woensdag 1 april 2026

Beverbeheer onder de loep: GroenRand en de provincie Antwerpen zoeken naar een duurzaam evenwicht

Beverbeheer onder de loep: GroenRand en de provincie Antwerpen zoeken naar een duurzaam evenwicht


De pen van Glenn - foto's: Ben Hellebaut

Natuurvereniging GroenRand zette in 2023 de bever in de schijnwerpers.
Elk jaar zet GroenRand een zeldzaam dier in de kijker.
In 2023 was dat de bever, en wel om een goede reden: het grootste knaagdier in Vlaanderen en Europa lijkt goed te gedijen langs de Antitankgracht in de regio.


De bever komt terug in de actualiteit, omdat minister Jo Brouns toen een actieplan heeft opgesteld tegen toenemende beverschade.
Hij wil beter afbakenen waar bevers hun gang kunnen gaan en waar ze meer gereguleerd moeten worden.
De bever is een beschermde diersoort en de populatie groeit.
Of we het nu willen of niet, hij is hier om te blijven.
We kunnen echter wel maatregelen nemen om schade te voorkomen.
Sinds de terugkeer van de soort in Vlaanderen wordt geschat dat er ongeveer 1.200 bevers zijn.


Ruim twintig jaar geleden werden de eerste dieren uitgezet aan de Dijle, ten zuiden van Leuven, en in dezelfde periode staken enkele avontuurlijke exemplaren de grens over vanuit Nederland.
Dichter bij huis zien we regelmatig knaagsporen langs de Antitankgracht in Schilde.
Het lijkt alsof het dier hier een vijfsterrenhotel heeft gevonden, compleet met looppaden, wissels en een all-you-can-eat gnawbuffet.
In het bos tussen de E34 en de Zwaaikom van Albertkanaal in Oelegem kwamen we een beverdam tegen op de Kapelbeek, alsof de bevers een luxueus zomerhuis hadden gebouwd.
In het verlengde van de Antitankgracht zijn de bevers zelfs in het Schijn in Oelegem al druk aan het werk geweest met een indrukwekkende dam.
Ook het Klein Schijn in Schoten blijkt een uitstekende habitat voor deze knaagdieren.
Met een nieuw voorspellingsmodel brengt het INBO de locaties in kaart waar bevers zich op termijn kunnen vestigen, zodat er vooraf maatregelen genomen kunnen worden.


Het verplaatsen van dieren heeft weinig tot geen zin.
Als het gebied geschikt is, komen er toch nieuwe bevers.
Bovendien is het lastig de hele beverfamilie te vangen.
En waar moeten ze dan naartoe?
Als je ze te dicht in de buurt uitzet, komen ze gewoon weer terug.
Daarnaast kunnen ze verderop dezelfde problemen veroorzaken.
Het waterbeheer kost handenvol geld.
In 2015 ging het om 42.245 euro, in 2023 was dat al 734.114 euro.
De Vlaamse overheid heeft sinds 2014 al 464.389 euro aan schade door de bever uitgekeerd.
Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns wil de kosten drukken en het draagvlak voor de bever bij de bevolking behouden.
Het kabinet heeft het Agentschap Natuur en Bos de opdracht gegeven om snel aan de slag te gaan met het afbakenen van kern- en maatwerkgebieden voor de bever.
In de kerngebieden krijgen deze knagers alle ruimte om hun ding te doen.
Het gaat om grote aaneengesloten natuurgebieden langs waterlopen.
In maatwerkgebieden krijgen waterbeheerders meer mogelijkheden om de bever in toom te houden.


Hier zou dan kordater worden opgetreden.
De minister wil Vlaanderen opdelen in zones waar de bever vrij spel krijgt of verhuist.
Volgens de minister is hierbij een beverplan broodnodig.
Het Agentschap Natuur en Bos moet daarom volgens Brouns snel kern- en maatwerkgebieden afbakenen.
In kerngebieden krijgen natte natuur en de bever ruimte om zich te ontwikkelen.
In maatwerkgebieden kunnen waterbeheerders ingrijpen volgens het stappenplan van het soortbeschermingsprogramma.
Buiten de kerngebieden kan kordater worden opgetreden bij belangrijke schade.
Deze bijsturing moet de beheerskosten onder controle houden en het draagvlak voor de soort versterken.
In Europa hebben bevers een beschermde status gekregen vanwege hun talrijke voordelen.
Dankzij hun bouwkunsten stijgt het grondwaterpeil en wordt de kans op uitdroging verkleind.


In natuurgebieden kan een bever binnen enkele weken een waterplan volledig naar zijn hand zetten, wat een enorme verrijking is voor de biodiversiteit.
Het bouwen van dammen zit in het DNA van de bever, dus men kan het hem niet kwalijk nemen.
In 2015 werd een eerste soortenbeschermingsprogramma uitgewerkt voor Vlaanderen.
Het tweede soortenbeschermingsprogramma, goedgekeurd in januari 2024, moet het verder duurzaam samenleven met de bever verzekeren.


Om op een evenwichtige manier met eventuele conflicten om te gaan, werd dit beschermingsprogramma opgesteld.
Om het duurzame samenleven met de bever te waarborgen, is het noodzakelijk een evenwicht te vinden tussen zijn strikte beschermingsstatus en het vermijden van overlast en schade.
Dit is de rode draad, ingrijpen kan alleen plaatsvinden onder strikte voorwaarden en moet zoveel mogelijk vermeden worden.
GroenRand concludeert dat de mens zich zo veel mogelijk moet aanpassen aan de bever en niet andersom.
GroenRand wijst op het wettelijk kader: in Vlaanderen is de bever (Castor fiber) een strikt beschermde diersoort onder het Soortenbesluit en de Europese Habitatrichtlijn, wat betekent dat het verboden is om het dier te doden, te vangen of opzettelijk te verstoren.
Deze bescherming strekt zich uit over het volledige leefgebied als een aaneengesloten functioneel geheel, waarbij niet alleen de bevers zelf, maar ook hun burchten, holen, dammen en de essentiële verbindingsroutes tussen rust- en foerageerplaatsen het hele jaar door juridisch gevrijwaard zijn van beschadiging of vernietiging.


Omdat de bever als ecosysteem-ingenieur een cruciale rol speelt in de strijd tegen droogte door waterbuffering en het creëren van nieuwe biotopen, is zijn aanwezigheid van groot ecologisch belang, al kan dit in het dichtbevolkte Vlaanderen leiden tot graafschade aan dijken of vernatting van landbouwpercelen.
Om dit samenleven te faciliteren, voorziet het op 19 januari 2024 vernieuwde Soortenbeschermingsprogramma (SBP 2) in een duidelijk kader voor conflictbeheersing en zonering, waarbij preventieve maatregelen zoals boombescherming of beverwerend gaas altijd voorrang krijgen.
Pas wanneer er geen andere bevredigende oplossing is en de openbare veiligheid of belangrijke economische belangen in het gedrang komen, kan er via een officiële ontheffing van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) worden ingegrepen in dit aaneengesloten netwerk, waarbij gedupeerde land- of bosbouwers onder strikte voorwaarden aanspraak kunnen maken op een schaderegeling voor verliezen boven de 300 euro.
Het provinciebestuur van Antwerpen roept Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns en het Agentschap voor Natuur en Bos op om snel in te grijpen tegen beverschade.


Eerder deze maand sloeg ook de Boerenbond alarm, omdat heel wat akkers onder water staan.
Zo kan landbouwer Ben Van Looveren uit Geel zijn veld niet voorbereiden op de zomer.
Bovendien kreeg hij te horen dat hij geen recht heeft op een schadevergoeding.
Eerder deze maand vroeg de Boerenbond al aan waterloopbeheerders om iets te doen tegen de wateroverlast die beverdammen veroorzaken.
Door het toenemende aantal bevers in de provincie Antwerpen staan steeds meer landbouwakkers onder water.
"Naar mijn mening zijn landbouw en natuur bondgenoten, maar ik maak me momenteel zorgen omdat veel landbouwers met kopzorgen zitten", zegt gedeputeerde voor Landbouw Jinnih Beels (Vooruit).
De oproep naar de minister is eigenlijk heel duidelijk: we vragen middelen en ondersteuning actie te kunnen ondernemen.
"Geef ons een helder, transparant kader waarbinnen we als provincie kunnen werken", aldus Beels.
Landbouwer Ben Van Looveren uit Geel vraagt dringende en concrete maatregelen.
Door een beverdam aan zijn akker kan hij zijn land niet meer bewerken.
Sinds midden vorig jaar zit hier een bever.
Het veld is nu quasi onbewerkbaar.
Als het zo verdergaat, zal ik hier serieuze schade door lijden.


"De dam is al eens weggehaald door de provincie, maar daarna opnieuw opgebouwd", vult hij aan.
Nu wil men hem niet nog eens afbreken, omdat hij telkens terugkomt.
"Bovendien kreeg ik recent te horen dat ik geen schadevergoeding krijg van het Agentschap Natuur en Bos (ANB), omdat er wel toestemming is om de dam af te breken."
"Dat is een probleem dat de overheid moet herbekijken.”
De ene landbouwer krijgt een vergoeding, terwijl een andere in een gelijkaardige situatie niets krijgt.
Ook volgens Beels loopt er veel mis met schadevergoedingen.
"Daar moet duidelijkheid in komen, want we merken dat er met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt."
"In deze periode, de lente, willen landbouwers hun akkers bewerken en inzaaien, maar dat lukt niet door te veel of soms te weinig water."
"Daarom vragen we een helder kader met duidelijke criteria, zodat landbouwers weten hoe ze een schadeclaim moeten indienen en die ook snel behandeld wordt."
"Nu tasten we eigenlijk in het duister."
Het provinciebestuur van Antwerpen wil duidelijke kern- en maatwerkgebieden voor de bever.


Eind 2025 waren in de buurt van de provinciale waterlopen in de provincie Antwerpen 29 beverburchten gekend en 495 locaties met beveractiviteit geregistreerd, vooral dammen.
De dienst Integraal Waterbeleid voerde toen zo'n 4.500 controles uit en meer dan 1.000 interventies, voornamelijk het aftoppen of verwijderen van dammen.
"We vragen om kernleefgebieden waar de bever ruimte krijgt, en maatwerkgebieden waar we kunnen ingegrepen wanneer schade oploopt", zegt gedeputeerde van Milieu en Natuur Jan De Haes (N-VA).
"Dat is ook belangrijk voor ons als waterloopbeheerder."
"Wij zijn verantwoordelijk voor een goede waterafvoer, maar hebben vandaag niet altijd de juiste instrumenten of mogelijkheden om te voorkomen dat landbouwgronden onder water lopen", aldus De Haes.

GroenRand vraagt om dialoog en zuiver water als basis voor gezonde natuurverbindingen in het dossier over het mestbeleid

GroenRand pleit voor dialoog en schoon water als fundament voor gezonde natuurverbindingen in het dossier rond het mestbeleid

De Vlaamse regering is voor de derde keer veroordeeld voor haar falend mestbeleid.
Dat hebben milieuorganisaties Bond Beter Leefmilieu, Dryade, Greenpeace, Natuurpunt en WWF gemeld in een officieel persbericht.
Ze hekelen ook het beperkte aantal maatregelen dat genomen is in het nieuwe mestactieplan MAP7.
Boerenbond reageert bijzonder verontwaardigd op dat persbericht.
Dit is een slag in het gezicht van alle landbouwers klinkt het bij de landbouworganisatie.
De milieuorganisaties hadden de Vlaamse regering al in het najaar van 2022 gedagvaard.
De rechter stelde toen vast dat de overheid onvoldoende maatregelen nam om de waterkwaliteit te verbeteren.


De overheid kreeg toen van de rechter zes maanden de tijd om verscherpte en aanvullende maatregelen te nemen.
Dat gebeurde echter niet waardoor de milieuverenigingen opnieuw naar de rechtbank moesten stappen.
De Vlaamse regering werd in 2023 specifiek veroordeeld voor haar falend mestbeleid en kreeg de opdracht dit direct bij te sturen op straffe van dwangsommen.
De overheid volhardde echter in de boosheid en vocht de uitbetaling van deze dwangsommen aan bij de rechter.
In juni 2024 volgde dan een nieuwe veroordeling op straffe van een dwangsom van 1.000 euro per dag wegens niet-naleving.
De regering liet beide eerdere uitspraken echter zonder gevolg volgens de milieuorganisaties.


Ze zette wel een gerechtelijke procedure op om de uitbetaling van de dwangsommen te verhinderen.
Tevergeefs want op 24 maart 2026 tikte de rechter de Vlaamse regering nog maar eens hard op de vingers.
De beslagrechter in Brussel die deel uitmaakt van de rechtbank van eerste aanleg gaf de overheid afgelopen dinsdag opnieuw ongelijk.
Hij oordeelde dat de dwangsommen die intussen zijn opgelopen tot zo'n 500.000 euro wel degelijk verschuldigd zijn aan de eisers.
Er is nog beroep mogelijk tegen deze uitspraak die de milieubeweging opnieuw volledig in het gelijk stelt.
Het is nu tijd om het geweer van schouder te veranderen en eindelijk beleid te voeren dat de Vlaamse natuur en volksgezondheid echt beschermt.


Minister Brouns blijft zich verzetten tegen een effectieve bijsturing van het mestbeleid stelt Elias Van Marcke van Dryade.
Dit schuldig verzuim gaat volgens hem rechtstreeks ten koste van onze gezondheid de Vlaamse waterkwaliteit en onze natuur.
De Europese Nitraatrichtlijn schrijft een drempelwaarde van 50 milligram nitraat per liter voor als absolute grens.
In Vlaanderen wordt die grens nog bij meer dan één op de vijf meetpunten overschreden bleek vorig jaar nog uit de data.
De milieuorganisaties baseren zich op officiële cijfers van de Vlaamse Landmaatschappij VLM over het winterseizoen 2025-2026.
De waterkwaliteit in Vlaanderen blijft hiermee barslecht wat een directe bedreiging vormt voor onze natuur en waterlopen.


Nitraatverontreiniging in het oppervlaktewater schaadt de biodiversiteit op grote schaal.
Een recent rapport van het Vlaamse Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek noemde nitraatverontreiniging zelfs één van de belangrijkste bedreigingen voor onze beschermde natuur.


De Europese Commissie stelde Vlaanderen in 2023 ook al officieel in gebreke wegens schendingen van de Europese Nitraatrichtlijn.
Vlaanderen is tot op heden niet tegemoet gekomen aan deze ingebrekestelling.
Hierop heeft de Commissie besloten om Vlaanderen voor het Hof van Justitie te dagen.
De kans wordt zeer groot geacht dat Vlaanderen ook door het Hof van Justitie zal worden veroordeeld.
Het vorige mestactieplan MAP6 liep een periode van vier jaar van 2019 tot en met 2022.


Begin 2025 werden er weliswaar een beperkt aantal bijkomende maatregelen genomen maar er is weinig zicht op echte beterschap.
We wachten nog steeds op het finale en definitieve mestactieplan MAP7.
Sofie Bracke van Bond Beter Leefmilieu wijst erop dat het ontwerp van dit MAP7 dit jaar door de Vlaamse administratie zelf als ontoereikend is bestempeld.
Toch lijkt de Vlaamse regering dit ontoereikende mestactieplan ongewijzigd te willen laten tot eind dit jaar.
Sofie Bracke noemt dit handelen onverantwoord en pleit voor een effectief en ambitieus mestbeleid dat onvermijdelijk is geworden.


Boerenbond is bijzonder boos om het persbericht en noemt de communicatie grof en totaal losgekoppeld van de realiteit op het terrein.
Wat deze organisaties in hun communicatie gemakshalve verzwijgen is dat de zogenaamde beperkte bijkomende maatregelen exact de maatregelen zijn die in 2023 gezamenlijk werden onderhandeld.
Deze onderhandelingen vonden plaats tussen de landbouw- milieu- en natuurorganisaties.
Sinds begin 2025 passen landbouwers deze maatregelen ook effectief toe op het terrein conform de afspraken binnen MAP7.
Volgens Boerenbond is het enkel een juridische formaliteit dat dit nog niet definitief is vastgesteld door de overheid.
Het is betreurenswaardig dat Vlaanderen nalaat dit juridisch definitief vast te stellen terwijl de uitvoering al loopt sinds begin 2025.
Dit persbericht is een slag in het gezicht van duizenden landbouwers die elke dag inspanningen leveren om de waterkwaliteit te verbeteren reageert Boerenbond scherp.
Zonder nuance wordt de landbouwsector opnieuw aan de schandpaal genageld volgens de organisatie.
De vraag dringt zich op of het hier nog gaat over degelijk milieubeleid dan wel over het laten oplopen van dwangsommen.
Wie echt begaan is met de waterkwaliteit zou moeten erkennen dat er op het terrein al grote stappen vooruit zijn gezet.
Bovendien stelt Boerenbond vast dat één van de cruciale afspraken uit het akkoord van 2023 tot op vandaag nog niet is opgestart.
Het betreft de grondige evaluatie van het MAP-meetnet waarop de impact van landbouw op de omgeving wordt beoordeeld.
Het is onaanvaardbaar om zware conclusies te trekken en extra druk te leggen op landbouwers terwijl de objectieve meetbasis zelf niet geëvalueerd wordt.
Tegelijk wijst de landbouworganisatie erop dat in het voorbije winterjaar de overschrijding nog maar op 11,5 procent van de meetpunten lag.
Het spreekt van een zeer sterke daling tegenover het begin van MAP6 toen nog ongeveer 32 procent van de meetpunten een overschrijding vertoonde.


Deze trend bewijst volgens hen dat het ingezette beleid werkt en dat verdere vooruitgang tijd en stabiliteit vergt en geen publieke afrekeningen.
Boerenbond benadrukt dat echt werk maken van betere waterkwaliteit moet gebeuren samen met de landbouwers en niet door hen telkens opnieuw publiek te viseren.
Onze landbouwers doen wat van hen gevraagd wordt en vaak zelfs meer dan dat op eigen initiatief.
Het minste wat ze mogen verwachten is respect voor hun inspanningen en een eerlijk debat op basis van feiten besluit voorzitter Lode Ceyssens.
Idealiter past dit mestbeleid in een totaalvisie op een toekomstbestendige landbouw die past binnen de ecologische grenzen.
Dit biedt een waardig antwoord aan landbouwers over hoe de veestapel best afgebouwd kan worden in de toekomst.
Grondgebonden veeteelt is nodig om onze klimaat- en milieudoelen te kunnen halen voor de volgende generaties.
Alleen zo kan de waterkwaliteit in Vlaanderen blijvend worden hersteld voor mens en natuur.


Voor GroenRand is dit dossier cruciaal omdat zuiver water de verbinding vormt tussen onze versnipperde natuurgebieden.
Hoewel wij ons als GroenRand niet dagelijks in deze problematiek verdiepen beseffen we dat natuurverbindingen staan of vallen met gezond water.
Zonder een krachtdadig beleid kunnen onze ecologische corridors nooit de habitat vormen die ze horen te zijn voor de biodiversiteit.

GroenRand ziet hoop in de polders: Dirk Draulans over Losjka, de zeearend en de natuur in de lift

GroenRand ziet hoop in de polders: Dirk Draulans over Losjka, de majestueuze zeearend en de natuur die volop in de lift zit

Het natuurjaar begon dit jaar uitzonderlijk vroeg voor bioloog Dirk Draulans, een observatie die GroenRand met grote belangstelling deelt.

Reeds op 11 maart schreef hij enthousiast dat zijn lievelingslepelaar Losjka was aangekomen in zijn vertrouwde broedkolonie in de Waaslandpolder, vergezeld door een twintigtal soortgenoten.
Dat is uitzonderlijk vroeg en het warme weer speelt ongetwijfeld een rol, al blijft het de vraag hoe vogels in hun overwinteringsgebieden weten dat het hier al zo warm is voor de tijd van het jaar.
Losjka overwintert elk jaar langs de Atlantische kust in het noordwesten van Spanje en het is altijd bang afwachten of hij de winter en de trek overleeft, zeker met al die schietlustigen die hij onderweg kan tegenkomen.
Mogelijk vliegt hij hoog boven de zee, want daar is het veiliger.


Er zaten nog drie andere gekleurringde exemplaren in de eerste lichting aankomers, allemaal oude bekenden en vogels op leeftijd, want de vaste waarden zijn doorgaans de eerste om toe te komen op hun broedplaats.
Losjka stond wat te suffen, allicht om te bekomen van de trekverplaatsing, terwijl er verder nog niet veel activiteit was.
Tegelijkertijd zagen Dirk en zijn Lief voor het eerst twee torenvalken op de kersverse nestbak in hun tuin zitten, die daar door expert Maarten Cuvelier was geplaatst.


Nooit gedacht dat ze er zo snel bij zouden zijn, want ze zagen eerst één dier landen met mogelijk een takje en even later kwam er een tweede bij.
De beestjes werden meteen lastigvallen door drie kraaien, terwijl een kauw eerder al een takje uit de bak kwam halen, wat wijst op voorzichtige bouwwerken.
Valkjes laten zich volgens Maarten Cuvelier niet gemakkelijk afschrikken door kraaien en als er eenmaal eitjes liggen, blijft er altijd een valkje op wacht om ze te beschermen.
Vanuit hun luie zetel hebben ze er nu een televisie bij en Dirk zal de activiteiten meticuleus op de hoogte houden, hoewel valken momenteel nog in de exploratiefase zitten.
Dit succes bewijst nogmaals dat natuurvriendelijk tuinieren een zegen kan zijn voor onze biodiversiteit en hopelijk inspireert dit anderen om ook zoiets te proberen.
Op zijn lievelingsnatuurgebied Doelpolder Noord is het ondertussen een weelde van gezang van grutto’s, tureluurs en wulpen, soorten die helaas gedegradeerd zijn tot natuurgebiedsvogels.


Hij zag ook twee kieviten op de akkers voor hun woonst, die vorig jaar zelfs met hun kuikens door de tuin liepen op zoek naar voedsel.



In de hommelweeldevlogen de eerste steenhommels op de wilgenkatjes en verschenen de eerste koolwitjes die als pop overwinteren.


De lente begint tegenwoordig al in de winter en Dirk is er nog niet uit of dat nu goed nieuws is of niet.
Op 31 maart volgde de grote ontknoping na meer dan tien jaar waarnemingen en de ontwikkeling van een vorm van vriendschap.
Eindelijk is zeker dat Losjka een mannetje is, nadat Dirk een paring zag die het vermoeden bevestigde.


We gaan er vanuit dat bij lepelaars altijd de mannetjes op de vrouwtjes kruipen, al is dat natuurlijk nooit honderd procent zeker.
Er ging een prachtig voorspel aan vooraf waarbij Losjka liefdevol met zijn lepelbek over de pluimen op de rug en in de hals van zijn vrouwtje streek.
Het was opvallend attent en uit vorige jaren herinnert Dirk zich dat Losjka ook heel zorgzaam is voor zijn jongen, een voorbeeld voor ons allen.
Het zijn vooral de vader-lepelaars die overdag het dagwerk van het broeden en de zorg voor de jongen doen, terwijl de moeders de nacht voor hun rekening nemen.
Ronny De Malsche slaagde er met zijn fotokanon eindelijk in een portret van Losjka te maken, ook al ligt de kolonie ver van het observatiepunt.
Ronny maakte ook indrukwekkende beelden van een zeearend die niet al te hoog over de lepelaarkolonie vloog.


Bijna alle meeuwen gingen krijsend de lucht in, maar de lepelaars bleven uiterst waakzaam staan met de nek gestrekt en beide poten op de grond, klaar om weg te vliegen.
Zeearenden zijn kolossale vogels die bijna altijd voor grote commotie zorgen als ze ergens passeren, ook in de wereld van de vogelaars.
De zeearend laveerde dicht bij de windmolens en volgens Ronny ging het dier op een gegeven ogenblik zelfs binnen bereik van de wieken.
Hoewel windmolens een tol eisen aan vogels en vleermuizen, denkt Dirk dat de voordelen groter zijn dan de nadelen, zeker op zee waar de palen als riffen dienen.
Zowel het aantal windmolens als het aantal zeearenden zit in de lift, waardoor de kans op een botsing toeneemt, maar een vogelpopulatie kan wat verliezen aan.
Dirk beschouwt windmolens dus nog niet als een probleem voor onze natuur, tot bewijs van het tegendeel.


Het is opvallend hoeveel grutto’s en kluten er momenteel in de Waaslandpolder zitten en omdat de gebieden nat genoeg liggen, is de kans op succesvol broeden hoog.
Hoewel Dirk nog geen zwaluwen zag, spotte Ronny al boeren- en oeverzwaluwen.


Vandaag hoorde Dirk wel de eerste zingende rietzanger van het jaar op exact hetzelfde plekje langs Doelpolder Noord.
Bij het naar huis rijden zag hij plots twee oeverzwaluwen bij een platen muur vol gaten langs de havenweg, waar ze elk jaar broeden vlakbij het drukke verkeer.
Waarom ze net daar broeden en niet in de prachtige zandwanden elders met meer rust, blijft een raadsel dat zich in zo'n vogelkopje afspeelt.
Vlak voor vertrek werd Dirk aangesproken door een Oekraïense vrachtwagenchauffeur die door zijn telescoop naar de lepelaars wilde kijken.
Het was een moeilijke conversatie zonder Engels of Frans, maar Dirk probeerde uit te leggen dat de vogel Losjka heet, wat Oekraïens is voor lepel.
De man begreep het niet en Dirk kon geen Google Translate meer gebruiken voor de chauffeur met een weemoedige blik in zijn ogen weer weg was.
Dirk kan woest worden van de gekken die oorlog voeren en de vele ongewilde slachtoffers, want de mensheid zou met haar intelligentie zoiets moois kunnen maken.
GroenRand deelt dit enthousiasme en hoopt op eenzelfde natuurherstel in de Voorkempen, waar de eerste tekenen er al zijn.
Zo zien we de boommarter weer door onze bossen sluipen en laat de mysterieuze nachtzwaluw zich weer horen op de heide.
De wespendief cirkelt boven de kruinen en de bever is bezig aan een opmars in onze beekvalleien.
Ook de boomklever, de zwarte specht en de gekraagde roodstaart vinden hun weg terug, wat bewijst dat robuuste natuur de biodiversiteit herstelt.
Net als de rietzanger die elk jaar op dezelfde plek terugkeert, blijft GroenRand werken aan een landschap waar mens en natuur harmonieus kunnen samenleven.