Frank Vermeiren fotografeert de winterkoning voor de reportage ‘Van A tot Z’ van GroenRand
Natuurfotograaf Frank Vermeiren realiseert momenteel een prestigieus en monumentaal langetermijnproject voor de actieve Vlaamse natuurvereniging GroenRand door de complete avifauna van de regio Voorkempen van A tot Z fotografisch in kaart te brengen.
Met deze alfabetische fotoreportages trekt de gedreven fotograaf onvermoeibaar door uitgestrekte lokale natuurgebieden zoals de Brechtse Heide, de Vallei van de Delfte Beek en de oevers van de Schotense E10-plas om de rijke inheemse biodiversiteit dicht bij de mensen te brengen.
In deze visuele ontdekkingsreis is Frank Vermeiren inmiddels beland bij de letter W waarbij hij zijn professionele lens intensief heeft scherpgesteld op de winterkoning die door velen nog altijd liefkozend het winterkoninkje wordt genoemd.
Dit compacte, pluizige vogeltje is met zijn luttele 8 à 9 gram werkelijk vederlicht en is daarmee exact even zwaar als een muntstuk van twee euro in je broekzak.
Dat zo'n minuscuul hoopje veren een grandioze, koninklijke titel draagt, heeft hij volgens een klassieke, eeuwenoude fabel over de koningskeuze van de vogels te danken aan een uiterst slimme en doortrapte list.
De mythe vertelt dat de vogels aller landen duizenden jaren geleden zochten naar een absolute leider die gekozen zou worden op basis van wie het allerhoogst in de hemel kon vliegen.
De machtige adelaar hield zich logischerwijs al onoverwinnelijk en steeg eenzaam boven iedereen uit totdat hij volledig uitgeput raakte en niet meer hoger kon klimmen.
Op dat exacte moment wipte onze kleine, sluwe vriend ongemerkt tevoorschijn uit het dichte verendek op de rug van de adelaar waar hij stiekem de hele tijd had meegelift.
Het winterkoninkje fladderde flink met zijn korte vleugels nog net een tikkeltje hoger dan de gigantische roofvogel en claimde zo op brutale wijze de legendarische overwinning.
De gebroeders Grimm schreven deze bekende vertelling later in het jaar 1840 op onder de Duitse titel Der Zaunkönig wat zich letterlijk vertaalt als de heggenkoning.
In andere Europese culturen zoals de Keltische folklore en de Ierse geschiedenis hangt er echter een veel duisterder en mysterieuzer verhaal om de nek van deze kleine koning.
Tijdens de traditionele Ierse feestdag Wren's Day op tweede kerstdag herdenkt men nog altijd hoe de vogel vroeger werd bejaagd omdat hij volgens de overlevering christelijke martelaars zoals Sint-Stefanus en lokale soldaten had verraden aan de vijand door luidruchtig met zijn vleugels op schilden te slaan.
Gelukkig kijken we in Vlaanderen vandaag de dag met veel meer sympathie naar dit diertje dat uitblinkt door een parmantige, fier omhooggerichte wipstaart en een gecamoufleerd, kaneelbruin verenkleed.
De vogel leeft verscholen als een rasechte insecteneter die zijn buik dagelijks vult met talloze spinnen, kleine rupsen en larven die hij dicht bij de vochtige grond verschalkt.
Met zijn ragfijne, pincetachtige snavel peutert deze actieve zoeker bovendien met het grootste gemak allerlei lekkernijen uit de allersmalste spleten van oude boomschorsen.
In de bosrijke Voorkempen voelt de winterkoning zich dan ook als een vis in het water, specifiek in loofbossen en gemengde bossen die gekenmerkt worden door een dichte, wilde ondergroei.
De vogel is in onze Belgische regio in principe een standvogel wat betekent dat de broedende vogels ook tijdens de gure herfst en winter trouw in hun vertrouwde territorium blijven.
Schijn bedriegt echter want in de koudere maanden krijgt onze lokale populatie massale versterking van echte avonturiers uit het verre, ijskoude Scandinavië.
Voor deze noordelijke vogels is de winterkoning namelijk een rasechte trekvogel die tijdens hun indrukwekkende migratie afstanden tot wel 2.800 kilometer aflegt.
Dat is een ronduit fabelachtige prestatie voor een vogel met zulke korte, ronde vleugels en een vliegstijl die enorm veel energie van het kleine lichaampje vraagt.
Zodra langdurige vorstperiodes en dikke sneeuwlagen het vinden van levende insecten onmogelijk maken, kelderen hun overlevingskansen in de natuur helaas drastisch.
Om die bittere vrieskou te overleven, hebben de vogels een even schattige als slimme oplossing bedacht door met soms wel twintig tot dertig soortgenoten dicht tegen elkaar aan te kruipen in nestkastjes om elkaars kostbare lichaamswarmte te delen.
Zodra de lente in het land is, ontpoppen de mannetjes zich tot actieve projectontwikkelaars en bouwen ze in hun territorium tot wel zes ingenieuze, koepelvormige nesten van mos, bladeren en takjes.
Deze bolvormige bouwwerkjes liggen goed verstopt vlak bij de grond, een unieke leefwijze die de vogel zijn officiële wetenschappelijke naam Troglodytes opleverde, wat letterlijk holbewoner betekent.
Het kritische vrouwtje inspecteert in de periode van half april tot juni de verschillende modelwoningen en kiest de constructie uit die haar qua binnenhuisinrichting het meeste bevalt.
Nadat ze het nest zacht heeft gestoffeerd met haren en warme donsveren legt ze er 5 tot 7 eieren in, terwijl het polygame mannetje ondertussen schaamteloos probeert een tweede vrouwtje naar de overige leegstaande nesten te lokken.
Het uitbroeden van de eieren duurt ongeveer twee weken, waarna de blinde en naakte jongen uit het ei kruipen, ogenschijnlijk kwetsbaar, terwijl ze direct luidruchtig om voedsel beginnen te bedelen.
De jonge winterkoninkjes verblijven vervolgens vijftien tot negentien dagen in de beschutting van het nest waar ze doorlopend worden volgepropt met malse insecten.
Zelfs nadat de jonge vogels dapper zijn uitgevlogen, worden ze nog twee weken of langer plichtsgetrouw begeleid en gevoerd door beide hardwerkende ouders.
Het vrouwtje kiest er bij een tweede legsel soms bewust voor om een heel ander mannetje te zoeken waardoor de genetische variatie binnen de lokale populatie sterk wordt vergroot.
De winterkoning heeft door zijn nauwe band met de menselijke leefomgeving door de eeuwen heen een bonte verzameling aan kleurrijke, sprekende dialectnamen gekregen.

In de verschillende Vlaamse provincies hoor je oudere natuurliefhebbers nog regelmatig spreken over het poverke, het ossebolleke, het keuteken, het pietekeuntje of klein Jantje.
Bij onze noorderburen in Nederland heeft men het juist over het duumpje, het tunekruupertjen of het toetimmerke, terwijl de Friezen de vogel steevast tômke noemen wat Klein Duimpje betekent.
Grote wereldberoemde literaire schrijvers zoals William Shakespeare, John Dryden en William Blake raakten in hun poëzie en theaterstukken al diep geïnspireerd door de fabelachtige kracht van deze miniatuurvogel.
Het is dan ook verbazingwekkend dat zo'n klein pluizenbolletje in staat is om een loepzuiver, helder en schetterend lied te produceren dat met gemak boven het geluid van grotere vogels uitstijgt.
Als mens kun je deze koninklijke tuingast tijdens de gure wintermaanden gemakkelijk een handje helpen door gedroogde meelwormen, havermout en universeelvoer aan te bieden op goed beschutte grondplekjes onder de dichte struiken.
Wie zijn tuin ecologisch en wild inricht met een nonchalante takkenhoop of een ongesnoeide klimoppartij creëert de ultieme droomlocatie voor de winterkoning om zijn kroost veilig groot te brengen.
Kijk er echter niet raar van op als de vogel een bizarre plek kiest, want nesten in de binnenzak van een oude jas, een fietstas of een achtergelaten bloempot zijn absoluut geen uitzondering.
Met zijn gedisciplineerde camerawerk blijft fotograaf Frank Vermeiren de verborgen geheimen van deze winterkoning en vele andere vogelsoorten nauwkeurig ontrafelen.
Zijn prachtige, diepgaande alfabetische fotoreportages bewijzen via de online kanalen van GroenRand hoe cruciaal lokaal natuurbehoud en het beschermen van deze schitterende microhabitats in de Voorkempen werkelijk is.
Met deze alfabetische fotoreportages trekt de gedreven fotograaf onvermoeibaar door uitgestrekte lokale natuurgebieden zoals de Brechtse Heide, de Vallei van de Delfte Beek en de oevers van de Schotense E10-plas om de rijke inheemse biodiversiteit dicht bij de mensen te brengen.
In deze visuele ontdekkingsreis is Frank Vermeiren inmiddels beland bij de letter W waarbij hij zijn professionele lens intensief heeft scherpgesteld op de winterkoning die door velen nog altijd liefkozend het winterkoninkje wordt genoemd.
Dit compacte, pluizige vogeltje is met zijn luttele 8 à 9 gram werkelijk vederlicht en is daarmee exact even zwaar als een muntstuk van twee euro in je broekzak.
Dat zo'n minuscuul hoopje veren een grandioze, koninklijke titel draagt, heeft hij volgens een klassieke, eeuwenoude fabel over de koningskeuze van de vogels te danken aan een uiterst slimme en doortrapte list.
De mythe vertelt dat de vogels aller landen duizenden jaren geleden zochten naar een absolute leider die gekozen zou worden op basis van wie het allerhoogst in de hemel kon vliegen.
De machtige adelaar hield zich logischerwijs al onoverwinnelijk en steeg eenzaam boven iedereen uit totdat hij volledig uitgeput raakte en niet meer hoger kon klimmen.
Op dat exacte moment wipte onze kleine, sluwe vriend ongemerkt tevoorschijn uit het dichte verendek op de rug van de adelaar waar hij stiekem de hele tijd had meegelift.
Het winterkoninkje fladderde flink met zijn korte vleugels nog net een tikkeltje hoger dan de gigantische roofvogel en claimde zo op brutale wijze de legendarische overwinning.
De gebroeders Grimm schreven deze bekende vertelling later in het jaar 1840 op onder de Duitse titel Der Zaunkönig wat zich letterlijk vertaalt als de heggenkoning.
In andere Europese culturen zoals de Keltische folklore en de Ierse geschiedenis hangt er echter een veel duisterder en mysterieuzer verhaal om de nek van deze kleine koning.
Tijdens de traditionele Ierse feestdag Wren's Day op tweede kerstdag herdenkt men nog altijd hoe de vogel vroeger werd bejaagd omdat hij volgens de overlevering christelijke martelaars zoals Sint-Stefanus en lokale soldaten had verraden aan de vijand door luidruchtig met zijn vleugels op schilden te slaan.
Gelukkig kijken we in Vlaanderen vandaag de dag met veel meer sympathie naar dit diertje dat uitblinkt door een parmantige, fier omhooggerichte wipstaart en een gecamoufleerd, kaneelbruin verenkleed.
De vogel leeft verscholen als een rasechte insecteneter die zijn buik dagelijks vult met talloze spinnen, kleine rupsen en larven die hij dicht bij de vochtige grond verschalkt.
Met zijn ragfijne, pincetachtige snavel peutert deze actieve zoeker bovendien met het grootste gemak allerlei lekkernijen uit de allersmalste spleten van oude boomschorsen.
In de bosrijke Voorkempen voelt de winterkoning zich dan ook als een vis in het water, specifiek in loofbossen en gemengde bossen die gekenmerkt worden door een dichte, wilde ondergroei.
De vogel is in onze Belgische regio in principe een standvogel wat betekent dat de broedende vogels ook tijdens de gure herfst en winter trouw in hun vertrouwde territorium blijven.
Schijn bedriegt echter want in de koudere maanden krijgt onze lokale populatie massale versterking van echte avonturiers uit het verre, ijskoude Scandinavië.
Voor deze noordelijke vogels is de winterkoning namelijk een rasechte trekvogel die tijdens hun indrukwekkende migratie afstanden tot wel 2.800 kilometer aflegt.
Dat is een ronduit fabelachtige prestatie voor een vogel met zulke korte, ronde vleugels en een vliegstijl die enorm veel energie van het kleine lichaampje vraagt.
Zodra langdurige vorstperiodes en dikke sneeuwlagen het vinden van levende insecten onmogelijk maken, kelderen hun overlevingskansen in de natuur helaas drastisch.
Om die bittere vrieskou te overleven, hebben de vogels een even schattige als slimme oplossing bedacht door met soms wel twintig tot dertig soortgenoten dicht tegen elkaar aan te kruipen in nestkastjes om elkaars kostbare lichaamswarmte te delen.
Zodra de lente in het land is, ontpoppen de mannetjes zich tot actieve projectontwikkelaars en bouwen ze in hun territorium tot wel zes ingenieuze, koepelvormige nesten van mos, bladeren en takjes.
Deze bolvormige bouwwerkjes liggen goed verstopt vlak bij de grond, een unieke leefwijze die de vogel zijn officiële wetenschappelijke naam Troglodytes opleverde, wat letterlijk holbewoner betekent.
Het kritische vrouwtje inspecteert in de periode van half april tot juni de verschillende modelwoningen en kiest de constructie uit die haar qua binnenhuisinrichting het meeste bevalt.
Nadat ze het nest zacht heeft gestoffeerd met haren en warme donsveren legt ze er 5 tot 7 eieren in, terwijl het polygame mannetje ondertussen schaamteloos probeert een tweede vrouwtje naar de overige leegstaande nesten te lokken.
Het uitbroeden van de eieren duurt ongeveer twee weken, waarna de blinde en naakte jongen uit het ei kruipen, ogenschijnlijk kwetsbaar, terwijl ze direct luidruchtig om voedsel beginnen te bedelen.
De jonge winterkoninkjes verblijven vervolgens vijftien tot negentien dagen in de beschutting van het nest waar ze doorlopend worden volgepropt met malse insecten.
Zelfs nadat de jonge vogels dapper zijn uitgevlogen, worden ze nog twee weken of langer plichtsgetrouw begeleid en gevoerd door beide hardwerkende ouders.
Het vrouwtje kiest er bij een tweede legsel soms bewust voor om een heel ander mannetje te zoeken waardoor de genetische variatie binnen de lokale populatie sterk wordt vergroot.
De winterkoning heeft door zijn nauwe band met de menselijke leefomgeving door de eeuwen heen een bonte verzameling aan kleurrijke, sprekende dialectnamen gekregen.
In de verschillende Vlaamse provincies hoor je oudere natuurliefhebbers nog regelmatig spreken over het poverke, het ossebolleke, het keuteken, het pietekeuntje of klein Jantje.
Bij onze noorderburen in Nederland heeft men het juist over het duumpje, het tunekruupertjen of het toetimmerke, terwijl de Friezen de vogel steevast tômke noemen wat Klein Duimpje betekent.
Grote wereldberoemde literaire schrijvers zoals William Shakespeare, John Dryden en William Blake raakten in hun poëzie en theaterstukken al diep geïnspireerd door de fabelachtige kracht van deze miniatuurvogel.
Het is dan ook verbazingwekkend dat zo'n klein pluizenbolletje in staat is om een loepzuiver, helder en schetterend lied te produceren dat met gemak boven het geluid van grotere vogels uitstijgt.
Als mens kun je deze koninklijke tuingast tijdens de gure wintermaanden gemakkelijk een handje helpen door gedroogde meelwormen, havermout en universeelvoer aan te bieden op goed beschutte grondplekjes onder de dichte struiken.
Wie zijn tuin ecologisch en wild inricht met een nonchalante takkenhoop of een ongesnoeide klimoppartij creëert de ultieme droomlocatie voor de winterkoning om zijn kroost veilig groot te brengen.
Kijk er echter niet raar van op als de vogel een bizarre plek kiest, want nesten in de binnenzak van een oude jas, een fietstas of een achtergelaten bloempot zijn absoluut geen uitzondering.
Met zijn gedisciplineerde camerawerk blijft fotograaf Frank Vermeiren de verborgen geheimen van deze winterkoning en vele andere vogelsoorten nauwkeurig ontrafelen.
Zijn prachtige, diepgaande alfabetische fotoreportages bewijzen via de online kanalen van GroenRand hoe cruciaal lokaal natuurbehoud en het beschermen van deze schitterende microhabitats in de Voorkempen werkelijk is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten