maandag 25 mei 2026

Frank Vermeiren: Het vogelproject van A tot Z in de Voorkempen

Frank Vermeiren: Het vogelproject van A tot Z in de Voorkempen 

Door de lens van Frank Vermeiren - vogelfotoreportages van A tot Z

Frank Vermeiren start als natuurfotograaf een uniek project van A tot Z in samenwerking met GroenRand om het leven van markante vogels die in de Voorkempen leven beeld per beeld te ontrafelen.
In deze opeenvolgende reeks van fotografische documentaires zijn we inmiddels beland bij de letter 'S' van de spreeuw.


Deze ambitieuze beeldverslagen tonen hoe de spreeuw zich handhaaft in het diverse landschap van de Voorkempen.
Wie de spreeuw van dichtbij bekijkt, ontdekt al snel dat zijn schijnbaar zwarte verenkleed in het zonlicht transformeert tot een adembenemend palet van metallisch groen, diep purper en glanzend blauw.
Het verenkleed is besprenkeld met fijne, goudwitte stipjes die in de wintermaanden fungeren als een sterrenhemel op de borst.
Naarmate het broedseizoen nadert, slijten deze lichte veerpunten af, waardoor het mannetje zijn diepe, iriserende prachtbovenkleed onthult.
Zijn snavel kleurt bij de basis blauwachtig, terwijl die van het vrouwtje een subtiele roze tint laat zien.


Deze uiterlijke metamorfose weerspiegelt de dualiteit van een vogel die tegelijkertijd een meester is in het opgaan in de massa en het opeisen van de individuele hoofdrol in het vogelkoor.
In de regio van de Voorkempen, een landschappelijk overgangsgebied gekenmerkt door een rijke afwisseling van oude bossen en kasteeldomeinen, vindt de spreeuw een ideaal leefgebied.
De vogel is een uitgesproken opportunist die optimaal profiteert van het mozaïeklandschap dat gemeenten zoals Zoersel, Schilde, Malle, Kapellen en Brasschaat typeert.


Zijn habitatvoorkeur is nauw verbonden met zijn voedselvoorziening en nestelgedrag.
Voor het foerageren is de spreeuw sterk afhankelijk van kortegraslanden, weilanden en gazons waar hij met zijn krachtige snavel in de bodem boort.
De uitgestrekte weidegebieden rondom de Antitankgracht en de open landbouwzones in de randen van het Zoerselbos vormen perfecte jachtgronden.
Tegelijkertijd heeft de vogel holtes nodig om te broeden, een behoefte waarin de talrijke oude loofbossen en parkgebieden van de Voorkempen ruimschoots voorzien.
Oude spechtengaten in de monumentale eiken van parken zoals het Gemeentepark van Brasschaat, het domein de Renesse in Malle of de bosranden van het Peerdsbos bieden de noodzakelijke nestgelegenheid.
De spreeuw schuwt ook de menselijke nabijheid niet, waardoor hij met evenveel gemak onder dakpannen of in nestkasten in de dorpskernen broedt.


De levenswijze van de spreeuw is doorweven met sociale interactie en een opmerkelijke intelligentie.
Het zijn uitgesproken groepsdieren die vrijwel het hele jaar door in gezelschap leven, communiceren en jagen.
Hun vocale talenten zijn legendarisch binnen de vogelkunde, want de spreeuw is een begenadigd imitator.
Hij kan niet alleen de zang van andere vogels zoals de wielewaal, de buizerd of de kievit feilloos nabootsen, maar hij integreert ook omgevingsgeluiden in zijn repertoire.
In de dorpen en bosranden van de Voorkempen kan men zomaar een spreeuw horen die het geluid van een rinkelende telefoon of een blaffende hond imiteert.
Dit zangtalentspel dient om indruk te maken op potentiële partners en weerspiegelt het verstandelijke vermogen van de vogel.
Wanneer de lente aanbreekt, transformeert de sociale groepsdynamiek in een luidruchtige en intense broedperiode.
Hoewel spreeuwen vaak in losse kolonies dicht bij elkaar broeden, verdedigen ze de directe nestingang fel.


Het nest zelf wordt door beide partners gebouwd met droog gras, twijgen en mos.
Vaak wordt het nest afgewerkt met verse groene bladeren die mogelijk een parasietwerende werking hebben.
Het grootbrengen van de jongen is een logistieke krachttoer waarbij de ouders onvermoeibaar af en aan vliegen met snavels vol insecten.
Hiermee leveren ze een onschatbare biologische bijdrage aan het onder controle houden van insectenplagen in de lokale landbouw van de Voorkempen.
Het meest spectaculaire visuele fenomeen vindt plaats in het najaar, wanneer de lokale populatie wordt aangevuld met honderdduizenden trekvogels uit Scandinavië en Noordoost-Europa.


Deze massale samenscholingen leiden tot de vorming van slaaptrekzwermen die bekendstaan onder de term spreeuwendansen.
Voordat de vogels besluiten neer te strijken in hun gezamenlijke slaapplaatsen, voeren ze in de avondschemering adembenemende synchrone vliegshows op.
Duizenden spreeuwen bewegen zich voort als één vloeiend, driedimensionaal organisme dat golft, samentrekt en weer uitdijt tegen de achtergrond van de ondergaande zon.


In de Voorkempen zijn dergelijke natuurspektakels waar te nemen boven de rietkragen van oude kleiputten in Rijkevorsel of Beerse, langs de natte zones van de Antitankgracht en boven grootschalige maïsvelden.
Deze hypnotiserende luchtballetten zijn geen esthetische keuze, maar een ingenieuze overlevingsstrategie tegen roofvogels.
Door zo dicht en gecoördineerd op elkaar te vliegen, maken ze het voor een sperwer of een slechtvalk nagenoeg onmogelijk om één individuele vogel te viseren.


De interne logica van zo'n zwerm rust op eenvoudige wetten van de natuurkunde, waarbij elke individuele spreeuw bliksemsnel reageert op de zeven vogels die zich het dichtst om hem heen bevinden.
Hierdoor ontstaat een kettingreactie die zich met grote snelheid door de hele groep verplaatst zonder dat er één centrale leider is.
Naast deze biologische hoogstandjes kent de spreeuw een rijke geschiedenis vol cultuurhistorische anekdotes.


In vroeger tijden werd de spreeuw niet alleen bewonderd, maar ook intensief bejaagd en gegeten door de mens.
In West-Europa bestond er tot in de negentiende en vroege twintigste eeuw een levendige traditie van de spreeuwenpotterij.
Men plaatste speciale aardewerken potten tegen de gevels van boerderijen en schuren die dienden als kunstmatige nestkast.
Zodra de jonge spreeuwen vetgemest waren en op het punt stonden uit te vliegen, werden ze uit de potten gehaald voor de bereiding van soep of pastei.
Hoewel deze praktijk vandaag de dag ondenkbaar is, herinneren oude gevelstenen en archeologische vondsten in de regio Antwerpen nog aan deze pragmatische relatie tussen mens en vogel.
Een heel andere historische anekdote betreft de wereld van de klassieke muziek en Wolfgang Amadeus Mozart.


In mei 1784 kocht de beroemde componist een spreeuw als huisdier in een Weense winkel, nadat hij had gehoord dat de vogel het hoofdthema van zijn zojuist voltooide Zeventiende Pianoconcert kon fluiten.
De spreeuw had het deuntje waarschijnlijk opgevikt door de open ramen van Mozarts werkkamer.
Mozart was zo gecharmeerd van het dier en zijn eigenzinnige improvisaties op de melodie, dat hij een hechte band met het dier opbouwde.
Toen de vogel drie jaar later stierf, organizerde Mozart een formele begrafenisstoet in zijn tuin.
Hij droeg een speciaal geschreven herdenkingsgedicht voor en begroef het dier met ceremoniële égards, wat aantoont dat de fascinatie voor de intelligentie van de spreeuw van alle tijden is.
De geschiedenis van de spreeuw kent echter ook donkere, ecologische schaduwzijden.


Het meest treffende voorbeeld hiervan is de introductie van de spreeuw in Noord-Amerika.
In het Jahr 1890 liet Eugene Schieffelin, een rijke Amerikaanse farmaceut, zestig spreeuwen vrij in Central Park in New York.
Schieffelins excentrieke doel was om alle vogelsoorten die door William Shakespeare in zijn literaire meesterwerken werden genoemd, te introduceren in de Verenigde Staten.
In het toneelstuk Hendrik de Vierde oppert een personage immers om een spreeuw te trainen om constant de naam van zijn vijand te roepen.
Wat begon als een romantisch literair experiment, explodeerde in een van de grootste ecologische invasies uit de geschiedenis.
De populatie groeide in een eeuw tijd uit tot meer dan honderdtwintig miljoen vogels die zich verspreidden over het hele continent.
Ze veroorzaakten enorme schade aan landbouwgewassen en verdrongen inheemse holenbroeders.
Dit historische epos herinnert ons aan de enorme veerkracht en het aanpassingsvermogen van de soort.
Hoewel de spreeuw historisch gezien als een plaag of als een onuitputtelijke bron van leven werd beschouwd, gaat het de laatste decennia in Vlaanderen niet goed met de soort.
De moderne, grootschalige en intensieve landbouw heeft geleid tot een drastische achteruitgang van het aantal insecten en het verdwijnen van kruidenrijke weilanden.
Het veelvuldig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen reduceert het bodemleven, waardoor de spreeuw in het cruciale broedseizoen simpelweg niet genoeg voedsel meer vindt voor zijn jongen.
Ook de verstedelijking en de doorgedreven isolatie van woningen zorgen ervoor dat er steeds minder nestgelegenheid onder dakpannen te vinden is.
In de Voorkempen vormt het werk van verenigingen zoals GroenRand daarom een vitale schakel in het behoud van deze soort.
Door het promoten van ecologisch groenbeheer, het beschermen van oude boskernen en het plaatsen van specifieke nestkasten, proberen natuurbeschermers het tij te keren.
Voor Frank Vermeiren ligt hier een prachtige artistieke en educatieve uitdaging om dit proces bij de letter 'S' te documenteren.
Zijn visuele reis begint bij het intieme detail van het glanzende, iriserende verenkleed tijdens de balzang op een vroege ochtend in de bosomgeving van Zoersel.
Het project loopt via de hectiek van de voedselvluchten boven de weiden van Schilde en culmineert in de epische dynamiek van de najaarszwermen die als vloeibare rook door de avondlucht boven de Antwerpse Kempen trekken.
Het documenteren van deze cyclus is een ode aan de esthetische schoonheid van de vogel en een herinnering aan de noodzaak om het diverse landschap van de Voorkempen te koesteren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten