dinsdag 10 maart 2026

GroenRand is blij met de komst van een nieuwe politiewagen, maar dringt ook aan op de aanleg van faunapassages in de Voorkempen

 GroenRand verwelkomt nieuwe politiewagen, maar pleit ook voor faunapassages in de Voorkempen

De Politiezone Voorkempen ondergaat momenteel een aanzienlijke modernisering van haar wagenpark met de komst van acht nieuwe Ford Tourneo Custom-combi’s.
De eerste vier voertuigen zijn inmiddels operationeel en vallen direct op door de nieuwe Battenburg-dambordmarkering, die de zichtbaarheid en veiligheid op de weg moet verhogen. Eind oktober worden nog eens vier van deze combi’s verwacht.
Gisteren vond daarnaast de officiële sleuteloverdracht plaats van een nieuwe Ford Ranger aan het Politiecollege.
Dit robuuste terreinvoertuig vervangt na meer dan tien jaar het vorige voertuig van het team Dierenwelzijn en biedt een aanzienlijke modernisering van hun uitrusting en mogelijkheden in de gemeenten Brecht, Malle, Schilde en Zoersel.

Het nieuwe terreinvoertuig werd volledig afgestemd op de specifieke noden van het team, dat dagelijks actief is in weides, op boerderijen en op andere moeilijk bereikbare locaties.
Er werd bewust gekozen voor een 4x4-model met vierwielaandrijving, zodat de ploeg zich veilig kan verplaatsen op drassige of slecht berijdbare terreinen.
Voor extra zekerheid is het voertuig uitgerust met een winch, waarmee het zichzelf kan lostrekken wanneer het toch zou vast komen te zitten in de modder.
Om het team optimaal voor te bereiden op het gebruik van dit voertuig, werd een speciale opleiding georganiseerd door Ford op hun eigen testterreinen.
Tijdens deze training leerden de medewerkers veilig werken met de 4x4-capaciteiten en het correcte gebruik van de winch, en kregen ze praktische instructies over de specifieke aandachtspunten van het voertuig.
Om dieren op een veilige en comfortabele manier te kunnen vervoeren, beschikt de Ford Ranger over één grote en één kleine bench in de laadruimte.
Daardoor kunnen zowel grote als kleinere dieren worden meegenomen.
De laadruimte waarin de dieren verblijven is voorzien van een ventilatiesysteem, zodat er steeds voldoende frisse lucht circuleert. Omdat de dieren fysiek gescheiden van de cabine worden vervoerd, wordt geurhinder, lawaai en vervuiling voor de agenten vermeden.
De benches en de laadbak kunnen bovendien na een interventie eenvoudig worden gereinigd met een tuinslang.
Ook aan de veiligheid en het welzijn van de medewerkers zelf werd gedacht bij de inrichting.
Het voertuig bevat meerdere opbergvakken voor essentieel materiaal zoals een chiplezer, halster en vangstok.
Daarnaast is er een ladder in omgekeerde V-vorm voorzien voor situaties waarin medewerkers over prikkeldraad moeten klimmen om een dier te bereiken.
Voor zwaardere, vuile of minder tamme dieren werd een loopplank geïntegreerd, zodat zij zelfstandig de laadruimte kunnen betreden.
Achteraan en vooraan zorgen bijkomende lichtinstallaties voor een optimale verlichting in weides en bossen, waar het team vaak in het donker moet werken.
De prioritaire installatie is identiek afgestemd op die van de andere dienstvoertuigen, zodat de signalisatie op incidenten steeds harmonieus samenwerkt met de rest van het wagenpark.
Uiteraard is het voertuig uitgerust met alle moderne veiligheidssystemen zoals ABS, tractiecontrole en lane assist. Dit materieel speelt een cruciale rol bij incidenten met de lokale fauna. Het team rukt immers regelmatig uit voor wilde dieren zoals reeën, everzwijnen en vossen, of voor gewonde roofvogels en uilen die in nood verkeren.
Natuurvereniging GroenRand vindt de komst van dit nieuwe voertuig een goede zaak voor het dierenwelzijn, maar benadrukt dat verkeersongevallen met wilde dieren in de eerste plaats vermeden moeten worden.
Volgens de vereniging is de inzet van de politie noodzakelijk bij incidenten, maar zou het aantal aanrijdingen met groot wild, zoals het ree, drastisch kunnen dalen door de aanleg van faunapassages. Door versnipperde natuurgebieden in de Voorkempen te verbinden via ecoducten en tunnels, kunnen dieren veilig oversteken zonder met het verkeer in contact te komen.
GroenRand pleit dan ook voor een beleid waarbij de investering in modern interventiemateriaal hand in hand gaat met structurele preventie door middel van deze passages, om zo zowel de biodiversiteit als de verkeersveiligheid in de regio te waarborgen.

De Buizerd: samen met GroenRand en Frank Vermeiren op ontdekkingstocht langs de Antitankgracht

De Buizerd: samen met GroenRand en Frank Vermeiren op ontdekking langs de Antitankgracht

Deze tekst wordt je aangeboden in samenwerking met Frank Vermeiren en de natuurvereniging GroenRand.
Dagelijks observeren we een andere vogel in de Voorkempen terwijl hij door de natuur wandelt.

Aan de hand van de scherpe blik van deze gepassioneerde dierenfotograaf laten we de ongelooflijke diversiteit en schoonheid bewonderen die ons omringt van a tot z.
We zijn nu aan de 'b' beland van buizerd.
Terwijl Frank door het Mastenbos in Kapellen wandelt, gelegen langs de historische Antitankgracht, valt zijn oog op een beweging boven de statige dennen en de bunkers van de oude verdedigingslinie.
De buizerd (Buteo buteo) is een van de meest voorkomende roofvogels in onze regio.

Men vindt ze werkelijk overal.
Van de zilte zeelucht aan de kust tot het rustieke platteland en zelfs in de groene longen van onze steden.
In tegenstelling tot vele andere roofvogels is hij overdag actief en dus zeer gemakkelijk waar te nemen.

Wie een uurtje aan de rand van bos of veld blijft, heeft bijna gegarandeerd prijs.
Bovendien is zijn spanwijdte indrukwekkend.
Als de vleugels volledig zijn uitgespreid, kan hij een lengte bereiken van ongeveer 1,1 tot 1,3 meter.

Frank legt uit dat het een vogel met duizend gezichten is.
De Fransen noemen hem niet voor niets buse variable vanwege zijn variabele uiterlijk.
Het verenkleed kan variëren van bijna sneeuwwit tot diep donkerbruin.
Deze kleurschakeringen maken elke ontmoeting uniek.
Ook over de naam bestaat een boeiend kat-en-muisspel. Sommigen denken dat de naam afkomstig is van muizenarend.

Dit zou via muizerd uiteindelijk veranderd zijn in buizerd. Frank en de gidsen van GroenRand vinden het echter aannemelijker dat de naam afkomstig is van Busaar of katarend.
Dit is een samenstelling van busse (kat) en aar (arend). Dit verwijst rechtstreeks naar de Vlaamse volksnaam Busse vanwege zijn klagende en miauwende roep die vaak in de bossen van Kapellen weergalmt.
Het is een geluid dat je niet snel vergeet als je het eenmaal hebt gehoord.

Als echte opportunist is de buizerd niet kieskeurig wat zijn voedselkeuze betreft.
Een belangrijk deel van zijn menu bestaat uit knaagdieren zoals woelmuizen en kleine konijnen.

Hij deinst echter niet terug voor amfibieën, aas, regenwormen, kevers en zelfs jonge vogels.
Jagen kan op drie verschillende manieren. Vooral tijdens de zomermaanden zie je ze schroeven op de thermiek.
Ze flapperen dan niet met hun vleugels maar zweven op opstijgende kolommen warme lucht.

Dit is exact dezelfde techniek die paragliders gebruiken. Hierdoor verbruiken ze nagenoeg geen energie.
Zien ze een slachtoffer, dan kunnen ze overgaan tot bidden.

Hierbij hangen ze stil in de lucht met een onbeweeglijke kop om zich daarna als een baksteen op de prooi te laten vallen.
Vaak jagen ze echter zittend vanaf een verhoging.

Een paaltje langs de Antitankgracht of een dode boomtak dient dan als uitkijkpost.
Vanuit deze positie schatten ze de afstand in om in een geruisloze glijvlucht aan te vallen.

Ook vanaf de grond kan gejaagd worden. De rondstappende buizerd plukt dan met zijn snavel regenwormen uit het gras.
De buizerd past zich wonderbaarlijk goed aan de seizoenen aan.
In de zomer geniet hij van de thermiek, maar de winter is een stuk ingewikkelder.
Vliegen maakt hen dan moe en voedsel is moeilijker te vinden.

Dit komt doordat kleine zoogdieren zich onder de sneeuw verschuilen waardoor de buizerd ze niet meer kan zien.
De vogel verkiest dan om neer te strijken op zitstokken en urenlang roerloos te blijven wachten op de geringste beweging.
In deze barre tijden kiest hij vaak voor aas.
Je ziet hem dan regelmatig langs de kant van de weg of diep in het bos bij een gestorven dier.

Hoewel de buizerds in de Voorkempen standvogels zijn, arriveren er vanaf november overwinteraars uit het noordoosten van Europa. Het gaat om een groot aantal zeer lichte exemplaren uit Zuid-Zweden en Denemarken.
Ook meer oranjebruine buizerds uit Oost-Europa strijken hier neer. Deze wintergasten trekken rond maart weer terug naar hun eigen broedgebieden.
Voor de lokale en monogame paartjes begint dan de tijd op de horst.

Dit nest is indrukwekkend groot met een breedte van een meter en een diepte van zestig centimeter. Het is stevig gebouwd van takken en twijgen en zacht bekleed met varens en mos.
Soms renoveren ze oude buizerd- of kraaiennesten die ze eerst grondig renoveren.
Ze hebben vaak meerdere nesten in hun territorium die ze jaarlijks afwisselen om parasieten te vermijden.
Een fascinerende anekdote over de hygiëne op het nest mag niet ontbreken.
Om hun horst schoon te houden, spuiten de jongen hun uitwerpselen met kracht over de rand.
Hoe ouder en sterker de jongen zijn, hoe verder je deze witte stralen op de bosbodem kunt terugvinden.
Hoewel ze in de natuur 26 jaar en in gevangenschap wel 30 jaar oud kunnen worden, was hun leven vroeger niet altijd veilig.

De buizerd werd in het verleden fel vervolgd door jachtopzieners en weidevogelbeschermers.
Ze werden afgeschoten of vergiftigd omdat men ze als concurrenten zag.
Ook hadden ze te lijden onder nestverstoring, handel voor valkeniers en virusziekten onder konijnen.
Zelfs virusziekten onder konijnen dunden de populatie uit.
Vandaag de dag vormen loodvergiftiging via hagelbollen in aas en de aanvaringen met windparken nog steeds een groot gevaar. GroenRand zet zich dagelijks in om het leefgebied langs de Antitankgracht te beschermen zodat deze vogels een veilige toekomst hebben.
Een bijzonder fenomeen in de Voorkempen doet zich voor in de maand mei. Dit is de periode dat de vogels hun jongen fel beschermen.
De doorgaans vreedzame buizerd kan dan agressief uit de hoek komen.
Wanneer een voorbijganger, meestal een jogger, het territorium doorkruist, valt het mannetje soms aan.
Hij voert dan een pijlsnelle schijnaanval uit in de rug van de indringer.
De beste remedie is de vogel laten weten dat hij gezien is. Keer je onmiddellijk om en maak armbewegingen.
Een andere bekende truc is het dragen van een pet met ogen op de achterkant.
De buizerd voelt zich dan betrapt en zal zijn aanval staken.
Mocht je toch een aanval meemaken, neem dan contact op met de gemeente.
Zij kunnen de bewuste plaats dan tijdelijk afsluiten voor het publiek.
Terwijl de buizerd boven de bunkers van de Antitankgracht geruisloos uit het zicht verdwijnt, besluit Frank zijn verhaal.
Het blijft een prachtige vogel die zowel bewondering als een gezond respect afdwingt in onze mooie natuur.

maandag 9 maart 2026

Uitreiking van de Groene Duim en inspiratie voor een verbonden landschap in de Voorkempen

Uitreiking van de Groene Duim en inspiratie voor een verbonden landschap in de Voorkempen

Je bent van harte uitgenodigd op woensdagavond 1 april om 19u30 in het Koetshuis van Domein De Renesse (Lierselei 28, Malle) voor een bijzondere avond die in het teken staat van de geschiedenis en de toekomst van ons landschap.
We hopen uitdrukkelijk dat zoveel mogelijk leden en sympathisanten aanwezig zijn op deze avond want als kers op de taart vindt de officiële uitreiking van de Groene Duim plaats om verdienstelijke groene initiatieven in de bloemetjes te zetten.
Jouw aanwezigheid bij deze uitreiking is voor ons van grote waarde.


Tijdens de lezing neemt Domien Van Dijck, landschapsmedewerker bij Regionaal Landschap de Voorkempen, je mee in de evolutie van onze omgeving.
Hij bespreekt welke sporen van vroeger nog zichtbaar zijn en hoe we ons landschap sterker maken in tijden van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en een veranderende landbouw.


Tijdens deze avond ontdek je hoe hagen, heggen en houtkanten – onze kleine landschapselementen – een sleutelrol spelen.
Onder het motto bijtandje houtkantje voert GroenRand dit jaar een regiobrede actie om de aanplant van houtkanten in de gehele Voorkempen te stimuleren.
Wij roepen lokale besturen hiermee expliciet op om hun ecologische ambities fors te verhogen met Malle als schoolvoorbeeld voor de rest van de regio.
Dankzij een sterke samenwerking tussen de gemeente, landbouwers, burgers en het Regionaal Landschap werd binnen een LEADER-project in Malle al maar liefst 1,6 kilometer aan nieuw groen gerealiseerd.
De ambities stoppen hier niet want er zijn concrete toekomstplannen om dit netwerk verder uit te breiden en nieuwe bosgebieden te realiseren om de regio nog klimaatbestendiger en biodiverser te maken.
Inschrijven is verplicht. Schrijf je hier in voor de lezing.





Het jaarthema 2026 van GroenRand is Greenconnect waarbij we inzetten op het connecteren van natuur met faunapassages zoals ecoducten en ecotunnels.
Hierbij fungeren houtkanten als de noodzakelijke groene aders die het landschap tot in de kleinste hoekjes weer verbinden.
Deze fijnmazige vertakkingen zijn essentieel om versnipperde natuurgebieden echt met elkaar in contact te brengen. 

Wandeling

Naast deze boeiende lezing zetten we tijdens de Week van het Water ook in Brecht het waterleven letterlijk in de kijker.
Op zaterdagvoormiddag 28 maart 2026 van 10u tot 12u30 wordt een wandeling georganiseerd die onder leiding van Natuurpunt en het Regionaal Landschap staat.
Tijdens deze ontdekkingstocht langs het water is er speciale aandacht voor kleine waterdiertjes, watervogels en de eerste amfibieën van het seizoen.
We starten in het prachtige natuurgebied Kooldries en gaan onderweg actief op zoek naar alles wat leeft in en rond het water.
Met de deskundige ondersteuning van de gidsen plaatsen we fuiken en bestuderen we fascinerende waterorganismen zoals bootsmannetjes, waterkevers en larven.
Wie weet spotten we zelfs al kikkers of salamanders die ontwaken uit hun winterrust.
We verzamelen voor deze wandeling op de parking van Cuvée Hoeve aan de Boudewijnstraat 20 in Brecht.


Mocht je tijdens deze wandeling niet aanwezig kunnen zijn dan biedt natuurgids André Arnouts je op zondag 26 april 2026 een prachtig alternatief aan.
Om 14.00 uur vertrekt er een wandeling door het gebied tussen de verschillende kleiputten waarbij de gids vertelt over het ontstaan van de streek en het belang voor de plaatselijke fauna en flora.


De laatste jaren zijn er verschillende grote beheerwerken uitgevoerd om water naar het gebied te krijgen en daar te bergen wat van levensbelang is voor de amfibieën.
Op het einde van deze wandeling staan er enkele aquariums klaar waar je de vier voorkomende watersalamanders kunt bewonderen waaronder de spectaculaire kamsalamander of de kleine waterdraak.
Ook voor deze tocht verzamelen we aan de parking tegenover de Cuvée Hoeve in de Boudewijnstraat.
Inschrijven is hier niet verplicht.

We kijken er enorm naar uit om onze leden en sympathisanten in grote getale te mogen verwelkomen.
Het bestuur van GroenRand


De boompieper: de melodieuze parachutist van de Voorkempen Milieuvereniging

 De boompieper: de melodieuze parachutist van de Voorkempen Milieuvereniging 

In de boeiende reeks waarin Frank Vermeiren ons laat kennismaken met vogels van A tot Z, zijn we vandaag aanbeland bij de letter B van de boompieper (Anthus trivialis).
Hoewel we vandaag 9 maart schrijven en de vroege lente voorzichtig in de lucht hangt, is de boompieper in de Voorkempen momenteel nog een grote afwezige.
Als echte zomergast verblijft hij nu nog in zijn winterverblijf in Afrika, een uitgestrekt gebied dat reikt van Mali tot Ethiopië.
De individuen die de oostelijke trekroute volgen langs Egypte, overwinteren zelfs nog zuidelijker, tot aan de noordpunt van Zuid-Afrika.


Pas eind februari of begin maart beginnen deze dagtrekkers, vaak in losse kleine groepjes, aan hun enorme terugreis naar het noorden.
De eerste pioniers zijn in onze regio niet voor begin april te verwachten en de grote massa komt pas na half april aan, met een piekmoment in de doortrek eind april en begin mei.
De doortrek kan voortduren tot half mei, waarna de rust in de populatie terugkeert en het broedseizoen in de Kempen echt losbarst.


Eenmaal aangekomen in de Voorkempen zoekt de boompieper de specifieke landschappen op waar hij zich thuis voelt.
Hij heeft een duidelijke voorkeur voor de zandgronden en leeft graag aan de rand van bossen en op open plekken.
Moerassen zijn zeer geliefd, maar evenzeer worden kaalgekapte bospercelen, jonge aanplant en heideterreinen met enige opslag volop bewoond.
In onze regio zijn gebieden zoals het vliegveld van Oostmalle en Zoersel, de Hegte Heyde in Sint-Antonius, het Klein Schietveld in Brasschaat of de Visbeekvallei en Visbeekhei in Lille de plekken bij uitstek om hem te spotten.
De vogel nestelt op de zandgronden in heidevelden en duinen, maar ook in populierenbossen en soms zelfs in wegbeplanting in het boerenland.


Ook verdrogende en verbossende laagveenmoerassen, zoals de Vorse Beemden in de Schijnvallei, worden bezet.
Op dit eigenste moment zul je daar echter vooral zijn nauwe verwant tegenkomen: de graspieper.
Deze is hier al als vroege doortrekker of wintergast actief en lijkt sprekend op de boompieper, maar mist diens specifieke bosrand-voorkeur en de gewoonte om vaak hoog in een boom te gaan zitten.
Wat de boompieper werkelijk uniek maakt, is zijn gedrag en zijn spectaculaire zangvlucht. In tegenstelling tot graspiepers gaan boompiepers namelijk heel vaak in een boom zitten om uit te rusten of hun territorium te overzien.


Vanuit zo’n boomtop begint de vogel omhoog te vliegen om vervolgens als een parachute of een badmintonshuttle met stijve vleugels en hangende poten weer in een boom te landen. Dit schouwspel gaat gepaard met een luid en kanarieachtig gezang dat te horen is van begin april tot in augustus. De zang bestaat uit explosieve reeksen afdalende klanken en eindigt vaak in een kenmerkend vertragend "sie-sie-sie-sieeee…".


Een bijzonder kenmerk dat Frank Vermeiren vaak aanhaalt, is dat de boompieper ook midden op de dag zingt op een zinderende hete heide, juist wanneer bijna alle andere vogelsoorten hun snavels op elkaar houden en de koelte opzoeken.
In de vlucht laat hij bovendien een roep horen die rauwer en meer gezoemd klinkt dan die van de graspieper: een typisch, krachtig "pziesh".


Voor de kritische waarnemer in de Voorkempen is het onderscheid met de graspieper een mooie uitdaging, aangezien er geen uiterlijk verschil is tussen het mannetje en het vrouwtje.
De boompieper lijkt sterk op de graspieper maar heeft een markanter koppatroon en een iets dikkere snavel.
Let vooral op de tekening op de flanken: daar lopen fijne, dunne penseelstreekjes die duidelijk dunner zijn dan de grove streping op de borst.
Bij de graspieper zijn deze strepen op de flanken en borst ongeveer gelijk van dikte. Als de vogel even goed stilzit, is ook de korte, gekromde achternagel een doorslaggevend kenmerk, aangezien de graspieper een zeer lange en kaarsrechte nagel heeft.
Hoewel hij graag in bomen zingt, vindt het grootste deel van zijn dagelijks leven op de grond plaats.


Daar foerageert hij onvermoeibaar, stappend tussen het bladafval en de lage begroeiing op zoek naar insecten.
Het voedsel van de boompieper bestaat voornamelijk uit insecten. Hij zoekt deze prooien vooral op de grond, maar soms ook op twijgjes, takjes en boomstronken.
De jongen worden uitsluitend gevoed met insecten, waarbij snuitkevers een hoofdbestanddeel vormen.
Het eigenlijke broeden begint vanaf half mei, nadat de mannetjes hun territoria hebben gevestigd.
Er zijn doorgaans één of twee legsels per jaar van 4 tot 6 eieren. Het vrouwtje bouwt het nest volledig alleen: het is een kunstig kommetje van droog gras, vaak met een bodem van mos en fijnere grassen, uiterst goed verborgen in een kuil in de grond.
Na ongeveer 12 tot 14 dagen broeden komen de eieren uit. De jongen blijven vervolgens nog eens eenzelfde periode in het nest voordat ze kunnen vliegen en de wereld buiten de dichte begroeiing verkennen.
Vanaf eind juli worden de broedplaatsen in de Voorkempen gaandeweg alweer ontruimd.
De vogels verzamelen zich voor de grote trek naar het zuiden, terug naar de warmte van Centraal- en Zuid-Afrika.
Tot die tijd blijft het in onze lokale natuurreservaten een genot om naar deze "parachutist van de heide" te speuren.
Het is een vogel die het voorjaar in de Kempen echt karakter geeft met zijn melodieuze zang en zijn karakteristieke silhouet tegen de blauwe lucht.
Frank Vermeiren heeft met de boompieper een soort gekozen die de essentie van de Kempense overgangslandschappen perfect belichaamt.
Voor wie deze maand al op pad gaat: geniet van de ontwakende natuur, maar hou de verrekijker nog even stand-by voor de grote terugkeer van de boompieper in april.

De zilveren pijl van de Voorkempen: een stijlvolle overlever

De zilveren pijl van de Voorkempen: een elegante overlever

Francois Eennaes tuurt scherp door zijn lens terwijl hij langs de oevers van de E10-plas op de grens van Schoten en Brasschaat staat.
Deze grote en diepe waterpartij vormt het perfecte decor voor zijn passie als natuurfotograaf voor GroenRand.
Het was op deze plek dat hij vorig jaar een spectaculaire waarneming deed die hij haarscherp wist vast te leggen.
Terwijl hij daar stond, werd de stilte plotseling doorbroken door een schril en karakteristiek krijsend geluid.


Hoog boven het open wateroppervlak, wel honderd meter in de lucht, ontvouwde zich een adembenemend schouwspel.
Een paartje visdieven voerde de meest spectaculaire baltsvlucht uit die je in onze regio kunt zien.

Tijdens deze zogenaamde visvlucht steeg het paartje gezamenlijk op waarbij één van de partners trots een glinsterend visje in de rode snavel droeg als bruidscadeau.
Met schokkerige en bijna zenuwachtige vleugelslagen cirkelden ze in een strakke choreografie om elkaar heen.

Tijdens een duizelingwekkende daling probeerde de partner het visje uit de snavel van de ander te stelen.
Dit is een speels maar essentieel spel om de paarband te bezegelen voor het komende seizoen.
Francois zag hoe de vogel met een recht naar beneden gerichte snavel over het water scheerde.

Hij bleef soms minutenlang 'biddend' op één plek in de lucht hangen en dook dan plotseling als een levende pijl recht naar beneden om onmiddellijk weer omhoog te komen met een prooi in de bek.
De E10-plas fungeert voor de visdief als een onmisbaar tankstation. Het biedt het open wateroppervlak dat deze vliegende precisiejagers nodig hebben om hun menu te verschalken.
Dit menu bestaat uit kleine visjes, kreeftjes, garnalen en wormen. Zelfs larven van waterkevers en kikkers zijn niet veilig voor deze meestervissers.

De visdief vertrouwt volledig op zijn vliegkunsten bij het zoeken naar voedsel en zonder deze snelheid zou hij kansloos zijn.
Het is vandaag 9 maart.
Terwijl de vroege ochtenddauw nog als een koude deken over de velden van de Voorkempen ligt, bevindt de visdief (Sterna hirundo) zich momenteel nog duizenden kilometers van ons verwijderd.
Op dit eigenste moment vertoeft hij aan de zonovergoten kusten van West-Afrika.
Hij verblijft in een tropisch gebied dat zich uitstrekt van de droge zandbanken van Mauretanië tot de visrijke delta’s van Nigeria.

Daar is hij momenteel druk bezig met zijn wintertraining.
Hij foerageert intensief om de noodzakelijke vetreserves aan te leggen voor de hachelijke tocht naar het noorden.
De visdief is een echte globetrotter die de grillen van de oceaan trotseert om hier zijn kroost groot te brengen.

Over enkele weken, eind maart of begin april, zullen de eerste verkenners weer neerstrijken in onze Vlaamse polders en havens. Deze elegante zeevogels, in het Engels de Common Tern genoemd, zijn uiterst honkvast.
Ze keren steevast terug naar de plek waar ze zelf ooit uit het ei kropen. Dit fenomeen zorgt voor een ongekende trouw aan hun broedgebied.


Er is een legendarisch geval bekend van een paartje dat maar liefst 17 jaar lang jaar na jaar exact dezelfde plek opzocht om hun nest te bouwen.
Ze doen dit bij voorkeur in een natte omgeving.
Dat kan aan de kust zijn, op vlakke rotsen of bij grote meren in het binnenland.
Het liefst kiezen ze voor kale en open plekken of eilandjes zodat ze predatoren zoals de vos van grote afstand in de gaten kunnen houden.

De Antitankgracht fungeert hierbij als de ecologische ruggengraat die domeinen als het Klein Schietveld en het Vrieselhof met elkaar verbindt.
Het is een blauw-groene snelweg die de vogels rechtstreeks naar visrijke plekken zoals de E10-plas leidt.
Hoewel de visdief zich thuis voelt in de Voorkempen, liggen de belangrijkste broedgebieden in het grote havengebied van Antwerpen.

Een bekende plek is het Sterneneiland op Linkeroever.
Omdat ze het liefst broeden op kale plekken, wijken ze bij gebrek aan natuurlijke oevers soms uit naar de mens.
Zo nestelen ze tegenwoordig steeds vaker op grote platte daken die met kiezelstenen zijn bedekt.
Het zijn koloniebroeders. Ze vestigen zich met honderden tegelijk wat in stedelijke omgevingen soms voor overlast zorgt op diezelfde daken.

Andere natuurlijke plekken komen echter steeds meer in de verdrukking doordat ze verdwijnen door recreatie, teveel begroeiing en veranderende bestemmingen van de grond.
Het leven van deze vogel die Francois zo graag fotografeert blijft een constante strijd.
Op de Vlaamse Rode Lijst staat hij genoteerd als 'Kwetsbaar'. De lijst met bedreigingen is lang en hardnekkig.
Denk aan habitatverlies, de verstoring van nestplaatsen en de verraderlijke watervervuiling.

Hierbij hopen toxische stoffen zich via accumulatie in hun lichaam op.

Ook natuurlijke processen zoals vegetatiesuccessie laten open plekken te snel dichtgroeien waardoor ze het overzicht op naderend gevaar verliezen. Bovendien kunnen sterke waterpeilschommelingen bij de nestplaats de volledige broedpoging verwoesten.

Een gebrek aan voedsel is ook vaak de trieste hoofdoorzaak dat legsels mislukken. Kuikens verhongeren simpelweg in het nest doordat de ouders door overbevissing onvoldoende eten vinden. Tot slot vormen ook tragische aanvaringen met windmolens een modern risico voor deze vliegers.
Om de visdief te helpen, worden er in Vlaanderen op diverse plekken speciale broedvlotjes in het water gelegd.
Dit zijn kunstmatige eilandjes die hen een veilige haven bieden tegen landroofdieren en waterpeilschommelingen.

De visdief is ongeveer 31 tot 35 centimeter lang met een spanwijdte tot 98 centimeter.
Zijn uiterlijk is iconisch met een lichtgrijze rug en vleugels, een spierwitte buik en die onmiskenbare diepzwarte kopkap.
Met zijn felrode poten en rode snavel steekt hij prachtig af tegen de achtergrond op de foto's van Francois.
Zijn diep gevorkte staart geeft hem een zwaluwachtig silhouet wat hem de bijnaam zeezwaluw oplevert.
Terwijl Francois Eennaes zijn lens scherpstelt op de volgende zilveren pijl die boven de E10-plas scheert, blijft de bewondering groot.
De visdief is niet alleen een esthetisch wonder.
Hij is een levend bewijs van de broze maar krachtige verbinding tussen de haven en de natuur van onze Voorkempen.

zondag 8 maart 2026

Boomkruiper: De verborgen verticale acrobaat van GroenRand

Boomkruiper: De verborgen verticale acrobaat van GroenRand

In de boeiende reeks 'Vogels in onze Voorkempen' neemt Frank Vermeiren, redactielid van GroenRand, ons mee op een diepgaande en spontane ontdekkingsreis door de lokale natuur.
Nadat de 'A' van de aalscholver uitgebreid de revue passeerde, verschuiven we onze focus nu naar de letter 'B': de boomkruiper (Certhia brachydactyla).
Deze kleine, onopvallende stamgast is een absoluut wonder van evolutie en specialisatie, volledig aangepast aan een verticaal leven op de boomschors in het hart van ons projectgebied. De Voorkempen vormt een vitale groene corridor tussen de Antwerpse agglomeratie en de Kempen; een lappendeken van oude boskernen, beekvalleien en historische kasteeldomeinen zoals het Zoerselbos of de parken van Schilde en Wijnegem.


Voor de boomkruiper is dit landschap essentieel, aangezien hij een hoge dichtheid aan bomen met een dikke, gegroefde schors nodig heeft om te overleven op de zandgronden waar hij zijn hoogste dichtheden bereikt.
De boomkruiper is een ware meester in camouflage.
Met zijn bruingevlekte bovenzijde imiteert hij de grillige textuur van een eiken- of beukenstam tot in het kleinste detail, terwijl zijn onderzijde roomwit tot zilverwittig kleurt.
Voor de gemiddelde wandelaar blijft hij vaak onzichtbaar totdat hij beweegt.
Zijn manier van voortbewegen is iconisch: hij klimt uitsluitend spiraalsgewijs langs een boomstam omhoog, als een klein muisje dat de zwaartekracht tart, terwijl hij de bast minutieus afzoekt naar insecten, insectenlarven en andere kleine ongewervelden zoals spinnen.

Een opmerkelijke anekdote uit het veld is dat boomkruipers soms zelfs over de kledij van een doodstille waarnemer omhoog klauteren, simpelweg omdat ze de textuur aanzien voor een boomstam.
Eenmaal op enige hoogte aangekomen, vliegt hij met een korte duikvlucht naar de voet van een naburige boom om daar opnieuw aan zijn klautertocht te beginnen.
Wat dit vogeltje zo fascinerend maakt, is zijn anatomie. Zijn snavel is dun, spits en karakteristiek omlaag gebogen; een perfect pincet om prooien uit de diepste schorspleten te peuteren.

Zijn korte poten zijn uitgerust met extreem lange tenen en nagels voor een rotsvaste grip op de ruwe bast.
Tijdens het klimmen gebruikt hij zijn stugge staartveren als een essentieel steunpunt of 'derde poot' om tegen de boom aan te leunen.
Dit intensieve gebruik laat zijn sporen na: de punten van de veren zijn aan het eind van het seizoen vaak sterk gesleten.
Hierin verschilt hij fundamenteel van de boomklever, die als enige vogel in onze streken ook met de kop omlaag langs een stam kan wandelen.

Hoewel de boomkruiper een heel eigen niche inneemt, is de determinatie voor het ongeoefende oog soms lastig.
Hij lijkt verwarrend veel op de kortsnavelboomkruiper en de zeldzamere taigaboomkruiper, die overigens geen broedvogel is in onze regio.
Deze neven hebben vaak een opvallender witte wenkbrauwstreep en zijn witter van onderen.

Onze lokale variant onderscheidt zich echter door een subtielere tekening en bovenal door zijn zang: een hoog, versnellend deuntje dat eindigt met een karakteristieke triller.
De boomkruiper is te vinden overal waar bomen staan: in dichte bossen, parken en zelfs in tuinen. Hij stelt verrassend weinig eisen aan zijn broedplaats.
Het nest wordt vaak gebouwd tussen loszittende stukken schors, in nauwe boomholten, of verscholen tussen de klimopbegroeiing op bomen, muren en schuttingen.

Zelfs oude nestkastjes van andere vogels worden soms hergebruikt. Wie de vogel actief wil ondersteunen, kan zelf een specifieke boomkruipernestkast timmeren.
In tegenstelling tot klassieke vogelhuisjes heeft deze kast geen vlieggat aan de voorzijde, maar twee zijdelingse openingen die direct tegen de boomstam aansluiten.
De achterzijde van de kast ontbreekt vaak, zodat de vogel rechtstreeks op de schors kan nestelen, wat zijn natuurlijke voorkeur voor spleten perfect nabootst.

Het broedseizoen loopt van april tot juni, waarbij een paartje meestal twee legsels van vijf tot zeven eieren grootbrengt.
De broedduur bedraagt ongeveer 17 tot 18 dagen, waarna de jongen nog zo'n één tot drie weken door de ouders worden gevoerd nadat ze zijn uitgevlogen.
Vlaamse boomkruipers zijn rasechte standvogels; er zijn geen doortrekkers en ze blijven het hele jaar door in hun vertrouwde territorium.
Dit betekent dat ze ook onze gure winters moeten trotseren. Tijdens ijskoude nachten vertonen ze uniek sociaal gedrag om energie te besparen: ze kruipen met grote groepen dicht tegen elkaar aan in een holte om elkaars lichaamswarmte vast te houden. Een beroemde observatie beschrijft hoe uit zo’n ‘bal van veren’ soms wel tien of meer kleine staartjes steken, een strategie die cruciaal is voor hun overleving.
Vandaag, op 8 maart, bevinden deze vogels zich in een cruciale overgangsfase.
Terwijl de winterse kou nog in de lucht hangt, ontwaken hun hormonen onder invloed van het lengen der dagen.
De mannetjes zijn momenteel volop hun territorium aan het afbakenen met hun zang en inspecteren de eerste nestplaatsen in de Voorkempen.
De boomkruiper is een belangrijke indicatorsoort voor het werk van GroenRand: hij gedijt namelijk daar waar biodiversiteit en oudere bomen de ruimte krijgen.
Door de voortdurende inzet van GroenRand voor ecologische verbindingen en het behoud van monumentale bomen, krijgt deze stille, gevleugelde getuige van onze prachtige regio de kans om ook in de toekomst de verticale wereld van de Voorkempen te blijven domineren.
De aanwezigheid van dit vogeltje herinnert ons eraan hoe rijk en gedetailleerd de natuur in onze eigen achtertuin eigenlijk is, mits we de juiste condities zoals klimop en nestgelegenheid behouden.