Samen met Frank Vermeiren en GroenRand komen we op voor de veldleeuwerik in de Voorkempen
In de indrukwekkende vogelreportagereeks 'Van A tot Z' trekt natuurfotograaf en vogelkenner Frank Vermeiren door de gevarieerde landschappen van de Voorkempen.
Als geëngageerd lid van de regionale natuurvereniging GroenRand gebruikt hij zijn camera niet alleen om de lokale biodiversiteit te bewonderen, maar ook om de urgente bescherming ervan op de kaart te zetten.
Nu de letter ‘V’ is aangebroken, richt Frank zijn lens op de veldleeuwerik, een vogel die historisch diep verworteld is in onze cultuur, maar vandaag de dag op de rand van de afgrond balanceert.
Al in de oudheid raakten mensen gefascineerd door deze grondbroeder, waarbij de Griekse fabeldichter Aesopus een treffende mythe schreef over de diepe band tussen de vogel en de bodem.
Volgens zijn fabel bestond de leeuwerik er namelijk al vóór de schepping van de aarde zelf.
Toen de vader van de eerste leeuwerik stierf, was er bij gebrek aan vaste grond nog geen enkele plek om hem te begraven.
Uit pure noodzaak en kinderlijke liefde besloot de vogel zijn vader daarom te begraven in zijn eigen achterhoofd, waarmee de fabel verklaart waarom de leeuwerik vandaag de dag nog altijd zijn opvallende, rechtopstaande kuif draagt.
Die diepe symboliek van transformatie en verbondenheid met de bodem is door de eeuwen heen altijd overeind gebleven in de Europese geschiedenis.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog zorgde de vogel voor een surreëel contrast aan het front, waar soldaten in hun dagboeken schreven hoe de veldleeuweriken onverstoord bleven zingen boven de modder en het bulderende kanongeweld van de loopgraven.
Ook in de klassieke muziek liet de vogel zijn sporen na, aangezien de Britse componist Ralph Vaughan Williams zich door de unieke zangvlucht liet inspireren tot zijn wereldberoemde, melancholische meesterwerk The Lark Ascending.
Wanneer Frank Vermeiren in de vroege ochtend door de open landbouwgebieden van Halle-Zoersel trekt, zoekt hij precies naar diezelfde tijdloze en weidse soundtrack.
Het mannetje van de veldleeuwerik beheerst namelijk een van de meest spectaculaire baltsvluchten uit het dierenrijk, waarbij hij in een strakke, loodrechte lijn opstijgt tot wel honderd meter hoogte.
Daar blijft hij minutenlang klapwiekend hangen om een onafgebroken waterval van klanken uit te storten, waarna hij als een baksteen naar beneden valt en pas vlak boven de grond zijn vleugels weer uitslaat.
Zodra de vogel eenmaal geland is, transformeert deze legendarische 'Koning van de Hemel' echter in een uiterst onopvallende verschijning die bijna naadloos verdwijnt in de achtergrond.
Om de veldleeuwerik te spotten, moet je je ogen goed openhouden, want deze vogel weet zich uitstekend te camoufleren om aan roofdieren te ontsnappen.
Wie door de lens van Frank kijkt, ziet een zangvogel met de omvang van een grote mus en een totale lengte van zeventien tot negentien centimeter.
Hij is overwegend bruin-beige van kleur en heeft opvallende donkerbruine tot zwarte strepen op zijn rug om niet op te vallen op de kale grond.
Zijn buik en borst zijn daarentegen lichtbeige tot wit gekleurd, waarbij de borst extra bezaaid is met fijne, donkere vlekken.
Het meest opvallende kenmerk op zijn kopje zijn de veren, die als een kleine kam of kuif rechtop gaan staan wanneer de vogel alert is.
Zijn sprekende ogen zijn subtiel wit omrand, wat hem van dichtbij een heel herkenbare blik geeft in het veld.
Wanneer hij onverwacht opvliegt, strekt hij zijn relatief lange staart duidelijk uit om jezelf perfect in evenwicht te houden tijdens de vlucht.
Om op de akkers te overleven zijn veldleeuweriken gelukkig niet erg kieskeurig en hebben ze een gevarieerd menu dat heel dynamisch wisselt met de seizoenen.
Tijdens het najaar en de winter bestaat hun hoofdvoedsel voornamelijk uit verschillende zaden en granen die ze op de grond aantreffen.
Met kleine, behoedzame stapjes zoeken ze systematisch de bodem af naar werkelijk alles wat als voedsel kan dienen.
Vooral in de zomermaanden schakelen ze over op een eiwitrijk dieet van regenwormen, larven en diverse ongewervelde insecten die absoluut noodzakelijk zijn voor de snelle groei van hun jongen.
Zoals zijn naam al doet vermoeden, is de veldleeuwerik voor dit menu onlosmakelijk verbonden met open weiden, akkers, heide en braakliggend land waar geen hoge vegetatie groeit.
Dit is een strategische keuze, zodat vijanden hem daar niet gemakkelijk in de gaten kunnen houden en hij roofvogels bovendien al van verre ziet aankomen.
De mannetjes gedragen zich bijzonder territoriaal in het broedseizoen en verdedigen de wijde omgeving van hun nest fel door onafgebroken te zingen.
Hoewel het buiten de voortplantingstijd om echte groepsdieren zijn, blijken veldleeuweriken plots niet meer geneigd om veel ruimte te delen zodra het broeden begint.
Wanneer het bij ons in de winter te koud wordt, kan de veldleeuwerik onze streken tijdelijk inruilen voor het zuiden van Europa om het daar wat rustiger aan te doen.
Tegelijkertijd gebeurt het ook weleens dat Scandinavische veldleeuweriken hun toevlucht zoeken tot ons land, waar de winter een stuk minder streng is dan in hun land van herkomst.
Die diepe winterse omzwervingen maken in het vroege voorjaar snel plaats voor pure veldleeuwerikenliefde op de Vlaamse velden.
Omwille van zijn sterke verbondenheid met de aarde nestelt de veldleeuwerik uitsluitend op de grond in een eenvoudig nest gemaakt van droog gras.
De strikt monogame koppeltjes vormen zich al in de loop van de maand februari, waarna het mannetje meteen start met zijn defensieve zangvluchten.
Elk jaar tussen eind maart en half augustus produceren de actieve vrouwtjes twee tot drie opeenvolgende legsels met elk twee tot vijf eieren.
Na twee weken van intensief broeden komen de eieren eindelijk uit, waarna de kwetsbare jongen ongeveer acht dagen lang het nest resoluut niet zullen verlaten.
Daarna moeten ze nog eens tien dagen geduld oefenen vooraleer ze sterk genoeg zijn om definitief weg te vliegen.
Ondertussen kunnen de opgroeiende vogels gelukkig ongestoord genieten van de uitstekende en liefdevolle zorgen van zowel mama als papa veldleeuwerik.
Het is fascinerend hoe deze kleine vogel in staat is om wel zeshonderd verschillende zangnoten te produceren en deze vakkundig in zinnen te ordenen om zo heel diverse soorten informatie over te brengen.
Zijn tremolo’s in de vlucht zijn bovendien bijzonder complex van structuur en jonge leeuweriken leren zelfs verschillende dialecten van hun directe verwanten en soortgenoten.
Het mag dan ook geen wonder heten dat de vogel in de loop der eeuwen verschillende poëtische namen heeft gekregen voor zijn lied, dat in de volksmond vaak prachtig wordt omschreven als ‘tierelieren’ of ‘kwinkeleren’.
Een vitale leeuwerik kan bovendien gemakkelijk een dik kwartier onafgebroken blijven doorzingen zonder ook maar één pauze in te lassen.
Zelfs de grote Julius Caesar raakte zo onder de indruk van deze dieren dat hij de naam van de vogel gaf aan een compleet Romeins legioen dat hij tijdens de Gallische oorlogen samenstelde.
Dit roemruchte Legio V Alaudae, oftewel het Vijfde Legioen van de Leeuwerik, bestond volledig uit inwoners van Gallia Transalpina en was daarmee historisch gezien het allereerste legioen dat niet uit Romeinse burgers werd gerekruteerd.
Het Latijnse woord ‘alauda’, dat vandaag nog altijd de officiële wetenschappelijke naam van de leeuwerik vormt, is om die reden rechtstreeks afgeleid van de taal van de Galliërs.
Ondanks deze rijke culturele geschiedenis is de relatie met de moderne mens en het huidige leven niet altijd gemakkelijk voor onze veldleeuwerik.
De verregaande intensivering en de schaalvergroting van de moderne landbouw laten helaas bitter weinig ruimte over voor de spontane natuur.
Snelrijdende maaimachines trekken vandaag de dag zo efficiënt over de velden dat een grondbroeder simpelweg de tijd niet meer krijgt om zijn eieren succesvol uit te broeden.
De massale vestiging van monoculturen, het grootschalige gebruik van agressieve pesticiden en het verdwijnen van braakliggend land zorgen bovendien voor een gebrek aan insecten en zaden.
Naar schatting is de totale populatie veldleeuweriken duizelingwekkend snel afgenomen, waarbij in bepaalde delen van Vlaanderen zelfs sprake is van een historische achteruitgang van 95 procent.
Ongeveer een op de drie jonge vogels sterft daardoor al in het allereerste levensjaar, een sterftecijfer dat vooral piekt wanneer de winters uitzonderlijk streng zijn en het historische, kleinschalige cultuurlandschap ontbreekt.
Gelukkig documenteert Frank Vermeiren met zijn reportage dat er in de Voorkempen, mede door de onvermoeibare inzet van GroenRand, nog enkele cruciale bolwerken bestaan waar de vogel overleeft.
Het uitgestrekte, open graslandcomplex rondom het Vliegveld van Malle vormt zo'n unieke oase, omdat het ontbreken van intensieve landbouw hier zorgt voor een van de meest stabiele populaties van de regio.
Ook de agrarische buitengebieden van Brecht, Schilde en Zandhoven bieden dankzij specifieke beheersovereenkomsten nog de nodige rust en schuilplaatsen.
Om dit broze succes uit te bouwen, pleit GroenRand al jaren voor grootschalig landschapsherstel en het actief verbinden van de resterende, versnipperde natuurkernen in de regio Antwerpen.
Concreet steunt de vereniging de aanleg van brede, onbespoten akkerranden vol kruiden en zogenaamde 'leeuwerikenveldjes', wat kleine, onbezaaide stroken midden in de gewassen zijn waar de vogels veilig kunnen landen.
Met zijn indrukwekkende fotoreeks wil Frank Vermeiren dan ook niet louter een esthetisch plaatje afleveren, maar burgers, beleidsmakers en landbouwers rechtstreeks mobiliseren.
De letter 'V' in zijn alfabetische zoektocht staat zodoende niet alleen voor de veldleeuwerik, maar symboliseert evengoed de broodnodige veerkracht, de verbinding en de bescherming van ons collectieve natuurerfgoed.
Nadat Frank Vermeiren de veldleeuwerik succesvol heeft vereeuwigd, blijft hij nog heel even hangen bij de letter ‘V’ voor de volgende halte in zijn ambitieuze natuurgids.
Dit volgende luik brengt hem namelijk bij een van de meest bekende en vocale bosbewoners van de Voorkempen: de vink.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten