woensdag 27 mei 2026

GroenRand: Waarom de verborgen ondergrondse schimmelrevolutie van de houtkant en ons project Bijtandje Houtkantje ons redden van extreme droogte

De Internationale Dag van de Biodiversiteit herinnert ons er elk jaar aan hoe belangrijk het is om de rijke variatie van het leven extra bescherming te bieden.
In de weelderige maand mei kijkt iedereen logischerwijs omhoog naar de uitbundig bloeiende meidoorns en wilde rozen die bovengronds wemelen van de insecten en vogels.
Voor onze vereniging GroenRand ligt de échte ecologische revolutie op dit moment echter verscholen in de diepe, mysterieuze ondergrond.
Baanbrekend wetenschappelijk onderzoek van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) laat zien dat heggen een heel eigen, complex microbieel bodemleven herbergen dat functioneert als de ultieme natuurlijke waterbuffer.
Dit gerenommeerde onderzoeksinstituut beschikt over ruim zeventig jaar ecologische expertise en werkt met meer dan tweehonderd specialisten en studenten vanuit een duurzaam gebouwd onderzoekspand te Wageningen aan vitale thema's zoals biodiversiteit en klimaatverandering.


Hun ontdekkingen tonen aan dat deze onzichtbare ondergrondse wereld de sleutel is tot een klimaatrobuust platteland, wat exact de visie is die wij met ons project Bijtandje Houtkantje in de praktijk brengen.
Wanneer je de gemeenschap van bodembacteriën onder een heg bestudeert, valt op dat deze piepkleine bewoners zich volledig aanpassen aan de grillen van het aangrenzende landbouwperceel.
Bacteriën zijn eencellige organismen die zich razendsnel vermenigvuldigen en daardoor extreem snel reageren op fysieke schommelingen zoals de zuurtegraad of de vochtigheid van de grond.


Omdat een akker intensief wordt bewerkt, sijpelen meststoffen en kalk via zijdelingse grondstromen moeiteloos de toplaag van de nabijgelegen heggenbodem binnen.
Dit constante transport van stoffen zorgt ervoor dat de omgevingsfactoren vlak onder de struiken nagenoeg identiek worden aan die van het open veld.
Bovendien hebben bacteriën een gevarieerd dieet en genieten ze vooral van makkelijk afbreekbare suikers die door de wortels van zowel gewassen als heggen worden uitgescheiden.


Het logische gevolg is dat er onder een heg naast een intensief bewerkte akker heel andere, stressbestendige bacteriestammen leven dan onder een heg die grenst aan een natuurlijk grasland.
Bij de schimmelpopulaties ligt dat biologisch gezien totaal anders, aangezien zij zich nauwelijks iets aantrekken van het landgebruik bij de buren.
De schimmelbevolking onder heggen vaart een volledig eigen koers en wordt heel krachtig bepaald door de specifieke aanwezigheid van de houtachtige gewassen zelf.


De schimmelbewoners van geografisch compleet verschillende heggen lijken daardoor sprekend op elkaar, omdat de struiken met hun afgevallen takken en taaie wortels een uniek menu serveren.
Dit specifieke houtige 'slow food' vormt een exclusieve voedselbron waar deze organismen rustig en ongestoord van leven.
Heggen vormen hierdoor een stabiel toevluchtsoord voor schimmels die op de open, intensief omgeploegde akkers absoluut geen schijn van kans hebben om te overleven.
Het is een vaststaand feit dat dit Nederlandse onderzoek perfect aansluit bij de Vlaamse agro-ecologische praktijk en wetenschap, waarin het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) een absolute sleutelrol vervult.


Deze ondergrondse schimmelnetwerken of mycelia weven zich als een fijnmazig tapijt door de aarde en toveren de bodem om in een reusachtige spons.
Dankzij deze ingenieuze structuur kan de grond tijdens hevige piekbuien water razendsnel opzuigen en het vervolgens tijdens extreme zomerdroogte heel langdurig vasthouden.
Mede dankzij deze microbieel gestuurde sponswerking zijn heggen en hun directe omgeving significant minder gevoelig voor extreme weersomstandigheden dan de open weilanden ernaast.
De diepe, gelaagde netwerken onder een heg zijn simpelweg minder makkelijk uit balans te brengen dan de uitgeputte bodems van intensief bewerkte landbouwgronden.
Het NIOO-KNAW verzamelde deze cruciale data in het oudste cultuurgebied van Nederland, de Maasheggen, dat vanwege zijn unieke landschapskarakter is erkend als UNESCO Werelderfgoedgebied.
De ecologen vergeleken in deze historische regio drie vormen van bodemgebruik: grootschalige productieakkers, intensieve productiegraslanden en ecologisch beheerde, half-natuurlijke graslanden.


Hoewel in de rest van Vlaanderen en Nederland de meeste houtkanten in de afgelopen decennia helaas zijn weggekapt, staat het Maasheggengebied nog vol met monumentale heggen van minstens honderd jaar oud.
Historische houtkanten die al een eeuw lang ongestoorde rust genieten, laten vandaag de dag glashelder zien dat een gezonde bodem een perfect ondergronds netwerk opbouwt dat gratis en onmisbare diensten levert aan de landbouw.


Vlaanderen heeft weliswaar niet rechtstreeks geparticipeerd in dit specifieke onderzoek van het Nederlands Instituut voor Ecologie, aangezien deze veldstudie lokaal werd uitgevoerd door de onderzoekers Felipe Zagatto en Wim van der Putten.
Dit baanbrekende werk toonde specifiek aan dat de bodem onder heggen een stabiel microbieel netwerk herbergt waarin vooral schimmels diep in de grond de absolute hoofdrol spelen.
Terwijl de bacteriegemeenschappen onder een heg veranderen door de chemische invloed van het aangrenzende landbouwperceel, blijft de schimmelpopulatie onverstoord trouw aan het houtige materiaal van de heg.
Dit schimmelnetwerk verbetert de bodemstructuur zo drastisch dat het omliggende agrarische land veel beter bestand is tegen extreme droogte en hevige regenval.


Hoewel Vlaanderen geen data aanleverde voor deze casestudy, vormt het onderzoek een onmiskenbare parallel met de Vlaamse praktijk, waar het INBO gelijkaardig onderzoek uitvoert naar houtige landschapselementen.
Dit instituut benadert heggen en houtkanten historisch gezien vanuit een breder ecologisch perspectief via zogenaamde 'ecosysteemdiensten'.
Zo publiceerde het INBO onlangs een uitgebreid Meervoudig Waarderingskader voor Houtkanten en onderzocht het hoe deze lineaire elementen de waterkwaliteit beschermen en water infiltreren in de bodem.
Er is hierbij een duidelijke, mooie taakverdeling met het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en de Universiteit Gent gegroeid om de complexiteit van de bodem in kaart te brengen.
Waar het INBO zich specifiek focust op de bovengrondse natuur, de biodiversiteit en de landschappelijke bufferwerking, graaft het ILVO juist dieper in de ondergrondse bodemchemie en het microbiële DNA-onderzoek.


Naast de wetenschappelijke analyses stimuleert de Vlaamse overheid via de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) en gerichte subsidies voor agroforestry al langer de actieve aanplant van heggen en houtkanten op het terrein.
Waar het Vlaamse beleid en onderzoek zich tot nu toe vooral richtten op bovengrondse biodiversiteit, koolstofopslag en erosiebestrijding, levert het Nederlandse onderzoek nu het cruciale, aanvullende wetenschappelijke bewijs.
Heggen zijn ook via hun specifieke ondergrondse schimmelnetwerken essentieel om de Vlaamse landbouwgronden te wapenen tegen de bittere gevolgen van het veranderende klimaat.

Om dit ondergrondse herstelproces maximaal te versnellen, adviseert GroenRand binnen het project Bijtandje Houtkantje om specifiek te kiezen voor de aanplant van inheemse, diepwortelende en traag verterende struiksoorten.
Planten zoals de eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna), de sleedoorn (Prunus spinosa), de hondsroos (Rosa canina) en de hazelaar (Corylus avellana) leveren exact het juiste type houtig organisch materiaal dat de unieke schimmelpopulaties nodig hebben om te floreren.
De dichte wortelstelsels van deze specifieke struiken breken de harde ploeglagen in de landbouwbodem open, waardoor er diepe kanalen ontstaan die de verticale infiltratie van regenwater tijdens hevige piekbuien direct vergemakkelijken.
Daansaast stimuleert GroenRand de aanplant van de wegedoorn (Rhamnus cathartica) en de Gelderse roos (Viburnum opulus), omdat hun specifieke bladval de ideale zuurtegraad in de toplaag creëert voor een gezonde balans tussen schimmels en bacteriën.
Om deze ecologische mechanismen te vertalen naar concrete subsidies, wijst GroenRand op de ecorol-vergoedingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) die boeren financieel belonen voor het actieve behoud en onderhoud van houtige landschapselementen.
Daarnaast kunnen landbouwers via de Vlaamse Landmaatschappij specifieke beheerovereenkomsten afsluiten voor de creatie van biodiversiteitsvriendelijke bufferzones langs kwetsbare beken en akkergronden.
Wanneer landbouwers kiezen voor agroforestry, oftewel boslandbouw, stelt de Vlaamse overheid aantrekkelijke investeringssubsidies ter beschikking die tot tachtig procent van de totale aanplantkosten en de initiële beschermingsmaterialen van de bomen en hagen dekken.
In de praktijk werkt het Regionaal Landschap de Voorkempen intensief samen met lokale agrarische pioniers in onze regio die reeds experimenteren met het integreren van deze houtkanten rondom hun productieve weilanden en akkerpercelen.
Als stimulerende vereniging moedigt GroenRand deze waardevolle terreinrealisaties en samenwerkingen overal in het buitengebied vurig aan om een netwerk van functionele hagen te creëren.
Deze bemiddelende projecten tonen aan dat de introductie van hagen niet leidt tot rendementsverlies door schaduwwerking, maar dat het microklimaat en de windbrekende functie de omliggende gewassen juist beschermen tegen felle zinderende hittegolven.
De lokale boeren die deelnemen aan ons project merken dat hun bodem in de buurt van de houtkanten beduidend langer vochtig blijft en dat het vee tijdens extreme zomerdroogte dankbaar de natuurlijke schaduw van de meidoornhagen opzoekt.

Landbouwers kunnen dit waardevolle bodemproces actief ondersteunen door een strikte bufferzone van minimaal twee meter breed langs de heg in te stellen waar absoluut geen zware machines rijden, zodat de kwetsbare schimmeldraden niet mechanisch worden verbrijzeld.
Binnen deze beschermende bufferzone stelt onze bemiddelende vereniging voor om elk gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en vloeibare kunstmest stop te zetten, aangezien deze stoffen de delicate schimmelnetwerken acuut doden en de bodemstructuur degraderen.
Ook het traditionele, te intensieve snoeibeheer mag in overleg plaatsmaken voor een gefaseerd cyclusbeheer, waarbij landbouwers telkens slechts één zijde van de houtkant aanpakken, zodat de constante toevoer van het essentiële houtige 'slow food' naar de bodem nooit abrupt wordt onderbroken.
Het snoeiafval mag volgens de visie van GroenRand bij voorkeur ter plaatse onder de heg worden verspreid als houtsnippers of vlechthout om de schimmelbevolking van een permanente voedselbron te voorzien.
Door deze gezamenlijke maatregelen toe te passen, ontstaat er een biologisch domino-effect waarbij een gezonde heggenbodem de omliggende, intensief gebruikte akkers als het ware positief gaat infecteren met nuttige micro-organismen en schimmels.


We willen als samenleving graag een ecologisch tandje bijsteken, samen met de landbouwsector stoppen met het overmatig cleanen van ons platteland, en inzien dat heggen de meest kosteneffectieve en natuurlijke verzekeringspolis zijn tegen de vernietigende krachten van de droogte.
Alleen door de natuur in harmonie zowel boven- als ondergronds deze structurele ruimte te geven, houden we ons agrarische landschap op een duurzame manier leefbaar, vruchtbaar, extreem waterefficiënt en permanent beschermd tegen de onomkeerbare gevolgen van de klimaatcrisis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten