Tijdens de Week van de Biodiversiteit trekt GroenRand de politieke arena in om te strijden voor het behoud van de Vlaamse houtkanten
De Week van de Biodiversiteit 2026 loopt van 16 tot en met 24 mei 2026.
Tijdens deze week zetten overheden en natuurorganisaties alles wat leeft en groeit extra in de schijnwerpers, waarbij de nadruk sterk ligt op burgerwetenschap.
Burgers worden gemotiveerd om met de app ObsIdentify wilde planten en dieren in hun omgeving te registreren om zo de biodiversiteit in kaart te brengen, wat samenvalt met de Internationale Dag van de Biodiversiteit van de VN op 22 mei.
Het stimuleren van houtkanten, het jaarthema voor GroenRand in 2026, sluit hier nauw bij aan.
De Vlaamse Landmaatschappij reikt namelijk via een speciale Houtkantenoproep subsidies uit voor het beheer en de aanplant, om zo de biodiversiteit te bevorderen.
Houtkanten functioneren als ecologische snelwegen waarmee dieren zich veilig verplaatsen tussen natuurgebieden, en ze bieden een cruciale schuilplaats en voedselbron voor vogels, insecten en zoogdieren terwijl ze tegelijk het microklimaat verbeteren en bodemerosie tegengaan.
Natuurvereniging GroenRand viert deze themaperiode niet met losse publieksactiviteiten, maar kiest er bewust voor om af te wijken van de traditionele aanpak met publiekscampagnes, gezellige plantacties of educatieve wandelingen die enkel bedoeld zijn om burgers bewust te maken.
In plaats daarvan gebruikt de organisatie deze themaperiode om een duidelijke, strategische breuk met het verleden te maken door over te stappen van de Groene Duim naar de Pen van Glenn.
Zo wordt de politieke dialoog versterkt, omdat de tijd van enkel sensibiliseren definitief voorbij is.
Na een decennium van intensieve werking is het ecologische dossier van de regio immers volledig gekend, onderzocht en verankerd in officiële beleidsstukken zoals het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan, de lokale klimaatplannen (klimaatgordel) en de strategische visies voor de Antwerpse Oostrand.
Nu deze visies en plannen officieel zijn goedgekeurd en op papier staan, is de feitelijke uitvoering op het terrein de absolute prioriteit geworden, waardoor de vereniging haar werking noodgedwongen moet heroriënteren.
Gedaan met de gezellige zondagswandelingen en de educatieve infoavonden in de Voorkempen, want vanaf nu verschuift de focus volledig naar de politieke coulissen en transformeert de vereniging van een gidsenorganisatie naar een onafhankelijke politieke controleur en beleidsmonitor om toe te zien op de effectieve realisatie van die goedgekeurde plannen.
De voorbije tien jaar dacht je bij natuur in de Antwerpse Oostrand automatisch aan deze organisatie, die erin slaagde onderwerpen als de Antitankgracht, de klimaatgordel en de bescherming en verbinding van de Kalmthoutse Heide met het Groot en Klein Schietveld hoog op de agenda te krijgen.
Maar na een decennium van sensibiliseren trekt de organisatie de duidelijke conclusie dat de plannen weliswaar zijn goedgekeurd en de visies verankerd liggen in officiële beleidsstukken, maar dat de feitelijke uitvoering op het terrein te zwaar achterop hinkt.
De persoonlijke ontmoetingen in het veld maken daarom definitief plaats voor een strategische, inhoudelijke bijdrage achter de schermen, met als nieuw doel om via bemiddeling, gericht overleg en gefundeerde data ministers en lokale besturen te helpen hun gemaakte beloftes op het terrein waar te maken.
Het symbool van deze koerswijziging is de afschaffing van de 'Groene Duim', een prijs die voorheen werd toegekend aan personen die de natuur publiekelijk promootten. Deze positieve publieksprijs voldeed niet langer, omdat de huidige situatie vraagt om gerichte en doelgerichte actie.
De opvolger is 'De Pen van Glenn', een even poëtische als gelaagde naamkeuze die enerzijds verwijst naar het Keltische woord voor vallei, de absolute bakermat van onze natte natuur, en anderzijds een directe knipoog is naar 'Glenn Solastalgie', het vaste pseudoniem waaronder de experts van de vereniging hun vlijmscherpe columns publiceren.
Solastalgie is de psychische term voor het gevoel van existentiële melancholie dat mensen ervaren wanneer ze hun vertrouwde natuurlijke leefomgeving zien degraderen of verdwijnen, waardoor de pen symbool staat voor de collectieve stem, de gebundelde expertise én de gezonde frustratie van de vereniging.
Met deze pen gaat de organisatie achter de schermen optreden als een onafhankelijke en deskundige gesprekspartner die via feiten, analyses en gerichte parlementaire vragen ministers en lokale besturen helpt om knelpunten in de praktijk op te lossen.
Niemand minder dan Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege had de eer om de allereerste fysieke 'Pen van Glenn' in ontvangst te nemen als duidelijk signaal dat de Vlaamse natuurdoelen dringend van het papier naar de realiteit moeten worden omgezet.
Zij staat in het parlement bekend als een politica die dossiers tot op het bot uitspit en ministers scherpe bevragingen voorlegt als het op natuurbehoud aankomt, waardoor zij de meest logische keuze was in het politieke landschap.
Niet enkel zij, maar ook andere politici zetten inmiddels hun schouders onder dit dossier binnen de vernieuwde werking van GroenRand in mei 2026.
Mieke Schauvliege beet echter de spits af en was de allereerste die hierover gerichte vragen heeft gesteld aan minister Brouns.
Met het overhandigen van deze onderscheiding spreekt de organisatie haar waardering uit voor haar voortdurende inzet op beleidsniveau.
Tegelijkertijd fungeert dit gebaar als een wederzijdse belofte en formele verbintenis, waarbij de vereniging haar en het parlement de komende jaren intensief zal blijven voorzien van data, feiten en concrete dossiers rechtstreeks van het terrein.
Deze data en feiten schetsen tijdens deze Week van de Biodiversiteit helaas een somber beeld, want het Vlaamse platteland verbergt een kwetsbare realiteit in haar kleinste elementen.
Wie aan waardevolle natuur denkt, stelt zich sneller uitgestrekte bossen voor dan een heg of een bosje tussen enkele akkers, maar toch zijn juist deze typische Vlaamse landschapselementen uiterst waardevol voor de natuur en erg belangrijk voor het planten- en dierenleven op het platteland, waardoor ze vaak worden beschermd door de Vlaamse milieuwetgeving.
Wil je zo'n beschermde heg rooien of een poel dempen, dan heb je in principe een vergunning nodig.
Toch wordt er nog elk jaar waardevolle natuur illegaal vernietigd in Vlaanderen, en de laatste zes jaar worden er zelfs opvallend meer beschermde houtkanten, bosjes en grachten illegaal vernietigd dan voordien.
Dat blijkt uit cijfers van de natuurinspectie die VRT NWS opvroeg.
De laatste jaren lijkt er bovendien een versnelling te zijn ingezet, want sinds 2020 stoot de natuurinspectie vaker op vernietigde kleine landschapselementen zoals heggen, bermen en bomenrijen dan voordien.
In 2025, nochtans geen piekjaar, werd er nog steeds de helft meer vernietigd dan in 2019.
In het totaal verdween er sinds 2020 maar liefst 196 kilometer van zulke natuurlinten, een enorme afstand die gelijkstaat aan bijna vijf keer de volledige lengte van de Belgische kustlijn.
Maar er werd ook meer waardevolle vegetatie vernietigd zonder vergunning, waarbij het onder andere gaat om heide, moeras, vennen en bosjes.
Tussen 2011 en 2018 tekende de natuurinspectie nooit meer dan 10 vernietigde hectare op, maar sinds 2020 gaat het elk jaar om een veelvoud daarvan, met uitzondering van 2023.
Volgens het Agentschap Natuur en Bos heeft de verdubbeling niets te maken met het aantal controles, omdat dat gelijk is gebleven.
In principe wordt wie betrapt wordt verplicht om de schade te herstellen, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Deze landschapselementen nemen zeer sterk af, grotendeels door de schaalvergroting van de landbouw.
Vroeger zag je nog eens een paar bomen en een poel, maar de laatste 10 jaar verdwijnen die doordat landbouwers anders zijn gaan boeren.
Dat proces zet zich trouwens al veel langer door, want door die uitvinding van prikkeldraad, begin vorige eeuw, zijn er bijvoorbeeld geen meidoornhagen meer nodig als natuurlijke afsluiting.
Bovendien vormen poeltjes of glooiend grasland een last voor wie zoveel mogelijk grond efficiënt wil kunnen bewerken.
Boeren hebben er nochtans alle belang bij om zo natuurvriendelijk mogelijk te werken en ze willen dat vaak ook, maar het moet uiteraard wel passen binnen hun bedrijfsvoering, terwijl ze in de praktijk vaak botsen op complexe regels, hoge kosten en onzekerheid.
Omdat biodiversiteit geen bedreiging mag vormen voor de dagelijkse bedrijfsvoering, pleiten zij voor de mogelijkheid van tijdelijke natuur.
Vanuit een economisch standpunt is die agrarische logica te begrijpen, maar het ecologische gevolg is dat er kale vlaktes ontstaan waardoor insecten, vogels en andere diersoorten niet meer kunnen migreren.
Zonder die migratie is er geen belangrijke uitwisseling van genen meer en zitten populaties opgesloten op kwetsbare eilandjes, wat hen kwetsbaar maakt.
Bovendien spelen houtkanten een sleutelrol in het vermijden van genetische verarming, omdat de fysieke verbindingen ervoor zorgen dat geïsoleerde populaties planten en dieren met elkaar in contact blijven.
Tijdens deze week zetten overheden en natuurorganisaties alles wat leeft en groeit extra in de schijnwerpers, waarbij de nadruk sterk ligt op burgerwetenschap.
Burgers worden gemotiveerd om met de app ObsIdentify wilde planten en dieren in hun omgeving te registreren om zo de biodiversiteit in kaart te brengen, wat samenvalt met de Internationale Dag van de Biodiversiteit van de VN op 22 mei.
Het stimuleren van houtkanten, het jaarthema voor GroenRand in 2026, sluit hier nauw bij aan.
De Vlaamse Landmaatschappij reikt namelijk via een speciale Houtkantenoproep subsidies uit voor het beheer en de aanplant, om zo de biodiversiteit te bevorderen.
Houtkanten functioneren als ecologische snelwegen waarmee dieren zich veilig verplaatsen tussen natuurgebieden, en ze bieden een cruciale schuilplaats en voedselbron voor vogels, insecten en zoogdieren terwijl ze tegelijk het microklimaat verbeteren en bodemerosie tegengaan.
Natuurvereniging GroenRand viert deze themaperiode niet met losse publieksactiviteiten, maar kiest er bewust voor om af te wijken van de traditionele aanpak met publiekscampagnes, gezellige plantacties of educatieve wandelingen die enkel bedoeld zijn om burgers bewust te maken.
In plaats daarvan gebruikt de organisatie deze themaperiode om een duidelijke, strategische breuk met het verleden te maken door over te stappen van de Groene Duim naar de Pen van Glenn.
Zo wordt de politieke dialoog versterkt, omdat de tijd van enkel sensibiliseren definitief voorbij is.
Na een decennium van intensieve werking is het ecologische dossier van de regio immers volledig gekend, onderzocht en verankerd in officiële beleidsstukken zoals het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan, de lokale klimaatplannen (klimaatgordel) en de strategische visies voor de Antwerpse Oostrand.
Nu deze visies en plannen officieel zijn goedgekeurd en op papier staan, is de feitelijke uitvoering op het terrein de absolute prioriteit geworden, waardoor de vereniging haar werking noodgedwongen moet heroriënteren.
Gedaan met de gezellige zondagswandelingen en de educatieve infoavonden in de Voorkempen, want vanaf nu verschuift de focus volledig naar de politieke coulissen en transformeert de vereniging van een gidsenorganisatie naar een onafhankelijke politieke controleur en beleidsmonitor om toe te zien op de effectieve realisatie van die goedgekeurde plannen.
De voorbije tien jaar dacht je bij natuur in de Antwerpse Oostrand automatisch aan deze organisatie, die erin slaagde onderwerpen als de Antitankgracht, de klimaatgordel en de bescherming en verbinding van de Kalmthoutse Heide met het Groot en Klein Schietveld hoog op de agenda te krijgen.
Maar na een decennium van sensibiliseren trekt de organisatie de duidelijke conclusie dat de plannen weliswaar zijn goedgekeurd en de visies verankerd liggen in officiële beleidsstukken, maar dat de feitelijke uitvoering op het terrein te zwaar achterop hinkt.
De persoonlijke ontmoetingen in het veld maken daarom definitief plaats voor een strategische, inhoudelijke bijdrage achter de schermen, met als nieuw doel om via bemiddeling, gericht overleg en gefundeerde data ministers en lokale besturen te helpen hun gemaakte beloftes op het terrein waar te maken.
Het symbool van deze koerswijziging is de afschaffing van de 'Groene Duim', een prijs die voorheen werd toegekend aan personen die de natuur publiekelijk promootten. Deze positieve publieksprijs voldeed niet langer, omdat de huidige situatie vraagt om gerichte en doelgerichte actie.
De opvolger is 'De Pen van Glenn', een even poëtische als gelaagde naamkeuze die enerzijds verwijst naar het Keltische woord voor vallei, de absolute bakermat van onze natte natuur, en anderzijds een directe knipoog is naar 'Glenn Solastalgie', het vaste pseudoniem waaronder de experts van de vereniging hun vlijmscherpe columns publiceren.
Solastalgie is de psychische term voor het gevoel van existentiële melancholie dat mensen ervaren wanneer ze hun vertrouwde natuurlijke leefomgeving zien degraderen of verdwijnen, waardoor de pen symbool staat voor de collectieve stem, de gebundelde expertise én de gezonde frustratie van de vereniging.
Met deze pen gaat de organisatie achter de schermen optreden als een onafhankelijke en deskundige gesprekspartner die via feiten, analyses en gerichte parlementaire vragen ministers en lokale besturen helpt om knelpunten in de praktijk op te lossen.
Niemand minder dan Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege had de eer om de allereerste fysieke 'Pen van Glenn' in ontvangst te nemen als duidelijk signaal dat de Vlaamse natuurdoelen dringend van het papier naar de realiteit moeten worden omgezet.
Zij staat in het parlement bekend als een politica die dossiers tot op het bot uitspit en ministers scherpe bevragingen voorlegt als het op natuurbehoud aankomt, waardoor zij de meest logische keuze was in het politieke landschap.
Niet enkel zij, maar ook andere politici zetten inmiddels hun schouders onder dit dossier binnen de vernieuwde werking van GroenRand in mei 2026.
Mieke Schauvliege beet echter de spits af en was de allereerste die hierover gerichte vragen heeft gesteld aan minister Brouns.
Met het overhandigen van deze onderscheiding spreekt de organisatie haar waardering uit voor haar voortdurende inzet op beleidsniveau.
Tegelijkertijd fungeert dit gebaar als een wederzijdse belofte en formele verbintenis, waarbij de vereniging haar en het parlement de komende jaren intensief zal blijven voorzien van data, feiten en concrete dossiers rechtstreeks van het terrein.
Deze data en feiten schetsen tijdens deze Week van de Biodiversiteit helaas een somber beeld, want het Vlaamse platteland verbergt een kwetsbare realiteit in haar kleinste elementen.
Wie aan waardevolle natuur denkt, stelt zich sneller uitgestrekte bossen voor dan een heg of een bosje tussen enkele akkers, maar toch zijn juist deze typische Vlaamse landschapselementen uiterst waardevol voor de natuur en erg belangrijk voor het planten- en dierenleven op het platteland, waardoor ze vaak worden beschermd door de Vlaamse milieuwetgeving.
Wil je zo'n beschermde heg rooien of een poel dempen, dan heb je in principe een vergunning nodig.
Toch wordt er nog elk jaar waardevolle natuur illegaal vernietigd in Vlaanderen, en de laatste zes jaar worden er zelfs opvallend meer beschermde houtkanten, bosjes en grachten illegaal vernietigd dan voordien.
Dat blijkt uit cijfers van de natuurinspectie die VRT NWS opvroeg.
De laatste jaren lijkt er bovendien een versnelling te zijn ingezet, want sinds 2020 stoot de natuurinspectie vaker op vernietigde kleine landschapselementen zoals heggen, bermen en bomenrijen dan voordien.
In 2025, nochtans geen piekjaar, werd er nog steeds de helft meer vernietigd dan in 2019.
In het totaal verdween er sinds 2020 maar liefst 196 kilometer van zulke natuurlinten, een enorme afstand die gelijkstaat aan bijna vijf keer de volledige lengte van de Belgische kustlijn.
Maar er werd ook meer waardevolle vegetatie vernietigd zonder vergunning, waarbij het onder andere gaat om heide, moeras, vennen en bosjes.
Tussen 2011 en 2018 tekende de natuurinspectie nooit meer dan 10 vernietigde hectare op, maar sinds 2020 gaat het elk jaar om een veelvoud daarvan, met uitzondering van 2023.
Volgens het Agentschap Natuur en Bos heeft de verdubbeling niets te maken met het aantal controles, omdat dat gelijk is gebleven.
In principe wordt wie betrapt wordt verplicht om de schade te herstellen, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Dichte stroken met bomen en struiken zijn de onmisbare levensaders van onze lokale natuur.
Ze doorbreken de versnippering van het landschap en tonen hoe kleine ingrepen de natuurwaarde spectaculair kunnen verhogen.
Dat is precies de kernboodschap van deze themaweek.
Het is nu ook weer niet zo dat het hele Vlaamse bestand van heggen, bomenrijen, bosjes en moerassen daardoor acuut in gevaar komt, want in 2024 telde Vlaanderen immers 44.500 kilometer aan kleine landschapselementen, waardoor de 196 kilometer die sinds 2020 verloren ging slechts een fractie van het totaal is.
Het eigenlijke probleem is echter dat er historisch gezien al heel veel verloren is gegaan, want de voorbije 250 jaar verloor Vlaanderen bijvoorbeeld twee derden van zijn houtkanten en van wat er nu nog rest, wordt er elk jaar nog wat meer afgeknibbeld.
Ze doorbreken de versnippering van het landschap en tonen hoe kleine ingrepen de natuurwaarde spectaculair kunnen verhogen.
Dat is precies de kernboodschap van deze themaweek.
Het is nu ook weer niet zo dat het hele Vlaamse bestand van heggen, bomenrijen, bosjes en moerassen daardoor acuut in gevaar komt, want in 2024 telde Vlaanderen immers 44.500 kilometer aan kleine landschapselementen, waardoor de 196 kilometer die sinds 2020 verloren ging slechts een fractie van het totaal is.
Het eigenlijke probleem is echter dat er historisch gezien al heel veel verloren is gegaan, want de voorbije 250 jaar verloor Vlaanderen bijvoorbeeld twee derden van zijn houtkanten en van wat er nu nog rest, wordt er elk jaar nog wat meer afgeknibbeld.
Deze landschapselementen nemen zeer sterk af, grotendeels door de schaalvergroting van de landbouw.
Vroeger zag je nog eens een paar bomen en een poel, maar de laatste 10 jaar verdwijnen die doordat landbouwers anders zijn gaan boeren.
Dat proces zet zich trouwens al veel langer door, want door die uitvinding van prikkeldraad, begin vorige eeuw, zijn er bijvoorbeeld geen meidoornhagen meer nodig als natuurlijke afsluiting.
Bovendien vormen poeltjes of glooiend grasland een last voor wie zoveel mogelijk grond efficiënt wil kunnen bewerken.
Boeren hebben er nochtans alle belang bij om zo natuurvriendelijk mogelijk te werken en ze willen dat vaak ook, maar het moet uiteraard wel passen binnen hun bedrijfsvoering, terwijl ze in de praktijk vaak botsen op complexe regels, hoge kosten en onzekerheid.
Omdat biodiversiteit geen bedreiging mag vormen voor de dagelijkse bedrijfsvoering, pleiten zij voor de mogelijkheid van tijdelijke natuur.
Vanuit een economisch standpunt is die agrarische logica te begrijpen, maar het ecologische gevolg is dat er kale vlaktes ontstaan waardoor insecten, vogels en andere diersoorten niet meer kunnen migreren.
Zonder die migratie is er geen belangrijke uitwisseling van genen meer en zitten populaties opgesloten op kwetsbare eilandjes, wat hen kwetsbaar maakt.
Bovendien spelen houtkanten een sleutelrol in het vermijden van genetische verarming, omdat de fysieke verbindingen ervoor zorgen dat geïsoleerde populaties planten en dieren met elkaar in contact blijven.
Hierdoor kunnen individuen uit verschillende gebieden zich onderling voortplanten, wat de genetische uitwisseling (gene flow) stimuleert, inteelt voorkomt en soorten op de lange termijn gezond en weerbaar maakt tegen ziektes en klimaatverandering.
In het dichtbebouwde Vlaanderen hebben vooral diersoorten zoals amfibieën (bijv. kikkers en salamanders), de eikelmuis, wezels en trage insecten zwaar te lijden onder genetische verarming.
Zij durven open vlaktes of drukke wegen niet over te steken, waardoor hun populaties genetisch inkrimpen.
Dit wordt pijnlijk duidelijk uit recente cijfers, want eind vorige maand bleek nog dat het aantal graslandvlinders sinds 1990 met meer dan de helft is gedaald, terwijl ook de akkervogels het momenteel erbarmelijk doen, want zo telt Vlaanderen maar liefst 95 procent minder veldleeuweriken dan in 1960 en op slechts 20 jaar tijd halveerde het aantal patrijzen.
Dat is trouwens niet louter een Vlaams fenomeen, want de vorige Waalse regering besloot om die reden al om 4.000 kilometer heggen aan te leggen, een doelstelling die inmiddels ruimschoots werd bereikt.
Het is dan ook hoog tijd dat Vlaanderen meer oog krijgt voor het belang van een gezond landbouwlandschap met heggen en grasland, niet alleen voor dieren, maar evengoed voor de mens.
Denk hierbij maar aan de zware overstromingen in de Westhoek een paar jaar geleden, want daar is destijds veel historisch grasland opgebroken om aardappelen te telen, terwijl net dat historische grasland veel meer water vasthoudt, zodat het verdwijnen ervan direct leidt tot overstromingen en bodemerosie.
De concrete strijdpunten op de agenda van de vernieuwde vereniging blijven ondertussen onverminderd belangrijk en projecten zoals 'Bijtandje Houtkantje' tonen aan hoe cruciaal deze schijnbaar kleine landschapselementen zijn voor ons ecosysteem.
Houtkanten, hagen en bomenrijen vormen immers de vitale ecologische snelwegen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren in een sterk versnipperd Vlaanderen, waarbij de organisatie erop hamert dat het beschermen van deze houtkanten geen lokale liefdadigheid is, maar een wettelijke plicht om de biodiversiteit te stutten.
Tijdens fietstochten of wandelingen door het agrarisch gebied valt de versnippering direct op, aangezien de bestaande overgebleven houtkanten tegenwoordig veel open plekken en hiaten vertonen.
Met de gerichte actie 'Bijtandje Houtkantje' wil de vereniging in 2026 voluit inzetten op het enthousiasmeren van gemeenten, landbouworganisaties en de provincie om een extra tandje bij te steken voor het structureel herstellen en aanvullen van deze groene linten.
Om dit netwerk optimaal te herstellen, gebruikt men bij de aanplant bij voorkeur sterke, inheemse struiken en bomen zoals de gewone es, hazelaar, zwarte els, vogelkers, veldesdoorn en zomereik.
Deze soorten trekken tot tien keer meer lokale insecten en vogels aan dan uitheemse varianten, wat de genetische uitwisseling van de lokale fauna een enorme boost geeft.
Het grotere maatschappelijke doel achter deze inspanningen sluit direct aan bij het Vlaams Houtkantenplan, dat streeft naar de aanplant van circa 100 kilometer nieuwe houtkanten om de biodiversiteit te versterken en maar liefst 12.000 ton extra CO2 op te slaan.
Om deze realisaties op het terrein te ondersteunen, stelt de Vlaamse overheid via de vierde Houtkantenoproep van de VLM een budget van 640.000 euro beschikbaar.
Lokale besturen, provincies en intergemeentelijke samenwerkingen kunnen hierdoor tot 70% van de projectkosten gesubsidieerd krijgen, met een maximum van 50.000 euro per project, mits de plannen uiterlijk op 15 juni 2026 worden ingediend en specifiek gericht zijn op de aanleg, het herstel of het ecologisch beheer van deze groene linten.
Voor de praktische ondersteuning bij de effectieve aanplant en het langdurige beheer van deze kleine landschapselementen wordt tevens nauw samengewerkt met de Regionale Landschappen, die via subsidies en het ontwerpen van specifieke aanplantingsplannen zorgen dat inwoners en landbouwers hun steentje kunnen bijdragen.
Dat zo'n lokale samenwerking werkt, bewees onlangs de gemeente Malle samen met het Regionaal Landschap de Voorkempen, waar dankzij Europese LEADER-steun gratis plantpakketten werden aangeboden aan burgers en agrariërs.
Hoewel de initiële doelstelling was om minstens één kilometer nieuw inheems groen te realiseren, werd deze ambitie door het massale enthousiasme van de lokale grondgebruikers ruim overtroffen.
GroenRand wil met het project de houtkanten weer in hun oorspronkelijke staat herstellen zodat ze hun volle waarde als functioneel, lijnvormig landschapselement terugkrijgen.
Hetzelfde geldt voor de grotere structuren in de regio, waar de vereniging eist dat er nu eindelijk harde euro's en structurele budgetten gaan naar de realisatie van de robuuste klimaatgordel rond Antwerpen, waarin de Antitankgracht moet fungeren als de ecologische ruggengraat die beekvalleien en boskernen in de oostrand met elkaar verbindt.
Er zijn dus overduidelijk goede redenen om te verbieden dat waardevolle natuur vernietigd wordt en er staan dan ook straffen op, al kan herstelde natuur niet altijd zomaar ongedaan maken wat verloren is gegaan.
Voor sommige soorten vegetatie kan het tot honderden jaren duren voor de oorspronkelijke natuurwaarde opnieuw is bereikt, wat de reden is waarom er in sommige gevallen een extra financiële compensatie wordt gevraagd.
Deze beschermde vegetaties hebben bovendien een belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarde omdat ze mee het traditionele Vlaamse landschap bepalen, waardoor de vernietiging of aantasting ervan een onomkeerbaar verlies aan biodiversiteit en natuurlijke functies betekent, dat niet eenvoudig elders kan worden gecompenseerd.
Het blijft dus een kwestie van beter voorkomen dan genezen, al kan een daadkrachtig beleid wel degelijk een groot verschil maken.
Zo werd de hoeveelheid vaststellingen van historisch grasland dat illegaal vernietigd wordt, op zes jaar tijd met viervijfde teruggedrongen dankzij een nieuwe controlemethode met satellietbeelden.
In principe moeten alle beschermde bosjes, struiken, heggen of poelen die onvergund vernietigd worden, verplicht worden hersteld, en als dat niet gebeurt, kan de rechter een dwangsom opleggen.
Op die manier is al 85 procent van alle natuur die in 2025 illegaal vernietigd werd, intussen weer hersteld, maar het kan ook gebeuren dat schade niet hersteld hoeft te worden en dat er na de feiten alsnog een vergunning wordt afgeleverd.
Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de kap achteraf gezien wel vergund had kunnen worden, maar er vooraf geen vergunning was aangevraagd, wat dan wel gecompenseerd moet worden door elders daadwerkelijk nieuwe natuur bij te creëren of door er een financiële vergoeding voor te betalen.
Hoe vaak natuurvernietiging achteraf via zo'n regularisatie wordt rechtgezet, kan het agentschap niet precies zeggen, al is dit eerder de uitzondering dan de regel.
Volgens de bevoegde minister tonen de cijfers van de laatste jaren geen significante trend, temeer omdat de registratie in vroegere jaren ook minder accuraat gebeurde in vergelijking met de laatste jaren.
Toch benadrukt hij dat de bescherming van deze waardevolle plattelandsnatuur een absolute prioriteit is en dat elk dossier zeer nauw wordt opgevolgd, want wie schade berokkent aan onze natuur, moet die herstellen.
Onze natuur is immers een kostbaar gemeenschappelijk bezit dat we moeten beschermen voor de volgende generaties, waardoor de schade waar mogelijk effectief moet worden hersteld en waar nodig ook boetes of andere sancties volgen om duidelijk te maken dat natuurvernietiging in Vlaanderen niet zonder gevolgen blijft.
Volgens Mieke Schauvliege, die hiermee opnieuw de Pen van Glenn hanteert om haar politieke strijd kracht bij te zetten, volstaat dat huidige beleid echter lang niet, omdat de bescherming van waardevolle natuur die ons landschap vormgeeft in Vlaanderen nog altijd ondermaats is.
Op een moment dat we eigenlijk moeten werken aan het herstel van de natuur in Vlaanderen, is de absolute prioriteit om de natuur die er nu nog is, te beschermen.
Uit de evaluatie van de toestand van de natuur in Vlaanderen blijkt nu al dat vooral soorten van het agrarisch landschap achteruitgaan, waardoor we heel veel zorg moeten dragen voor deze elementen en ze moeten herstellen en versterken in plaats van ze te laten verdwijnen.
De transitie van GroenRand naar de politieke coulissen is dan ook een bittere noodzaak geworden omdat praten alleen niet meer volstaat, want er is behoefte aan gerichte handhaving, sluitende wetgeving en beleidsmakers die daadwerkelijk actie durven te ondernemen om de Vlaamse houtkanten onmiddellijk wettelijk onwrikbaar te beschermen.
Met de 'Pen van Glenn' in de hand van Mieke Schauvliege is de eerste toon gezet, want de vereniging mag dan wel stoppen met gidsen in het bos, maar als constructieve politieke stem achter de schermen zijn ze scherper en noodzakelijker dan ooit tevoren, waarmee het beleid constructief is herinnerd aan de kracht van gedeelde expertise en de noodzaak om definitief te breken met de vrijblijvendheid.
In het dichtbebouwde Vlaanderen hebben vooral diersoorten zoals amfibieën (bijv. kikkers en salamanders), de eikelmuis, wezels en trage insecten zwaar te lijden onder genetische verarming.
Zij durven open vlaktes of drukke wegen niet over te steken, waardoor hun populaties genetisch inkrimpen.
Dit wordt pijnlijk duidelijk uit recente cijfers, want eind vorige maand bleek nog dat het aantal graslandvlinders sinds 1990 met meer dan de helft is gedaald, terwijl ook de akkervogels het momenteel erbarmelijk doen, want zo telt Vlaanderen maar liefst 95 procent minder veldleeuweriken dan in 1960 en op slechts 20 jaar tijd halveerde het aantal patrijzen.
Dat is trouwens niet louter een Vlaams fenomeen, want de vorige Waalse regering besloot om die reden al om 4.000 kilometer heggen aan te leggen, een doelstelling die inmiddels ruimschoots werd bereikt.
Het is dan ook hoog tijd dat Vlaanderen meer oog krijgt voor het belang van een gezond landbouwlandschap met heggen en grasland, niet alleen voor dieren, maar evengoed voor de mens.
Denk hierbij maar aan de zware overstromingen in de Westhoek een paar jaar geleden, want daar is destijds veel historisch grasland opgebroken om aardappelen te telen, terwijl net dat historische grasland veel meer water vasthoudt, zodat het verdwijnen ervan direct leidt tot overstromingen en bodemerosie.
De concrete strijdpunten op de agenda van de vernieuwde vereniging blijven ondertussen onverminderd belangrijk en projecten zoals 'Bijtandje Houtkantje' tonen aan hoe cruciaal deze schijnbaar kleine landschapselementen zijn voor ons ecosysteem.
Houtkanten, hagen en bomenrijen vormen immers de vitale ecologische snelwegen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren in een sterk versnipperd Vlaanderen, waarbij de organisatie erop hamert dat het beschermen van deze houtkanten geen lokale liefdadigheid is, maar een wettelijke plicht om de biodiversiteit te stutten.
Tijdens fietstochten of wandelingen door het agrarisch gebied valt de versnippering direct op, aangezien de bestaande overgebleven houtkanten tegenwoordig veel open plekken en hiaten vertonen.
Met de gerichte actie 'Bijtandje Houtkantje' wil de vereniging in 2026 voluit inzetten op het enthousiasmeren van gemeenten, landbouworganisaties en de provincie om een extra tandje bij te steken voor het structureel herstellen en aanvullen van deze groene linten.
Om dit netwerk optimaal te herstellen, gebruikt men bij de aanplant bij voorkeur sterke, inheemse struiken en bomen zoals de gewone es, hazelaar, zwarte els, vogelkers, veldesdoorn en zomereik.
Deze soorten trekken tot tien keer meer lokale insecten en vogels aan dan uitheemse varianten, wat de genetische uitwisseling van de lokale fauna een enorme boost geeft.
Het grotere maatschappelijke doel achter deze inspanningen sluit direct aan bij het Vlaams Houtkantenplan, dat streeft naar de aanplant van circa 100 kilometer nieuwe houtkanten om de biodiversiteit te versterken en maar liefst 12.000 ton extra CO2 op te slaan.
Om deze realisaties op het terrein te ondersteunen, stelt de Vlaamse overheid via de vierde Houtkantenoproep van de VLM een budget van 640.000 euro beschikbaar.
Lokale besturen, provincies en intergemeentelijke samenwerkingen kunnen hierdoor tot 70% van de projectkosten gesubsidieerd krijgen, met een maximum van 50.000 euro per project, mits de plannen uiterlijk op 15 juni 2026 worden ingediend en specifiek gericht zijn op de aanleg, het herstel of het ecologisch beheer van deze groene linten.
Voor de praktische ondersteuning bij de effectieve aanplant en het langdurige beheer van deze kleine landschapselementen wordt tevens nauw samengewerkt met de Regionale Landschappen, die via subsidies en het ontwerpen van specifieke aanplantingsplannen zorgen dat inwoners en landbouwers hun steentje kunnen bijdragen.
Dat zo'n lokale samenwerking werkt, bewees onlangs de gemeente Malle samen met het Regionaal Landschap de Voorkempen, waar dankzij Europese LEADER-steun gratis plantpakketten werden aangeboden aan burgers en agrariërs.
Hoewel de initiële doelstelling was om minstens één kilometer nieuw inheems groen te realiseren, werd deze ambitie door het massale enthousiasme van de lokale grondgebruikers ruim overtroffen.
GroenRand wil met het project de houtkanten weer in hun oorspronkelijke staat herstellen zodat ze hun volle waarde als functioneel, lijnvormig landschapselement terugkrijgen.
Hetzelfde geldt voor de grotere structuren in de regio, waar de vereniging eist dat er nu eindelijk harde euro's en structurele budgetten gaan naar de realisatie van de robuuste klimaatgordel rond Antwerpen, waarin de Antitankgracht moet fungeren als de ecologische ruggengraat die beekvalleien en boskernen in de oostrand met elkaar verbindt.
Er zijn dus overduidelijk goede redenen om te verbieden dat waardevolle natuur vernietigd wordt en er staan dan ook straffen op, al kan herstelde natuur niet altijd zomaar ongedaan maken wat verloren is gegaan.
Voor sommige soorten vegetatie kan het tot honderden jaren duren voor de oorspronkelijke natuurwaarde opnieuw is bereikt, wat de reden is waarom er in sommige gevallen een extra financiële compensatie wordt gevraagd.
Deze beschermde vegetaties hebben bovendien een belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarde omdat ze mee het traditionele Vlaamse landschap bepalen, waardoor de vernietiging of aantasting ervan een onomkeerbaar verlies aan biodiversiteit en natuurlijke functies betekent, dat niet eenvoudig elders kan worden gecompenseerd.
Het blijft dus een kwestie van beter voorkomen dan genezen, al kan een daadkrachtig beleid wel degelijk een groot verschil maken.
Zo werd de hoeveelheid vaststellingen van historisch grasland dat illegaal vernietigd wordt, op zes jaar tijd met viervijfde teruggedrongen dankzij een nieuwe controlemethode met satellietbeelden.
In principe moeten alle beschermde bosjes, struiken, heggen of poelen die onvergund vernietigd worden, verplicht worden hersteld, en als dat niet gebeurt, kan de rechter een dwangsom opleggen.
Op die manier is al 85 procent van alle natuur die in 2025 illegaal vernietigd werd, intussen weer hersteld, maar het kan ook gebeuren dat schade niet hersteld hoeft te worden en dat er na de feiten alsnog een vergunning wordt afgeleverd.
Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de kap achteraf gezien wel vergund had kunnen worden, maar er vooraf geen vergunning was aangevraagd, wat dan wel gecompenseerd moet worden door elders daadwerkelijk nieuwe natuur bij te creëren of door er een financiële vergoeding voor te betalen.
Hoe vaak natuurvernietiging achteraf via zo'n regularisatie wordt rechtgezet, kan het agentschap niet precies zeggen, al is dit eerder de uitzondering dan de regel.
Volgens de bevoegde minister tonen de cijfers van de laatste jaren geen significante trend, temeer omdat de registratie in vroegere jaren ook minder accuraat gebeurde in vergelijking met de laatste jaren.
Toch benadrukt hij dat de bescherming van deze waardevolle plattelandsnatuur een absolute prioriteit is en dat elk dossier zeer nauw wordt opgevolgd, want wie schade berokkent aan onze natuur, moet die herstellen.
Onze natuur is immers een kostbaar gemeenschappelijk bezit dat we moeten beschermen voor de volgende generaties, waardoor de schade waar mogelijk effectief moet worden hersteld en waar nodig ook boetes of andere sancties volgen om duidelijk te maken dat natuurvernietiging in Vlaanderen niet zonder gevolgen blijft.
Volgens Mieke Schauvliege, die hiermee opnieuw de Pen van Glenn hanteert om haar politieke strijd kracht bij te zetten, volstaat dat huidige beleid echter lang niet, omdat de bescherming van waardevolle natuur die ons landschap vormgeeft in Vlaanderen nog altijd ondermaats is.
Op een moment dat we eigenlijk moeten werken aan het herstel van de natuur in Vlaanderen, is de absolute prioriteit om de natuur die er nu nog is, te beschermen.
Uit de evaluatie van de toestand van de natuur in Vlaanderen blijkt nu al dat vooral soorten van het agrarisch landschap achteruitgaan, waardoor we heel veel zorg moeten dragen voor deze elementen en ze moeten herstellen en versterken in plaats van ze te laten verdwijnen.
De transitie van GroenRand naar de politieke coulissen is dan ook een bittere noodzaak geworden omdat praten alleen niet meer volstaat, want er is behoefte aan gerichte handhaving, sluitende wetgeving en beleidsmakers die daadwerkelijk actie durven te ondernemen om de Vlaamse houtkanten onmiddellijk wettelijk onwrikbaar te beschermen.
Met de 'Pen van Glenn' in de hand van Mieke Schauvliege is de eerste toon gezet, want de vereniging mag dan wel stoppen met gidsen in het bos, maar als constructieve politieke stem achter de schermen zijn ze scherper en noodzakelijker dan ooit tevoren, waarmee het beleid constructief is herinnerd aan de kracht van gedeelde expertise en de noodzaak om definitief te breken met de vrijblijvendheid.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten