dinsdag 31 maart 2026

Groenrand: de redding van de Steertse Heide en het vernieuwde Kleine Meer

Groenrand: de redding van de Steertse Heide en het vernieuwde Kleine Meer



Foto's: Dirk Weyler (archieffoto's werken) en Ingrid Boumans

Groenrand ging in februari 2026 al een kijkje nemen naar de werkzaamheden aan de Steertse Heide en het Kleine Meer, die toen nog volop aan de gang waren.


Op dat moment was het gebied nog een echte bouwwerf, wat duidelijk te zien was op de diverse foto's van de graafwerken en het zware materieel van de aannemers die de redactie toen vastlegde.
Midden maart 2026 was het eindelijk zover: de langverwachte opening van het vernieuwde Kleine Meer vond plaats onder grote belangstelling van alle betrokkenen.
Vol enthousiasme verzamelden samenwerkingspartners, stakeholders, omwonenden en vrijwilligers zich bij de werkschuur van Natuurmonumenten West-Brabant in Ossendrecht voor dit historische moment.


Met zichtbaar plezier en trots vertelden de boswachters over het intensieve proces, de complexe uitgevoerde werkzaamheden en het prachtige eindresultaat dat na jaren van planning is behaald.
Mede dankzij de inzet en het vakmanschap van gespecialiseerde aannemers is dit resultaat behaald: het water is weer schoon en biedt opnieuw kansen aan uiterst zeldzame planten en dieren.


Deze intensieve ingrepen maken deel uit van een grootschalig, grensoverschrijdend herstelproject waarbij de Steertse Heide en het vernieuwde Kleine Meer als één complex ecologisch systeem worden beheerd.
De Steertse Heide is een open gebied van ongeveer 140 hectare, gelegen op een hoger gelegen zandrug aan de Belgische zijde van het Grenspark Kalmthoutse Heide.
Dit uitgestrekte gebied fungeert als het natuurlijke infiltratiegebied voor het grondwater dat de lagergelegen vennen aan de Nederlands-Belgische grens, zoals het Kleine Meer en het Groote Meer, voedt.
Het water stroomt ondergronds van de Steertse Heide naar deze vennen, maar dit hydrologische systeem kampte jarenlang met een ernstig knelpunt door een intensief landbouwverleden.


Door de historische bemesting op de percelen van de Steertse Heide bevatte dit afstromende water te veel voedingsstoffen, zoals stikstof en fosfaat, wat de natuurlijke balans verstoorde.
Zeldzame heide- en venplanten moesten hierdoor plaatsmaken voor snelgroeiende, dominante soorten die de overhand kregen en de kwetsbare biodiversiteit van het gebied volledig verstikten.
Wie onlangs de wandelroutes Buizerd, Mont Noir of Ree verkende op de Steertse Heide, merkte de natuurwerkzaamheden op die dit hardnekkige probleem eindelijk moesten oplossen.
Om dit cruciale knelpunt aan te pakken, is binnen het Europese HELVEX LIFE-project en met provinciale subsidies vanuit Noord-Brabant een geavanceerd systeem van waterfilters gerealiseerd.


De eerste fase van dit project omvatte de bouw van een ijzerzandfilter langs de noordelijke loop, wat een wereldprimeur was op het vlak van natuurgebaseerde waterzuiveringstechnieken.
Deze nieuwe waterfilters halen een groot deel van de overtollige voedingsstoffen uit het water, nog vóór het de kwetsbare natuurlijke vennen in het Nederlandse deel bereikt.


Begin 2026 is bovendien gestart met de aanleg van een tweede waterfilter op de Steertse Heide om deze zuivering te optimaliseren en de waterkwaliteit voor de komende decennia te waarborgen.
In combinatie met de aanleg van deze filter wordt ook het herstel van het historische Evertandven op Vlaams grondgebied gerealiseerd, een ven dat eerder door ontwatering was verdwenen.


Terwijl aan de bron op de Steertse Heide hard werd gewerkt, onderging het Kleine Meer zelf ingrijpende herstelwerkzaamheden om het gebied weer te laten functioneren zoals rond het jaar 1800.
Tijdens de rondleiding door het vernieuwde gebied werd meteen duidelijk dat de natuur positief reageert: oeverkruid, riempjes en grondster laten zich nu alweer massaal zien langs de oevers.
De natuur had het de afgelopen jaren zwaar door verdroging en stikstofneerslag, waardoor soorten zoals de rugstreeppad en de kamsalamander het tot 2025 erg moeilijk hadden.


Dankzij de Europese samenwerking binnen het programma Natuur van de provincie Noord-Brabant is het gebied nu flink versterkt en beter bestand tegen extreme weersomstandigheden.
Natuurmonumenten heeft de natuur hier verbeterd doordat er nu meer én langer water vastgehouden kan worden door het dichten van oude ontwateringssloten en het plaatsen van stuwen.
Deze herstelmaatregelen zijn juridisch en financieel mogelijk gemaakt dankzij de Natura 2000-status van dit unieke grenspark, wat een duurzame bescherming van de habitat garandeert.


Waar mogelijk is het volledige watersysteem hersteld door overbodige sloten te dempen en nieuwe, regelbare stuwen te plaatsen op strategische locaties in het landschap.
Hierdoor kan het kostbare water beter worden vastgehouden in droge periodes en juist gecontroleerd worden afgevoerd bij een overschot aan neerslag tijdens natte winters.
Ook zijn snelgroeiende struiken en bomen verwijderd die het ven dreigden te overwoekeren, terwijl de dikke, vervuilde sliblaag op de bodem volledig is uitgebaggerd.


Daarnaast wordt de woekerende watercrassula, een invasieve waterplant uit Australië die lokale soorten verstikt, actief en systematisch bestreden om de inheemse flora te beschermen.
Bijzonder is ook dat voorafgaand aan alle graafwerkzaamheden het gehele gebied eerst volledig is onderzocht op de aanwezigheid van explosieven uit de oorlogsperiode.
Tijdens de hevige Slag om de Schelde in de Tweede Wereldoorlog is hier namelijk zwaar gevochten, wat nog steeds zichtbaar is aan de kraters die je op de route tegenkomt.


Er zijn tijdens dit specialistische onderzoek daadwerkelijk meerdere explosieven gevonden en veilig onklaar gemaakt door de EOD, waardoor het gebied nu weer veilig toegankelijk is.
Met het oog op het veranderende klimaat is er bewust gekozen om meer grip te krijgen op het totale waterbeheer van de Brabantse Wal en de aangrenzende heidegebieden.
In droge periodes kan het water nu aanzienlijk langer worden vastgehouden, wat essentieel is voor het herstel van de zeldzame vegetatie die afhankelijk is van schommelende waterstanden.
Omdat de waterstand waarschijnlijk vaker en langer hoog zal blijven, zijn ook de wandelpaden en recreatieve routes in het gebied structureel aangepast aan de nieuwe condities.


Voor bezoekers betekent dit een nóg mooiere natuurbeleving, waarbij de vernieuwde route deels vlak langs de oever over houten vlonderpaden loopt voor een uniek perspectief.
Andere delen van de route voeren de wandelaar juist over de hogere delen van het gebied, waardoor een afwisselende wandeling ontstaat door water, heide en bos.
Zo kun je de rijke flora en fauna optimaal beleven en fotograferen zonder de broodnodige rust van de broedende vogels en andere dieren te verstoren.
Dankzij de nauwe samenwerking met Staatsbosbeheer loopt het pad nu zelfs op een unieke manier dwars over de uitgestrekte heidevelden voor een weids en ongerept uitzicht.


Met de verbeterde ecologische omstandigheden wordt er ook hoopvol vooruitgekeken naar de definitieve terugkeer van bijzondere vogelsoorten die hier vroeger talrijk waren.
Men verwacht dat soorten als de geoorde fuut, lepelaar, zomertaling, dodaars, tafeleend en slobeend weer volop gaan broeden in de luwte van het herstelde Kleine Meer.
Wandelpad Fuut start officieel bij de beheerschuur van de Brabantse Wal aan de Abdijlaan in Ossendrecht en vormt een prachtig, educatief rondje rondom het ven.
Vanuit de beschutting van het bos kijk je plots op het weidse ven, een uitzicht dat vooral in de vroege ochtenduren met optrekkende mist een betoverende aanblik biedt.
De werkzaamheden op de Steertse Heide zijn intussen ook afgerond en de wandelpaden die tijdelijk waren omgeleid voor de bouw van de filters worden momenteel in hun oude glorie hersteld.
De komende jaren kan iedereen hier van dichtbij volgen hoe de natuur zich stap voor stap ontwikkelt dankzij de constante aanvoer van gezuiverd grondwater via de nieuwe filtersystemen.


Om de lokale bevolking en geïnteresseerden te betrekken bij dit succesverhaal worden er gratis infowandelingen georganiseerd op 12 april en 23 augustus 2026 waarvoor men zich online kan aanmelden.
Tijdens deze wandelingen geven experts ter plaatse uitleg over de technische werking van de ijzerzandfilter en hoe deze bijdraagt aan de overleving van de kamsalamander.
Het creëren van een natte verbindingszone van circa 9 hectare tussen de Steertse Heide en de vennen moet ervoor zorgen dat amfibieën en insecten zich weer ongehinderd over de grens kunnen verplaatsen.
Alles in dit project is erop gericht om het Kleine Meer en de Steertse Heide weer die unieke, waardevolle natuurlijke status te geven die het gebied rond 1800 al bezat.
Met het fysieke werk nu volledig afgerond is het wachten op voldoende neerslag, zodat het systeem zichzelf kan herstellen en de natuur haar plek weer volledig kan opeisen.
Dit project is een lichtend voorbeeld van hoe internationale samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland kan leiden tot een robuust natuurgebied dat klaar is voor de uitdagingen van de toekomst.

Frank Vermeiren en GroenRand presenteren de Groenling in Vogels van A tot Z

Frank Vermeiren en GroenRand stellen de Groenling voor in Vogels van A tot Z


In de reportagereeks Vogels van A tot Z brengt GroenRand lokale vogels tot leven met passie, wetenschappelijke weetjes en prachtige foto's van onder andere Frank Vermeiren.
Dit digitale archief viert de biodiversiteit in onze eigen achtertuin waarbij momenteel de Groenling onder de letter G in de schijnwerpers staat.
Dit mooie, olijfkleurige zangvogeltje uit de vinkenfamilie is een graag geziene gast in tuinen en parken.
Leer de groenling herkennen, ontdek waar hij graag nest en wat hij graag eet, en wie weet overtuig jij deze groene jongen ook wel tot een bezoekje aan jouw tuin.
Door zijn typische kleuren is de groenling makkelijk te onderscheiden van andere zangvogels.
Hij is 14-16 cm lang en 25 à 35 g zwaar en heeft een grote, roze tot beige kegelvormige snavel, een korte, gevorkte staart en roze poten.
In het paringskleed is het mannetje olijfgroen met een gele band op de vleugel en gele staartpennen, terwijl het vrouwtje dofgrijs-groen is met een minder uitgesproken gele kleur.
Zoals veel vogels heeft ook de groenling een snavel die aangepast is aan zijn dieet.
Met zijn grote, kegelvormige bek en sterke onderkaken kan hij zonder moeite zaden en bessen oppikken op zijn weg.
Indien nodig vult deze granivoor zijn dieet aan met kleine ongewervelde dieren of vruchten.


Jonge groenlingen worden grootgebracht met insectenlarven en schakelen daarna pas over op gepelde zaden en bessen.
De Europese groenling kan op veel verschillende plaatsen waargenomen worden: open plekken, bosranden, tuinen, parken, boomgaarden en zelfs steden.
In de Voorkempen is de groenling een vertrouwde verschijning in de Schijnvallei, met inbegrip van Oelegem en natuurgebied De Pont, en in de omgeving van Zoersel. Daarnaast worden ze regelmatig waargenomen in De Uitlegger op de grens van Kapellen en Brasschaat, in Zalfens Gebroekt op de grens van Malle en Zoersel, in het Klein Schietveld te Brasschaat en in de kasteelparken van Schilde en Wijnegem.


Ook groene woonwijken zoals Halle, Sint-Antonius en Schilde-Bergen zijn populaire plekken voor deze vogel.
Hij bezoekt ook landbouwgebieden om zaden te verzamelen.
Houtkanten vormen een onmisbaar onderdeel in de leefomgeving van de groenling.
Als typische bewoner van bosranden en het halfopen landschap vindt deze vogel in een dichte houtkant alles wat hij nodig heeft: een veilige schuilplaats tegen roofdieren, beschutting om te nestelen en een rijke bron aan zaden van struiken en onkruiden.
Vanuit de hogere takken bakenen de mannetjes bovendien hun territorium af met hun kenmerkende zang, een vrolijk gekwetter dat regelmatig wordt onderbroken door een langgerekt, nasaal gezeur, een geluid dat door vogelliefhebbers vaak liefkozend als de zeurzang wordt bestempeld.
Tijdens het voorjaar is dit spektakel op zijn mooist wanneer het mannetje een acrobatische zangvlucht uitvoert; met trage, schokkerige vleugelslagen fladdert hij dan als een grote vlinder of vleermuis boven de houtkant om indruk te maken op de vrouwtjes.


Vanwege zijn kleur en zang wordt de groenling ook wel de kanarie van de Lage Landen genoemd, al is hij een stuk robuuster gebouwd.
Dat zie je vooral aan de krachtige snavel en de bijbehorende stierennek, waarmee hij met een indrukwekkende behendigheid zelfs de hardste zaden vakkundig pelt door ze razendsnel in zijn snavel te laten trillen.
Deze robuuste bouw past bij zijn karakter, want de groenling staat bekend om zijn pittige tafelmanieren.
Hoewel ze in de winter sociale groepen vormen en op akkers foerageren, gedragen ze zich rond de voederplek vaak als kleine tirannen.
Met gespreide vleugels en open snavel voeren ze schijnaanvallen uit om duidelijk te maken wie de baas is, waarbij opvallend genoeg de vrouwtjes vaak de dominantste positie innemen.
Meidoorn en hondsroos (rozenbottel) zijn een populaire nestplaats voor ouders in spé.
Ook klimop is zo’n groenblijvende, dichte struik die een uitstekende schuilplaats vormt.


De groenling is niet erg territoriaal maar zal tegenover andere vogelsoorten wel zijn nest verdedigen.
Een bijzonder feit is dat groenlingen soms huizenkrakers zijn.
Ze knappen regelmatig het oude nest van een andere vogelsoort op in plaats van er zelf een te bouwen.
Bovendien zijn het ware kolonisten die zich graag vestigen in losse groepjes van vier tot zes nesten, dicht bij elkaar gelegen in één houtkant of struikgroep.
Buiten het broedseizoen trekken groenvinken in kleine zwermen rond en in de winter houden ze elkaar warm door dicht bij elkaar te kruipen, waarbij zelfs andere vinkensoorten zoals de sijs welkom zijn.
De groenling start in de lente, vanaf eind maart, met broeden.
Het mannetje voert een complexe balts uit om het vrouwtje van zijn dromen te versieren door met schokkerige vleugelslagen te vliegen en te zingen om de dames te bekoren.
Hij pronkt daarna met zijn knalgele veren en springt naar het vrouwtje van zijn keuze.
In april legt het vrouwtje 4 tot 6 lichtblauwe eieren die ze in 11 tot 14 dagen uitbroedt en in juni volgt meestal een tweede legsel.
Zodra de jongen uit het ei zijn, krijgen ze insectenlarven, en later gepelde zaden, van beide ouders aangereikt om groot en sterk te worden.


Na vijftien dagen verlaten de jonge groenlingen het nest, maar ze gaan niet ver.
Ze blijven nog twee tot drie weken dicht bij elkaar en nemen genoegen met een plekje op een tak iets verderop, omdat ze op hun jonge leeftijd nog niet kunnen vliegen.
De groenling is dan wel klein, maar hij is verre van verlegen en is een echte cultuurvolger die je vaak in de buurt van huizen of in de tuin tegenkomt.
Vooral in de winter zoeken ze voederplaatsen op om terug op krachten te komen.
Sinds 2014 daalt het aantal Europese groenvinken, hoogstwaarschijnlijk door Trichomoniasis, een parasitaire aandoening aan de luchtwegen die via water en voederplaatsen wordt overgedragen.
Wil je groenlingen aantrekken in je tuin, dan stelt deze vogel een hygiënische voeder- of drinkplaats met zonnebloempitten en ongezouten pinda’s erg op prijs.
De wetenschappelijke naam Chloris verwijst naar de Griekse nimf van de lente en godin van de bloemen en de vogel blijft met volkse namen zoals de Groninger of Groenvink een van de meest karaktervolle verschijningen in ons groene landschap.
Om dit type landschap te beschermen, start de vereniging GroenRand morgen, op woensdag 1 april 2026, een nieuwe campagne in Malle.
Onder de ludieke naam Bijtandje Houtkantje viert de vereniging haar tiende verjaardag door extra in te zetten op het herstel en de verbinding van deze tanden van het landschap.
De campagne werkt met een mascotte die een struikgebit heeft, wat symboliseert dat houtkanten de wind temmen en erosie voorkomen.
Malle dient hierbij als inspirerend voorbeeld, aangezien daar in samenwerking met landbouwers en het Regionaal Landschap de Voorkempen al ruim 1,6 kilometer aan nieuwe houtkanten en hagen is gerealiseerd.
De campagne trapt af met de lezing Sporen van vroeger, kansen voor morgen: het verhaal van het Malse landschap in het Koetshuis van Domein De Renesse aan de Lierselei 28 om 19:30 uur.
Met deze stap benadrukt GroenRand, als onderdeel van hun jubileumjaar Greenconnect dat in het teken staat van ontsnippering en het connecteren van natuurgebieden, dat het versterken van houtkanten niet alleen cruciaal is voor de biodiversiteit en voor vogels zoals de groenling, maar ook essentieel voor een klimaatbestendige leefomgeving.

De groenling is een generalist die goed profiteert van het diverse landschap in de Voorkempen maar staat onder druk door verstedelijking en versteende tuinen.
Het diverse landschap in de Voorkempen biedt een unieke kans voor vogelspotters om deze vinkachtige in zijn natuurlijke habitat te bestuderen.
Door zonnebloempitten aan te bieden op een veilige plek lok je deze levendige vogel direct naar je eigen raam.
Het behoud van dichte struiken, houtkanten en bosranden blijft de belangrijkste factor voor het voortbestaan van de groenling in onze regio.

maandag 30 maart 2026

GroenRand steunt de integrale visie op de opwaardering van Domein De Welvaart

GroenRand ondersteunt de integrale visie voor de opwaardering van Domein De Welvaart


Domein De Welvaart is een levendig natuur- en bosgebied van zo’n 15 hectare in Sint-Antonius (Zoersel) dat een rijke geschiedenis combineert met moderne natuurontwikkeling.
Het bos vormt een cruciale schakel in de groene gordel van de Voorkempen en sluit direct aan bij het Molenbos en het bekende Trappistenbos van Westmalle.


Volgens de historische Ferrariskaart uit de periode 1771-1778 was dit gebied ooit een uitgestrekt heide- en duinenlandschap dat bekendstond onder de naam “Westmalsche Heyde”.
In de loop der eeuwen is deze schrale grond uitgegroeid tot een rijk boslandschap met een grote rijkdom aan flora en fauna, waaronder de kenmerkende en prachtige beukendreven.


Hoewel het bosdomein momenteel geen officieel beschermde status geniet, vormt het een essentiële verbinding met de nabijgelegen ankerplaats 'Abdij van Westmalle' en omliggende natuurgebieden.
De sociale historie van de plek is nauw verbonden met de stad Antwerpen, die hier decennialang vakantiekampen en bosklassen organiseerde voor Antwerpse schoolkinderen.
Sinds 2006 heeft Stichting Kempens Landschap een voortrekkersrol op zich genomen door stelselmatig bospercelen aan te kopen om het gebied voor de toekomst veilig te stellen en op te waarderen.


Vandaag de dag is het eigendom in handen van Stichting Kempens Landschap, gemeente & ocmw Zoersel, Natuurpunt en een aantal private eigenaren.
Samen met partners zoals Bosgroep Antwerpse Gordel, de provincie Antwerpen en Regionaal Landschap de Voorkempen zet de Stichting zich in voor het behoud van deze groene long.
De plaatselijke natuurvereniging GroenRand steunt deze integrale visie en is uitgesproken tevreden over de gang van zaken omdat het project naadloos aansluit bij hun eigen doelstellingen voor een robuuste klimaatgordel.
GroenRand looft specifiek de inspanningen om van het domein een ecologische stapsteen te maken die de migratie van kwetsbare soorten tussen verschillende boskernen in de regio mogelijk maakt.
De vereniging ziet de recente erfpacht door Natuurpunt Voorkempen als een absolute garantie dat het beheer op lange termijn gericht blijft op maximale natuurwinst en biodiversiteit.


Bovendien steunt GroenRand de duurzame herbestemming van de gebouwen naar een natuureducatief centrum, wat het maatschappelijk draagvlak voor natuurbehoud bij de lokale bevolking versterkt.
Onlangs werd een belangrijke stap gezet naar een veerkrachtig bos via een grootschalige bosaanplant met lokale scholen uit Zoersel.


Bijna honderd leerlingen staken de schop in de grond voor een nieuw stukje bos van meer dan 1 hectare, een actie die feestelijk werd geopend door gedeputeerde Jan De Haes en burgemeester Katrien Schryvers.
In het opgestelde bosbeheerplan wordt gestreefd naar de ontwikkeling van een inheems gemengd bos door exotische boomsoorten stapsgewijs te vervangen door inheemse soorten.
Naast de bosaanplant wordt extra natuurwaarde gecreëerd door de systematische aanleg van bosranden en een nieuw poelencomplex.


Dit poelencomplex werd aangelegd met de steun van het Agentschap voor Natuur en Bos om de biodiversiteit te verbeteren en biedt de ideale stek voor amfibieën zoals de beschermde kamsalamander.
Dat de aanleg van de poelen werkt, bleek uit de monitoring van vorige week waarbij heel wat vinpootsalamanders en alpenwatersalamanders werden aangetroffen.
Gisteren organiseerde Natuurpunt Voorkempen een wandeling onder leiding van gids Bart Hellemans om de bewoners van deze waterpartijen van dichtbij te bekijken.
Tijdens deze excursie werden de Alpenwatersalamander en de Vinpootsalamander effectief gevonden, wat aantoont dat de poelen uitgroeien tot waardevolle leefgebieden.


De Alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) is herkenbaar aan zijn blauwgrijze gemarmerde rug en een opvallende, feloranje ongevlekte buik.
De Vinpootsalamander (Lissotriton helveticus) is de kleinste salamander van Vlaanderen; het mannetje heeft in de paartijd zwarte zwemvliezen aan de achterpoten en een draadje aan de staart.
Naast de amfibieën was ook de Geelgerande watertor (Dytiscus marginalis) van de partij, een indrukwekkende waterroofkever die een geduchte jager is in de onderwaterwereld.
Gids Bart Hellemans gaf nadien een uitgebreid overzicht van de amfibieën die in België voorkomen, een groep die onderverdeeld wordt in staartloze en staarthoudende amfibieën.


Tot de staarthoudende amfibieën in België behoren de Kleine watersalamander, de Alpenwatersalamander, de Vinpootsalamander, de zeldzame Kamsalamander en de landbewonende Vuursalamander.
De groep van de staartloze amfibieën (kikkers en padden) bestaat uit de Gewone pad, de Rugstreeppad, de Vroedmeesterpad en de zeldzame Geelbuikvuurpad.
Daarnaast vinden we in onze streken de Bruine kikker, de Heikikker, de Boomkikker en de verschillende groene kikkers zoals de Poelkikker, Meerkikker en de Bastaardkikker.
Amfibieën zijn uiterst kwetsbaar voor habitatverlies en versnippering, waardoor projecten zoals in De Welvaart van levensbelang zijn voor hun voortbestaan.
De kamsalamander, die nog op zijn intrek wacht, is de grootste inheemse watersalamander en staat bekend om de hoge getande kam die de mannetjes in het voorjaar ontwikkelen.
Naast natuurherstel wordt er ook ingezet op duurzame infrastructuur; zo worden de bestaande gebouwen op het terrein gerenoveerd met ecologische materialen zoals Europese Lariks.
Met de installatie van hoogwaardige isolatie, zonnepanelen en warmtepompen wordt het domein een modern en zelfvoorzienend centrum voor natuureducatie en jeugdwerking.
De nauwe samenwerking tussen Stichting Kempens Landschap, de gemeente Zoersel en Regionaal Landschap de Voorkempen werpt duidelijk zijn vruchten af voor de lokale fauna.
Elke poel en elke aangeplante boom draagt bij aan een robuuster ecosysteem dat beter bestand is tegen de uitdagingen van de huidige klimaatverandering.
De prachtige beukendreven die het bos zo typeren, blijven behouden als beeldbepalend element terwijl het omliggende bos stilaan transformeert naar een natuurlijker geheel.
Dankzij de inzet van vrijwilligers van Natuurpunt en de professionele begeleiding van de Bosgroepen blijft De Welvaart een baken van rust en biodiversiteit in de Antwerpse Voorkempen.
Zo evolueert het domein van een historische heide over een vakantiedomein naar een topnatuurgebied waar educatie en behoud hand in hand gaan voor toekomstige generaties.

GroenRand presenteert: De Groene specht in de lens van Frank Vermeiren

GroenRand presenteert: De groene specht door de lens van Frank Vermeiren


In de reportagereeks Vogels van A tot Z brengt GroenRand lokale vogels tot leven met passie, wetenschappelijke weetjes en prachtige foto's van onder andere Frank Vermeiren.
Dit digitale archief viert de biodiversiteit in onze eigen achtertuin waarbij momenteel de Groene specht onder de letter G in de schijnwerpers staat.
Frank Vermeiren heeft beelden gemaakt in de randen van het Zoerselbos waar de overgang tussen bos en open veld het ideale biotoop vormt voor deze soort.
In de Voorkempen is de Groene specht een algemene verschijning in gemeenten zoals Schoten, Brasschaat, Kapellen, Brecht en Zoersel waar hij geniet van kasteeldomeinen.
De regio staat bekend om haar vele parken waar de vogel profiteert van het halfopen landschap met oude loofbomen en grote gazons vol met mierennesten.
De groene specht is een vogel die zijn eigen regels schrijft en daarmee al eeuwenlang een bron van verbazing, anatomische wonderen en rijke folklore is.
Waar andere spechten hun aanwezigheid luidruchtig aankondigen met geroffel op droge takken kiest deze lachende houthakker voor een galmende bijna sarcastische roep.


Wereldwijd komen meer dan 200 soorten spechten voor die je kunt herkennen aan hun vaak opvallende kleurenpatroon en beitelvormige snavel.
Spechten hebben twee voor- en twee achtertenen per poot en een stevige steunstaart waarmee ze zich aan loodrechte boomstammen vastklampen.
Die eigenschappen stellen spechten in staat om fiks op hun schors in te hakken maar de groene specht vertoont hierbij zeer eigenzinnig gedrag.
Hij zoekt namelijk vooral op de grond naar eten in tegenstelling tot andere spechtensoorten wat hem een unieke verschijning in het veld maakt.
Een groen getint verenkleed, een mysterieus zwart masker en een knalrode zotskap op zijn kruin zorgen ervoor dat hij veel weg heeft van een nar.
En dan heb je hem nog niet horen lachen want zijn lachende baltsroep verraadt meteen zijn aanwezigheid in de bossen en tuinen van de Voorkempen.
De vogel bereikt een grootte van 30-36 cm met een spanwijdte van 40-52 cm en een gewicht dat varieert tussen 140 en 250 gram.
De levensverwachting ligt tussen de 5 tot 10 jaar maar er zijn vogels bekend die een respectabele leeftijd van meer dan 15 jaar hebben bereikt.


De groene specht is een echte mierenspecialist en zijn favoriete maaltijd bestaat uitsluitend uit deze kleine insecten en hun larven uit de bodem.
Restanten in de uitwerpselen wijzen uit dat vooral rode bosmieren hun favoriete hap zijn waarvan hij er wel 2000 per dag kan verorberen.
Ze zoeken hun voedsel bijna uitsluitend op de grond en gebruiken hun lange kleverige tong van wel tien centimeter om mieren op te likken.
Deze tong is voorzien van kleine weerhaakjes aan het uiteinde om prooien letterlijk uit hun diepe gangen in mierenhopen te spiesen.
In rusttoestand zit deze tong volledig rond zijn schedel gerold waar hij fungeert als een natuurlijke schokdemper om zijn hersenen te beschermen.
Hij hakt niet in hout voor eten maar graaft met zijn snavel gaten van wel een halve meter diep in mierenhopen en gazons.
In de winter wanneer mieren onbereikbaar zijn vertoont hij soms wanhopig gedrag en valt hij zelfs bijenkorven aan om bij de larven te komen.


Je herkent de groene specht aan zijn groene bovendelen met een felgele stuit die vooral in de vlucht zeer goed zichtbaar is voor de kijker.
Het mannetje heeft een rode vlek in de zwarte snorstreep terwijl bij het vrouwtje deze snorstreep volledig zwart gekleurd is gebleven.
Jonge groene spechten zien er uit als volwassen vogels maar zijn over hun volledige lichaam zwaar gevlekt en missen het zwarte masker rond hun ogen.


De groene specht is onmiskenbaar in zijn voorkomen en door zijn rode kruin valt hij met geen enkele andere lokale soort te verwarren in het bos.
Hij roffelt slechts zelden en zijn roffel is veel minder krachtig dan die van de andere spechten die we in de Voorkempen horen hameren.
Waar andere spechten luidruchtig roffelen kiest deze lachende houthakker voor een galmende roep die lijkt op het gehinnik van een jong paard in de wei.
Vanwege dit geluid heeft hij in het vroege voorjaar de bijnaam het maartse veulen gekregen wat perfect past bij zijn eigenzinnige karakter.
In de Lage Landen staat hij bekend als de waterspecht of regenvogel omdat men geloofde dat zijn lach helderder klinkt vlak voor een bui.
De spreuk als de specht lacht wordt er regen verwacht leidde tot de legende dat hij alleen uit karrensporen en holle stenen mag drinken.


Toen God na de schepping de dieren een vijver liet graven weigerde de groene specht mee te werken uit angst zijn mooie veren vuil te maken.
Als straf roept hij sindsdien bij droogte klagend om regen met de kreet giet-giet-giet terwijl hij op zoek is naar water in diepe sporen.
In het Verenigd Koninkrijk heeft hij de volksnaam yaffle gekregen wat de inspiratie vormde voor Professor Yaffle in de klassieke serie Bagpuss.
De Romeinen beschouwden hem als een heilige vogel van de oorlogsgod Mars die de stichters Romulus en Remus zou hebben gevoed.
Zijn wetenschappelijke naam Picus viridis voert terug naar koning Picus die door de tovenares Circe in een specht werd veranderd na een afwijzing.
Jacob van Maerlant beschreef de magische springwortel die elk slot kon openen als je de nestholte van een specht met een spie zou blokkeren.
De groene specht maakt gebruik van zelf uitgehakte nestholtes in bomen om te broeden bij voorkeur in oud hout van wilgen of populieren.


Om zijn nest uit te hakken is hij gemiddeld 15-30 dagen bezig waarbij zowel het mannetje als het vrouwtje fanatiek mee timmeren.
Ze gebruiken geen mos of veren maar houtsnippers om de binnenkant van het nest te bekleden op een hoogte van twee tot tien meter boven de grond.
Hetzelfde hol wordt soms meerdere jaren na elkaar gebruikt maar de strijd om deze woningen met brutale spreeuwen is vaak erg fel en vermoeiend.


Het mannetje en het vrouwtje broeden om beurten de 5 tot 7 glanzend witte eieren uit die na 14 tot 19 dagen eindelijk uitkomen.
Hun ouders voeden hen met een vloeibare brij op basis van insecten die ze bewaren in de krop onderaan de slokdarm van de volwassen vogel.
Na ongeveer 25 dagen vliegen de jongen uit waarbij hun sterk golvende vlucht over de Brechtse Heide of Domein de Mick direct opvalt.
Spiritueel wordt de groene specht gezien als een symbool van healing, vreugde en het naar boven halen van verborgen waarheden uit de aarde.
De groene kleur verbindt hem met het hartchakra en zijn lach is een uitnodiging om meer plezier in het dagelijkse leven toe te laten.
Wil je hem naar je tuin lokken zorg dan voor een mieren-vriendelijk gazon zonder pesticiden en leg eventueel bananen of appelkrootjes neer.
Je kunt een specifieke nestkast van 45 cm hoog aanbieden gevuld met houtzaagsel zodat hij zijn instinctieve hakdrang kan bevredigen.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de sponsachtige botstructuur in hun schedel werkt als een buffer om de schokken van het hakken op te vangen.
Recente studies suggereren echter dat de schedel juist als een stijve hamer werkt om de kinetische energie maximaal over te dragen op het hout.


De groene camouflagekleur is een perfecte aanpassing aan zijn leven op de grond waar hij urenlang onopgemerkt tussen het gras kan foerageren.
GroenRand benadrukt het belang van ecologisch beheer zoals het laten staan van kwijnende bomen en het minder vaak maaien van grasvelden.
GroenRand en Frank Vermeiren blijven zich inzetten om deze fascinerende bewoner van de Voorkempen via dit digitale archief de nodige aandacht te geven.
Elke waarneming van de groene specht in parken zoals die van Schoten of Brasschaat draagt bij aan onze kennis over de lokale biodiversiteit.
De vogel is een standvogel wat betekent dat hij het hele jaar door in zijn territorium verblijft en ons ook in de winter verblijdt.
Zijn aanwezigheid in een tuin is een teken van een gezonde bodem vol leven aangezien hij afhankelijk is van grote populaties mieren.
Met deze uitgebreide beschrijving hopen we dat de lezer met hernieuwde bewondering zal kijken naar deze lachende nar van onze eigen natuurgebieden.