woensdag 3 juni 2026

Het Vlaamse natuurbeleid: waarom de aanleg van wildtunnels en ecoducten stilvalt

Het Vlaamse natuurbeleid: waarom de bouw van wildtunnels en ecoducten tot stilstand komt

In Vlaanderen is de open ruimte heel erg versnipperd.
Wilde dieren die zich willen verplaatsen, komen gemiddeld om de driehonderd meter een gevaarlijke weg tegen.
Elk jaar sterft er een aanzienlijk aantal dieren onder de wielen van het verkeer.
Om die versnippering te stoppen, startte de Vlaamse overheid in 2020 met een speciaal plan: het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering, oftewel VAPEO. Het doel was mooi: grote overheidsdiensten — zoals Wegen en Verkeer, Natuur en Bos, het Departement Omgeving en het onderzoeksinstituut INBO — moesten gaan samenwerken. Met natuurbruggen, ecoducten en wildtunnels zouden we natuurgebieden eindelijk weer veilig met elkaar verbinden.
Nu de tweede programmafase voor de periode 2025–2030 start, is er echter een grote discussie ontstaan over de financiën. Natuurvereniging GroenRand, die dit jaar haar tienjarige bestaan viert, waarschuwt dat de plannen door een gebrek aan budget dreigen stil te vallen.
De bevoegde minister verdedigt zijn keuzes.

Geen extra middelen in de aangepaste begroting
De Vlaamse Regering heeft de begrotingsaanpassing principieel goedgekeurd op vrijdag 15 mei 2026, waarna de definitieve goedkeuring volgde op vrijdag 29 mei 2026. 
Uit de officiële cijfers van het Vlaams Parlement blijkt dat er voor de komende jaren geen extra budget is vrijgemaakt voor de aanleg van natuurverbindingen. 
Door algemene besparingen bij het Departement Omgeving is er momenteel geen centraal budget voor de uitvoering van het VAPEO-plan.
Dit is een groot verschil met de vorige regeerperiode, toen er nog vijftig miljoen euro aan Europese herstelmiddelen rechtstreeks werd toegekend aan dringende projecten.

Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns verdedigt deze keuze in het parlement. Hij verklaart dat hij door de moeilijke financiële situatie nu voorrang moet geven aan waterveiligheid van Vlaanderen en de strijd tegen droogte. 
De minister wijst erop dat het centrale budget voor de natuurverbindingen voorlopig is teruggebracht naar een basisfinanciering van één miljoen euro.
Hij stelt dat de verantwoordelijkheid voor deze maatregelen de komende jaren gedeeld moet worden met het Departement Mobiliteit van de overheid.
De één miljoen euro gaat naar de absolute basis om het project in leven te houden. Hiermee betaalt het Departement Omgeving de coördinerende ambtenaren, technische voorstudies naar knelpunten en het broodnodige onderhoud van bestaande verbindingen.

Critici en natuurorganisaties merken herhaaldelijk op dat ook de algemene budgetten voor water zijn gedaald in vergelijking met eerdere regeerperiodes. De zestig miljoen euro die minister Brouns aankondigt voor de zogeheten Lokale Blue Deals, wordt door experts gezien als onderdeel van een bredere besparingsronde op het centrale waterbeleid en groot natuurherstel.
De discussie over de taken: een juridische en politieke paradox uitgebreid verklaard


De uitspraak van de minister dat de taak gedeeld moet worden met het Departement Mobiliteit legt een diepe en fundamentele discussie bloot over de manier waarop de overheid gemaakte afspraken nakomt. Er is in Vlaanderen historisch altijd een strikt wettelijk en financieel onderscheid geweest tussen twee situaties:

  • Bij nieuwe wegen: Als de overheid een nieuwe weg aanlegt of een heel groot kruispunt volledig vernieuwt, is het Departement Mobiliteit (met het Agentschap Wegen en Verkeer, oftewel AWV) wettelijk verplicht om direct wildtunnels of ecoducten mee te bouwen. Dit wordt besloten op basis van een verplicht Milieueffectrapport en wordt volledig betaald met het normale infrastructuurbudget voor de wegenbouw. Het VAPEO-natuurplan heeft hier nooit iets mee te maken gehad.

  • Bij bestaande wegen: Het VAPEO-programma werd in 2020 juist specifiek opgericht omdat AWV binnen haar reguliere werking en normale onderhoudsgeld op bestaande, historische wegen geen budgetten vrijmaakt voor ecologische correcties. Om te voorkomen dat gevaarlijke knelpunten decennialang bleven liggen, werd er in 2020 een bindend protocolakkoord getekend. De afspraak was helder: het Departement Omgeving levert via VAPEO de centrale projectfinanciering en de ecologische data, en AWV voert de bouw op haar wegen technisch uit als bouwheer.
Nu het Departement Omgeving herinnert aan haar centrale budget en dit heeft verlaagd naar één miljoen euro, trekt het zich feitelijk terug uit dit akkoord. De minister gebruikt die algemene regel (AWV beheert de wegen) om te verhullen dat Omgeving stopt met betalen. Hij past de regels die gelden voor nieuwe wegen (waar Mobiliteit zelf alles betaalt) onterecht toe op bestaande wegen.

Dit doorschuiven naar de normale werking van AWV betekent in de praktijk een de facto stopzetting van de projecten op oude wegen. AWV kampt immers met aanzienlijke historische achterstanden voor het gewone onderhoud van wegen, fietspaden, bruggen en tunnels. Binnen die beschikbare budgetten gaan de sommen altijd prioritair naar asfalt en acute verkeersveiligheid. Zonder de trekkende, centrale projectfinanciering en cofinanciering vanuit de VAPEO-pot van Omgeving is er bij AWV simpelweg geen budgettaire ruimte voor secundaire ecologische maatregelen. De opmerking van de minister klopt dus wel volgens de droge letter van de wet, omdat AWV de wegen beheert, maar omzeilt de specifieke VAPEO-afspraken over wie de middelen moet voorzien. Het gevolg is dat de financiering voor bestaande knelpunten volledig wegvalt en projecten op het terrein volledig blokkeren.
Parlementsleden stellen vragen over de stilvallende projecten
Toen het VAPEO-plan begon, was er een prioritaire lijst van vijftien heel gevaarlijke plekken op de Vlaamse wegen.
Tien van die projecten zijn inmiddels afgemaakt, maar voor de overige projecten is er nu geen specifiek budget meer gereserveerd.
Zonder de trekkende centrale financiering blijven deze projecten op de lange baan geschoven, waardoor de gevaarlijke barrières voor de dieren gewoon blijven bestaan.
Tijdens de bespreking van de begroting kreeg de minister hier dan ook veel vragen over van een grote groep parlementsleden, die informatie en cijfers hadden gekregen van denktank GroenRand.
Zij maken zich grote zorgen over deze stilstand:

  • Lydia Peeters vroeg de minister om uitleg omdat het centrale natuurfonds is gekrompen tot ongeveer één miljoen euro.
    Ze waarschuwde dat kant-en-klare plannen van wegenbouwers nu in de vuilnisbak verdwijnen omdat er geen budget voor is.

  • Mieke Schauvliege had felle kritiek op het feit dat het budget vanuit Omgeving tot 2030 zo goed als op nul staat.
    Ze vroeg specifiek waarom de beloofde wildhekken langs de grote Noord-Zuidverbinding (N74) er nog niet zijn.

  • Sanne Van Looy benadrukte de dringende noodzaak om de Noorderkempen aan te pakken.
    Ze vroeg om goede begeleiding om de natuurgebieden van het Groot en Klein Schietveld veilig met elkaar te verbinden.

  • Bieke Verlinden waarschuwde dat de oplossing voor lokale gevaarlijke plekken dreigt te verdrinken in reusachtige, langdurige projecten zoals 'De Nieuwe Rand'.
    Ze verwees naar een onderzoek van onderzoeksbureau BUUR (Sweco) en Hesselteer voor de Antwerpse oostrand.
    Dat onderzoek toont aan dat de belangrijke groene strook tussen het Groot en Klein Schietveld alleen hersteld kan worden ter hoogte van de Essensteenweg in Brasschaat via een slim grondbeleid.
    Verlinden wees erop dat cruciale gronden in deze flessenhals momenteel als bouwgrond te koop staan op de privémarkt.
    Als de overheid niet snel ingrijpt met budget, worden er villa's gebouwd en is de kans om de natuur daar te verbinden voorgoed voorbij.

  • Mien Van Olmen vroeg de minister om de vinger aan de pols te houden bij de problemen in de Kempen. Samen met andere Antwerpse collega's vroeg ze dat de overheid helpt als onafhankelijke bemiddelaar om lokale ruzies over het gebruik van de grond op te lossen.
Waarom water en natuurverbindingen elkaar nodig hebben


Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de aanleg van wildtunnels en een goed waterbeleid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Natuurlijke wegen voor dieren lopen in Vlaanderen heel vaak via beekvalleien en natte natuurgebieden.
Als de overheid via het waterbeleid wel die beken herstelt, maar er geen budget is voor speciale diervriendelijke duikers of tunnels onder de wegen, lopen die natuurlijke wegen simpelweg dood op drukke gewestwegen.

Natuurexperts benadrukken hierbij dat ecoducten en ecotunnels belangrijk zijn voor de biodiversiteit.
Ze voorkomen verkeersslachtoffers, maar ze houden ook migratieroutes open voor grotere dieren.
Bovendien zorgen ze ervoor dat geïsoleerde populaties weer met elkaar in contact komen.
Dit is noodzakelijk om inteelt tegen te gaan en de genenpool gezond te houden.

Daarnaast is er voor een gezonde bodem die goed water vasthoudt (een sponsbodem) een groot en aaneengesloten natuurgebied nodig.
Kleine, losse stukjes natuur drogen door hun randen veel sneller uit en verliezen hun werking.
Tot slot zijn deze verbonden zones heel belangrijk als vluchtroute voor dieren wanneer het erg warm of droog is door de klimaatverandering.
Het herstel van het water mist dus zijn doel als de dieren onderweg worden doodgereden of vastraken in een afgesloten stuk landschap.

Andere aanpak in Nederland


Vlaanderen en Nederland zijn heel druk bevolkt en hebben veel wegen.
Toch is de aanpak in Nederland totaal anders
.
Via een groot vijftienjarig programma heeft Nederland bijna alle 178 grote gevaarlijke plekken opgelost.
Er zijn inmiddels meer dan 550 maatregelen genomen.
Denk hierbij aan grote ecoducten, dassentunnels en geleidingswanden. Hierdoor is natuurverbinding bij onze noorderburen al heel lang een vast onderdeel van de ruimtelijke ordening.
Het Vlaamse VAPEO-programma is daarentegen pas in 2020 gestart.
Dit plan kent nu al een grote vertraging.
Praten over natuur versus de realiteit

De overheid heeft de afgelopen jaren veel gecommuniceerd over het belang van natuurverbindingen.
Denk aan campagnes zoals "Van Dier naar Daar", of het speciale Suske en Wiske-stripboek "De beestige brug" dat aan het grote publiek uitlegde waarom ecoducten en ecotunnels nodig zijn.
Hoewel iedereen het er nu wel over eens is dat deze verbindingen nodig zijn, blijft die echte uitvoering op het terrein afhankelijk van overheidsmiddelen.
Natuurverenigingen beheren wel stukken grond en geven advies, maar ze kunnen zelf geen miljoenenprojecten zoals ecoducten betalen.

Binnen dit debat kijkt GroenRand naar het grotere geheel.
Zij zien het landschap als één samenhangend systeem waarin natuur, landbouw, erfgoed, toerisme en de strijd tegen de klimaatverandering elkaar kunnen helpen.
Deze visie sluit aan bij de oprichting van Landschapsparken en Nationale Parken, een beleid dat breed wordt gesteund in de sector.
Binnen zulke parken werken boeren, grondeigenaars en gemeenten samen aan gedeelde doelen.
Naast grote ecoducten zijn daarbij ook kleine elementen belangrijk, zoals het aanplanten van bomenrijen, houtkanten, poelen en heggen om leefgebieden met elkaar te verbinden.
Voorbeeld: Het Soortenbeschermingsprogramma voor de otter
De gevolgen van de budgettaire keuzes zijn heel duidelijk te zien bij de bescherming van de Europese otter rond de Antitankgracht in de Voorkempen.
Dit dossier dient als hét grote voorbeeld om te laten zien waar het beleid fout loopt.
Het herstelbeleid voor de otter is belangrijk, omdat er in heel Vlaanderen naar schatting nog maar een zeer beperkt aantal otters leeft.

De Antitankgracht is een oude militaire verdedigingslinie in de provincie Antwerpen. Vandaag de dag is deze 33 kilometer lange gracht een cruciale natuurlijke noord-zuidverbinding tussen de otterpopulaties in Vlaanderen en Nederland.
Omdat de otter een zogeheten 'paraplusoort' is, helpt de bescherming van zijn leefgebied automatisch ook heel veel andere lokale soorten, zoals zeldzame vissen, libellen en moerasvogels.
Het officiële programma richt zich in Vlaanderen op drie belangrijkste gebieden waar de otter recent is gezien:
  1. De Antitankgracht, als groene en blauwe verbindingszone in de Antwerpse Kempen.
  2. De Scheldevallei, het belangrijkste gebied en momenteel een kernregio waar bewijzen zijn van succesvolle voortplanting.
  3. De Maasvallei op de grens met Limburg, die dient als internationale route naar grotere groepen otters in Nederland en Duitsland.
Binnen deze drie zones wil de overheid gevaarlijke plekken opheffen door faunapassages en natuurvriendelijke oevers aan te leggen.
In de regio van de Antitankgracht is daarvoor het 'Plan Cornelis' gemaakt, vernoemd naar otterspecialist Michiel Cornelis.
Dit plan brengt zes grote gewestwegen in kaart die de Antitankgracht kruisen en waar het risico op verkeersslachtoffers hoog is: de N111, N11, N122, N1, N115 en N12.
Een technisch onderzoek voor de gevaarlijke plek op de N12 (de Turnhoutsebaan in Schilde) laat zien dat de bouw van ecoduikers en looptunnels onder de bruggen perfect mogelijk is.
De plannen liggen klaar, maar omdat het VAPEO-fonds is gekrompen, is er geen budget om ze daadwerkelijk te bouwen.

In een officieel schriftelijk antwoord op een parlementaire vraag van Mieke Schauvliege over de Turnhoutsebaan bevestigde de minister dat de overheid de bouw van deze dierentunnels uitsluitend koppelt aan grote wegenwerken die al gepland stonden.
Dit beleid berust echter op een administratieve misrekening. De geplande wegenwerken liggen de komende jaren namelijk vooral rond de dorpskern van Schilde-Centrum. De werkelijke, levensgevaarlijke knelpunten bevinden zich kilometers verderop, exact op de locaties waar de Antitankgracht de gewestwegen kruist.
Door halsstarrig vast te houden aan deze bureaucratische koppeling, investeert de overheid niet op de plekken waar de nood voor de otter het hoogst is.
De dodelijke barrières op de werkelijke oversteekplaatsen blijven hierdoor gewoon bestaan.
Europese wetten en zware boetes
De overheid zal uiteindelijk budget moeten vrijmaken, want de Europese wetgeving stelt duidelijke eisen.
De Europese Natuurherstelwet verplicht alle lidstaten om te zorgen voor het herstel van beschadigde natuur op het land. Het Belgische Natuurherstelplan moet hiervoor bij de Europese Commissie worden ingediend, en een goede verbinding tussen natuurgebieden is daarin een belangrijke parameter.

Gastlanden zijn volgens de Europese Habitatrichtlijn verplicht om te zorgen voor een gunstige leefsituatie voor beschermde dieren zoals de otter en de wolf.
Als Vlaanderen door besparingen wildhekken en dierentunnels schrapt, waardoor deze beschermde diersoorten risico lopen, kan dit leiden tot formele inbreukprocedures en financiële sancties wegens het niet-nakomen van de natuurdoelen.

dinsdag 2 juni 2026

Week van de Bij: Ontdek hoe we samen de hommels en wilde bijen kunnen redden

Week van de Bij: Ontdek hoe we samen hommels en wilde bijen kunnen beschermen


Van zondag 31 mei tot en met zondag 7 juni is het de Week van de Bij in Vlaanderen.
Tijdens deze campagneweek staat het creëren van een kwaliteitsvol leefgebied voor onze onmisbare bestuivers centraal.
In het kader van dit initiatief vestigt natuurvereniging GroenRand vandaag met veel enthousiasme de aandacht op een belangrijk project van Natuurpunt.
GroenRand organiseert na een decennium van intensief gidsen zelf geen wandelingen meer om al haar energie te steken in het concrete herstel en de bescherming van de lokale natuur.
Via samenwerkingen met andere organisaties blijft de vereniging haar achterban wel warm maken om de natuur in de Voorkempen te ontdekken.
Op hommelavontuur in de Brechtse kleiputten met Natuurpunt
Op zaterdag 13 juni sluit Natuurpunt hierop aan met een campagne waarbij op maar liefst vijftig locaties in Vlaanderen en Brussel educatieve hommelwandelingen plaatsvinden.


Een van de absolute toplocaties binnen het werkgebied van GroenRand is het Brechtse natuurgebied Kooldries-Hoofsweer, waar natuurgidsen geïnteresseerden meenemen op een boeiende ontdekkingstocht.
Praktische details en de mogelijkheid om aan te melden vind je direct op de officiële agendapagina van de
Natuurpunt Hommelwandeling Kooldries-Hoofsweer.
Dit unieke gebied vormt door de grote variatie in landschapselementen een ideaal en noodzakelijk leefgebied voor hommels en andere wilde bijen.


Met deze reeks hommeltochten vraagt de natuurvereniging dringend aandacht voor de zorgwekkende en alarmerende achteruitgang van de hommelpopulaties.
De situatie is volgens de Vlaamse Rode Lijst van de wilde bijen, die is opgesteld door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), kritiek te noemen.
Uit deze wetenschappelijke inventarisatie blijkt dat er de voorbije decennia al elf hommelsoorten volledig uit Vlaanderen zijn verdwenen, waardoor er vandaag de dag nog slechts 24 soorten in ons land voorkomen.


Hommels zijn onmisbare bestuivers binnen onze ecosystemen en de landbouw, omdat zij door hun dikke beharing al bij veel lagere temperaturen en slechtere weersomstandigheden uitvliegen dan gewone honingbijen.
De hoofdoorzaken van hun sterke achteruitgang liggen bij de mens en de klimaatverandering.
Het grootschalige gebruik van chemische pesticiden in de land- en tuinbouw is funest voor hun zenuwstelsel.
Daarnaast zorgt de trend naar strak onderhouden gazons — de zogenaamde groene woestijnen zonder bloemen of kruiden — samen met de algemene verharding van het landschap voor een acute bloemarmoede.
Hierdoor vinden de kolonies simpelweg niet meer voldoende voedsel en geschikte nestplaatsen.



Tijdens de wandeling in Kooldries-Hoofsweer in Brecht maken de deelnemers uitgebreid kennis met de fascinerende levenswijze van deze insecten en hun complexe, wederzijdse relatie met specifieke plantensoorten.


De natuurgidsen leggen onder meer het anatomische verschil uit tussen langtongige en korttongige hommels.
Langtongige hommels, zoals de tuinhommel, hebben een extra lange tong om diep in buisvormige bloemen zoals vingerhoedskruid naar nectar te vissen.
Korttongige hommels plegen daarentegen soms 'nectarroof' door een gaatje in de zijkant van een diepe bloemkroon te bijten, zonder de bloem daadwerkelijk te bestuiven.
Wandelaars krijgen tijdens de tocht handige
determinatietips om algemenere soorten zoals de steenhommel, akkerhommel en boomhommel in de eigen tuin te herkennen.


Met een portie geluk wordt er deze middag zelfs een zeldzame soort waargenomen, zoals de veenhommel, die zeer specifiek gebonden is aan veen- en heidegebieden.
De zoektocht speelt zich af in een historisch waardevol decor.
Natuurgebied Kooldries-Hoofsweer is een voormalige industriële kleiwinning die direct aan het Kanaal Dessel-Schoten ligt.
Toen arbeiders in de negentiende eeuw dit kanaal groeven, stuitten zij vlak onder het oppervlak op dikke, kwalitatieve kleilagen, wat de start betekende van een bloeiende lokale steenbakkerij-industrie.
Nadat de ontginning in de twintigste eeuw stopte, vulden de grillig uitgegraven putten zich met regenwater en nam de natuur het terrein volledig over.
Vandaag de dag zorgt de sterke afwisseling van oude grachten, diepe waterputten met wisselende waterstanden, schrale zandige bodems, wilgenstruwelen en bloemrijke vegetaties voor een microklimaat waarin de hommels optimaal gedijen.
De gegidste wandeling start stipt om 13.30 uur aan de ingang van het natuurgebied ter hoogte van de Boudewijnstraat 20 in Brecht, vlak bij de kanaaloever.
De leerrijke activiteit duurt tot ongeveer 17.00 uur.
Omdat de onverharde paden in het kleiputtenlandschap avontuurlijk en bij vlagen erg drassig kunnen zijn, breng je het best stevige, waterdichte wandelschoenen of laarzen mee.


Om de insecten kortstondig van heel dichtbij te bestuderen zonder ze te verwonden, zijn een fototoestel, een vlindernetje en een doorzichtig potje handige hulpmiddelen.
Parkeren is gratis toegestaan op de gelijkgrondse berm langs het kanaal, met uitzondering van de parkeerzone ter hoogte van de nabijgelegen Cuveehoeve om de doorgang daar te vrijwaren. 
Leer pesticidevrij tuinieren tijdens de landelijke Velt-ecotuindagen


Als sluitstuk van de Week van de Bij kun je tijdens het weekend van zaterdag 6 en zondag 7 juni ook zelf ontdekken hoe je jouw tuin omtovert tot een gifvrij paradijs tijdens de Velt-ecotuindagen.
Tijdens dit weekend openen meer dan 300 tuineigenaars in Vlaanderen en Nederland hun deuren voor het publiek om te tonen hoe je een tuin op een ecologische manier aanlegt en beheert.
Ook in de regio Zoersel, Malle en Zandhoven nemen prachtige tuinen deel waar je tijdens de openingsuren van harte welkom bent voor een gratis rondleiding vol praktische tips.
Je leert er hoe je zonder pesticiden of kunstmest tuiniert met respect voor mens en dier, wat direct bijdraagt aan het overleven van onze lokale bijenpopulaties.
Je maakt er kennis met verrassende planten en vindt bijvoorbeeld een oase van rust bij J&J’s Ecotuin, waar natuur- en kunstliefhebbers genieten van geëxposeerde kunstwerken in een natuurlijke omgeving.


Vlakbij het Zoerselbos ligt het bloemenveld van De Mollenhoeve, een groene oase die in deze periode van het jaar zeker een bezoek waard is.
Vlak naast deze hoeve vind je aan de Lageweg de historische tuin Wilhalla.
Dit is de bakermat van Velt waar pioniers Daniël Willaeys en Aleide Lagrou woonden, en waar Daniël een unieke collectie fruitsoorten uitbouwde die inmiddels is getransformeerd tot een samentuin.
Tot slot kun je aan de Meerheide wandelen door Nina’s kleine wilde bostuin, een compacte en wilde tuin die fascineert door haar opbouw met meerdere weelderige lagen.
Wil je al dit moois met eigen ogen bewonderen, check dan voor alle actuele info en exacte openingsuren de website
www.velt.nu/ecotuindagen.

maandag 1 juni 2026

GroenRand streeft naar een bloem-, heg- en houtkantrijke Voorkempen

GroenRand zet zich in voor een Voorkempen vol bloemen, hagen en houtkanten


Vlaanderen kleurt deze week extra geel en zwart, want van zondag 31 mei tot en met zondag 7 juni 2026 vieren we de dertiende editie van de Week van de Bij.
Deze officiële campagne, georganiseerd door het Vlaamse Departement Omgeving, focust dit jaar op de dringende noodzaak aan voedsel en roept op tot action onder het motto 'Meer bloemen voor onze bestuivers'.


Bekende ambassadeurs zoals chocolatier Dominique Persoone en presentatrice Britt Van Marsenille trekken ook dit jaar vol passie de kar om de Vlaming te sensibiliseren.
Het doel is even helder als ambitieus: onze achtertuinen en publieke ruimtes transformeren van steriele gazons naar levendige insectenparadijzen.
Natuurvereniging GroenRand steunt dit initiatief voluit en roept alle burgers, scholen en lokale besturen, in het bijzonder binnen de regio Voorkempen, op om actief mee te doen en de handen uit de mouwen te steken.


Deze Vlaamse prikkelweek sluit dan ook vlekkeloos aan bij het intensieve actiejaar dat GroenRand vorig jaar op touw zette.
De natuurvereniging riep 2025 immers uit tot het ‘Jaar van de Bij’ en koos dit ijverige insect als mascotte om een krachtige boodschap over te brengen over het thema 'samenwerken'.


Net zoals een bijenvolk alleen kan overleven door perfecte coördinatie en solidariteit, moeten overheden, boeren, burgers en natuurorganisaties de handen ineenslaan om de biodiversiteitscrisis te bezweren.


De nood in de Antwerpse Voorkempen is immers hoog.
Door pesticiden, habitatverlies en parasieten zoals de varroamijt kenden bijenkolonies de afgelopen jaren een alarmerende wintersterfte van ruim dertig procent.
Dat is een gevaarlijke evolutie, want bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen zijn de stille motoren van onze natuur.
Ze zijn verantwoordelijk voor de bestuiving van maar liefst tachtig procent van onze wilde planten, landbouwgewassen en fruitbomen.
Zonder hen zou onze voedselvoorziening er drastisch anders en een stuk minder kleurrijk uitzien.
Vlaanderen alleen al telt een indrukwekkend aantal van 350 verschillende soorten bijen.


Hoewel de bekende honingbij helemaal niet kieskeurig is en stuifmeel verzamelt op veel verschillende bloemen, zijn wilde solitaire bijen echte specialisten die vaak maar één specifiek type bloem bezoeken.
Door die toenemende verharding en de hardnekkige drang naar té strakke, nette tuinen vinden deze insecten echter steeds moeilijker voedsel en veilige nestplekken.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat we ons op een historisch kantelpunt bevinden, waardoor we nu resoluut moeten handelen om de achteruitgang van bestuivers tegen 2030 definitief te keren.
Waar de Week van de Bij fungeert als een tijdelijke prikkel om een jaarrond voedselaanbod te creëren, benadrukt GroenRand dat de structurele oplossing voor onze bestuivers niet louter uit tijdelijke bloemenperken bestaat.


We moeten veel breder kijken naar de inrichting van ons complete landschap.
Ter ere van haar tienjarig jubileum viert de vereniging haar huidige themaperiode onder het overkoepelende project 'Greenconnect', dat zich specifiek richt op ecologische ontsnippering om de natuur in de Voorkempen weer met elkaar te verbinden.
GroenRand pleit daarom al langer voor een integrale landschapsbenadering die over de klassieke beleidsmuurtjes heen kijkt.
Grote projecten zoals het masterplan van het Grenspark Kalmthoutse Heide en de 'Klimaatgordel' rond Antwerpen dienen hierbij als leidraad.

Binnen deze Klimaatgordel vormt de Antitankgracht de ecologische hoofdader die bossen, parken, velden en waterlopen met elkaar verbindt tot ononderbroken groenlinten.
Zulke corridors zijn van levensbelang voor bestuivers om veilig van het ene naar het andere voedselgebied te migreren.
Om deze kwetsbare landschappelijke elementen permanent te vrijwaren, lanceerde de vereniging onlangs een politiek Biodiversiteitsmanifest gericht aan de lokale besturen.


Het absolute paradepaardje binnen dit netwerkverhaal is de gloednieuwe campagne 'Bijtandje Houtkantje'.
Deze naam is een speelse knipoog naar de dringende oproep aan gemeenten en burgers om "een tandje bij te steken" voor het herstel en de aanplant van houtkanten en heggen in de streek.
Om de campagne een gezicht te geven, introduceerde de vereniging een opvallende mascotte: een lachend ventje met een gebit waarvan de tanden letterlijk zijn vervangen door groene struiken.
De achterliggende boodschap is even krachtig als eenvoudig: overal waar er gaten zijn gevallen in het groene gebit van ons landschap, moeten we letterlijk een 'bijtandje' steken om de natuur weer breed te laten lachen.
Dit project is stevig gestoeld op het Vlaams Houtkantenplan, dat streeft naar 100 kilometer nieuwe houtkanten voor biodiversiteit en CO2-opslag.
Recent wetenschappelijk onderzoek toont immers aan dat dichte, inheemse heggen tot twee keer effectiever zijn voor de instandhouding van insecten en wilde bijen dan klassieke bloemenstroken alleen.
Bovendien biedt de verborgen, ondergrondse schimmelrevolutie in de wortels van deze houtkanten de natuur een cruciale bescherming tegen extreme droogte.
Houtkanten fungeren zo als ecologische snelwegen en groene aders waarmee insecten hives dieren zich veilig kunnen verplaatsen tussen geïsoleerde natuurgebieden, in plaats van te moeten overleven op losse, eenzame 'eilandjes'.
Het succes van deze visie is al heel concreet zichtbaar in Malle.


In nauwe samenwerking met Regionaal Landschap de Voorkempen realiseerde de gemeente daar dankzij gratis plantpakketten voor burgers en landbouwers maar liefst 1,8 kilometer aan nieuwe hagen en houtkanten.
Voor deze fantastische verwezenlijking en het fijne, ondersteunende tekenwerk kregen de Malse natuurschepen Wouter Patho en de bekende Kempense cartoonist Gie Campo, beter bekend als Gier, onlangs de Groene Duim van GroenRand uitgereikt.


Deze onderscheiding kent een mooie traditie, want vorig jaar mocht bijenambassadeur Els Beeckx uit Zoersel de prijs nog in ontvangst nemen in de samentuin Wilhalla.


Als bezielende kracht achter Vlaamse topcampagnes zoals #ByeByeGazon en #LaatZeLiggen werd zij gelauwerd omdat ze burgers stimuleert om strakke, ecologisch dode gazons om te toveren tot bloemrijke paradijzen.


Haar achtergrond in milieueducatie bewijst dat iedereen in zijn eigen omgeving een steentje kan bijdragen.
Naast deze educatieve en landschappelijke projecten zet GroenRand onverminderd zwaar in op visuele bewustwording.


Een van de absolute hoogtepunten van het afgelopen jaar was de succesvolle fotowedstrijd rond de ‘Week van de Bij’, waarbij een onafhankelijke jury inzendingen beoordeelde op pure, natuurlijke bezieling.


Vijf laureaten werden toen beloond met een prachtig verrassingspakket van de Trappisten van Westmalle, namelijk Jaklien Pues met haar foto van een kameleonspin, Ria Geerts met de geringelde smalboktor, Anne Oostvogels met een bessenwants, Ingrid Boumans met de pluimvoetbij en tot slot huisfotograaf Wim Verschraegen met zijn unieke beeld van een drekvlieg.
Deze publieke inzendingen werden geflankeerd door professioneel beeldmateriaal van de vaste fotografen van de vereniging.


Lokale cracks zoals Karel De Blick en Jos Jansen brachten de bestuivers prachtig in beeld, gesteund door een bende gepassioneerde regiotopografen waaronder Frank Vermeiren, François Eennaes, Paul Van Dijck, Geert Bollen, Rodrik Steverlynck en Ben Hellebaut.
Zelfs televisiemaker Dieter Coppens trok met zijn telelens het Zoerselbos in om met de beelden in zijn fotoboek Boslof de natuurlijke radertjes bloot te leggen.
Dit gigantische visuele archief levert niet alleen waardevolle verspreidingsdata op, maar verbindt mensen ook direct met de fragiele pracht van de lokale fauna.

Dit weekend en komende week vertaalt de Week van de Bij zich over heel de regio in diverse concrete acties op het terrein.
Zo heeft de gemeente Schoten een speciale bijenwandeling van vijf kilometer uitgestippeld die wandelaars langs de interactieve bijenzuilen aan de Doncklaan en het Sint-Cordulaplein leidt, alsook langs sfeervolle ecotuintjes en de uitbundige bloemenperken bij de Braembib.


In Zandhoven worden dan weer educatieve infosessies georganiseerd onder leiding van lokale imkers zoals Bert Fierens, waar burgers met de neus op de feiten worden gedrukt en leren welke bloemen echt nuttig zijn om de leefomgeving van wilde bijen en hommels te verbeteren.
Daarnaast openen imkers verspreid over heel Vlaanderen hun deuren voor boeiende rondleidingen over honingproductie en biodiversiteit, delen diverse gemeenten gratis kwalitatief bloemenzaad uit en stellen ecologische tuineigenaars tijdens de populaire Velt-Ecotuindagen op 6 en 7 juni hun private paradijzen open voor het grote publiek.


U hoeft echter geen grote lap grond te bezitten om zelf een wezenlijk verschil te maken, want elke vierkante meter telt.
Met een paar eenvoudige, doordachte ingrepen tovert u uw eigen buitenruimte om tot een oase voor bestuivers.
Het begint allemaal bij de bewuste keuze voor inheemse, bloeiende struiken of wilde bloemen zoals klaprozen, korenbloemen en klaver, die de perfecte nectar en pollen bieden voor onze lokale insecten.
Design is belangrijk, maar we moeten ook het traditionele, Vlaamse netheidssyndroom resoluut doorbreken.


Door een deel van het gras simpelweg langer te laten groeien of minder vaak de grasmachine tevoorschijn te halen, krijgen spontane kruiden de kans om te bloeien en een feestmaal aan te bieden.
Ook het weghalen van overbodige terrastegels helpt enorm, aangezien deze ontharding open grond blootlegt die essentiële nestplaatsen onder de grond biedt voor solitaire bijen.
Ondertussen kan men in de lokale bibliotheken terecht om te leren hoe je zelf een stevig insectenhotel knutselt voor bovengrondse nestgelegenheid.
Wie enkel een compacte koer of een balkon bezit, kan creatief verticaal denken, want klimplanten tegen muren en schuttingen creëren in een handomdraai een prachtig hangend buffet.
Tot slot is strikt gifvrij tuinieren absoluut cruciaal, want het resoluut vermijden van pesticiden, insecticiden en herbiciden is de enige manier om de bijenpopulatie gezond te houden.
Onze bestuivers beschermen begint bij de keuzes die we vandaag maken in onze eigen leefomgeving.
Geef daarom massaal gehoor aan de warme oproep van GroenRand, steek samen met de gemeenten een 'Bijtandje Houtkantje' bij, bezoek de inspirerende lokale initiatieven in Schoten of Zandhoven, en help deze week mee aan de bouw van een bloem-, heg- en houtkantrijk Vlaanderen.