donderdag 19 maart 2026

Frank Vermeiren op pad voor een ontmoeting met de fitis: de kleine wereldreiziger van de Voorkempen

Frank Vermeiren op pad voor een ontmoeting met de fitis, de kleine wereldreiziger uit de Voorkempen


Als natuurfotograaf bij GroenRand brengt Frank Vermeiren de lokale biodiversiteit dagelijks in beeld met zijn vogelreportages van A tot Z.
We zijn vandaag aanbeland bij de letter F van de fitis, een vederlichte vogel die de bossen van de Voorkempen verkiest boven de uitgestrekte Afrikaanse savanne.
De fitis (Phylloscopus trochilus) is een kleine, beweeglijke zangvogel die in de regio van de Voorkempen als een algemene maar zeer bijzondere zomergast wordt beschouwd.
Hij behoort tot een groep kleine bruingroene zangvogels die in uiterlijk zo sterk op elkaar lijken dat ze voor de ongeoefende waarnemer nauwelijks te onderscheiden zijn.


Binnen deze groep is de fitis visueel nauwelijks te onderscheiden van de tjiftjaf (zie foto hierboven), zijn naaste verwant die vaak in precies dezelfde leefgebieden voorkomt.
Toch is de zang van de fitis onmiskenbaar en vormt deze een zacht, melancholiek fluitend en helder aflopend riedeltje van zoete klanken.
Dit helder dalende lied is een van de meest herkenbare en weemoedige geluiden in de natuur van regio's zoals Zoersel, Schilde, Malle en Kapellen.


Naast de zang is de meest gebruikte roep van de fitis lager, langgerekter en meer tweelettergrepig dan die van de tjiftjaf.
Vogelaars merken vaak op dat deze specifieke roep sterke gelijkenissen vertoont met de roep van de gekraagde roodstaart, wat voor verwarring kan zorgen bij auditieve inventarisaties.
Frank benadrukt dat het geduld van de fotograaf hier op de proef wordt gesteld, omdat de vogel zich vaak diep in het gebladerte verschuilt terwijl hij zingt.
Rond de datum van 19 maart bevindt de fitis zich in een cruciale overgangsfase van zijn indrukwekkende jaarlijkse cyclus.
Terwijl zijn dubbelganger, de tjiftjaf, nu al volop in de Voorkempen arriveert en overal te horen is, bevindt de fitis zich rond deze tijd nog in de laatste etappes van zijn reis vanuit Centraal- en Zuid-Afrika.
Het merendeel van de populatie bevindt zich op dit moment nog boven de Middellandse Zee of in Zuid-Europa om op krachten te komen voor de laatste ruk naar het noorden.
In tegenstelling tot de tjiftjaf, die vaak in het Middellandse Zeegebied overwintert, komt de fitis van veel verder, namelijk van ten zuiden van de Sahara.
Deze kleine vogel overbrugt duizenden kilometers aan vijandige woestijn en open water om zijn vertrouwde broedplaats in de Kempen te bereiken.
Hij vliegt vooral 's nachts om oververhitting en predatie door roofvogels te voorkomen, terwijl hij overdag rust en foerageert in mediterrane struwelen.


Hoewel je op 19 maart in het Zoerselbos al overal de monotone zang van de tjiftjaf hoort, laat de fitis meestal nog op zich wachten tot de eerste week van april.
Dit tijdsverschil is een direct gevolg van de grotere afstand en de fitis is een obligate trekker wiens vertrek wordt bepaald door de daglengte in Afrika en niet door de lokale weersomstandigheden.
Wanneer de eerste exemplaren arriveren, zijn ze vaak uitgeput en verliezen ze hun schuwheid terwijl ze koortsachtig op zoek gaan naar de eerste voorjaarsinsecten.
Visueel valt de vogel op door een lichte, duidelijke wenkbrauwstreep en een geelwitte keel en borst die contrasteren met de olijfgroene bovenzijde.
Een cruciaal detail voor de correcte determinatie van de soort zijn de bruinroze tot vleeskleurige poten, in tegenstelling tot de tjiftjaf die opvallend donkere pootjes heeft.
Frank legt uit dat dit kleurverschil op foto's vaak het enige harde bewijs is om de twee soorten met zekerheid uit elkaar te houden.
Bovendien heeft de fitis verhoudingsgewijs langere vleugels, wat een noodzakelijke evolutionaire aanpassing is voor zijn status als langeafstandstrekker.
Voor specialisten is de handvleugelprojectie een belangrijk kenmerk en bij de fitis is deze aanzienlijk langer, wat hem een meer langgerekt uiterlijk geeft.
Technisch gezien heeft de fitis drie versmallingen aan de buitenste handpennen, terwijl de tjiftjaf er vier heeft, een detail dat op de hoge-resolutiefoto's van Frank zichtbaar wordt.
De fitis is bovendien een van de weinige zangvogels die twee keer per jaar volledig ruit, zowel in de broedgebieden als in de wintergebieden in Afrika.
Dit dubbele rui-proces zorgt ervoor dat hun verenpak altijd in optimale conditie is voor de slopende tochten over continenten heen.
De fitis verblijft bij voorkeur in droge tot vochtige halfopen landschappen waar voldoende opslag aanwezig is zoals berken, wilgen en lage struiken.
In de Voorkempen vindt hij zijn ideale habitat in lichte bossen met veel ondergroei die essentieel zijn voor zijn dagelijkse foerageergedrag en veiligheid.
Het landschap van de Voorkempen, met haar afwisseling van oude kasteelparken en jonge bosaanplant, vormt daarom een absolute hotspot voor deze soort.


In gebieden zoals de Schans van Schilde vind je hem niet in de donkere kern van het bos, maar juist aan de zonnige randen en kapvlaktes waar licht de bodem bereikt.
Hoewel de fitis struweel nodig heeft om te foerageren, doet hij dit opvallend lager in de begroeiing en dichter bij de grond dan de tjiftjaf die vaker de boomtoppen opzoekt.
Zijn dieet is zeer proteïnerijk en bestaat vooral uit insecten en spinnen, af en toe aangevuld met bessen en vruchten in het najaar voor de nodige vetreserves.
Tijdens de piek van de zomer kunnen ze enorme hoeveelheden bladluizen consumeren, wat hen tot nuttige bondgenoten van de lokale flora maakt.
Binnen zijn zorgvuldig gekozen leefgebied verdedigt het mannetje zijn territorium op een zeer agressieve wijze ten opzichte van alle andere indringers van dezelfde soort.
Hij doet dit door luidruchtig te zingen vanaf verschillende zangposten en indien nodig fysieke vluchten uit te voeren om rivalen te verjagen.
De voortplanting van de fitis begint meestal eind april, wanneer de temperaturen stijgen en het lokale insectenaanbod eindelijk groot genoeg is om jongen te voeden.
De fitis legt meestal één broedsel per jaar dat bestaat uit een legsel van 4 tot wel 8 eieren, wat indrukwekkend is voor een vogel van slechts 8 gram.
Het vrouwtje bouwt het nest alleen, waarbij ze grassen, mossen en worteltjes gebruikt om een stevige maar zachte kom te vormen.
Het nest bevindt zich goed verborgen op de grond of zeer laag in de begroeiing, vaak verscholen tussen hoog gras of braamstruiken in een beschutte hoek.
Dit bolvormige nest met een zij-ingang is een vernuftig bouwwerk, maar maakt de vogel tegelijkertijd zeer kwetsbaar voor verstoring door wandelaars en honden.
Het is om deze reden dat Frank altijd adviseert om tijdens het broedseizoen strikt op de paden te blijven in gebieden zoals het Zoerselbos.
De broedduur van deze eieren bedraagt tussen de 12 en 14 dagen, waarbij het vrouwtje bijna constant op de eieren zit terwijl het mannetje de wacht houdt.
Nadat de jongen zijn uitgekomen, zitten zij nog eens 12 tot 16 dagen op het nest alvorens ze hun eerste onhandige vlucht naar buiten wagen.
In deze fase zijn de jongen extreem kwetsbaar voor predatoren zoals eksters, vlaamse gaaien en zelfs huiskatten die in de buurt van de bosranden jagen.
Zelfs na het uitvliegen blijven ze afhankelijk en worden ze tot twee weken lang intensief gevoerd door voornamelijk het vrouwtje.
De fitis is een echte langeafstandstrekker die tussen juli en september aan zijn uitputtende najaarstrek begint richting de Sahel en verder.

Tijdens deze indrukwekkende reis van soms meer dan 12.000 kilometer steekt hij dapper de Middellandse Zee over via de Straat van Gibraltar of zelfs over de open zee.
Opmerkelijk is dat de fitis deze gevaarlijke tocht vooral 's nachts aflegt om de koelere nachtlucht optimaal te benutten voor zijn fysieke inspanning.
Hij overwintert in de tropische gebieden van Afrika, waar hij de Europese winter overbrugt in ecosystemen zoals de vochtige acacia-savanne.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de overleving van volwassen fitissen sterk beïnvloed wordt door de regenval in de verre Sahel-zone tijdens hun doortrek.
Als er onvoldoende neerslag valt in Afrika, vinden de vogels niet genoeg insecten om vetreserves aan te leggen voor de terugtocht naar de Voorkempen.
Tussen maart en eind mei keert hij met een enorme geografische precisie weer terug naar zijn vertrouwde broedgebied in onze prachtige streek.
Het is een wonder der natuur dat zo’n klein wezen feilloos de weg terugvindt naar exact dezelfde boomgroep als het jaar ervoor.
Ondanks zijn status als algemene vogel, is de fitis in Vlaanderen een van de snelst afnemende zangvogelsoorten van de laatste decennia.
Cijfers laten zien dat de populatie in bepaalde regio's met meer dan de helft is gekrompen, wat natuurbeschermers grote zorgen baart.
Veranderingen in het landschap en extreme droogte in West-Afrikaanse overwinteringsgebieden lijken belangrijke oorzaken voor deze zorgwekkende trend.
Ook het verlies aan biodiversiteit door intensieve landbouw en de versnippering van leefgebieden in de Kempen speelt een negatieve rol.
In de overgangszones van het Groot Schietveld in Kapellen profiteert de fitis momenteel nog optimaal van de grens tussen open heide en bos.
Hier vinden ze de nodige rust en een overvloed aan voedsel dat elders in het landschap steeds vaker ontbreekt.
Overal waar het zonlicht de bodem raakt en voor een weelderige vegetatie zorgt, vindt deze vogel de nodige beschutting voor zijn grondnest.


Het behoud van ruige bosranden, brede houtkanten en natuurlijke overgangen in de regio is daarom essentieel voor het voortbestaan van deze soort.
De fitis is een indicator voor een gezond en gevarieerd landschap waarin kleinschalige natuurelementen nog de ruimte krijgen om te floreren.
Zijn aanwezigheid vertelt ons dat de lokale ecologie nog veerkrachtig genoeg is om dergelijke wereldreizigers te ondersteunen.
Zo blijft de fitis een levend en melodieus symbool van de verbondenheid tussen onze eigen Kempische natuur en de verre Afrikaanse wildernis.
Frank Vermeiren blijft met zijn lens speuren naar deze kleine reiziger om de fragiele schoonheid van onze streek vast te leggen voor toekomstige generaties.
Door middel van zijn reportages hoopt hij het publiek bewuster te maken van de rijkdom die zich vlak onder onze neus bevindt.
Dit uitgebreide verslag vormt zo een eerbetoon aan een vogel die elk jaar de halve wereld trotseert om in onze achtertuin zijn lied te laten horen.
Met de fitis als ambassadeur van de Voorkempen kijken we uit naar de komst van de andere zomergasten die de komende weken zullen arriveren.
Het alfabet van Frank is nog lang niet voltooid, maar de F heeft ons vandaag herinnerd aan de grootsheid van de allerkleinsten in onze natuur.

woensdag 18 maart 2026

Belgische uitstoot stijgt weer door industrie en verkeer terwijl GroenRand alarm slaat over de natuur

De Belgische uitstoot neemt opnieuw toe door industrie en verkeer, terwijl GroenRand luid alarm slaat over de bedreigde natuur


98,012 miljoen ton aan broeikasgassen zoals CO2 en methaan en distikstofmonoxide werden er in 2024 uitgestoten in België.
Dat is 0,2 procent meer dan in 2023 wat een abrupte breuk is met de jarenlange traditie van dalingen die ons land de voorbije jaren kende.
Hoewel de uitstoot in 2021 ook al eens steeg door de uitzonderlijke economische heropleving na de coronacrisis is het eigenlijk al van 2018 geleden dat de Belgische cijfers zonder die reden de verkeerde kant opgingen.
Vandaag stoot België hierdoor 32,6 procent minder broeikasgassen uit dan in 1990 terwijl we vorig jaar toen de rekening werd gemaakt voor 2023 nog op 32,7 procent winst stonden.


Daarmee verdampt er een klein beetje van de klimaatwinst die ons land eerder boekte door schonere technologieën en het sluiten van vervuilende cokescentrales en betere isolatie van gebouwen.
België rapporteert deze cijfers aan de Europese Commissie die de uitstoot van alle lidstaten verzamelt om die op haar beurt over te maken aan de Verenigde Naties.
Alle 198 landen die het VN-klimaatverdrag UNFCCC hebben ondertekend moeten jaarlijks immers doorgeven hoeveel broeikasgassen er worden uitgestoten zodat de VN de wereldwijde strijd tegen de klimaatverandering in kaart kunnen brengen.
De recente stijging van de emissies is vooral te wijten aan de zware Vlaamse industrie waar de metaalsector en chemische bedrijven samen met de raffinaderijen maar liefst 1,2 miljoen ton extra broeikasgassen uitstootten.
In de Antwerpse haven en de omliggende industriegebieden ligt de kern van deze problematiek omdat dit een van de meest uitstootgevoelige regio's van heel Europa is met een enorme concentratie aan zware industrie.
Volgens het Vlaams Energie en Klimaatagentschap VEKA waren de emissies van de Vlaamse industrie in 2023 uitzonderlijk laag doordat twee grote industriële installaties toen in onderhoud waren.
Dat deze installaties in 2024 opnieuw werden aangeschakeld verklaart deels de stijging in de cijfers die België nu aan Europa heeft overgemaakt.


Terwijl de industriële uitstoot in Wallonië wel een daling liet zien bleven de emissies van het verkeer in heel België met 270.000 ton stijgen tussen 2023 en 2024.
Het verkeer rijdt helaas de verkeerde richting uit want hoewel automotoren efficiënter zijn geworden is de uitstoot met net geen 20 procent gestegen sinds 1990.
Dat maakt van het verkeer een van de schaarse sectoren waar de uitstoot van broeikasgassen niet daalt maar juist stijgt ondanks de snelle elektrificatie van het wagenpark.
Deze winst wordt deels ongedaan gemaakt doordat er steeds meer voertuigen over de Belgische wegen rijden met een toename van driekwart meer voertuigen dan in 1990.
Al die auto's en bestelwagens en vrachtwagens leggen samen de helft meer kilometers af dan toen waardoor de technologische vooruitgang volledig wordt opgeslokt.
Onderzoeker Joris Moorthamers van de dienst Klimaat noemt deze evolutie in het transport bijzonder zorgwekkend en spreekt van een modal shift in de verkeerde richting.


Natuurvereniging GroenRand trekt hierbij fel aan de alarmbel omdat de grens van wat onze lokale ecosystemen kunnen verdragen door deze industriële en verkeersdruk al lang is overschreden.
Om deze enorme druk van de industrie en de haven te compenseren werkt GroenRand aan een ambitieus plan voor een klimaatgordel rond Antwerpen als groene buffer.
Deze klimaatgordel moet fungeren als een ecologische bescherming tussen de zware havenindustrie en de omliggende woonkernen om de leefbaarheid en de gezondheid van de regio te bewaken.
Voor GroenRand is deze stijgende uitstoot geen kille statistiek maar een directe aanval op de biologische veerkracht van onze regio omdat bijna 93 procent van de Belgische natuur er al slecht aan toe is.
De opwarming die door deze gassen wordt versterkt zorgt voor een gevaarlijke mismatch in de voedselketen waarbij insecten op het verkeerde moment verschijnen voor de vogels die hun jongen moeten voeden.


De natuur krijgt vaker te maken met de dubbele klap van drogere zomers en nattere winters wat direct leidt tot meer bosbranden en ernstige bodemerosie in kwetsbare natuurgebieden.
Bovendien tast de hogere concentratie broeikasgassen de bodemkwaliteit aan door verzuring en vermesting waardoor bomen verzwakken en zeldzame vennen in onze regio volledig kunnen uitdrogen.
De sector van de afvalverwerking en de landbouw en de verwarming van gebouwen moeten hun uitstoot ook drastisch laten dalen om de Europese doelen van Fit for 55 te halen.
Europa vraagt van België dat de sectoren verkeer en gebouwen en landbouw tegen het jaar 2030 maar liefst 47 procent minder uitstoten dan in 2005.


Diensthoofd Elisabeth Ellegaard van de federale dienst Klimaat waarschuwt dat de klimaatdoelen nog niet in gevaar komen maar dat er wel een versnelling nodig is met structurele maatregelen.
Vlaams minister van Klimaat Hans Bonte reageert dat de regering 2 miljard euro vrijmaakt om bedrijven te ondersteunen bij hun verduurzaming en zo de concurrentiekracht en de jobs in Vlaanderen te garanderen.
Het is echter de grote vraag of dit budget volstaat om de stijgende lijn in het verkeer en de zware industrie definitief om te buigen en de verstikte natuur weer de nodige ademruimte te geven.


Elke vertraging in de reductie van emissies betekent immers een grotere druk op de kwetsbare biodiversiteit en een verhoogd risico op onomkeerbare schade aan ons leefmilieu en de toekomst van onze kinderen.
Het realiseren van de klimaatgordel rond de haven en het herstellen van de natuurlijke veerkracht op het terrein is volgens GroenRand de enige weg die nog rest om een lokale klimaatcatastrofe te voorkomen.
Zonder een fundamentele gedragswijziging in mobiliteit en industrie zal de Belgische uitstoot een blok aan het been blijven van de Europese inspanningen voor een klimaatneutraal continent tegen het jaar 2050.
De strijd tegen de klimaatverandering vergt meer dan alleen investeringen maar vraagt om een integrale aanpak waarbij natuurherstel en emissiereductie hand in hand gaan voor een leefbaar België.

Frank Vermeiren brengt de 'Water-Dandy' in beeld: De Fuut van A tot Z

Frank Vermeiren zet de 'Water-Dandy' in de schijnwerpers: de fuut van A tot Z


Frank Vermeiren: van A tot Z

Als natuurfotograaf bij GroenRand brengt Frank Vermeiren de lokale biodiversiteit dagelijks in beeld met zijn vogelreportages van A tot Z.
Hij legt hierbij telkens de focus op de fragiele schoonheid van onze directe omgeving in de regio Voorkempen.
We zijn vandaag aanbeland bij de letter F van de Fuut (Podiceps cristatus), de meest algemeen voorkomende futensoort in heel Vlaanderen.


De fuut is een van de meest gracieuze verschijningen op onze wateren en een vogel die in onze regio een ideaal leefgebied vindt.
Deze vogel voelt zich werkelijk overal thuis waar water is, van chique stadsparken en grachten tot afgelegen duinmeren en moerasgebieden.


Ook langs de randen van grote meren en in nieuwe riviernatuur is deze statige vogel een vaste en welkome gast.
In zijn zomerkleed is deze water-dandy onmiddellijk herkenbaar aan zijn witgemaskerde kop met een bruinrode krans die prachtig overloopt in zwart. 


Zijn verlengde zwarte kopveren geven hem een koninklijke uitstraling, terwijl zijn felrode ogen als robijnen schitteren in het zonlicht.
De bovenzijde van zijn lichaam is diepbruin, terwijl de onderzijde glanst als wit satijn, een pracht die mannetjes en vrouwtjes identiek delen.
Buiten het broedseizoen ondergaat de vogel een ware gedaanteverwisseling naar een veel soberder winterkleed.
In de winter oogt hij vaalbruin en wit en verliest hij bijna volledig zijn kenmerkende en sierlijke koptooi.
Kenmerkend voor de winterse fuut is de witte kleur boven de zwarte teugel, het gebiedje tussen het oog en de snavel.
Dit specifieke kenmerk onderscheidt hem van zijn zeldzamere neven die Frank soms ook in de regio weet te spotten.


De fuut is een vogel van uitersten, een meesterlijke duiker die onder water sneller is dan menig vis, maar op het land hulpeloos oogt. 


Zijn volledige anatomie is gedicteerd door een leven onder de waterspiegel, met poten die extreem ver naar achteren op het lichaam staan.
Deze positie stelt hem in staat om met krachtige stoten enorme snelheden te bereiken en vlijmscherpe bochten te maken tijdens de jacht.
Het is diezelfde achterwaartse plaatsing van de poten die hem vroeger de volksnaam aarsvoet opleverde bij de lokale bevolking.
Omdat hij op het land nauwelijks rechtop kan staan of lopen, kost zelfs het opvliegen de fuut een enorme fysieke inspanning.
Hij moet een lange klappende aanloop over het wateroppervlak nemen om genoeg snelheid te genereren voordat hij het luchtruim kiest. 


Het broedgebied van de fuut bestaat uit allerlei typen zoete tot brakke wateren van 0,5 tot ongeveer 5 meter diepte met voldoende vis.
Hij heeft een duidelijke voorkeur voor aflopende oevers met vegetatie en water met een niet al te dichte onderwaterbegroeiing.
Specifiek in de Voorkempen zijn er hotspots zoals het Park van Brasschaat, waar koppels op de grote kasteelvijver jaarlijks broeden.
Ook de slotgrachten van het Kasteel van Schoten en Domein de Renesse in Malle bieden de nodige beschutting voor hun nesten.
Voor wie de vogel in een natuurlijke setting wil zien, vormen de vennen in De Welvaart in Zoersel een prachtig en rustig decor.
Zelfs langs de Kempische Vaart, in de rustige inhammen en verbredingen, is de fuut een regelmatige gast die profiteert van de visrijkdom.
Een onmisbare locatie in het werk van Frank Vermeiren en de visie van GroenRand is de dertig kilometer lange Antitankgracht.
GroenRand beschouwt deze gracht als de ecologische ruggengraat van de Voorkempen en een vitale migratiecorridor voor vele soorten.
De gracht verbindt versnipperde natuurgebieden tussen Stabroek en Oelegem en fungeert als een robuust groen parelsnoer door de regio.
Omdat de Antitankgracht rijk is aan vis en beschutte begroeiing biedt, vormt het een ideaal territorium voor de fuut.
Langs de kanaaloevers en de zone rond de Bonte Klepper profiteren futen van de combinatie van diep viswater en luwe rietkragen.


Deze locaties maken deel uit van de doelstelling van GroenRand, het realiseren van een klimaatbestendige Voorkempen via Greenconnect.
De vereniging streeft naar het tegengaan van landschapsversnippering door het creëren van een klimaatgordel rond de regio Antwerpen.
De aanwezigheid van broedende futen is een compliment voor de waterkwaliteit, aangezien deze vogel helder water nodig heeft om te jagen.


Futen paren soms al heel vroeg in het jaar en voeren dan een spectaculair en complex gesynchroniseerd baltsritueel uit.
Dit ritueel begint met het opzetten van de verenkraag en het ritmisch spiegelend kopschudden om de onderlinge band te versterken.  


Het absolute hoogtepunt is de pinguïndans, waarbij de partners borst tegen borst verticaal uit het water rijzen met planten in de snavel.
Het nest is een technisch vernuftig drijvend bouwwerk van rottende plantenresten, vaak verankerd aan rietstengels of treurwilgen.
Dit drijvende karakter beschermt de eieren tegen schommelingen in het waterpeil, wat essentieel is in wateren met een beheerd peil. 


Het broedseizoen loopt van april tot juli, waarbij het vrouwtje meestal 3 tot 5 eieren legt die door beide ouders worden bebroed.
Zodra de kuikens na 25 dagen uit het ei kruipen, kunnen ze meteen zwemmen, maar ze klimmen direct op de rug van hun ouders. 


De kuikens worden vanwege hun zwart-wit gestreepte donsveertjes vaak pyjamaatjes genoemd door de wandelaars en fotografen. 


Daar op de rug zitten ze veilig voor de kou en voor hongerige snoeken of reigers die in de Voorkempen rijkelijk aanwezig zijn. 


Frank Vermeiren merkte op hoe de ouders hun pyjamaatjes beschermen tegen de golfslag van pleziervaart op de Kempische Vaart.
Zodra er een boot nadert, maken de ouders een rollend geluid waarna de jongen zich reflexmatig dieper tussen de rugveren begraven. 


De ouderfuut zet zijn vleugels dan iets hoger op als een natuurlijke golfbreker zodat de kuikens droog en veilig blijven.


Een uniek aspect van de opvoeding is het voeren van kleine veertjes aan de jongen om een viltachtige prop in de maag te vormen.
Deze prop voorkomt dat scherpe visgraten de kwetsbare darmen van de jonge vogels beschadigen tijdens het verteringsproces.
Het is een grappig gezicht wanneer een ouderfuut een veer uittrekt en deze als een klein hapje aanbiedt aan de wachtende jongen.
Frank herinnert zich een anekdote waarbij een jonge fuut zo ijverig op de rug wilde klimmen dat hij er aan de andere kant weer af rolde. 


Jonge futen proberen de onhandige aanloop van hun ouders na te bootsen, wat eindigt in een komisch getrappel over het wateroppervlak.
De fuut is een uitstekende visser die zich voedt met visjes zoals voorn, alver, serpeling, brasem, stekelbaars en baars.
Hij jaagt door geruisloos onder water te duiken, waar hij soms wel een volle minuut kan verblijven om zijn prooi te grijpen.
Frank zag ooit hoe een ouder een visje herkauwde door het meermaals door de snavel te halen omdat het te groot was voor het kuiken. 


Naast vis eet hij ook ongewervelden, waterinsecten, kreeftachtigen en af en toe wat waterplanten als noodzakelijke aanvulling.
Tijdens het broedseizoen laat de fuut een karakteristiek rollend kèrrr-kèrrr geluid horen dat over de Vlaamse vijvers galmt.
De hongerige jongen bedelen onophoudelijk om voedsel met een hoog doordringend en piepend pi-pi-pi geluid dat kilometers ver draagt.
Het is ook niet ongewoon om te zien hoe de ouders de jongen letterlijk onder de wol stoppen wanneer ze plotseling moeten duiken.
Frank komt ook de schuwe dodaars tegen, het kleinste familielid dat opvalt door zijn ronde achterste en hinnikende triller.
In afgelegen vennen spot hij soms de geoorde fuut met gouden oorpluimen, die graag in de buurt van kokmeeuwen broedt.
De aanwezigheid van meeuwen biedt de geoorde fuut een vroegtijdig waarschuwingssysteem tegen naderende roofvogels in de natuur. 
Een echt geluksmoment is de waarneming van een doortrekkende roodhalsfuut, herkenbaar aan de kastanjebruine hals in de zon.


In de negentiende eeuw was de fuut bijna uitgestorven door de jacht op zijn borstveren die gewild waren voor de hoedenmode.
De vogel werd op grote schaal geslacht voor de futenbont handel, waarbij veren werden gebruikt in moffen, kragen en luxe hoeden.
Dankzij vroege natuurbescherming en herstel van waterkwaliteit is de populatie in de 20ste eeuw spectaculair toegenomen.
Factoren zoals eutrofiëring, milieuregels en gewenning aan de mens hebben bijgedragen aan de terugkeer van deze prachtige vogel.


Gebieden zoals de Vallei van de Delfte Beek en de Vorse Beemden in Zoersel worden door Natuurpunt Voorkempen beheerd.
Het is cruciaal dat wandelaars op de paden blijven om de drijvende nesten niet te verstoren tijdens het kritieke broedseizoen.
Futen smeren hun verenpak regelmatig in met vet uit de stuitklier om het volledig waterdicht te houden tijdens het zwemmen.
Door deze olieachtige laag blijft hun drijfvermogen optimaal en kunnen ze de koudste winterdagen op open water overleven. 


Buiten de broedtijd verliezen ze hun schuwheid en kunnen ze zelfs in zoutwatermilieus langs de kust worden aangetroffen.
De overgang naar zout water is een indrukwekkende prestatie voor een vogel die normaal gesproken in zoet water vertoeft.
Voor Frank Vermeiren blijft de aanblik van een duikende fuut langs de Antitankgracht een symbool van de wilde natuur. 
Elke foto die Frank maakt vertelt het verhaal van een vogel die ooit bijna verloren was voor onze Vlaamse regio.

Het observeren van de fuut leert ons geduld, want soms moet je lang wachten op dat ene perfecte moment voor een foto.
De kasteelvijver van Brasschaat en de rietkragen van de Bonte Klepper blijven de absolute place to be voor elke natuurliefhebber.
Frank besluit dat de fuut ons leert dat schoonheid en overlevingskracht hand in hand gaan als wij hen rust en ruimte gunnen.

dinsdag 17 maart 2026

De Europese kanarie in de Voorkempen: Frank Vermeiren brengt een zeldzaamheid in beeld

De Europese kanarie in de Voorkempen: Frank Vermeiren legt een zeldzaamheid vast op beeld


Hoewel de Europese kanarie (Serinus serinus) in de officiële statistieken voor de Voorkempen als een zeldzaamheid te boek staat, bewijzen de eerdere waarnemingen van Frank Vermeiren dat de vogel er wel degelijk nog voorkomt.
Als natuurfotograaf bij GroenRand brengt hij de lokale biodiversiteit dagelijks in beeld met zijn vogelreportages van A tot Z, waarbij hij telkens de focus legt op de fragiele schoonheid van onze directe omgeving.
Bij de letter 'E' van de Europese kanarie toont hij aan dat deze schaarse soort, ondanks de algemene achteruitgang in Vlaanderen, nog steeds de weg vindt naar onze regio.


Zijn werk onderstreept dat de parkachtige landschappen en villatuinen met oude coniferen in gemeenten als Schilde, Zoersel, Malle en 's-Gravenwezel nog steeds een uiterst geschikt biotoop vormen voor deze kleine zanger.
De aanwezigheid van deze vogel is een graadmeter voor de kwaliteit van onze lokale natuurgebieden en de groene gordels die de Voorkempen zo typeren, ondanks de toenemende verstedelijking.


Wie deze vogel zelf wil herkennen, moet zoeken naar een kleine vinkachtige met een opvallend korte staart en een korte, dikke, grijze snavel die perfect is aangepast aan het kraken van de kleinste zaden.
Het verenkleed van de Europese kanarie is uiterst fijn getekend en rijk aan details waarbij de rug, buik, mantel en flanken zwaar gestreept zijn met donkere, bijna zwarte lijnen.
Bij de volwassen mannetjes zijn het voorhoofd, de wenkbrauwstreep, de zijhals, de borst en de stuit prachtig citroengeel gekleurd, wat ze een bijna tropisch uiterlijk geeft wanneer het zonlicht op hun veren valt.
De vrouwtjes zijn aanzienlijk discreter gekleurd met een vaal geelwitte tint en een nog zwaardere streping op de borst, wat hen een uitstekende schutkleur geeft tijdens het broeden.
Juveniele vogels hebben in hun eerste maanden zelfs helemaal geen gele onderdelen, wat hun determinatie in het veld bijzonder lastig maakt omdat ze makkelijk verward kunnen worden met andere jonge vinkachtigen zoals de sijs of de kneu.


De zang is echter het meest betrouwbare kenmerk en bestaat uit een razendsnelle, bijna koortsachtige combinatie van ratels en trillers die minutenlang onophoudelijk kan doorgaan.
Vogelaars vergelijken dit unieke geluid vaak met rammelende sleutels of het geluid van brekend glas dat in de verte weerklinkt vanuit de hoogste boomtoppen.
De roep klinkt als een karakteristieke, stuiterende triller waarin vaak een metaalachtig en kort "tzzzrrrilrlrlr" verweven zit, een geluid dat de vogel vaak laat horen tijdens het vliegen.
Rond deze tijd van het jaar, op 17 maart, bevindt de Europese kanarie zich in een cruciale fase van zijn jaarcyclus: de terugkeer uit de overwinteringsgebieden in het zuiden.
Hoewel een zeer klein deel van de populatie in uitzonderlijk zachte winters als standvogel in West-Europa kan blijven, overwintert het overgrote deel in Zuid-Europa en Noord-Afrika.


Aangezien België aan de absolute noordgrens van zijn Europese verspreidingsgebied ligt, is de trek hier vaak subtiel en gaat het meestal om enkelingen die druk en hoog door de lucht schieten.
In de tweede helft van maart en in de loop van april komen de schaarse doortrekkers onze kant op via dagtrek, waarbij ook nachtelijke verplaatsingen door wetenschappers niet worden uitgesloten.
De mannetjes die in de Voorkempen neerstrijken, zijn momenteel bijzonder actief en bakenen hun territorium af via hun zeer opvallende en acrobatische zangvluchten.


Hierbij vliegen ze met trage, stijve en bijna vleermuisachtige vleugelslagen in wijde cirkels boven de boomtoppen terwijl ze hun zang onafgebroken over het landschap uitstorten.
In de winterperiode, wanneer ze nog in groepen verblijven voor de veiligheid, zijn ze vooral te vinden op plaatsen met kruidenrijke vegetatie en braakliggende terreinen buiten de dorpskernen.
Hier gedragen ze zich als stereotype zaadeters die specifiek op zoek gaan naar onkruidzaden van kruisbloemigen zoals herderstasje, vogelmuur en verschillende soorten zuring.



De geschiedenis van de vogel in onze streken is relatief kort, aangezien de soort pas rond het jaar 1880 zijn leefgebied vanuit het Middellandse Zeegebied gestaag begon uit te breiden naar de Lage Landen.
Deze historische noordwaartse expansie wordt vaak aangehaald als een van de meest succesvolle natuurlijke uitbreidingen van een zangvogel in Europa gedurende de laatste twee eeuwen.
Het eigenlijke broedseizoen loopt van begin april tot diep in augustus, waarbij de vogel doorgaans twee volledige legsels per jaar produceert om de overlevingskansen van de soort te vergroten.
Bij ongunstige weersomstandigheden of bij slechts één geslaagd legsel stopt het seizoen voor veel individuele paren vaak al in de loop van de maand juli.
Een legsel bestaat gewoonlijk uit drie tot vier kleine, gespikkelde eieren die gedurende twaalf tot dertien dagen uitsluitend door het vrouwtje op temperatuur worden gehouden.
De Europese kanarie nestelt bij voorkeur in een semi-urbane omgeving waar menselijke aanwezigheid en natuur in elkaar overvloeien, zoals in parken en op begraafplaatsen.


Het is het vrouwtje dat de volledige architecturale verantwoordelijkheid draagt voor de bouw van het kleine, uiterst compacte en stevige nest.
Dit nest is een kunstig meesterwerkje van fijne takjes, stengels, mos en korstmos, aan de binnenzijde zacht gevoerd met haren, veertjes en pluizig plantaardig materiaal.
De nestplaats bevindt zich vaak aan de uiterste uiteinden van de takken of dieper verborgen in de kroon van fruitbomen en diverse soorten coniferen.
De hoogte van het nest varieert meestal tussen de drie en zes meter boven de grond, al zijn er in de regio Voorkempen ook nesten gedocumenteerd op een hoogte van wel dertien meter in oude ceders.
De uitgesproken voorkeur voor coniferen is in onze regio opvallend, aangezien deze groenblijvende bomen ook in het vroege en nog kale voorjaar al de nodige visuele dekking bieden tegen vijanden.
De zorg voor de jongen is een intensieve en gezamenlijke taak waarbij het mannetje na het uitkomen van de eieren eerst voer aan het vrouwtje geeft op het nest.
Daarna gaan beide ouders onvermoeibaar op pad om voedsel te verzamelen, waarbij ze naast zaden ook kleine insecten zoals bladluizen en rupsen vangen voor hun kroost.
Deze insecten zijn van levensbelang omdat de jongen behoefte hebben aan enorme hoeveelheden eiwitrijk voedsel voor een razendsnelle ontwikkeling van hun spieren en veren.
Het is fascinerend om te zien hoe deze vogel, die normaal strikt vegetarisch leeft, zijn dieet volledig aanpast aan de fysiologische behoeften van zijn groeiende jongen.
Na een periode van gemiddeld vijftien tot achttien dagen zijn de jongen vliegvlug, waarna ze nog ongeveer negen dagen volledig afhankelijk blijven van de ouders voor hun dagelijkse voeding.
Na de zomerperiode begint de najaarstrek weer op gang te komen in september, met een duidelijke piek eind september en gedurende de gehele maand oktober.
Tot ver in november kunnen er nog kleine, versnipperde aantallen Europese kanaries voorbijtrekken op hun lange weg naar de warmere zuidelijke winterkwartieren.
Hoewel de vogel op de Vlaamse Rode Lijst momenteel de kritieke status 'Bijna Bedreigd' heeft, bewijzen de beelden van GroenRand-fotograaf Frank Vermeiren hun overleving.
De afname van natuurlijke braakliggende terreinen en de toenemende drang naar netheid in onze privétuinen maken het voor deze zaadeter echter steeds uitdagender om te overleven.
Het behoud van kruidenrijke randen en het bewust laten staan van inheems onkruid zijn dan ook van cruciaal belang voor het voortbestaan van de soort in onze regio.
Dankzij de passie en de nauwgezette documentatie van lokale waarnemers krijgt de Europese kanarie de aandacht die hij verdient om niet uit ons landschap te verdwijnen.
Elke geslaagde foto en elke geregistreerde zangvlucht draagt bij aan een groter bewustzijn over de rijke maar kwetsbare biodiversiteit die de Voorkempen nog steeds herbergt.
Het verhaal van de Europese kanarie is daarmee niet alleen een biologisch verslag, maar ook een oproep tot meer waardering voor de kleine wonderen in onze eigen achtertuin.