zaterdag 14 januari 2023

GroenRand zet in 2023 de bever in de kijker

 


De bever is de bouwkundig ingenieur van onze natuur.
Met zijn ijzersterke tanden als enige werktuig kan hij de omgeving rond zijn woonplaats drastisch veranderen.
Voor de bouw van zijn indrukwekkende dammen en burchten heeft hij namelijk hout nodig … véél hout.
En dan durft er wel eens een boom of twee te sneuvelen.
Onze Natuur-fan Katelijn maakt zich een beetje zorgen.
Heeft een bever wel controle over wanneer en in welke richting een boom gaat vallen? 

De bever, een geboren houthakker



Houthakken is een vak apart: je hebt er niet alleen een flinke dosis spierkracht voor nodig, maar ook ruimtelijk inzicht en gezond verstand.
Om te vermijden dat de omgehakte boom door zijn val schade berokkent aan het gereedschap, de bomen of de mensen rondom, brengt de houthakker een aantal strategisch geplaatste inkepingen in de stam aan.
Op die manier creëert hij een soort van scharniereffect.

Daarbovenop moet hij er ook rekening mee houden dat de boom op zo’n manier op de grond terechtkomt, dat hij het hout gemakkelijk ter plaatse kan verwerken.
Dat vergt best wat denkwerk en expertise!

                                                             ©Ben Hellebaut


Voor een 
bever gelden dezelfde bedenkingen: hij wil natuurlijk niet dat de vallende boom op één van zijn bouwwerken (of soortgenoten) terechtkomt en evenmin dat hij zijn bouwmateriaal over een lange afstand moet verslepen om hem op de juiste plek te krijgen.

Dat zou hem immers veel te veel kostbare energie kosten.
Het is dus absoluut in zijn voordeel om de stammen in de richting van – maar niet op – zijn bouwwerf te laten neerkomen. 
En uit diverse wetenschappelijke studies blijkt dat hij daar redelijk goed toe in staat is. 

Safety first: bevers kunnen mikken


Zo werd voor onderzoek van de Canadese University of Regina in 2004 de valhoek van exact 888 bomen, die omgeknaagd werden in de buurt van acht verschillende beverdammen in de provincie Saskatchewan, gemeten.

Wat bleek? 

Zo’n 62% van deze bomen vielen binnen een straal van 45° in de richting van de dam. 
Dat doet toch alvast vermoeden dat deze bevers goed wisten waar ze aan begonnen voor ze hun tanden in het malse hout zetten. 

In de omgeving rond Alum Creek Lake in de Amerikaanse staat Ohio gingen onderzoekers nog een stapje verder.
Voor hun studie rond het oriëntatievermogen van bevers brachten zij voor 462 bomen de helling onderaan de voet van de boom, de oriëntatie van het ‘snijvlak’ ten opzichte van deze helling, de afstand van de boom tot het meer, de diameter van de boom en de symmetrie van het snijvlak in kaart.
Omdat het terrein rond Alum Creek Lake over het algemeen schuin afloopt naar het water toe, zou een bever een symmetrisch gevormde boom vanaf de bergafwaartse kant moeten doorknagen om hem in het water te doen vallen.
Dit bleek de aanwezige beverpopulatie inderdaad te doen voor bomen die op 9 meter of verder van de oever stonden. 


Bomen die dichter bij de waterkant stonden, leunden wat meer naar het water toe en zouden in de juiste richting vallen om het even langs welke kant de bevers de stammen doormidden knabbelden.
Bij die overhellende bomen namen de dieren plaats aan de bergopwaartse kant, wat niet alleen comfortabeler is, maar ook een aanzienlijk lager risico op een fataal arbeidsongeval inhoudt.
Hoe steiler de helling en hoe groter de diameter van de boom, hoe vaker de bevers deze positie innamen.

Het geluid van een vallende boom

                                                                                             ©Ben Hellebaut


Bevers houden dus rekening met de richting waarin een boom zal vallen, maar weten ze ook wanneer dit precies zal gebeuren?
Daar heeft Moeder Natuur weer een ander trucje voor in petto.
Tijdens zijn noeste arbeid spitst de bever voortdurend zijn kleine oortjes om alle kraak- en kreungeluiden die de stam maakt op te vangen. 
Eén klein foutje kan hem letterlijk fataal worden, dus neemt hij na elke drie of vier hapjes even een pauze om aandachtig te luisteren naar de ‘stem’ van de boom.
Zo kan hij op het moment suprême net op tijd zijn kopje wegtrekken en voorkomen dat de vallende boom hem verplettert. 
En daar wacht hij maar beter niet te lang mee, want een bever mag dan een sierlijke zwemmer zijn, op het land maakt hij zich lang niet zo snel uit de voeten …

Bron + foto's: onze Natuur

Opinie: Nieuwe Rand / klimaatgordel

Opinie: de nieuwe rand - klimaatgordel


Vandaag is 15% van de oppervlakte in Vlaanderen verhard en elke dag blijven er (netto) hectares verharding bijkomen, ondanks de onthardingsinitiatieven die de afgelopen jaren overal in Vlaanderen toenamen.
Dit zorgt voor versnippering van de natuur, verlies aan biodiversiteit, verminderde bodeminfiltratie en niet te vergeten, de recente overstromingen waar we mee worden geconfronteerd.
Op 9 januari was de definitieve alternatievenonderzoeksnota (AON - Nieuwe Rand) klaar!
Er werden 209 pagina's volgeschreven met adviezen en voorstellen.
Van 12 september tot en met 11 oktober 2022 konden burgers en overheden hun ideeën en bedenkingen officieel indienen tijdens een publieke raadpleging.
Maar dit alles mag niet hét schaamlapje worden om enkel harde verkeersinfrastructuur aan te leggen zonder echt rekening te houden met de leefbaarheid en de natuur.
Dit najaar zal het projectteam voor De Nieuwe Rand een concreet voorstel overmaken aan de Vlaamse regering over de gewenste mobiliteit in de stadsrand.
Dan moet ook duidelijk worden of de A102 tussen Ekeren en Wommelgem zal worden aangelegd of niet.
Idem voor de Nx tussen de Havenweg A12 en de N11 in Stabroek.

Niet-redelijk oplossing

Voor de A102 wordt gelukkig een open sleuf als een niet-redelijke oplossing beschouwd.
Blijft de keuze tussen een geboorde tunnel of een cut- en cover-oplossing.
Het is positief dat dit intensief onderzocht zal worden voor de diverse deelgebieden, gezien het draagvlak in de omliggende woonbuurten voor een cut- en cover-oplossing zo goed als onbestaande is.
De vraag is zelfs of de keuze voor een cut -en cover-oplossing überhaupt te rijmen valt met de ambities inzake het realiseren van een groene gordel of klimaatgordel in de rand.
Volgens GroenRand is Vlaanderen zowat de meest versnipperde regio van Europa.
De gevolgen voor het milieu zijn enorm.
De ecologische (en economische) gevolgen van ons ruimtelijk (wan)beleid zijn bekend.
Zo is het organiseren van een efficiënt openbaar vervoer erg moeilijk.
Ook het aanleggen van een net van nutsvoorzieningen als gas, water en elektriciteit is veel duurder.
En waardevolle landschappen blijven vaak verborgen achter kilometers lintbebouwing.
De decennialange mismeestering van de Vlaamse ruimte heeft intussen het grootste deel van ons Vlaamse landschap sterk gedegradeerd.
De Vlaamse Ruit – het gebied tussen de steden Antwerpen, Gent, Brussel en Leuven - is een “nevelstad” geworden, waar ongebreidelde bebouwing de identiteit van de voorheen typische landschappen zwaar heeft aangetast.
Grootschalige ruimtelijke wanorde is het resultaat.

Niet mals

GroenRand is niet mals voor de ruimtelijke ordening in Vlaanderen, onze regio is letterlijk een zwarte vlek op de kaart.
De Benelux is een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld, zo stelt GroenRand, en toch is de milieuschade die daarmee samenhangt veel groter in Vlaanderen dan in Nederland, ondanks een vergelijkbare bevolkingsdichtheid.
Dat komt doordat de bebouwing in ons land veel meer verspreid is dan in Nederland, waar de bewoning meer in en rond (stedelijke) centra is geconcentreerd.
Het gevolg is dat Vlaanderen over een wel erg dicht infrastructuurnetwerk beschikt, en GroenRand vreest dat de verdere ontwikkeling daarvan de oorzaak zal zijn van de vernietiging van de resterende natuurlijke habitats.
De versnippering van natuurgebieden isoleert immers dieren, zodat ze zich moeilijk kunnen voortplanten, terwijl ook een groot aantal dieren omkomt bij aanrijdingen.



Bovendien gaat de biodiversiteit in ons land fel achteruit, net als de kwaliteit van het landschap.
Volgens GroenRand is er urgent nood aan actie. Er moet dringend werk worden gemaakt van de klimaatgordel rond Antwerpen.

Vlaanderen moet zelf meer de regie nemen en zich vooral focussen op een snelle uitrol van de bouwshift die prioritair gericht is op corridors die natuurgebieden in verbinding brengen.
Deze verbindingen zijn gekend en worden netjes omschreven in de verschillende structuurplannen.
Binnen deze zones zal moeten worden onderzocht waar de infiltratiegevoelige gebieden gelegen zijn en zal worden gezocht naar kansen voor het optimaliseren van het landgebruik ten voordele van waterinfiltratie.
Daarnaast moeten er volgens GroenRand meer oversteekplaatsen en tunnels voor dieren voorzien worden bij wegen en spoorwegen.
Men kan via dikke documenten veel beloven, maar de praktijk moet volgen.
Belofte zal hier schuld maken, wil men draagvlak behouden.

vrijdag 13 januari 2023

GroenRand blij met erkenning van Antitankgracht als drager van klimaatgordel

 


GROENRAND BLIJ MET ERKENNING KLIMAATGORDEL

 
In de definitieve onderzoeksnota van De Nieuwe Rand komt de Antitankgracht naar voor als drager van de klimaatgordel. Deze erkenning doet GroenRand bijzonder veel plezier. GroenRand ijvert al jaren voor een opwaardering van deze waterloop.
De Nieuwe Rand heeft als doel een betere verkeersveiligheid, aangename dorpskernen en ruimte voor landbouw en natuur te realiseren. In de onderzoeksnota wordt de Antitankgracht voorgesteld als een verbindende structuur en dat stemt Dirk Weyler van GroenRand tevreden.

“Met het oog op het toekomstig Nationaal Park in de regio is de Antintankgracht zeer belangrijk. Langs de gracht liggen waardevolle bos- en heidecomplexen. Denk hierbij maar aan de drie grote heidecomplexen: het Grenspark Kalmthoutse Heide en het Klein en Groot Schietveld. De gracht kruist meerdere beekvalleien en heeft een goed visbestand. Dat verhoogt de potentie als leef- of verbindingsgebied voor de otter. De fortengordel langs de gracht is van internationaal belang als leefgebied voor diverse soorten vleermuizen. Er is een duidelijk draagvlak voor de Antitankgracht als klimaatgordel, nu de concretisering en de totstandbrenging nog.” (Nieuwsblad - jbr)





donderdag 12 januari 2023

GroenRand zet in 2023 de bever in de kijker



BEVER IN DE KIJKER


©Ben Hellebaut
GroenRand is een natuurvereniging, maar is tevens een geografisch gebied.



Otter, bever en boommarter: het zijn soorten die bezig zijn aan een terugkeer in het GroenRand-gebied.
Met het opduiken van deze rode lijstsoorten bewijst de Antitankgracht als “dierenautostrade” een goede verbinding te vormen naar andere natuurgebieden.
GroenRand stimuleert een gebiedsgerichte aanpak waarbij de landschapsbenadering - de zogenaamde landscape approach -aan de basis ligt.
In deze benadering worden de belangen van de verschillende stakeholders in een landschap integraal bekeken en via dialoog op elkaar afgestemd.
Enkel een integrale aanpak zorgt voor een duurzame open ruimte met landschappen waar mensen zich mee verbonden kunnen voelen.
Dankzij deze werking van onderuit gaan we voor draagvlak en kunnen we openruimtegebieden robuuster maken.
Onze stelling is steeds geweest dat door een Nationaal park en een klimaatgordel getracht moet worden om een eenheid van beheer te bekomen zodat er gestreefd kan worden naar het creëren van territoriale verbindingen voor dieren.
Het masterplan en het operationeel plan van de kandidaten voor de erkenning van Nationaal Park moet midden 2023 ingediend, en zij worden nadien beoordeeld door een jury.
Begin 2024 volgt de definitieve toekenning van de vier parken die het label Nationaal Park Vlaanderen zullen mogen dragen.




© ​Yves Adams
Elk jaar zet GroenRand een zeldzaam dier in de kijker.In 2021 was dit de otter en in 2022 de boommarter (zie link rechterhoek bovenaan).

© ​Karel De Blick 

In 2023 wordt de bever onder de aandacht gebracht.De bever is met een lichaamslengte van 70-100 cm en een gewicht van 15-35 kg, het grootste knaagdier in Vlaanderen en Europa.Op het land zijn het vrij logge beesten. In het water veranderen ze door hun gestroomlijnde vorm in perfecte zwemmers en duikers.Ooit was de Europese bever (Castor fiber) in Europa en in Vlaanderen een algemene verschijning in en langs onze waterlopen.Het knaagdier had echter de pech vanaf de Middeleeuwen fel bejaagd te worden.Dat komt door zijn vele ‘nuttige’ toepassingen: zijn waterdichte dikke pels met tot 23.000 haren per vierkante centimeter, zijn lekker geurende ‘castoreum’ voor o.m. parfum en zelfs voor zijn vlees.Dat laatste gold in die tijden nog als vis!Goed dus voor de katholieken die op vrijdag geen vlees mochten eten.De consumptie werd in de Middeleeuwen toegestaan omdat de staart van een bever op een vis lijkt en omdat het knaagdiertje grotendeels in het water leeft.In 1848 zou onze allerlaatste bever zijn laatste adem uitblazen.

©Ben Hellebaut

Nederland heeft in 1992 een herintroductieprogramma opgestart.
Wallonië volgde in 1998.
Waalse en Nederlandse bevers verspreidden zich tot over onze grenzen en werden zo de eerste Vlaamse populatie in de Maasvallei.
Intussen is het zover: ook bij ons zien we knaagsporen langs de Antitankgracht in Schilde. Het dier lijkt zich hier goed thuis te voelen met wissels (looppaden) op de oever en heel wat knaagwerk.
Ook in het bos tussen de E34 en de Zwaaikom van het Albertkanaal in Oelegem hebben natuurliefhebbers in het verlengde van de Antitankgracht een beverdam ontdekt op de Kapelbeek.
En ook in het Schijn in Oelegem hebben bevers een heuse beverdam gebouwd.
De bever is ongetwijfeld terug. Intussen telt Wallonië reeds zo’n tweeduizend bevers, Vlaanderen 450.

Lancering beverblog


We starten het beverjaar met de lancering van een beverblog.
De webblog wordt opgefleurd met foto's van natuurfotograaf Ben Hellebaut.
Marc Gorrens zorgt voor een aantal indrukwekkende webcamfilmpjes.
Teksten zijn geschreven door Peter Jochems en Dirk Weyler.
Ook kan je een interview lezen met Kristijn Swinnen.
In januari 2011 begon Kristijn Swinnen met een 4-jarig doctoraatsonderzoek in verband met de bever in België, met de nadruk op Vlaanderen.
Als bioloog werkte hij binnen de onderzoeksgroep Evolutionaire Ecologie aan de Universiteit Antwerpen en werd begeleid door prof. dr. Herwig Leirs en prof. dr. Erik Matthysen.
Om zo goed mogelijk met de bever om te gaan is er kennis nodig, en het verzamelen van deze kennis was het doel van dit onderzoek.
Meer informatie kan u vinden via de links bovenaan..


Foto's bever: ©Ben Hellebaut - boommarter:© ​Karel De Blick - otter: © ​Yves Adams



 

woensdag 28 december 2022

Natuurvereniging wil Klein en Groot Schietveld zo snel mogelijk verbonden zien


Milieuvereniging GroenRand pleit ervoor om het Groot en Klein Schietveld zo snel mogelijk met elkaar te verbinden. De verbinding is noodzakelijk bij de realisatie van het toekomstig Nationaal Park.

Dirk Weyler van GroenRand: “Als Vlaanderen met de bouwshift de resterende open ruimte wenst te behouden, dan moet het zich prioritair richten op de dichtslibbende corridors. De Vlaamse regering moet echt wel een tandje bijsteken, vooral omdat de meeste lokale besturen deze taak onvoldoende aankunnen. In een landschap waarin de gebieden onderling goed verbonden zijn, neemt de soortenrijkdom sneller toe dan wanneer die gebieden gefragmenteerd in het landschap liggen.”

“Het Groot Schietveld, Klein Schietveld en de Kalmthoutse Heide zijn belangrijke restanten van het oorspronkelijke Kempense heidelandschap. In verschillende structuurplannen en adviezen wordt geopteerd dat deze uitgestrekte restanten met elkaar moeten worden verbonden. We zullen ons moeten richten op het uiterste puntje van Bredabaan-Essensteenweg. Een hoge verkavelingsdruk heeft ervoor gezorgd dat er nog maar enkele openingen zijn. Die openingen zijn wel essentieel wil men infrastructuur aanleggen ten voordele van migrerende diersoorten. Zij hebben een doorlopende route nodig.” (jbr -Nieuwsblad)

U kan het artikel lezen op de website van Hln 

ATV: https://www.gva.be/cnt/dmf20221227_94681360



maandag 26 december 2022

Dankuwel Natuurpunt voor de goede samenwerking


DANKUWEL NATUURPUNT


Rond de Antitankgracht koestert natuurvereniging GroenRand boeiende toekomstplannen: van een natuurnetwerk naar een heus Nationaal Park en een verbindende klimaatgordel.
GroenRand is een milieuvereniging, maar is tevens een geografisch gebied.Het fysische systeem rond de Antitankgracht moet robuuster worden gemaakt voor droogteperiodes zodat water tijdens natte periodes langer beschikbaar wordt gehouden tot in periodes van droogte (visbestand).
De Antitankgracht zou volgens de alternatievenonderzoeksnota (Nieuwe Rand) een van de belangrijkste dragers zijn van de klimaatgordel en dit voor vrijwel de volledige regio.





Er werd toen besloten om met minimum 6 landschapskamers aan de slag  te gaan  (opbraakwerken / ontharding, verpaarding aanpakken, aanplant en herstel kle’s, verrommeling en exoten in tuinen tegengaan…). Er werd hieromtrent een PDPO-dossier “onze (Antitank)gracht” ingediend dat ondertussen is goedgekeurd (84.000 euro).
Om Antitankgrachtstrook te verbreden en te versterken kunnen we gelukkig rekenen op het aankoopbeleid van Natuurpunt en ANB.
Daarbij is het essentieel dat in deze zones de nodige rust kan gegarandeerd worden, en menselijke betreding er maximaal wordt beperkt.
De aankoopteller in Schilde begint serieus aan te dikken: 90 ha (natuurpunt) + 18 ha (ANB) = 108 ha.
ANB heeft van het OCMW Antwerpen naast het Drijhoeksbos 12 ha gekocht en particulier nog eens 6 ha.
Het Ertbrandbos, gelegen aan de Antitankgracht, is een natuurgebied van 90 ha in een uithoek van Kapellen.
Dit gebied werd reeds eerder aangekocht.



In het voorjaar van 2021 kon Natuurpunt de Koude Heide in Kapellen aankopen (36 ha) om het te beheren als natuurgebied.
Het terrein grenst aan de Heidestraat Noord, de Georges Spelierlaan en de Antitankgracht.
Het is een onderdeel van het domein Wolvenbos van de familie Kronacker en maakt deel uit van de ecologische verbinding tussen de Europees beschermde natuurkerngebieden Kalmthoutse heide en het Groot- en Klein Schietveld.
In Kapellen staat de teller dus  126 ha
------------------------------------------------------------------
SAMEN:                        234 ha





Kranten artikel


maandag 19 december 2022

Noordernieuws : Eindejaarsinterview met Dirk Weyler van GroenRand

 

EINDEJAARSINTERVIEW DIRK WEYLER



Otter, bever en boommarter: het zijn soorten die bezig zijn aan een terugkeer in de Antitankgracht-regio.
Met het opduiken van deze rode lijstsoorten bewijst de Antitankgracht als “dierenautostrade” een goede verbinding te vormen naar andere natuurgebieden.
Ontsnippering (soortenbeschermingsprogramma otter) en het watercomponent zijn voor ons twee prioritaire doelstellingen om van de Antitankgracht een volwaardige drager te maken van de klimaatgordel en het toekomstig nationaal Park.
Het fysische systeem rond de Antitankgracht moet robuuster worden gemaakt voor droogteperiodes zodat water tijdens natte periodes langer beschikbaar wordt gehouden tot in periodes van droogte (visbestand).

U kan het artikel en het volledige interview nalezen via deze link