vrijdag 1 mei 2026

GroenRand kiest voor dialoog terwijl de vete over natuurdotaties escaleert

GroenRand kiest voor dialoog, terwijl de ruzie over natuurdotaties steeds verder oplaait

Op 1 mei, de Dag van de Arbeid, viert GroenRand de onschatbare waarde van vrijwillige inzet voor onze leefomgeving.
Terwijl de samenleving stilstaat bij de rechten van werknemers, vestigt de vereniging de aandacht op de 'onbetaalde arbeid' die essentieel is voor het behoud van biodiversiteit en natuur.
De vrijwilligers vormen de motor van het natuurbeheer, zij steken duizenden uren in het herstellen van biotopen, het monitoren van soorten en het onderhouden van open ruimtes in regio's zoals de Antwerpse Voorkempen.


Deze inzet overstijgt de economische logica, omdat het werk direct bijdraagt aan het algemeen belang door de verbetering van luchtkwaliteit, waterbeheer en onze mentale gezondheid.
Voor GroenRand is deze feestdag dan ook hét moment om te benadrukken dat de handen uit de mouwen steken voor de natuur een fundamentele vorm van maatschappelijke arbeid is die erkenning verdient, terwijl het tegelijkertijd mensen verbindt in een gedeelde missie voor een groene en duurzame toekomst.


Vanaf vandaag, 1 mei 2026, begint voor GroenRand een nieuwe fase waarin de vereniging op een rustige en bedachtzame manier verder bouwt aan haar missie.
Na tien jaar van actieve wandelingen en publieke evenementen verschuift de focus nu naar een meer adviserende rol achter de schermen.
Omdat hun visies voor de regio inmiddels stevig verankerd zijn in de officiële plannen, richt de organisatie haar energie voortaan volledig op de bescherming en het herstel van de natuur via beleid en dialoog.
De persoonlijke ontmoetingen in het veld maken plaats voor een sterke inhoudelijke bijdrage via de rubriek 'De Pen van Glenn'.
Hierbij wordt gebruikgemaakt van een pseudoniem, een schuilnaam die symbool staat voor de collectieve stem en expertise van de vereniging.


Dit betekent concreet dat de vereniging niet langer fysiek in het veld mensen rondleidt en informatieavonden organiseert, maar de verzamelde kennis van de afgelopen tien jaar inzet om het beleid op een strategische manier te voeden.
Het pseudoniem Glenn is een bewuste keuze om aan te tonen dat de inhoudelijke bijdragen het resultaat zijn van een gedeelde visie en de gebundelde ervaring van diverse experts binnen de organisatie.
Onder deze naam treedt GroenRand op als deskundige partner voor volksvertegenwoordigers in de Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement.
Glenn schrijft hen gericht aan met feiten en inzichten, zodat er parlementaire vragen gesteld kunnen worden die helpen om de beloofde natuurdoelen ook echt te realiseren op het terrein.
Deze nieuwe rol zorgt ervoor dat GroenRand rechtstreeks invloed kan uitoefenen op de besluitvorming, zonder dat daar nog grote publieke acties voor nodig zijn.
Op de website van GroenRand deelt Glenn vervolgens wat er precies besproken is tijdens deze commissievergaderingen, waardoor het politieke proces transparant en begrijpelijk wordt voor iedereen.
In samenwerking met gepassioneerde natuurfotografen en het magazine Noordernieuws wordt tegelijkertijd de schoonheid van de bosgebieden rond de Antitankgracht digitaal ontsloten.
Zo blijft de verbinding met de natuur ook op afstand gedeeld voor alle sympathisanten en betrokken burgers in de regio.
GroenRand blijft op deze manier een betrokken adviseur die zich met kennis en zachtheid inzet voor een veerkrachtige en ontsnipperde natuur in de Voorkempen.


Een van de dossiers die momenteel de volledige aandacht van Glenn en de commissie opeist, is de vraag of de dotaties voor Natuurpunt discriminerend zijn tegenover private spelers.
De Vlaamse Vereniging Gelijkberechtiging Natuurbeheer (VVGN), de organisatie van de bekende zakenman Nicolas Saverys, vindt van wel en dagvaardt hierom de Vlaamse regering.
De Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement buigt zich nu over de zaak terwijl minister van Omgeving Jo Brouns stelt dat er van discriminatie geen sprake is.
Alleen de bomen weten hoe lang de vete tussen Natuurpunt en Saverys nog zal aanslepen, maar net die natuur is vandaag de dag voer voor een zeer pittige discussie.
Natuurorganisaties zoals Natuurpunt kopen met subsidies en schenkingen jaarlijks heel wat gronden op en herstellen of beheren er de kwetsbare natuur voor de toekomst.
Ze beheren dit gratis en voor niets voor de gemeenschap, wat de vraag oproept wat het aan Vlaanderen zou gaan kosten indien Natuurpunt dit niet meer zou doen.
Het gaat hier immers volledig over vrijwilligheid en een enorme inzet van burgers die zich belangeloos inzetten voor hun leefomgeving.


Natuurpunt vormt met meer dan 133.000 leden de grootste natuurvereniging van Vlaanderen, maar de werkelijke levensader van de organisatie is de vrijwillige inzet van ruim 48.000 actieve burgers.
Dit model van beheer op vrijwillige basis is geen loutere vrijetijdsbesteding, het is een cruciale maatschappelijke en economische pijler voor de Vlaamse begroting.
De inzet van deze mensen levert jaarlijks miljarden aan indirecte waarde en honderden miljoenen aan directe besparingen op voor de Vlaamse overheid.
Zonder deze vrijwilligers zou de bescherming van de Vlaamse biodiversiteit financieel direct instorten en zou de sociale verbondenheid met ons landschap onherstelbaar verschralen.
De economische realiteit van dit model is verbluffend, aangezien deze vrijwilligers jaarlijks circa 1,7 miljoen werkuren op het terrein presteren.


Indien de Vlaamse overheid deze taken zou moeten professionaliseren via betaalde arbeidskrachten, zou dit leiden tot een directe extra loonkost van naar schatting 60 tot 85 miljoen euro per jaar.
Sociale lasten en logistieke overhead zijn in deze conservatieve schatting nog niet eens volledig meegeteld door de experts.
Hoewel Natuurpunt voor het onderhoud van meer dan 28.000 hectare natuur ongeveer 37,5 miljoen euro aan beheersubsidies ontvangt, volstaan deze middelen enkel omdat de handen gratis zijn.


Zonder hen zou de noodzakelijke overheidssubsidie per hectare minstens moeten verdrievoudigen om exact hetzelfde kwaliteitsniveau te garanderen voor de biodiversiteit.
Daarnaast fungeert de vereniging als een private investeerder in publiek goed waarbij circa 20 procent van elke grondaankoop door Natuurpunt zelf wordt gefinancierd via giften en lokale acties.
In 2024 betekende dit een eigen inbreng van ruim 6,4 miljoen euro die anders volledig ten laste van de belastingbetaler zou zijn gekomen bij de aankoop van grond.
De waarde van de vrijwilliger reikt echter veel verder dan louter fysieke arbeid, want de vereniging fungeert als het grootste onderzoekscentrum voor biodiversiteit in Vlaanderen.


Dankzij citizen science levert de collectieve expertise van duizenden specialisten dagelijks een datastroom op die essentieel is voor zowel wetenschappelijk onderzoek als Europees beleid.
Deze mensen inventariseren vogels, planten, insecten en amfibieën in meer dan 500 natuurgebieden, wat door ambtenaren onbetaalbaar zou zijn om uit te voeren.
Nicolas Saverys vindt echter dat deze praktijk ten koste gaat van landbouwers, jagers en private natuureigenaars en meent dat dit neerkomt op pure concurrentievervalsing.
In de Commissie Leefmilieu vroeg parlementslid Lydia Peeters aan minister Jo Brouns naar zijn visie op de zaak en of hij het subsidiereglement zou herbekijken.
De minister gaf als formeel antwoord dat het statuut van erkende terreinbeherende vereniging volledig is afgeschaft om juist elke discriminatie weg te nemen.


Hij verduidelijkte dat de aankoopsubsidies vandaag openstaan voor iedereen die uitvoering wil geven aan een natuurbeheerplan type 4, ongeacht of het een vzw of een privépersoon betreft.
Brouns benadrukte dat de staatssteunregels strikt gevolgd worden en dat de huidige wetgeving reeds geëvalueerd wordt op mogelijke vereenvoudigingen voor private spelers.
De VVGN blijft echter van mening dat de drempels voor type 4 plannen een verdoken voordeel vormen voor Natuurpunt, aangezien 93,3 procent van de aankoopsubsidies in 2024 naar hen vloeide.
Om een volledig beeld te geven van de fundamenten achter dit dossier, duiken we dieper in de technische en financiële details die Glenn momenteel analyseert voor de Commissie Leefmilieu.
De Inspectie van Financiën heeft in haar audit gekeken naar de zogenaamde alternatieve kosten van natuurbeheer door de overheid zelf.


Zij stelden vast dat het Agentschap voor Natuur en Bos aanzienlijk hogere werkingskosten heeft per hectare omdat zij volledig afhankelijk zijn van gesalarieerd personeel en overheidscontracten.
Natuurpunt daarentegen slaagt erin om met dezelfde overheidssteun een veel grotere oppervlakte te beheren dankzij de inzet van lokale vrijwilligersafdelingen die zelf instaan voor het basisonderhoud.
De financiële audit bevestigde dat de overheadkosten van de vereniging binnen de internationale normen voor non-profitorganisaties liggen, wat de bewering over efficiëntie ondersteunt.
In de rapportages van de Inspectie van Financiën wordt expliciet verwezen naar de kosten-batenanalyse van de terreinbeherende verenigingen versus de eigen regie door de overheid.
Deze documenten vormen de feitelijke basis voor de raming dat de overheid zonder deze partnerstructuur jaarlijks tussen de 60 en 85 miljoen euro extra aan loonmassa zou moeten vrijmaken voor terreinbeheer.


Wat betreft de juridische strijd rond het natuurbeheerplan type 4 zijn de voorwaarden inderdaad zeer strikt en technisch van aard.
Om een erkenning als type 4 te krijgen, moet een eigenaar zich voor minstens 24 jaar engageren om specifieke Europese natuurdoelen te halen die vaak een volledige omvorming van het landschap vereisen.
Dit betekent bijvoorbeeld dat landbouwgrond definitief moet worden omgezet naar kwetsbare biotopen zoals heide of moeras, een proces dat onomkeerbaar is en de economische waarde voor traditionele landbouw vernietigt.
Private eigenaars deinzen hier vaak voor terug omdat de publieke openstelling verplicht is, wat betekent dat zij de volledige controle over de toegang tot hun eigendom verliezen.
Het is precies deze combinatie van onomkeerbaarheid, verplichte openstelling en loodzware rapportage die ervoor zorgt dat bijna alleen professionele natuurorganisaties dit aandurven.
De VVGN pleit daarom voor een systeem waarbij de vergoedingen per ecologische prestatie worden berekend, in plaats van de huidige focus op het juridische statuut van de grond.
De toekomst van het Vlaamse landschap ligt hiermee op een cruciaal kruispunt waar de kracht van het collectieve vrijwilligerswerk botst met de roep om individuele ondernemersvrijheid.
Terwijl de juridische molens onverstoorbaar verder draaien, blijft de natuur zelf de enige stille getuige van deze bitse strijd om elke hectare grond.


Het succes van de Vlaamse biodiversiteit zal uiteindelijk niet afhangen van wie de meeste subsidies binnenhaalt, maar van de vraag of we erin slagen om alle betrokkenen te verenigen rond één gemeenschappelijk doel.
GroenRand zal hierbij met de Pen van Glenn de vinger aan de pols houden, steeds bereid om met feiten en dialoog de weg te wijzen naar een gedragen en veerkrachtig natuurbeleid.
Want of het nu gaat over duizenden vrijwilligers of over private pioniers, het is de onversnipperde en bloeiende natuur in de Voorkempen die de uiteindelijke winnaar moet zijn van dit debat.
De Parlementaire Conclusies van Minister Jo Brouns
Minister Brouns (cd&v) weerlegt de kritiek met een formele en technische argumentatie:
Geen Discriminatie: De minister stelt dat de regels voor iedereen gelijk zijn; het statuut van "erkende vereniging" is afgeschaft en de aankoopsubsidies staan open voor elke private eigenaar met een beheerplan type 4.
Rechtszekerheid: De Vlaamse overheid is ervan overtuigd dat de staatssteunregels niet zijn geschonden en dat het systeem juridisch robuust is.
Evaluatie en Vereenvoudiging: Brouns erkent de drempels en laat momenteel het subsidiestelsel evalueren met het oog op vereenvoudiging, om zo meer van de één miljoen private landeigenaars te betrekken bij de natuurdoelen.
Focus op Planologie: Volgens de minister lag het probleem in het verleden bij een gebrek aan afstemming tussen natuurontwikkeling en landbouwgebied, een punt waar hij nu scherp op toeziet.
Vergelijkende Cijfers 2024
De tabel van Glenn toont het spanningsveld tussen theorie en praktijk aan de hand van de meest recente begrotingscijfers:
IndicatorNatuurpuntPrivate Eigenaars
Toegekende aankoopsubsidies€ 22,6 miljoen€ 0
Percentage van totale pot93,3%0%
Aangekochte oppervlakte714,72 hectare0 hectare
Zelf gefinancierde inbreng20% (€ 6,4 miljoen)n.v.t.


donderdag 30 april 2026

Mysterieuze bosbrand treft Molenbos op domein van Trappisten Westmalle

Mysterieuze bosbrand treft Molenbos op domein van Trappisten Westmalle 


Op het militaire oefen- en schietterrein Artillerie Schietkamp (ASK) bij 't Harde op de Veluwe woedt sinds woensdag 29 april 2026 een uitzonderlijk grote natuurbrand.
Het vuur ontstond rond het middaguur tijdens een militaire oefening, waarbij de Koninklijke Marechaussee momenteel onderzoekt of schietwerkzaamheden de directe oorzaak zijn geweest.
Door een krachtige oostenwind verspreidden de vlammen zich razendsnel over een front van meer dan twee kilometer, wat resulteerde in een enorme rookpluim die tot in Amsterdam, Utrecht en grote delen van Flevoland te zien en te ruiken is.
Om de vuurzee te bestrijden is een grootschalige operatie opgezet waarbij honderden brandweerlieden en gespecialiseerde Chinook-helikopters van Defensie worden ingezet om waterzakken boven het gebied te lossen.
Hoewel de brandweer met man en macht werkt om het vuur in te dammen, was de situatie op donderdagochtend 30 april nog niet volledig onder controle.
Voor omwonenden en mensen in het pad van de rook is een NL-Alert verstuurd met het advies ramen en deuren gesloten te houden.
Deze brand vertoont opvallende gelijkenissen met de verwoestende brand op het Groot Schietveld in Brecht van april 2021.
Beide branden ontstonden tijdens militaire oefeningen op een schietterrein onder vergelijkbare droge omstandigheden en legden circa 500 tot 600 hectare natuur in de as.
Ook de ecologische impact is vergelijkbaar, met een enorme klap voor kwetsbare fauna zoals reptielenpopulaties.
Niet alleen op de Veluwe is het gevaar groot, de gehele regio Voorkempen is momenteel extreem brandgevoelig.
Dit werd pijnlijk duidelijk toen er op donderdag 30 april een bosbrand uitbrak nabij de Lierselei in Malle.

De lokale brandweer van zone Rand rukte met groot materieel uit om te voorkomen dat het vuur door de aanhoudende droogte en wind zou overslaan naar woningen of dieper het bos in.
De hulpdiensten ontvingen rond kwart voor zes de eerste melding van brand aan de straat Nooitrust, gelegen op het grondgebied van de trappistenabdij.
Het getroffen gebied maakt deel uit van het 175 hectare grote Molenbos, een natuurreservaat dat zich uitstrekt over Malle, Schilde en Zoersel.
Dit bos staat bij de lokale bevolking ook wel bekend als de Drieboomkensberg, vernoemd naar de nabijgelegen bedevaartplaats en het jeugdverblijf.
Het beheer van dit uitgestrekte domein ligt in de handen van de Abdij der Trappisten van Westmalle en de naburige zorginstelling De Dennen.


De brandweer van Zone Rand slaagde erin om het vuur op de zone van 100 bij 100 meter snel te bedwingen, ondanks de aanwezigheid van meerdere brandhaarden.
Terwijl de manschappen bezig waren met de nablustwerken, uitte de burgemeester zijn zorgen over de verdachte omstandigheden van het incident zo vroeg op de dag.
Natuurbranden in dit type Kempense bos ontstaan zelden spontaan, zeker omdat het gebied voornamelijk bestaat uit een kwetsbare mix van naaldhout en loofbomen op een zandbodem.


Historisch gezien is dit landschap door de monniken van de abdij vanaf 1794 omgevormd van open heide met vennen naar het huidige bos en landbouwgebied.
Binnen het domein van de trappisten en nabij Nooitrust zijn ook belangrijke historische locaties gevestigd, zoals het voormalige Sanatorium Lizzie Marsily.
De brand vond plaats op een moment dat de provincie Antwerpen de risicocode oranje had afgekondigd vanwege de extreme droogte en uitdrogende wind.
Onder deze weersomstandigheden is roken en het maken van vuur in de Antwerpse natuurgebieden strikt verboden om verdere incidenten te voorkomen.
De politie heeft de zone afgezet voor verder sporenonderzoek om te bepalen of er sprake is geweest van bewuste brandstichting of onvoorzichtigheid.
Op dit moment is de precieze oorzaak van de schade op het trappistendomein nog niet vastgesteld door de rechercheurs.

De Klimaatgordel rond Antwerpen: GroenRand eist middelen voor een visie op twee snelheden

De Klimaatgordel rond Antwerpen: GroenRand eist middelen voor een visie op twee snelheden

GroenRand schrijft absoluut geen negatief verhaal, maar een ambitieuze visie die vraagt om de juiste middelen.
GroenRand staat nog steeds positief tegenover het werk van De Nieuwe Rand en het Projectplan Antitankgracht.
Wij hebben hier actief aan meegewerkt en gericht advies gegeven om de visie te versterken.


Onze steun blijft echter verbonden aan de voorwaarde dat er structurele aandacht en budget gaat naar de realisatie van een robuuste klimaatgordel rond Antwerpen.
Voor ons vormt de Antitankgracht daarbij de vitale ruggengraat, waarbij beekvalleien en boskernen in de oostrand met elkaar verbonden moeten worden om de ecologische connectiviteit te waarborgen.
Specifiek voor de realisatie van deze klimaatgordel zijn, in samenwerking met het Regionaal Landschap, reeds vijftien concrete projectfiches ingediend bij het Departement Omgeving.
Dit dossier rond de klimaatgordel kadert binnen het complex project De Nieuwe Rand en staat volledig los van het projectplan.


Het Projectplan Antitankgracht vormt de basis voor de transformatie van deze historische verdedigingslinie tot de groene ruggengraat van de Voorkempen en komt voort uit een strategische samenwerking tussen gemeenten en de provincie.
In de periode 2026-2031 ligt de focus op het versterken van de gracht als cruciale klimaatbuffer, waarbij waterbeheersing en natuurherstel hand in hand gaan.
GroenRand steunt dit plan en is blij dat gemeenten, de provincie en andere partners hier hun schouders onder steken.
Dat is zeer zeker een positief verhaal!!!
De ontsnippering van onze regio komt echter acuut in het gedrang nu Minister Brouns tot 2031 geen budget voorziet voor VAPEO.


Hierdoor dreigt het soortenbeschermingsprogramma voor de otter, het plan Cornelis, volledig te stagneren.
Het is eigenlijk heel vreemd: op papier is de Antitankgracht een van de drie allerbelangrijkste plekken voor de otter in Vlaanderen, naast de Scheldevallei en de Maasvallei, maar in de portemonnee van minister Jo Brouns zie je dat totaal niet terug.
Hoewel de gracht officieel wordt gezien als dé 'natuursnelweg' die de Schelde met Nederland verbindt, is er uit het laatste pakket aan subsidies van februari 2026 geen euro naar dit gebied gegaan.
Het gaat hier om een specifiek pakket van 218.706 euro aan directe Vlaamse projectsubsidies voor soortenbescherming.
Dit geld is bedoeld voor twaalf projecten die op het terrein het verschil moeten maken voor bedreigde dieren.
Voor de otter betekent dit concreet het wegwerken van kritieke migratieknelpunten, zoals het aanleggen van looprichels en veilige passages onder bruggen.
Terwijl dit budget nu volledig naar Limburgse waterlopen stroomt, zoals de Abeek, de Lossing en de Wijshagerbeek, blijft de regio rond Antwerpen met lege handen achter.
Dat is extra pijnlijk omdat ook andere geldkranen voor het wegwerken van verkeerspunten waar veel slachtoffers vallen, zoals het VAPEO-programma, volledig zijn dichtgedraaid.
We zitten nu in de absurde situatie dat we de Antitankgracht in alle officiële beleidsnota's een 'cruciaal kerngebied' noemen, maar dat er in dit financiële pakket geen cent is gereserveerd voor de broodnodige investeringen ter plaatse.
Zonder die centen blijft de otter hier vogelvrij op de weg, en blijft de bescherming van deze prachtige soort in onze regio helaas beperkt tot mooie woorden op papier.
Op eerdere parlementaire vragen, die door ons mee zijn voorbereid, gaf de minister aan dat hij door het wegvallen van de Europese INTERREG-subsidies en VAPEO geen nieuw geld wil investeren.
Wij vragen echter dat dit plan via een langetermijnvisie en een concreet stappenplan weer perspectief krijgt, met een verlenging van het otter-programma in 2027 en Vlaamse middelen om het wegvallen van de Europese subsidies op te vangen.
Binnen dit soortenbeschermingsprogramma schuiven wij, op basis van reeds uitgevoerd ontwerpend onderzoek, zeer gerichte 'quick wins' naar voren waar de hoogdringendheid is aangetoond.


Een van die prioriteiten is de ontsnippering van de Turnhoutsebaan, een locatie waar de otter en diverse zeldzame vleermuizen dagelijks hun leven riskeren bij het oversteken van de infrastructuur.
Daarnaast wijzen we op de Brechtsebaan in Schoten, waar in de directe nabijheid van de E10-plas intensief wordt samengewerkt met het Groen Kruis om een veilige passage voor fauna te realiseren.
Ook het dossier rond de noodzakelijke ecologische verbinding van de Schietvelden mag niet langer op de lange baan worden geschoven.
Daarnaast moet de minister zijn engagement binnen de Blue Deal nakomen met concrete investeringen in ons lokaal watersysteem.
Wij stellen hier drie specifieke openingen voor die onmiddellijk kunnen worden uitgevoerd.
Het gaat allereerst om het gedempte gedeelte aan het Schildestrand, waar via de Gebiedsdeal Droogte 2.0 al ontharding is voorzien maar waar nog steeds geen geld is voor de effectieve opening van de waterloop.
Ten tweede vragen we budget voor het gedempte gedeelte in Sint-Job, een project dat begroot is op 2 miljoen euro en cruciaal is voor de waterdoorstroming.
Ten derde eisen we het structureel voorzien van middelen voor de noodzakelijke slibruimingen van de Antitankgracht om de waterbergingscapaciteit te garanderen.
We veranderen het geweer van schouder en organiseren ons anders: samen met vier volksvertegenwoordigers bevragen we de minister constant in de hoop op passende antwoorden.
GroenRand wil een aantal quick wins loskoppelen van de langdurige en logge procedure van De Nieuwe Rand.
Waarom we dit willen, wordt geïllustreerd door de kritieke situatie waarin we ons op dit eigenste moment, in april 2026, bevinden.



Momenteel staan de laatste strategische percelen te koop die de fysieke verbinding tussen het Klein en het Groot Schietveld mogelijk moeten maken.
Indien deze percelen nu als bouwgrond worden verkocht en bebouwd, wordt de realisatie van deze cruciale ecologische schakel voorgoed onmogelijk gemaakt.
Dit praktijkvoorbeeld laat zien dat we niet langer kunnen wachten op langzame bureaucratische processen die geen rekening houden met wat er echt buiten op het terrein gebeurt.


Juist daarom is er dringend actie nodig, wat ook de belangrijkste conclusie is van een groot onderzoek naar de natuurverbinding tussen het Klein en Groot Schietveld.
Dit onderzoek werd door experts van de bureaus Hesselteer en Omgeving uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse overheid.
De onderzoekers zeggen heel duidelijk: deze verbinding is een absolute prioriteit en moet nu gebeuren, omdat de natuur in de Antwerpse Noordrand op een gevaarlijk breekpunt staat.


Beide gebieden zijn weliswaar officieel beschermde Europese topnatuur, maar ze liggen nu als losse eilanden in het landschap.
Tussen deze waardevolle natuurgebieden ligt momenteel een versnipperd gebied vol met woonparken, industrie en recreatie, waardoor dieren en planten niet meer van de ene kant naar de andere kunnen.
De kern van de urgentie ligt in de toenemende ruimtelijke druk en de experten wezen er onomstotelijk op dat als er niet tijdig wordt ingegrepen om strategische gronden te vrijwaren, de resterende open ruimtes onherroepelijk zullen worden volgebouwd.
Dit creëert een definitieve barrière die genetische uitwisseling tussen populaties van kwetsbare soorten onmogelijk maakt.
Bovendien fungeert de klimaatverandering als een gevaarlijke katalysator voor deze versnippering.


Recente periodes van extreme droogte werden in de studie aangemerkt als een 'teken aan de wand'.
Zonder een robuuste verbinding zijn de kwetsbare heide- en vennensystemen in de Schietvelden onvoldoende weerbaar tegen klimatologische schokken.
Een aaneengesloten ecologisch netwerk, de zogenaamde 'Klimaatgordel', is essentieel om soorten zoals de boomkikker of de otter de kans te geven te migreren en te overleven in een veranderend klimaat.
De urgentie is tevens beleidsmatig van aard, want het onderzoek diende als fundament voor het voorkeursbesluit van De Nieuwe Rand dat oorspronkelijk eind 2025 werd verwacht.
Dit was het beoogde moment om de noodzakelijke budgetten en de juridische instrumenten voor grondverwerving eindelijk vast te leggen.
Inmiddels zijn we echter april 2026 en kampt dit proces met een enorme vertraging, waardoor het voorkeursbesluit nog steeds niet is bekrachtigd door de Vlaamse Regering.
Terwijl het globale project op papier stilstaat, tikt de klok op het terrein genadeloos verder en worden kansen op grondverwerving gemist.


Reeds in 2023 werd deze urgentie centraal gesteld in de aanvraag voor de vijftiende oproep voor strategische projecten.
Hoewel de beoordelingscommissie het dossier in het najaar van 2023 inhoudelijk positief evalueerde, werd begin 2024 besloten geen middelen toe te kennen.
De realisatie werd toen dwingend gekoppeld aan de voortgang van de Klimaatgordel binnen het complexe proces van De Nieuwe Rand.
Het partnerschap van het Groen Kruis en het strategisch project Antitankgracht heeft daarom bewust besloten niet deel te nemen aan de zestiende oproep vanwege de beleidskoppeling.
Momenteel zegt de overheid eigenlijk dat middelen voor de natuurverbinding bij de Schietvelden pas beschikbaar komen zodra er een definitieve beslissing is genomen in het complexe dossier van De Nieuwe Rand.


In de praktijk werkt deze dwingende koppeling verlammend: de kwetsbare natuur wordt gegijzeld door de trage besluitvorming en de administratieve hindernissen van een grootschalig mobiliteitsplan.
In deze ongezonde constructie wordt natuurbehoud gereduceerd tot een ondergeschikt sluitstuk van de wegeninfrastructuur, in plaats van een urgente prioriteit die op eigen benen moet kunnen staan.
De procedurele stilstand van de afgelopen twee jaar heeft inmiddels geleid tot een situatie waarin de laatste overleefkansen voor zeldzame Natura 2000-soorten direct in het gedrang komen.
We spreken hier specifiek over de overleving van de adder en het heideblauwtje, wiens leefgebied wordt bedreigd door de oprukkende bebouwing op de tussenliggende percelen.
De situatie rond de Schietvelden is slechts één voorbeeld van de huidige beleidsmatige impasse waarin we ons bevinden.


Naast dit dossier brengen we nog vijf andere quick wins naar voren die eveneens onmiddellijke actie vereisen.
Bovendien vragen wij een duidelijke langetermijnvisie over het Plan Cornelis, dat cruciaal is voor de ontsnippering van de Antitankgracht als geheel.
Hoewel wij volledig achter de visie van de klimaatgordel blijven staan, dwingt de fysieke realiteit op het terrein ons tot een aanpak op twee snelheden.
Dossiers zoals de Schietvelden en de meest heikele knelpunten voor trekkende dieren zijn zo dringend dat ze simpelweg niet kunnen wachten op de trage molens van het grote project De Nieuwe Rand.
De eigen onderzoeken van de overheid bevestigen die noodzaak: deze kritieke punten moeten nu worden losgekoppeld van de bureaucratische administratie om te voorkomen dat we onze waardevolle natuur voorgoed verliezen.
Dit betekent niet dat we het grotere geheel opgeven, want andere onderdelen van de klimaatgordel kunnen prima de reguliere procedure doorlopen binnen een visie voor de lange afstand.
Zo bouwen we op een verstandige manier aan een duurzaam en robuust groen netwerk voor de komende decennia.
Het veiligstellen van Vlaams geld voor deze acute acties is echter nú essentieel, want alleen zo redden we de droom van een klimaatgordel voordat de laatste kans op een verbinding onherroepelijk wordt volgebouwd.