Het gaat niet goed met de tsjilpende mus
Stevig gebouwd, met grote snavel en verhoudingsgewijs grote kop.
Mannetjes en vrouwtjes verschillen sterk, waarbij de mannetjes veel donkerder gekleurd zijn.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit zaden.
De huismus heeft zich gespecialiseerd in de zaden van cultuurgewassen: tarwe,
gerst, haver, gierst en maïs.
Ook zaden van grassen, russen, ganzenvoet en muur staan op het menu, aangevuld
met een ruim aanbod aan tafelrestjes.
De jongen worden vooral met insecten (bladluizen) gevoederd.
Het
gaat niet goed met de tsjilpende mus;
de aantallen lopen de laatste decennia echter sterk terug.
Vogelbescherming Vlaanderen heeft tijdens het jaarlijkse huismussentelweekend
geen positieve kentering gezien.
De populatie huismussen blijft drastisch afnemen en de grootte van
huismussengroepjes blijft gemiddeld laag, te laag om gezonde populaties in stand
te houden.
Huismussen vinden in de stad en op het platteland steeds minder eten, minder plaats om een nest te bouwen en minder plaats om te schuilen.
Om een positieve kentering in de telresultaten teweeg te brengen, wordt gehoopt dat de burger zich meer bewust wordt van de leefbaarheid van zijn of haar omgeving.
Uit de resultaten blijkt dat vooral groenblijvende hagen en struiken een positieve invloed hebben op de aanwezigheid van huismussen.
Wie punten wil scoren bij de huismus, moet zorgen voor voldoende schuil-, nest- en voedselgelegenheid.
Foto's: Frank Vermeiren - lid van GroenRand
Geen opmerkingen:
Een reactie posten