Frank Vermeiren en de vink: de kleurrijke cultuurvogel van de Voorkempen vastgelegd op de gevoelige plaat
In de indrukwekkende vogelreportagereeks 'Van A tot Z' trekt natuurfotograaf en vogelkenner Frank Vermeiren door de gevarieerde landschappen van de Voorkempen.
Als geëngageerd lid van de regionale natuurvereniging GroenRand gebruikt hij zijn camera niet alleen om de lokale biodiversiteit te bewonderen, maar ook om de urgente bescherming ervan op de kaart te zetten.
Nu de letter ‘V’ is aangebroken, richt Frank zijn lens op de vink, een vogel die historisch diep verworteld is in onze cultuur, maar vandaag de dag op de rand van de afgrond balanceert.
In de winter besluiten sommige vogels om op onze breedtegraden te blijven en hun dieet gewoon aan te passen.
Dit is ook het geval voor de vink, die onze tuinen komt bezoeken op zoek naar zaden.
Ontdek hier deze zangvogel met zijn prachtige kleuren, wetenschappelijk bekend als de Fringilla coelebs.
Zoals vaak het geval is bij zangvogels, valt het mannetje in broedkleed op door zijn felle kleuren, terwijl het vrouwtje moeilijker te onderscheiden is.
De vink meet ongeveer vijftien centimeter en is herkenbaar aan een reeks specifieke fysieke kenmerken.
De mannetjes hebben een roestkleurige borst en gezicht, een grijsblauwe kruin en hun rug is bruin.
De vrouwtjes zijn daarentegen veel doffer van kleur en hebben een bruine rug in combinatie met een beige buik.
Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben zwarte vleugels die opvallend versierd zijn met twee witte balken.
Hun snavel is typisch voor een zaadeter en is kort en kegelvormig gebouwd.
Zoals veel vogels verandert de vink zijn dieet met de seizoenen om altijd iets te eten te vinden.
Frank Vermeiren documenteert hoe de vink overschakelt naar eiwitrijke insecten en larven tijdens het broedseizoen, terwijl de aandacht verschuift naar zaden in de herfst en de winter.
Soms doet de vogel zich ook tegoed aan jonge, malse knoppen van bomen ietwat struiken.
Tijdens het koude seizoen komen de vinken samen, soms in het gezelschap van kepen, om de velden af te speuren naar granen die mogelijk aan de oogst zijn ontsnapt.
De vink geeft grotendeels de voorkeur aan bosrijke omgevingen, maar toch leeft hij zeker niet alleen in het dichte bos.
Ook parken en tuinen spreken hem enorm aan, wat blijkt uit het feit dat hij in Vlaamse tuinen de derde meest voorkomende vogel was in 2023.
Het grootste deel van de tijd is de vink een sociaal groepsdier, maar tijdens het broedseizoen zondert hij zich wel af.
Rond maart en april zingen de mannetjes uit volle borst om hun territorium te verdedigen, terwijl de vrouwtjes ondertussen een nest in de bomen bouwen.
Mevrouw Vink verzamelt hiervoor zorgvuldig wortels, plantenvezels, mos en korstmossen die ze met spinnenrag vakkundig aan elkaar plakt.
Voor extra comfort bekleedt ze de binnenkant van het nest met zachte pluimpjes en haren.
Eens haar werk erop zit, legt het vrouwtje drie tot vijf eieren, die ze in tien tot veertien dagen in haar eentje uitbroedt.
Het mannetje is ondertussen voortdurend druk bezig met het verjagen van indringers rondom het nest.
Het voeren van de pasgeboren kleintjes neemt hij echter wel op zich, waardoor ze de opvoeding uiteindelijk mooi over hun tweeën verdelen.
De jongen blijven in eerste instantie veertien dagen in het veilige nest warm zitten.
Na het uitvliegen blijven hun ouders nog twintig tot vijfendertig dagen intensief voor hen zorgen.
In de winter verblijven vinken vaak in de buurt van andere vinken van exact hetzelfde geslacht.
Vandaag genieten we volop van het observeren van vinken die zich voeden in onze uithoeken van de natuur, maar dat is niet altijd het geval geweest.
In de negentiende eeuw was de vink een extreem populaire siervogel en werd er in die tijd beweerd dat zijn zang melancholie zou kunnen verlichten.
Gekooide vogels werden destijds vaak gruwelijk verblind met behulp van een verhitte naald.
Gelukkig behoren deze barbaarse praktijken uit het verleden voorgoed tot de geschiedenisboeken.
In onze hedendaagse tuinen geven vinken de voorkeur aan zaden die op de grond zijn fallen in plaats van de voedersilo's die op zekere hoogte hangen.
Het is fascinerend dat de vink in uitzonderlijke gevallen een zeer hoge leeftijd kan bereiken.
De oudste bekende vink ter wereld werd maar liefst veertien jaar oud.
Helaas haalt de meerderheid van de vinken deze gezegende leeftijd niet, omdat ze het slachtoffer worden van huiskatten, wezels en marters.
De eieren in het nest zijn daarnaast ook een heel populair hapje bij kraaien.
De vink was ooit erg populair als huisvogel waarbij de eigenaars hem soms verblindden omdat ze dachten dat dit hem aanmoedigde om meer te zingen.
De vogel werd door Linnaeus 'coelebs' of 'vrijgezel' genoemd, omdat in Zweden – het land van herkomst van de natuuronderzoeker – alleen de vrouwtjes migreren.
Zelfs in ons eigen land, waar de vinken overwegend honkvast zijn, hebben beide geslachten de biologische neiging om in de winter van elkaar te scheiden.
Om aan een volwaardig artikel van twee bladzijden te komen, duiken we dieper in de unieke Vlaamse folklore, de ecologie van de Voorkempen en de gevaren die deze soort bedreigen.
Frank Vermeiren benadrukt dat de vink in Vlaanderen onlosmakelijk verbonden is met de vinkensport, een eeuwenoude traditie die we beter kennen als de vinkenzetting.
De diepe wortels van deze vinkensport liggen oorspronkelijk in de middeleeuwen, toen professionele vogelvangers levende vinken als lokvogel gebruikten om andere vogels in hun netten te lokken.
Om de tijd buiten het vangseizoen te doden, begonnen deze vangers onderling wedstrijden te organiseren om te kijken wiens lokvogel het snelst en het vaakst zong.
De allereerste officiële vinkenzetting in Vlaanderen staat historisch geregistreerd in het jaar 1595 in Ieper, georganiseerd door een van de eerste echte vinkeniersgilden.
Tijdens zo'n traditionele volkssport zetten de vinkeniers hun houten vinkenkooien op een lange rij langs de straatkant opgesteld.
De passie van deze liefhebbers draait volledig om de vinkenslag, die typische, ritmische zang die eindigt op de bekende klank 'suskewiet'.
Gedurende exact één uur tellen de keurmeesters met een houten krijtje op een houten regel hoeveel geldige liedjes de vink van de buurman zingt.
Vinkeniers geloofden vanaf de achttiende eeuw hardnekkig dat een vink in het absolute donker veel feller zou zingen omdat hij niet werd afgeleid door zijn omgeving.
Met een gloeiend hete naald schroeiden ze daarom destijds de oogleden van de diertjes aan elkaar, wat de term blinde vink zijn inktzwarte historische oorsprong gaf.
Het was de Belgische Koningin Elisabeth die, diep geraakt door dit dierenleed, aan het begin van de twintigste eeuw haar politieke gewicht in de schaal legde.
Mede onder haar impuls en felle protesten werd het verblinden van vogels op drieëntwintig oktober 1921 officieel bij wet verboden in België.
Toen het verblinden werd verboden, vreesden veel vinkeniers dat hun sport verloren zou gaan omdat ziende vogels te snel schrokken van de bewegingen op straat.
In het jaar 1917 bedacht de Gentenaar Camiel Erffelynck echter de redding voor de sport met de uitvinding van de gesluierde of geblindeerde kooi.
Door de houten wedstrijdkooi zo te ontwerpen dat er wel licht binnenkwam maar de vink de buitenwereld niet zag, bleef de vogel rustig zingen zonder verminking.
Een mooie historische anekdote schuilt in de wetenschappelijke naam van de vink, aangezien de wereldberoemde Zweedse natuuronderzoeker Carl Linnaeus de vink in de achttiende eeuw de naam 'coelebs' of 'vrijgezel' gaf.
In zijn thuisland Zweden merkte hij op dat in de herfst de vrouwelijke vinken massaal naar het warmere zuiden trokken, terwijl de mannetjes eenzaam achterblijven in het koude Scandinavië.
Volgens een oude Vlaamse volkslegende danken we de kenmerkende klank 'suskewiet' aan de heilige Sint-Franciscus van Assisi, de patroonheilige van de dieren.
Toen Franciscus doodziek op zijn bed lag, vloog een klein, onopvallend bruin vogeltje zijn kamer binnen en begon onophoudelijk te zingen om hem op te vrolijken.
Als dank zegende Franciscus de vogel en gaf hem zijn heldere eindslag, die door de vinkeniers later werd vertaald naar het bekende suskewiet.
Hoewel de sport vandaag strikt gereguleerd is door federaties of de vogels allang niet meer verblind worden, blijft er een ecologisch spanningsveld bestaan.
Als fotograaf van GroenRand merkt Frank dat de leefomgeving van de vink in de Antwerpse Voorkempen zwaar onder druk staat door versnippering.
De vink is weliswaar een flexibele vogel die zich in tuinen ophoudt, maar voor een gezonde populatie is hij afhankelijk van gezonde bosranden en houtkanten.
In regio's zoals Zoersel en Schilde verdwijnen oude bomen en dichte hagen helaas steeds vaker ten voordele van steriele, strakke gazons en schuttingen.
Het verdwijnen van deze natuurlijke structuren betekent dat de vink minder veilige nestplaatsen vindt om zich te beschermen tegen predatoren.
Bovendien zorgt het grootschalige gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw en in particuliere tuinen voor een dramatische afname van insecten tijdens het cruciale voorjaar.
Zonder deze eiwitrijke rupsen of kevers kunnen de vinken hun hongerige jongen in de eerste veertien levensdagen simpelweg niet grootbrengen.
Frank Vermeiren wil met zijn reportage aantonen dat de achteruitgang van zulke algemene soorten een directe graadmeter is voor de algehele gezondheid van onze lokale ecosystemen.
GroenRand pleit daarom onvermoeibaar voor het herstel van het ecologische netwerk in het toekomstige Regionaal Klimaatpark Voorkempen.
Door de Antwerpse Antitankgracht te verbinden met omliggende bossen zoals het Zoerselbos en het Vrieselhof, creëren we vitale migratiecorridors voor vogels.
Het aanplanten van streekeigen bomen en struiken zoals eik, beuk en hazelaar biedt the vink het hele jaar door een gegarandeerde bron van zaden en knoppen.
In de wintermaanden trekken bovendien grote groepen vinken uit Scandinavië naar onze warmere breedtegraden om hier te overwinteren.
Onze Vlaamse tuinen fungeren op dat moment als een onmisbaar internationaal toevluchtsoord voor miljoenen Europese zangvogels.
Wanneer we vinken op de grond zien scharrelen, kijken we dus eigenlijk naar een complex biologisch netwerk dat heel Europa overspant.
Frank hoopt dat zijn beelden de bewoners van de Voorkempen inspireren om hun tuinen vogelvriendelijker in te richten.
Het simpelweg laten liggen van wat herfstbladeren en uitgebloeide zonnebloemen kan voor een vink al het verschil maken tussen hongersnood en overleving.
Met dit uitgebreide dossier is de letter 'V' in de reportagereeks niet zomaar een beschrijving, maar een luidruchtige oproep tot actie voor natuurbehoud.
Als geëngageerd lid van de regionale natuurvereniging GroenRand gebruikt hij zijn camera niet alleen om de lokale biodiversiteit te bewonderen, maar ook om de urgente bescherming ervan op de kaart te zetten.
Nu de letter ‘V’ is aangebroken, richt Frank zijn lens op de vink, een vogel die historisch diep verworteld is in onze cultuur, maar vandaag de dag op de rand van de afgrond balanceert.
In de winter besluiten sommige vogels om op onze breedtegraden te blijven en hun dieet gewoon aan te passen.
Dit is ook het geval voor de vink, die onze tuinen komt bezoeken op zoek naar zaden.
Ontdek hier deze zangvogel met zijn prachtige kleuren, wetenschappelijk bekend als de Fringilla coelebs.
Zoals vaak het geval is bij zangvogels, valt het mannetje in broedkleed op door zijn felle kleuren, terwijl het vrouwtje moeilijker te onderscheiden is.
De vink meet ongeveer vijftien centimeter en is herkenbaar aan een reeks specifieke fysieke kenmerken.
De mannetjes hebben een roestkleurige borst en gezicht, een grijsblauwe kruin en hun rug is bruin.
De vrouwtjes zijn daarentegen veel doffer van kleur en hebben een bruine rug in combinatie met een beige buik.
Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben zwarte vleugels die opvallend versierd zijn met twee witte balken.
Hun snavel is typisch voor een zaadeter en is kort en kegelvormig gebouwd.
Zoals veel vogels verandert de vink zijn dieet met de seizoenen om altijd iets te eten te vinden.
Frank Vermeiren documenteert hoe de vink overschakelt naar eiwitrijke insecten en larven tijdens het broedseizoen, terwijl de aandacht verschuift naar zaden in de herfst en de winter.
Soms doet de vogel zich ook tegoed aan jonge, malse knoppen van bomen ietwat struiken.
Tijdens het koude seizoen komen de vinken samen, soms in het gezelschap van kepen, om de velden af te speuren naar granen die mogelijk aan de oogst zijn ontsnapt.
De vink geeft grotendeels de voorkeur aan bosrijke omgevingen, maar toch leeft hij zeker niet alleen in het dichte bos.
Ook parken en tuinen spreken hem enorm aan, wat blijkt uit het feit dat hij in Vlaamse tuinen de derde meest voorkomende vogel was in 2023.
Het grootste deel van de tijd is de vink een sociaal groepsdier, maar tijdens het broedseizoen zondert hij zich wel af.
Rond maart en april zingen de mannetjes uit volle borst om hun territorium te verdedigen, terwijl de vrouwtjes ondertussen een nest in de bomen bouwen.
Mevrouw Vink verzamelt hiervoor zorgvuldig wortels, plantenvezels, mos en korstmossen die ze met spinnenrag vakkundig aan elkaar plakt.
Voor extra comfort bekleedt ze de binnenkant van het nest met zachte pluimpjes en haren.
Eens haar werk erop zit, legt het vrouwtje drie tot vijf eieren, die ze in tien tot veertien dagen in haar eentje uitbroedt.
Het mannetje is ondertussen voortdurend druk bezig met het verjagen van indringers rondom het nest.
Het voeren van de pasgeboren kleintjes neemt hij echter wel op zich, waardoor ze de opvoeding uiteindelijk mooi over hun tweeën verdelen.
De jongen blijven in eerste instantie veertien dagen in het veilige nest warm zitten.
Na het uitvliegen blijven hun ouders nog twintig tot vijfendertig dagen intensief voor hen zorgen.
In de winter verblijven vinken vaak in de buurt van andere vinken van exact hetzelfde geslacht.
Vandaag genieten we volop van het observeren van vinken die zich voeden in onze uithoeken van de natuur, maar dat is niet altijd het geval geweest.
In de negentiende eeuw was de vink een extreem populaire siervogel en werd er in die tijd beweerd dat zijn zang melancholie zou kunnen verlichten.
Gekooide vogels werden destijds vaak gruwelijk verblind met behulp van een verhitte naald.
Gelukkig behoren deze barbaarse praktijken uit het verleden voorgoed tot de geschiedenisboeken.
In onze hedendaagse tuinen geven vinken de voorkeur aan zaden die op de grond zijn fallen in plaats van de voedersilo's die op zekere hoogte hangen.
Het is fascinerend dat de vink in uitzonderlijke gevallen een zeer hoge leeftijd kan bereiken.
De oudste bekende vink ter wereld werd maar liefst veertien jaar oud.
Helaas haalt de meerderheid van de vinken deze gezegende leeftijd niet, omdat ze het slachtoffer worden van huiskatten, wezels en marters.
De eieren in het nest zijn daarnaast ook een heel populair hapje bij kraaien.
De vink was ooit erg populair als huisvogel waarbij de eigenaars hem soms verblindden omdat ze dachten dat dit hem aanmoedigde om meer te zingen.
De vogel werd door Linnaeus 'coelebs' of 'vrijgezel' genoemd, omdat in Zweden – het land van herkomst van de natuuronderzoeker – alleen de vrouwtjes migreren.
Zelfs in ons eigen land, waar de vinken overwegend honkvast zijn, hebben beide geslachten de biologische neiging om in de winter van elkaar te scheiden.
Om aan een volwaardig artikel van twee bladzijden te komen, duiken we dieper in de unieke Vlaamse folklore, de ecologie van de Voorkempen en de gevaren die deze soort bedreigen.
Frank Vermeiren benadrukt dat de vink in Vlaanderen onlosmakelijk verbonden is met de vinkensport, een eeuwenoude traditie die we beter kennen als de vinkenzetting.
De diepe wortels van deze vinkensport liggen oorspronkelijk in de middeleeuwen, toen professionele vogelvangers levende vinken als lokvogel gebruikten om andere vogels in hun netten te lokken.
Om de tijd buiten het vangseizoen te doden, begonnen deze vangers onderling wedstrijden te organiseren om te kijken wiens lokvogel het snelst en het vaakst zong.
De allereerste officiële vinkenzetting in Vlaanderen staat historisch geregistreerd in het jaar 1595 in Ieper, georganiseerd door een van de eerste echte vinkeniersgilden.
Tijdens zo'n traditionele volkssport zetten de vinkeniers hun houten vinkenkooien op een lange rij langs de straatkant opgesteld.
De passie van deze liefhebbers draait volledig om de vinkenslag, die typische, ritmische zang die eindigt op de bekende klank 'suskewiet'.
Gedurende exact één uur tellen de keurmeesters met een houten krijtje op een houten regel hoeveel geldige liedjes de vink van de buurman zingt.
Vinkeniers geloofden vanaf de achttiende eeuw hardnekkig dat een vink in het absolute donker veel feller zou zingen omdat hij niet werd afgeleid door zijn omgeving.
Met een gloeiend hete naald schroeiden ze daarom destijds de oogleden van de diertjes aan elkaar, wat de term blinde vink zijn inktzwarte historische oorsprong gaf.
Het was de Belgische Koningin Elisabeth die, diep geraakt door dit dierenleed, aan het begin van de twintigste eeuw haar politieke gewicht in de schaal legde.
Mede onder haar impuls en felle protesten werd het verblinden van vogels op drieëntwintig oktober 1921 officieel bij wet verboden in België.
Toen het verblinden werd verboden, vreesden veel vinkeniers dat hun sport verloren zou gaan omdat ziende vogels te snel schrokken van de bewegingen op straat.
In het jaar 1917 bedacht de Gentenaar Camiel Erffelynck echter de redding voor de sport met de uitvinding van de gesluierde of geblindeerde kooi.
Door de houten wedstrijdkooi zo te ontwerpen dat er wel licht binnenkwam maar de vink de buitenwereld niet zag, bleef de vogel rustig zingen zonder verminking.
Een mooie historische anekdote schuilt in de wetenschappelijke naam van de vink, aangezien de wereldberoemde Zweedse natuuronderzoeker Carl Linnaeus de vink in de achttiende eeuw de naam 'coelebs' of 'vrijgezel' gaf.
In zijn thuisland Zweden merkte hij op dat in de herfst de vrouwelijke vinken massaal naar het warmere zuiden trokken, terwijl de mannetjes eenzaam achterblijven in het koude Scandinavië.
Volgens een oude Vlaamse volkslegende danken we de kenmerkende klank 'suskewiet' aan de heilige Sint-Franciscus van Assisi, de patroonheilige van de dieren.
Toen Franciscus doodziek op zijn bed lag, vloog een klein, onopvallend bruin vogeltje zijn kamer binnen en begon onophoudelijk te zingen om hem op te vrolijken.
Als dank zegende Franciscus de vogel en gaf hem zijn heldere eindslag, die door de vinkeniers later werd vertaald naar het bekende suskewiet.
Hoewel de sport vandaag strikt gereguleerd is door federaties of de vogels allang niet meer verblind worden, blijft er een ecologisch spanningsveld bestaan.
Als fotograaf van GroenRand merkt Frank dat de leefomgeving van de vink in de Antwerpse Voorkempen zwaar onder druk staat door versnippering.
De vink is weliswaar een flexibele vogel die zich in tuinen ophoudt, maar voor een gezonde populatie is hij afhankelijk van gezonde bosranden en houtkanten.
In regio's zoals Zoersel en Schilde verdwijnen oude bomen en dichte hagen helaas steeds vaker ten voordele van steriele, strakke gazons en schuttingen.
Het verdwijnen van deze natuurlijke structuren betekent dat de vink minder veilige nestplaatsen vindt om zich te beschermen tegen predatoren.
Bovendien zorgt het grootschalige gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw en in particuliere tuinen voor een dramatische afname van insecten tijdens het cruciale voorjaar.
Zonder deze eiwitrijke rupsen of kevers kunnen de vinken hun hongerige jongen in de eerste veertien levensdagen simpelweg niet grootbrengen.
Frank Vermeiren wil met zijn reportage aantonen dat de achteruitgang van zulke algemene soorten een directe graadmeter is voor de algehele gezondheid van onze lokale ecosystemen.
GroenRand pleit daarom onvermoeibaar voor het herstel van het ecologische netwerk in het toekomstige Regionaal Klimaatpark Voorkempen.
Door de Antwerpse Antitankgracht te verbinden met omliggende bossen zoals het Zoerselbos en het Vrieselhof, creëren we vitale migratiecorridors voor vogels.
Het aanplanten van streekeigen bomen en struiken zoals eik, beuk en hazelaar biedt the vink het hele jaar door een gegarandeerde bron van zaden en knoppen.
In de wintermaanden trekken bovendien grote groepen vinken uit Scandinavië naar onze warmere breedtegraden om hier te overwinteren.
Onze Vlaamse tuinen fungeren op dat moment als een onmisbaar internationaal toevluchtsoord voor miljoenen Europese zangvogels.
Wanneer we vinken op de grond zien scharrelen, kijken we dus eigenlijk naar een complex biologisch netwerk dat heel Europa overspant.
Frank hoopt dat zijn beelden de bewoners van de Voorkempen inspireren om hun tuinen vogelvriendelijker in te richten.
Het simpelweg laten liggen van wat herfstbladeren en uitgebloeide zonnebloemen kan voor een vink al het verschil maken tussen hongersnood en overleving.
Met dit uitgebreide dossier is de letter 'V' in de reportagereeks niet zomaar een beschrijving, maar een luidruchtige oproep tot actie voor natuurbehoud.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten