dinsdag 24 september 2024

Op bezoek in het fort Ertbrand

Op bezoek in het fort Ertbrand


Het Fort van Ertbrand, gelegen naast de Antitankgracht in Kapellen, vormt het meest noordelijke punt van de buitenste fortengordel rond Antwerpen en is een onderdeel van het projectgebied van GroenRand.

Het Ertbrandbos is een natuurlijke schakel tussen de natuurgebieden van Stabroek, Kapellen, Brasschaat en het Grenspark Kalmthoutse Heide.
Gericht bos- en natuurbeheer in het Ertbrandbos versterkt de Kalmthoutse Heide, het grootste natuurgebied van Vlaanderen.


Het fort, gebouwd tussen 1908 en 1912, bood onderdak aan ongeveer 500 manschappen in augustus 1914.
Deze bezetting was echter kortstondig: twee maanden later, tijdens de Duitse bezetting van Antwerpen, werd het fort geëvacueerd.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het gebruikt door de Belgische Ontmijningsdienst voor het vernietigen van explosieven, mijnen en munitie.
Later was het fort lange tijd privébezit, totdat Natuurpunt het in 2017 overnam en het als natuurgebied ging beheren.


Fort Ertbrand is nu onderdeel van het habitatrichtlijngebied 'Historische fortengordels van Antwerpen als vleermuizenhabitats'.
Het gebied is een cruciale overwinteringslocatie voor vleermuizen, wat begrijpelijk is door de combinatie van passende overwinteringsaccommodaties en een aantrekkelijk jacht- en leefgebied in de nabijheid.
Verschillende soorten vleermuizen, waaronder de watervleermuis, baardvleermuis en franjestaart, vinden in deze omgeving een geschikt onderkomen. 


Het nabijgelegen Ertbrandbos vervult een cruciale rol in de levensbehoeften van de vleermuizen.
Het beheer is gericht op het behouden van oude bomen met holtes die fungeren als zomerverblijfplaatsen voor vleermuizen, en op het verbeteren van de bosstructuur om een rijkere insectenpopulatie te ondersteunen als voedselbron.
Tussen 2019 en 2021 is er intensief gewerkt aan het fort.
Naast het renoveren van de toegangspoort, brug en toegangsweg, zijn er aanpassingen gemaakt om de leefomstandigheden voor de vleermuizen te verbeteren.


Vleermuizen prefereren een constant binnenklimaat tijdens hun winterslaap.
Om dit te bereiken, zijn op diverse plekken houten balken in de raamopeningen aangebracht en zijn er tochtwerende deuren geplaatst.
Dit zorgt voor een stabielere temperatuur en minder tocht.
De openingen die vleermuizen gebruiken om het fort in en uit te vliegen, zijn voorzien van tralies, zodat ze toegankelijk blijven.
In het fort zijn diverse nieuwe hangplekken gemaakt, zoals verticale boorgaten.


De historische afwateringskanalen waren na verloop van tijd volgelopen met zand.
Deze kanalen zijn vakkundig van het zand ontdaan.
Voor deze taak werd een gespecialiseerde installatie ingezet, bestaande uit een spuitwagen met een 'rioolrat' (een spuitkop aan een slang die door zand kan spuiten) en een zuigwagen die het natte zand tot net buiten de gracht kon verplaatsen, omdat de vrachtwagens vanwege hun gewicht niet over de brug het fort in konden rijden.

                                              © Wout Willems

Het herstel van de kanalen draagt bij aan de instandhouding van het gebouw en creëert een ideaal klimaat voor de vele vleermuizen die er overwinteren.

Foto's zijn van Mark Mertens

maandag 23 september 2024

Een gesprek over natuurherstel met Dirk Weyler

Een gesprek over natuurherstel met Dirk Weyler


Met het naderende Vlaamse Regeerakkoord, waarin het stikstofdossier een sleutelrol speelt, rijst de vraag naar jouw benadering van deze kwestie. Wat is jouw exacte standpunt hieromtrent?

Dirk Weyler: Het stikstofdossier in Vlaanderen is bijzonder ingewikkeld, wat maakt dat GroenRand zich er niet mee inlaat.
De emissies overschrijden de Europese normen, en de maatregelen om ze te verlagen zijn politiek gevoelig, vooral in de landbouwsector.
Dit heeft geleid tot protesten van Vlaamse boeren en politieke debatten over het verminderen van de uitstoot.
In vergelijking met andere sectoren die al strengere regelgeving en technologische innovaties hebben doorgevoerd, zou de landbouwsector achterblijven met het verminderen van schadelijke stikstofemissies.
Met onze huidige kennis is het onmogelijk om te bepalen in hoeverre dit overeenkomt met de realiteit.
Boeren voelen zich dan weer vaak het doelwit, terwijl ze van mening zijn dat de industrie en transportsector te gemakkelijk wegkomen.
Landbouwers bepleiten een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheden en een alomvattende aanpak die alle sectoren betrekt.
We nemen afstand van deze uiteenlopende standpunten vanwege de complexiteit van het dossier. 
GroenRand kan hier geen mening over geven, aangezien het buiten onze expertise ligt.


Waarop is jullie focus dan wel gericht?

Dirk Weyler: Onze focus is hoofdzakelijk gericht op het herstellen en verbinden van natuurlijke habitats.
We hopen dat dit onafhankelijk van het stikstofdossier kan worden gezien, zodat een serene dialoog met de landbouwsector mogelijk is.
Na een uitvoerig proces werd de natuurherstelwet op 17 juni goedgekeurd tijdens het Belgisch voorzitterschap.
Deze wet maakt deel uit van de doelstellingen van de Green Deal.
De EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 is essentieel voor het behoud van de natuur en speelt een sleutelrol in de Europese Green Deal.

                                                          © Tim Dirven

Waarom is deze wet voor jullie zo belangrijk?

Dirk Weyler: De Europese Natuurherstelwet biedt de meest significante mogelijkheid voor natuurherstel in dertig jaar tijd.
De wet is essentieel voor het aanpakken van klimaatverandering en de biodiversiteitscrisis, en daarmee voor de toekomst van alle flora, fauna en mensen in Europa.
De natuurherstelwet heeft juridische implicaties.
L
idstaten moeten actieve herstelacties ondernemen, niet alleen in natuurgebieden maar ook in stedelijke omgevingen, landbouwgebieden en langs rivieren.
De Natuurherstelwet heeft als doel de natuurlijke achteruitgang in Vlaanderen tegen te gaan.
Deze wet legt juridisch bindende doelstellingen vast voor het herstel van ecosystemen, met de ambitie om 30% te herstellen tegen 2030 en 90% tegen 2050.
Steden moeten vergroenen, rivieren vrij stromen, en de biodiversiteit in landbouwgebieden en bossen moet versterkt worden.

                                                                                                             © Tim Dirven

Welke impact zal deze wet hebben op Vlaanderen? En waarom is er zoveel interesse bij GroenRand?

Dirk Weyler: De Natuurherstelwet heeft voor Vlaanderen als gevolg dat er binnen twee jaar na goedkeuring een nationaal herstelplan opgesteld moet worden.
Dit draagt bij aan de klimaatdoelstellingen door CO2-opslag en biedt bescherming tegen klimaatverandering, wat cruciaal is voor burgers, boeren en bedrijven.
De wetgeving focust op het versterken van de inspanningen voor het herstel en versterken van ecologische corridors, niet alleen binnen natuurgebieden, maar ook in stedelijke omgevingen, op landbouwgronden en langs waterlopen.
GroenRand heeft vooral interesse hierin omdat het aansluit bij haar doelstellingen.
Groenblauwe corridors zijn essentieel voor ecologisch herstel omdat ze connecties vormen tussen verschillende habitats.
Dit bevordert de biodiversiteit en stelt flora en fauna in staat om te migreren en genetische diversiteit te behouden.


                                                                                          © Tim Dirven

Dit zal ongetwijfeld invloed hebben op de landbouwers en de vraag is of dit binnen hun verdienmodel zal passen?

Dirk Weyler: Boeren hebben de mogelijkheid om verschillende maatregelen te nemen, zoals het omvormen van weilanden tot kruidenrijk grasland, het herstellen van poelen, het aanleggen van bloemrijke akkerranden, en het planten van houtwallen, hagen, en fruit- en notenbomen op hun land.
Deze initiatieven verbeteren niet alleen de natuurlijke habitat, maar kunnen ook de landbouwproductie stimuleren door het aantrekken van bestuivers en het bieden van natuurlijke plaagbestrijding.
In Vlaanderen bestaan er fondsen die landbouwers financieel ondersteunen wanneer zij bijdragen aan natuurbehoud.
Landbouwers kunnen bijvoorbeeld een vergoeding krijgen voor natuurondersteuning door beheerovereenkomsten met de Vlaamse Landmaatschappij, of steun voor niet-productieve investeringen in de aanleg van kleine landschapselementen, waterbeheer en erosiebestrijding. 
Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) verleent ook steun voor investeringen die leiden tot efficiënter energie- en watergebruik, verbeterde luchtkwaliteit, en een hogere kwaliteit en veerkracht van de landbouw.

                                                                                © Tim Dirven

Je zegt dat er een Europese stimulans zal komen, zou u dat kunnen toelichten?

Dirk Weyler: Toekomstige Europese initiatieven zullen landbouwers eveneens ondersteunen in hun streven naar betere biodiversiteit.
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) legt voor de periode 2023-2027 een sterke nadruk op duurzaamheid en zal een essentieel instrument zijn om de doelstellingen van de Europese Green Deal te bereiken, inclusief de strategie 'van boer tot bord' en de strategie voor biodiversiteit.
Daarnaast is de Europese Commissie een strategische dialoog gestart over de toekomst van de landbouw in de EU, gericht op het ondersteunen van landbouwers en het aanpassen van het landbouwbeleid aan hun behoeften, met bijzondere aandacht voor duurzaamheid en veerkracht.
Dit betekent dat natuurlijke processen worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering om de kwaliteit van de bodem en het water te verbeteren en de biodiversiteit op en rond de boerderij te verhogen.

Ondanks de vakantieperiode heb je intensief gewerkt om de Vlaamse parken weer in het regeerakkoord te krijgen en burgemeesters te overtuigen van het belang om draagvlak te vinden voor deze parken.
Dirk Weyler: Ook tijdens de vakantieperiode is er inderdaad hard gewerkt om de Vlaamse parken opnieuw in het regeerakkoord te integreren. In een open brief aan de betreffende burgemeester werd tevens het belang van Vlaamse parken voor het stimuleren van samenwerking op het gebied van biodiversiteit benadrukt.
Het voorstel beoogt een heropening van de dialoog, onbevooroordeeld en gefundeerd op juiste feiten, eventueel met de ondersteuning van een bemiddelaar.
N-VA, CD&V en Vooruit hebben afgelopen nacht een principieel akkoord bereikt over de begroting van de toekomstige Vlaamse regering, een belangrijke stap richting een definitief regeerakkoord. De partijen streven ernaar om volgende week tot een overeenkomst te komen. Verwacht wordt dat het akkoord significante elementen voor GroenRand en de natuur zal omvatten. Vele beschermde Natura 2000-gebieden zijn al verbonden door natuurlijke en semi-natuurlijke landschappen die onmisbare ecosysteemdiensten leveren, zoals bestuiving, overstromingsbeheersing en recreatie. Deze gebieden zijn eveneens essentieel in de strijd tegen klimaatverandering en het verkleinen van het risico op natuurrampen. Onderzoek toont aan dat natuur effectiever beschermd wordt binnen een netwerk dat een groot gebied bestrijkt, waardoor belangrijke diensten worden geleverd die de druk op ecosystemen verminderen. Het verbeteren van de connectiviteit van dit netwerk draagt bij aan betere leefomstandigheden voor habitats en gaat de afname van biodiversiteit tegen.
Maatregelen die zich alleen op natuurgebieden richten, volstaan dus niet meer voor natuurbehoud?

Dirk Weyler: Dat is inderdaad zo, er is meer nodig. Daarom richt het Europese natuurbeleid zich steeds meer op de omgeving van deze gebieden. GroenRand blijft consequent tot vervelens toe benadrukken dat de ontwikkeling van Vlaamse parken sterk samenhangt met de belangrijke veranderingen in het Europese natuur- en landschapsbeleid. Onze natuurvereniging zal niet ophouden te onderstrepen dat de ontwikkeling van Vlaamse parken kan leiden tot de vorming van kwalitatief uitmuntende, veerkrachtige natuurgebieden die naadloos opgaan in een landschapsecologisch netwerk. 'Robuust' duidt op grote, samenhangende gebieden van natuur en landschap die zowel intern als met hun omgeving verbonden zijn, waardoor de dynamiek en veerkracht van natuurlijke processen toenemen. Het is belangrijk om te benadrukken dat particuliere eigenaren en boeren die zich willen inzetten binnen de grenzen van Nationaal park Kalmthoutse Heide en willen bijdragen aan de doelstellingen van het masterplan, dit uitsluitend op vrijwillige basis doen. De uitbreiding van het park van 6000 naar 14.000 hectare heeft dus geen effect op de landbouwers en grondeigenaren. 
Parallel aan het Masterplanproces, en als antwoord op de zorgen van landbouwers en privé-eigenaars, werd er besloten om een nieuwe structuur te creëren binnen een Internationale Vereniging Zonder Winstoogmerk (ivzw). Gestart in 2023 en voortgezet in 2024, streeft dit initiatief ernaar een transparante en inclusieve structuur op te zetten waarin alle stakeholders zich adequaat gerepresenteerd voelen, en die ook dient als een stevige basis voor samenwerking met huidige en toekomstige partners. Door voortdurende spanningen krijgt dit initiatief momenteel weinig kans om te slagen. Daarom roepen we op tot het bereiken van een overeenkomst, aangezien de natuur met spoed om oplossingen vraagt. De biodiversiteitscrisis is een van de grootste uitdagingen voor Europa. Het aanpakken van het verlies van habitats en soorten is cruciaal.


Er zijn dus belangrijkere dingen?

Dirk Weyler: Er zijn inderdaad belangrijkere zaken!
'Nature-based Solutions' winnen aan populariteit.
Steeds meer organisaties gebruiken natuurlijke elementen om de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittegolven en wateroverlast, te bestrijden.
Ook gemeenten zien het potentieel van natuur om de leefomgeving gezonder, aantrekkelijker en bestand tegen het klimaat te maken.
Denk bijvoorbeeld aan het aanleggen van groene zones met bomen en struiken voor extra koelte, of ander groenbeheer dat de bodemstructuur verbetert en de waterafvoer bevordert.
Nature-based Solutions bieden tal van voordelen en de Vlaamse parken kunnen hier een rol in spelen.
Het instrument Nationaal park biedt financiële middelen voor het opzetten van een samenwerkingsmodel, wat we moeten benutten om de biodiversiteit en de 'natuurlijke oplossingen' te versterken.
Het Masterplan bestrijkt hierbij een breed scala aan doelstellingen, inclusief natuurbehoud, biodiversiteitsherstel, landschapsbeheer, toerisme, recreatie, educatie en onderzoek.
Het biedt tevens een kader voor nieuwe bestuurlijke structuren, essentieel voor de duurzame toekomst van het Grenspark Kalmthoutse Heide.
Het operationele plan presenteert een overzicht van de strategische en operationele doelen waarop het Grenspark, samen met zijn partners, zich de komende zes jaar kan richten.


De oprichting van een Nationaal Park creëert tevens een unieke mogelijkheid om de belangrijke, laatste grote heidegebieden en bossen ten noorden van Antwerpen – de Kalmthoutse Heide, de Brabantse Wal, en zowel het Groot als Klein Schietveld, alle Natura 2000-gebieden – te verenigen, ecologisch te versterken en verder te ontwikkelen.
Het is opmerkelijk dat iedereen zich achter dit Operationeel- en Masterplan schaart, wat suggereert dat de tegenstand voornamelijk gebaseerd is op emotionele, niet-objectieve argumenten.
De oprichting van het Nationaal park is haalbaar door gebruik te maken van bestaande domeinen met een groene functie en bestemming, waar al decennialang de focus ligt op natuur en natuurontwikkeling.
Een verbeterde samenwerking leidt eenvoudigweg tot een rijkere biodiversiteit.
Ik snap eigenlijk niet wat het probleem is.
We moeten de realiteit onder ogen zien: de biodiversiteit staat momenteel op een laag pitje, en er bestaat een risico dat we deze situatie als normaal gaan beschouwen. Dit zou verontrustend zijn. Echter, er zijn bemoedigende tekenen. Soorten zoals de bever, de boommarter en de otter maken een comeback, en de achteruitgang van de biodiversiteit in Vlaanderen is vertraagd. Het is zeker nog niet te laat voor een ommekeer, op voorwaarde dat we onze relatie met de natuur snel en ingrijpend herzien, en dat we elkaar niet als vijanden maar als partners beschouwen. Samenwerken is hierbij het sleutelwoord.

VLM legt nieuwe wandel-, fiets- en ruiterpaden aan in populair, en soms dus te druk, Zoerselbos

VLM legt nieuwe wandel-, fiets- en ruiterpaden aan in populair, en soms dus te druk, Zoerselbos


Een amfibieënpoel, een losloopgebied voor honden, een nieuwe route voor wandelaars, fietsers en ruiters, extra parkeergelegenheid...
Dit zijn allemaal verbeteringen die op stapel staan voor het Zoerselbos.
De Vlaamse Landmaatschappij is eerder deze maand gestart met de voorbereidende werkzaamheden.
Vanwege de werkzaamheden zullen bepaalde delen van het bos tijdelijk niet toegankelijk zijn.
Het is de bedoeling dat tegen het einde van het jaar alles afgerond is.

Er komt een breed pad langs de weilanden bij Sjauwel, naast de E34, bestemd voor fietsers, wandelaars en ruiters.
Voor fietsers en wandelaars wordt een halfverhard pad aangelegd, terwijl voor ruiters een pad met een zandbodem komt.
Naast de snelweg wordt een bufferzone gecreëerd, deels groen en deels met stenen, om het pad prettiger te maken.
Wanneer dit pad gereed is, zal de Halsedreef afgesloten worden voor ruiters.
Op een zomerdag kun je zien hoe druk het Zoerselbos kan zijn, vandaar deze veranderingen.
Soms ontstaan er conflicten tussen bijvoorbeeld ruiters en wandelaars met honden.
Wanneer deze groepen op een kleine ruimte samenkomen, kan dat voor problemen zorgen.

Verbinding tussen Sjauwel en Zoerselbosdreef



Bovendien wordt er een nieuw wandel- en fietspad aangelegd parallel aan de N14.
Dit pad zal de nieuwe route langs Sjauwel verbinden met de Zoerselbosdreef. Bestaande paden worden vernieuwd en voorzien van een halfverharde ondergrond, zodat ze ook bij slecht weer begaanbaar blijven.
Als afronding zijn er extra parkeerplaatsen, een nieuw ontvangstpunt en een uitloopgebied voor honden gepland.

Tijdelijke, plaatselijke afsluitingen
De voorbereidende werkzaamheden zijn inmiddels begonnen. Er wordt een bouwcontainer geplaatst en enkele bomen worden gekapt. Na de bouwvakantie beginnen de werkzaamheden aan de paden, wat soms voor overlast kan zorgen.
Het Zoerselbos blijft grotendeels open voor publiek. Slechts de delen waar gewerkt wordt, zijn tijdelijk niet toegankelijk en daarvoor worden omleidingen ingesteld.

Verbinding Vrieselhof, bossen van Halle, Zoerselbos en Vliegveld Malle


De bossen van Halle-Zoersel die aansluiten op het provinciaal domein Vrieselhof te Ranst, vormen het begin van een groenblauwe ketting.
Via de natuurverbindingen van Groot Schijn en Tappelbeek, die respectievelijk ten noorden en ten zuiden van Halle vloeien wordt de link gelegd met Zoerselbos.
In Zoersel is de vallei van de Delfte beek (grens met Malle) een belangrijke potentiële natuurverbinding tussen het ’s Herenbos, Vliegveld Malle, Heihuizen en Zalfen, Blommerschot.
Ankerplaats ’s Herenbos en Heihuizen bestaat uit een uitgestrekt boscomplex en landbouwgronden rondom het gehucht Zalfen.
Er kan overwogen worden om een ecoduct aan te leggen over de E-34 ter hoogte van de vallei van de Delfte beek.
Zo ontstaat een verbinding richting Lovenhoek, Krabbels Broek, Molenbos, Schupleer en Vuilvoort.

Het Vliegveld van Malle is een uitzonderlijk waardevol natuurgebied, beschermd als Natura 2000-gebied.
Speciale beschermde heide- en landduinvegetaties van Europees belang zijn in dit gebied aanwezig.
Natuur en Bos en Natuurpunt zijn al meer dan 40 jaar betrokken bij het beheer, aanvankelijk gericht op bosbeheer, maar later uitgebreid naar de heide en landduinen van het bijna volledige terrein. De samenwerking met Defensie heeft geleid tot belangrijke resultaten, zoals de terugkeer van de nachtzwaluw als broedvogel en inspanningen voor de terugkeer van de bedreigde heivlinder.
In augustus zijn de grootschalige werken aan het vliegveld hervat, waarbij meer dan 80.000 vierkante meter beton van het voormalige NAVO-reservevliegveld wordt verwijderd. In 2019 maakte de Vlaamse regering al een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘omgeving vliegveld Malle’ op.
Het hele plangebied is meer dan 600 ha groot.
Het duidt deze grote aaneengesloten open ruimte aan als ‘erfgoedlandschap’ en zet in op het behoud van de aanwezige landschaps- en erfgoedwaarden.
Het gaat om drie aangrenzende gebieden uit de vastgestelde landschapsatlas: het bos- en landbouwgebied 
‘Herenbos, Heihuizen en Zalfen’, het natuurgebied ‘Zalfens Gebroekt’ en de bossen rond het ‘domein Blommerschot en Beulkbeemden’. Sinds juni 2022 is het Agentschap voor Natuur en Bos eigenaar van ongeveer 170 hectare van het voormalige militaire vliegveld, terwijl Pidpa eigenaar is van de resterende 42 hectare.

Concreet wordt er ongeveer 16 hectare bestaande verharding en een vijftiental gebouwen afgebroken en afgevoerd.
Zo wordt er heel wat nieuwe natuur gecreëerd en kan het water infiltreren.





Natuur moet een belangrijke prioriteit worden in het toekomstig Regeerakkoord

Vlaamse parken moeten natuurherstelwet ondersteunen door écht samen te werken

N-VA, CD&V en Vooruit hebben vannacht een principieel akkoord bereikt over de begroting van de toekomstige Vlaamse regering. Dit vormt een essentiële stap in de richting van een definitief regeerakkoord. De partijen streven ernaar om in de loop van de komende week een overeenkomst te bereiken. We hopen dat het akkoord punten bevat die belangrijk zijn voor GroenRand en de natuur.
In het begin van maart 2023 kwamen landbouw- en milieuorganisaties tot een overeenkomst over de kernpunten van MAP7. Een soortgelijk akkoord zou ook haalbaar moeten zijn voor de heropleving van onze natuur.
GroenRand is van mening dat dit moet leiden tot een duurzame en langdurige samenwerking, waarbij de natuurvereniging Vlaamse parken promoot als een verbindend element tussen alle betrokken partijen.
Europa heeft ambitieuze doelen vastgesteld voor natuurherstel, die de voordelen van een gezonde natuur voor de samenleving benadrukken.
Het creëren van beschermde zones, het ontwikkelen van groenblauwe netwerken, het herstellen en terugbrengen van wilde natuur in ecosystemen, en het toepassen van natuurlijke oplossingen zijn cruciale stappen om de achteruitgang van biodiversiteit te stoppen. 
Hoewel de biodiversiteit in Europa afneemt, hebben natuurbehoudsinspanningen tot positieve resultaten geleid, waaronder verbeteringen in de conditie van bossen, zoogdieren en vogels. Meer dan 2.000 soorten worden momenteel beschermd onder EU-wetgeving, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn. Veel beschermde Natura 2000-gebieden zijn reeds verbonden door natuurlijke en semi-natuurlijke landschappen die essentiële ecosysteemdiensten bieden, zoals bestuiving, overstromingsbeheersing en recreatie. Deze gebieden zijn ook cruciaal voor het bestrijden van klimaatverandering en het verminderen van het risico op natuurrampen.
Het Emerald-netwerk, ondersteund door de EU via Natura 2000, levert een bijdrage aan deze inspanningen. Deze gebieden creëren gezamenlijk een netwerk van groenblauwe infrastructuur in heel Europa. Onderzoek wijst uit dat natuur effectiever wordt beschermd binnen een netwerk dat een uitgebreid gebied bestrijkt, waardoor essentiële diensten worden geleverd die de belasting op ecosystemen verminderen.
Het verbeteren van netwerkconnectiviteit draagt bij aan betere leefomstandigheden voor habitats en helpt de afname van biodiversiteit te voorkomen.

Ecologische groenblauwe corridors zijn van cruciaal belang

Mensen zijn onlosmakelijk verbonden met en volledig afhankelijk van netwerken en natuurlijke ecosystemen. Deze voorzien ons van voedsel, zuiveren ons drinkwater en verschaffen de lucht die we inademen.
De biodiversiteits- en klimaatcrisis zijn nauw met elkaar verweven.
Klimaatverandering versnelt de vernietiging van de natuur door droogtes, overstromingen en bosbranden.
Het verlies en het onduurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen dragen tegelijkertijd bij aan de klimaatverandering.
De oplossingen voor deze crises zijn echter ook onderling verbonden.
De natuur is een essentiële bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering en draagt bij aan de regulatie van het klimaat.
Ze biedt oplossingen zoals de bescherming en het herstel van wetlands en veengebieden, evenals het duurzaam beheer van bossen, graslanden en landbouwgronden, die cruciaal zijn voor het verminderen van emissies en de aanpassing aan klimaatverandering.
Biodiversiteitsverlies en het instorten van ecosystemen behoren tot de grootste bedreigingen voor de mensheid in het komende decennium.
Om de biodiversiteit tegen 2030 op het pad van herstel te brengen, moeten we onze inspanningen om de natuur te beschermen verhogen en versterken. Het creëren van ecologische corridors is essentieel voor een samenhangend en veerkrachtig Europees netwerk van natuurgebieden. Deze corridors voorkomen genetische isolatie, maken migratie van soorten mogelijk en dragen bij aan het behoud en de verbetering van gezonde ecosystemen. Daarom is het stimuleren en ondersteunen van investeringen in groenblauwe infrastructuur van cruciaal belang.
Er is een dringende behoefte aan een extra impuls om de natuur, landschappen en het bodem- en watersysteem in samenhang te versterken.
Dit sluit aan bij de internationale afspraken die Vlaanderen heeft gemaakt om ecosystemen en biodiversiteit te herstellen en klimaatverandering tegen te gaan.

Inspraak


Akker- en weidevogels, alsook insecten, vooral bestuivers, vormen essentiële indicatoren voor de gezondheid van agrarische ecosystemen en zijn van vitaal belang voor de landbouwproductie en voedselzekerheid. 
Hun alarmerende afname moet worden gestopt.
Om de gestelde doelen en maatregelen te bereiken, moeten de lidstaten nationale natuurherstelplannen opstellen in overeenstemming met de Natuurherstelwet. In België is elke deelstaat hiervoor verantwoordelijk, en hopelijk zal het toekomstige regeerakkoord daadwerkelijke ondersteuning bieden door middel van concrete acties. De deelstaten moeten deze taak zorgvuldig vervullen, aangezien de natuurherstelplannen periodiek door de Europese Commissie worden geëvalueerd. Bovendien krijgt het algemene publiek inspraak in de vormgeving van de plannen. De Natuurherstelwet waarborgt dat het publiek op een open en transparante wijze betrokken moet zijn bij de voorbereiding van de plannen. Europa is vragende partij voor een significante verandering

In de nabije toekomst zullen dus significante veranderingen in natuur, water en landbouw plaatsvinden als gevolg van de natuurherstelwet. 
Maatregelen die zich uitsluitend op natuurgebieden concentreren, volstaan niet meer voor natuurbehoud.
Daarom focust het Europese natuurbeleid zich steeds meer op de omgeving van deze gebieden. 
GroenRand zal tijdens de inspraakronde benadrukken dat de ontwikkeling van Vlaamse parken nauw samenhangt met deze belangrijke wijzigingen in het Europees natuur- en landschapsbeleid.
De natuurvereniging zal onderstrepen dat de ontwikkeling van Vlaamse parken kan bijdragen aan het vormen van kwalitatief hoogwaardige, robuuste natuurgebieden die naadloos opgaan in een landschapsecologisch netwerk.
'Robuust' verwijst in deze context naar uitgestrekte, coherente gebieden van natuur en landschap die onderling en met hun omgeving verbonden zijn, waardoor de dynamiek en veerkracht van natuurlijke processen verhoogd wordt, hetgeen de biodiversiteit ten goede komt.
Het is een uitgelezen kans om in te zetten op een gebiedsgerichte aanpak die de natuur versterkt, de biodiversiteit bevordert en de kwaliteit van de leefomgeving verbetert.
Vlaamse parken kunnen een significante bijdrage leveren doordat ze als een verbindend element fungeren tussen diverse belanghebbenden.
Ze verweven natuur, cultuur, erfgoed en landschap, en elk park vertelt op zijn eigen manier het verhaal van de langdurige samenhang tussen mens en natuur.
De partners van de Vlaamse parken hebben bovendien veel kennis over een gebied en hebben ervaring met gebiedsprocessen.

Vlaamse parken verbinden


Een Vlaams park brengt uiteenlopende belangen samen, stimuleert gemeenschappelijke ambities en leidt tot nieuwe initiatieven.
Vrijwilligheid en motivatie zijn hierin cruciale factoren.
Vlaamse parken hebben een integrale, ontwerpende en innovatieve manier van werken met natuur en landschap als basis, en willen zo het goede voorbeeld zijn voor grote ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. 
Zij verbinden partijen, zoeken naar een balans tussen verschillende belangen en zorgen voor draagvlak.
Dat doen zij via intensieve communicatie en educatie en door recreatie alleen op specifieke plekken mogelijk te maken.
Zij zorgen voor goed overleg met de omgeving en maken de effecten van mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen op de natuur bespreekbaar.
Vlaamse parken slagen er bij uitstek in om verschillende belangen, zoals natuur, recreatie, landbouw en wonen, samen te brengen.
Het park is een aanjager voor integrale ontwikkelingen in de regio.
Het vormt een platform en bestuurlijk klankbord voor het gesprek over de transitieopgave in het landelijk gebied met bewoners, bedrijven en overheden. 


De partners doen dat met betrokkenheid, verbondenheid en kennis van hun directe omgeving.
Een gebiedsprogramma voor de Vlaamse parken slaagt alleen als alle verschillende organisaties, deelnemers en betrokkenen op alle niveaus samenwerken en zich verbinden aan gezamenlijke ambities en doelen.
Een essentiële voorwaarde is dat elke partner bereid is om de perspectieven van de ander te begrijpen, zodat men inzicht verkrijgt in elkaars belangen en doelstellingen.
Dit moet gebeuren met een open geest, zonder vooroordelen of foutieve redeneringen, en met de focus op de doelstellingen van de natuurherstelwet.
Een mediator, of een neutrale derde, kan bijdragen aan het verbeteren van de communicatie, het vinden van gemeenschappelijk grond en het werken aan een oplossing die voor alle partijen aanvaardbaar is, zonder zelf een oordeel te geven of een beslissing te nemen.