woensdag 27 mei 2026

Nieuw onderzoek toont aan dat heggen tot twee keer effectiever zijn voor insecten dan bloemenstroken: GroenRand blikt terug op een succesvolle campagne Bijtandje Houtkantje

Nieuw onderzoek laat zien dat heggen tot wel twee keer effectiever zijn voor insecten dan bloemenstroken. GroenRand kijkt terug op een succesvolle campagne: Bijtandje Houtkantje

De pen van Glenn 

De actieve natuurorganisatie GroenRand sluit deze week de succesvolle meimaand af waarin haar grootschalige campagne Bijtandje Houtkantje volop in de schijnwerpers stond.
Met dit ecologische project stimuleerde de vereniging overheden, landbouwers en burgers in de Antwerpse Voorkempen om massaal houtkanten en heggen aan te planten.
Nu de actie ten einde loopt, kijkt de organisatie tevreden terug op de vele positieve reacties en de hernieuwde belangstelling voor ons historische landschap.
Dit groene initiatief kreeg gedurende de hele maand krachtige wind in de zeilen vanuit de academische wereld.
Een grootschalig, driejarig onderzoek van de Radboud Universiteit onderstreepte namelijk de absolute en acute noodzaak van deze houtige structuren.
De wetenschappelijke resultaten bewezen definitief dat heggen vele malen effectiever zijn voor het redden van insecten dan de populaire bloemenstroken.
De onomstotelijke argumenten uit deze recente studie werden door de natuurvereniging dankbaar meegenomen om overal een versnelling hoger te schakelen.

Het was volgens de biologen en veldmedewerkers dan ook de hoogste tijd om samen de schouders onder meer groenbeplanting te zetten.
Perceelsranden en buitengrenzen waar mooie heggen volgroeid zijn, trekken immers aantoonbaar twee keer zoveel insecten aan als kale plekken.
Wat die biologen hierbij extra verraste, is dat deze spectaculaire stijging zich zelfs voordoet in agrarische gebieden waar al relatief veel natuur aanwezig is.
De harde feiten werden gepresenteerd in het gerespecteerde en invloedrijke wetenschappelijke tijdschrift Basic and Applied Ecology.
Het is een vaststaand feit dat insectenpopulaties wereldwijd in een buitengewoon zorgwekkend tempo achteruitgaan.
Die dramatische achteruitgang vormt niet alleen een directe bedreiging voor onze kwetsbare biodiversiteit.
Het is eveneens een acuut en onderschat probleem voor de reguliere landbouw en onze totale voedselproductionele keten.
Talloze insectensoorten zijn immers cruciaal om landbouwgewassen te bestuiven en hardnekkige plagen op een natuurlijke manier onder controle te houden.


In het verlengde hiervan had natuurvereniging GroenRand het voorgaande jaar 2025 al officieel uitgeroepen tot het 'Jaar van de Bij'.
Met die bij als mascotte en als centraal jaarthema zette de organisatie toen de wilde bestuivers al breed in de schijnwerpers.


Die afgeronde actie sloot destijds naadloos aan bij de vaste filosofie van GroenRand.
Als onafhankelijke denktank en burgervereniging in de Antwerpse Voorkempen strijdt de vereniging al jaren tegen de versnippering van de Vlaamse natuur.


Waar ze in voorgaande jaren grotere zoogdieren zoals de otter, de boommarter en de bever als jaarambassadeur koos, richtte ze de blik toen op het kleinste niveau.
Wilde bestuivers waren en blijven immers die onmisbare motor van onze biodiversiteit.
Maar liefst tachtig procent van alle plantensoorten, waaronder wilde bloemen en cruciale landbouwgewassen, is voor de voortplanting volledig afhankelijk van insectenbestuiving.
Ondertussen staan wilde bijen en zweefvliegen zwaar onder druk door habitatverlies en de hardnekkige Vlaamse gazoncultuur.


Om deze achteruitgang te stoppen, is de bescherming en het herstel van kleine landschapselementen zoals houtkanten, heggen en hagen van levensbelang.
Deze groene structuren vormen het ultieme leefgebied voor bestuivers: ze bieden niet alleen een opeenvolging van bloesems als voedselbron van het vroege voorjaar tot het najaar, maar fungeren ook als veilige nest- en overwinteringsplek.
Bovendien vormen ze natuurlijke snelwegen in het landschap.


GroenRand pleit steevast voor een grootschalige landschapsbenadering.
Door in de regio een fijnmazig netwerk van houtkanten en heggen te herstellen, worden versnipperde bos- en heidegebieden weer met elkaar verknoopt tot grote parken waar insecten zich veilig kunnen verplaatsen.
Hoofdonderzoeker en ecoloog Robin Lexmond zocht daarom doelgericht naar praktische manieren om deze nuttige beestjes een handje te helpen.
Het onderzoeksteam heeft gedurende drie opeenvolgende jaren insecten verzameld in een uitgestrekt agrarisch gebied.
Dat gebeurde nauwkeurig met speciaal ontworpen vallen die geplaatst werden langs vierentwintig geselecteerde akker- en graslandranden.
“Zo'n specifieke val was eigenlijk een soort tent van ongeveer één meter zeventig hoog”, legt GroenRand uit op basis van de proefopstelling

De rondvliegende insecten konden er door de vernuftige constructie wel gemakkelijk in, maar vonden de uitgang niet meer.
“Alle insecten die gedurende de meetperiodes in onze tentvallen belandden, zijn nadien door de wetenschappers zorgvuldig gewogen”, klinkt het enthousiast.
Op een aantal geselecteerde randen waar de vallen stonden opgesteld, groeiden weelderige, dichte heggen.
Op andere testlocaties hadden de lokale landbouwers kleurrijke bloemenstroken ingezaaid.


Op de resterende controlepunten was er helemaal niets extra’s aanwezig en bleven de perceelsranden volledig kaal.
Na een blik op de weegschaal bleek dat er bij de heggen ruim twee keer zoveel insectenbiomassa werd gemeten als bij de kale borders.
Ingezaaide bloemenstroken deden het weliswaar een fractie beter dan een volledig kale, onbegroeide rand.
De positieve invloed van deze bloemenborders was echter aanzienlijk minder sterk en bovendien veel minder consistent over de seizoenen heen.
“Waarschijnlijk komt dat doordat veel bloemenstroken elk jaar opnieuw intensief worden geploegd en ingezaaid”, verduidelijkt ecoloog Robin Lexmond.
Door die jaarlijkse verstoring ontbreken er stabiele schuilplekken voor die insecten tijdens de koude wintermaanden.
Bovendien herbergen zulke omgeploegde stroken nauwelijks betrouwbare voedselbronnen in het cruciale, vroege voorjaar.
Heggen en houtkanten daarentegen blijven gelukkig jarenlang onverstoord op dezelfde plek staan.


Hierdoor bieden ze het hele jaar door een veilige beschutting, voldoende voedsel en perfecte voortplantingsplekken.
De wijde, omliggende omgeving bleek tijdens de analyses opvallend genoeg een veel kleinere rol te spelen dan vooraf werd aangenomen.
Landschappelijke factoren zoals het specifieke type landbouw of de gemiddelde grootte van de percelen hadden nauwelijks invloed.
Zelfs de totale hoeveelheid bos in de nabije buurt veranderde die lokale hoeveelheid insecten amper.
Er kon door het onderzoeksteam slechts één duidelijke uitzondering op deze regel worden vastgesteld.
In agrarische gebieden waar toevallig meer officieel beschermde natuur in de omgeving lag, werden in totaal wel meer insecten gevangen.
Maar zelfs in die ecologisch rijkere zones bleef die positieve impact van een lokale, goed onderhouden heg overduidelijk zichtbaar.

Sterker nog: heggen die dichtbij beschermde natuurgebieden stonden, leverden per saldo nog altijd de allermeeste insecten op.
“Dit is een buitengewoon belangrijke en hoopgevende vaststelling voor ons natuurbeleid”, vertelt de kerngroep van GroenRand trots.
Het betekent immers dat gerichte vergroeningsmaatregelen niet enkel zinvol zijn in monotone landbouwgebieden waar bijna geen natuur overblijft.
Ze werpen evengoed hun vruchten af in complexe landschappen waar overheden al fors geïnvesteerd hebben in biodiversiteit.
Voorheen dacht men vaak dat extra groenmaatregelen in reeds natuurrijke gebieden overbodig waren omdat het ecologische maximum daar al bereikt zou zijn.


Dit onderzoek doorbreekt dat dogma en toont aan dat biodiversiteit geen verzadigingspunt kent, elke lokale investering stapelt zich cumulatief op bovenop de bestaande natuurwaarden.
In een monotoon landbouwgebied fungeert een heg als een reddingsboei, maar in een ecologisch complex landschap werkt het als een krachtige vermenigvuldiger die het bestaande potentieel pas écht ontgrendelt.
Zelfs in regio's met grote subsidies voor natuurbeheer blijft de kleinschalige, hyperlokale inrichting van perceelsranden dus die doorslaggevende factor voor het succes van de fauna.
Dit bewijst dat grootschalig natuurbeleid en kleinschalig landschapsbeheer elkaar niet uitsluiten, maar juist exponentieel versterken wanneer ze op dezelfde vierkante meter samenkomen.
Met het oog op deze conclusies spoorde de vereniging de lokale besturen in de Antwerpse Voorkempen aan tot actie.
De elf gemeenten van de regio werden intussen officieel aangeschreven om deel te nemen aan de nieuwe VLM-projectoproep voor houtkanten.


Dankzij deze subsidies kunnen lokale overheden financiële steun ontvangen voor de aanleg, het herstel of het duurzame beheer van deze groene netwerken.
Houtkanten fungeren als ecologische snelwegen die dieren beschutting bieden en verschillende leefgebieden naadloos met elkaar verbinden.
Bovendien dragen ze effectief bij aan natuurlijke erosiebestrijding en die langdurige opslag van schadelijke koolstof in de bodem.
Dat zulke initiatieven lokaal enorm leven, bewees een succesvol LEADER-groenproject in Malle.

De beoogde doelstelling om één kilometer nieuw, inheems groen te realiseren werd daar door het grote enthousiasme van burgers en boeren ruim overtroffen.
GroenRand hoopt dit schitterende succesverhaal nu over de hele regio te kopiëren na de afronding van hun meicampagne.
Om de noodzaak hiervan nog beter te begrijpen, moeten we kijken naar de specifieke gelaagdheid die een volgroeide heg uniek maakt.
Een gezonde houtkant bestaat namelijk uit een uitgekiende combinatie van een kruidlaag, een struiklaag en een boomlaag.
In de dynamische kruidlaag onderaan die heg vinden we vroegbloeiende planten die de eerste wakkere insecten van nectar voorzien.


De dichte struiklaag daarboven vormt met haar doornen en takken een ondoordringbaar fort tegen roofdieren en gure weersomstandigheden.
Vogels zoals de heggenmus, de grasmus en de geelgors bouwen hier bij voorkeur hun nesten en voeden hun jongen met de aanwezige insecten.
De incidentele boomlaag steekt hier weer bovenuit en biedt zangposten voor vogels en uitkijkpunten voor nuttige roofvogels die knaagdieren bestrijden.

Bovendien filteren deze dichte gordijnen van groen fijnstof uit de lucht en breken ze felle winden die anders die akkers uitdrogen.
Voor die aanplant kiest GroenRand resoluut voor streekeigen, autochtone struiken omdat die optimaal zijn aangepast aan onze bodem.
Soorten zoals de eenstijlige meidoorn en de sleedoorn vormen die robuuste ruggengraat van een vogelvriendelijke en insectenrijke heg.
De meidoorn bloeit uitbundig in het voorjaar of trekt met zijn geurende bloesems hele wolken wilde bijen en zweefvliegen aan.
In het najaar transformeren diezelfde bloemen in vlezige rode bessen waar trekvogels dankbaar vetreserves mee opbouwen voor hun lange reis.


De sleedoorn bloeit zelfs nog vroeger, vaak al in maart op het naakte hout, waardoor hij een levensreddende voedselbron is voor vroege hommelkoninginnen.
Ook de hondsroos, de Gelderse roos en de vlier zijn onmisbare schakels die voor een grote variatie in het voedselaanbod zorgen.
De hazelaar levert met zijn vroege katjes bruikbaar stuifmeel, terwijl de kardinaalsmuts in de herfst schittert met zijn karakteristieke vruchten.
Wanneer we deze struiken in een zigzagpatroon dicht op elkaar planten, ontstaat er binnen enkele jaren een dichte, ondoordringbare structuur.


Dit patroon zorgt voor een maximaal randeffect, wat ecologisch gezien de meest productieve zone van elk natuurgebied is.
De provincie Antwerpen en de Vlaamse Landmaatschappij ondersteunen dergelijke projecten omdat ze die versnippering van de natuur tegengaan.
Door die intensieve verstedelijking zijn veel natuurgebieden in Vlaanderen veranderd in geïsoleerde, groene eilandjes.
Een insect of klein zoogdier kan zich zonder dekking onmogelijk verplaatsen tussen deze resterende bosfragmenten.
Heggen en houtkanten fungeren hierbij als de perfecte verbindingswegen die deze eilanden weer veilig met elkaar verbinden.
Zij vormen die groene aders van ons platteland waarlangs genetische uitwisseling tussen populaties weer mogelijk wordt.
Zonder deze uitwisseling dreigt er onvermijdelijk inteelt of een verdere verzwakking van de lokale biodiversiteit.
De campagne stimuleerde landbouwers ook door te wijzen op de directe economische voordelen van een gezonde houtkant.
Een dichte heg beschermt vee tegen de brandende zon in de zomer en tegen snijdende koude winden in de winter.
Bovendien trekken de heggen natuurlijke vijanden van akkerplagen aan, waardoor die noodzaak voor chemische bestrijdingsmiddelen afneemt.
Lieveheersbeestjes, gaasvliegen of sluipwespen vinden hun uitvalsbasis in de heg en houden van daaruit bladluizen op de akkers onder controle.
Dit is een schoolvoorbeeld van functionele agrobiodiversiteit, waarbij natuur en landbouw elkaar versterken in plaats van te bestrijden.


GroenRand benadrukte dat ook particuliere tuineigenaars een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan dit waardevolle project.
Wie zijn steriele houten schutting of betonnen muur vervangt door een gemengde haag, creëert direct een nieuw mini-natuurreservaat.
Als duizenden tuineigenaren dit voorbeeld volgen, ontstaat er een gigantisch lappendeken van ecologisch waardevolle stapstenen.
Het onderhoud van zo'n heg vraagt bovendien minder energie dan vaak wordt gedacht en kan perfect ecologisch gebeuren.
Door niet alles tegelijk te snoeien, maar te kiezen voor een gefaseerd beheer, blijft de ecologische functie altijd behouden.
Men kan bijvoorbeeld elk jaar een ander deel van de heg aanpakken, zodat er altijd ergens oude takken en bessen overblijven.
Het snoeiafval hoeft ook niet te verdwijnen naar het containerpark, maar kan verwerkt worden in een nuttige takkenril onderaan die haag.
Zo'n takkenril biedt op haar beurt weer een perfecte overwinteringsplek voor egels, padden en talloze nuttige kevers.
Nu het einde van de meimaand in zicht is, breekt de ideale periode aan om de concrete plannen voor het najaar definitief te smeden.
De ingediende projecten en aanvragen kunnen tijdens de zomermaanden administratief en logistiek worden voorbereid door de gemeentebesturen.
Het daadwerkelijke planten gebeurt immers bij voorkeur tussen november en maart, wanneer de struiken in winterrust zijn.


Met deze langetermijnvisie wil de organisatie bereiken dat de Voorkempen haar historische, kleinschalige landschapskarakter permanent terugkrijgt.
Het herstel van houtkanten is immers niet louter een nostalgische terugblik naar het verleden, maar een moderne noodzaak voor onze ecologische toekomst.
Het wetenschappelijke rapport van de Radboud Universiteit heeft de discussie dit voorjaar definitief beslecht met harde en onweerlegbare cijfers.
We kunnen die biodiversiteitscrisis niet duurzaam oplossen met tijdelijke maatregelen die elk jaar opnieuw omgeploegd worden.
Er is nood aan permanente, houtige structuren die generaties lang meegaan en standhouden in een veranderend Vlaams klimaat.


GroenRand nodigt daarom iedereen uit om, nu de campagnemaand stopt, de daad bij het woord te blijven voegen tijdens het komende plantseizoen.
Elke extra meter heg die we de komende jaren met z'n allen realiseren, vormt immers een wezenlijk verschil voor de overleving van onze insecten.
Het definitief herstellen van deze historische, levende grenzen blijft dan ook het mooiste cadeau dat we aan de Vlaamse biodiversiteit kunnen schenken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten