GroenRand slaat alarm over Antwerpse otter: hoe procedurele afstemming en slibaanpak de ecologische hoofdader bepalen
Dit dossier krijgt een extra wrange bijklank nu de Week van de Biodiversiteit — het jaarlijkse moment waarop de overheid het belang van natuurverbindingen in de verf zet — voor de deur staat.
De Antitankgracht (ATG) is ontworpen als de ecologische hoofdader voor de Klimaatgordel binnen het complexe project De Nieuwe Rand (DNR).
Waar dit historische verdedigingswerk vroeger een barrière vormde, zoekt het beleid vandaag naar manieren om hier een verbindende structuur van te maken.
Sinds september 2022 bevindt de besluitvorming rond deze strategische as zich echter in een complexe procedurele fase.
De Vlaamse overheid heeft met het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) Otter — formeel vastgesteld op 21 december 2022 — een bindende resultaatverbintenis en dus een engagement op lange termijn uitgesproken om de regio Antwerpse Noorderkempen verder te ontwikkelen tot een geschikt en veilig leefgebied voor deze zeldzame marterachtige.
Lokale partners hopen dat de geplande, essentiële investeringen in de Antwerpse regio spoedig kunnen volgen.
Het rapport 'Natuurverbindingen omgeving Antitankgracht en Turnhoutsebaan Oost' (18 oktober 2024), opgesteld in opdracht van het eigen Departement Omgeving van de minister, bestempelt de kruising ter hoogte van de Schanslaan expliciet als een acute en cruciale barrière binnen de Klimaatgordel.
Dit specifieke onderzoek naar de Turnhoutsebaan Oost in Schilde legt bloot hoe deze drukke gewestweg en de omliggende residentiële bebouwing als een harde barrière de cruciale bossen en natuurgebieden aan weerszijden van de Antitankgracht van elkaar snijden.
Omdat de Turnhoutsebaan Oost een van de meest kritieke migratieknelpunten vormt waar de gracht de weg kruist, is faunapasseerbaarheid hier essentieel om de ontbrekende ecologische schakels in de regio te herstellen.
Toch dreigt de noodzakelijke ontsnippering op deze locatie vertraging op te lopen door een geografische misrekening in het beleid.
Minister Brouns wil de ecologische ontsnippering van de Antitankgracht en de Turnhoutsebaan Oost namelijk koppelen aan lopende wegenwerken, maar hij vergist zich hierbij fundamenteel van plaats.
Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) onderzoekt momenteel weliswaar de herinrichting en de grootschalige rioleringsaanpak door Pidpa op de Turnhoutsebaan (N12), maar deze specifieke projectzone beperkt zich strikt tot de dorpskern van Schilde-Centrum en de wijk Bergen, concreet tussen de Vloeyenbergdreef/Van de Wervelaan en de Wisselstraat.
De werkelijke, kritieke ecologische kruising van de Turnhoutsebaan met de Antitankgracht bevindt zich echter kilometers oostelijker.
Dit reële knelpunt ligt ter hoogte van de Schanslaan — net achter de lokale Aldi-vestiging — van waaruit de geplande herinrichtingsstudie van AWV geografisch gezien volledig buiten spel staat.
Om dit knelpunt bij de Schans van Schilde tijdig op te lossen, oppert GroenRand om te kijken naar specifieke budgetten en deze locatie los te koppelen van de langdurige en grootschalige DNR-procedures om het autonoom te ontsnipperen.
In afwachting van een definitieve infrastructurele oplossing binnen het grotere project, stelt de vereniging voor om te kijken naar tijdelijke, alternatieve beschermingsmaatregelen.
Het plaatsen van wildreflectoren of tijdelijke geleidingsrasters ter hoogte van de Schanslaan zou in de tussenliggende jaren al een waardevolle rol kunnen spelen om verkeerssterfte onder de otter te voorkomen.
Een vastgesteld soortenbeschermingsprogramma (SBP) is juridisch bindend beslist beleid en absoluut niet vrijblijvend.
Het gaat hierbij niet om een vrijblijvende intentieverklaring, maar om een officieel overheidsdocument met een vaste looptijd van maximaal vijf jaar.
Na een grondige evaluatie kan de minister het programma verlengen, aanpassen of stopzetten, waarbij de minister het SBP ook tussentijds kan opschorten of wijzigen als de afgesproken acties ontoereikend blijken of wanneer actoren zich niet aan de voorwaarden houden.
De bindende kracht van het programma rust primair op de Vlaamse overheid en haar agencies, die de vastgestelde maatregelen effectief moeten opstarten en financieren.
In Schilde leidt dit beleid tot een opmerkelijke budgettaire paradox tussen de aankoop en de openlegging van de waterloop.
© Alain van Veldhoven
Binnen de goedgekeurde Lokale Gebiedsdeal Droogte 2.0 zijn de nodige subsidies toegekend voor de eerste strategische fase van het project: de aankoop, ontharding en herinrichting van de percelen aan de Loze Visser en het Schildestrand.
Dit betekent concreet dat de middelen om de parkeerplaats aan de Antitankgracht te verwerven gegarandeerd zijn, met als uiteindelijke ambitie om op deze historisch gedempte stukken de gracht weer fysiek open te leggen en te herstellen.
Dit wordt door alle betrokken overheden en partners verwelkomd als een cruciale eerste stap.
Hier stuit de heropening echter op een administratieve grens.
Het feitelijke, opvolgende graafwerk — het fysiek uitgraven en weer openleggen van de waterloop aan het kruispunt Moerhoflaan-Noorderlaan — maakte deel uit van een afzonderlijk ingend dossier onder de koepel 'De Antwerpse Rand Verbindt'.
Hoewel de Vlaamse beoordelingscommissie dit strategische project inhoudelijk gunstig beoordeelde, werd het uiteindelijk niet weerhouden voor effectieve subsidiëring omdat het totale Vlaamse subsidiebudget overtekend was.
Het project is dus niet gestrand op 'opgeraakt geld' binnen de lopende Gebiedsdeal, maar op een strikte selectiegrens op Vlaams niveau, waardoor er voor de feitelijke graafwerken momenteel nul euro is gereserveerd.
Gevraagd naar de mogelijkheid om, gelet op de hydrologische urgentie en het soortenbeschermingsprogramma otter, een specifiek deel van de onlangs aangekondigde 51 miljoen euro voor waterweerbaarheid toe te wijzen aan deze heropening, verduidelijkte minister Brouns dat dit deelaspect destijds niet werd geselecteerd en de vraag "bijgevolg vandaag niet aan de orde is".
Vanuit hydrologisch en ecologisch standpunt blijft de as van deze klimaatgordel onderbroken zolang de waterloop zelf gedempt blijft.
Er wordt dan ook constructief geopperd om in een volgende beleidsfase alsnog te voorzien in de financiering van het feitelijke graafwerk, zodat de reeds aangekochte en ontharde percelen hun ecologische functie ten volle kunnen vervullen.
Naast infrastructurele uitdagingen vraagt ook de kwaliteitsverbetering onder water en de specifieke slibproblematiek om blijvende aandacht.
Recent toxicologisch onderzoek schetst een alarmerend beeld in de Antitankgracht: de prooivissen in de gracht, waaronder de voor de otter zo cruciale paling, blijken verzadigd te zijn met chemische en toxische stoffen zoals polychloorbifenylen (PCB's), per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS), zware metalen zoals lood en kwik, en persistente resten van historische organochloorpesticiden.
Omdat de otter als toppredator aan het einde van deze aquatische voedselketen staat, krijgt het dier via bioaccumulatie uit deze vissen extreem hoge concentraties van deze opgestapelde gifstoffen binnen.
Dit gif ondermijnt de gezondheid, tast de inwendige organen aan en saboteert de reproductie en vruchtbaarheid van de populatie rechtstreeks.
Zonder grootschalige slibruiming blijft deze giftige bron ononderbroken aanwezig en dreigt de gracht bovendien op plekken te verlanden en uiteen te vallen in geïsoleerde segmenten, waardoor de migratie van de otter fysiek wordt gehinderd.
Toen minister Brouns werd gevraagd of er in de huidige begroting van de entiteiten of binnen de middelen van de Blue Deal specifiek budget is vrijgemaakt voor de sanering van dit toxische slib over de gehele lengte van de gracht, en welke concrete planning er bestaat om de gracht als één ononderbroken as te herstellen conform de SBP-doelstellingen, verwees hij naar een zone-indeling.
De Antitankgracht werd onderverdeeld in zones met een prioriteitstelling, waarbij de meest prioritaire zones voor verdere sanering zich bevinden op het grondgebied van de gemeenten Ranst, Brasschaat (de Inslag) en Stabroek (ten westen van de A12, Opstalvallei).
Natuurvereniging GroenRand brengt in dit dossier een belangrijk financieel en logistiek aspect onder de aandacht.
Sinds de strengere normering en monitoring rond de PFAS-problematiek, zijn de operationele procedures voor regulier slibbeheer drastisch veranderd.
De stijgende kosten voor de gespecialiseerde verwerking en het storten van PFAS-houdend slib wegen loodzwaar op de reguliere werkbudgetten voor het onderhoud van waterlopen.
Interne informatie bevestigt dat de systematische ecologische slibsanering door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) aan de Antitankgracht hierdoor in de praktijk volledig is stilgevallen.
De vereniging pleit er daarom voor om samen op zoek te gaan naar extra, specifieke middelen voor de VMM, zodat deze systematische sanering op korte termijn kan worden hervat om de bioaccumulatie naar de otter effectief te doorbreken en verlande of zwaar vervuilde secties weg te werken.
Het Plan Cornelis is het overkoepelende soortenbeschermingsplan voor de volledige Antitankgracht-zone.
Bioloog Michiel Cornelis schreef en structureerde dit plan in 2020 vanuit zijn engagement bij Natuurpunt Brasschaat om de ecologische migratieknelpunten langs de gehele waterloop minutieus in kaart te brengen.
Het plan richt zich expliciet op de otter als ultieme doelsoort, omdat dit roofdier een uitstekende graadmeter is voor een gezond, verbonden en kwalitatief watersysteem.
De Antitankgracht fungeert hierbij als een cruciale ecologische verbindingsas die grote, waardevolle natuurgebieden tussen de Kalmthoutse Heide en het Scheldebekken weer fysiek met elkaar moet verbinden.
Op specifieke locaties waar drukke verkeersassen of intensieve bebouwing de gracht onderbreken, stelt het plan concrete infrastructurele ingrepen voor zoals faunapassages en veilige looprichels.
De term breed gedragen lokale oplossing verwijst naar het feit dat het plan partnerschappen smeedt tussen diverse gemeentebesturen, private grondeigenaars, landbouwers en jagers.
Door dit gezamenlijke maatschappelijke draagvlak krijgt de kwetsbare natuur de kans om over alle gemeentegrenzen heen uit te groeien tot een robuuste, aaneengesloten klimaatgordel rond Antwerpen.
Bij het creëren van rustzones en het systematisch verbeteren van de oevervegetatie verandert de gracht in een veilige migratiesnelweg.
Omdat de otter fungeert als een paraplusoort, fungeren deze maatregelen bovendien als een directe kwaliteitsimpuls voor het volledige lokale ecosysteem, waar ook vissen en amfibieën onmiddellijk van profiteren.
Dit initiatief zet de Antitankgracht doelgericht in als een cruciale ecologische corridor die grote Natura 2000-natuurkernen zoals het Groot en Klein Schietveld en de omliggende beekvalleien naadloos met elkaar verbindt.
Ter hoogte van de Essensteenweg dreigt momenteel echter een onomkeerbare situatie.
De weinige resterende onbebouwde percelen tussen het Groot en Klein Schietveld worden momenteel als bouwgrond privaat te koop aangeboden.
De Antitankgracht (ATG) is ontworpen als de ecologische hoofdader voor de Klimaatgordel binnen het complexe project De Nieuwe Rand (DNR).
Waar dit historische verdedigingswerk vroeger een barrière vormde, zoekt het beleid vandaag naar manieren om hier een verbindende structuur van te maken.
Sinds september 2022 bevindt de besluitvorming rond deze strategische as zich echter in een complexe procedurele fase.
De Vlaamse overheid heeft met het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) Otter — formeel vastgesteld op 21 december 2022 — een bindende resultaatverbintenis en dus een engagement op lange termijn uitgesproken om de regio Antwerpse Noorderkempen verder te ontwikkelen tot een geschikt en veilig leefgebied voor deze zeldzame marterachtige.
Lokale partners hopen dat de geplande, essentiële investeringen in de Antwerpse regio spoedig kunnen volgen.
Het rapport 'Natuurverbindingen omgeving Antitankgracht en Turnhoutsebaan Oost' (18 oktober 2024), opgesteld in opdracht van het eigen Departement Omgeving van de minister, bestempelt de kruising ter hoogte van de Schanslaan expliciet als een acute en cruciale barrière binnen de Klimaatgordel.
Dit specifieke onderzoek naar de Turnhoutsebaan Oost in Schilde legt bloot hoe deze drukke gewestweg en de omliggende residentiële bebouwing als een harde barrière de cruciale bossen en natuurgebieden aan weerszijden van de Antitankgracht van elkaar snijden.
Omdat de Turnhoutsebaan Oost een van de meest kritieke migratieknelpunten vormt waar de gracht de weg kruist, is faunapasseerbaarheid hier essentieel om de ontbrekende ecologische schakels in de regio te herstellen.
Toch dreigt de noodzakelijke ontsnippering op deze locatie vertraging op te lopen door een geografische misrekening in het beleid.
Minister Brouns wil de ecologische ontsnippering van de Antitankgracht en de Turnhoutsebaan Oost namelijk koppelen aan lopende wegenwerken, maar hij vergist zich hierbij fundamenteel van plaats.
Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) onderzoekt momenteel weliswaar de herinrichting en de grootschalige rioleringsaanpak door Pidpa op de Turnhoutsebaan (N12), maar deze specifieke projectzone beperkt zich strikt tot de dorpskern van Schilde-Centrum en de wijk Bergen, concreet tussen de Vloeyenbergdreef/Van de Wervelaan en de Wisselstraat.
De werkelijke, kritieke ecologische kruising van de Turnhoutsebaan met de Antitankgracht bevindt zich echter kilometers oostelijker.
Dit reële knelpunt ligt ter hoogte van de Schanslaan — net achter de lokale Aldi-vestiging — van waaruit de geplande herinrichtingsstudie van AWV geografisch gezien volledig buiten spel staat.
Om dit knelpunt bij de Schans van Schilde tijdig op te lossen, oppert GroenRand om te kijken naar specifieke budgetten en deze locatie los te koppelen van de langdurige en grootschalige DNR-procedures om het autonoom te ontsnipperen.
In afwachting van een definitieve infrastructurele oplossing binnen het grotere project, stelt de vereniging voor om te kijken naar tijdelijke, alternatieve beschermingsmaatregelen.
Het plaatsen van wildreflectoren of tijdelijke geleidingsrasters ter hoogte van de Schanslaan zou in de tussenliggende jaren al een waardevolle rol kunnen spelen om verkeerssterfte onder de otter te voorkomen.
Een vastgesteld soortenbeschermingsprogramma (SBP) is juridisch bindend beslist beleid en absoluut niet vrijblijvend.
Het gaat hierbij niet om een vrijblijvende intentieverklaring, maar om een officieel overheidsdocument met een vaste looptijd van maximaal vijf jaar.
Na een grondige evaluatie kan de minister het programma verlengen, aanpassen of stopzetten, waarbij de minister het SBP ook tussentijds kan opschorten of wijzigen als de afgesproken acties ontoereikend blijken of wanneer actoren zich niet aan de voorwaarden houden.
De bindende kracht van het programma rust primair op de Vlaamse overheid en haar agencies, die de vastgestelde maatregelen effectief moeten opstarten en financieren.
In Schilde leidt dit beleid tot een opmerkelijke budgettaire paradox tussen de aankoop en de openlegging van de waterloop.
© Alain van Veldhoven
Binnen de goedgekeurde Lokale Gebiedsdeal Droogte 2.0 zijn de nodige subsidies toegekend voor de eerste strategische fase van het project: de aankoop, ontharding en herinrichting van de percelen aan de Loze Visser en het Schildestrand.
Dit betekent concreet dat de middelen om de parkeerplaats aan de Antitankgracht te verwerven gegarandeerd zijn, met als uiteindelijke ambitie om op deze historisch gedempte stukken de gracht weer fysiek open te leggen en te herstellen.
Dit wordt door alle betrokken overheden en partners verwelkomd als een cruciale eerste stap.
Hier stuit de heropening echter op een administratieve grens.
Het feitelijke, opvolgende graafwerk — het fysiek uitgraven en weer openleggen van de waterloop aan het kruispunt Moerhoflaan-Noorderlaan — maakte deel uit van een afzonderlijk ingend dossier onder de koepel 'De Antwerpse Rand Verbindt'.
Hoewel de Vlaamse beoordelingscommissie dit strategische project inhoudelijk gunstig beoordeelde, werd het uiteindelijk niet weerhouden voor effectieve subsidiëring omdat het totale Vlaamse subsidiebudget overtekend was.
Het project is dus niet gestrand op 'opgeraakt geld' binnen de lopende Gebiedsdeal, maar op een strikte selectiegrens op Vlaams niveau, waardoor er voor de feitelijke graafwerken momenteel nul euro is gereserveerd.
Gevraagd naar de mogelijkheid om, gelet op de hydrologische urgentie en het soortenbeschermingsprogramma otter, een specifiek deel van de onlangs aangekondigde 51 miljoen euro voor waterweerbaarheid toe te wijzen aan deze heropening, verduidelijkte minister Brouns dat dit deelaspect destijds niet werd geselecteerd en de vraag "bijgevolg vandaag niet aan de orde is".
Vanuit hydrologisch en ecologisch standpunt blijft de as van deze klimaatgordel onderbroken zolang de waterloop zelf gedempt blijft.
Er wordt dan ook constructief geopperd om in een volgende beleidsfase alsnog te voorzien in de financiering van het feitelijke graafwerk, zodat de reeds aangekochte en ontharde percelen hun ecologische functie ten volle kunnen vervullen.
Naast infrastructurele uitdagingen vraagt ook de kwaliteitsverbetering onder water en de specifieke slibproblematiek om blijvende aandacht.
Recent toxicologisch onderzoek schetst een alarmerend beeld in de Antitankgracht: de prooivissen in de gracht, waaronder de voor de otter zo cruciale paling, blijken verzadigd te zijn met chemische en toxische stoffen zoals polychloorbifenylen (PCB's), per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS), zware metalen zoals lood en kwik, en persistente resten van historische organochloorpesticiden.
Omdat de otter als toppredator aan het einde van deze aquatische voedselketen staat, krijgt het dier via bioaccumulatie uit deze vissen extreem hoge concentraties van deze opgestapelde gifstoffen binnen.
Dit gif ondermijnt de gezondheid, tast de inwendige organen aan en saboteert de reproductie en vruchtbaarheid van de populatie rechtstreeks.
Zonder grootschalige slibruiming blijft deze giftige bron ononderbroken aanwezig en dreigt de gracht bovendien op plekken te verlanden en uiteen te vallen in geïsoleerde segmenten, waardoor de migratie van de otter fysiek wordt gehinderd.
Toen minister Brouns werd gevraagd of er in de huidige begroting van de entiteiten of binnen de middelen van de Blue Deal specifiek budget is vrijgemaakt voor de sanering van dit toxische slib over de gehele lengte van de gracht, en welke concrete planning er bestaat om de gracht als één ononderbroken as te herstellen conform de SBP-doelstellingen, verwees hij naar een zone-indeling.
De Antitankgracht werd onderverdeeld in zones met een prioriteitstelling, waarbij de meest prioritaire zones voor verdere sanering zich bevinden op het grondgebied van de gemeenten Ranst, Brasschaat (de Inslag) en Stabroek (ten westen van de A12, Opstalvallei).
Natuurvereniging GroenRand brengt in dit dossier een belangrijk financieel en logistiek aspect onder de aandacht.
Sinds de strengere normering en monitoring rond de PFAS-problematiek, zijn de operationele procedures voor regulier slibbeheer drastisch veranderd.
De stijgende kosten voor de gespecialiseerde verwerking en het storten van PFAS-houdend slib wegen loodzwaar op de reguliere werkbudgetten voor het onderhoud van waterlopen.
Interne informatie bevestigt dat de systematische ecologische slibsanering door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) aan de Antitankgracht hierdoor in de praktijk volledig is stilgevallen.
De vereniging pleit er daarom voor om samen op zoek te gaan naar extra, specifieke middelen voor de VMM, zodat deze systematische sanering op korte termijn kan worden hervat om de bioaccumulatie naar de otter effectief te doorbreken en verlande of zwaar vervuilde secties weg te werken.
Het Plan Cornelis is het overkoepelende soortenbeschermingsplan voor de volledige Antitankgracht-zone.
Bioloog Michiel Cornelis schreef en structureerde dit plan in 2020 vanuit zijn engagement bij Natuurpunt Brasschaat om de ecologische migratieknelpunten langs de gehele waterloop minutieus in kaart te brengen.
Het plan richt zich expliciet op de otter als ultieme doelsoort, omdat dit roofdier een uitstekende graadmeter is voor een gezond, verbonden en kwalitatief watersysteem.
De Antitankgracht fungeert hierbij als een cruciale ecologische verbindingsas die grote, waardevolle natuurgebieden tussen de Kalmthoutse Heide en het Scheldebekken weer fysiek met elkaar moet verbinden.
Op specifieke locaties waar drukke verkeersassen of intensieve bebouwing de gracht onderbreken, stelt het plan concrete infrastructurele ingrepen voor zoals faunapassages en veilige looprichels.
De term breed gedragen lokale oplossing verwijst naar het feit dat het plan partnerschappen smeedt tussen diverse gemeentebesturen, private grondeigenaars, landbouwers en jagers.
Door dit gezamenlijke maatschappelijke draagvlak krijgt de kwetsbare natuur de kans om over alle gemeentegrenzen heen uit te groeien tot een robuuste, aaneengesloten klimaatgordel rond Antwerpen.
Bij het creëren van rustzones en het systematisch verbeteren van de oevervegetatie verandert de gracht in een veilige migratiesnelweg.
Omdat de otter fungeert als een paraplusoort, fungeren deze maatregelen bovendien als een directe kwaliteitsimpuls voor het volledige lokale ecosysteem, waar ook vissen en amfibieën onmiddellijk van profiteren.
Dit initiatief zet de Antitankgracht doelgericht in als een cruciale ecologische corridor die grote Natura 2000-natuurkernen zoals het Groot en Klein Schietveld en de omliggende beekvalleien naadloos met elkaar verbindt.
Ter hoogte van de Essensteenweg dreigt momenteel echter een onomkeerbare situatie.
De weinige resterende onbebouwde percelen tussen het Groot en Klein Schietveld worden momenteel als bouwgrond privaat te koop aangeboden.
Wanneer die percelen effectief verkocht en bebouwd worden, wordt de landschappelijke connectie tussen deze gebieden definitief onmogelijk gemaakt, wat de realisatie van de Klimaatgordel en het Plan Cornelis binnen DNR de facto hypothekeert.
Het ontwerpend onderzoek (juli 2023, Hesselteer - Omgeving) bevestigt dat de locaties voor kunstwerken en aanloophellingen tussen het Groot en Klein Schietveld zeer beperkt zijn.
Gevraagd of hij bereid is om via het Gebiedsfonds onmiddellijk over te gaan tot strategische verwerving van deze specifieke percelen aan de Essensteenweg vóór zij onherroepelijk bebouwd worden, antwoordde minister Brouns dat de ecologische verbinding inderdaad prioritair is en dat het Departement Omgeving en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) de mogelijkheden voor verwerving onderzoeken.
De minister nuanceerde de situatie door te stellen dat het ontwerpend onderzoek van het Departement Omgeving niet één “ideale” verbinding aanduidt, maar meerdere ecologische tracés openlaat.
Daarom onderschreef hij het belang om eerst duidelijkheid te brengen en de middelen gericht in te zetten op het traject dat na afweging van ecologische waarde en haalbaarheid de voorkeur geniet, zodat niet langer alle mogelijke trajecten gehypothekeerd blijven en er een gericht grondbeleid gevoerd kan worden.
GroenRand merkt in dit kader op dat het ontwerpend onderzoek 'Hesselteer - Omgeving' op pagina 49 wel degelijk een expliciete, eenduidige voorkeur uitspreekt voor het tracé tussen de punten 2 en 3 als de meest efficiënte hoofdroute.
Dit spreekt de ministeriële stelling dat er geen "ideale" verbinding is rechtstreeks tegen.
De vereniging nodigt de beleidsmakers uit om te bekijken op welke manier deze concrete keuze van de onderzoekers nu al als bindende leidraad kan worden meegenomen in het huidige grondbeleid.
Op die manier kan in constructief overleg worden vermeden dat er in afwachting van de formele tracékeuze onomkeerbare feiten, zoals residentiële bebouwing, worden gecreëerd op deze specifieke, schaarse locaties.
Tijdens de recente Otterconferentie van 13 en 14 maart 2026 werd constructief en met groeiende bezorgdheid stilgestaan bij de precaire situatie van de Vlaamse otter.
De timing vraagt om een goede afstemming: de huidige actieperiode van het SBP Otter loopt eind 2027 af en de Interreg-financiering stopt op 31 maart 2027.
Om de continuïteit van de ontsnipperingsmaatregelen te garanderen, wordt dringend gekeken naar een stabiel vervolg.
Ook het wegvallen van het VAPEO-budget (Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering) tot maar liefst 2031 vormt een risico, aangezien hiermee de noodzakelijke financiële basis voor het aanpakken van dodelijke verkeersknelpunten onder druk komt te staan.
GroenRand benadrukt dat echte politieke daadkracht voor onze inheemse soorten noodzakelijk is, zodat de Week van de Biodiversiteit geen holle slogan blijft maar een reële doorstart betekent voor de overleving van de Antwerpse otter.
Het ontwerpend onderzoek (juli 2023, Hesselteer - Omgeving) bevestigt dat de locaties voor kunstwerken en aanloophellingen tussen het Groot en Klein Schietveld zeer beperkt zijn.
Gevraagd of hij bereid is om via het Gebiedsfonds onmiddellijk over te gaan tot strategische verwerving van deze specifieke percelen aan de Essensteenweg vóór zij onherroepelijk bebouwd worden, antwoordde minister Brouns dat de ecologische verbinding inderdaad prioritair is en dat het Departement Omgeving en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) de mogelijkheden voor verwerving onderzoeken.
De minister nuanceerde de situatie door te stellen dat het ontwerpend onderzoek van het Departement Omgeving niet één “ideale” verbinding aanduidt, maar meerdere ecologische tracés openlaat.
Daarom onderschreef hij het belang om eerst duidelijkheid te brengen en de middelen gericht in te zetten op het traject dat na afweging van ecologische waarde en haalbaarheid de voorkeur geniet, zodat niet langer alle mogelijke trajecten gehypothekeerd blijven en er een gericht grondbeleid gevoerd kan worden.
GroenRand merkt in dit kader op dat het ontwerpend onderzoek 'Hesselteer - Omgeving' op pagina 49 wel degelijk een expliciete, eenduidige voorkeur uitspreekt voor het tracé tussen de punten 2 en 3 als de meest efficiënte hoofdroute.
Dit spreekt de ministeriële stelling dat er geen "ideale" verbinding is rechtstreeks tegen.
De vereniging nodigt de beleidsmakers uit om te bekijken op welke manier deze concrete keuze van de onderzoekers nu al als bindende leidraad kan worden meegenomen in het huidige grondbeleid.
Op die manier kan in constructief overleg worden vermeden dat er in afwachting van de formele tracékeuze onomkeerbare feiten, zoals residentiële bebouwing, worden gecreëerd op deze specifieke, schaarse locaties.
Tijdens de recente Otterconferentie van 13 en 14 maart 2026 werd constructief en met groeiende bezorgdheid stilgestaan bij de precaire situatie van de Vlaamse otter.
De timing vraagt om een goede afstemming: de huidige actieperiode van het SBP Otter loopt eind 2027 af en de Interreg-financiering stopt op 31 maart 2027.
Om de continuïteit van de ontsnipperingsmaatregelen te garanderen, wordt dringend gekeken naar een stabiel vervolg.
Ook het wegvallen van het VAPEO-budget (Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering) tot maar liefst 2031 vormt een risico, aangezien hiermee de noodzakelijke financiële basis voor het aanpakken van dodelijke verkeersknelpunten onder druk komt te staan.
GroenRand benadrukt dat echte politieke daadkracht voor onze inheemse soorten noodzakelijk is, zodat de Week van de Biodiversiteit geen holle slogan blijft maar een reële doorstart betekent voor de overleving van de Antwerpse otter.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten