donderdag 7 mei 2026

GroenRand en de strijd om de educatieve toekomst van de Kalmthoutse Heide

GroenRand en de strijd voor de educatieve toekomst van de Kalmthoutse Heide


In Nationaal park Hoge Kempen zijn vandaag voor het eerst alle Vlaamse en Nederlandse nationale parken in een historische setting samengekomen.
De vertegenwoordigers van de verschillende natuurgebieden hebben daar een hele dag intensief met elkaar overlegd over de toekomst van de natuur in de Lage Landen.
"We hebben allemaal dezelfde uitdagingen", zegt Johan Van Den Bosch, die als gastheer en coördinator van de Hoge Kempen fungeerde.
De coördinatoren van de 4 officieel erkende Vlaamse nationale parken kwamen voor het eerst samen met hun 9 Nederlandse collega's om een gezamenlijk front te vormen.
Samen hebben ze vooral nagedacht over de grote gemeenschappelijke uitdagingen waar de natuurbeheerders vandaag de dag mee te maken krijgen.
"Het viel ons tijdens de gesprekken meteen op dat bijna al die uitdagingen inhoudelijk volledig overeenkomen", vertelt Van Den Bosch over de bevindingen van de dag.
De parken kampen bijvoorbeeld allemaal met structurele afvalproblemen door de toenemende druk van recreanten in de kwetsbare gebieden.


Hetzelfde geldt voor de complexe circulatie van bezoekers in de parken, wat vraagt om een slimme en gedragen aanpak van de bezoekersstromen.
Er werd tijdens de overlegmomenten heel wat gepraat over de recente projecten, zoals het uitzetten van de bizons in het Vlaamse Nationaal Park Bosland.
"Onze Nederlandse collega's hebben dat proces al jaren geleden doorlopen en zij hebben ons daar heel wat over doen bijleren", vertelt Van Den Bosch over de meerwaarde van de bijeenkomst.
Ook voor de delegatie van Nationaal Park Bosland was de ontmoeting in de Hoge Kempen een onverdeeld succes te noemen.


"In Maasduinen hebben ze bijvoorbeeld veel meer ervaring met de werking van gidsen, iets wat wij binnenkort ook op die schaal willen uitwerken", zegt Mieke Bex, manager bij Bosland.
"Het helpt enorm om samen te brainstormen over deze gedeelde thema's, want niet iedereen moet apart het wiel opnieuw uitvinden", aldus Bex.
De Nederlandse beheerders hebben hun Vlaamse collega's onder andere veel bijgeleerd over de specifieke opleidingen die nodig zijn om gidsen op een hoog niveau te laten functioneren.
Omgekeerd waren de Nederlandse nationale parken dan weer zwaar onder de indruk van de opzet en de schaal van het Bezoekerscentrum in de Hoge Kempen.
"Zij hebben dergelijke onthaalinfrastructuur niet op die enorme schaal, dus daar hebben wij hen dan weer in kunnen bijstaan met onze expertise", vertelt Van Den Bosch trots.

Door dit succes hebben de verschillende nationale parken besloten om vanaf nu jaarlijks op deze manier samen te komen.
"Op die manier kunnen we structureel van elkaars inrichting en beheerplannen bijleren en zal ieder jaar een ander park als gastheer optreden voor de groep."
Terwijl deze samenwerking werd beklonken, klonk er vanuit de Antwerpse Noorderkempen een scherpe en verontruste reactie van natuurvereniging GroenRand.
GroenRand betreurt het ten zeerste dat het project 'Kalmthoutse Heide' niet bij deze belangrijke bijeenkomst vertegenwoordigd was.
De vereniging legt uit dat de afwezigheid van dit iconische grenspark een rechtstreeks gevolg is van het gebrek aan erkenning als officieel Vlaams Nationaal Park.
Hoewel de Nederlandse kant van de heide al lang een officieel Nationaal Park is, werd de Vlaamse kandidatuur na politiek getouwtrek ingetrokken.
GroenRand wijst erop dat dit een gemiste kans is, zeker nu de regio geconfronteerd wordt met een pijnlijke en ingrijpende besparingsronde die de werking van het gebied ondermijnt.
De vereniging stelt dat de verdere professionalisering van gidsen essentieel blijft, maar ziet de nabije toekomst van De Vroente door deze besparingen somber in.
Vanaf 1 juli 2026 wordt De Vroente namelijk overgedragen aan het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), wat gepaard gaat met een drastisch verlies aan mankracht.
Alle gedetacheerde leerkrachten van MOS (Milieu op School) moeten het centrum verlaten, omdat de detacheringen onder de enveloppe van het Departement Omgeving worden stopgezet.


Deze ingreep raakt niet alleen De Vroente, maar treft ook alle gedetacheerden van De Helix, de Week van de Bij en de collega’s van het Duurzaam Educatiepunt in Brussel.
Voor De Vroente specifiek betekent dit een ongeziene aderlating voor de educatieve werking: het team krimpt van 9 medewerkers naar slechts 3 personeelsleden.
Bovendien zal er in december 2027 nog een medewerker met pensioen gaan die volgens de huidige plannen niet meer vervangen zal worden.
GroenRand benadrukt dat deze afbouw haaks staat op de ambities die in de Hoge Kempen werden uitgesproken over natuurbeleving en publiekswerking.
Hoewel de vernieuwde Vroente momenteel nog over een enorme expertise en een moderne infrastructuur beschikt, wordt het menselijke kapitaal onder die werking nu weggehaald.
De vereniging vindt het wrang dat een onthaalpoort met zoveel potentieel wordt afgeschaald op het moment dat internationale samenwerking juist belangrijker dan ooit is.
Zonder de erkenning als Nationaal Park mist de regio niet alleen de uitstraling, maar ook de budgettaire middelen die dit personeelsverlies hadden kunnen opvangen.


Het ontbreken van deze structurele middelen maakt het nagenoeg onmogelijk om de expertise van De Vroente uit te rollen over de gewenste klimaatgordel van 14.000 hectare.
GroenRand blijft pleiten voor een robuuste verbinding tussen de heide en de Schietvelden van Brasschaat en Wuustwezel via de Antitankgracht.
Zij vrezen dat De Vroente zonder haar educatieve ruggengraat zal verworden tot een loutere infopost in plaats van het levendige expertisecentrum dat het vandaag is.


De schijnbare tegenstrijdigheid tussen de huidige kracht van het centrum en de aangekondigde afbouw is voor GroenRand het bewijs van een falend beleid voor de Noorderkempen.
Terwijl andere parken groeien door kennisdeling en schaalvergroting, wordt in de eigen regio de klok juist teruggedraaid door drastische bezuinigingen.
GroenRand benadrukt dat de leerkrachten en medewerkers die nu moeten vertrekken, de bezielers waren van de natuureducatie voor duizenden schoolkinderen.
Zij roepen de politiek op om de waarde van duurzame educatie niet op te offeren aan een louter budgettaire efficiëntieoefening.
Het plan van GroenRand is om de huidige infrastructuur te behouden als de centrale educatieve motor binnen een officieel erkend en grenzeloos Nationaal Park.
Zij zien de geslaagde samenwerking in de Hoge Kempen als een bittere herinnering aan de kansen die de Kalmthoutse Heide momenteel worden ontzegd door gebrek aan erkenning.
Alleen door de politieke koers te wijzigen en de status van Nationaal Park alsnog na te streven, kan de toekomst van De Vroente en haar personeel worden veiliggesteld.
De vereniging besluit dat de Noorderkempen recht heeft op een volwaardig budget en personeelsbezetting om haar rol als internationale natuurparel te kunnen blijven vervullen.

GroenRand slaat de brug tussen lokale vogelpracht en de gloednieuwe Vlaamse Vogelatlas

GroenRand slaat de brug tussen lokale vogelpracht en de gloednieuwe Vlaamse Vogelatlas

Het jaar 2026 is een absoluut kantelpunt voor de vogelbescherming in Vlaanderen, waarbij lokale actie en nationale wetenschap elkaar op een unieke manier ontmoeten.

In april gaf de vereniging GroenRand het startschot voor een ambitieus meerjarenproject genaamd "Vogelreportages van A tot Z", een initiatief dat de komende jaren de ruggengraat zal vormen van hun educatieve werking.
Deze reportages zijn niet louter bedoeld als fraaie plaatjes van lokale vogels, maar dienen als een dwingend pleidooi voor het herstel van wat zij de natuurverbindingen noemen.


GroenRand stelt vast dat onze Vlaamse natuurgebieden momenteel fungeren als geïsoleerde eilanden in een zee van beton en intensieve landbouw, wat de genetische uitwisseling tussen vogelpopulaties ernstig belemmert.
Door elke week een specifieke vogelsoort — van de acrobatische boomklever tot de mysterieuze wulp — in de kijker te zetten, leggen ze de directe link tussen de overlevingskansen van de soort en de kwaliteit van het omliggende landschap.


Een vogel ziet immers geen grenzen van natuurreservaten; voor hen zijn houtkanten, beekvalleien en onbespoten akkerranden de vitale snelwegen die noodzakelijk zijn om te foerageren, te rusten en zich voort te planten.


Deze visie sluit naadloos aan bij het concept van de klimaatgordel, een robuust natuurnetwerk in de Antwerpse Voorkempen waar GroenRand zich al jaren hard voor maakt om de biodiversiteit weerbaar te maken tegen de extreme weersomstandigheden van de toekomst.
Door de vogelrijkdom alfabetisch te ontsluiten, van de kleinste zangvogel tot de grootste roofvogel, creëert de vereniging een diepe emotionele verbondenheid tussen de bewoners en hun lokale ecosystemen.


Terwijl deze lokale sensibilisering de harten van de burgers verovert, wordt er achter de schermen met man en macht gewerkt aan een wetenschappelijk document van ongekende proporties.


Wij hebben vandaag de eer om een exclusieve primeur met jullie te delen: de presentatie van de officiële cover van de gloednieuwe 'Vlaamse Vogelatlas - Broed- en wintervogels in 2020-2024'.
Op deze cover prijkt een fiere bergeend, een vogel die met zijn karakteristieke roodbruine band en felrode snavel een krachtig symbool is voor de dynamiek van onze waterrijke natuur.


De keuze voor de bergeend is verre van toevallig, aangezien deze soort de afgelopen decennia een opmerkelijke transitie heeft doorgemaakt van een pure kustvogel naar een succesvolle bewoner van het Vlaamse binnenland.
Deze nieuwe atlas is het resultaat van een titanenwerk dat werd uitgevoerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in nauwe samenwerking met Natuurpunt Studie.


Samen hebben zij de afgelopen vijf jaar getracht om de meest accurate statusopname ooit te maken van de vogelstand in onze regio, waarbij werkelijk elke vierkante kilometer van Vlaanderen onder de loep werd genomen.
Het is een project dat de geschiedenis in zal gaan als een van de grootste burgerwetenschapsprojecten die ons land ooit heeft gekend, gedragen door de onvermoeibare inzet van duizenden vrijwilligers.


Deze vrijwillige tellers zijn in weer en wind, vaak voor dag en dauw, het veld in getrokken om elke territoriumhoudende vogel en elke overwinterende groep nauwgezet te registreren en in te voeren in de centrale database.
Zonder hun passie en expertise zou het onmogelijk zijn geweest om de enorme hoeveelheid data — naar schatting ruim anderhalf miljoen individuele waarnemingen — te verwerken tot dit allesomvattende naslagwerk.


De atlas brengt niet alleen de verspreiding in kaart, maar biedt ook diepgaande analyses over de trends: welke soorten profiteren van de klimaatopwarming en welke trekken aan het kortste eind door habitatverlies?
De resultaten zullen een onmisbaar instrument vormen voor beleidsmakers en natuurbeheerders om de komende jaren de juiste accenten te leggen in het vogelbeleid en de inrichting van onze schaarse open ruimte.


De spanning naar de definitieve publicatie loopt op, maar de datum staat inmiddels rotsvast verankerd in de agenda op 24 oktober 2026.
Dit is een tijdstip met een grote symbolische waarde, aangezien op diezelfde dag de Belgische Vogeldag wordt georganiseerd in de stad Antwerpen.


De Universiteit Antwerpen zal op de Campus Drie Eiken fungeren als de centrale ontmoetingsplaats van de ornithologie, waar honderden experts en liefhebbers samenkomen om de atlas officieel te verwelkomen.


Het wordt een dag van viering, waarbij de verhalen van de vrijwilligers op het terrein en de harde cijfers van de wetenschappers samensmelten tot één groot verhaal over hoop en herstel.
De combinatie van de lokale vogelreportages van GroenRand en de wetenschappelijke diepgang van de nieuwe Vogelatlas laat zien dat natuuronderzoek en natuurbescherming twee zijden van dezelfde munt zijn.


Met de bergeend als trotse ambassadeur op de cover kijken we vol verwachting uit naar de onthulling van de geheimen die in de honderden atlasblokken van Vlaanderen verborgen liggen.
Dit artikel is slechts het begin van een nieuwe dialoog over hoe wij de ruimte in Vlaanderen willen delen met de miljoenen gevleugelde bewoners die onze regio rijk is.
Uiteindelijk is de atlas meer dan een boek; het is een moreel kompas dat ons dwingt om na te denken over de toekomst van onze natuurverbindingen en de wereld die we aan de volgende generaties vogelaars willen nalaten.

De Zwartkop door de lens van Mark Mertens: De verborgen aria van de monnik onder de zangvogels

De zwartkop door de lens van Mark Mertens: de verborgen aria van de monnik onder de zangvogels

Mark Mertens, de bekende natuurfotograaf die nauw samenwerkt met de vereniging GroenRand, legde onlangs in een indrukwekkende fotoreportage de essentie vast van een vogel die vaak ontsnapt aan het ongetrainde oog: de zwartkop (Sylvia atricapilla).
Door zijn lens zien we dit verborgen juweel van onze natuur zoals hij werkelijk is, een vogel die met zijn bescheiden grijze verenkleed en het iconische zwarte petje van de mannetjes een meester is in de kunst van de camouflage.
De beelden van Mertens onthullen de subtiele details die de zwartkop tot een van de meest boeiende personages van onze regio maken, een kleine zanger die een schat aan anekdotes en geschiedkundige verhalen met zich meedraagt.
Het vrouwtje van de soort draagt overigens een chic roestbruin petje, een detail dat in de volksmond vaak over het hoofd wordt gezien maar door fotografen als Mertens prachtig in beeld wordt gebracht tegen de achtergrond van groen struikgewas.
De beroemde natuurbeschermer Jac. P. Thijsse was bijvoorbeeld lyrisch over de zang van de zwartkop en noemde zijn lied de 'klokjesaria', een prachtige omschrijving voor de heldere, fluitende tonen die vaak onverwacht luid uit de dichte braamstruiken opklinken.


Dit virtuoze gezang heeft de vogel door de eeuwen heen niet alleen bewondering opgeleverd, maar ook een plek in de kooitjes van vogelliefhebbers die vroeger de natuur letterlijk naar binnen haalden om van deze melodieën te genieten.
Historisch gezien is de zwartkop ook een biologisch mirakel, vooral als we kijken naar zijn trekgewoonten die wetenschappers jarenlang voor grote raadsels stelden en nog steeds onderwerp zijn van intensieve studie.
In de jaren zeventig deed zich een opmerkelijke verschuiving voor: terwijl de soort normaal naar het zonnige zuiden trok, besloot een 'revolutionair' groepje de koers te verleggen naar het noordwesten, richting de Britse eilanden.
Dit bleek een meesterzet, want door de mildere winters en de overvloed aan menselijk bijvoer overleefden ze daar prima, waarbij er zelfs een bekende anekdote is van een zwartkop die de winter doorkwam op stukjes Britse kerstcake.
Tegenwoordig is dit nieuwe trekgedrag zelfs erfelijk vastgelegd, wat door experts wordt gezien als een van de snelste evolutionaire aanpassingen die ooit in de natuurwetenschappen zijn gedocumenteerd.
Naast zijn zangtalent staat de zwartkop bekend om zijn enorme gulzigheid; in het najaar storten ze zich massaal op vlierbessen, wat soms tot komische taferelen leidt waarbij de snavels en veren volledig paars kleuren door het sap.
Het is een vogel die ook een tikkeltje kieskeurig kan zijn in de liefde; het mannetje bouwt vaak meerdere 'speelnestjes' of pseudonesten van losse takjes, waaruit het vrouwtje vervolgens de beste optie kiest om het echte nest in te voltooien.


In Italië staat hij diep in de cultuur geworteld als de 'Capinera', een naam die zo tot de verbeelding spreekt dat de schrijver Giovanni Verga er een beroemde tragische roman over schreef waarin de vogel symbool staat voor een kwetsbare vrijheid.
In dit literaire meesterwerk wordt de vergelijking getrokken tussen de opgesloten vogel en een jong meisje in een klooster, wat de zwartkop een bijna mythische status van melancholie gaf in het Middellandse Zeegebied.
In Duitsland noemen ze hem de 'Mönchsgrasmücke', oftewel de monniksgrasmus, verwijzend naar het zwarte kapje dat als een religieuze tonsuur over zijn kop valt en hem een plechtig, bijna spiritueel uiterlijk geeft.
Ook in onze eigen streken was de zwartkop vroeger geliefd bij vogelvangers vanwege zijn vermogen om de zang van andere vogels, zoals de nachtegaal, feilloos te imiteren als een ware spotvogel avant la lettre.
Deze imitatiekunst is niet zomaar een artistiek kunstje, maar een vernuftige overlevingsstrategie waarmee hij rivalen in verwarring brengt en zijn territorium met extra overtuiging verdedigt tegen indringers.
Wetenschappelijk gezien blijft de zwartkop ons verbazen met zijn dieet dat in de herfst transformeert van insecten naar een ware passie voor bessen en ander zacht fruit.
Een bijzonder vernuftig trucje vertoont hij bij de maretak: omdat de zaden van deze plant extreem plakkerig zijn, veegt de zwartkop ze behendig af aan de ruwe takken van bomen in plaats van ze direct in te slikken.
Op die manier helpt hij onbedoeld bij de verspreiding van deze mysterieuze plant, wat hem een cruciale ecologische rol geeft in het behoud van oude loofbossen en hoogstamboomgaarden.
Op de Canarische Eilanden en Madeira vinden we zelfs een mysterieuze eigen variant, de ondersoort Sylvia atricapilla heineken, waarbij sommige mannetjes door een genetische afwijking een volledig zwarte kop of lichaam hebben.
Dit fenomeen, ook wel melanisme genoemd, gaf aanleiding tot lokale folklore waarin deze donkere vogels soms met ontzag of bijgeloof werden bekeken als boodschappers van een andere wereld.
In de algemene symboliek van de kunst wordt de zwartkop vaak afgebeeld als de 'bezielde' boodschapper; zijn snelle bewegingen en verborgen leven maken hem tot een personificatie van de ongrijpbare natuurkracht.
De componist Olivier Messiaen was zo gefascineerd door de ritmische complexiteit van zijn zang dat hij deze met uiterste precisie probeerde te noteren in zijn baanbrekende modernistische muziekstukken.
Zelfs in de moderne tijd blijft de vogel verrassen; waar de meeste zangers wegtrekken bij de eerste kou, bewijzen ringonderzoeken dat sommige individuen nu zo gewend zijn aan de mens dat ze vaste gasten worden aan de voedertafel.
Ze vertonen een bijna brutale intelligentie door precies te weten wanneer de vogelpindakaas wordt bijgevuld, wat hen tot een van de weinige soorten maakt die echt profiteert van de toenemende verstedelijking.
Het werk van Mark Mertens voor GroenRand benadrukt het vitale belang van het behoud van dichte hagen, heggen en struwelen waarin deze vogel zich het liefst verschuilt om zijn aria's te oefenen.
De zwartkop profiteert daarbij enorm van lokale initiatieven zoals de actie 'Bijtandje Houtkantje', een specifiek project van GroenRand dat zich richt op het herstel en de aanplant van streekeigen houtkanten.
Deze actie is ontstaan vanuit de noodzaak om het versnipperde landschap weer met elkaar te verbinden, waarbij houtkanten fungeren als essentiële groene snelwegen voor deze schuwe bosvogels.
Binnen het project 'Bijtandje Houtkantje' worden buurtbewoners en landbouwers gestimuleerd om verloren gegane struwelen in ere te herstellen, wat direct zorgt voor een toename van de lokale biodiversiteit.


De naam van de actie verwijst met een knipoog naar het 'bijsteken' van extra groen, waarbij elke aangeplante meter houtkant bijdraagt aan een robuuster ecologisch netwerk in de regio.
Voor de zwartkop betekent een geslaagde houtkant niet alleen een plek om te zingen, maar ook een natuurlijke voorraadkast vol insecten in het voorjaar en bessen in het najaar om zijn jongen groot te brengen.
Dankzij de nauwe samenwerking tussen fotografen zoals Mertens en de vrijwilligers van GroenRand wordt de onzichtbare waarde van deze 'rommelige' bosranden zichtbaar gemaakt voor een breed publiek.
Door de focus te leggen op de specifieke structuur van de houtkant – met een dichte kruid-, struik- en boomlaag – creëert de actie exact die gelaagdheid waar de zwartkop zijn nest bij voorkeur diep in verstopt.
Het verhaal van de zwartkop is daarmee onlosmakelijk verbonden met het succes van 'Bijtandje Houtkantje', omdat de vogel fungeert als een perfecte graadmeter voor de kwaliteit van onze landschapselementen.
Elke nieuwe scheut die dankzij dit project de grond uitkomt, biedt weer een nieuw podium voor de 'klokjesaria' van onze kleine monnik, waardoor de natuurlijke muziek in de regio behouden blijft.
De fotoreportage dient als een visueel pleidooi om onze natuurlijke groene randen te beschermen, zodat de zwartkop ook in de toekomst zijn plek in ons landschap kan behouden.
Zo blijft deze vogel een kleine monnik die zijn eigen lied zingt tegen de achtergrond van een razendsnel veranderend Europa, altijd alert en altijd klaar om ons te verbazen met zijn verborgen aanwezigheid.
Elk detail in zijn gedrag, van de bouw van zijn nest tot zijn voorkeur voor specifieke bessen, vertelt een verhaal over de veerkracht en de schoonheid van de natuur die vlakbij ons huis te vinden is.

GroenRand reikt eerste ‘Penn van Glenn’ uit aan Mieke Schauvliege (Groen): "Krachtige stem voor onze kwetsbare natuur"

GroenRand reikt eerste ‘Penn van Glenn’ uit aan Mieke Schauvliege (Groen): "Krachtige stem voor onze kwetsbare natuur"

BRECHT/ ESSEN/ KALMTHOUT/ MALLE/ RANST/SCHILDE


GroenRand heeft haar eerste ‘Pen van Glenn’ uitgereikt aan Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege (Groen). De pen is de woordvoerder en het moreel geweten van de natuurvereniging. Schauvliege krijgt daarmee een groot mandaat van vertrouwen om via de politiek de versnipperde natuur in de regio te herstellen. Schauvliege krijgt figuurlijk de Pen van Glenn. Glennverwijst naar de inspirerende Australische milieufilosoof Glenn Albrecht en het Keltische woord voor vallei. De achternaam Solastalgie is een samentrekking van solacium (troost) en algos (pijn). “Het beschrijft de existentiële pijn die veel inwoners van de Voorkempen voelen wanneer de troost die de natuur ons biedt, voor hun ogen verdwijnt”, legt communicatieverantwoordelijke Dirk Weyler van GroenRand uit.


“Je hebt die pen de laatste tijd al volop en succesvol gebruikt. Jij was immers degene die onze complexe natuurdossiers een herkenbaar gezicht gaf op de plek waar de uiteindelijke beslissingen over onze open ruimte vallen”, argumenteert GroenRand aan Schauvliege.

“Met je scherpe en doelgerichte vragen aan minister Jo Brouns (CD&V) laat je telkens weer zien dat je precies begrijpt waar het bij ons in de regio om draait: de diepe zorg voor ons mooie, wilde natuurlandschap vertalen naar tastbare en noodzakelijke politieke actie. Dit is dus een oprechte en dikke pluim voor de bewonderenswaardige manier waarop jij onze kwetsbare natuur een krachtige stem geeft in het Vlaams Parlement.”

De natuurvereniging ijvert al tien jaar om verschillende natuurgebieden zoals de Kalmthoutse Heide, het Groot en Klein Schietveld en de natuur langs de Antitankgracht met elkaar te verbinden. Het vaart daarvoor sinds 1 mei een nieuwe koers. Het wil na tien jaar echt kunnen wegen op het beleid. De Penn van Glenn past binnen dat objectief. Weyler legt uit: “Hiermee geven we een duidelijk signaal dat we de vinger aan de pols houden in het parlement, totdat de beloofde natuurdoelen ook daadwerkelijk op het terrein worden gerealiseerd.”
De Penn van Glenn vervangt de Groene Duim. Dat was jarenlang de award van GroenRand om personen te eren die zich inzetten voor het behoud en de promotie van de natuur in de Voorkempen. Laureaten als Dieter Coppens of lokale ‘mooimakers’ ontvingen deze prijs als blijk van waardering voor hun bijdrage aan de publieke bewustwording en hun rol als ambassadeurs.

“De focus verschuift hiermee van recreatieve promotie naar het bewerkstelligen van concrete resultaten via parlementaire vragen en scherpe analyses. We willen de natuurdoelen niet enkel op papier laten staan, maar ook ij het echt zien”, benadrukt Weyler.

Aarde-emoties: Waarom we een nieuwe taal nodig hebben voor ons landschap

Aarde-emoties: Waarom we een nieuwe manier van spreken nodig hebben voor ons landschap

“Aarde-emoties zijn moeilijk samen te vatten,” zo opende de Australische milieufilosoof Glenn A. Albrecht in 2024 de Frederik van Eedenlezing in Leusden en daarmee sloeg hij meteen de spijker op de kop voor iedereen die zich wel eens machteloos voelt bij de toestand van onze natuur.
De Nederlandse psychiater Frederik van Eeden probeerde honderd jaar geleden met zijn kolonie Walden al aan te tonen dat we gelukkiger worden van handenarbeid en een nauw contact met de aarde, al werden zijn volgelingen destijds nog smalend weggezet als holbewoners en keuterboertjes.


Albrecht voelt diezelfde zielsverwantschap en noemt zichzelf met trots een “boerenfilosoof”, iemand die niet vanuit een ivoren toren praat maar met zijn voeten in de klei staat en begrijpt dat de verbinding met de grond onder onze voeten de basis is van ons mens-zijn.
Diezelfde filosofische strijdlust vinden we terug bij de natuurvereniging GroenRand, die Albrecht als een grote inspiratiebron ziet voor hun eigen werking in de Voorkempen en de brede regio rond Antwerpen.
Om die strijd kracht bij te zetten, lanceerde de vereniging de rubriek ‘De pen van Glenn’, geschreven onder het veelzeggende pseudoniem Glenn Solastalgie, als een scherp zwaard tegen de onverschilligheid van het beleid.


Deze 'pen' is voor GroenRand een cruciaal instrument geworden: het is de intellectuele en emotionele stem van de vereniging die politieke dossiers over verkavelingen en natuurvernietiging nauwgezet opvolgt.
Door deze rubriek worden volksvertegenwoordigers en beleidsmakers voortdurend gevoed met kritische informatie en parlementaire vragen, waardoor de 'pen van Glenn' een politieke factor van betekenis is geworden in het lokale natuurdebat.


De naam verwijst natuurlijk direct naar Albrecht zelf, die wereldberoemd werd met het woord ‘solastalgie’ of ‘troostwee’, een term die hij al in 2003 bedacht om een heel specifiek modern lijden te duiden.
Met solastalgie bedoelt hij het verlies van het thuisgevoel, niet omdat jij je vertrouwde plek verlaat zoals bij heimwee, maar omdat je leefomgeving zodanig verwoest wordt door menselijk ingrijpen dat de plek die je thuis noemt onherkenbaar wordt.
Het is precies die existentiële pijn die de pen van Glenn Solastalgie probeert te vertalen naar de politieke arena, om te voorkomen dat de laatste open ruimtes in onze regio worden opgeofferd aan kortzichtige economische belangen.
In de praktijk vertaalt GroenRand deze filosofie naar de modderige realiteit van de Voorkempen, waar de ‘pen van Glenn’ als een vlijmscherp scalpel de dossiers van de Antitankgracht en de Klimaatgordel fileert.
Daar waar solastalgie dreigt te winnen door de oprukkende verharding en de sluipende versnippering van het landschap, stelt GroenRand concrete daden die de emotionele wonde van het landschap moeten helen.


Het herstel van specifieke biotopen, zoals de natte valleigebieden en de relictloofbossen, is voor de vereniging veel meer dan louter natuurbeheer; het is een actieve vorm van landschapstherapie.
Wanneer de pen van Glenn Solastalgie schrijft over het belang van robuuste natuurverbindingen, dan gaat dat over het creëren van veilige havens waar niet alleen de ree en de boommarter, maar ook de menselijke ziel weer tot rust kan komen.

Door het herstellen van deze ecologische corridors vecht GroenRand tegen de ecoverlamming die ontstaat wanneer mensen hun vertrouwde horizon zien verdwijnen achter muren van beton en asfalt.
Elke herstelde poel en elke aangeplante heg langs een trage weg fungeert als een tastbaar bewijs dat het symbioceen geen verre utopie is, maar een werkelijkheid die we hier en nu met onze eigen handen kunnen opbouwen.


Deze projecten laten zien dat we de machteloosheid van de solastalgie kunnen ombuigen naar de euforie van de eutierria, simpelweg door de natuur de ruimte te geven om zichzelf te herstellen.
De pen van Glenn dient hierbij als het politieke schild dat deze kwetsbare biotopen beschermt tegen de kortzichtige winstbejag van de ‘patriarchen van het antropoceen’ die ook op lokaal niveau hun stempel proberen te drukken.
In zijn boek Aarde-emoties wijdt Albrecht hele hoofdstukken aan de introductie van nieuwe woorden, omdat hij gelooft dat we de wereld pas kunnen redden als we de juiste woorden hebben om onze relatie ermee te beschrijven.


Hij reikt ons begrippen aan zoals ‘terrafurie’, de heilige woede die je voelt op de degenen die het bevel voeren over de vernietiging van de aarde, een emotie die de brandstof vormt voor veel burgerbewegingen, natuurverenigingen en actiegroepen.
Daartegenover plaatst hij ‘eutierria’, een diep, bijna spiritueel gevoel van verbondenheid met de aarde waarbij de grens tussen het individu en de natuur even volledig wegvalt.
Deze woorden zijn voor Albrecht én voor de auteurs achter de rubriek bij GroenRand geen droge academische theorie, maar een manier om onze meest vage en onderdrukte gevoelens eindelijk een legitiem bestaansrecht te geven.
Zolang we geen woorden hebben voor wat we voelen, blijven we gevangen in ‘ecoverlamming’, een toestand waarin de omvang van de klimaatcrisis ons simpelweg blokkeert om nog in actie te komen.
De pen van Glenn fungeert hier als een breekijzer: zodra je een naam kunt plakken op je liefde voor een specifiek bos of een bedreigde beekvallei, wordt die liefde opeens een politiek argument dat gedeeld kan worden met anderen.


Albrecht richt zijn pijlen, en dus ook de pen van Glenn, op de “patriarchen van het antropoceen” zoals Elon Musk en Jeff Bezos, die de aarde slechts zien als een grondstof of een springplank naar andere planeten.
Hij verzet zich radicaal tegen de berusting die uitgaat van de term Antropoceen, omdat hij weigert geassocieerd te worden met een tijdperk waarin een kleine elite de fundamenten van het leven voor alle andere wezens vernietigt.
In plaats daarvan spiegelt hij ons het ‘symbioceen’ voor, een tijdperk waarin mensen weer in harmonie en wederzijdse afhankelijkheid leven met al wat leeft, een visie die de kern vormt van de robuuste natuurverbindingen waar GroenRand voor ijvert.
Hij nodigt ons daarom uit om een ‘symbiografie’ te schrijven, een levensverhaal waarin je niet je eigen prestaties centraal stelt, maar de relaties die je in je leven hebt opgebouwd met andere levende wezens, van de boom in je tuin tot de huisdieren die je vergezellen.
Door op die manier naar onze eigen levensloop te kijken, beseffen we dat onze identiteit evengoed verbonden is met het lokale ecosysteem als met onze eigen familiegeschiedenis.


We zijn immers net zozeer verbonden met het onzichtbare microbioom in onze eigen lichamen als met de grote macrobiomen van de bossen en velden waarin we ons dagelijkse bewegen en ademhalen.
Sinds de pandemie beseffen we maar al te goed dat onze fysieke gezondheid een illusie is als de planeet ziek is, maar de pen van Glenn herinnert ons eraan dat ook onze mentale en emotionele stabiliteit direct samenhangt met de toestand van ons landschap.
Albrecht bestrijdt de gedachte dat emoties in het natuurdebat enkel 'lastig' of 'irrationeel' zijn; hij ziet ze juist als de enige echte motor voor een rechtvaardige en duurzame samenleving.
Laten we dus de scherpte en de hoop van de pen van Glenn overnemen om de druk op de ketel te houden en de beleidsmakers te dwingen tot keuzes die het leven in al zijn vormen bevestigen.
Het benoemen van onze aarde-emoties is geen teken van zwakte, maar de eerste stap naar een herovering van onze leefomgeving en een eerherstel voor de natuur die ons allen draagt.
Alleen door de taal van de vernietiging te vervangen door een taal van verbinding en actie, kunnen we de weg vrijmaken voor een toekomst waarin we ons weer werkelijk thuis voelen op deze aarde.