donderdag 19 januari 2023

Cameraman Pim Niesten: "Op deze plek kwamen de bevers haast aan m'n tenen knagen"

 

Cameraman Pim Niesten           Onze Natuur

 

 © vrt

De omgeving van Marcouray, dé beverbiotoop

Pim Niesten is bioloog en natuurfilmer.
Hij werkt al jarenlang als cameraman voor National Geographic en BBC.
Niesten is ook de man achter de Belgische natuurdocumentaire 'Onze Natuur' en een man met een missie.
Hij liet meerdere internationale projecten liggen om de Belgische natuur in beeld te brengen.


                                                                          ©Frank Vermeiren/lid GroenRand
 

Na het bioscoopsucces van Onze natuur, kan je van gisteren kijken naar de zevendelige documentairereeks op Canvas en VRT MAX.
Dat de Belgische natuur verbluffend mooi en verbazend dichtbij is, weet bioloog en Onze natuur-cameraman Pim Niesten als geen ander.


                                                                ©Frank Vermeiren/lid GroenRand

Tijdens het filmen voor Onze natuur spendeerde Pim behoorlijk wat tijd in de Ardennen waar hij de verhalen van enkele van onze grotere zoogdieren in beeld bracht: het edelhert, het everzwijn en de bever.
Bij z’n zoektocht naar geschikte locaties voor die laatste soort, de bever, stootte hij op enkele wondermooie en onvergetelijke plekken, waaronder de regio van Marcouray, gelegen tussen La Roche-en-Ardenne en Rendeux.
Hier stromen prachtige rivieren door beboste valleien.
Een combinatie die een bever wel kan smaken … en dat mag je ook letterlijk nemen.

In de omgeving van Marcouray voelt het grootste knaagdier van Europa zich helemaal thuis.
Sinds zijn terugkeer in ons land heeft de bever dit gebied weer helemaal omgetoverd tot een plek die naar Pims gevoel de naam ‘wildernis’ waardig is.
Op deze plek kwamen de bevers haast aan z’n tenen knagen.
Bovendien spotte hij in deze regio zwarte ooievaars zwevend boven de vallei.
Ook filmde hij hier kuddes everzwijnen die van een heerlijk modderbad genoten en volgde hij een wasberenfamilie die hun kostje bijeenzocht in de buurt van de beverdammen en beverburcht.

 


We beseffen te weinig hoe mooi onze natuur is

 

Op avontuur in onze 'natte' natuur


We beseffen te weinig hoe mooi onze natuur is




Maak plaats, leeuwen en olifanten uit verre landen, het is tijd voor spinnen en bevers van bij ons.
Vorig najaar wist de documentaire ‘Onze natuur’, over de natuurpracht tussen de kust en de Hoge Venen, ruim 250.000 mensen naar de cinema te lokken.
Nu krijgt ze een tweede leven als zevendelige documentairereeks op Canvas.
Gisteren konden we het eerste deel bekijken: 'water'.
Indrukwekkend, PRACHTIG!
Wij, GroenRanders, hebben hier écht van genoten.




Ook de bever, dewelke we dit jaar in de kijker brengen, was in het eerste deel prominent aanwezig.
Bevers zijn vooral bekend om hun afgeplatte staart, zelfgebouwde dammen en afgeknaagde bomen.
Ze hebben een voorkeur voor zachte houtsoorten (wilg, populier, els).
De bast, twijgjes en bladeren dienen als voedsel (het hout zelf wordt niet gegeten).
De grotere takken worden gebruikt om burchten en dammen mee te bouwen.

                                                                                    ©Ben Hellebaut  



Door het bouwen van dammen kunnen bevers het waterniveau in de buurt van hun burcht bepalen.
Door de ingangen van de burcht onder water te zetten, bieden ze bescherming tegen roofdieren.
Met deze beverdammen creëert het knaagdier een unieke biotoop waar andere soorten dankbaar van profiteren.
Met hun bouwkundige vaardigheden creëren ze nieuwe habitats, waardoor nieuwe soorten een kans krijgen om zich in het gebied te vestigen.

De bever veroorzaakt helaas ook schade aan natuur, (water-)wegen en landbouwpercelen.
Vaak wordt naar de bever gekeken als schuldige.
We blijven spijtig genoeg  blind voor het onderliggende probleem:  er is te weinig ruimte voor natuur in Vlaanderen.
In een landschap zonder ruimte voor water en de natuur op de oevers is er geen uitwijkmogelijkheid. Door te zorgen voor meer ruimte voor water en watergebonden natuur, geven we de bever meer werkruimte om te bouwen aan biodiversiteit.




Producent Hotel Hungaria stuurde 2,5 jaar en 970 draaidagen lang filmploegen op pad om de mooiste, wildste en meest pakkende natuurbeelden in België vast te leggen.
Met state of the art filmtechnieken, maar vooral met veel tijd, inventiviteit en engelengeduld.
Uit de vele honderden uren filmmateriaal puurden de regisseurs in de montage een adembenemende natuurpuzzel.
Het resultaat is deze unieke reeks vol prachtige verhalen over bekende en onbekende dieren en planten die verwondering opwekken en de liefde en het respect voor onze natuur vergroten. 
Een natuur om trots op zijn.
Zo trots dat we haar spontaan beter gaan beschermen.




Voor veel uitdagingen in het waterbeleid is investeren in natuur de meest kostenefficiënte oplossing.
Natuurlijk rivierherstel zorgt voor een grotere watercapaciteit en tragere afvoer, waardoor het risico op wateroverlast verkleint.
Meer planten in en rondom het water, zorgen ook voor een betere zuivering.
Klimaatrobuuste ‘watermaatregelen’ zullen de komende jaren nog meer dan anders een daadkrachtig en politiek moedig beleid vragen. 




woensdag 18 januari 2023

Water wordt vandaag het thema in 'Onze Natuur'

 WATER WORDT VANDAAG HET THEMA IN ‘ONZE NATUUR'


OOK DE BEVER KOMT IN HET VIZIER




Na het bioscoopsucces van ‘Onze natuur’ is er nu ook de langverwachte reeks op Canvas en VRT MAX.
Water, aarde, lucht, vuur, hout en steen.
Die zes elementen in de natuur vormen de rode draad doorheen de reeks.
In de zevende en laatste aflevering brengen wetenschappers, filmmakers en natuurexperten extra duiding bij de rol die wij als mens al dan niet kunnen spelen in onze natuur.
Hoofdrolspelers in de reeks zijn uiteraard de dieren en planten.
Vandaag gaat het over water.
We krijgen ook de bever te zien.
Bevers zijn semi-aquatische knaagdieren, die leven langs rivieren, meren, vijvers, moerassen, sloten en oude rivierarmen, waar toegang tot water en vegetatie het ganse jaar door gegarandeerd is.
Ze zijn eigenlijk bosbewoners, maar kunnen goed overleven in landbouw- en zelfs stedelijke gebieden.
Ze lijken zich weinig aan te trekken van lawaai en komen zelfs voor in parken en op campings langsheen rivieren.

OOK BIJ ONS

                                                                                                       ©Ben Hellebaut  


Ook langs de Antitankgracht in Schilde werden knaagsporen ontdekt.
Het dier lijkt zich hier goed thuis te voelen met wissels, of looppaden en met heel wat knaagwerk.
In het bos tussen de E34 en de Zwaaikom van het Albertkanaal in Oelegem hebben natuurliefhebbers in het verlengde van de Antitankgracht een beverdam ontdekt op de Kapelbeek.
Ook in het Schijn in Oelegem hebben bevers een heuse beverdam gebouwd.

Lees meer: https://www.hln.be/brasschaat/voor-groenrand-is-2023-het-jaar-van-de-bever~aa3266a6/

https://www.polderke.com/groenrand-zet-in-2023-de-bever-in-de-kijker/

https://www.noordernieuws.be/groenrand-zet-in-2023-de-bever-in-de-kijker/

De bever is ongetwijfeld terug en België.
Intussen telt Wallonië reeds 2000 bevers, en Vlaanderen 450.

                                                                                                   ©Ben Hellebaut


WATERZUIVERING


De jarenlange investeringen in waterzuivering, beekherstel en natuurgebieden werpen voorzichtig hun vruchten af.
Tot daar het goede nieuws.
Desondanks kampen we nog steeds met de meest vervuilde waterlopen van Europa.
De bindende Europese Kaderrichtlijn Water heeft als doel om onze waterlopen opnieuw zuiver te maken tegen uiterlijk 2027.
Daarom moeten binnen 4 jaar de Vlaamse beken en rivieren voldoen aan de Europese waterkwaliteitsnormen.
De normen werden 22 jaar geleden al aanvaard door Vlaanderen, maar vandaag verkeert slechts 1 van de 195 Vlaamse waterlopen in goede staat. . 
Waterlopen zijn nochtans onze spiegel;
Als het goed gaat met de rivieren vertelt dat een positief verhaal over onze natuur.
Er zouden meer investeringen moeten komen voor blauwgroene infrastructuur, denk bijvoorbeeld aan brede natuurlijke oevers en groene verbindingen.
Deze zouden  gericht moeten zijn op projecten die pluspunten creëren voor waterkwaliteit én waterkwantiteit.

We moeten, op grote schaal, werk maken om onze natuur te herstellen.
Dat is broodnodig, want wij hebben de natuur nodig en de natuur ons.
Willen we onze natuur een veilige thuis aanbieden, dan moeten we verder bouwen aan een robuust natuurnetwerk.
Anno 2023 staan we voor een ‘tipping point’ in de biodiversiteitscrisis.
De komende  jaren zullen beslissend zijn voor onze natuur.
Slagen we erin om het tij te keren of boeken we bloedrode cijfers en verliezen we soort na soort?
Lukt het ons om het groenblauwe netwerk te versterken en de basisnatuurkwaliteit te verhogen of kwijnt de natuur verder weg in geïsoleerde zones? 

WAT MET DE ANTITANKGRACHT?



Het structureel beheer van de in het interbellum aangelegde Antitankgracht is lange tijd verwaarloosd.
De aanduiding van een reservestrook voor een duwvaartkanaal op het gewestplan was hiervan één van de oorzaken.
Het plan voor de reservatiestrook werd geschrapt op het gewestplan.
Nadien nam de VMM het beheer over.
De provincie maakte samen met alle betrokken gemeenten en verenigingen een landschapsbeheerplan op.
Op 6 maart 2008 werd dit beheersplan door de minister goedgekeurd en wordt momenteel in uitvoering gebracht.
De sliblaag bijvoorbeeld, is op meerdere plaatsen zeer dik en verontreinigd met zware metalen, PAK’s en minerale oliën.
Door de ruiming verbetert niet alleen de doorstroming en de buffercapaciteit (tijdens droogte) van de waterloop, maar zal ook de ecologische toestand van deze beschermde waterloop verder verbeteren.
Momenteel wordt meer dan 17.000 kubieke meter slib verwijderd in Schilde.
De VMM is al enkele jaren bezig met het saneren van de Antitankgracht, die in een (klimaat)gordel rond Antwerpen loopt.
Onder meer in Stabroek, Schoten, Brecht en Brasschaat werden reeds gelijkaardige saneringswerken uitgevoerd.
 

 

maandag 16 januari 2023

De bever

VEGEN BEVERS HUN NATTE VOETEN? WAAROM HEBBEN ZE ORANJE TANDEN? WAT HEBBEN BEVERS TE MAKEN MET VANILLE-IJS?

Er zijn op heel de wereld maar twee beversoorten: de Europese bever (Castor fiber) en de Noord-Amerikaanse bever (Castor canadensis).De namen zeggen het al: de een woont met name in Europa (en Noord-Azië), de ander vertoeft vooral in Noord-Amerika.

                                                                                                     ©Ben Hellebaut           

Het begon allemaal toen televisiekok Jamie Oliver zich in 2011 bij The Late Show liet ontvallen dat er anale klieren van bevers in vanille-ijs zitten.Het publiek reageerde geschokt, alsook gastheer David Letterman.Maar wat klopt er van Olivers verhaal?De Europese bevers zijn strikt beschermd, maar op hun neven in Canada en de Verenigde Staten kan worden gejaagd.Eén van de producten van die jacht bleek inderdaad de anaalklieren van bevers te zijn.Dat sterk ruikende goedje komt uit de anale klieren van de bever, en wordt inderdaad gebruikt in vanille-aroma's als natuurlijke smaakstof.



Mensen met oranje tanden vind je waarschijnlijk een beetje vies, maar bevers kunnen er helemaal niets aan doen dat ze een gekleurd gebit hebben.Net als bij andere knaagdieren blijven de tanden van bevers hun hele leven doorgroeien.Als dat niet zo zou zijn, zouden ze na het doorknagen van al die boomstammen afgesleten stompjes overhouden.
Om te voorkomen dat ze hun tanden breken op zo'n harde stok, zit er ijzer in hun glazuur.
Dat ijzer geeft hun tanden een oranje gloed, net als roest.



Bevers pakken hun onderkomen uitermate serieus aan.
Volgens de Zoogdiervereniging kan een beverburcht wel twee meter hoog worden, met een doorsnede van tien meter.
En net zoals mensen graag hun natte schoenen in de hal zetten zodat de rest van het huis droog blijft, heeft de bever een zogeheten natte kamer ingericht.
Daar schudt hij het water van zich af.
Daarna verplaatst hij zich naar de nestkamer.
Die ligt zo'n twintig centimeter boven de waterspiegel en is voorzien van een luchtgat en houtsnippers. Zo houden ze hun onderkomen lekker droog.
 

Waar steekt de bever zijn staart tijdens het vrijen?


                                                                                                                                                                               ©Ben Hellebaut

HOe vrijen bevers?

Wanneer een bever zijn of haar partner kiest, dan is dat voor het leven. Eenmaal ze hun ideale vrouw of man gekozen hebben, paren bevers in de winter. 100 dagen later verwelkomen ze hun jongen. Het echtpaar brengt de kleine bevertjes groot in de familieburcht. Niemand mag er binnen tot de baby’s groot genoeg zijn. Rond de burcht leren ze al op jonge leeftijd zwemmen. De jonge bevers verlaten hun ouders pas wanneer ze klaar zijn om zelf een gezin te stichten. Het jaar daarop begint de hele cyclus dus opnieuw.

De bronsttijd van de bever is op dit moment volop aan de gang.
De vrouwtjes zijn bereid tot paren in januari of februari, in warme winters soms zelfs al in december.
Hoewel de bever levenslang bij zijn jeugdliefde blijft, maakt hij toch elk jaar opnieuw werk van het voorspel.
Mannetje en vrouwtje achtervolgen elkaar in het water en op het land, alvorens het vrouwtje haar definitieve ‘go’ geeft.
Soms is het niet meteen prijs en krijgt het mannetje later in het seizoen een herkansing.
Het vrouwtje kan drie tot vijf keer per voortplantingsseizoen bronstig worden.

                                                                                                              ©Ben Hellebaut

Het opvallendste kenmerk van een bever is zonder twijfel zijn brede, platte schubbenstaart.
Die dient voor meerdere doelen: het grote knaagdier kan ermee sturen tijdens het zwemmen, erop steunen om hogere takken te plukken, slaat ermee op het water bij alarm, regelt er zijn lichaamstemperatuur mee en slaat er wintervet in op.
Maar om te paren zit dat stugge ding héél erg in de weg.

                                                        ©Ben Hellebaut

Bevers doen het dan ook niet op z’n hondjes, zoals de meeste andere zoogdieren. Er wordt wel eens gezegd dat ze ‘buik aan buik’ paren, maar in de praktijk ziet het er net iets minder idyllisch uit. De hele rompslomp (het duurt 30 seconden tot 3 minuten) vindt meestal tijdens de nacht plaats onder water, al zijn er ook bevers die het op het droge in hun burcht doen. Het mannetje klampt zich ietwat onbehouwen aan de zijkant van het vrouwtje vast terwijl hij zich in de juiste positie manoeuvreert: cloaca aan cloaca.

  ©Ben Hellebaut

Maar wacht eens even …
Een cloaca, is dat niet iets voor vogels en reptielen?
Klopt, maar ook bij ons lopen er dus zoogdieren rond waarbij de voortplantingsorganen én de verschillende onderdelen van het spijsverteringsstelsel samen uitmonden in één uitgang: de cloaca. Behalve de bever, is ook de spitsmuis zo’n vreemde eend in de bijt.


Bron: onze Natuur

zaterdag 14 januari 2023

GroenRand zet in 2023 de bever in de kijker

 


De bever is de bouwkundig ingenieur van onze natuur.
Met zijn ijzersterke tanden als enige werktuig kan hij de omgeving rond zijn woonplaats drastisch veranderen.
Voor de bouw van zijn indrukwekkende dammen en burchten heeft hij namelijk hout nodig … véél hout.
En dan durft er wel eens een boom of twee te sneuvelen.
Onze Natuur-fan Katelijn maakt zich een beetje zorgen.
Heeft een bever wel controle over wanneer en in welke richting een boom gaat vallen? 

De bever, een geboren houthakker



Houthakken is een vak apart: je hebt er niet alleen een flinke dosis spierkracht voor nodig, maar ook ruimtelijk inzicht en gezond verstand.
Om te vermijden dat de omgehakte boom door zijn val schade berokkent aan het gereedschap, de bomen of de mensen rondom, brengt de houthakker een aantal strategisch geplaatste inkepingen in de stam aan.
Op die manier creëert hij een soort van scharniereffect.

Daarbovenop moet hij er ook rekening mee houden dat de boom op zo’n manier op de grond terechtkomt, dat hij het hout gemakkelijk ter plaatse kan verwerken.
Dat vergt best wat denkwerk en expertise!

                                                             ©Ben Hellebaut


Voor een 
bever gelden dezelfde bedenkingen: hij wil natuurlijk niet dat de vallende boom op één van zijn bouwwerken (of soortgenoten) terechtkomt en evenmin dat hij zijn bouwmateriaal over een lange afstand moet verslepen om hem op de juiste plek te krijgen.

Dat zou hem immers veel te veel kostbare energie kosten.
Het is dus absoluut in zijn voordeel om de stammen in de richting van – maar niet op – zijn bouwwerf te laten neerkomen. 
En uit diverse wetenschappelijke studies blijkt dat hij daar redelijk goed toe in staat is. 

Safety first: bevers kunnen mikken


Zo werd voor onderzoek van de Canadese University of Regina in 2004 de valhoek van exact 888 bomen, die omgeknaagd werden in de buurt van acht verschillende beverdammen in de provincie Saskatchewan, gemeten.

Wat bleek? 

Zo’n 62% van deze bomen vielen binnen een straal van 45° in de richting van de dam. 
Dat doet toch alvast vermoeden dat deze bevers goed wisten waar ze aan begonnen voor ze hun tanden in het malse hout zetten. 

In de omgeving rond Alum Creek Lake in de Amerikaanse staat Ohio gingen onderzoekers nog een stapje verder.
Voor hun studie rond het oriëntatievermogen van bevers brachten zij voor 462 bomen de helling onderaan de voet van de boom, de oriëntatie van het ‘snijvlak’ ten opzichte van deze helling, de afstand van de boom tot het meer, de diameter van de boom en de symmetrie van het snijvlak in kaart.
Omdat het terrein rond Alum Creek Lake over het algemeen schuin afloopt naar het water toe, zou een bever een symmetrisch gevormde boom vanaf de bergafwaartse kant moeten doorknagen om hem in het water te doen vallen.
Dit bleek de aanwezige beverpopulatie inderdaad te doen voor bomen die op 9 meter of verder van de oever stonden. 


Bomen die dichter bij de waterkant stonden, leunden wat meer naar het water toe en zouden in de juiste richting vallen om het even langs welke kant de bevers de stammen doormidden knabbelden.
Bij die overhellende bomen namen de dieren plaats aan de bergopwaartse kant, wat niet alleen comfortabeler is, maar ook een aanzienlijk lager risico op een fataal arbeidsongeval inhoudt.
Hoe steiler de helling en hoe groter de diameter van de boom, hoe vaker de bevers deze positie innamen.

Het geluid van een vallende boom

                                                                                             ©Ben Hellebaut


Bevers houden dus rekening met de richting waarin een boom zal vallen, maar weten ze ook wanneer dit precies zal gebeuren?
Daar heeft Moeder Natuur weer een ander trucje voor in petto.
Tijdens zijn noeste arbeid spitst de bever voortdurend zijn kleine oortjes om alle kraak- en kreungeluiden die de stam maakt op te vangen. 
Eén klein foutje kan hem letterlijk fataal worden, dus neemt hij na elke drie of vier hapjes even een pauze om aandachtig te luisteren naar de ‘stem’ van de boom.
Zo kan hij op het moment suprême net op tijd zijn kopje wegtrekken en voorkomen dat de vallende boom hem verplettert. 
En daar wacht hij maar beter niet te lang mee, want een bever mag dan een sierlijke zwemmer zijn, op het land maakt hij zich lang niet zo snel uit de voeten …

Bron + foto's: onze Natuur

Opinie: Nieuwe Rand / klimaatgordel

Opinie: de nieuwe rand - klimaatgordel


Vandaag is 15% van de oppervlakte in Vlaanderen verhard en elke dag blijven er (netto) hectares verharding bijkomen, ondanks de onthardingsinitiatieven die de afgelopen jaren overal in Vlaanderen toenamen.
Dit zorgt voor versnippering van de natuur, verlies aan biodiversiteit, verminderde bodeminfiltratie en niet te vergeten, de recente overstromingen waar we mee worden geconfronteerd.
Op 9 januari was de definitieve alternatievenonderzoeksnota (AON - Nieuwe Rand) klaar!
Er werden 209 pagina's volgeschreven met adviezen en voorstellen.
Van 12 september tot en met 11 oktober 2022 konden burgers en overheden hun ideeën en bedenkingen officieel indienen tijdens een publieke raadpleging.
Maar dit alles mag niet hét schaamlapje worden om enkel harde verkeersinfrastructuur aan te leggen zonder echt rekening te houden met de leefbaarheid en de natuur.
Dit najaar zal het projectteam voor De Nieuwe Rand een concreet voorstel overmaken aan de Vlaamse regering over de gewenste mobiliteit in de stadsrand.
Dan moet ook duidelijk worden of de A102 tussen Ekeren en Wommelgem zal worden aangelegd of niet.
Idem voor de Nx tussen de Havenweg A12 en de N11 in Stabroek.

Niet-redelijk oplossing

Voor de A102 wordt gelukkig een open sleuf als een niet-redelijke oplossing beschouwd.
Blijft de keuze tussen een geboorde tunnel of een cut- en cover-oplossing.
Het is positief dat dit intensief onderzocht zal worden voor de diverse deelgebieden, gezien het draagvlak in de omliggende woonbuurten voor een cut- en cover-oplossing zo goed als onbestaande is.
De vraag is zelfs of de keuze voor een cut -en cover-oplossing überhaupt te rijmen valt met de ambities inzake het realiseren van een groene gordel of klimaatgordel in de rand.
Volgens GroenRand is Vlaanderen zowat de meest versnipperde regio van Europa.
De gevolgen voor het milieu zijn enorm.
De ecologische (en economische) gevolgen van ons ruimtelijk (wan)beleid zijn bekend.
Zo is het organiseren van een efficiënt openbaar vervoer erg moeilijk.
Ook het aanleggen van een net van nutsvoorzieningen als gas, water en elektriciteit is veel duurder.
En waardevolle landschappen blijven vaak verborgen achter kilometers lintbebouwing.
De decennialange mismeestering van de Vlaamse ruimte heeft intussen het grootste deel van ons Vlaamse landschap sterk gedegradeerd.
De Vlaamse Ruit – het gebied tussen de steden Antwerpen, Gent, Brussel en Leuven - is een “nevelstad” geworden, waar ongebreidelde bebouwing de identiteit van de voorheen typische landschappen zwaar heeft aangetast.
Grootschalige ruimtelijke wanorde is het resultaat.

Niet mals

GroenRand is niet mals voor de ruimtelijke ordening in Vlaanderen, onze regio is letterlijk een zwarte vlek op de kaart.
De Benelux is een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld, zo stelt GroenRand, en toch is de milieuschade die daarmee samenhangt veel groter in Vlaanderen dan in Nederland, ondanks een vergelijkbare bevolkingsdichtheid.
Dat komt doordat de bebouwing in ons land veel meer verspreid is dan in Nederland, waar de bewoning meer in en rond (stedelijke) centra is geconcentreerd.
Het gevolg is dat Vlaanderen over een wel erg dicht infrastructuurnetwerk beschikt, en GroenRand vreest dat de verdere ontwikkeling daarvan de oorzaak zal zijn van de vernietiging van de resterende natuurlijke habitats.
De versnippering van natuurgebieden isoleert immers dieren, zodat ze zich moeilijk kunnen voortplanten, terwijl ook een groot aantal dieren omkomt bij aanrijdingen.



Bovendien gaat de biodiversiteit in ons land fel achteruit, net als de kwaliteit van het landschap.
Volgens GroenRand is er urgent nood aan actie. Er moet dringend werk worden gemaakt van de klimaatgordel rond Antwerpen.

Vlaanderen moet zelf meer de regie nemen en zich vooral focussen op een snelle uitrol van de bouwshift die prioritair gericht is op corridors die natuurgebieden in verbinding brengen.
Deze verbindingen zijn gekend en worden netjes omschreven in de verschillende structuurplannen.
Binnen deze zones zal moeten worden onderzocht waar de infiltratiegevoelige gebieden gelegen zijn en zal worden gezocht naar kansen voor het optimaliseren van het landgebruik ten voordele van waterinfiltratie.
Daarnaast moeten er volgens GroenRand meer oversteekplaatsen en tunnels voor dieren voorzien worden bij wegen en spoorwegen.
Men kan via dikke documenten veel beloven, maar de praktijk moet volgen.
Belofte zal hier schuld maken, wil men draagvlak behouden.