woensdag 25 februari 2026

Dossier: De Grote Invasie – Vlaanderen en GroenRand in de Bres voor onze Bestuivers

Dossier: De Grote Invasie – Vlaanderen en GroenRand in de Bres voor onze Bestuivers

Vlaanderen bevindt zich in de frontlinie van een complexe ecologische strijd die elk jaar heviger wordt door de ongeziene opmars van de Aziatische hoornaar (Vespa velutina).
Van 1 maart tot eind mei loopt het cruciale lentevalproject, een grootschalig burgeronderzoek naar de verspreiding en bestrijding van deze invasieve exoot, gecoördineerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Agentschap Natuur en Bos (ANB).
Ook natuurvereniging GroenRand trekt aan de alarmbel en roept burgers, in het bijzonder in de Antwerpse rand (gemeenten zoals Zoersel, Schilde, Malle en Ranst), nadrukkelijk op om deel te nemen via het platform 
MijnTuinlab.be 


Vanaf 1 maart 2026 gaat de derde editie van onze monitoringcampagne rond lentevallen voor de Aziatische hoornaar van start. De campagne loopt tot en met 31 mei 2026. Heb je een vraag hierover? Mail naar lentevallenAH@inbo.be
Deze pagina wordt momenteel voorbereid. Alle informatie en deelnamelinks verschijnen hier vanaf 1 maart 2026.
De inzet van dit project is groot: het gaat niet alleen om het vangen van een invasief insect, maar fundamenteel om het beschermen van onze inheemse bestuivers en de algehele gezondheid van onze ecosystemen.


Sinds de eerste waarneming in 2017 heeft de Aziatische hoornaar zich in een ongekend tempo over Vlaanderen verspreid, met een groei die inmiddels als spectaculair te bestempelen valt.
Terwijl er in 2020 nog sprake was van een relatief beperkt aantal van 120 nesten, is dit cijfer tegen 2024 geëscaleerd naar maar liefst 
7.655 officieel geregistreerde nesten. Vooral de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen fungeren momenteel als hotspots voor deze invasieve exoot.
In Oost-Vlaanderen alleen al werden vorig jaar meer dan 2.500 nesten behandeld door gespecialiseerde diensten zoals de vzw RATO


Omdat deze hoornaars een ernstige bedreiging vormen voor onze inheemse bijenpopulaties en de algemene biodiversiteit, is een snelle detectie essentieel.
Het wordt dan ook dringend aangeraden om elk vermoedelijk nest direct te melden via het officiële platform 
Vespa-Watch, zodat professionele bestrijders via de brandweer of erkende verdelgers gericht kunnen ingrijpen.

Background imageExperts schatten echter dat ondanks de intensieve verdelging minstens 20% tot 30% van de nesten onontdekt blijft, verscholen in hoge boomtoppen of dichte hagen. 
Dit betekent dat de werkelijke populatie waarschijnlijk nog veel groter is dan de officiële cijfers doen vermoeden.
Elk seizoen kan het aantal nesten met een factor drie tot vier toenemen, wat de absolute noodzaak voor een gecoördineerde aanpak in het voorjaar onderstreept.


De biologie van de hoornaar verklaart waarom juist de periode van maart tot mei het ideale moment voor actie is.
Nu de temperaturen stijgen, ontwaken de jonge koninginnen uit hun winterslaap in de bodem of onder schors.
Zij zijn de enige overlevers van de winter; de werksters en de oude koningin van het vorige jaar zijn gestorven.
In deze fase staan de koninginnen er alleen voor om een 'embryonaal nest' te bouwen en op zoek te gaan naar suikers en eiwitten voor hun eerste larven. 

Door een koningin nu te vangen, voorkom je de vorming van een kolonie die in de nazomer kan uitgroeien tot een basketbalgroot nest met honderden werksters. 
GroenRand benadrukt dat deze preventie essentieel is: eenmaal de werksters uitvliegen, begint de massale jacht op onze bijen en andere nuttige insecten.
De vereniging waarschuwt al jaren voor de precaire toestand van onze wilde bijen, zweefvliegen en vlinders.
De Aziatische hoornaar vertoont namelijk 'hawking'-gedrag, waarbij ze voor bijenkasten of bloemen zweven en bestuivers simpelweg uit de lucht plukken. Dit leidt tot 'foraging paralysis': bijen durven hun nest niet meer uit, wat een enorme aanslag is op de lokale biodiversiteit.
De economische impact is eveneens groot. Niet alleen imkers verliezen tot 30% van hun volken, ook de opbrengst van fruit- en groenteteelt daalt drastisch zonder deze bestuivers.
Eén groot hoornaarsnest heeft gemiddeld 11,3 kilogram insecten nodig om een seizoen te overleven.
GroenRand herinnert ons eraan dat de bestrijding van deze exoot direct gelinkt is aan de overlevingskansen van onze eigen fauna. 

Het lentevalproject van 2025 richtte zich op massale monitoring en burgerparticipatie. In 2024 meldden burgers via dit project 1.628 vallen, een getal dat een jaar later steeg naar 4.067 vallen waarin 15.880 koninginnen werden gevangen.
Hoornaarspecialist Nicolas Pardon (ANB) nuanceert echter dat de groei exponentieel blijft en dat men tientallen koninginnen moet vangen om effectief één nest te voorkomen.
Het onderzoek moet uitwijzen of de massale inzet van burgers 'het sop de kool waard is' en of de bijvangst van inheemse insecten niet te groot is.
Om de biodiversiteit niet onbedoeld te schaden, gelden er ijzersterke regels voor wie een val plaatst.
Zelfgeknutselde vallen van plastic flessen zijn "uit den boze" omdat ze niet selectief zijn en nuttige inheemse insecten doden.
Burgers moeten goedgekeurde vallen gebruiken met een lokstof van 1/3 witbier, 1/3 witte wijn en 1/3 suikerwater. De alcohol in dit mengsel dient om bijen af te schrikken, terwijl de hoornaars worden aangetrokken door de suikers en gisting. Dagelijkse controle is verplicht om bijvangst direct vrij te laten en de vangstgegevens te registreren via 
MijnTuinlab.be.


De locatie van de val is ook van belang: plaats deze bij voorkeur op een zonnige, windstille plek op ongeveer anderhalve meter hoogte, idealiter nabij vroegbloeiende planten die koninginnen aantrekken voor hun eerste voedsel.
Naast de inzet van vallen wordt er in Vlaanderen steeds vaker gebruikgemaakt van innovatieve verdelgingstechnieken. Wanneer nesten in de zomer en herfst moeilijk vindbaar zijn, wordt de 'zendertechniek' (Radio Telemetry) ingezet, waarbij individuele hoornaars worden uitgerust met een radio tag om hen terug naar hun goed verborgen nest te volgen. Ook drones worden ingezet om nesten op grote hoogte te lokaliseren en direct te behandelen met milieuvriendelijke methoden zoals bevriezing met vloeibare stikstof, leegzuigen of het gebruik van diatomeeënaarde. Pas als dit niet mogelijk is, worden erkende insecticiden zoals Permas-D ingezet.


Om deze kostbare operaties te bekostigen, voorzien veel gemeenten subsidies.
In regio's zoals Willebroek krijgt men tot 80 euro terug per verdelgd nest, terwijl de provincie Oost-Vlaanderen via RATO vzw de bestrijding vaak volledig gratis aanbiedt. Het Departement Landbouw en Visserij heeft daarnaast een budget van 203.000 euro vrijgemaakt voor een overkoepelend strategisch plan dat opleidingen en nieuwe bestrijdingstechnieken ondersteunt.
Het is tot slot van cruciaal belang dat de Europese hoornaar (Vespa crabro) niet wordt verward met zijn Aziatische neef.
De Europese variant is een nuttige bondgenoot die juist helpt bij het bestrijden van andere plagen en veel minder schadelijk is voor bijenvolken.
De Aziatische hoornaar is herkenbaar aan een zwart borststuk, een donker achterlijf met één oranje segment en opvallende gele uiteinden aan de pootjes, vaak omschreven als 'gele kousen'. De Europese hoornaar is daarentegen groter, heeft een roodbruin borststuk, roodbruine pootjes en een grotendeels geel achterlijf. Wie een Aziatische hoornaar of een nest spot — dat kan variëren van de grootte van een pingpongbal in de lente tot een basketbal in de herfst — wordt gevraagd een foto te maken en deze te melden via Vespa-Watch.be of Waarnemingen.be.
Zelf een nest verwijderen is levensgevaarlijk en moet altijd worden overgelaten aan specialisten.
Alleen door deze gecoördineerde krachtenbundeling tussen burgers, wetenschappers en natuurverenigingen  kan Vlaanderen hopen de impact van deze invasie beheersbaar te houden en onze kostbare bestuivers een duurzame toekomst te bieden.
De inzet van elke individuele burger in deze vroege lenteperiode kan het verschil maken tussen een beheersbare populatie en een ecologische catastrofe in de nazomer.

dinsdag 24 februari 2026

Akkervogels verdwijnen razendsnel: “Ik heb er nooit wat van gevoeld, maar ik wil niet meer over nesten met jongen heenrijden”

Akkervogels verdwijnen razendsnel: “Ik heb er nooit wat van gevoeld, maar ik wil niet meer over nesten met jongen heenrijden”

De vogel van het jaar 2026 wordt een akkervogel.
De vijf genomineerden nestelen allemaal op boerenland.
Hun aantal zakt dramatisch, behalve bij landbouwer Jos Depotter. “Patrijzen nemen een stofbad op mijn erf.”


Patrijzen zijn uiterst zeldzaam.
Je ziet ze weleens op restaurant, maar op een akker komt bijna geen mens ze nog tegen.
Op boerderijen is alsmaar minder plaats voor nesten. De akkers zijn zo groot dat vogels zich nergens kunnen verbergen.
Zijn er toch eieren of jongen, dan is de kans groot dat een tractor die overhoop rijdt.
Ook de sleepslang, die wordt gebruikt om een akker doelgericht te bemesten, leidt tot drama’s.
Nog een probleem is voedsel voor de kuikens: er zijn te weinig wormen, er zijn te weinig insecten.
Onkruidverdelgers maken veel kapot.
Zo verdwijnen akkervogels uit het landschap.

In het algemeen nemen de soorten af met bijna 30 procent.
De patrijs spant de kroon met 57 procent minder tellingen sinds 2007.
De gestreepte fazant met de rosse kop staat in heel Europa op de ‘rode lijst’, zo kwetsbaar is hij.
Maar in de polders van Koksijde zien ze hem iedere zomer over het erf paraderen. “Ik zie door het raam hoe hij een stofbad neemt, samen met de rest van zijn menagerie. Kom maar kijken als je het niet gelooft”, vertelde Depotter aan de telefoon met Inbo (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek).
Hij en zijn vrouw proberen al jaren de biodiversiteit te bevorderen op hun landbouwbedrijf.
Ze kregen er een Koperen Kievit voor.

Fatale fouten

Lange tijd had het West-Vlaamse landbouwerskoppel niet in de gaten hoe bijzonder akkervogels zijn.
Jos Depotter en Els Beuselinck deden gewoon hun werk: 116 hectare akker verbouwen, zomergraan, haver, bonen en gele erwten, niks meer. Inmiddels herkennen ze het liedje van de veldleeuwerik.


Depotter wil het niet nazingen.
Hij wil alleen maar zeggen dat hij er vrolijk van wordt. “Het vogeltje zelf zie je bijna nooit. Het is compleet gecamoufleerd”, zegt Beuselinck. “Het valt pas op als het in het gras duikelt. De vrijwilligers die ze in maart komen opsporen, moeten urenlang kijken, wachten en hopen. Of ze moeten een drone hebben met een warmtecamera.”

Depotter veegt zijn telefoon open.
Alle vogelnesten op zijn akker staan op Google Maps: scholekster, kiekendief, kievit ... De landbouwer deelt updates over eieren en reddingsacties in een whatsappgroep.
Er is een doodsaai filmpje van een hoopje bruin, tot ma leeuwerik komt aangevlogen en het rommeltje drie vogelkopjes blijkt te hebben, met hongerige snavels.

Een ander filmpje speelt zich ‘s nachts af. De akker is pikdonker.
Depotter zit op zijn Case Puma 260 pk.
De machine weegt meer dan tien ton.
De landbouwer stuurt het gevaarte langs het nest van een kievit.
“Ik stop de locaties in de gps van mijn tractor, maar er is een marge van drie meter.
Zelfs als ik de gegevens manueel invoer, blijf ik met fatale fouten zitten. Daarom rijd ik zelf rond.
Je mag de markeringen trouwens niet te dicht bij de nesten prikken, want vossen leren snel.
De stokken laten zien waar ze eieren kunnen roven. Ja, akkervogels zijn gedoe”, lacht hij.
“Maar zodra je wéét dat er nesten zijn, ga je opletten. Ik heb er nooit wat van gevoeld, maar ik wil er niet meer overheen rijden.”

Klauwen in de lucht

Het begon allemaal in 2002 toen het landbouwerskoppel voor het eerst een perceelsrand aanlegde rond de akker.
Ze zaaiden een kruidenmengsel met klaprozen.
Inmiddels bestaat een derde van de totale oppervlakte uit randen.
Ze zijn 18 tot 30 meter breed. Ieder jaar worden ze op twee centimeter nauwkeurig nagemeten.
“Het zijn dure randen, ja. Gesubsidieerd, ook”, zegt Depotter.
“Natuurinclusieve landbouw kost moeite, en van de markt hoef je geen inspanningen te verwachten.”
De landbouwer hoedt zich voor mooie praatjes.
“Als het eenvoudig was, zou je overal vogels zien. Een akkervogeltje op het veld is een beetje zoals een ijsbeer op het puntje van een ijsberg. Eronder zitten heel veel beslissingen.”

Eén voorbeeld is de elektrische rattenval op het erf.
Die elektrocuteert muizen en ratten. Vergiftigde ratten en de muizen zijn immers niet goed voor de kerkuil en de torenvalk. Depotter knikt.
In de landbouw hangt alles aaneen.
Het is eindeloos: regen, klimaatverandering, grondschimmels, loopkevers, wormgangen, machinerie en kiezen voor bepaalde gewassen.
Luzerne en faunamengsels zijn goed voor de biodiversiteit, maar ze brengen minder op.
 “Je hebt 35 seizoenen om te proberen om het beter te doen”, zegt hij. “Zo lang duurt een boerenleven.
Een veldleeuwerik maakt het leven in je akker zichtbaar.” 

Noodlottige verhalen over de kuikens van de kiekendief zijn de omgekeerde wereld. De beestjes gaan in het veld op hun rug liggen.
Met hun klauwen in de lucht verdedigen ze zich tegen een voorbijrijdende landbouwmachine.
Depotter mag er niet aan denken.
“Toen de mensen van Inbo voor het eerst op bezoek kwamen om de biodiversiteit te onderzoeken, dacht ik dat ik bomen zou moeten planten, zodat de vogels daarin konden gaan zitten”, lacht hij.
 “Niet dus.
Akkervogels hebben alleen een akker nodig met brede randen en een gezonde bodem.” 

Stemmen voor de Vogel van 2026 kan nog tot en met zaterdag op vogelvanhetjaar.be. Op donderdag 12 maart maakt Vogelbescherming Vlaanderen de winnaar bekend.

Foto's: Frank Vermeiren

De stille strijd om de Noorderkempen: landbouw, de visie van GroenRand en de noodzaak tot dialoog

De stille strijd om de Noorderkempen: landbouw, de visie van GroenRand en de noodzaak tot dialoog

Sabina Vandeweyer en zeven boerinnen van landbouwvereniging Landelijke Toekomst leidden onlangs gedeputeerde van Landbouw Jinnih Beels (Vooruit) rond op hun erf in de Noorderkempen. De vereniging telt leden uit Essen, Kalmthout, Stabroek, Wuustwezel, Brecht en Kapellen. Zij profileert zich als een onafhankelijke belangengroep van landbouwers en grondeigenaars die opkomt voor een leefbaar platteland, rechtszekerheid en kwalitatieve voedselproductie van eigen bodem.

Om ook politici het belang daarvan te doen inzien, nodigde de vereniging de gedeputeerde uit voor een uitgebreide rondgang langs verschillende bedrijven. Tijdens deze gesprekken kreeg Beels een spoedcursus in de existentiële crisis van de sector. De centrale boodschap was duidelijk en indringend. Bescherm onze voedselproductie en betrek ons bij beslissingen die onze toekomst bepalen. De eerste stop was het melkveebedrijf van Sabina Vandeweyer in Wuustwezel. Daar kreeg de gedeputeerde uitleg over de werking van een modern landbouwbedrijf en de enorme uitdagingen waar zij dagelijks voor staan. Hoge investeringen, complexe vergunningstrajecten en een steeds toenemende regeldruk kwamen uitgebreid aan bod. Vandeweyer benadrukte dat vergunningen vandaag de dag simpelweg vastlopen. Sinds de beruchte stikstofuitspraken van de Raad voor Vergunningsbetwistingen heerst er in Vlaanderen een feitelijke investeringsstop.


Dat zorgt voor enorme onzekerheid en remt elke vorm van innovatie af.
We willen meewerken aan oplossingen, maar daar is wel rechtszekerheid voor nodig, aldus Vandeweyer.
 "Banken weigeren momenteel leningen voor verduurzaming omdat de vergunning van morgen onzeker is. Dit creëert een vicieuze cirkel van stagnatie waarin jonge ondernemers niet durven te springen."
De boerinnen wijzen daarbij op een schrijnende ongelijkheid. Volgens hen gaat de natuurkwaliteit van de Kalmthoutse Heide er op achteruit door onder meer de toenemende industrie in de haven en het vele vliegverkeer op de vliegbasis Woensdrecht. Toch wordt de landbouw vaak als het zwarte schaap gezien. Hoewel de wetenschap stelt dat ammoniak uit de landbouw lokaler neerslaat dan industriële stikstofoxiden, blijft de roep om gelijke beoordelingscriteria voor alle sectoren fundamenteel voor het gevoel van rechtvaardigheid op het platteland. De landbouwers vragen simpelweg om een eerlijke behandeling waarbij niet één sector alle lasten van het natuurherstel moet dragen terwijl andere sectoren kunnen blijven groeien. Deze spanning wordt nergens zo tastbaar als in de technische discussie over het waterbeheer in natuurgebied De Maatjes. Landbouwers maken zich grote zorgen over het peilbesluit en de werking van het pompgemaal onder de Nieuwmoersesteenweg. Volgens de boerinnen moet water uit Kalmthout kunstmatig onder de weg door naar het natuurgebied worden gepompt omdat grachten niet meer worden geruimd en er eenzijdig wordt ingezet op waterberging. Zij pleiten voor praktische oplossingen zoals het ruimen van grachten en het werken met stuwen om het water gericht en gecontroleerd te sturen. De landbouwers hebben jarenlange ervaring met waterbeheer en zij vrezen dat deze kennis verloren gaat als de bedrijven verdwijnen. Vanuit het beleid en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) wordt echter ingezet op maximale vernatting om de verdroging van de natuur tegen te gaan via de Blue Deal. Wat voor de biodiversiteit een zegen is, kan voor de landbouwer een financiële catastrofe betekenen wanneer akkers onbruikbaar worden door een te hoog waterpeil. Betrek ons volwaardig bij het waterbeheer en kies voor oplossingen die zowel natuur als landbouw ten goede komen, vult Vandeweyer aan. De meest prangende politieke discussie draait om de erkenning van het Grenspark Kalmthoutse Heide als officieel Nationaal Park. In dit verhitte debat werpt natuurvereniging GroenRand zich op als een cruciale factor voor verzoening.

GroenRand bekijkt natuur steeds vanuit een breed landschappelijk perspectief en benadrukt dat landbouw een onmisbare partner is in een robuust landschap. Zij nemen de bezorgdheden van de boeren over rechtszekerheid en waterbeheer dan ook uiterst serieus. Volgens GroenRand is de huidige polarisatie deels te wijten aan de politiek. Zij omschreven de besluitvorming rond de Nationale Parken als aangebrand omdat het wettelijke kader, het Parkendecreet, veel te laat kwam. Terwijl de parken al werden geselecteerd, waren de juridische spelregels nog niet definitief. Dit gebrek aan een tijdig kader creëerde onnodige onwil bij lokale besturen en gaf ruimte aan de onzekerheid waar landbouworganisaties tegen ageren. GroenRand stelt dat natuurverweving enkel kan slagen als boeren volwaardig worden betrokken en hun jarenlange ervaring met het landschap wordt erkend in plaats van genegeerd.


Hoewel de boeren vrezen dat de titel Nationaal Park natuurverenigingen meer munitie geeft om vergunningen aan te vechten, wijzen juridisch experts, beleidsmakers en het Grondwettelijk Hof erop dat deze vrees juridisch ongegrond is. De instrumenten om vergunningen te betwisten bestaan vandaag al via de Europese Habitatrichtlijn en het Stikstofdecreet. Deze wetten staan los van het parkstatuut. Het Hof oordeelde in 2024 en 2025 dat de erkenning op zich geen directe nieuwe nadelen of juridische lasten voor de landbouw creëert. Een rechter baseert zijn vonnis op de feitelijke staat van de natuur en de geldende wetgeving, niet op een label. Het Hof heeft immers duidelijk gesteld dat de titel geen beleidsmatig gewenste ontwikkeling is die landbouw mag uitsluiten. Het is cruciaal om te erkennen dat de huidige juridische barrières voor boeren voortkomen uit bestaande milieuwetten en niet uit het parkstatuut zelf. Zonder de juiste informatie zal de polarisatie enkel verhogen en daarom is deze feitelijke nuancering essentieel.
Landelijke Toekomst geeft tevens aan dat er ook enorme ruimtelijke druk komt uit de havenregio die als een pletwals over het platteland duwt. De plannen rond de NX-verbinding in Stabroek baren grote zorgen omdat deze weg een negatief effect dreigt te hebben op natuur en open ruimte door versnippering.

Wat betreft de zogenaamde Klimaatgordel rond de haven is de situatie eveneens genuanceerder dan vaak wordt voorgesteld. In tegenstelling tot de perceptie dat er nieuwe landbouwgrond wordt opgeëist, gaat het hier om gronden die al decennia als bufferzone of reservegebied op de plannen staan. De landbouwers bewerken deze percelen vaak al generaties via tijdelijke pachtovereenkomsten. De effectieve realisatie van deze gordel betekent echter dat deze historische reservegebieden nu definitief aan het landbouwgebruik worden onttrokken. Deze gronden worden echter niet volgebouwd met industrie, maar krijgen een definitieve bestemming als natuurbuffer. Voor de lokale boer voelt dit als een zware slag. Of de grond nu naar een fabriek gaat of naar een nieuw bos, de beschikbare ruimte voor lokale voedselproductie krimpt feitelijk verder in een regio waar de ruimte al schaars is. De dag werd afgesloten op het melkveebedrijf van de familie Wouters-Verbreuken in Sterbos. Dit historische landgoed toont aan dat landbouw en natuur al generaties naast elkaar kunnen bestaan. Toch heerst ook hier grote onzekerheid. Het uitblijven van een duidelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor het bedrijf aan de bosrand maakt de toekomst onzeker. We pleiten daarom voor heldere ruimtelijke kaders zodat landbouw en natuur structureel kunnen samengaan, zegt Vandeweyer. Het menselijke aspect van dit verhaal mag niet worden onderschat. De constante onzekerheid vreet aan het mentale welzijn van de landbouwgezinnen. In Vlaanderen heeft minder dan 15% van de landbouwers boven de 50 jaar een opvolger klaarstaan. Jongeren durven de miljoeneninvesteringen niet meer aan als het juridische kader elk moment kan kantelen. Het werkbezoek van Jinnih Beels was een belangrijke eerste kennismaking en de gedeputeerde toonde zich bereid om de contactlijnen kort te houden en mee te denken over oplossingen.

Besluit: Een Pleidooi voor Dialoog en Bemiddeling
GroenRand benadrukt in dit dossier dat zij absoluut geen polarisatie willen met de boeren. Om de huidige verharding te doorbreken, is het echter noodzakelijk om te erkennen dat natuurbeleid nooit los kan staan van het verdienmodel van de landbouwer. Dit betekent dat we moeten inzien dat een boerderij geen museum is maar een economische motor. Wanneer natuurdoelstellingen leiden tot lagere opbrengsten, hogere kosten of het onbruikbaar worden van gronden, wordt de boer in zijn voortbestaan geraakt. Polarisatie ontstaat precies op dat punt. Waar ecologische ambities de financiële draagkracht van een gezinsbedrijf ondermijnen, slaat de dialoog onvermijdelijk om in een overlevingsgevecht. Een duurzaam natuurbeleid moet daarom gepaard gaan met eerlijke vergoedingen en nieuwe verdienmodellen voor de boer, zodat natuurbeheer een rendabel onderdeel van de bedrijfsvoering kan worden in plaats van een bedreiging.
Om dit gesprek weer op gang te brengen, stelde GroenRand de aanstelling van een bemiddelaar voor, zodat alle partijen opnieuw naar elkaars argumentaties kunnen luisteren zonder direct in de verdediging te schieten. In een tijd waarin de samenleving steeds sneller lijkt te draaien en meningen vaak lijnrecht tegenover elkaar staan, is het gebrek aan bemiddeling, luisterbereidheid en dialoog een zorgwekkende ontwikkeling. Dit is essentieel omdat deze drie elementen samen het sociale cement vormen dat een gemeenschap bij elkaar houdt. Zonder dit cement brokkelt het onderlinge vertrouwen af en ontstaat er een klimaat van polarisatie en verharding. Wanneer we stoppen met echt naar elkaar te luisteren — dat wil zeggen, luisteren om te begrijpen in plaats van te luisteren om te reageren — verliezen we de verbinding met de mens achter het standpunt. Hierdoor verdwijnen nuances en vervallen we in een schadelijk wij-zij-denken.
Bemiddeling speelt hierin een cruciale rol als brug. Het stelt ons in staat om conflicten niet als een strijd te zien die gewonnen moet worden, maar als een gezamenlijk probleem dat een gedragen oplossing vereist. Dit proces bevordert de eigen regie en zorgt voor duurzame relaties, omdat partijen zich erkend voelen in hun behoeften en emoties. Bovendien is oprechte luisterbereidheid de basis voor innovatie en democratie. Het stelt ons bloot aan perspectieven die onze eigen blik verruimen en voorkomt dat we vast komen te zitten in onze eigen informatiebubbels.
Uiteindelijk zorgt het herstellen van de dialoog voor een psychologisch veiligere omgeving waarin mensen zich durven uitspreken zonder angst voor directe veroordeling. Dit is cruciaal voor zowel het persoonlijke welzijn als de stabiliteit van de maatschappij als geheel. De huidige polarisatie wordt blijkbaar opgedrongen door andere instanties en vanuit politieke hoek, vaak gevoed door de angst om verkiezingszieltjes te verliezen. We moeten terug leren objectief te zijn en elkaar durven in de ogen te kijken. Eerlijk en oprecht, zonder achterkamertjespolitiek en verborgen agenda's. Alleen door echte dialoog en een gedeelde visie op het landschap kunnen landbouw en natuur zij aan zij de toekomst van de Noorderkempen vormgeven.
Foto's: Facebookpagina Jinnih Beels

maandag 23 februari 2026

GroenRand ziet in De Lage Haar de ultieme blauwdruk voor klimaatadaptatie en biodiversiteit

GroenRand ziet in De Lage Haar de ultieme blauwdruk voor klimaatadaptatie en biodiversiteit

In een tijd waarin de uitersten van het klimaat – van kurkdroge zomers tot plotselinge wateroverlast – de nieuwe realiteit vormen, ligt de oplossing vaak verscholen in het herstel van ons natuurlijk landschap.
In Schilde, langs de oevers van de Zwanebeek, is met het vernattingsproject ‘De Lage Haar’ een indrukwekkend staaltje natuurinrichting gerealiseerd.
Wat ooit een drassig broekbos was maar doorheen de jaren was verdroogd door overmatige ontwatering, fungeert vandaag opnieuw als een vitale 'waterspons'.


Dit project, een nauwe samenwerking tussen Natuurpunt Schijnbeemden, het Regionaal Landschap de Voorkempen en de Provincie Antwerpen, bewijst dat ecologie, veiligheid en economie hand in hand kunnen gaan wanneer alle neuzen in dezelfde richting staan.
Het gebied De Lage Haar, een perceel van circa 14 hectare in 's-Gravenwezel, was decennialang onderhevig aan een veel te snelle waterafvoer.
Door de historische focus op ontwatering stroomde kostbaar regenwater via de Zwanebeek razendsnel weg richting de Schelde, nog voordat de bodem de kans kreeg het op te zuigen.
Dit leidde tot een structurele daling van de grondwaterstanden, wat zowel de lokale biodiversiteit als de omliggende landbouwgronden kwetsbaar maakte voor extreme droogte.

Tijdens een werkbezoek in februari 2026 onderstreepte de Antwerpse gedeputeerde voor Landbouw, Jinnih Beels, het cruciale belang van deze ingreep.
Zij prees de wijze waarop de vernatting een buffer vormt voor de landbouwsector: door water stroomopwaarts vast te houden, wordt de weerbaarheid van de bodem verhoogd, wat essentieel is voor de voedselproductie in droge periodes.
Het bezoek markeerde een bijzonder moment waarbij natuur en landbouw eindelijk op exact dezelfde golflengte bleken te zitten.

Een project van deze omvang slaagt enkel met een breed maatschappelijk en ecologisch draagvlak.
De vereniging GroenRand, een drijvende kracht achter het behoud van de groene gordel rond Antwerpen, juicht de herinrichting dan ook toe.
Als behartiger van de open ruimte in de regio biedt GroenRand de broodnodige visie om dergelijke natuurprojecten op de politieke agenda te houden.


Dirk Weyler, woordvoerder van GroenRand, ziet in De Lage Haar een blauwdruk voor de hele regio en stelt onomwonden dat water ons 'blauwe goud' is.


Volgens Weyler is het tijd om te stoppen met het denken in termen van natuur óf landbouw.
Beide sectoren hebben immers een gezond grondwaterpeil nodig om te overleven.
De steun van GroenRand benadrukt dat dit project verder gaat dan lokale natuur; het vormt een essentiële schakel in een robuust natuurnetwerk dat de versnippering van het landschap tegengaat.

De transformatie is het resultaat van doordachte hydrologische technieken waarbij de stroom wordt vertraagd.
De kern van het project draait om het herstellen van de natuurlijke hydrologie door het water langer in het gebied vast te houden.
Door de installatie van een strategische stuw op de Zwanebeek en het aanpassen van de omliggende grachtenstructuur, kan het waterpeil nu nauwgezet worden beheerd.
In natte periodes fungeert het broekbos als een natuurlijk opvangbekken dat piekafvoeren buffert.
Dit voorkomt dat woonwijken stroomafwaarts in Schilde kampen met wateroverlast.
Tegelijkertijd krijgt het water de tijd om in de diepere bodemlagen te infiltreren, waardoor de grondwaterreserves worden aangevuld. Deze dubbele functie – bescherming tegen overstroming én tegen droogte – maakt het project tot een schoolvoorbeeld van klimaatadaptatie in de praktijk.

Voor de biodiversiteit in de Schijnbeemden is de terugkeer van het water een enorme boost.
Een gezond broekbos biedt een uniek ecosysteem voor zeldzame flora zoals de dotterbloem en de waterviolier.
Bovendien creëert het de ideale habitat voor de bever.
Deze natuurlijke 'waterbouwkundige' kan hier ongestoord zijn gang gaan en met zijn dammen de waterhuishouding op natuurlijke wijze verder versterken. Insecten, amfibieën en talrijke vogelsoorten vinden in dit vernatte landschap opnieuw een veilig toevluchtsoord en rijke voedselgronden.
Het project toont aan dat natuurherstel niet enkel over cijfers gaat, maar over het herstellen van levende systemen die ons allemaal ten goede komen.

Het herstel van de "sponsfunctie" in De Lage Haar is mede mogelijk gemaakt door een krachtig netwerk van partners.
De Provincie Antwerpen trad op als hoofdfinancier, terwijl Natuurpunt Schijnbeemden de drijvende kracht achter het lokale terreinbeheer blijft.
Het Regionaal Landschap de Voorkempen (RLDV) was verantwoordelijk voor de coördinatie en technische studie, terwijl de gemeente Schilde als lokale partner de waterveiligheid voor haar inwoners garandeert.
Wie de resultaten met eigen ogen wil bewonderen, kan terecht in de groene rand van 's-Gravenwezel via de Lage Haarlaan of de Eekhoornlaan.


Wel is een waarschuwing op zijn plaats: door de geslaagde vernatting kunnen de onverharde paden in de winter erg zompig zijn, waardoor stevig, waterdicht schoeisel of laarzen een absolute aanbeveling zijn voor elke natuurliefhebber.
Met de inzet van alle betrokkenen is De Lage Haar getransformeerd van een verdroogd bos naar een fundamenteel onderdeel van de regionale waterveiligheid en een baken van hoop voor natuurherstel in Vlaanderen.
Met het project De Lage Haar laten ze zien hoe je natuur écht weerbaar maakt. In plaats van regenwater zo snel mogelijk af te voeren via beken en grachten, krijgt de bodem hier weer de kans om als een natuurlijke spons te werken. Het water wordt simpelweg vastgehouden waar het valt. Dit is win-win voor iedereen. Voor GroenRand is dit een schoolvoorbeeld van hoe we de klimaatuitdagingen moeten aanpakken. Het is niet alleen een investering in biodiversiteit, maar ook in een veilige en gezonde leefomgeving voor ons allemaal. Een dikke proficiat aan de trekkers van dit project; dit is precies het soort natuurherstel dat onze regio nodig heeft! Foto's: Natuurpunt Schijnbeemden + eigen redactie

Gemeente steekt tandje bij om invasie Aziatische hoornaars onder controle te houden

Gemeente steekt tandje bij om invasie Aziatische hoornaars onder controle te houden

Wie in Schilde een groot nest met Aziatisch hoornaars laat verwijderen, kan voortaan rekenen op een toelage van de gemeente van maximum 130 euro.
“Schilde schakelt een versnelling hoger in de strijd tegen de Aziatische hoornaar.
We zetten de stap van sensibiliseren naar actief bestrijden”, aldus schepen van Leefmilieu Valerie Van Genechten (Lokaal Liberaal).

De Aziatische hoornaar is een invasieve wespensoort die sinds 2017 in Vlaanderen voorkomt.
Ze voedt zich met inheemse bestuivers zoals bijen en vormt zo een bedreiging voor de biodiversiteit en het ecosysteem.
In de provincie Antwerpen werden in 2018 nog maar 3 nesten gemeld. In 2023 waren dat er al 383 en in 2025 zelfs 1.828.
Het aantal nesten groeit dus exponentieel. Ook in Schilde groeit het probleem.
In 2025 werden 68 nesten gemeld, tegenover 44 meldingen in 2024.

In de late zomer bouwt dit invasieve insect grote secundaire nesten vaak hoog in bomen.
Deze nesten moeten verdelgd worden door gespecialiseerde firma’s, want ze zijn vaak ook voor de brandweer onbereikbaar.
Zo’n verdelging is duur.


Totaalaanpak


“Met aanvullende maatregelen zoals lokvallen, nestbestrijding subsidies en een nauwe samenwerking met imkers en inwoners rollen we met het lokaal bestuur een totaalaanpak uit, gericht op tastbare resultaten.

Zo beschermen we onze bijen, versterken we de biodiversiteit en behouden we het natuurlijke evenwicht.
Dat is een noodzakelijke investering in onze leefomgeving. Samen met onze inwoners kunnen we sneller ingrijpen en de verdere verspreiding van deze invasieve soort beperken”, aldus Van Genechten.

De nu goedgekeurde subsidie voor de verdelging van secundaire hoornaarnesten kadert in een totaalaanpak met aansluitende maatregelen.
Het lokaal bestuur verdeelt dit jaar voor de eerste keer een honderdtal selectieve lokvallen met lokstof.
Koninginnen vroeg in het seizoen vangen voorkomt dat ze nieuwe nesten bouwen en beperkt latere bestrijdingskosten.

Op woensdag 18 maart van 14 tot 16 uur organiseert de Stemacademie in de bib een workshop voor kinderen.
Zij maken er met de 3D-printer hun eigen selectieve hoornaarval.

Vogelbescherming Vlaanderen en GroenRand eisen jachtstop voor de patrijs op de afgrond

Vogelbescherming Vlaanderen en GroenRand eisen jachtstop voor de patrijs op de afgrond

De Vlaamse akkers verliezen hun stem. Waar decennia geleden de kenmerkende, raspende roep van de patrijs overal klonk, heerst nu vaak een onnatuurlijke stilte.
Deze week bereikte de spanning rond de soort een kookpunt toen Vogelbescherming Vlaanderen, gesteund door ruim 12.500 burgers en organisaties zoals GroenRand, naar het kabinet van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns trok.


Met een stapel van exact 12.548 handtekeningen eisten zij één duidelijke maatregel: een onmiddellijk verbod op de jacht op de patrijs in Vlaanderen.
De vogel is daarmee de inzet geworden van een fel debat over biodiversiteit, modern landbouwbeheer en de ethiek van de jacht op kwetsbare soorten.
Om te begrijpen waarom dit kleine veldhoen de gemoederen zo sterk beroert, moeten we kijken naar de biologie van een vogel die perfect is aangepast aan een landschap dat in ijltempo aan het verdwijnen is.
De patrijs (Perdix perdix) is een van de meest karakteristieke bewoners van ons cultuurlandschap, al moet je een geoefend oog hebben om hem te spotten.
Met zijn gedrongen bouw, oranjebruine kop en grijze borst is hij een sieraad voor de akkers.
Het meest opvallende visuele kenmerk is de donkere, hoefijzervormige vlek op de borst, die bij het mannetje (de haan) meestal groter en scherper afgetekend is dan bij het vrouwtje (de hen).
Als echte standvogel is de patrijs extreem honkvast.

Hij brengt zijn hele leven door op een beperkt lapje grond en verhuist zelden meer dan een paar kilometer van zijn geboorteplek.
Dit maakt de soort echter ook kwetsbaar: als hun leefgebied verdwijnt of verslechtert, trekken ze niet weg, maar sterven ze ter plaatse uit.
In de winter vormen patrijzen zogenaamde 'kluchten', kleine familiegroepen die dicht tegen elkaar aan kruipen om de vrieskou te trotseren en samen naar zaden en plantenscheuten te zoeken. Hun voortplanting is een race tegen de klok en de elementen. Hoewel de patrijs met gemiddeld vijftien eieren een van de grootste legsels ter wereld heeft, is de overleving van de kuikens de zwakke schakel.
In de eerste drie weken van hun leven zijn de jongen volledig afhankelijk van eiwitrijke insecten om hun verenkleed te ontwikkelen.
In een landschap waar pesticiden de insectenpopulatie hebben gedecimeerd, verhongeren veel kuikens letterlijk nog voor ze kunnen vliegen.


Bovendien maakt hun gewoonte om op de grond te nestelen hen kwetsbaar voor moderne maaimachines en predatie door vossen of kraaien, zeker nu er nauwelijks nog heggen, houtkanten of ruige overhoekjes overblijven om in te schuilen.

De cijfers die de natuurorganisaties presenteren, schetsen een onthutsend beeld van een soort in vrije val.
Waar de patrijs vroeger alomtegenwoordig was, is de populatie sinds de jaren '70 met meer dan 90% gekelderd.
Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) zet die daling zich voort.
Naar schatting leven er vandaag nog slechts zo’n 5.000 exemplaren in heel Vlaanderen.
De verontwaardiging bij de natuursector is dan ook groot wanneer men kijkt naar de meest recente jachtcijfers van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). In 2024 werden er naar schatting ongeveer 2.500 patrijzen geschoten in het kader van de jacht.
Dit betekent een hallucinante statistiek: potentieel de helft van de volledige resterende populatie in Vlaanderen werd in één enkel jachtseizoen gedood.


Voorzitster Agnes Wené stelde bij de overhandiging van de petitie onomwonden dat het toestaan van jacht op een soort die zo zwaar onder druk staat, botst met het algemeen belang en de ecologische logica.

Een onmiddellijk en tijdelijk verbod zou de soort de broodnodige ademruimte kunnen geven die noodzakelijk is om de populatie weer te laten aansterken tot een duurzaam niveau.
In deze strijd krijgt de Vogelbescherming felle bijval van de regionale vereniging GroenRand.

Woordvoerder Dirk Weyler is messcherp over de huidige situatie en de argumenten van de jachtlobby.

"Het is moreel en ecologisch onverantwoord om te blijven jagen op een soort die op de rand van de afgrond balanceert," stelt Weyler. Hij verwerpt bovendien de stelling dat de patrijs afhankelijk zou zijn van de jachtsector voor zijn overleving.
"De bewering dat jagers noodzakelijk zijn voor biotoopbeheer is een drogreden om de jacht te legitimeren. Natuurherstel moet een publieke verantwoordelijkheid zijn, geen bijproduct van een hobby waarbij men de dieren die men beweert te beschermen, vervolgens afschiet. We kunnen de redding van onze biodiversiteit niet laten afhangen van het plezier van de jachtgeweren."
Weyler pleit namens GroenRand voor een structurele aanpak via de geplande Europese natuurherstelwet.
Hij benadrukt dat het creëren van robuuste ecologische verbindingszones en het herstellen van de insectenrijkdom de enige weg vooruit is.

"De patrijs heeft geen nood aan graanstrooiende jagers, maar aan een landschap met bloemrijke akkerranden en hagen waar kuikens insecten vinden. Dat realiseren we door boeren correct te vergoeden voor natuurprestaties, niet door de resterende populatie te halveren."

Ook inhoudelijk expert Krien Hansen ziet in de natuurherstelwet een uitgelezen kans om de bescherming van kwetsbare akkervogels zoals de patrijs, de veldleeuwerik en de geelgors steviger te verankeren in het beleid, weg van de kortetermijnbelangen. Minister Brouns reageerde tijdens de ontmoeting bereidwillig, maar bleef voorzichtig.
Hij gaf aan met alle betrokkenen — van landbouwers tot de jachtsector — rond de tafel te willen zitten.


De minister uitte echter ook zijn bezorgdheid dat een jachtverbod 'averechts' zou kunnen werken, een standpunt waar Weyler fel tegen van leer trekt: "Als biotoopbeheer stopt zodra er niet meer geschoten mag worden, dan ging het nooit om de natuur, maar om de schietkans. Dat is een vorm van chantage die we in een modern natuurbeleid niet mogen accepteren."
Of de geweren in 2026 effectief zullen zwijgen, blijft voorlopig koffiedik kijken.
De druk vanuit de publieke opinie neemt toe.
De patrijs fungeert in dit debat als de 'kanarie in de koolmijn' van ons platteland.
Als we deze iconische vogel laten verdwijnen door een combinatie van habitatverlies en overbejaging, zegt dat alles over de staat van de Vlaamse natuur.
De roep om bescherming klinkt door de 12.548 handtekeningen luider dan ooit.
Voor de laatste kluchten in de Vlaamse velden tikt de klok onverbiddelijk door; zij hebben nood aan insecten, aan veilige nestplaatsen en, bovenal, aan de rust die alleen een jachtstop kan bieden.

Foto's: Vogelbescherming Vlaanderen