zondag 19 april 2026

Hoera! GroenRand viert 10 jaar groene kracht

Hoera! GroenRand viert 10 jaar van groene kracht


Terwijl in 2016 in New York de inkt droogde op het historische Klimaatakkoord van Parijs werd in de gezellige beslotenheid van taverne de Kolonie in Brecht een heel ander vuur aangewakkerd.
Een groep gedreven natuurliefhebbers onder leiding van Dirk Weyler kwam daar samen om de fundamenten te leggen van wat we vandaag kennen als GroenRand.
Op 22 april 2026 vieren we officieel ons tienjarig jubileum wat exact samenvalt met de internationale Dag van de Aarde.
Het thema van deze dag is Onze kracht onze planeet en dat sluit naadloos aan bij de missie van GroenRand die al een decennium lang bewijst dat milieuvooruitgang ontstaat door krachtige regionale samenwerking.
Onze vereniging is in deze periode geëvolueerd van een lokale burgervereniging tot een gerespecteerde gesprekspartner voor overheden en grote natuurorganisaties.


Met zestien gepassioneerde natuurgidsen en fotografen maken we de complexiteit van het natuurverhaal elke dag tastbaar voor de inwoners van de Voorkempen.
Onze beweging groeide uit tot een onvermoeibare stem die opkomt voor het behoud van de unieke groenblauwe gordel rond Antwerpen.

Een decennium van verbinden en herstellen
De hoofddoelstelling van GroenRand is sinds de oprichting het fysiek verbinden van versnipperde natuurgebieden om de biodiversiteit te herstellen.
De Antitankgracht vormt hierbij de ecologische ruggengraat en functioneert als een snoer dat natuur en bosgebieden met elkaar verbindt.
Deze historische verdedigingslinie van 33 kilometer is het langste beschermde landschap van Vlaanderen en slingert van de Schelde tot het Albertkanaal.
We transformeren dit kunstmatige systeem tot een levendige waterweg waar zeldzame soorten zoals de otter, boommarter en de bever zich weer thuis voelen.
Het project Greenconnect streeft ernaar om via deze weg het grootste ven en heidegebied van Vlaanderen te realiseren.
Onze ambitie gaat verder dan alleen de gracht.
Door de verbinding van het Groot en Klein Schietveld met de Kalmthoutse Heide en Noord-Brabant ontstaat een grensoverschrijdend Nationaal Park van 14.000 hectare.


De Antitankgracht is een onmisbare ecologische schakel voor de lokale biodiversiteit.
Het Regionaal Landschap de Voorkempen vervult hierin een sleutelrol door met een strategisch projectplan tot 2031 de uitvoering te waarborgen en de Antitankgracht te versterken als sterke, robuuste ruggengraat van de Voorkempen.

De jacht op de Waterdraak in De Kooldries


Een van die magische plekken waar onze missie tot leven komt is natuurgebied De Kooldries in Brecht.
Dit gebied ontstond in de 19e eeuw door kleiwinning voor de lokale steenbakkerijen langs het kanaal Dessel-Schoten.
Tijdens de Week van het Water doken we met Natuurpunt Antwerpen Noord in de geheimen van de achtergebleven kleiputten.

Met fuiken en aquaria ontdekten we een enorme rijkdom aan leven waaronder bootsmannetjes en zeldzame waterkevers.
Alleen de kamsalamander hield zich door de aanhoudende voorjaarskou nog even verborgen voor onze gidsen.


Deze waterdraak is herkenbaar aan zijn diepzwarte kleur en zijn opvallende feloranje buik die fungeert als afschrikmiddel.
Op zondag 26 april 2026 krijgt iedereen een tweede kans om dit bijzondere dier en zijn leefgebied te ontdekken.


Tussen 14.00 en 17.00 uur organiseren we een gegidste wandeling die dieper ingaat op het ontstaan van de kleiputten en de huidige beheerwerken.


Voor de jongste bezoekers is er om 14.30 uur een speciale ontmoeting met de onderwaterwereld onder begeleiding van Dirk Weyler.
Locatie: Natuurgebied De Kooldries (hoek Boudewijnstraat/Paepestraat, Brecht).
Vergeet je laarzen niet want de drassige oevers zijn de ideale biotoop voor zeldzame planten zoals de ronde zonnedauw en de naaldwaterbies.
Het literaire en visuele geweten van de regio
De dossiers van GroenRand krijgen een literaire stem via de columns van Glenn Solastalgie op onze website.
Zijn voornaam is Keltisch voor vallei en symboliseert de plek waar water samenstroomt en leven ontstaat.
Zijn achternaam verwijst naar het begrip van filosoof Glenn Albrecht dat de existentiële pijn beschrijft bij het verlies van vertrouwde natuur.


Zijn teksten vormen een bedding voor onze ecologische verhalen en vertalen complexe dossiers naar menselijke emoties.
Naast het woord gebruiken we de kracht van het beeld met de scherpe spotprenten van huiscartoonist Gie Campo oftewel Gier.
Onlangs ontving Gier de Groene Duim in Malle voor zijn artistieke inzet voor het behoud van de lokale biodiversiteit.

Tijdens de uitreiking droeg hij een opvallende houten hoed die verwijst naar het belang van houtkanten als dierenautosnelwegen.
Zijn cartoons en de prachtige reportages van onze acht natuurfotografen vormen het visuele geweten van onze vereniging.
Een nieuwe politieke koers voor de toekomst
Na tien jaar intensieve publiekswerking slaat GroenRand in mei 2026 een nieuwe weg in met een focus op politieke advisering.
De publieksactiviteit in de Kooldries op 26 mei luidt het einde van een tijdperk in en het begin van een meer diplomatieke rol.
We hebben onze doelstellingen inmiddels verankerd in officiële plannen zoals het soortenbeschermingsprogramma voor de otter en de klimaatgordel rond Antwerpen.
Nu de plannen op papier staan verschuift onze energie naar het bewaken van de effectieve uitvoering door de overheid.
Via de Pen van Glenn voeden we volksvertegenwoordigers met de juiste informatie voor kritische parlementaire vragen in Brussel.
Onze vernieuwde website met een tweekoloms lay-out maakt dit proces volledig transparant voor al onze leden.
Hier koppelt Glenn voortaan direct terug welke antwoorden de ministers geven in de commissie Leefmilieu over onze dossiers.
We laten niet los tot groene beloften ook echt zichtbare daden worden op het terrein in de Voorkempen.
Strijdpunten tegen versnippering en budgettekorten
De grootste uitdaging voor de komende jaren is het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering oftewel VAPEO.
Dit programma is essentieel om dodelijke knelpunten voor dieren langs gewestwegen en snelwegen weg te werken via ecotunnels.

GroenRand uit felle kritiek op het feit dat de Vlaamse Regering tot 2031 geen budget heeft voorzien voor dit cruciale dossier.
Wij blijven daarom hameren op de noodzakelijke ontsnippering van de Turnhoutsebaan Oost in Schilde om lokale bosgebieden te verbinden.
Ook het heropenen van de gedempte gedeeltes van de Antitankgracht in Sint-Job en Schildestrand blijft een absolute prioriteit.
We eisen dat de overheid investeert in een klimaatadaptief landschap dat bestand is tegen zowel droogte als wateroverlast.
De kritische pen en de scherpe spotprent blijven onze krachtigste wapens in deze politieke strijd voor onze leefomgeving.
We hopen jullie nog één keer massaal te ontmoeten tijdens onze publieke wandeling in de prachtige Kooldries.
Samen maken we van de Voorkempen een robuust en verbonden natuurlandschap voor de generaties die na ons komen.

De pen van Glenn Solastalgie: Juridische sloten op de Vlaamse natte natuur

De pen van Glenn over solastalgie: juridische sloten op de natte natuur in Vlaanderen


‘De pen van Glenn Solastalgie’ is de vaste rubriek van de vereniging GroenRand.
Onder dit pseudoniem – een verwijzing naar de milieufilosofische term voor de pijn om een veranderend landschap – volgt de vereniging de Commissie Leefmilieu op de voet.
Door via volksvertegenwoordigers kritische vragen te stellen, streeft GroenRand er naar om politieke theorie om te zetten in concrete actie.
Uit deze opvolging blijkt dat starre regels en procedures zelfs de kleinste herstelwerken, zoals het ondieper maken van grachten voor hydrologisch herstel, onnodig vertragen of zelfs blokkeren.


Sinds de introductie van de Blue Deal heeft de Vlaamse overheid weliswaar investeringsmiddelen gemobiliseerd voor het herstel en de realisatie van bijkomende natte natuur, maar de uitvoering stuit op een bureaucratische muur.
Overheidsagentschappen, terreinbeheerders en waterbeheerders richten hun vizier volop op vernattingsprojecten om de ambities van de Blue Deal waar te maken, maar zij ervaren dagelijks hoe complexe procedures de noodzakelijke werken onnodig vertragen.
Hoewel effectieve wetgeving essentieel is om schade aan natuur en gezondheid te voorkomen, mag zij geen hinderpaal vormen voor projecten van algemeen belang.


De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) pleitte in haar memorandum van 2024 al voor administratieve vereenvoudiging van vergunningsaanvragen en een stroomlijning van bestaande procedures.
De projectgroep Natte Natuur van de CIW heeft de juridische en procedurele knelpunten in kaart gebracht, maar het door de minister uitgestippelde traject – met een handleiding pas in 2026 – is volgens de indieners te traag.


De huidige conceptnota voor nieuwe regelgeving wil dit proces versnellen met concrete voorstellen die voortvloeien uit intensief overleg met partners op het terrein.
Een eerste noodzakelijke actie is het wegwerken van de inconsistente afbakening van beschermde gebieden waarbij de lijnen van gewestplanbestemmingen en het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) vaak niet exact samenvallen.


Het feit dat deze grenzen soms slechts enkele meters verschillen, dwingt tot absurde extra vergunningen voor vegetatiewijziging op stroken met identieke natuurwaarden.
Binnen de omgevingswetgeving moet het roer om, zeker omdat een wijziging van het Vrijstellingenbesluit vanaf 1 januari 2025 opnieuw een aparte machtiging bij de waterbeheerder vereist voor handelingen in de bedding van waterlopen.


Waar integratie van machtigingen in de omgevingsvergunning vaak wel lukt, is dit bij een VEN-ontheffing technisch onmogelijk, wat leidt tot nodeloos versnipperde procedures.
De conceptnota eist daarom dat het dempen en ondieper maken van grachten en het plaatsen van stuwen in niet-geklasseerde waterlopen weer vrijgesteld wordt van vergunning.


Deze vrijstelling moet gelden mits de ingrepen passen in een goedgekeurd natuurbeheerplan waarin de ecologische winst is aangetoond en er via eenvoudig hydrologisch onderzoek geen negatieve impact op buren blijkt.
Bovendien moet de onduidelijke definitie van ‘ondergrondse aanhoging’ in het Vrijstellingenbesluit nauwkeuriger omschreven worden om interpretatieproblemen op het terrein te vermijden.


Voor projecten onder de MER-plicht (milieueffectrapport) moet er een automatische verlenging van de uitvoeringsdatum komen, zodat Blue Deal-subsidies niet verloren gaan door procedurele vertragingen.
De versnippering tussen het Bosdecreet van 13 juni 1990 en het Natuurdecreet van 21 oktober 1997 zorgt eveneens voor onwerkbare verschillen in de beoordeling van potentiële natuurschade.
Een te brede interpretatie van het begrip ‘waterrijk gebied’ zorgt er momenteel voor dat zelfs ecologisch niet-waardevolle eutrofe plassen onder een strikt wijzigingsverbod vallen.
De huidige wetgeving focust te sterk op individuele vegetaties en soorten, waardoor een passende beoordeling vaak vastloopt op een lokaal detail terwijl het grotere geheel van systeemherstel zou moeten doorwegen.


Verschillende vernattingsprojecten worden nu tegengehouden door de beperkte aanwezigheid van een specifieke vegetatie die geen hogere waterpeilen kan verdragen, ondanks de globale natuurwinst.
Een nieuwe omzendbrief of besluit van de Vlaamse Regering moet definiëren dat uitgebreid ecohydrologisch onderzoek enkel nodig is wanneer de impact niet eenvoudig via bestaande kennis en DHM-kaarten kan worden aangetoond.
Voor landbouwers in natuurgebieden moet de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) de inspanningen voor ruilgronden verhogen en moet het flankerend beleid worden uitgebreid met opties voor bedrijfsaankoop of verplaatsing.
Vernattingsprojecten en natuurinrichting moeten in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening worden erkend als handelingen van algemeen belang om ze juridisch sterker te maken tegen bezwaren van private eigenaars.


Ook op federaal niveau is een aanpassing van het Burgerlijk Wetboek nodig, omdat de huidige erfdienstbaarheid van waterafvloeiing het vasthouden van water op hoger gelegen percelen bemoeilijkt.
Een wetswijziging moet er voor zorgen dat de drietrapsstrategie van vasthouden, bergen en afvoeren juridisch maximaal realiseerbaar wordt gemaakt binnen naburige percelen.
Administratief is de snelle introductie van een modulaire omgevingsvergunning en een eenloketsysteem – inclusief de integratie van kapmachtigingen van het ANB – een absolute noodzaak.
Het Departement Omgeving, het INBO en het ANB moeten een gezamenlijke werkgroep vormen om de bestaande regelgeving maximaal te integreren zonder het ambitieniveau te verlagen.


De financiering moet flexibeler via een permanent loket voor kleinschalige maatregelen, zodat terreinbeheerders direct kunnen inspelen op opportuniteiten en de werkzaamheden optimaal kunnen plannen.
Via een heldere omzendbrief moet de interpretatie van wat vrijgesteld dan wel vergunningsplichtig is consistent worden gemaakt voor zowel ambtenaren als particulieren.
Het draagvlak op het terrein moet vergroot worden door de financiering van voorbereidend onderzoek naar de impact op het omgevend landgebruik en de landbouw.
Historische peilbuisgegevens die voorafgaand aan projecten worden verzameld, moeten systematisch ontsloten worden via de WATINA-databank (Water in Natuur) om het beleid beter te onderbouwen.
Ook de bodemcomponent verdient meer aandacht, specifiek bij de Europese vertaling van de Belgische bodemkaart met haar unieke drainageklasse 16 en grondwatercodering.


Ten slotte moet er een regelgevend kader komen voor boerderijcompostering en het verwerken van natuurmaaisel op akkers, vergelijkbaar met het succesvolle Nederlandse model.
Blue Deal-kredieten moeten worden ingezet voor de noodzakelijke beheerinfrastructuur, zoals aangepaste toegangswegen en overslagplaatsen, die nodig zijn door de verminderde toegankelijkheid na vernatting.
Deze conceptnota roept de Vlaamse Regering op om al deze vereenvoudigingsvoorstellen maximaal uit te voeren in het belang van een versnelde realisatie van de Blue Deal-projecten.


De tijd van dralen en bureaucratisch navelstaren is voorbij; als we Vlaanderen werkelijk willen wapenen tegen de extremen van het klimaat, moeten we de natuur de ruimte geven om weer een spons te zijn.
Laat deze conceptnota daarom het breekijzer zijn dat de weg vrijmaakt voor actie op het terrein, want elke dag dat een vernattingsproject vastloopt in papierwerk, verliest ons landschap een stukje van zijn veerkracht.

Foto's: Ingrid Boumans

zaterdag 18 april 2026

GroenRand: Een nieuwe visie op natuurherstel en landschapsverbinding in de Voorkempen

GroenRand: een frisse kijk op natuurherstel en het verbinden van landschappen in de Voorkempen


Natuur en biodiversiteit staan in de hele EU zwaar onder druk.
De natuurherstelwet zegt dat lidstaten tegen 2030 herstelmaatregelen moeten nemen in minstens twintig procent van de natuur die vandaag niet in goede staat is.
Tegen 2050 moeten in 90 procent van die gebieden de ingrepen aangevat worden.
Daarvoor moeten alle lidstaten ten laatste na de zomer een bindend plan van aanpak indienen.


Mocht er een Europees klassement voor natuurbehoud bestaan, dan bengelde België, en dus ook (vooral) Vlaanderen, helemaal onderaan.
Tegen september verwacht de EU een plan van aanpak, maar zullen onze regeringen tijdig een voldoende ambitieus plan klaar hebben?

De staat van onze natuur baart niet alleen GroenRand en natuurbeschermers kopzorgen.
Volgens een iVox-bevraging bij 2.000 Belgen vindt maar liefst negen op de tien natuur belangrijk en is 85 procent gewonnen voor het uitbreiden van natuurgebieden.
Dat is bitternodig, beaamt Olivier Honnay, conservatiebioloog aan de KU Leuven.
21 procent van ons grondgebied is als natuur ingetekend, maar slechts zo’n acht procent van Vlaanderen wordt echt als natuur beheerd.


De rest is vooral natuur op papier.
Bovendien zijn onze natuurgebieden versnipperd en vaak geïsoleerd van andere gebieden, waardoor soorten zich moeilijk kunnen verplaatsen.


Nergens anders zijn de gebieden die we van Europa moeten beschermen in een dergelijke slechte staat.


De alarmsignalen daarvan vallen zelfs in de eigen tuin op.


Egels zijn uiterst zeldzame bezoekers geworden – sinds 2024 prijken ze op de lijst van bijna met uitsterven bedreigde soorten - en ook huismussen en merels worden tijdens vogeltellingen steeds minder waargenomen.


Dat de situatie ernstig is, toont ook het laatste evaluatierapport van het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO).
Maar er zijn ook enkele succesverhalen, klinkt het bij GroenRand.


De natuurvereniging verwijst naar de terugkeer van de bever, de boommarter en de otter in de GroenRand-regio, maar ook naar de lepelaar die zich dankzij de effecten van het Sigmaplan opnieuw wist te vestigen.
Met dat plan worden de Schelde en haar zijrivieren beter gewapend tegen overstromingen, onder andere door de aanleg van natuurlijke overstromingsgebieden.


Deze "natte natuur" vormt de ideale biotoop voor de lepelaar om zich opnieuw te vestigen, te foerageren en zelfs te broeden.
Zo is een lang aaneengesloten natuurgebied ontstaan waarin zowel rivier als natuur de nodige ruimte krijgen.
Het succes hiervan toont dat een langetermijnvisie en een wetenschappelijk onderbouwde aanpak lonen.


Een cruciale rol in dit ecologische netwerk is weggelegd voor de Antitankgracht.
Als een 33 kilometer lange groene ruggengraat en migratiecorridor rijgt deze gracht verschillende natuurgebieden in de Voorkempen en de Antwerpse havenrand aan elkaar.


De Opstalvallei in Berendrecht is een natuurgebied dat specifiek is ingericht als natuurcompensatie voor de uitbreiding van de haven van Antwerpen.
Hoewel het gebied dicht bij de Schelde ligt, maakt het strikt genomen geen deel uit van het Sigmaplan.


Waar het Sigmaplan zich primair richt op waterveiligheid en bescherming tegen overstromingen via dijken en gecontroleerde overstromingsgebieden, focust de Opstalvallei op het herstellen van de biodiversiteit ter compensatie van verloren gegane natuurwaarden zoals broedgebieden voor water- en rietvogels.
Het beheer ligt dan ook in handen van de Port of Antwerp-Bruges en het Agentschap voor Natuur en Bos, los van de waterveiligheidsprojecten van het Sigmaplan.


Toch liggen deze projecten geografisch gezien vlak bij elkaar in het noorden van Antwerpen.


De Opstalvallei bevindt zich in Berendrecht, direct grenzend aan Sigmaplan-locaties zoals de ontpoldering van Lillo, de dijkwerken op Linkeroever en de nabijgelegen Hedwige-Prosperpolder.
Een iconische bewoner die beide projecten verbindt is de lepelaar.
Hoewel de doelen van de gebieden verschillen creëren ze beide het ideale leefgebied met ondiepe waterplassen en natte natuur.


In de Opstalvallei vinden ze een rustig verblijf terwijl ze in de getijdennatuur van het Sigmaplan profiteren van een dynamisch ecosysteem.
De vogel gebruikt deze gebieden als een netwerk van stapstenen omdat de lepelaar vliegt en hij benut de ondiepe oevers en rietkragen vooral als een uitgebreide menukaart om in te foerageren.


Bovendien is de Opstalvallei fysiek verbonden met de Antitankgracht die fungeert als een ecologische verbinding of dierenautostrade.
Deze 33 kilometer lange gracht vormt een groene ruggengraat tussen de Schelde bij Berendrecht en het Albertkanaal in Oelegem.
De gracht werkt als een gestapelde verbindingsweg waarbij elk detail in het landschap telt.


De bever en de otter gebruiken het water als een veilige onderste rijstrook om nieuwe territoria te bereiken.
Voor de otter worden momenteel cruciale passages aangepakt bij knelpunten zoals de Heidestraat-Zuid en de Miksebaan via het Interreg-project Otter over de grens.
Er is echter grote bezorgdheid over de continuïteit omdat de Europese middelen voor Interreg en het huidige Soortenbeschermingsprogramma voor de otter stoppen in 2027.
Voor de periode tot 2031 is er momenteel geen budget voorzien binnen het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering ook wel bekend als VAPEO.
Burgerbewegingen zoals GroenRand waarschuwen dat de gracht zonder deze structurele investeringen een gevaarlijk traject blijft en dat Vlaanderen een blinde vlek dreigt te worden voor de otter.
Lees meer in Gazet van Antwerpen: Vlaanderen blijft blinde vlek voor de otter


Voor andere dieren blijft de gracht echter essentieel waarbij reeën beschutting vinden op de oevers terwijl kleinere dieren zoals de eekhoorn en de boommarter de aaneengesloten bomenrijen als boombrug gebruiken.


Marterachtigen zoals de wezel en hermelijn benutten de ruige ondergroei en takkenhopen.


Dit fijnmazige ecosysteem biedt ook onderdak aan vele anderen.
De oude militaire bunkers en forten langs de Antitankgracht zijn cruciale donkere overwinteringsplaatsen voor vleermuizen zoals de watervleermuis, franjestaart en grootoorvleermuis.
In het water en de poelen vinden amfibieën zoals de zeldzame kamsalamander en vissen zoals de kleine modderkruiper een veilig onderkomen.


De rietvelden van de Opstalvallei vormen ondertussen het specifieke domein van de roerdomp, de blauwborst en de bruine kiekendief.
Vaak worden deze gadegeslagen door de ijsvogel die vanaf overhangende takken langs de gracht op vis jaagt.

Zo vormen de havencompensatie van de Opstalvallei, de veiligheidsbuffers van het Sigmaplan en de militaire historie van de Antitankgracht samen één groot maar kwetsbaar netwerk dat sterk afhankelijk is van politieke keuzes en financiering voor de komende jaren.


Rivieren en beken opnieuw meer ruimte geven is een van de doelstellingen van de Europese natuurherstelwet.
Jarenlang hebben we beken en rivieren ingetoomd en onze gronden zoveel mogelijk gedraineerd.
Daardoor stroomt neerslag nu te snel weg.
Iedereen herinnert zich de beelden van de zware overstromingen, maar droogte is een even groot probleem.
Enkele jaren geleden heeft het geen haar gescheeld of er was geen water meer uit de kraan gekomen bij de honderdduizenden mensen van wie het drinkwater uit het Albertkanaal komt.


Gevolg is dat we enorm kwetsbaar zijn voor zowel overstromingen als watertekorten.
Onder normale omstandigheden werkt onze grond als een soort van spons die regenwater vasthoudt en traag afgeeft.
Maar we hebben grote delen van het land de voorbije decennia stelselmatig drooggelegd, onder andere voor landbouw.
Bovendien worden onze zomers steeds warmer en droger.
Zo beland je in een vicieuze cirkel, waardoor je alsmaar meer water nodig hebt.


Klimaatverandering leidt tot extremere weersituaties.
Niets doen is dus geen optie.
Desondanks gaat vooral de lobby van de agro-industrie in het verzet tegen het verplichte natuurherstel.
Uitstel en versoepelingen zijn volgens GroenRand geen goed idee, omdat het net de voedselzekerheid in het gedrang brengt.
Wanneer we het probleem niet snel aanpakken, dreigt het water op te drogen.
Door het verlies aan biodiversiteit verdwijnen ook bestuivers zoals bijen en zweefvliegen, neemt het aantal ziektes en plagen toe omdat natuurlijke vijanden verdwijnen en verslechtert de bodemkwaliteit.


We hebben een morele plicht om de vele soorten die bij ons dreigen te verdwijnen te beschermen.
Maar voor ons natuurlijk erfgoed heeft men niet dezelfde eerbied en wordt onmiddellijk voor versoepelingen gepleit.

De economie stimuleren lijkt vandaag belangrijker dan natuurbehoud.
Nochtans becijferde het Wereld Economisch Forum dat zowat de helft van het mondiale bruto binnenlands product ten minste deels van de natuur afhankelijk is, en dat het daarom cruciaal is om net wél in te zetten op bescherming.


Wanneer je geld in natuurbehoud investeert, zijn de baten volgens GroenRand doorgaans hoger dan de kosten.
Neem nu overstromingsgebieden.
De schade aan gebouwen en infrastructuur die zij kunnen voorkomen is miljoenen waard.
De Europese Commissie becijferde dat elke in natuurherstel geïnvesteerde euro 8 tot 38 euro oplevert.


Onderzoek van VITO bevestigt dit rendement en toont aan dat bij specifieke projecten elke euro zelfs tot 51 euro aan maatschappelijke waarde kan genereren.
Opvallend genoeg gaat dat niet alleen over het creëren van banen door recreatie en toerisme.


Ook de uitgaven voor gezondheidszorg zijn in die berekening opgenomen.
Onderzoek toont: wie in een groene omgeving woont of regelmatig in de natuur vertoeft, wordt minder vaak ziek en heeft dus minder ziektekosten, zegt Glenn Solastalgie van GroenRand. 


Glenn Solastalgie is de fictieve auteur en vaste columnist van de natuurvereniging GroenRand, wiens naam dient als een krachtig symbool voor filosofisch verzet tegen de vernietiging van de natuur in de Voorkempen.
De naam is een eerbetoon aan de Australische filosoof Glenn Albrecht, de bedenker van de term 'solastalgie', wat staat voor de emotionele pijn die men voelt wanneer de vertrouwde leefomgeving onherstelbaar verandert.

De voornaam 'Glenn' verwijst daarnaast naar het Keltische woord voor vallei, wat zijn missie onderstreept om natuurlijke verbindingen in valleigebieden te herstellen.
Sinds mei 2026 vormt zijn rubriek 'De Pen van Glenn' het hart van de vernieuwde koers van GroenRand, waarbij de vereniging de focus heeft verlegd van recreatieve belevingsactiviteiten naar een scherpe, beleidsmatige strijd voor natuurherstel en het tegengaan van versnippering.


Investeren in natte natuur in de Voorkempen kan jaarlijks tienduizenden euro's aan vermeden ziektekosten opleveren per projectgebied.
Dit concept van Solastalgie steunt op het diepe besef dat een gezonde menselijke psyche alleen kan floreren in een gezond en levend landschap.


De Voorkempen, de groene long ten oosten van Antwerpen, vormt een cruciaal schaakbord van bossen, beekvalleien en heiderelicten.
In een tijd waarin klimaatverandering en biodiversiteitsverlies de druk op onze open ruimte verhogen, heeft de burgerorganisatie GroenRand een duidelijke missie geformuleerd: het transformeren van dit versnipperde landschap naar een aaneengesloten, veerkrachtig ecosysteem.

Het projectgebied van GroenRand staat hiermee symbool voor een nieuwe visie op natuurbeheer, waarbij de focus verschuift van loutere bescherming naar actief herstel en strategische verbinding.
De rode draad doorheen de recente realisaties is de noodzaak om de waterhuishouding fundamenteel te herstellen.
Jarenlang werd water zo snel mogelijk afgevoerd om landbouw en bebouwing te faciliteren, met verdroging van kwetsbare natuur tot gevolg.


Vandaag draaien partners zoals Regionaal Landschap de Voorkempen en Natuurpunt de kranen symbolisch weer dicht.
Door in te zetten op vernatting wordt het landschap getransformeerd tot een spons die water vasthoudt tijdens natte periodes om zo de gevolgen van extreme droogte te bufferen.


Een iconisch voorbeeld hiervan is het project De Lage Haar in Schilde.
Eind 2025 werden hier grootschalige natuurherstel- en waterbergingswerken succesvol afgerond.
Door de natuurlijke wateropslagcapaciteit te verhogen, wordt niet alleen de lokale biodiversiteit gestimuleerd, maar fungeert het gebied ook als een veiligheidsbuffer tegen wateroverlast voor de omliggende kernen.
Het is een schoolvoorbeeld van hoe natuurherstel direct bijdraagt aan de maatschappelijke veiligheid.

Naast waterberging staat het herstel van specifieke, zeldzame biotopen centraal.
In Brecht kreeg het Rommersven, het grootste ven van de gemeente, in het najaar van 2025 een second life.
Vennen zijn ecologische parels die echter zeer gevoelig zijn voor stikstofdepositie en verdroging.
Door actieve ingrepen wordt dit ecosysteem nu beschermd en hersteld, waardoor kwetsbare amfibieën en specifieke vegetatie opnieuw een toekomst krijgen.


Tegelijkertijd wordt er intensief gewerkt in de Vallei van het Groot Schijn.
Deze vallei vormt de ruggengraat van de lokale ecologische structuur.
De lopende projecten richten zich op het herstellen van de natuurlijke dynamiek van de beekloop en het vernatten van de omliggende valleigebonden natuur.


Dit creëert een diverse gradiënt van natte graslanden en broekbossen, essentieel voor een gezonde biodiversiteit.
Een ander essentieel vernattingsproject vinden we rond de E10-plas in Schoten, dat de kern vormt van het grootschalige project Klimaatpark De Zwaan.
Sinds oktober 2024 transformeert dit project circa 10 hectare in een dynamisch overstromingsgebied dat zowel waterveiligheid als lokale biodiversiteit versterkt.


De vernatting wordt technisch gerealiseerd door het strategisch afgraven van oevers en het herboetseren van het reliëf in de aangrenzende weides.
Hierdoor ontstaat een gecontroleerde overloopzone waar overtollig water uit de E10-plas naartoe kan vloeien bij hevige regenval.


Deze ingreep is essentieel om de waterdruk op nabijgelegen infrastructuur, zoals de Brechtsebaan en omliggende woonwijken, weg te nemen en historische overlast door ondergelopen kelders te voorkomen.
Naast de functie als waterbuffer speelt de vernatting een cruciale rol in de ecologische verbinding met de Antitankgracht.


De nieuwe waterrijke omgeving biedt een broodnodig toevluchtsoord voor zeldzame soorten zoals de otter, die hier een rustiger en veiliger habitat vindt dan in de meer versnipperde delen van de Antitankgracht.
Door het verzet van ongeveer 16.000 kubieke meter grond ontstaat er een gevarieerd landschap met open waterpartijen, rietlanden en natte boszones.
Deze variatie trekt ook andere soorten aan, zoals de oeverzwaluw, waarvoor specifieke wanden zijn ingericht met de vrijgekomen grond.
Het proces wordt ondersteund door een samenwerkingsverband tussen de Provincie Antwerpen, de gemeente Schoten, het Agentschap voor Natuur en Bos en Pidpa.


Terwijl de vernatting zorgt voor een robuust klimaatlandschap, wordt er tevens ingezet op de recreatieve ontsluiting van het gebied via nieuwe wandelpaden en een uitkijkplatform.
Hiermee fungeert Klimaatpark De Zwaan als een toonbeeld van hoe moderne waterbeheersing hand in hand kan gaan met natuurherstel en erfgoedbehoud langs de historische Antitankgracht.


Deze natuurprojecten vallen of staan met de kracht van de samenwerking.
Het beheer en herstel van deze gebieden is geen taak van één enkele instantie.
Het is een gedeelde verantwoordelijkheid waarbij terreinbeheerders hand in hand werken om ecosystemen fundamenteel te versterken.
Het ultieme doel is landschapsversterking door middel van robuuste natuurverbindingen.

Een geïsoleerd natuurgebied is immers kwetsbaar; enkel door gebieden fysiek met elkaar te verbinden via ecologische corridors kunnen populaties van planten en dieren zich verplaatsen en genetisch gezond blijven.


Het projectgebied van GroenRand fungeert zo als een levend netwerk dat niet alleen de lokale natuurwaarde verhoogt, maar ook de leefomgevingskwaliteit voor de inwoners van de Voorkempen op lange termijn waarborgt.
Door waterbeheer, biodiversiteit en landschapsstructuur in samenhang aan te pakken, bouwt de regio aan een landschap dat klaar is voor de uitdagingen van morgen.

Na tien jaar intensief werk heeft burgerorganisatie GroenRand besloten haar aanpak strategisch te herzien.
In plaats van zich te richten op publieke evenementen, neemt de organisatie nu als expert en visionaire gids deel aan verschillende werkbanken en inspraakrondes.


Zo kan GroenRand direct invloed uitoefenen op belangrijke dossiers zoals de klimaatgordel rond Antwerpen.
GroenRand kiest hierbij bewust niet voor de weg van publieke petities, maar voor een constructieve dialoog op basis van wetenschappelijke onderbouwing en dossierkennis.


In de werkbanken waakt de organisatie over de kwaliteit van de uitvoering, waarbij ze toeziet dat de ambitieuze groene visies voor de Antitankgracht ook effectief op het terrein worden gerealiseerd.
Als burgerorganisatie fungeert GroenRand als een baken van continuïteit, dat beleidsmakers helpt de juiste keuzes te maken over legislaturen heen.


Ze reiken kritische parlementaire vragen en sociaaleconomische argumenten aan om de meerwaarde van ecosysteemdiensten hoog op de politieke agenda te houden.
De klimaatgordel is voor GroenRand geen abstract concept, maar een noodzakelijke strategie waarbij landbouw, waterbeheer en biodiversiteit hand in hand gaan.

Tijdens de inspraakrondes van de Nieuwe Rand heeft het Regionaal Landschap de Voorkempen samen met GroenRand 15 gedetailleerde projectfiches ingediend voor de klimaatgordel.
Deze fiches vormen een concreet investeringsplan dat de komende vijf jaar een budget vereist van in totaal €11.450.000.


Fiches 1 tot 4 focussen op strategische ontsnippering, zoals ecotunnels onder gewestwegen, met een geschatte kostprijs tussen €500.000 en €2.500.000 per locatie.
Fiches 5 tot 8 richten zich op vernatting en beekherstel, waarbij gemiddeld €150.000 tot €450.000 per kilometer beekloop nodig is om meanders en valleinatuur te herstellen.
Fiches 9 tot 12 behandelen de waterkwaliteit van de Antitankgracht zelf, met ramingen van €50.000 tot €200.000 voor natuurlijke rietfilters en zuiveringssystemen.
Fiches 13 tot 15 voorzien in de uitbouw van klimaatbuffers en bosuitbreiding, geraamd op €15.000 tot €35.000 per hectare.


Deze investeringen zijn cruciaal om van de Antitankgracht een ecologische ruggengraat te maken en de regio te beschermen tegen extreme droogte.


Deze nieuwe manier van werken zorgt ervoor dat de stem van de burger en de belangen van de natuur op het hoogste beslissingsniveau gehoord worden.
De economische baten van deze projecten zijn immers aanzienlijk: natuurherstel fungeert als een vorm van preventieve geneeskunde die de druk op ons zorgsysteem verlicht.


GroenRand blijft zo de drijvende kracht achter de transformatie van de Antitankgracht van een militaire barrière naar een vitale ecologische levenslijn.
Samen met partners bouwt de organisatie aan een toekomst waarin de Voorkempen een toonbeeld blijft van natuurlijke en maatschappelijke veerkracht.