Aarde-emoties: Waarom we een nieuwe manier van spreken nodig hebben voor ons landschap
“Aarde-emoties zijn moeilijk samen te vatten,” zo opende de Australische milieufilosoof Glenn A. Albrecht in 2024 de Frederik van Eedenlezing in Leusden en daarmee sloeg hij meteen de spijker op de kop voor iedereen die zich wel eens machteloos voelt bij de toestand van onze natuur.
De Nederlandse psychiater Frederik van Eeden probeerde honderd jaar geleden met zijn kolonie Walden al aan te tonen dat we gelukkiger worden van handenarbeid en een nauw contact met de aarde, al werden zijn volgelingen destijds nog smalend weggezet als holbewoners en keuterboertjes.
Albrecht voelt diezelfde zielsverwantschap en noemt zichzelf met trots een “boerenfilosoof”, iemand die niet vanuit een ivoren toren praat maar met zijn voeten in de klei staat en begrijpt dat de verbinding met de grond onder onze voeten de basis is van ons mens-zijn.
Diezelfde filosofische strijdlust vinden we terug bij de natuurvereniging GroenRand, die Albrecht als een grote inspiratiebron ziet voor hun eigen werking in de Voorkempen en de brede regio rond Antwerpen.
Om die strijd kracht bij te zetten, lanceerde de vereniging de rubriek ‘De pen van Glenn’, geschreven onder het veelzeggende pseudoniem Glenn Solastalgie, als een scherp zwaard tegen de onverschilligheid van het beleid.
Deze 'pen' is voor GroenRand een cruciaal instrument geworden: het is de intellectuele en emotionele stem van de vereniging die politieke dossiers over verkavelingen en natuurvernietiging nauwgezet opvolgt.
Door deze rubriek worden volksvertegenwoordigers en beleidsmakers voortdurend gevoed met kritische informatie en parlementaire vragen, waardoor de 'pen van Glenn' een politieke factor van betekenis is geworden in het lokale natuurdebat.
De naam verwijst natuurlijk direct naar Albrecht zelf, die wereldberoemd werd met het woord ‘solastalgie’ of ‘troostwee’, een term die hij al in 2003 bedacht om een heel specifiek modern lijden te duiden.
Met solastalgie bedoelt hij het verlies van het thuisgevoel, niet omdat jij je vertrouwde plek verlaat zoals bij heimwee, maar omdat je leefomgeving zodanig verwoest wordt door menselijk ingrijpen dat de plek die je thuis noemt onherkenbaar wordt.
Het is precies die existentiële pijn die de pen van Glenn Solastalgie probeert te vertalen naar de politieke arena, om te voorkomen dat de laatste open ruimtes in onze regio worden opgeofferd aan kortzichtige economische belangen.
In de praktijk vertaalt GroenRand deze filosofie naar de modderige realiteit van de Voorkempen, waar de ‘pen van Glenn’ als een vlijmscherp scalpel de dossiers van de Antitankgracht en de Klimaatgordel fileert.
Daar waar solastalgie dreigt te winnen door de oprukkende verharding en de sluipende versnippering van het landschap, stelt GroenRand concrete daden die de emotionele wonde van het landschap moeten helen.
Het herstel van specifieke biotopen, zoals de natte valleigebieden en de relictloofbossen, is voor de vereniging veel meer dan louter natuurbeheer; het is een actieve vorm van landschapstherapie.
Wanneer de pen van Glenn Solastalgie schrijft over het belang van robuuste natuurverbindingen, dan gaat dat over het creëren van veilige havens waar niet alleen de ree en de boommarter, maar ook de menselijke ziel weer tot rust kan komen.
Elke herstelde poel en elke aangeplante heg langs een trage weg fungeert als een tastbaar bewijs dat het symbioceen geen verre utopie is, maar een werkelijkheid die we hier en nu met onze eigen handen kunnen opbouwen.
Deze projecten laten zien dat we de machteloosheid van de solastalgie kunnen ombuigen naar de euforie van de eutierria, simpelweg door de natuur de ruimte te geven om zichzelf te herstellen.
De pen van Glenn dient hierbij als het politieke schild dat deze kwetsbare biotopen beschermt tegen de kortzichtige winstbejag van de ‘patriarchen van het antropoceen’ die ook op lokaal niveau hun stempel proberen te drukken.
In zijn boek Aarde-emoties wijdt Albrecht hele hoofdstukken aan de introductie van nieuwe woorden, omdat hij gelooft dat we de wereld pas kunnen redden als we de juiste woorden hebben om onze relatie ermee te beschrijven.
Hij reikt ons begrippen aan zoals ‘terrafurie’, de heilige woede die je voelt op de degenen die het bevel voeren over de vernietiging van de aarde, een emotie die de brandstof vormt voor veel burgerbewegingen, natuurverenigingen en actiegroepen.
Daartegenover plaatst hij ‘eutierria’, een diep, bijna spiritueel gevoel van verbondenheid met de aarde waarbij de grens tussen het individu en de natuur even volledig wegvalt.
Deze woorden zijn voor Albrecht én voor de auteurs achter de rubriek bij GroenRand geen droge academische theorie, maar een manier om onze meest vage en onderdrukte gevoelens eindelijk een legitiem bestaansrecht te geven.
Zolang we geen woorden hebben voor wat we voelen, blijven we gevangen in ‘ecoverlamming’, een toestand waarin de omvang van de klimaatcrisis ons simpelweg blokkeert om nog in actie te komen.
De pen van Glenn fungeert hier als een breekijzer: zodra je een naam kunt plakken op je liefde voor een specifiek bos of een bedreigde beekvallei, wordt die liefde opeens een politiek argument dat gedeeld kan worden met anderen.
Albrecht richt zijn pijlen, en dus ook de pen van Glenn, op de “patriarchen van het antropoceen” zoals Elon Musk en Jeff Bezos, die de aarde slechts zien als een grondstof of een springplank naar andere planeten.
Hij verzet zich radicaal tegen de berusting die uitgaat van de term Antropoceen, omdat hij weigert geassocieerd te worden met een tijdperk waarin een kleine elite de fundamenten van het leven voor alle andere wezens vernietigt.
In plaats daarvan spiegelt hij ons het ‘symbioceen’ voor, een tijdperk waarin mensen weer in harmonie en wederzijdse afhankelijkheid leven met al wat leeft, een visie die de kern vormt van de robuuste natuurverbindingen waar GroenRand voor ijvert.
Hij nodigt ons daarom uit om een ‘symbiografie’ te schrijven, een levensverhaal waarin je niet je eigen prestaties centraal stelt, maar de relaties die je in je leven hebt opgebouwd met andere levende wezens, van de boom in je tuin tot de huisdieren die je vergezellen.
Door op die manier naar onze eigen levensloop te kijken, beseffen we dat onze identiteit evengoed verbonden is met het lokale ecosysteem als met onze eigen familiegeschiedenis.
We zijn immers net zozeer verbonden met het onzichtbare microbioom in onze eigen lichamen als met de grote macrobiomen van de bossen en velden waarin we ons dagelijkse bewegen en ademhalen.
Sinds de pandemie beseffen we maar al te goed dat onze fysieke gezondheid een illusie is als de planeet ziek is, maar de pen van Glenn herinnert ons eraan dat ook onze mentale en emotionele stabiliteit direct samenhangt met de toestand van ons landschap.
Albrecht bestrijdt de gedachte dat emoties in het natuurdebat enkel 'lastig' of 'irrationeel' zijn; hij ziet ze juist als de enige echte motor voor een rechtvaardige en duurzame samenleving.
Laten we dus de scherpte en de hoop van de pen van Glenn overnemen om de druk op de ketel te houden en de beleidsmakers te dwingen tot keuzes die het leven in al zijn vormen bevestigen.
Het benoemen van onze aarde-emoties is geen teken van zwakte, maar de eerste stap naar een herovering van onze leefomgeving en een eerherstel voor de natuur die ons allen draagt.
Alleen door de taal van de vernietiging te vervangen door een taal van verbinding en actie, kunnen we de weg vrijmaken voor een toekomst waarin we ons weer werkelijk thuis voelen op deze aarde.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten