vrijdag 29 mei 2026

GroenRand kiest voor bemiddeling en dialoog in debat over slabakkend Vlaams natuur- en bosbeleid

GroenRand kiest voor bemiddeling en dialoog in debat over slabakkend Vlaams natuur- en bosbeleid


De Pen van Glenn' is een vaste politieke en filosofische rubriek van de Vlaamse natuurvereniging GroenRand, geschreven onder het pseudoniem 'Glenn Solastalgie'.
De rubriek is gelanceerd om de politiek rechtstreeks aan te spreken, burgers te inspireren en een groene stempel op de regio te drukken.
Inhoudelijk richt de pen van Glenn zich sterk op kritisch natuurbeleid en politieke controle.
De teksten controleren zwart-op-wit of politici hun beloftes nakomen en voeden volksvertegenwoordigers met concrete informatie voor parlementaire vragen in de commissie Leefmilieu.


Daarnaast pleit de rubriek voor concrete ecologische projecten.
Denk hierbij aan de realisatie van robuuste natuurverbindingen, het herstel van trage wegen en de bescherming van lokale diersoorten zoals de bever, boommarter en otter.
Naast deze praktische politiek en ecologie hebben de teksten een diepe filosofische laag.
De naam 'Solastalgie' is een direct eerbetoon aan de Australische filosoof Glenn Albrecht.
De columns beschrijven de psychische pijn, de ecoverlamming en het gemis dat mensen ervaren wanneer hun vertrouwde leefomgeving verandert door beton en asfalt.
Als positief tegenwicht schetst de pen van Glenn een hoopvolle toekomst in het 'Symbioceen', een tijdperk waarin mens en natuur weer in totale harmonie en synergie samenleven.

Tijdens de vergadering van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening op dinsdag 26 mei 2026 kwam het Vlaamse natuur- en bosbeleid uitgebreid aan bod.
De belofte om gronden op grote schaal en versneld te herbestemmen naar natuur- en bosgebied vormt een centraal, juridisch verankerd en maatschappelijk zwaar bediscussieerd onderdeel van het Vlaamse ruimtelijke- en klimaatbeleid.
Het hoofddoel van dit beleid is het ingrijpend vrijwaren van de resterende open ruimte, het structureel realiseren van de zogeheten betonstop (of bouwshift), het herstellen van de kwetsbare en versnipperde biodiversiteit, en het creëren van vitale klimaatbufferzones om Vlaanderen te beschermen tegen extreme weersomstandigheden zoals droogte en wateroverlast.
De kern van deze politieke belofte is geworteld in het principe dat ongebruikte 'harde' bestemmingen via formele procedures definitief worden omgezet in permanent beschermde 'groene' bestemmingen.
Hierbij gaat het onder meer over braakliggende industrie-, recreatie- of woonuitbreidingsgebieden die al sinds het gewestplanstijdperk van 1997 onbenut zijn gebleven.


Sinds de start van deze ambities kampt Vlaanderen met een historische achterstand van 25.700 hectare aan te beschermen open ruimte.
Om hier verandering in te brengen, sloot de Vlaamse Regering onder leiding van minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns in de Regering-Diependaele een historisch akkoord door de conceptnota voor het langverwachte Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goed te keuren.
In dit plan worden 46.000 hectare braakliggende gronden met een harde bestemming onder de loep genomen.
Waar 16.000 hectare daarvan behouden blijft voor effectieve bewoning, industrie of recreatie, worden de overige 30.000 hectare definitief herbestemd tot open ruimte.
Deze 30.000 hectare is strikt verdeeld: 15.000 hectare wordt herbestemd naar natuur- en bosgebied, en de andere 15.000 hectare wordt gevrijwaard als agrarisch gebied.


Binnen dit grotere herbestemmingskader is de specifieke belofte voor bosuitbreiding vastgelegd via de Bosalliantie.
Dit is een gerichte engagementnota van de Vlaamse overheid die de harde doelstelling formuleert om tegen 2030 in totaal 10.000 hectare netto extra bos op Vlaams grondgebied te realiseren.
Naast deze interne Vlaamse ambities staat het beleid onder sterke internationale druk door de definitieve goedkeuring van de Europese Natuurherstelverordening door de Raad van de Europese Unie.
Deze Europese wetgeving verplicht lidstaten om aangetaste ecosystemen grootschalig te herstellen, met specifieke tussendoelen voor 2030 en 2050 en de verplichting om 3 miljard bomen te planten.
Dit dwingt Vlaanderen om tegen september 2026 een concreet, operationeel en bindend nationaal natuurherstelplan in te dienen.
Om dit te ondersteunen introduceerde het Agentschap voor Natuur en Bos ook nieuwe kwantitatieve groennormen voor de leefomgeving, bekend als de 3+30+300-regel.


Deze regel houdt in dat elke woning zicht moet hebben op minstens 3 bomen, 30% klimaatgroen in de buurt moet hebben, en een toegankelijk groengebied moet vinden op maximaal 300 meter.
Met dit ingrijpende akkoord wordt het jaarlijkse tempo van natuurcreatie via bestemmingen ruimschoots verdrievoudigd: van het historische gemiddelde van 425 hectare naar maar liefst 1.500 hectare per jaar.
Deze engagementen sluiten nauw aan bij opeenvolgende Vlaamse regeerakkoorden, die bepalen dat de netto extra ruimte-inname tegen 2040 stapsgewijs tot nul moet dalen.
Het doel uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen klinkt eveneens ambitieus: 150.000 hectare natuur en 53.000 hectare bos, wat samen een noodzakelijke groene sprong van 48.000 hectare boven op de oude gewestplannen betekent.
Hoewel deze oefening al in 2007 volledig afgerond had moeten zijn, tonen de recent gepubliceerde cijfers van de ruimteboekhouding een pijnlijk en dramatisch beeld.
Voor natuur staat de teller op 51 procent van de doelstellingen, en voor bos op slechts 38 procent.
De nieuwste statistieken tonen aan dat de motor volledig stilvalt, aangezien er in 2025 amper 200 hectare natuur- en amper 600 hectare bosbestemming is gerealiseerd.
Juridische en financiële hefbomen

Om deze versnelde herbestemming juridisch en financieel op het terrein te realiseren, hanteert de overheid verschillende hefbomen.
Het belangrijkste instrument hiervoor zijn de Gewestelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (GRUPs), waarmee de overheid de bestemming van grote lappen grond in één klap officieel en bindend kan wijzigen.
Naast de planningsinstrumenten heeft de Vlaamse overheid ook het Bosuitbreidingsdecreet goedgekeurd.
Dit decreet versoepelt onder andere de afstandsregels bij bosaanleg in agrarisch gebied, stimuleert bosrandontwikkeling en laat het mechanisme van boscompensatie vlotter verlopen.

Voor steden en gemeenten is er tegelijkertijd een krachtige financiële stimulans in het leven geroepen.
Het gaat hierbij om een Vlaamse aankoopsubsidie die tot 90% van de aankoopprijs dekt wanneer lokale besturen gronden verwerven met het oog op bebossing.
Omdat het Vlaamse landoppervlak voor het overgrote deel in private handen is, leunt het beleid tevens sterk op vrijwillige initiatieven en partnerschappen.
Private grondeigenaars worden daarom gestimuleerd om hun percelen ter beschikking te stellen voor natuurdoelen.
In ruil daarvoor kunnen zij rekenen op aanzienlijke fiscale voordelen, soepelere bestemmingswijzigingen of meerjarige beheerssubsidies.
Harde maatschappelijke, administratieve en financiële grenzen

Ondanks het feit dat de trend sinds 2020 is gekeerd en er via bestemmingswijzigingen netto meer open ruimte bijkomt dan er verdwijnt, botst de uitvoering van de belofte in de praktijk op stevige barrières.
Ten eerste kent de effectieve, fysieke aanplant van bossen de laatste tijd een forse terugval.
Natuurverenigingen en de politieke oppositie wijzen erop dat bestemmen nog niet hetzelfde is als beplanten.
Zij merken op dat amper een fractie van de miljoenennota's voor lokale bebossing effectief wordt opgesoupeerd door de verstikkende en complexe administratieve procedures waar lokale besturen doorheen moeten.

Ten tweede heerst er een diepgaand, structureel conflict tussen de landbouwsector en de natuursector.
Landbouworganisaties zoals de Boerenbond protesteren fel wanneer het proces van herbestemming vruchtbare landbouwgrond omzet in bos- of natuurgebied.
Dit herbestemmingsproces verloopt historisch gezien vaak via de AGNAS-verschuivingen (afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur).
Deze praktijk zet de rechtszekerheid, de operationele ruimte en de broodnodige uitbreidingsmogelijkheden van actieve, professionele landbouwbedrijven zwaar onder druk.
Hierdoor wordt er vanuit de landbouwwereld hard gepleit voor het absoluut behouden en zone-eigen gebruiken van het Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG).


Ten derde vormt de wettelijk verplichte planningscompensatie, ook wel planschade genoemd, een gigantische financiële drempel.
Wanneer de overheid de bestemming van een bouw- of industriegrond wijzigt naar natuur- of bosgebied, verliest dat perceel onmiddellijk het leeuwendeel van zijn economische marktwaarde.
De overheid is wettelijk verplicht om de gedupeerde private eigenaar voor dit waardeverlies financieel schadeloos te stellen.
Deze planschadeclaims maken grootschalige, versnelde herbestemmingen tot een astronomisch dure aangelegenheid voor de Vlaamse belastingbetaler.
Vlaanderen bevindt zich hiermee in een uiterst cruciale en spannende overgangsfase waarin strategische plannen en dwingende deadlines aanwezig zijn, maar de realisatie ter plekke vertraagt.
Gevolgen voor de Voorkempen en Greenconnect

De impact van deze politieke en maatschappelijke patstelling is nergens zo tastbaar als in de Voorkempen, het kerngebied waar GroenRand constructief strijdt voor ecologisch herstel.
De vereniging viert haar tienjarig jubileum met het ambitieuze project Greenconnect, dat specifiek gericht is op het verbinden van versnipperde natuurgebieden in de regio.
Via dit Greenconnect-initiatief wil GroenRand groene corridors, beekvalleien zoals het Groot Schijn, en vitale houtkanten aan elkaar smeden.
De bedoeling is om zo de biodiversiteit te bevorderen en een robuuste klimaatgordel te realiseren rond de Antitankgracht, de ecologische ruggengraat van de regio.
Het uitblijven van de beloofde 1.500 hectare aan formele herbestemmingen hangt echter als een donkere wolk boven dit projectgebied.
Zolang cruciale verbindingszones hun agrarische of industriële stempel behouden, blijft de natuur in de Voorkempen gefragmenteerd en kwetsbaar.


Intussen kunnen natuurorganisaties en -administraties door de huidige regels en de tergende traagheid van bestemmingen geen landbouwgrond meer aankopen.
Deze actuele aankoopstop zorgt ervoor dat strategische bosuitbreidingen rond bestaande natuurkernen planologisch worden geblokkeerd, wat natuurherstel in Vlaanderen in de praktijk onmogelijk maakt.
Zelfs wanneer een lokale landbouwer geen enkele interesse heeft in een specifiek perceel, verhinderen de strikte regels dat natuurverenigingen de grond verwerven.
Tot overmaat van ramp valt de Voorkempen ook nog eens buiten de boot bij de prioritaire AGNAS-versnelling.
Minister Brouns kondigde weliswaar zes nieuwe versnellingstrajecten aan om extra natuurgebieden te bestemmen, maar de Voorkempen werd niet geselecteerd.
De broodnodige groenblauwe netwerken en de felbegeerde klimaatgordel blijven hierdoor gevangen in een web van tergend trage, reguliere procedures.

Het verweer en de initiatieven van minister Brouns
Bevoegd minister Jo Brouns werpt de zware beschuldiging dat hij de sector bewust tegenwerkt, de aankoop van landbouwgrond stopzet en initiatieven lamlegt, resoluut van zich af.
Hij benadrukt dat hij zich terdege bewust is van de enorme opgave en onderschrijft het belang van de taakstelling om het beoogde landgebruik planologisch te verankeren via het BRV.
In de bouwshift zag hij bovendien een kans om de ambitie te verhogen, zowel wat het areaal als wat het tempo betreft.
De voorstellen uit de conceptnota worden momenteel verder uitgewerkt in het voorontwerp van het BRV, maar de minister wacht niet op de afronding om al werk te maken van de operationalisering ervan.
In navolging van de aangekondigde versnelling zijn in het najaar van 2025 voorstellen voor nieuwe AGNAS-projecten opgevraagd en voorbereid.


Op basis daarvan zijn begin 2026 zes nieuwe projecten geselecteerd om op te starten: Midden-Brabant, Voeren, Adinkerke, Duras-Nieuwenhoven, Boven-Brakel en Boshoek-Lachenen.
Een eerste, voorzichtige prognose van deze zes processen biedt ruimte voor de beoogde 1.500 hectare herbestemming naar natuur en bos.
Parallel werkt de minister aan het afronden van eerder opgestarte gewestelijke ruimtelijke plannen binnen AGNAS, die vaak een zeer lange doorlooptijd kenden, met het oog op voorlegging aan de Vlaamse Regering.
Daarnaast maakt hij verder werk van de aanduiding van watergevoelige openruimtegebieden (WORG’s), waar ook kansen liggen voor natuur en buurtgroen.
Tot slot houdt de minister het planningsinstrumentarium tegen het licht om te onderzoeken of het WORG-instrument kan worden toegepast op andere types van terreinkenmerken.
Visie op het aankoopbeleid en het voorkooprecht

Aan het voorkooprecht wordt op dit eigenste moment naarstig doorgewerkt, samen met natuur- en landbouworganisaties, om te realiseren dat landbouwgrond in de eerste orde aan landbouwers wordt aangeboden.
Als natuurorganisaties de vraag stellen om gronden aan te kopen met subsidies, kan via dit tweesporenbeleid tegelijkertijd in de effectieve natuurgebieden een versnelling worden voorzien voor de natuur.
Landbouwgrond maximaal vrijwaren voor landbouw lijkt de minister gezond verstand, alvorens je die met Vlaams belastinggeld gaat aankopen voor andere doelen.
De minister voelt bij de verschillende actoren in de open ruimte dan ook draagvlak en begrip voor deze benadering om bestemming en realiteit zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen.
Wat de zonevreemde natuur betreft, stelt men vandaag vast dat er om en bij de 30.000 hectare natuur in een agrarische (gele) zone ligt en omgekeerd.


Dit kan planologisch worden opgevangen omdat in het BRV is afgesproken dat 30.000 hectare aan harde, waterzieke of slecht gelegen bestemmingen niet wordt ontwikkeld en wordt teruggegeven aan natuur en landbouw.
Gerichte planologische ruil en meer focus in de realisatie moeten ervoor zorgen dat alle inspanningen maximaal tot resultaat leiden.
GroenRand kiest voor de dialoog

GroenRand reageert constructief en stelt zich nadrukkelijk bemiddelend op in dit geladen maatschappelijke debat.
De vereniging wijst erop dat in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is afgesproken dat er 750.000 hectare bestemd moet worden voor landbouw, terwijl we op dit moment al aan 782.000 hectare landbouwgrond zitten.
Er moet dus historisch gezien juist landbouwgrond worden omgezet in andere bestemmingen om de biodiversiteit te redden.
De vereniging stelt vast dat de belofte om jaarlijks 1.500 hectare voor natuur te herbestemmen nog niet wordt waargemaakt, terwijl het aankoopbeleid de sector intussen lamlegt.


Het zou volgens de bemiddelende visie van de organisatie logisch zijn als de minister eerst met een sluitend plan komt, vooraleer hij administraties en verenigingen belemmert in hun werking.
Een open dialoog over het aankoopbeleid en het voorkooprecht kan ertoe bijdragen dat het Agentschap voor Natuur en Bos en natuurverenigingen vlot gebieden kunnen kopen in groene bestemmingen of vennengebieden.
Omgekeerd moeten landbouwers met voorkooprecht gronden kunnen kopen in agrarische bestemmingen om de rechtszekerheid van beide sectoren te garanderen.
GroenRand vraagt de minister daarom vriendelijk om klare wijn te schenken over de planning, de sector geen stokken in de wielen te steken en samen te werken aan een evenwichtige realisatie van de bos- en natuurdoelstellinge
n.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten