maandag 4 mei 2026

Vos eet boommarter op: wildcamera filmt uniek moment op ecoduct Linkeroever

Vos eet boommarter op: wildcamera legt bijzonder moment vast op ecoduct Linkeroever


De natuurvereniging GroenRand heeft de afgelopen jaren met grote overtuiging de boommarter gepresenteerd als het ultieme boegbeeld voor de natuur in de Voorkempen.
Dit schuwe roofdier fungeert als de ideale graadmeter voor de ecologische gezondheid van de regio omdat hij als kritische bewoner zeer hoge eisen stelt aan zijn leefomgeving.


Door 2022 uit te roepen tot het jaar van de boommarter gaf de vereniging het startschot voor een grootschalige sensibiliseringscampagne die de noodzaak van natuurverbindingen tastbaar moest maken.


De boommarter heeft nood aan grote, aaneengesloten bosoppervlaktes met veel variatie en oude, holle bomen om te kunnen overleven.
De aanwezigheid van dit dier in de bossen rond de Antitankgracht is dan ook geen toeval, maar het resultaat van de unieke structuur van dit landschap.
De Antitankgracht fungeert als een blauwgrijze ruggengraat die verschillende natuurgebieden als een groen parelsnoer met elkaar verbindt.


Deze verbinding is essentieel voor een dier dat zich liever niet over open terrein verplaatst om confrontaties of gevaar te vermijden.
GroenRand benadrukt dat de boommarter de perfecte ambassadeur is voor hun pleidooi voor een robuustere natuur waarin versnippering wordt tegengegaan door middel van ecoducten en veilige passages.
Het bewijs dat dit prachtige beestje echt terug is, stapelt zich razendsnel op dankzij de inzet van fanatieke natuurvrienden en slimme snufjes zoals wildcamera's.
Een opmerkelijk succesverhaal in deze monitoring is dat van Anne Oostvogels, die erin slaagde om maar liefst vijf verschillende boommarters op beeld vast te leggen.


Dergelijke waarnemingen zijn van onschatbare waarde omdat ze aantonen dat de populatie niet alleen aanwezig is, maar zich ook daadwerkelijk verspreidt en handhaaft in de regio.
Naast de bekende kerngebieden zoals het Mastenbos en het Ertbrandbos zijn er tal van andere bosgebieden langs de Antitankgracht die een cruciale rol spelen in dit habitatnetwerk.
Het gaat hierbij om het Wolvenbos, de bossen van de Oude Spoorweg, het Peerdsbos en de uitgestrekte groengebieden rondom de diverse forten.
In vrijwel al deze bossen zijn inmiddels sporen of beelden van de boommarter gevonden, wat bevestigt dat de volledige as van Stabroek tot Oelegem in gebruik is als migratieroute en leefgebied.
Alleen op zeer specifieke en meer geïsoleerde plekken zoals de Schans van Smoutakker blijft de marter voorlopig nog afwezig.


Dit ontbreken vormt voor GroenRand juist het bewijs dat daar nog extra inspanningen nodig zijn om de ecologische verbindingen te herstellen.
De boommarter zelf is een fascinerend wezen dat zich door zijn warmbruine vacht en kenmerkende geelwitte keelvlek onderscheidt van zijn neef, de steenmarter.
Je mag de boommarter niet verwarren met de kleinere steenmarter die erom bekendstaat aan autokabels te knagen.
Met hun lijf van bijna een halve meter en nog eens 25 centimeter pluimstaart hebben boommarters het formaat van een slanke huiskat.


In de dichte kruinen van de Voorkempen ontpopt hij zich als een uiterst behendige jager die als enige in staat is om een eekhoorn in volle vaart door de takken te achtervolgen.
Boommarters zijn schuwe maar lenige roofdieren die in boomkruinen van tak tot tak springen en jagen op eekhoorns, konijnen, muizen en vogels.
Naast vlees eten ze ook eieren en bessen, waardoor ze een symbool blijven van de wildernis die langzaam terugkeert naar onze achtertuin.


Door middel van een speciaal ingerichte website met beeldmateriaal van fotografen zoals Karel De Blick en Ben Hellebaut probeert GroenRand de schuwheid van het dier te doorbreken en de lokale bevolking trots te maken.
De inzet van de vereniging stopt echter niet bij mooie plaatjes, want zij gebruiken de boommarter als strategisch instrument in hun politieke lobbywerk voor de realisatie van de Klimaatgordel.
Dit project moet ervoor zorgen dat de huidige bosfragmenten worden uitgebouwd tot een aaneengesloten geheel zodat de marter zich vrij kan bewegen door een veerkrachtig landschap.
Dat de natuur ook rauw kan zijn, bleek uit unieke beelden die begin maart werden gemaakt door een wildcamera op het nieuwe ecoduct op de Antwerpse Linkeroever.


Rond 1.34 uur in de nacht wandelde er een boommarter langs de cameraval, maar amper een minuut later legde de camera een vos vast met een prooi in zijn bek.
Vermoedelijk betrof dit dezelfde boommarter, een fenomeen dat in de jaren 90 al in Scandinavië was beschreven maar nu voor het eerst in Vlaanderen op beeld is vastgelegd.
Nadat de beelden waren opgedoken, werden ze voorgelegd aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), waar specialisten bevestigden dat dit de eerste keer was dat dit gedrag hier in beeld werd gebracht.

Vos en boommarter zijn allebei roofdieren op hetzelfde territorium waardoor ze elkaar als concurrenten beschouwen en elkaar soms uitschakelen.
Er zijn overigens ook al gedocumenteerde voorbeelden bekend van boommarters die op hun beurt jonge vossen pakken.
Door de opmars van wildcamera's zijn er de laatste jaren steeds meer meldingen van de zeldzame boommarter, die vooral 's nachts actief is en voorheen amper werd opgemerkt.
De focus op de boommarter bij de Antitankgracht toont aan dat natuurbeheer in Vlaanderen werkt wanneer er gekozen wordt voor verbinding en bescherming van de juiste kerngebieden.
Elke nieuwe camerawaarneming vormt een overwinning voor de biodiversiteit en sterkt het pleidooi voor een aaneengesloten groene gordel in de regio.





De gekuifde vorst van de heide: Mark Mertens en de kuifmees in Grenspark Kalmthoutse Heide

De gekuifde vorst van de heide: Mark Mertens en de kuifmees in het Grenspark Kalmthoutse Heide

Mark Mertens, natuurfotograaf bij GroenRand, laat ons indrukwekkende foto's zien die recent zijn getrokken in het uitgestrekte Grenspark Kalmthoutse Heide.
Wie deze foto's bekijkt ziet meteen waarom de kuifmees zo geliefd is bij fotografen en natuurliefhebbers.
Met zijn zwart-wit gespikkelde kuif die hij als een trotse kroon rechtop zet, is hij een van de meest karakteristieke verschijningen in onze bossen.
Wetenschappelijk staat hij bekend als Lophophanes cristatus, maar in de volksmond kreeg hij door de jaren heen veel mooiere namen.
Historisch gezien werd de kuifmees in de vogelkunde vaak de ‘kluizenaar’ genoemd vanwege zijn sterke binding aan een vast territorium dat hij zelden of nooit verlaat.
In Scandinavië vertellen oude sagen dat de kuifmees zijn opvallende verentooi kreeg als dank van de wintergoden nadat hij hen hielp bij het vinden van zaden onder de sneeuw.
Ook in de Ardense bossen deden verhalen de ronde over dit vogeltje dat de 'bewaker van de kerstbomen' werd genoemd omdat hij zelfs tijdens de zwaarste stormen de wacht hield in de toppen.
Een bijzondere anekdote van oude boswachters luidt dat de kuifmees 'vrienden is met de wind' omdat hij zijn kuif zou gebruiken als een windvaan om naderend onweer te voorspellen.


Vroeger dachten vogelvangers zelfs dat de kuifmees een vogel van 'goede fortuin' was en dat het zien van een kuifmees bij het eerste ochtendlicht een voorspoedige dag betekende.
In de Duitse mythologie ging men nog een stapje verder door te beweren dat de kuifmees de weg kon wijzen naar verborgen schatten in het bos zolang men hem volgde zonder om te kijken.
Er bestaat zelfs een oud verhaal dat de kuifmees de enige vogel was die durfde te overnachten in het hol van de wolf omdat zijn kuif hem beschermde tegen kwade geesten.
Op de recente beelden van Mark Mertens zien we de vogel in zijn natuurlijke habitat op de Kalmthoutse Heide, een plek die perfect aansluit bij zijn specifieke behoeften.
Dit gebied is met zijn mix van vennen, zandruggen en oude grove dennen een ideaal thuis voor deze vogel die onlosmakelijk verbonden is met naaldwouden.
In tegenstelling tot veel andere mezen verlaat de kuifmees zijn territorium bijna nooit en blijft hij zelfs tijdens de meest barre winters trouw aan zijn eigen stukje bos op de heide.
Zijn uiterlijk is perfect aangepast aan dit leven tussen de naalden met een bruingrijze rug die hem bijna onzichtbaar maakt tegen de bast van de dennenbomen.
Toch is hij niet altijd makkelijk te vinden omdat hij een stuk schuwer is dan de bekende koolmees en zich vaker ophoudt in de dichte, hogere delen van de boomkruinen.
Vaak hoor je hem eerder dan je hem ziet want zijn roep is een heel herkenbaar, rollend en trillend getjilp dat klinkt als een vrolijk 'purrr-re-re'.
Zodra je hem in het vizier krijgt valt zijn enorme acrobatische behendigheid op terwijl hij ondersteboven aan de kleinste dennentakjes hangt om zaden te bemachtigen.


De kuifmees gedraagt zich soms als een kleine boomkruiper door spiraalsgewijs langs de stammen omhoog te hippen op zoek naar insecten en spinnen tussen de schorsspleten.
Zijn intelligentie is minstens zo indrukwekkend als zijn uiterlijk en onderzoekers hebben ontdekt dat deze mezensoort een fenomenaal ruimtelijk geheugen heeft.
Zo leggen ze in de herfst enorme voorraden aan door zaden en insecten achter stukjes schors te verstoppen die ze maanden later nog feilloos weten terug te vinden.
Er gaan zelfs anekdotes dat ze slim genoeg zijn om de voedselvoorraden van eekhoorns te observeren om zo op een onbewaakt moment mee te profiteren van hun restjes.
In de winter vormen ze vaak 'mezenzwermen' met goudhaantjes en pimpelmezen maar toch behouden ze binnen deze groepen altijd een zekere afstand en eigenheid.
Ook hun manier van nestelen is uniek want het vrouwtje is een echte timmerman die vaak zelf een nest hakt in het zachte hout van een dode berkenboom of vermolmde den.
Dit ambachtelijke proces is een van de redenen waarom het laten staan van dood hout op de Kalmthoutse Heide essentieel is voor het voortbestaan van deze specifieke soort.
Wetenschappers hebben geobserveerd dat ze hun nesten extra zacht maken door haren van herten of wol van schapen te verzamelen die aan de struiken op de heide blijven hangen.
In de middeleeuwen dachten vogelkenners zelfs dat de kuifmees zijn kuif kon gebruiken om vijanden af te schrikken door de schaduw van een grotere roofvogel na te bootsen op een tak.
Mark Mertens weet dit fragiele evenwicht en de trotse houding van de vogel perfect vast te leggen waarbij elk detail van de zwart-witte gezichtstekening zichtbaar wordt.


Zijn foto's fungeren als een brug tussen de stille getuigen van het bos en de mens die de schoonheid van deze 'parlevinker van het woud' wil blijven bewonderen.
Door de achteruitgang van oude naaldboombestanden in andere regio's worden de populaties op de Kalmthoutse Heide en de beelden van fotografen steeds waardevoller.
De unieke wisselwerking tussen natuurbeheer en de passie van fotografen brengt de verborgen parels van onze inheemse fauna tot leven voor een groot publiek.
Elk beeld van de kuifmees vertelt een verhaal van veerkracht en standvastigheid in een landschap dat voortdurend in beweging is door mens en natuur.
Dankzij de combinatie van historisch bijgeloof, biologische feiten en de scherpe lens van Mark Mertens blijft de kuifmees een vogel die generaties lang tot de verbeelding spreekt.
De Kalmthoutse Heide blijft hopelijk nog lang een veilige haven waar deze gekuifde vorst over zijn rijk van dennen en vennen kan blijven waken.
Zo blijft dit kleine vogeltje niet alleen een biologisch wonder maar ook een levende legende die ons herinnert aan de rijke geschiedenis van onze eigen natuurgebieden.
Met elke zin en elk beeld groeien de bewondering en het respect voor deze standvastige bewoner die de kroon van het bos met zoveel waardigheid draagt.

Groenrand 2026: de grote transitie naar een robuust en verbonden landschap

Groenrand 2026: de grote stap naar een sterk en verbonden landschap

Na een indrukwekkende periode van tien jaar, gekenmerkt door een niet-aflatende passie en een hartelijke inzet voor het behoud van onze kostbare natuur, heeft de organisatie GroenRand besloten een nieuwe, positieve koers te varen.
Deze beslissing luidt absoluut geen einde in, maar vormt de overstap naar een ambitieuze nieuwe fase voor onze werking in de regio, waarbij we van een sensibiliserende rol overstappen naar die van een actieve beleidsmonitor en kwaliteitsbewaker.
Vanaf mei 2026 stopt GroenRand officieel met het organiseren van de eigen, vertrouwde wandelingen en de educatieve infoavonden die een decennium lang onze identiteit mee hebben gevormd.


De reden voor deze verandering is de positieve vaststelling dat onze gezamenlijke visie na tien jaar intensief gidsen inmiddels bij nagenoeg iedereen in de streek bekend is en breed wordt gedragen.
Het is nu tijd voor de volgende stap in onze evolutie, waarbij we de focus verschuiven naar de diepgaande inhoudelijke uitwerking en de gezamenlijke realisatie van waardevolle natuurprojecten op het terrein.
In deze nieuwe structuur zal onze officiële website fungeren als het kloppende hart van de organisatie, waarbij we een scherp onderscheid maken tussen de visuele beleving van de natuur en de diepere inhoudelijke boodschap.
Enerzijds is er de informatieve beleving van onze prachtige lokale natuur, verzorgd door een enthousiast team van elf gedreven professionals, waaronder schrijvers, fotografen en een eigen cartoonist die de actualiteit van een ludieke noot voorziet.
Deze medewerkers brengen de schoonheid van het landschap tot leven via zorgvuldige fotoreportages en verhalen, waardoor de website een platform wordt waar de bewondering voor fauna en flora centraal staat.
Anderzijds rust de website op een stevig inhoudelijk fundament dat vertolkt wordt door onze woordvoerder, Glenn Solastalgie.


De naam Glenn vindt zijn oorsprong in het Goidelische woord gleann, wat staat voor een smalle vallei die van nature een beschutte corridor en een veilige doorgang vormt van de vier beekvalleien, namelijk het Groot Schijn, het Klein Schijn, de Laarse Beek en de Kaartse Beek, die verbonden worden door de Antitankgracht.
De term solastalgie is in 2005 geïntroduceerd door de milieufilosoof Glenn Albrecht om een specifieke menselijke emotie een plek te geven.
De etymologische afkomst van dit woord is een verbinding van het Latijnse solacium, wat staat voor troost, en het Griekse algos, wat pijn of verlangen betekent.
Het beschrijft de oprechte bezorgdheid en de nood aan troost die mensen ervaren wanneer hun vertrouwde thuisomgeving ingrijpend verandert door externe factoren zoals verharding of de achteruitgang van de biodiversiteit.


Waar de fotografen en schrijvers ons tonen hoe waardevol en onmisbaar onze natuur is, vormt Glenn Solastalgie de brug naar de inhoudelijke werking door het verhaal van het kwetsbare evenwicht van ons landschap te vertellen.
Zijn woorden maken voelbaar hoe de troost van onze omgeving onder druk staat, maar leggen tegelijkertijd uit hoe nauw onze innerlijke rust verbonden is met de gezondheid van de leefomgeving.
In plaats van enkel de zorgen te benoemen, focust Glenn op het herstel van onze natuurlijke thuisbasis om het gevoel van onbehagen weer om te buigen naar een hernieuwde verbondenheid en hoop voor de toekomst.


Het team van experts koppelt deze twee werelden aan elkaar door de visuele pracht te gebruiken als inspiratiebron voor de noodzaak tot het koesteren en herstellen van onze gemeenschappelijke leefomgeving.
GroenRand vertaalt deze behoefte aan herstel naar een constructieve rol als actieve beleidsmonitor en kwaliteitsbewaker, waarbij we altijd verbindend willen werken.
In plaats van enkel te sensibiliseren, stimuleren en faciliteren we nu de uitvoering van bestaande natuurplannen door als deskundige partner op te treden voor volksvertegenwoordigers in het Vlaams Parlement.


Wij voorzien deze volksvertegenwoordigers van wetenschappelijk onderbouwde feiten en dossierkennis, waarmee zij in de Commissie Leefmilieu gericht parlementaire vragen kunnen stellen en de aandacht voor de noodzakelijke budgetten kunnen vergroten.
Deze informatie dient als instrument voor beleidsmakers om de voortgang van natuurdoelen zorgvuldig te bewaken, meer transparantie te vragen over de beschikbare middelen en er samen voor te zorgen dat papieren ambities ook daadwerkelijk vertaald worden naar een concrete uitvoering op het terrein.


Glenn fungeert hierbij als de spreekbuis die complexe thema’s duidt die de basis vormen voor onze beleidsmatige werking en onze visie op de Antitankgracht als de verbindende corridor voor onze regio.
De Antitankgracht vormt als historisch militair verdedigingswerk een indrukwekkende halve maan rond Antwerpen en is getransformeerd tot de ecologische ruggengraat van de Voorkempen.
We leveren feiten en data aan voor parlementaire vragen in de Commissie Leefmilieu om samen met beleidsmakers te kijken naar de voortgang van gedeelde natuurdoelen.


Deze monitoring is een gedeelde zorg, zeker nu er een financieel vacuüm dreigt te ontstaan door het aflopen van het soortenbeschermingsprogramma otter en de Interreg-middelen in 2027.
GroenRand wijst er opbouwend op dat er voor het Vlaams Actieplan Ecologische Ontsnippering (VAPEO) tot 2031 momenteel extra middelen nodig zijn om de plannen ook effectief op het terrein te realiseren.
Zonder deze middelen dreigt de waardevolle kennis uit het VAPEO onvoldoende te worden benut, terwijl we samen juist de verkeersveiligheid voor mens en dier willen verhogen.
De vergelijking met het Nederlandse MJPO toont aan hoe een structurele aanpak vruchten afwerpt, met een bloeiende populatie van 450 otters als prachtig resultaat.
In Vlaanderen is de otter met naar schatting slechts 15 exemplaren nog erg kwetsbaar, wat de noodzaak onderstreept om barrières in ons landschap op een zorgvuldige manier aan te pakken.
Wij wijzen er in alle dialoog op dat investeringen in natuurverbindingen essentieel zijn om de rechtszekerheid in de vergunningverlening onder de Europese Natuurherstelwet te bewaren.
De Vlaamse Regering staat momenteel voor de uitdagende balans tussen de eigen begrotingsdoelen voor 2027 en de internationale afspraken over ons natuurlijk kapitaal.


Hoewel de regering streeft naar een gezond budget, geeft de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) aan dat extra investeringen nodig zijn voor grote maatschappelijke uitdagingen zoals natuur en klimaat.
De SERV berekende dat er nog ruim 800 miljoen euro extra gevonden moet worden om deze ambities waar te maken, een budget dat volgens ons een investering is in onze eigen toekomstbestendigheid.
GroenRand hanteert voor de eigen regio daarom een tweesporenbeleid waarbij we enerzijds de langetermijnvisie van de klimaatgordel binnen het Complex Project De Nieuwe Rand ondersteunen.
Deze procedure verloopt via strikt gedefinieerde wettelijke fases, waarbij we na de verkennings- en onderzoeksfase nu in de laatste inspraakfase zijn beland alvorens het voorkeursbesluit definitief wordt.
Het verloop van deze fases is cruciaal, omdat de beslissingen die nu worden genomen de basis leggen voor de toekomstige inrichting van het landschap voor de komende generaties.
Een centraal dossier hierbij is het financieringsvoorstel van 11,45 miljoen euro voor vijftien projectfiches die valleien en bosgebieden moeten omsmelten tot één samenhangend groenblauw systeem.
GroenRand merkt op dat de formele procedure van De Nieuwe Rand soms traag verloopt, terwijl de natuur soms nood heeft aan een snellere bescherming op het terrein.


Daarom pleiten wij in ons tweede spoor voor weldoordachte quick-wins die de grotere plannen kunnen versnellen, zoals de aankoop van strategische percelen tussen het Klein en Groot Schietveld.
Fysieke ontsnippering is wenselijk via ecoduikers onder de N12 in Schilde en via maatregelen rond de E10-plas in Schoten om barrières op een veilige manier te doorbreken.
Ook het herstel van de blauwe as via slibruimingen en het heropenen van gedempte secties in Sint-Job en Schildestrand is een kans om de Antitankgracht weer als één continue waterloop te laten functioneren.
Naast deze acties richt GroenRand zich op duurzame natuurbindingen die de kern vormen van onze visie op de regio.
Dit betreft de realisatie van een robuuste natuurkern door de verbinding van het Vrieselhof, het Zoerselbos en de waardevolle percelen nabij het Vliegveld van Malle en Blommerschot.
Dit project rond het vliegveld van Malle is cruciaal om een veilige habitat te creëren voor schuwe soorten zoals de wespendief.
Natuurlijk vormt ook de fysieke verbinding tussen het Groot en Klein Schietveld, de Kalmthoutse Heide en de aanleunende bossen van de Antitankgracht voor GroenRand een fundamentele schakel in dit netwerk.


In onze visie fungeert de erkenning van het Regionaal Klimaatpark Voorkempen, een aaneengesloten gebied van minimum 3.000 hectare, als de noodzakelijke en pragmatische tussenstap naar een officieel Nationaal Park.
Dit klimaatpark is de methodiek om de grote natuurkernen nu al feitelijk met elkaar te verweven via de Antitankgracht, waarbij voor ons het label van Nationaal Park van ondergeschikt belang is ten opzichte van de inhoudelijke realisatie.


Waar het ons werkelijk om gaat, is de structurele financiering van het Masterplan, ondersteund door het inmiddels bestaande Parkendecreet dat een robuust juridisch kader biedt voor alle betrokken partners.
Het Grondwettelijk Hof heeft immers bevestigd dat de oprichting van een Nationaal Park geen nadelige juridische gevolgen heeft voor de omgeving,
aangezien de bescherming en financiering op volledig vrijwillige basis gebeuren.
Dit betekent dat private eigenaars en lokale besturen rechtszekerheid genieten, want het decreet creëert kansen en middelen zonder dwingende beperkingen op te leggen aan wie niet expliciet wenst deel te nemen.
De otter fungeert hierbij als de ultieme paraplusoort, want als het goed gaat met de otter, profiteren ook de bever, de boommarter, amfibieën, vogelsoorten en zeldzame libellen mee.


De ecologische urgentie blijkt uit de nood aan bescherming van deze diersoort, waarbij de Antitankgracht een cruciale verbindingsweg vormt tussen de Scheldevallei en Nederland.
In het Projectplan 2026-2031 werken vele partners al samen aan het Plan Otter van bioloog Michiel Cornelis voor de zone tussen Berendrecht en Oelegem.
Bunkers worden daarbij ingericht als rustplaatsen voor vleermuizen, terwijl we gemeenten verenigen rond de versterking van houtkanten via de actie Bijtandje Houtkantje.
GroenRand blijft een warm pleitbezorger van dit aaneengesloten natuurlandschap waarbij de balans tussen budgettaire discipline en een veerkrachtige natuur centraal staat.
GroenRand groeit zo uit tot een vertrouwde architect van het landschap, waarbij we samen bouwen aan de verbinding tussen mens en natuur voor een gezonde toekomst van de Voorkempen.

zondag 3 mei 2026

Het paapje: een zeldzame parel van de Voorkempen en een globetrotter in nood

Het paapje: een zeldzame schat van de Voorkempen en een wereldreiziger in moeilijkheden


Het paapje, wetenschappelijk bekend als Saxicola rubetra, is een fraaie maar onopvallende insecteneter die als broedvogel wijdverspreid is in Europa, maar in de regio van de Voorkempen tegenwoordig extreem zeldzaam is geworden.
Deze vogel is een echte globetrotter die de winter doorbrengt in de uitgestrekte savannes van Oost- en West-Afrika ten zuiden van de Sahara, en pas tegen het einde van april weer in Vlaanderen verschijnt op doortrek naar de broedgebieden.
De hoogste dichtheden van deze soort worden teruggevonden in Noordoost- en Oost-Europa, terwijl in West-Europa het aantal broedparen al decennia spectaculair en angstaanjagend daalt.


Voor de gedreven natuurfotograaf Frank Vermeiren was het uiterst belangrijk dat dit mooie vogeltje niet mankeerde in de lijst van vogels die hij omschrijft in zijn fotoreportage van A tot Z.
Frank maakt zijn indrukwekkende foto's voor de website van GroenRand, een actieve burgerorganisatie die in 2016 werd opgericht en strijdt voor het behoud en de verbinding van de natuur in de Voorkempen via projecten zoals Greenconnect.
Deze vereniging zet zich in om versnipperde gebieden weer aaneen te smeden tot robuuste gehelen, en pleit voor de erkenning van de regio als een Regionaal Klimaatpark om natuurherstel als wapen tegen klimaatverandering in te zetten.
Voor zijn uitzonderlijke inzet en zijn talent om de lokale fauna in de kijker te zetten, ontving Frank Vermeiren onlangs de Groene Lens 2024, een prestigieuze erkenning van GroenRand voor personen die de lokale natuur promoten.


Hij heeft het paapje drie jaar geleden nog persoonlijk en prachtig kunnen fotograferen op de uitgestrekte vlaktes van de Kalmthoutse Heide, en nu we aan de letter P van paapje zijn aanbeland, krijgt deze soort de volle aandacht.
Een broedgeval in Vlaanderen is tegenwoordig erg uitzonderlijk, en de laatste broedvogelatlas die alle territoria tussen 2000 en 2002 opnam, maakte slechts melding van vier zekere en een tiental waarschijnlijke broedgevallen.
Sindsdien is het paapje als Vlaamse broedvogel nagenoeg volledig verdwenen, en werd de soort in de laatste Rode Lijst van de broedvogels opgenomen in de categorie ernstig bedreigd.
Ook in Wallonië wordt een zeer sterke achteruitgang van drieëntachtig procent gerapporteerd over de voorbije vijftig jaar, waarbij volgens een laatste telling uit 2007-2008 nog slechts tweehonderd tot tweehonderdentien territoria overbleven.
De meeste Waalse broedpaartjes bevinden zich in de Hoge Venen met de grootste populatie in het militair domein van Elsenborn, maar zelfs daar blijven de populaties helaas sterk dalen.
In onze buurlanden tekent zich eenzelfde trend af, met in Frankrijk een daling van vijfentachtig procent waarbij enkel nog broedgevallen voorkomen in de Lorraine, de Franse Ardennen, de Maasvallei en de Vogezen.
In Nederland werd het aantal broedpaartjes in de periode tussen 2013 en 2015 geschat op tweehonderdzestig tot driehonderdtwintig, wat een achteruitgang van tachtig procent betekent vergeleken met de periode 1973-1977.


De sterke achteruitgang heeft deels te maken met de intensivering van de landbouw die vanaf de beginjaren zeventig werd ingezet, en het vroeger maaien van de hooilanden waarbij de nesten simpelweg worden uitgemaaid.
Omdat het paapje een soort is die pas laat in het seizoen begint te broeden, is dit vroege maaien absoluut nefast voor het overleven van de jongen in hun op de grond gebouwde nesten.
Daarnaast zorgden grootschalige drainagewerken voor een sterke ontwatering, waardoor vochtige bloemrijke hooilanden erg schaars werden, terwijl GroenRand juist pleit voor het herstel van dergelijke natte biotopen.
Ook het toegenomen gebruik van sproeistoffen leidde tot een sterke afname van insecten, wat de belangrijkste voedselbron is voor deze vogels en hun opgroeiende jongen.
Het paapje is van nature een typische broedvogel van kruidenrijke open graslanden en heidevelden, waar hij op de grond een meestal zeer goed verborgen nest bouwt tussen de dichte vegetatie.
Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten en andere ongewervelden, die ze vaak vanaf een vaste zitplaats op een hoge plant, een paaltje of een stuk prikkeldraad opsporen.


In de herfst wordt dit dieet door de vogels aangevuld met bessen en zaden, om voldoende vetreserves op te bouwen voor de lange tocht naar het overwinteringskwartier in tropisch Afrika.
Tijdens het observeren valt in alle kleden de duidelijke wenkbrauwstreep op, die bijna wit is bij de mannetjes en meer beigewit bij de vrouwtjes en onvolwassen vogels.
In de vlucht is het paapje in alle kleden direct herkenbaar aan de witte staartbasis, wat een belangrijk verschil is met de roodborsttapuit die een volledig donkere staart heeft.
Mannetjes hebben in de broedtijd bovendien een opvallende zwarte oorstreek en een duidelijker oranje keel en borst, terwijl bij vrouwtjes en onvolwassen vogels de oorstreek lichtbruin is en de borst minder fel oranje kleurt.
In de loop van de maanden augustus en september verlaten de paapjes de Europese broedgebieden voor de trek in losse groepjes langs het westelijke deel van Europa richting de Afrikaanse savannes.
In de regio van de Voorkempen kun je ze tijdens de trekperiodes vooral waarnemen in open natuurgebieden zoals de Schijnvallei met de Schijnbeemden, of op de Kessele Heide in Nijlen.
Ook in de omgeving van Schilde, Zoersel of Wijnegem worden ze soms gezien in extensief beheerde hooilanden of ruige terreinen met veel structuur in de vegetatie, die dienen als noodzakelijke rustplaats.
Het creëren van groene corridors en een Regionaal Klimaatpark, zoals GroenRand bepleit, is van levensbelang om deze vogels een veilige stopover te bieden tijdens hun duizenden kilometers lange reis.


De vereniging gebruikt de otter als ambassadeur voor deze belangrijke verbindingen, die ook voor de rust en het voedselaanbod van het paapje cruciaal kunnen zijn voor een gezonde populatie.
Voor wie actuele waarnemingen wil opvolgen, is de website Waarnemingen.be een onmisbare bron om te zien waar er recent paapjes zijn gemeld in de regio of de provincie Antwerpen.
Natuurwerkgroepen registreren deze schaarse doortrekkers nauwgezet om de evolutie van deze ernstig bedreigde soort in kaart te brengen en hun voortbestaan in onze regio voor de toekomst te bewaken.
Het blijft een prachtig schouwspel om zo'n vogel fier rechtop te zien zitten op een uitkijkpost, terwijl hij zich voorbereidt op de volgende zware etappe van zijn reis naar het verre zuiden.
Door de visuele details van Frank Vermeiren te combineren met de historische data en de visie van GroenRand, ontstaat een compleet beeld van een vogel die we absoluut moeten koesteren en actief moeten beschermen.
Dit verslag vormt een essentieel onderdeel van de documentatie over de biodiversiteit in de Voorkempen, en herinnert ons aan de noodzaak voor een robuust natuurbeleid en betere landschapsverbindingen.