Huiszwaluw in beeld: Op stap met Frank Vermeiren en de vliegende architecten
In de lens van Frank Vermeiren
In deze nieuwe aflevering van onze natuurreeks trekken we opnieuw de wandelschoenen aan voor een bijzonder project.
Reportagemaker Frank Vermeiren maakt vogelreportages van A tot Z en vandaag zijn we bij de letter ‘H’ aangekomen.
Samen met natuurvereniging GroenRand zetten we de huiszwaluw in de schijnwerpers.
De huiszwaluw is te herkennen aan zijn volledig spierwitte onderkant, witte stuit en wit bevederde poten.
De bovenzijde van zijn lichaam is glanzend zwartblauw.
De staart is kort en gevorkt en de snavel stomp.
Zijn kwetterende zang is eerder ingetogen.
Wanneer je de verschillende silhouetten bestudeert die over onze steden vliegen, dan is er één vogel bij die je makkelijk herkent aan zijn witte stuit: de huiszwaluw.
Die heeft zijn naam niet gestolen, want hij bouwt z’n nest graag tegen huizen - stedelijk of landelijk.
Ruwe bakstenen vormen een goed alternatief voor de rotspartijen waar hij van nature graag nestelt.
De soort is overal in België aanwezig, maar kent de laatste tijd een forse achteruitgang in stedelijk gebied.
Deze insecteneter is een topjager!
Hij voedt zich uitsluitend met kleine, vliegende insecten die hij in volle vlucht onderschept.
Op zijn menu staan: vlinders, vliegen en mieren - stekende insecten zoals bijen en wespen worden vakkundig ontweken.
Zijn signature dish is zonder twijfel een mondvol muggen of vliegen.
In tegenstelling tot de boerenzwaluw vangt de huiszwaluw insecten op grote hoogte, zo’n 20 meter boven de grond.
Hij drinkt ook al vliegend, door over het wateroppervlak van meren of rivieren te scheren.
In het broedseizoen vormt het voederen van de jongen een zware dagtaak voor de ouders.
Ze brengen aan de lopende band prooien aan om meteen weer op jacht te gaan.
Eén zwaluw brengt de lente niet, maar wie nét iets langer wacht, ziet hen in groten getale toekomen.
Bij gebrek aan ruwe rotsen, nestelt de huiszwaluw in en rond gebouwen in de stad of op het platteland.
Dat doet hij liefst samen met enkele goede buren tegen overdekte buitenmuren in rurale streken.
Buiten het broedseizoen verzamelt de huiszwaluw in bomen om samen te slapen.
In de winter trekt hij naar het zuiden.
In de lente vormen huiszwaluwen koppels en bereiden ze zich voor om een nest te bouwen.
Daarmee beginnen ze eind april of begin mei.
De nestjes bestaan uit een combinatie van aarde, grassen, plantenvezels, veren en zelfs stukjes plantenwortels die tot een kleverige massa gekneed wordt samen met hun speeksel.
Wanneer dat goedje opdroogt, wordt het hard en sterk genoeg om een volledig zwaluwengezin te huisvesten.
Een huiszwaluwnest is vrij dik met een kleine, ronde opening waarin de ouders net passen.
Het wordt opgetrokken binnen een termijn van 10 à 15 dagen en wordt vaak jaar na jaar opnieuw gebruikt.
Ook andere vogelsoorten maken soms gebruik van deze prefab-nestjes, wanneer de zwaluwen (nog) niet in het land zijn.
Het vrouwtje legt tot 5 witte eieren die ze meestal alleen uitbroedt op twee weken tijd.
Gedurende een kleine maand blijven de jonge zwaluwen in het nest en ook daarna worden ze nog tien dagen gevoederd door de ouders.
Afhankelijk van de weersomstandigheden en het voedselaanbod volgt er soms een tweede legsel in de maand juli.
Dat de zwaluw storm voorspelt wanneer hij laag vliegt, is niet eens zo vergezocht.
Wanneer zwaluwen zich naar lagere oorden verplaatsen, is dat een logisch gevolg van de insecten die lager gaan vliegen door een verandering in luchtdruk.
De zwaluw volgt gewoon zijn prooien!
De vogel onderhoudt bovendien sterk ontwikkelde sociale structuren met zijn gezang.
Wist je dat een koppel gemiddeld 150.000 insecten en muggen vangt voor een nestje met vier jongen en zo overlast voorkomt?
Sinds enkele jaren staan er op Einhoven-Drengel en ook in Oostmalle enkele zwaluwtillen.
Om de broedresultaten op te volgen, zoekt Natuurpunt Voorkempen tellers voor deze acht tillen.
Het succes van deze huiszwaluwtillen gaat ieder jaar crescendo.
Zo kon Natuurpunt in 2025 al 85 geslaagde broedgevallen noteren in de acht tillen.
Nadeel van dit succes is dat het ieder jaar meer werk wordt om de resultaten op te volgen.
Daarom zoeken ze vrijwilligers om één of meerdere huiszwaluwtillen geregeld te bezoeken om de broedresultaten te weten.
Voor deze taak is geen speciale kennis nodig, enkel een min of meer wekelijks bezoek van een half uurtje van half mei tot half september.
Een weekje overslaan is geen probleem.
Kan je meerdere weken niet, geef een seintje en Natuurpunt zoekt voor die periode een vervanger.
De nestjes aan de til zijn genummerd.
Het is de bedoeling te weten welke nummers gebruikt worden, maar vooral in welke nestjes er jongen worden opgemerkt.
Wie weet heb je een voorkeurtil in je eigen buurt om op te volgen?
Dat kan allemaal besproken worden.
Wil je hieraan meewerken, geef een seintje via valentijn.brems@pandora.be.