vrijdag 3 mei 2024

Genieten van de natuur in GroenRand

Genieten van de natuur in GroenRand


Steltkluut, lepelaar, grote zilverreiger, groenpootruiter, regenwulp, kievit, oeverloper, ...


Dit alles heeft Fabienne Renders - lid van GroenRand - gespot in de voormalige
kleiputten in Westmalle


Verder was er nog een grote vos zonnend op het pad.


Heerlijk toch?

GroenRand wil streven naar een klimaatneutraal Vlaanderen door een beter landgebruik

GroenRand wil streven naar een klimaatneutraal Vlaanderen door een beter landgebruik

GroenRand wil streven naar een klimaatneutraal Vlaanderen door een beter landgebruik.
Reeds eerder gaf GroenRand aan dat 80% van de fauna en flora in bossen leven.
Een aangeplant bos trekt al snel extra insecten, vogels en andere dieren aan.
GroenRand is ervan overtuigd dat vanaf dat bomen geplant zijn en beginnen groeien, ze CO2 halen uit de atmosfeer door hun fotosynthese.
Bomen verfrissen niet alleen met hun schaduw, ze slaan ook water op.
Bij warm weer verdampen ze dat water, net zoals mensen zweten.
Zo verkoelen bomen zichzelf én ook jouw omgeving. 

Zo dragen bossen hun boompje bij als tegengewicht voor de klimaatverandering.

Via bosverbindingen wil GroenRand de versnipperde kernen zoveel mogelijk met elkaar verbinden tot robuustere gehelen. 
GroenRand heeft ook het belang van Wetlands aangestipt. Het zijn belangrijke ecosystemen. Naast dat ze een unieke biodiversiteit bieden, zijn ze belangrijk voor de opslag van koolstof en bieden ze bescherming tegen hoogwater. Ook grasland kan koolstof uit de atmosfeer 'zuigen' en opslaan in de bodem.

Werk maken van een klimaatneutrale maatschappij 

Maar willen we de wereld leefbaar houden voor onszelf en voor toekomstige generaties, dan moeten we samen werk maken van een klimaatneutrale maatschappij.
De opwarming van de aarde heeft grote gevolgen voor mens, natuur en milieu.
De oorzaak van deze klimaatverandering is de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in onze atmosfeer.
Hoe meer broeikasgassen, hoe sterker het klimaat opwarmt.
Vooral het gas koolstofdioxide (CO2) heeft een enorme impact op ons klimaat.  
Landgebruik biedt kansen! 
Door op een doordachte wijze met landgebruik en -beheer om te springen, kunnen bodem en bomen veel meer CO2 vasthouden en op die manier het broeikasgas uit de atmosfeer halen. 


Landgebruik, Landgebruiksverandering en Bosbouw

Europa heeft zich mee achter het klimaatakkoord van Parijs geschaard.
Ze wil er alles aan doen om tegen 2050 de gemiddelde stijging van de wereldtemperatuur te beperken tot onder de 2°C, en idealiter zelfs tot 1,5°C.
Daarbovenop heeft Europa ook de ambitie om tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te zijn (
Europese klimaatwet).
De rol die landgebruik kan spelen in het behalen van klimaatneutraliteit, is Europa niet ontgaan.
Het Europees beleid omtrent landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw wordt ondergebracht onder de noemer LULUCF, dat staat voor Land Use, Land Use change and Forestry. 

De Europese LULUCF-verordening wil de koolstofvoetafdruk van activiteiten in verband met landgebruik verkleinen en om meer koolstof op te slaan in het landgebruik.
De LULUCF-verordening legt regels op voor het meten van broeikasgasemissies op het niveau van de lidstaten.
De verordening neemt emissies van de belangrijkste broeikasgassen (
CO2, CH4 en N2O) op in de rekensom, en drukt emissie- en opslagdoelen uit in CO2-equivalenten. 
Voor België betekent dit  een bijdrage van 320 kiloton CO2-equivalenten bijkomende netto-opslag tegen 2030. 
Vlaanderen wil in een nationale context voldoen aan die vereisten.
Om het beleid inzake LULUCF behapbaar te maken, categoriseren we alle landgebruik in vijf categorieën:

 De Europese LULUCF-verordening


                                                                                   ©  Departement Omgeving


Elke landgebruikscategorie heeft eigen kenmerken en een verschillend vermogen om koolstof op te slaan.
Bodems onder wetland, bos en permanente graslanden hebben aanzienlijk meer capaciteit om koolstof vast te houden dan bodems onder akkerland en ruimtebeslag.
Bossen slaan niet enkel koolstof op in de bodem, maar ook in hun bomen (biomassa).
Het is daarom van essentieel belang om bestaande koolstofvoorraden te beschermen en landgebruik dat aanzienlijke hoeveelheden koolstof opneemt, uit te breiden.
De indicator broeikasgasemissies en opslag door landgebruikveranderingen, landgebruik en bosbouw geeft een beeld van de evolutie van broeikasgasuitstoot voor de verschillende landgebruikscategorieën van Vlaanderen.
De netto-opslag van broeikasgassen door de LULUCF-sector in Vlaanderen nam af doorheen de tijd, en in 2021 was er zelfs een netto-uitstoot.

Beleidsontwikkeling voor LULUCF

Op 12 mei 2023 heeft de Vlaamse Regering een nieuw ontwerp van het
 Vlaams Energie en Klimaatplan (VEKP) goedgekeurd.
Binnen de context van het VEKP en het Europees klimaatbeleid is LULUCF een aparte sector met eigen doelstellingen.
Andere sectoren zijn onder meer transport, gebouwen, landbouw, industrie, afval, …
Het departement Omgeving staat in voor de coördinatie van het LULUCF-beleid op Vlaams niveau.
Het departement werkt hiervoor samen verschillende andere instanties (VEKA, VMM, ANB, ALZ, INBO, ILVO, VLM, OVAM) in een ambtelijke LULUCF-werkgroep die concrete beleidsacties uitwerkt met het oog op effectieve beleidsrealisatie.
De concrete beleidsacties komen tot stand via verschillende thematische workshops en overlegmomenten over zowel data- als beleidsaspecten met een brede groep aan beleidsmedewerkers en experten in verschillende aanverwante thema's zoals natuur, landbouw, ruimtelijke ordening, water, bosbouw en geoogste houtproducten.

Webinar

De Vlaamse overheid organiseert op 7 juni van 13 uur tot 14.30 uur een Webinar over Land Use, Land Use Change and Forestry (LULUCF)External website.

Dit Webinar biedt een introductie tot LULUCF en zal dieper ingaan op de link ervan met het Vlaams klimaat- en omgevingsbeleid.

Dit webinar zal onder andere inzicht bieden op volgende vragen: 

  • Hoe kunnen we doordacht omgaan met landgebruik om klimaatopwarming tegen te gaan?
  • Wat is de link tussen landgebruik en koolstofopslag?
  • Wat doet Vlaanderen om koolstofvoorraden in de bodem te beschermen en te verhogen?

Ontdek hoe we samen in Vlaanderen werk kunnen maken van een klimaatneutraal Vlaanderen!

Praktisch

  • Het webinar vindt plaats op 7 juni 2024, van 13-14.30 u
  • Deelnemen is gratis, maar inschrijven is verplicht en kan tot en met 4 juni 2024. 
    Twee werkdagen voor het beleidsforum krijgt u een mail met deelnamelink. 
Inschrijven kan via: https://omgevingvlaanderen

Foto's: Mark Mertens

De rol die landgebruik kan spelen in het behalen van klimaatneutraliteit, is Europa niet ontgaan. Het Europees beleid omtrent landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw wordt ondergebracht onder de noemer LULUCF, dat staat voor Land Use, Land Use change and Forestry.
De Europese LULUCF-verordeningFoto's: Mark Mertens

donderdag 2 mei 2024

Vliegende herten versieren elkaar anders in de stad

Het vliegend hert, een uitgestorven soort in het GroenRand-gebied

                                                                                                   © INBO

Nog een anderhalve maand geduld en er zijn weer vliegend herten te bewonderen.
Het vliegend hert is een van de vreemdste dieren in onze natuur.
Ondanks dat het insect zo groot is, laat het zich niet makkelijk zien. 
Het Vliegend hert is de grootste inheemse keversoort in Vlaanderen. De naam verwijst naar de bovenkaken van de mannetjes die uitzonderlijk groot zijn en de vorm hebben van een hertengewei. Hiermee wordt met andere mannetjes geduelleerd om de gunst van de wijfjes.

                                                                                              Mannetje © waarnemingen.be

Met haar kleine maar krachtige kaken knaagt het vrouwtje door de boomschors van o.a. van beuken of eiken om zo het sap op te kunnen likken.
Voor mannetjes is dat minder vanzelfsprekend, want hun gewei zit in de weg.
Mannetjes krijgen voedselhulp van het vrouwtje.
Zij raakt makkelijker aan voedsel en geeft het nadien door aan het mannetje.

                                                                Vrouwtje © waarnemingen.be
Verspreiding - uitgestorven soort in de GroenRand-regio

De verspreiding concentreert zich rond de grote boscomplexen in Vlaams-Brabant, Haspengouw, Voeren en het oostelijk deel van de Kempen.

                                                                                                                     © Onze Natuur

De soort is niet meer waargenomen in de GroenRand- regio en kan eigenlijk als uitgestorven beschouwd worden 
in de provincie Antwerpen.  
De soort is ook sterk achteruitgegaan in het westelijk deel van Vlaams-Brabant.
De populaties in Voeren en Riemst sluiten aan op de populaties in Wallonië en Nederland.

                                           © INBO       Vliegend hert en klein vliegend hert

Maar wat blijkt?

Mannetjes die in de stad leven, zijn vaak kleiner dan hun soortgenoten in het bos.
Dat schrijft althans Elias Beck in Eos-blogs.

                                                                                                                                          © Eos

De alsmaar groeiende verstedelijking zet druk op het vliegend hert.
Larven van de soort zijn voor hun groei en ontwikkeling afhankelijk van rottend hout, maar in de stad is er alsmaar minder dood hout te vinden.
Daarnaast zijn steden ook warmer en is er meer vervuiling aanwezig dan in natuurlijke gebieden.
Er is al aangetoond dat een hogere temperatuur zorgt voor een snellere groei van de larven.

                                                                                                                       © INBO

Sneller groeien is toch positief zou je denken?

Hier ligt dit ietwat anders; een snellere groei zorgt ook voor kleinere kevers.
Binnen de soort is het vrouwtje meestal kleiner dan het mannetje en beschikt ze niet over een imposant gewei.
Mannetjes onderling verschillen ook nog in grootte en hier ben je als kleinere kever in het nadeel.
Om een vrouwtje aan de haak te kunnen slaan, zal je namelijk moeten vechten met heel wat andere geïnteresseerden, en een grotere tegenstander til je niet zomaar van zijn poten.

                                                                                                                         © INBO

Maar wat als het ook anders kan?

Wat als er niet gevochten dient te worden om tot bij een potentiële partner te geraken?
Bij bepaalde keversoorten is namelijk ontdekt dat kleinere mannetjes ‘James Bond’ gewijs langs grotere soortgenoten sluipen om vervolgens met het vrouwtje te paren.
In plaats van pure kracht wordt er hier dus meer gefocust op behendigheid en intelligentie.

                                                                                                                          © INBO

De vraag of soortgelijk gedrag ook aanwezig is bij het vliegend hert zal de insteek worden van toekomstig onderzoek van Elias Beck (INBO PhD-student) aan de Vrije Universiteit Brussel in samenwerking met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. 
Kennis over de impact van de stad op het vliegend hert zal erg belangrijk zijn voor de bescherming van deze soort in de toekomst. Indien blijkt dat een stedelijke omgeving leidt tot een daling van de gemiddelde lichaamsgrootte, zullen na verloop van tijd de grote charismatische mannetjes verdwijnen en zal de biodiversiteit van de soort dalen.
Maar hoe raar het ook klinkt, in deze daling kan ook de oplossing liggen
Indien we zien dat in een bepaald gebied kevers kleiner en kleiner worden, fungeert dit als een waarschuwing om actie te ondernemen. We moeten deze imposante soort dus blijven monitoren om hem te mogen blijven bekijken. En wie weet...ooit lokken we deze prachtige kever wel eens naar het GroenRand-gebied!?

Foto's: INBO
Tekst: eigen redactie + 
Eos-blogs: Elias Beck (INBO PhD-student) aan de Vrije Universiteit Brussel 



woensdag 1 mei 2024

Ecologische verbinding Klein en Groot Schietveld

Ecologische verbinding Klein en Groot Schietveld

                                                            © Bernard Castelein

Het Klein en Groot Schietveld zijn twee uitzonderlijk grote natuurgebieden die deel uitmaken van de groene gordel ten noorden van de stad Antwerpen. Het Klein en het Groot Schietveld zijn militaire domeinen.

De militaire overheid is dan ook de belangrijkste gebruiker van het terrein. In de Schietvelden vinden we enkele van de best bewaarde stukken natte heide in Vlaanderen, belangrijk voor het voortbestaan van typische heidesoorten als heideblauwtje en adder.


In december 2022 heeft GroenRand ervoor gepleit om het Klein en het Groot Schietveld zo snel mogelijk met elkaar te verbinden.
Deze vraag wordt nu kracht bijgezet door een studie van de bureaus Hesselteer (bron: tekst en figuren hieronder komen uit deze studie).

De Schietvelden zijn nabij elkaar gelegen, maar worden momenteel van elkaar gescheiden door dwarsende verkeersinfrastructuren (Essensteenweg, Bredabaan en lokale wegen), woongebied, recreatiegebied, industriegebied en (andere vormen van) bos en natuur.

                                                                                                © Bernard Castelein

Nochtans behoren de Schietvelden beide tot het Natura 2000-netwerk en bevatten ze beide zeer zeldzame habitats, cruciaal voor de instandhoudingsdoelstellingen van diverse soorten.

                                                                                             © Bernard Castelein 

De potentiële meerwaarde van een verbinding tussen beide gebieden is bijgevolg groot. De prioritaire uitwerking van deze actie is specifiek gekozen omwille van de urgentie.

                                                                                 © Bernard Castelein
Na overleg met lokale besturen en andere betrokken actoren binnen het complex project (Nieuwe Rand), is gebleken dat het tussenliggende gebied onder druk staat van bijkomende bebouwing. Het habitatrichtlijngebied het Klein en Groot Schietveld heeft een totale oppervlakte van 2.288 ha.

Het maakt ook deels deel uit van het grotere vogelrichtlijngebied ‘De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld’, wat een totale oppervlakte heeft van 4.110 ha.

                                                                                         © Bernard Castelein

Voor verschillende beschermde en kwetsbare soorten en soortgroepen werden soortenbeschermingsprogramma’s (SBP)
opgemaakt, die maatregelen ter ondersteuning van deze soorten mogelijk maken, ook in gebieden buiten het Natura 2000 netwerk waar ze voorkomen of potentieel kunnen voorkomen.

Heideblauwtje © Bernard Castelein

Relevante SBP’s in dit verband zijn de programma’s voor heivlinder, rugstreeppad, heikikker, kamsalamander, en de soortgroep vleermuizen.
Fragmentatie van leefgebied leidt tot isolatie van populaties waardoor genetische verarming optreedt, populaties instorten en lokaal uitsterven niet te vermijden wordt.
Bij de heraanleg van de Bredabaan werd ter hoogte van de Koersdreef een faunatunnel incl. faunaraster aangelegd, op een plaats waar aan weerszijden van de baan bos aanwezig is (zie figuur 13).

Aan
de oostzijde is de bosoppervlakte er beperkt (ca. 30m lengte) en ten dele gelegen in woonpark bestemming.
Op de locatie van deze tunnel was eertijds cfr. de kaarten van het Militair Geografisch Instituut een ven of waterpartij aanwezig.
De faunatunnel staat bijgevolg vaak onder water, waardoor het gebruik ervan door kleine zoogdieren waarvoor de tunnel geconcipieerd werd sterk gehypothekeerd wordt.
Voor amfibieën biedt de tunnel waarschijnlijk betere mogelijkheden.
Er zijn geen monitoringresultaten van bekend.
Laurijssens (2020) geeft potentiële plaatsen voor de aanleg van bijkomende faunatunnels onder zowel de Bredabaan als de Essensteenweg (figuur 13).
Weinig of minder mobiele soorten van heidehabitats moeten ook meegenomen worden als doelsoort (figuur 16).
De resulterende verbindingskaart die de corridors aangeeft die
de schietvelden met elkaar moeten verbinden wordt gegeven in figuur 15).

Voor heivlinder werd Noordheuvel aangeduid als stapsteengebied. Het kruispunt van verbindingslijnen voor heivlinder valt ongeveer samen met de locatie Leemdreef, waar door ANB recent een perceel werd aangekocht.

De rode pijlen duiden de verbindingsroutes aan voor heikikker en rugstreeppad.
In het zoekgebied zijn er verschillen in landschappelijke context en in te overbruggen afstand tussen het noordelijke en het zuidelijke deel (figuur 17).

Uit deze landschapsanalyse kunnen een aantal verbindingslijnen in ontwerp gedestilleerd worden, zoals aangegeven op figuur 18.


Volle lijnen staan daarbij voor verbindingen die nagenoeg aaneengesloten zijn, wat voor weinig mobiele soorten of voor soorten die een leefgebied-verbinding nodig hebben noodzakelijk is.
Langs de Essensteenweg en de Bredabaan werden 5 punten geselecteerd voor verder onderzoek waar de aanwezige bebouwing nog niet helemaal aansluitend is en waar aan beide zijden van de wegen nog mogelijkheden kunnen zijn.
De locaties worden gesitueerd op figuur 19.
De realisatie van een ecologische verbinding heeft als doel de landschappelijke connectie tussen het Groot en het Klein Schietveld te herstellen, zodat er terug uitwisseling tussen populaties mogelijk is en de ecologische isolatie kan worden verminderd.
De ecologische efficiëntie van de verbinding staat bijgevolg voorop.

                                                                                                           © Bernard Castelein

Verschillende mogelijkheden voor verbindingen ten zuiden van Gooreind werden onderzocht.

Er is werd in de studie een voorkeurverbinding naar voorgebracht.
Maar één enkele ecologische verbinding tussen 2 natuurgebieden van dergelijke omvang en met zulke zwaarwegende natuurdoelen is uiteraard het absolute minimum (dat nu niet gehaald wordt), hoe meer mogelijkheden er geboden worden hoe beter de ecologische efficiëntie zal zijn.
Ook kleinschalige maatregelen zijn daarbij van belang.
Het verbeteren van de faunatunnel onder de Bredabaan zou in alle scenario’s een meerwaarde betekenen.
Maar om meer te weten te komen over deze voorkeuren en verbeteringen, kan je best het onderzoek zelf raadplegen.

                                                                                                        © Bernard Castelein

Gericht ontwerpend onderzoek

Via gericht ontwerpend onderzoek verkennen en verbeelden we mogelijke toekomstscenario's voor een gebied.
Dit wordt steeds van in de beginfase samen gedaan met de verschillende stakeholders (overheden, middenveld, privéorganisaties, …).
Dit bevordert begrip voor de complexiteit van bepaalde ontwerpoefeningen, definieert gemeenschappelijke ambities en leidt tot breed gedragen resultaten. 


Toegankelijkheid van de Schietvelden

Het Klein Schietveld wordt 'klein' genoemd omwille van de nabijheid van grotere broer Groot Schietveld.
Naar Vlaamse normen is Klein Schietveld echter allesbehalve klein; een aaneengesloten stuk natuur van bijna 900 hectare is in Vlaanderen eerder uitzondering dan regel.
Het militair domein is deels toegankelijk en je kunt prachtig wandelen, fietsen en ruiteren (Kaart Klein Schietveld).
En tijdens het seizoen kun je via de spoorfietsen het gebied op een andere manier ontdekken.

19 mei gaat de transversaal in het Groot Schietveld weer open.
Vanaf dan kan je in het weekend te voet of met de fiets van de Arthur Boelstraat in Gooreind naar de Kreolienstraat in Overbroek (Brecht).
Om de veiligheid te waarborgen, heeft Defensie aan beide zijden van het pad een draad aangelegd. Die moet ervoor zorgen dat wandelaars en fietsers op het pad blij ven. Het omliggende terrein blijft immers in gebruik voor oefeningen en is daardoor levensgevaarlijk. Daarom moeten bezoekers zich aan enkele afspraken houden.. Zo mag je er niet door tijdens de weekdagen en geldt er een verbod op open vuur.