens en dier in harmonie kunnen samenleven. Tegelijkertijd wordt aandacht besteed aan de rol van de mens in dit verhaal, wat tot uiting komt in de jaarlijkse uitreiking van de Groene Duim, een prijs voor personen die een bijzondere bijdrage leveren aan de natuur. Het hoogtepunt en sluitpunt van hun actieve werking is Greenconnect, met de lancering van het project ‘Bijtandje-houtkantje’, waarbij dit jaar wellicht iemand de felbegeerde Groene Duim in de wacht sleept. En hoewel die naam klinkt als een schattig kinderboek, is de missie bloedserieus. Het verhaal van ‘Bijtandje-houtkantje’ gaat over het herstellen en connecteren van de natuurlijke verbindingen in ons landschap. Nu zijn veel bossen en natuurgebieden nog eenzame eilandjes. De otter heeft een aanzienlijk leefgebied nodig, waarbij een mannetje vaak een territorium van 20 tot 40 kilometer oeverlengte claimt. De aanwezigheid van houtkanten en dichte oevervegetatie is daarbij van levensbelang, omdat deze structuren fungeren als beschutte migratieroutes waarlangs de otter zich veilig kan verplaatsen zonder blootgesteld te worden aan verstoring of roofdieren. GroenRand vraagt de overheid om een tandje bij te steken en werk te maken van de beloofde houtkanten, de groene snelwegen voor kleine zoogdieren zoals otters, bijen en vogels.
Essentiële investeringen in natuurherstel blijven uit
Begin 2026 uitten verschillende natuur- en milieuorganisaties stevige kritiek op het beleid van de Vlaamse regering en minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns, omdat broodnodige investeringen in natuurherstel uitblijven. Ook GroenRand sloeg alarm en wees erop dat er te weinig aandacht is voor cruciale natuurverbindingen en ontsnippering, waardoor lokale ecosystemen in gevaar komen. Onze vereniging viert haar tienjarig bestaan dus in mineur, omdat al onze inspanningen om het belang hiervan te benadrukken niet hebben geleid tot de gehoopte budgetten.
In de afgelopen tien jaar is de pracht van het GroenRand-gebied vastgelegd door middel van wandelingen en indrukwekkende beeldreportages van natuurfotografen, waardoor de strijd van GroenRand een schitterend visueel gezicht kreeg. Eind mei 2026 hangt natuurvereniging GroenRand de wandelschoenen aan de wilgen en worden de scherpe pennen geslepen want mooie dossiers moeten nu leiden tot uitvoering en budget. Vanaf eind mei 2026 ontpopt de vereniging zich tot dé ultieme waakhond van de natuur. In plaats van activiteiten te organiseren, voorzien ze volksvertegenwoordigers van waardevolle input om dossiers kritisch te bevragen. Deze politici moeten vervolgens prikkelende vragen stellen aan de verantwoordelijke minister. Door dossiers grondig te verrijken met diepgaande terreinkennis over biodiversiteit en ruimtelijke ordening, stelt GroenRand volksvertegenwoordigers in staat om goed onderbouwde en scherpe schriftelijke vragen in te dienen. Deze procedure is cruciaal omdat de wettelijke antwoordplicht van ministers een formeel en publiek toegankelijk bewijsstuk creëert van het gevoerde beleid, waardoor bestuurlijke willekeur wordt bemoeilijkt en de transparantie rondom gevoelige dossiers, zoals de bescherming van de open ruimte, wordt afgedwongen. In de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening zullen de door GroenRand gesignaleerde knelpunten worden vertaald naar een direct politiek debat, waardoor ministers genoodzaakt zijn om hun besluitvorming live en onder parlementair toezicht te rechtvaardigen. Deze dynamiek zorgt ervoor dat ecologische belangen niet ondergesneeuwd raken in louter administratieve processen, maar getoetst worden aan de politieke realiteit. Als katalysator binnen dit proces verhoogt GroenRand de kwaliteit van de politieke besluitvorming, waarbij zij via de parlementaire weg effectief toeziet en proactief bijstuurt waar het Vlaamse natuurbeleid tekortschiet.
Eind 2025 hebben we deze methode reeds getest. Prangende dossiers, zoals de verbinding van de Schietvelden en de ecologische ontsnippering rond de Antitankgracht (VAPEO), werden daarbij op de agenda geplaatst. Dankzij invloedrijke stemmen van enkele volksvertegenwoordigers werden de door GroenRand gesignaleerde knelpunten vertaald in dwingende vragen aan minister Brouns, die als antwoord stelde dat er gewacht moest worden op het voorkeursbesluit van de Klimaatgordel (Nieuwe Rand).
Het definitieve voorkeursbesluit voor de Klimaatgordel, als integraal onderdeel van het project De Nieuwe Rand, wordt in de loop van 2026 verwacht. Nadat het ontwerp-voorkeursbesluit, verschuift de focus in de eerste helft van 2026 naar de formele adviesronde en het openbaar onderzoek. De verwerking van deze inspraakreacties en de uiteindelijke politieke bekrachtiging door de Vlaamse Regering maken dat de definitieve vaststelling naar verwachting in het najaar van 2026 zal plaatsvinden, waarna de uitwerkingsfase voor de versterking van de open ruimte en natuurverbindingen kan starten. Daarom schakelt GroenRand op dit cruciale moment, na het zomerreces, over naar een vernieuwde strategie en start reeds in juni met de voorbereiding hiervan. Telkens weer weet de minister op de een of andere manier een excuus te vinden om de benodigde budgetten niet vrij te geven en de zaak uit te stellen, waardoor we opnieuw moeten wachten op dat voorkeursbesluit. Dit terwijl ontwerponderzoeken van het Departement Omgeving duidelijk aantonen hoe urgent deze dossiers zijn. Wij willen deze impasse doorbreken door parlementaire vragen te stellen, zodat duidelijk wordt waar de klimaatgordelbudgetten vandaan zullen komen. Foto's: Wim en Senne Verschraegen: medewerkers van Onze GroenRand-natuur - met prachtige foto's van het noorderlicht




Geen opmerkingen:

Een reactie posten