donderdag 26 maart 2026

De koninginnenpage: Een majestueuze zomerdroom in het vizier van François Eennaes

De koninginnenpage: een majestueuze zomerdroom gevangen in het vizier van François Eennaes

De Koninginnenpage (Papilio machaon) wordt door nagenoeg elke natuurliefhebber beschouwd als de onbetwiste koningin van de Vlaamse vlinderwereld en die titel is gebaseerd op een indrukwekkende realiteit.
Hoewel deze gevleugelde parels in het vroege voorjaar nog veilig in hun pop rusten laat de bekende natuurfotograaf François Eennaes ons nu alvast genieten en dromen van de zomer door diep in zijn uitgebreide fotoarchief te duiken.
Eennaes is veel meer dan een toeschouwer met een camera want hij is een van de drijvende krachten achter de natuurvereniging GroenRand die zich inzet voor de Antwerpse Voorkempen.
Deze organisatie vecht onvermoeibaar voor het behoud en vooral het structureel verbinden van de resterende natuurgebieden tot een aaneengesloten ecologisch netwerk.
Voor François Eennaes is natuurfotografie een essentieel instrument voor natuurbehoud omdat zijn beelden de fragiele schoonheid van lokale soorten zichtbaar maken voor het grote publiek.
GroenRand streeft naar een robuust landschap waarin natuurgebieden weer één vloeiend en veerkrachtig geheel vormen voor mens en dier.


Door de focus te leggen op een iconische soort als de Koninginnenpage toont Eennaes aan dat dergelijke natuurlijke corridors van levensbelang zijn voor de genetische uitwisseling en overleving van onze biodiversiteit.
Wat de Koninginnenpage zo bijzonder maakt is in de eerste plaats zijn fabelachtige verschijning die hem onderscheidt van alle andere dagvlinders in onze regio.
Met een spanwijdte die kan oplopen tot wel 8,5 centimeter is het een van de allergrootste en meest spectaculaire verschijningen in het Vlaamse luchtruim.
De vleugels vertonen een exotisch patroon van zachtgeel met diepzwarte lijnen en een opvallende brede blauwe band aan de achterzijde die doet denken aan verre tropische oorden.
De karakteristieke staartjes aan de achtervleugels geven de vlinder een elegante en bijna aristocratische aanblik die bijdraagt aan zijn koninklijke status.
Deze staartjes zijn echter niet enkel decoratief maar maken deel uit van een vernuftig overlevingsplan om belagers zoals vogels en hagedissen te misleiden.
Samen met de opvallende rode oogvlekken op de achtervleugels bootsen ze een vals hoofd na aan de achterkant van het lichaam waardoor de vijand in de verkeerde richting aanvalt.


Wanneer een roofdier de aanval inzet richt deze zich vaak op dit valse hoofd waardoor de vlinder met enkel een kleine hap uit de vleugelrand kan ontsnappen.
De levenscyclus van de Koninginnenpage is een wonderbaarlijk proces van transformatie en instinctief overlevingsgedrag dat zich over meerdere maanden uitstrekt.
Een enkel vrouwtje kan gedurende haar korte leven tot wel 500 eitjes leggen die ze met uiterste precisie afzet op de jonge toppen van geschikte waardplanten.
Zodra de jonge rups uit het eitje kruipt hanteert ze een meesterlijke vorm van camouflage door sprekend op een vogelpoepje te lijken om niet op te vallen.
Dit onsmakelijke uiterlijk zorgt ervoor dat hongerige vogels haar straal negeren tijdens de eerste uiterst kwetsbare levensdagen van haar bestaan.
Naarmate de rups groeit en meerdere malen vervelt verandert ze in een schitterend dik exemplaar met gifgroene segmenten en zwarte dwarsbanden vol oranje stippen.
Ondanks deze felle waarschuwingskleuren blijft de rups kwetsbaar voor aanvallers zoals wantsen mieren en gespecialiseerde sluipwespen die hun eitjes in de rups leggen.
Daarom beschikt de rups over een spectaculair verdedigingswapen genaamd het osmeterium dat ze bij onraad plotseling uitklapt als een dreigend signaal.
Dit is een feloranje gevorkt orgaan dat achter de kop verschijnt en een doordringende onaangename geur van rotte ananas en terpentijn verspreidt in de directe omgeving.


Hoewel vogels hier minder gevoelig voor zijn schrikt de intense stank veel kleinere insecten en predatoren onmiddellijk af zodat de rups ongestoord kan verder eten.
In Vlaanderen komt de Koninginnenpage bijna overal voor hoewel de populatiedichtheid in sommige delen van West-Vlaanderen traditioneel iets lager ligt dan in de rest van het land.
De vlinder is een behendige en sterke zwerver die in warme zomers enorme afstanden aflegt op zoek naar nieuwe bloemrijke graslanden en bermen.
Een fascinerend en uniek fenomeen bij deze soort is het zogenaamde hill-topping gedrag dat de mannetjes vertonen tijdens de paringstijd.


Op zonnige middagen verzamelen de mannetjes zich op de allerhoogste punten in het landschap zoals heuveltoppen duinen dijken of zelfs hoge historische gebouwen.
Daar voeren ze een soort territoriaal luchtballet uit en patrouilleren ze om elk voorbijvliegend vrouwtje onmiddellijk op te merken en te verleiden.
Dit instinctieve gedrag stelt individuen uit versnipperde populaties in staat om elkaar over grote afstanden toch te vinden voor de noodzakelijke voortplanting.
De Koninginnenpage vliegt doorgaans in twee generaties per jaar waarbij de eerste groep te zien is van mei tot juni en de tweede van juli tot september.
In uitzonderlijk warme jaren zien we soms een kleine derde generatie in oktober die echter vaak de verpopping niet tijdig kan voltooien voor de eerste vorst.
De winter wordt doorgebracht als pop die stevig met een zijden gordel is vastgemaakt aan een plantenstengel laag bij de grond of op een andere beschutte plek.
De poppen bezitten het unieke vermogen om hun kleur aan te passen aan de directe omgeving waarin ze zich bevinden voor optimale onzichtbaarheid.
In een verdorde en bruine vegetatie zal de pop bruin kleuren terwijl een pop tussen fris groen blad zelf ook volledig groen blijft gedurende de winter.
Deze passieve vorm van camouflage is essentieel om de maandenlange rustperiode ongeschonden door te komen zonder opgemerkt te worden door hongerige muizen.
Wanneer de vlinder uiteindelijk uit de pop sluipt moet hij eerst zijn vleugels oppompen met bloedvloeistof voordat hij aan zijn eerste vlucht kan beginnen.
In het wild leeft een volwassen vlinder gemiddeld slechts 14 tot 22 dagen waarin hij zich volledig focust op het vinden van een partner.
De Koninginnenpage is een zeer snelle vlieger die snelheden kan bereiken die veel hoger liggen dan die van de gemiddelde tuinbutterfly in onze streken.
Wie deze majestueuze verschijning naar de eigen tuin wil lokken kan dat relatief eenvoudig realiseren door de juiste biologische biotoop te creëren.
Voor de hongerige rupsen zijn schermbloemigen zoals wilde peen dille pastinaak engelwortel en bevernel van onschatbaar belang voor de groei.
Vooral de bronzen venkel is in veel Vlaamse moestuinen een absolute magneet voor de eitjes van deze koninklijke vlinder vanwege de sterke geur.
Volwassen pages hebben een enorme behoefte aan nectar om hun energieke vluchten vol te houden en bezoeken graag de vlinderstruik en verschillende distels.
Ook planten zoals klaversoorten slangenkruid en de bekende ijzerhard zijn zeer geliefd bij deze vlinders vanwege het hoge suikergehalte in de bloemen.
Door geen chemische pesticiden te gebruiken en een deel van de tuin bewust wild te laten groeien creëert elke tuinier een cruciale stapsteen.
Elke ecologisch beheerde tuin vormt een onderdeel van de groene corridors die GroenRand zo vurig promoot om de versnippering van onze natuur tegen te gaan.
Dankzij de bezieling en het onnavolgbare beeldmateriaal van mensen als François Eennaes blijft de bewondering voor deze gevleugelde juwelen springlevend bij jong en oud.


De Koninginnenpage herinnert ons eraan dat extreme schoonheid en grote kwetsbaarheid vaak hand in hand gaan in onze eigen lokale Vlaamse natuur.
Het behoud van deze iconische soort vraagt om een grensoverschrijdende visie op natuurbeheer waarbij elk bloemrijk hoekje in het landschap telt.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de Koninginnenpage profiteert van de opwarming van het klimaat waardoor hij zijn leefgebied steeds verder naar het noorden uitbreidt.
Toch blijft hij afhankelijk van specifieke microklimaten en de aanwezigheid van voldoende waardplanten die niet door overbemesting uit het landschap verdwijnen.
Zodra de eerste warme zonnestralen in de lente de aarde opwarmen loont het de moeite om de schermbloemigen in de gaten te houden voor de terugkeer.
De Koninginnenpage is niet alleen een lust voor het oog maar ook een belangrijke indicator voor de algemene gezondheid van onze lokale biodiversiteit.
Laten we daarom samen met GroenRand bouwen aan een wereld waarin deze koninklijke vlinder nog vele generaties lang over onze Vlaamse velden kan zweven.

De paling als symbool voor natuurherstel volgens GroenRand

De paling als krachtig symbool voor natuurherstel volgens GroenRand

In de modderige bodems van onze Vlaamse beken en de verre stromingen van de diepe oceaan voltrekt zich een drama dat bijna niemand ziet.
Terwijl we boven water terecht vechten voor de ijsbeer en het Amazonewoud, sterft onder de waterspiegel een prachtig symbool van onze eigen natuur in sneltempo uit.

De paling is volgens burgerbeweging GroenRand een cruciale schakel voor de terugkeer van de otter en daarmee hét ultieme symbool voor natuurherstel in onze regio.
Migrerende vissen zoals de paling sterven momenteel schrikbarend snel uit, aangezien ruim 80 procent van de populaties wereldwijd is verdwenen sinds de jaren 70.
Wetenschappers slaan nu echt keihard alarm in een nieuw VN-rapport van de Convention on the Conservation of Migratory Species of Wild Animals (CMS).
Dit rapport brengt specifiek de impact van habitatverlies en klimaatverandering op migrerende vissen in kaart en de resultaten zijn ronduit verontrustend.

Sinds 1970 is volgens de data van de VN circa 81 procent van de migrerende populaties in zoet water verdwenen en maar liefst 97 procent van de soorten op de CMS-lijst wordt met uitsterven bedreigd.
Onder de slachtoffers bevinden zich niet alleen de paling, maar ook de rivierprik, de zalm, de forel en de meerval.
Hoewel de Europese paling de status ‘kritiek bedreigd’ heeft op de internationale Rode Lijst, is de commerciële handel in Vlaanderen wettelijk niet verboden.
De vis mag nog steeds worden verkocht in de handel en de horeca, mits deze binnen de Europese Unie is gevangen of gekweekt.


Sinds 2010 geldt er wel een strikt exportverbod naar landen buiten de EU om de illegale smokkel van glasaal naar Azië tegen te gaan.
In Vlaanderen zelf is de commerciële vangst op de binnenwateren inmiddels nagenoeg onbestaand door de jarenlange achteruitgang.
Voor recreatieve vissers gelden bovendien zeer strenge meeneembeperkingen om de resterende populaties te ontzien.
Toch wordt de consumptie van lokaal gevangen wilde paling sterk ontraden vanwege de extreem hoge concentraties vervuilende stoffen in de vis.
Recente data van de Vlaamse Milieumaatschappij tonen aan dat chemische vervuiling zoals PFAS en PCB's de hormoonhuishouding van de paling volledig in de war stuurt.
Deze giftige stoffen vormen ook een direct gevaar voor de otter, die door het eten van paling grote hoeveelheden vervuiling in zijn eigen lichaam ophoopt.
Het gaat simpelweg niet goed met het wereldwijde visbestand door een cocktail van overbevissing, vervuiling en menselijke barrières.


Barrières zoals dammen of sluizen blokkeren de doorgang van vissen naar hun noodzakelijke leefgebied en hun natuurlijke paaigronden.
Migrerende vissen zijn extra kwetsbaar voor menselijke invloed, omdat ze tijdens hun levenscyclus een gigantisch gebied moeten doorkruisen.
Andere vissoorten leven in een duidelijk afgebakend gebied en stellen daardoor minder hoge eisen aan hun directe omgeving.
Het leefgebied van trekvissen is daarentegen enorm uitgestrekt en stopt niet bij landsgrenzen, wat een grootschalige en gecoördineerde aanpak vereist.
De paling zit in nauwe schoentjes, want volgens het CMS verdwijnen deze trekvissen — ook wel diadrome vissen genoemd — momenteel razendsnel.
Om beleidsmakers eindelijk wakker te schudden, stelt de organisatie lijsten op met diersoorten die dringend extra bescherming verdienen.
Er stonden al 24 vissen op dat zorgwekkende lijstje, maar het CMS nomineert in zijn nieuwe rapport maar liefst 325 extra kandidaten.
Net als trekvogels die op zoek gaan naar een beter klimaat om voedsel te vinden, handelen diadrome vissen uit puur evolutionair opportunisme.
Vissen zoeken constant naar de allerbeste omstandigheden om in op te groeien en leggen hun eitjes bij voorkeur op een beschutte plek.
Vervolgens hebben de volwassen dieren veel meer voedsel nodig en moeten ze verhuizen om hun overlevingskansen te vergroten.


Door te migreren combineren ze het beste van twee werelden, maar de paling maakt een unieke en bijna ongelooflijke omgekeerde trekbeweging.
De paling leeft het grootste deel van zijn leven in ons zoet water, maar plant zich voort in de Sargassozee aan de oostkust van de VS.
Dat is een tocht van 6.000 kilometer door de verraderlijke oceaan waarbij de paling enorme fysieke beproevingen moet doorstaan.
Ooit was paling in het groen een echt volksgerecht, omdat de vis in bijna elke sloot of beek van de Voorkempen te vinden was.
Tegenwoordig is het een zeldzame delicatesse geworden en dat heeft een direct effect op de prijs voor de consument.
Een kilo verse paling kost vandaag de dag vlot meer dan 40 euro, wat voor veel mensen onbetaalbaar is geworden.
Van de jonge palingen — de zogenaamde glasaaltjes — die een halve eeuw geleden in de Noordzee voorkwamen, schiet er slechts 0,4 tot 1,1 procent over.
De aanwezigheid van de paling in de Antitankgracht en de Durme is een fascinerend maar tegelijk zeer zorgwekkend verhaal.
Hoewel deze iconische vissoort in beide waterlopen nog net voorkomt, is hun overleving onlosmakelijk verbonden met de Schelde.
De Schelde fungeert als een cruciale levensader die de glasaal vanuit de immense oceaan naar onze Vlaamse binnenwateren loodst.
Palingen bereiken de Durme op een natuurlijke wijze via de getijdenstroming bij Tielrode, wat nog steeds een prachtig natuurfenomeen is.
De Antitankgracht bereiken ze daarentegen via een complex systeem van sluizen en watergangen bij Berendrecht en Stabroek.
De Antitankgracht vormt hierbij een kunstmatige maar vitale verbinding tussen de Schelde en het Albertkanaal bij Oelegem.
Omdat de gracht als een halve cirkel rond Antwerpen loopt, fungeert hij vandaag als een unieke en onmisbare ecologische verbindingszone.
Palingen kunnen de gracht als een soort onderwater-snelweg gebruiken om dieper het binnenland van de Voorkempen in te trekken.
De vele sluizen en stuwen die het waterpeil regelen vormen fysieke barrières, al laten ze via het versluizen toch enige migratie toe.
De dramatische wereldwijde achteruitgang laat diepe sporen na in de lokale natuur van de Durmevallei en de Antitankgracht.
De paling is een cruciale energiebron voor toppredatoren zoals de otter en de zeldzame, mysterieuze roerdomp.
De rijke geschiedenis van de palingvisserij in de Schelderegio onderstreept de diepe culturele wortels van deze vissoort in onze dorpen.


Eeuwenlang was de Schelde het kloppende hart van de commerciële palingvangst, met bloeiende centra in Berlare, Mariekerke en Baasrode.
Historische bronnen beschrijven hoe moedige vissers ’s nachts de rivieren opgingen met kruisnetten en korven om de vis te verschalken.
Deze ambachtelijke visserij was zo verweven met de lokale identiteit dat hele dorpen er hun bestaansrecht aan ontleenden.
De introductie van de wet op de stroperij in 1974 maakte echter een abrupt einde aan de traditionele netvisserij langs onze rivieren.
Vandaag herinneren enkel nog de nostalgische verhalen van de laatste vissers en de vele palingrestaurants aan deze glorietijd.
Het verdwijnen van de paling is dan ook niet alleen een ecologische ramp, maar ook een pijnlijk verlies van onze collectieve geschiedenis.


Om het tij te keren, wordt er binnen projecten zoals het Sigmaplan en door de Vlaamse Milieumaatschappij hard gewerkt aan herstel.
Door de aanleg van visvriendelijke sluizen en het ruimen van vervuild slib probeert men de vrije doorgang vanuit de Schelde te garanderen.
Deze strijd voor een open verbinding beperkt zich echter niet tot onze regio, want de wereldwijde roep om herstel klinkt luider dan ooit.
De Braziliaanse regering laat er bijvoorbeeld geen gras over groeien en lanceert een tienjarig actieplan om meervallen in de Amazone te beschermen.
Dichter bij huis worden creatieve methodes ingezet, zoals de visdeurbel in Utrecht waar mensen via een livestream de vissen door de sluis kunnen helpen.
Hoewel dit een ludieke actie is om de onzichtbare onderwaterwereld tastbaar te maken, zijn er serieuze twijfels over het praktische nut voor een duurzaam herstel.
De meeste vissoorten migreren namelijk liever ‘s nachts om roofdieren te slim af te zijn, waardoor de camera vaak weinig toont.
Een veel beter en bewezen hulpmiddel zijn de vistrappen die hoogteverschillen stapsgewijs overbruggen in sprongen van enkele centimeters.
Mensen passen waterlopen aan om ze zo vlak mogelijk te krijgen voor de scheepvaart, waardoor sluizen plotselinge hoogteverschillen creëren.
Vistrappen bestaan in veel vormen en formaten en bieden een uitweg door dat hoogteverschil in kleine stapjes op te delen.
Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek test momenteel met zenders welke vistrap het allerbeste werkt voor onze inheemse soorten.
GroenRand zet met het Greenconnect-project volop in op de verbinding van gebieden zoals de Antitankgracht met de omliggende valleien.
De burgerbeweging pleit vurig voor de aanleg van wildpassages en de sanering van waterbodems om de otter een veilige weg te bieden.

Het uiteindelijke doel is om de Antitankgracht te transformeren tot een robuuste natuurcorridor waar de biodiversiteit weer echt kan floreren.
Alleen door al deze barrières resoluut weg te nemen, kan de paling een toekomst behouden in de Antitankgracht en de prachtige Durmevallei.
De paling negeert landsgrenzen en dwingt ons tot een gecoördineerde aanpak op grote schaal om dit unieke ecosysteem te redden.
Als we niet nu ingrijpen, verliest niet alleen de otter zijn diner, maar verliest onze hele regio een onvervangbaar stuk natuurlijke geschiedenis.
Het project Otter over de grens, dat GroenRand actief ondersteunt, investeert inmiddels miljoenen euro's om het leefgebied in de grensregio met Nederland te verbeteren..
De tijd dringt onverbiddelijk voor de paling en zijn habitat, want een vis die niet kan trekken is uiteindelijk een vis zonder toekomst.
Het herstel van deze glibberige wereldreiziger is volgens GroenRand geen luxe, maar een bittere noodzaak voor een levend en gezond landschap.
Door de paling centraal te stellen in het natuurbeleid, beschermen we indirect ook talloze andere soorten die afhankelijk zijn van gezonde wateren.
Van de verre Sargassozee tot de kleinste sloot in de Voorkempen moet de levenscirkel weer helemaal rond worden voor de paling.
Dit vraagt om politieke moed, grensoverschrijdende samenwerking en een fundamentele herwaardering van onze rijke onderwaternatuur.
De otter wacht ongeduldig op zijn maaltijd, de rivier wacht op zijn bewoners en wij wachten op een toekomst vol overvloed.
Iedere vistrap die geplaatst wordt en iedere sluis die visvriendelijk wordt gemaakt, brengt ons een grote stap dichter bij dat mooie doel.
Het verhaal van de paling is eigenlijk het verhaal van onze eigen relatie met de natuur en we mogen dit hoofdstuk nooit laten afsluiten.
Alleen door een integrale aanpak kunnen we de biodiversiteit in onze waterlopen veiligstellen voor alle generaties die na ons komen.
De inzet van GroenRand voor de Antitankgracht is hierbij een lichtend voorbeeld van hoe lokale actie een wereldwijde impact kan hebben.
Elke meter extra leefgebied telt voor de overleving van deze fascinerende diersoort die al miljoenen jaren op onze aarde rondzwemt.
Samen kunnen we de muren in onze rivieren eindelijk afbreken en de weg vrijmaken voor een gezonde en levendige toekomst onder de waterspiegel.

woensdag 25 maart 2026

De Vlaamse patrijs op de intensive care: GroenRand en de strijd om de ‘driepotige stoel’

De Vlaamse patrijs op de intensive care: GroenRand en het gevecht om de ‘driepotige stoel’


Wie tegenwoordig door de Vlaamse velden wandelt, moet veel geluk hebben om nog het karakteristieke en schrapende ‘kirr-ik’ van de patrijs te horen.
De patrijs is een van de sterkst afnemende akkervogelsoorten in heel Europa en helaas vormt Vlaanderen geen uitzondering op deze zorgwekkende trend.
Waar de vogel vroeger een vast onderdeel was van ons landbouwlandschap, is hij nu een zeldzame verschijning geworden die vecht tegen de bierkaai.
Een nieuwe en grootschalige studie van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) bevestigt de ernst van de situatie en de patrijs bevindt zich in de gevarenzone.
De overlevingskansen zijn schrikbarend laag, maar het onderzoek biedt ook een helder medisch dossier en een concreet reddingsplan voor deze icoon van het platteland.


Dit dossier is echter ook het brandpunt geworden van een pittig debat tussen jagers en natuurverenigingen zoals GroenRand.
In de begindagen van de achteruitgang lagen vooral een afname van de kuikenoverleving en het verlies van geschikt broedhabitat aan de basis van de krimpende populatie.
Recenter dragen echter ook verschillende andere factoren bij aan de daling, wat de noodzaak voor een modern en gedetailleerd onderzoek versterkte.
De studie had twee duidelijke doelstellingen, namelijk nagaan welke factoren momenteel het meest bijdragen aan de achteruitgang en bepalen op welke punten het beheer zich moet richten.
Om dit te onderzoeken, maakten de wetenschappers eerst schattingen van de verschillende populatiekarakteristieken via een geavanceerd populatiemodel.
Dit model brengt alle verschillende fases van de levenscyclus van de patrijs in rekening om de relatieve impact van elke factor nauwkeurig te evalueren.
Om de vereiste parameters te kunnen schatten, rustten onderzoekers tussen 2022 en 2024 een groot aantal patrijzen uit met een zender.


Dit gebeurde in drie specifieke studiegebieden in Vlaanderen, waarbij nauw werd samengewerkt met de lokale wildbeheereenheden (WBE’s).
De finale dataset bestond uit 126 gezenderde dieren, verdeeld over 67 hanen en 59 hennen, die wekelijks werden opgevolgd door het onderzoeksteam.
Interessant is dat de onderzoekers van 15 hennen zelfs over gegevens van een tweede opeenvolgend broedseizoen konden beschikken voor hun analyses.
De resultaten van dit intensieve speurwerk zijn onthutsend, want de jaarlijkse overleving van patrijzenhennen bedraagt amper 35 procent.
Op basis van alle verzamelde parameters schatten de onderzoekers de populatiegroeisnelheid voor de drie onderzochte gebieden op een schamele 0,77.
Aangezien elke waarde lager dan 1 duidt op een krimpende populatie, bevestigt dit cijfer de dramatische daling die ook via algemene monitoring in heel Vlaanderen wordt vastgesteld.


Het hart van de problematiek laat zich omschrijven aan de hand van de ‘driepotige stoel’, een concept van de Game & Wildlife Conservation Trust (GWCT).
Deze theorie stelt dat moderne landbouw en predatie vaak alle drie de poten van die stoel beïnvloeden of één poot zo hard raken dat de hele populatie wankelt.
Aan de hand van een elasticiteitsanalyse deelden de onderzoekers de verschillende modelparameters op in drie groepen op basis van hun impact op de groei.
De groep met de hoogste impact heeft volledig betrekking op de overleving van de hen vanaf de start van het jachtseizoen tot het broeden van het eerste legsel.
Hieronder vallen de jachtmortaliteit, andere sterfte tijdens het jachtseizoen, de algemene winteroverleving en de overleving tijdens het broeden van dat cruciale eerste legsel.
Parameters met een gemiddelde impact zijn specifiek gerelateerd aan het succes van dit eerste legsel, wat het belang van een ongestoorde broedperiode onderstreept.
De derde groep, die slechts een geringe impact heeft op de groeisnelheid, heeft betrekking op het tweede legsel en hennen die uiteindelijk niet overgaan tot broeden.
Vervolgens gingen de onderzoekers na in welke mate de verbetering van een of meerdere parameters zou resulteren in een herstel van de populatie.
Beheermaatregelen focussen bij voorkeur op de parameters met de meeste impact, rekening houdend met de huidige schattingen van de verschillende variabelen.
Bij twee parameters leidt het verhogen van slechts één van beide theoretisch al tot een stabiele populatie boven de kritieke grenswaarde van één.
Het gaat hierbij om de overleving van de hen tijdens het leggen en broeden van het eerste legsel en de uiteindelijke kuikenoverleving.
De overige parameters moeten echter gecombineerd worden om een gelijkaardig positief resultaat voor de patrijzenstand te kunnen behalen.


Hoewel het theoretisch mogelijk is, achten de wetenschappers het weinig realistisch dat het verbeteren van slechts één parameter zal resulteren in een stabiele populatie.
Daarom luidt het dringende advies om in functie van populatieherstel meerdere modelparameters simultaan en met kracht te verhogen.
Dit kan worden gerealiseerd door de overleving van de hen tijdens de leg- en broedfase van het eerste legsel te verhogen en het reproductiesucces te verbeteren.
Een toename van zowel het nestsucces als de kuikenoverleving is daarbij essentieel om de neerwaartse spiraal van 0,77 eindelijk te doorbreken.
Dergelijke demografische verbeteringen moeten worden ondersteund door gerichte beheermaatregelen, waaronder effectief predatiebeheer en verbetering van nest- en kuikenhabitat.
Ook de afstemming van het maaibeheer op de broedperiode is een cruciale factor om de overlevingskansen van de jonge vogels drastisch te vergroten.
In gebieden waar deze maatregelen intensief worden toegepast, kan bovendien een tijdelijke opschorting van de jacht worden overwogen.
Dit zou helpen om de totale sterfte verder te beperken en de kans op een succesvol populatieherstel op korte termijn aanzienlijk te vergroten.
Predatie blijkt de absolute hoofdoorzaak van de sterfte en maar liefst 71 dieren of 64 procent van de gezenderde vogels werd gepredeerd door roofdieren.
Vooral het broedseizoen is een hachelijke tijd, want in deze fase is predatie door zowel zoogdieren als roofvogels verantwoordelijk voor 76 procent van de sterfgevallen bij hennen.
De onderzoekers pleiten voor een multisoortenstrategie omdat meerdere predatoren gezamenlijk bijdragen aan de enorme predatiedruk op de resterende patrijzen.
Naast de druk van de natuur speelt ook de inrichting van het landschap de patrijs parten, aangezien het nestsucces van het eerste legsel slechts 40 procent bedraagt.
Een cruciale oorzaak van mislukte nesten is de timing van het maaien in bermen, waterlopen en akkerranden waar de vogels bij gebrek aan beter hun eieren leggen.
De piek van het uitkomen van de eieren ligt tussen 21 en 28 juni, precies wanneer de maaimachines op volle toeren draaien en de legsels vernietigen.
De onderzoekers adviseren daarom om het maaien uit te stellen tot minstens 15 juli of bij voorkeur tot 1 augustus om de jongen een kans te geven.
Dit is waar de visie van GroenRand de arena betreedt met een duidelijke eis voor een onmiddellijk en volledig verbod op de jacht op de patrijs.
GroenRand vindt het moreel onbegrijpelijk dat er nog steeds geschoten mag worden op een soort die officieel als ‘kwetsbaar’ op de Rode Lijst te boek staat.
Zij beschouwen de patrijs als een ‘paraplusoort’ en stellen dat als deze vogel verdwijnt, dit het bewijs is van een instortend ecosysteem in ons boerenland.
De vereniging hamert op fundamenteel habitatherstel via de Europese Natuurherstelwet in plaats van wat zij zien als symptoombestrijding door het doden van roofdieren.
Aan de andere kant van het debat staat de Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV), de grootste belangenvereniging voor jagers in Vlaanderen.
HVV is de enige professionele organisatie die ruim tweederde van de Vlaamse jagers vertegenwoordigt en fungeert als officiële gesprekspartner voor de overheid.
Hun werking steunt op pijlers zoals belangenbehartiging, juridische ondersteuning van wildbeheereenheden en het wetenschappelijk onderbouwen van faunabeheer.
HVV vraagt op basis van de studie om ruimere bejagingsmogelijkheden voor predatorcontrole, zoals nachtjacht en bouwjacht op de vos buiten de schoontijd.
Zij pleiten ook voor de opening van de jacht op de steenmarter en de opname van de zwarte kraai en ekster in artikel 3 van het jachtdecreet.


Bovendien vraagt de jagersvereniging om een werkbare regeling voor de jacht op de verwilderde kat en een jachtopeningstijd op kraaiachtigen.
Toch bevat de studie een nuchtere vaststelling, want het enkel stopzetten van de bejaging zal de verdere daling van de populatie niet voorkomen.
Ervaringen in Nederland, Zwitserland en Luxemburg tonen aan dat de populatie bleef afnemen na het invoeren van een jachtverbod, wat de nood aan actief beheer onderstreept.


Er wordt ook gepleit voor een verruiming van de perimeter waarbinnen landbouwers beheerovereenkomsten met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) kunnen afsluiten.
Deze overeenkomsten zijn essentieel voor het creëren van specifiek nest- en kuikenhabitat, wat direct bijdraagt aan de stabiliteit van de drie poten van de stoel.
Een maaiverbod in deze beheerovereenkomsten en langs wegen en waterlopen tot 1 augustus is volgens HVV een noodzakelijke maatregel voor behoud.
Alleen door deze drie pijlers integraal aan te pakken kan de populatiegroei weer positief worden en de vogel een duurzame toekomst krijgen.
De strijd om de patrijs is daarmee meer dan een ecologische kwestie en het is een symbooldossier geworden voor de botsende visies op natuurbeheer in Vlaanderen.
Of men nu de visie van de jagerij volgt of die van GroenRand, de wetenschappelijke feiten liegen niet om de precaire toestand van de vogel.
De tijd dringt voor deze akkerbewoner en een geïntegreerde aanpak is volgens de onderzoekers de enige weg naar een duurzame populatie.
Het verhogen van de overleving van de hen gedurende het broedseizoen vormt samen met het nestsucces de belangrijkste pijler voor dit herstel.


Ook biotoopbeheer om het nesthabitat te verbeteren is in deze fase cruciaal om de hen en haar legsels beter te bescherming tegen invloeden van buitenaf.
Als de neuzen niet dezelfde kant op gaan staan, dreigt het kenmerkende geluid van de patrijs definitief van het Vlaamse platteland te verdwijnen.
Het herstellen van de ‘driepotige stoel’ is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van landbouwers, jagers en natuurbeschermers die geen uitstel meer duldt.
Uiteindelijk is de patrijs een symbool geworden van de keuze die we maken voor de toekomst van onze eigen leefomgeving en de natuur die ons rest.
De roep van de patrijs mag niet verworden tot een echo uit het verleden, maar moet een drijfveer zijn voor een hernieuwd en daadkrachtig natuurbeleid in Vlaanderen.
Studies en praktijkvoorbeelden uit het Verenigd Koninkrijk laten zien dat patrijzenbescherming en moderne landbouw verenigbaar zijn wanneer de theorie van de stoel wordt toegepast.
De resultaten van de nieuwe INBO-studie maken opnieuw duidelijk dat de patrijs voor haar voortbestaan afhankelijk is van zeer actief en doelgericht beheer.
HVV onderschrijft deze theorie van de GWCT al jaren en vraagt om actie om de dalende trend van 0,77 eindelijk weer boven de grens van 1 te krijgen.
Dit artikel biedt een volledig overzicht van de factoren die de patrijs op de rand van de afgrond hebben gebracht en de mogelijke wegen naar herstel.
De onderzoekers benadrukken dat beheermaatregelen in de eerste plaats moeten focussen op de overleving van de hen, het nestsucces en de kuikenoverleving.
Deze factoren hebben de grootste impact op de populatiegroei en moeten voor een maximaal effect gelijktijdig worden aangepakt door alle betrokken partijen.
Biotoopbeheer is hierbij essentieel om het nesthabitat te verbeteren en de hennen en hun legsels een veilige plek te bieden in het veranderende landschap.
HVV zet daarnaast in op technologische innovatie zoals drones met warmtecamera's om maaislachtoffers te beperken en zo de overleving van jonge vogels te verhogen.
De patrijs blijft een zorgenkindje maar met de juiste, wetenschappelijk onderbouwde maatregelen is er nog hoop op een herstel in de Vlaamse velden.
Het is aan de beleidsmakers om nu de juiste perimeter voor beheerovereenkomsten vast te leggen en de nodige middelen voor habitatcreatie vrij te maken.
Samen kunnen we ervoor zorgen dat de driepotige stoel van de patrijs weer stevig staat en de soort niet langer op de intensive care hoeft te verblijven.

400 illegaal gevangen zangvogels in beslag en de vogelwereld van GroenRand

400 illegaal gevangen zangvogels zijn in beslag genomen, een flinke gebeurtenis voor de vogelwereld van GroenRand


Wanneer de vroege ochtendzon boven de Voorkempen klimt en de dauw nog op het gras van de Antitankgracht glinstert, ontwaakt er een wereld vol gefluit, getik en gekwetter.
Voor veel wandelaars is dit een heerlijk achtergrondkoor, maar voor de vrijwilligers van natuurvereniging GroenRand is het de start van een boeiende missie.
Met hun eigen reportagereeks Vogels van A tot Z brengen ze deze gevleugelde buren op een aanstekelijke manier in kaart.
Het project is uitgegroeid tot een indrukwekkend digitaal archief dat niet alleen soorten registreert, maar ook de passie voor de lokale natuur aanwakkert.
Het idee achter de reeks is even simpel als doeltreffend.


In plaats van droge feiten uit een stoffige gids, krijgt de lezer een inkijkje in de levens van vogels die hier in de regio ook echt in de achtertuin of het lokale bos voorkomen.
Het is een mix van interessante weetjes en pure bewondering.
Op de website van de vereniging vloeien tekst en beeld naadloos in elkaar over, mede dankzij de prachtige foto’s van een bevlogen groep natuurfotografen.
Namen als Frank Vermeiren, François Eennaes, Wim Verschraegen en Ingrid Boumans slagen erin om soorten die we normaal nauwelijks opmerken haarscherp en vol karakter vast te leggen.


Denk aan de boomkruiper, die als een volleerd muisje in spiraalvorm tegen boomstammen op rent, of de mysterieuze draaihals, die met zijn perfecte schutkleur bijna onzichtbaar is tegen een berkenschors.


Je leert als lezer niet alleen hoe een vogel eruitziet, maar ook waarom juist onze regio met zijn specifieke heide- en bosrelicten zo cruciaal is voor hun voortbestaan.
Deze reportages zijn echter meer dan alleen een plezier om te lezen.
Ze vormen de ruggengraat van een veel groter plan.

GroenRand droomt van de realisatie van een klimaatgordel, een aaneengesloten groen lint dat versnipperde natuurgebieden weer met elkaar verbindt.
Voor vogels is zo’n gordel een absolute zegen.
Het fungeert als hun snelweg, supermarkt en kraamkliniek in één.
Zonder deze verbindingen raken populaties geïsoleerd en kwetsbaar.
Elke nieuwe aflevering in de alfabetische reeks laat zien dat een gezonde, verbonden leefomgeving geen luxe is, maar een absolute noodzaak voor de fauna in de Voorkempen.
Het gaat om het herstellen van de natuurlijke dynamiek in een landschap dat door de jaren heen steeds verder versnipperd is geraakt door wegen en bebouwing.
Toch is het niet alleen maar positief nieuws in de vogelwereld.
De noodzaak om onze vogels te beschermen werd onlangs pijnlijk duidelijk door een golf van verontwaardiging in de regio.
Het Agentschap Natuur en Bos nam de afgelopen maanden op verschillende plekken bijna 400 illegaal gevangen zangvogels in beslag.
Het is bijna niet te bevatten dat er in deze tijd nog steeds mensen zijn die beschermde Europese vogels uit de natuur roven voor illegale handel.
Deze praktijken herinneren ons eraan dat natuurbehoud niet alleen gaat over het planten van bomen, maar ook over actieve handhaving en het beschermen van individuele levens.
De lijst met onderschepte vogels was onthutsend lang en geeft een triest beeld van de omvang van deze handel.


Er zaten meer dan honderd putters bij, maar ook kanaries, vinken, mussen en sijzen werden in krappe kooitjes aangetroffen.
Zelfs vertrouwde tuinbezoekers zoals de merel en de zanglijster, die met hun zang onze lentedagen kleur geven, waren niet veilig voor de vogelvangers.
Het gaat soms om redelijk zeldzame soorten die op de zwarte markt erg lucratief blijken.
Zeker een appelvink, kruisbek of geelgors zijn daar enkele honderden euro's per vogel waard.


Het is een schimmige wereld waar verouderde, illegale tradities en financieel gewin belangrijker worden gevonden dan de vrijheid en het welzijn van de natuur.
Meestal werken deze criminelen alleen en gaat het om wat oudere daders die gewoontes van vroeger in stand willen houden.
Het werd vrij snel duidelijk dat de vogels illegaal gevangen waren, omdat ze geen ring of een valse ring droegen.
Een inheemse vogel mag je namelijk alleen als huisdier houden als hij een vaste gesloten pootring draagt met een uniek nummer.
Die ring is precies op maat gemaakt, zodat je die enkel kan omdoen als de vogel nog een klein nestblijvertje is van slechts enkele dagen oud.
Zodra een vogel groter is, krijg je de ring fysiek niet meer over de poot zonder de vogel ernstig te verwonden.
Vogels zonder ring, of met een overduidelijk opengebogen of vervalst exemplaar, worden dus direct als illegaal herkend.
Dit systeem is de belangrijkste barrière tegen de stroperij van volwassen vogels uit de vrije natuur.
De geredde vogels werden opgevangen in een gespecialiseerd natuurhulpcentrum om aan te sterken.
Daar kregen ze de rust, de juiste voeding en de medische zorg die ze nodig hadden om bij te komen van hun traumatische gevangenschap.
De meesten konden na enkele dagen alweer worden vrijgelaten in de vrije natuur.
Vlak voor hun vlucht naar de vrijheid kregen ze nog een officieel wetenschappelijk ringetje om, zodat onderzoekers hun verdere levensloop kunnen blijven volgen.
Dit wetenschappelijke ringwerk is cruciaal voor ons begrip van trekroutes en de overlevingskansen van deze kwetsbare soorten.


Dit soort incidenten bewijst dat de aanpak van GroenRand nodig blijft en dat educatie hand in hand moet gaan met bescherming.
Door mensen via de reportages en de indrukwekkende beelden van hun fotografen te laten zien hoe prachtig een vogel in vrijheid is, groeit het respect voor de gehele leefomgeving.

Vogels worden vrijgelaten door het natuurcentrum

Het Agentschap Natuur en Bos blijft hopen dat deze illegale vangst op termijn uitsterft door harde handhaving en stevige boetes.
Het uiteindelijke doel is dat niemand het meer in zijn hoofd haalt om zo'n vogel in een kooitje te stoppen, simpelweg omdat de waardering voor de levende natuur te groot is geworden.
Een vogel komt immers pas echt tot zijn recht als hij onderdeel is van dat weidse lint van de klimaatgordel, waar hij van A tot Z kan doen waar hij voor gemaakt is: vliegen, zingen en bijdragen aan het ecologische evenwicht.
Wanneer je voortaan door de Voorkempen wandelt en een vogel ziet wegschieten tussen de struiken, is de kans groot dat je hem herkent uit de reeks.


Misschien is het die kleine acrobatische boomkruiper, of een geelgors die vanaf een paaltje zijn kenmerkende liedje laat horen.
Door deze verhalen en beelden te delen, bouwt GroenRand aan een gemeenschap van trotse natuurbeschermers.
Het is die collectieve trots die de drijvende kracht vormt achter de realisatie van de klimaatgordel en een veilige toekomst voor alles wat vliegt en fluit in onze streek.
Want alleen door de natuur een stem en een gezicht te geven, kunnen we haar echt veiligstellen voor de generaties die na ons komen.
Ringen van vogels door natuurcentrum