GroenRand wisselt deze maand het thema 'bestuivers' in voor het Greenconnect-project, dat het belang van verbindende natuur benadrukt
Greenconnect, gelanceerd door GroenRand tijdens haar tienjarig bestaan, speelt een essentiële rol voor bestuivers door leefgebieden van dieren, waaronder bestuivers, te vergroten via de verbinding van natuurgebieden met groene corridors. Deze corridors vergemakkelijken de verplaatsing en migratie van insecten zoals bijen, hommels en vlinders, wat cruciaal is voor hun overleving en de voortplanting van planten. Beide thema's zijn met elkaar verbonden, waardoor de overgang eenvoudig te maken is. GroenRand presenteert deze maand het nieuwe thema over het belang van connecterende natuur voor het werkjaar 2026 (oktober 2025 tot oktober 2026). Aan het einde van het bestuiversproject (oktober 2024 tot oktober 2025) benadrukken we met het themarapport van INBO opnieuw dat bestuivers onmisbaar zijn voor de bestuiving van wilde planten en gewassen. Helaas nemen hun aantallen wereldwijd af, en Vlaanderen vormt hierop geen uitzondering.
De Vlaamse Rode Lijsten van bestuivers laten een zorgwekkende trend zien: meer dan een derde van de soorten is bedreigd of zelfs uitgestorven. Deze achteruitgang komt door verschillende drukfactoren die elkaar versterken, wat het herstel van populaties bemoeilijkt. De nieuwe Europese Natuurherstelverordening verplicht ons om de achteruitgang van bestuivers tegen 2030 te stoppen en hun herstel te bevorderen.Bestuivers zijn cruciaal voor de voortplanting van wilde planten en spelen een belangrijke rol in de productie van landbouwgewassen. In Vlaanderen is 62% van alle wilde plantensoorten afhankelijk van bestuivers om zich voort te planten. Ongeveer 4,8% van de landbouwoppervlakte voor akker-, groenten- en fruitteelten is in zekere mate afhankelijk van bestuivers. Dit betreft vooral fruitteelt in boomgaarden, klein fruit in openlucht, en fruitteelt en groenten in serres.
Elk bijkomend verlies van leefgebied verhoogt de druk op reeds kwetsbare populaties. Bescherming van bestaand leefgebied is daarom prioritair.
Vooral in de bebouwde omgeving en landbouwgebieden is de bescherming vaak onvoldoende. Deze gebieden fungeren bovendien als essentiële verbindingen (stapstenen) tussen kernleefgebieden.
• Behoud en versterk de bescherming van bloemrijke graslanden.
Verbeter de handhaving van beschermingsmaatregelen.
Breid de bescherming uit naar álle bloemrijke graslanden – ook diegene die nog niet officieel beschermd zijn.
Breng hiervoor de bloemrijke graslanden in kaart.
Bloemrijke graslanden blijven achteruitgaan, terwijl 24% van de bestuivers er direct van afhankelijk is.
• Behoud en versterk de bescherming van kleine landschapselementen (KLE’s) en stedelijke groenzones en breid de bescherming uit naar alle KLE’s.
Breng hiervoor alle KLE’s in kaart.
Versterk de handhaving van beschermingsmaatregelen, en zorg voor een meer stimulerend beleid om KLE’s te behouden en onderhouden.
In een versnipperd landschap zijn KLE’s essentieel als leefgebied of verbindingszone voor bestuivers.
• Stop de verharding.
Elke verwijdering van groen kan gevolgen hebben voor de verbinding van leefgebieden en kan de impact van verschillende drukken vergroten.
2. Creëer nieuwe leefgebieden voor bestuivers
Bescherming van de bestaande leefgebieden is belangrijk, maar niet genoeg.
Ze zijn te klein en liggen te verspreid om veerkrachtige bestuiverspopulaties te ondersteunen, en om hun volledige levenscyclus van ei tot volwassen insect te kunnen voltooien.
Nieuwe, gevarieerde leefgebieden rond en tussen kerngebie den versterken de draagkracht, verminderen de impact van huidige drukfactoren en maken uitwisseling tussen populaties en verdere verspreiding mogelijk.
• Pas het aankoopbeleid aan zodat het beter rekening houdt met de kernleefgebieden van bestui vers, waardoor deze gebieden versterkt en met elkaar verbonden worden.
Neem hierbij de bredere landschapscontext mee, en breng in kaart waar de grootste potentie is om leefgebieden te vergroten en te verbinden
Zo vergroot de kans dat de genomen maatregelen ook echt bijdragen aan de ontwikkeling van een robuust netwerk van leefgebieden voor bestuivers.
• Zorg voor een actiever beleid om kleine landschapselementen toe te voegen.
Vereenvoudig de administratie van stimulerende maatregelen, en maak ze financieel aantrekkelijker en breder inzetbaar.
Stimulerende maatregelen zoals beheerovereenkomsten kunnen nu vaak enkel in afgebakende beheergebieden worden toegepast.
Breng in kaart waar de grootste potentie is om leefgebieden te vergroten en te verbinden, en stem het beleid hierop af. Stimuleer langdurige overeenkom sten, zodat zowel boeren als natuur zekerheid hebben voor de toekomst.
• Maak het stedelijk en bebouwd gebied toegankelijker voor bestuivers.
Werk aan een structu reel beleid dat verharding terugdringt en groene verbindingen mogelijk maakt, maar dat ook zorgt voor de aanwezigheid van alle ecologische behoeftes van bestuivers op landschapsschaal (voedsel, ontwikkelingsplaatsen, schuilplaatsen).
3. Pas beheer aan aan bestuivers
De kwaliteit en veerkracht van leefgebieden hangen af van fijnmazig, ecologisch beheer.
“Gepast” beheer betekent dat we het onderhoud en de inrichting van natuur en groen beter afstemmen op de noden van bestuivers én het type gebied.
Zowel stadsgroen, groen op privéterreinen zoals tuinen en industrie, als bermen bieden veel ruimte voor verbetering op vlak van inrichting en beheer.
• Zorg voor een actiever beleid om cultuurgraslanden bestuiversvriendelijk te beheren.
Maak beheerovereenkomsten die inzetten op het bloemrijk en/of structuurrijk maken van graslanden aantrekkelijker.
Beheerovereenkomsten voor graslanden zijn momenteel nog te beperkt inzetbaar.
• Zorg voor voldoende aandacht voor bestuivers bij de ontwikkeling van natuurbeheerplannen.
Naast de aandacht voor bloei, moet er meer aandacht voor structuurvariatie komen.
Een meer fijnmazig beheer draagt bij aan een grotere variatie in microklimaten en vegetatiestructuren, wat cruciaal is om de veerkracht van bestuivers te versterken onder veranderende omgevingsomstandig heden.
• Integreer bestuiversvriendelijke beheerprincipes (bloemrijke bermen, ecologisch maaibeheer, structuurvariatie…) als standaardcriteria in gemeentelijke groenbeheerplannen.
Zorg hierbij voor toegang tot advies op maat.
Onderzoek ook hoe we bestuiversvriendelijk beheer onderhoudsluw en goedkoper kunnen maken.
• Faciliteer uitwisseling van praktijkervaringen en succesfactoren tussen beheerders en overheden.
Op verschillende bestuursniveaus ontbreekt nu vaak de ecologische of beheertechnische kennis om bestuiversgericht beheer effectief toe te passen.
Daardoor blijven lokale initiatieven vaak fragmenta risch en afhankelijk van individuele expertise of voortrekkers.
• Verander inrichtingen en beheer die de waterhuishouding verstoren.
Herstel natuurlijke watersys temen en diversifieer landschapsstructuren zodat bestuivers toegang hebben tot voedsel, ontwikke lingsplaatsen en schuilplaatsen, ook bij extreme droogte of hevige neerslag.
4. Verminder de vervuiling
Het verminderen van vervuiling en de impact ervan is cruciaal om de achteruitgang van bestuivers en hun leefgebieden te stoppen.
Experts benadrukken dat het terugdringen van pesticidengebruik een van de belangrijkste en meest effectieve maatregelen is om bestuivers te beschermen en hun populaties te herstellen.
• Zet in op brongerichte maatregelen.
Het verminderen van vervuiling werkt het best bij de bron.
Dat betekent: voorkomen dat vervuilende stoffen in de natuur terechtkomen, in plaats van achteraf te proberen de schade te beperken.
Kies in stedelijk groenbeheer en graslanden voor voedselarme bodems die meer nectar- en stuifmeelbronnen bieden.
Stimuleer tuineigenaars om het gebruik van meststoffen te vermijden.
• Pas het voorzorgsprincipe strikter toe bij de toelating van pesticiden, door alleen middelen goed te keuren waarvan is aangetoond dat ze geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor bestuivers en hun voedselvoorziening.
Herzie bestaande toelatingen periodiek op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Onderzoek de effecten van chronische, lage doses pesticiden en combinaties op verschillende bestuiversgroepen.
Beperk het gebruik van pesticiden voor particulier gebruik via striktere regelgeving.
• Verminder lichtvervuiling. Beperk verlichting tot waar en wanneer dit echt nodig is en zet in op het gebruik van ecologisch verantwoorde lichtbronnen.
• Breid bufferstroken uit rond leefgebieden van bestuivers.
Combineer waar nodig met brongerichte of aanvullende maatregelen om ecologische valstrikken bij hoge pesticidenconcentraties te voorkomen.
Zorg voor haalbare, langdurige afspraken en stimuleringsmaatregelen voor landbouwers, zodat bufferstroken effectief en duurzaam worden aangelegd en beheerd.
• Garandeer herstelmaatregelen van vermeste gebieden op lange termijn.
Herstelbeheer na nutriëntenverrijking moet lang aangehouden worden om succesvol te zijn, en moet gepaard gaan met het terugdringen van de stikstofvervuiling zelf.
Pas dit beheer ook aan aan bestuivers, met de juiste ingrepen die de waterhuishouding, structuurvariatie, het voedselaanbod en de ontwikkelings plaatsen niet in het gedrang brengen.
Lees meer: Bestuivers in nood: de oorzaken van de bestuiverscrisis ...
De natuurvereniging riep 2025 uit tot het Jaar van de Bij. “Bijen zijn geweldige teamspelers en dat moeten wij ook zijn om natuur- en biodiversiteitsrampen te overwinnen”, trekt Pieter ... www.gva.be |
Milieuvereniging GroenRand reikt elk jaar de Groene Duim uit aan iemand die zich inzet voor de natuur in de Voorkempen. Bijenambassadeur Els Beeckx uit Zoersel kreeg de prijs uit handen van Pieter ... www.nieuwsblad.be |
GroenRand beloont bij-zondere winnaars van fotowedstrijd Week van de Bij | GVA - Gazet van Antwerpen De Week van de Bij start op 25 mei. Milieuorganisatie GroenRand hield een fotowedstrijd en maakte de winnaars nu bekend. Ze ontvangen allemaal een verrassingspakket van de Brouwerij der Trappisten. www.gva.be |


Geen opmerkingen:
Een reactie posten