De Groene Kikker op de Kalmthoutse Heide door de lens van Mark Mertens
Zal je eerst kopje onder duwen, dan neuze neuze en dan spring ik er vandoor, Mark Mertens, medewerker van Onze GroenRand-natuur, maakt een prachtige fotoreportage op de Kalmthoutse heide.
Terwijl hij daar met zijn lens boven het wateroppervlak tuurt, ziet hij precies waarom de groene kikker zo’n geliefd onderwerp is voor natuurliefhebbers.
Als je op een zonnige dag langs een ven of sloot wandelt, is de kans groot dat je ze als eerste opmerkt door die bekende, luide plons in het water.
In tegenstelling tot hun bruine neefjes, die het grootste deel van het jaar in het bos of de tuin doorbrengen, zijn groene kikkers echte waterratten die hun hele leven direct aan de rand van het water blijven.
Ze liggen daar heerlijk te zonnen op drijvende bladeren, maar vergis je niet: het zijn razendsnelle jagers.
Met hun kleverige tong plukken ze insecten zoals vliegen, muggen, spinnen en slakken uit de lucht.
Ze gebruiken daarbij een bizar trucje om hun eten door te slikken: omdat kikkers niet kunnen kauwen, trekken ze hun oogballen diep in hun schedel om de prooi letterlijk door hun keel richting de maag te duwen.
Als een groene kikker een dikke vlieg vangt en je ziet hem knipperen, dan is dat geen beleefdheid maar pure mechanica.
De allergrootste exemplaren deinzen er zelfs niet voor terug om kleine gewervelde dieren zoals visjes of jonge vogels te verschalken.
Wat veel mensen niet weten, is dat ‘de’ groene kikker eigenlijk een biologisch raadsel is dat wetenschappers pas rond 1976 echt ontrafelden.
Het is een verzamelnaam voor het groene kikker-complex, bestaande uit drie vormen die fysiek en genetisch sterk met elkaar verweven zijn.
Je hebt de Meerkikker, de grootste van de drie die tot wel 12-14 cm kan worden, vaak donkerder groen of bruin is met grote vlekken en donkergrijze kwaakblazen heeft.
Daarnaast is er de Poelkikker, de kleinste variant van 4 tot 6 cm die felgrasgroen is met een lichte rugstreep en witte kwaakblazen.
De hybride nakomeling van deze twee is de Bastaardkikker, de koning van onze wateren die qua uiterlijk precies tussen de andere twee in zit.
Je vindt deze meest voorkomende vorm in bijna elke tuinvijver.
Deze Bastaardkikker heeft een uniek voortplantingssysteem genaamd hybridogenese, waarbij hij altijd een van zijn oudersoorten in de buurt nodig heeft om de genetische balans te bewaren.
In de volksmond wordt de groene kikker ook wel de boerennachtegaal genoemd vanwege zijn rauwe, lachende gekwaak.
Die naam is nogal ironisch, want het geluid is verre van verfijnd.
In de middeleeuwen was het kabaal in de slotgrachten tijdens de voortplantingsperiode in mei en juni soms zo erg dat bedienden 's nachts met stokken op het water moesten slaan zodat de kasteelheren konden slapen.
Vooral de Meerkikker staat bekend om zijn luidruchtige aanwezigheid, een soort die volgens lokale legendes zelfs per ongeluk door een Bulgaarse vrachtwagenchauffeur met een lading voor de Franse consumptie in de jaren '70 in Wetteren zou zijn gedumpt of ontsnapt.
Tijdens de winter houden deze kikkers een flinke pauze door diep in de modder op de bodem van de sloot in winterslaap te gaan.
Omdat hun huid poreus is, kunnen ze onder water blijven ademen en vocht opnemen zonder te drinken uit een glas.
Diezelfde gevoelige huid maakte hen vroeger tot een soort ‘levende barometers’ die men in potten hield met een laddertje, in de overtuiging dat ze naar boven klommen als er mooi weer op komst was.
Zodra de voorjaarszon het water weer opwarmt, komen ze tevoorschijn voor hun spectaculaire concerten waarbij de mannetjes hun twee uitwendige kwaakblazen in de mondhoeken tot het uiterste opbollen.
Het zijn prachtige, vitale dieren die een onmisbare schakel vormen in de natuur, simpelweg door ontelbare muggen op te eten en zelf als voedsel te dienen voor reigers en ooievaars.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten