Fotograaf Frank Vermeiren legt de putter vast in de Voorkempen
In de Brechtse Heide plaatst natuurfotograaf Frank Vermeiren, medewerker van Onze GroenRand-natuur, zijn statief met een precisie die getuigt van jarenlange passie voor het vak en een diepe verbondenheid met de natuurvereniging GroenRand.
Frank is momenteel bezig aan een monumentale vogelreportage die de volledige avifauna van onze regio van A tot Z in kaart brengt en op dit eigenste moment is hij met grote toewijding aanbeland bij de letter P, de letter van de Putter.
De putter, in de volksmond ook distelvink genoemd, is met zijn felrode gezicht, zwart-witte kop en brede, heldergele vleugelstreep, die tijdens de vlucht prachtig opvalt, een van de meest kleurrijke vogels van de Voorkempen.
Deze vinkachtige is herkenbaar aan zijn spits-driehoekige snavel, waarmee hij zowel zaden als insecten eet, zijn bruine bovendelen, licht- tot witgekleurde onderdelen, een witte stuit en een zwarte, ondiep gevorkte staart met witte vlekken, kenmerkend voor deze vogelgroep.
Oorspronkelijk kwam de soort voor langs de zonnige randen van vochtige loofbossen, maar hij heeft zich inmiddels aangepast aan door de mens gemaakte landschappen zoals boomgaarden, parken, dorpen en zelfs de buitenwijken van steden.
Vandaag de dag zie je ze veelvuldig van Schoten, Brecht, Malle en Brasschaat tot in Zoersel en Kapellen, waar ze zich overal thuis voelen zolang er maar een rijke vegetatie met veel composieten zoals distels en paardenbloemen aanwezig is.
Volwassen putters hebben een sterke voorkeur voor zaden van distels, kaardebol, klit, teunisbloem en paardenbloem, maar ook zonnebloemen en tal van andere zaden staan op het menu.
Zelfs op lastige plekken zoals spoortaluds, industrieterreinen met verborgen hoekjes en gebieden met droge, ruige vegetatie zijn ze te vinden op zoek naar plantenzaden, en in de bergen komen ze zelfs voor op hoogtes tot 2.000 meter.
De belangrijkste voorwaarde voor hun aanwezigheid is een rijke vegetatie met veel composieten, omdat deze planten de zaden produceren waarvan de putter vrijwel geheel afhankelijk is.
In de wintermaanden schakelen ze over op zaden van de els en de lariks en bezoeken ze af en toe voedertafels, terwijl de juveniele putters insecten gevoerd krijgen als belangrijke bron van eiwitten voor hun groei.
De putter is een gedeeltelijk standvogel en gedeeltelijk een korte-afstandstrekker, waarbij vrouwtjes en jonge vogels vaak verder weg trekken dan de mannetjes die veel vaker in onze streken blijven hangen in de winter.
De trek verloopt onopvallend, vindt vooral overdag plaats in oktober en is niet massaal, terwijl de vogels in de winter al paartjes vormen binnen grotere groepen via een baltsritueel.
Deze monogame koppels blijven elkaar trouw tijdens het broedseizoen, dat loopt van april tot begin augustus en meestal twee legsels per jaar oplevert, al is het onbekend of ze ook het jaar daarop samenblijven.
Het vrouwtje bouwt het nest meestal lager dan 10 meter van de grond, verstopt tussen bladeren in dunne twijgen van bomen en struiken, waarbij ze gebruikmaakt van grassprieten, mos en veertjes.
Vaak stelen putters hierbij materiaal van vinken die in de buurt broeden om hun nest te vervolledigen, waarna er 4 tot 6 bleek blauwwitte eieren met paarsgrijze vlekjes worden gelegd.
De eieren worden in 9 tot 12 dagen door het vrouwtje uitgebroed, waarbij het mannetje haar gedurende die tijd al het eten geeft, zij houdt een deel voor zichzelf en voedt met de rest de jongen.
Het mannetje begint de jongen pas vanaf de zevende dag direct zelf te voeden, waarna de jongen na 13 tot 18 dagen uitvliegen en daarna nog zo'n 10 dagen voedsel van de ouders krijgen.
Jonge putters beginnen het jaar erop zelf aan een legsel, waarbij ze vaak een klein broedterritorium van 250 m2 verdedigen, terwijl ze hun voedsel in een veel groter gebied zoeken.
Dat we deze vogels hier tegenwoordig weer zo vaak zien, is volgens GroenRand zelf maar deels te danken aan hun inspanningen.
Hoewel zij met projecten als Bijtandje Houtkantje en Greenconnect onvermoeibaar werken aan het herstel van het landschap in de Voorkempen, blijven ze daar zelf erg bescheiden over.
GroenRand ziet zichzelf eerder als een katalysator die elf gemeenten stimuleert om via het Vlaams Houtkantenplan die broodnodige 100 kilometer aan nieuwe houtkanten aan te planten.
Houtkanten in landbouwgebied zijn cruciaal omdat ze de windkracht tot wel 60 procent verminderen, hittestress bij vee voorkomen, erosie bestrijden, koolstof opslaan en waterinfiltratie bevorderen tijdens droogte of hevige regen.
In landbouwgebied met houtkanten dienen deze als veilige corridors waarlangs de vogels zich verplaatsen tussen voedselgebieden, terwijl de dichte structuur van struiken en bomen ideale beschutte nestplekken biedt.
Bovendien vormen deze elementen een klimaatrobuuste Klimaatgordel, waarbij de zomen van de houtkanten de ideale groeiplaats zijn voor de zaden waarvan de volwassen putter vrijwel geheel afhankelijk is.
Naast biologie is de putter diep geworteld in onze cultuur, hij kreeg zijn naam omdat hij vroeger als kooivogel leerde om met een emmertje aan een kettinkje zelf zijn water te putten.
De legende vertelt dat hij zijn rode kop kreeg door een bloeddruppel toen hij een doorn uit de kroon van Jezus trok, waardoor hij in de kunst vaak symbool staat voor de Passie en barmhartigheid.
Onsterfelijk gemaakt door Carel Fabritius met Het Puttertje uit 1654, overleefde dit meesterwerk de Delftse donderslag om nu nog steeds als symbool van vrijheid te inspireren.
In de christelijke iconografie verschijnt hij vaak in de handen van het kindje Jezus, zoals op Rafaëls Madonna del Cardellino.
Volgens volkssprookjes kreeg hij de laatste restjes uit alle verfpotten van de Schepper.
In de 17e eeuw leerden mensen deze vogels ook om kleine wagentjes met voer voort te trekken of te doen alsof ze dood waren, wat hun grote intelligentie en leergierigheid bewijst.
Terwijl Frank Vermeiren in de Brechtse Heide geduldig wacht op het perfecte licht, legt hij met zijn lens niet alleen een vogel vast, maar het volledige verhaal van biodiversiteit en landschapsherstel in de Voorkempen.