donderdag 12 maart 2026

De ‘D’ van Draaihals: de onzichtbare mierenjager van de Kalmthoutse Heide

De ‘D’ van Draaihals: De Onzichtbare Mierenjager van de Kalmthoutse Heide

In deze aflevering van de reeks 'Vogels van A tot Z' neemt natuurfotograaf Frank Vermeiren ons mee naar de uitgestrekte Kalmthoutse Heide, een essentieel deelgebied binnen het projectgebied van GroenRand. Frank, die de natuur in de Voorkempen en de Antwerpse Kempen als geen ander door zijn lens vastlegt, laat ons kennismaken met een specht die in bijna niets lijkt op de bekende grote bonte specht: de Draaihals (Jynx torquilla). De vogel is een meester in camouflage en een van de meest mysterieuze verschijningen in ons grenspark.
De Draaihals is met zijn verfijnde bruine camouflagekleuren een absoluut buitenbeentje binnen de spechtenfamilie.
Zijn verenpak is een kunstwerk van natuurlijke maskeerkunst; een uiterst fijn patroon van boomschorstinten, variërend van grijsbruin tot zwartachtig, waardoor hij nagenoeg onzichtbaar is wanneer hij roerloos tegen een stam zit of tussen de dorre heidevegetatie foerageert.


Deze ‘cryptische’ tekening is cruciaal voor zijn overleving, aangezien hij – in tegenstelling tot andere spechten – geen sterke snavel heeft om zelf nestholtes in hard hout te hakken.
Hij is dan ook een echte opportunist die nestelt in bestaande boomholten, met een duidelijke voorkeur voor oude, deels verrotte loofbomen zoals de karakteristieke berken die de heideranden sieren.
De naam ‘Draaihals’ dankt hij aan een uniek en bijna angstaanjagend verdedigingsmechanisme.
Bij direct onraad of wanneer hij zich in het nauw gedreven voelt, draait de vogel zijn hals in onwaarschijnlijke, slangachtige bochten terwijl hij een sissend geluid maakt.
Dit gedrag is bedoeld om predatoren te misleiden en af te schrikken door een slang te imiteren. Hoewel hij familie is van de spechten, vertoont hij ook in zijn houding afwijkend gedrag: alleen tijdens de broedperiode zit hij vaker verticaal tegen een boomstam gedrukt, zoals we dat van spechten gewend zijn. De rest van het jaar brengt hij het grootste deel van zijn tijd op de grond door. De ecologie van deze vogel is onlosmakelijk verbonden met een zeer specifiek dieet; Hij is een rasechte mierenexpert. Met zijn extreem lange, kleverige tong peutert hij mieren en hun poppen – met de zwarte wegmier als favoriet – uit gangen in de zandige bodem of uit vermolmd hout. Dit verklaart zijn sterke voorkeur voor de halfopen landschappen van de Kalmthoutse Heide en de Voorkempen. Hier zorgen schrale zandgronden en pioniersvegetatie ervoor dat mierennesten goed bereikbaar zijn. Frank Vermeiren vindt dit type habitat vaak terug in de overgebleven heiderelicten, zonnige bosranden en beekvalleien zoals die van de Kleine Nete. Vroeger was de Draaihals ook een vertrouwde bewoner van hoogstamboomgaarden en grote landelijke tuinen, maar door de intensivering van de landbouw, de verstedelijking en het grootschalige gebruik van insecticiden zijn deze leefgebieden grotendeels uitgeput of volledig verdwenen.

Er is voor de vogel simpelweg steeds minder ruimte om veilig te broeden, te schuilen of voldoende proteïnerijk voedsel te vinden.
Wat de Draaihals extra bijzonder maakt, is zijn status als enige Europese spechtensoort die een echte langeafstandstrekker is. Terwijl onze andere spechten, zoals de groene of de kleine bonte specht, standvogels zijn die het hele jaar in de regio blijven, overwinteren Draaihalzen in Afrika, ten zuiden van de Sahara.
Vanaf half april tot begin mei keren ze terug naar Vlaanderen.
Tot diep in mei zijn er in de Voorkempen en op de heide doortrekkers waar te nemen die op weg zijn naar hun broedgebieden in Scandinavië.
Omdat de trek hoofdzakelijk ’s nachts plaatsvindt, strijken ze overdag neer in rustige gebieden om energie bij te tanken.
De najaarstrek loopt van half augustus tot ver in oktober, een periode waarin Frank vaak op pad is om de subtiele kleuren van de herfstige heide vast te leggen.
Tijdens deze migratie is de vogel onmiskenbaar voor wie zijn roep herkent, maar door zijn teruggetrokken levenswijze blijft hij voor de gemiddelde wandelaar nagenoeg onzichtbaar.
De status van de Draaihals in Vlaanderen is momenteel kritiek.
Hij staat op de officiële Rode Lijst als ‘met uitsterven bedreigd’.
In de eigenlijke Voorkempen zijn er al decennia geen bevestigde broedgevallen meer genoteerd.
Toch tonen recente data van platformen zoals Waarnemingen.be aan dat de regio, en specifiek de as tussen de Antwerpse haven en de Kalmthoutse Heide, een vitale schakel blijft in de internationale trekroutes.
Jaarlijks worden er exemplaren gemeld bij rangeerstation Antwerpen-Noord en in natuurgebieden zoals het Viersels Gebroekt.
Als holenbroeder legt de Draaihals in mei of juni één tot twee legsels van 7 tot 12 eieren. Na een korte broedduur van 11 tot 14 dagen verblijven de jongen nog 20 tot 25 dagen op het nest voordat ze uitvliegen.
Het behoud en herstel van deze schrale landschappen door organisaties zoals GroenRand is essentieel voor het voortbestaan van de soort.

Projecten die inzetten op heidebeheer, het tegengaan van verbossing en het creëren van open bosranden verbeteren direct de overlevingskansen van de Draaihals.
Door de natuurlijke dynamiek van stuifzand en schrale graslanden te herstellen, wordt de mierenpopulatie gestimuleerd, wat de vogel de nodige brandstof geeft voor zijn loodzware tocht naar de Sahel. Dankzij de geduldige blik van Frank Vermeiren en de structurele inzet van GroenRand blijft de hoop levend dat deze bijzondere 'slangenspecht' in de toekomst niet enkel als zeldzame passant, maar weer als trotse bewoner van onze lokale natuur kan worden verwelkomd.

Je bord ontrafeld: De strijd tussen feiten, fabels en de toekomst van ons voedselsysteem

Je bord ontrafeld: De strijd om feiten, fabels en de toekomst van ons voedselsysteem

Je bord ontrafeld: De strijd om feiten, fabels en de toekomst van ons voedselsysteem. Wat ligt er nu écht op ons bord en wat denken we dat erop ligt?
Na drie jaar interdisciplinair onderzoek binnen de KU Leuven presenteren Tessa Avermaete, Wannes Keulemans en Barbara De Coninck hun bevindingen in het nieuwe boek 'Je bord ontrafeld'.


Het werk vloeit voort uit een jarenlange dialoog over gezond en duurzaam voedsel en heeft als doel feiten van fabels te scheiden en de emoties te duiden die onze blik op het voedseldebat vertroebelen.
Tijdens de boekvoorstelling gingen de auteurs en diverse experts in gesprek over de hardnekkigste discussies uit het huidige debat waarbij scherpe inzichten naar voren kwamen over de menselijke kant achter de statistieken zoals verhalen over honger en overvloed of marktmacht en onmacht.
Een centraal thema is de opvallende scheve verhouding in onze bezorgdheid over voedselveiligheid.

Bio-econome Tessa Avermaete sprak met de jonge komkommerteler Willem Derynck, ondervoorzitter van Groene Kring, die een opvallende paradox ziet. Consumenten vullen hun winkelkarren zonder nadenken met ultrabewerkte, kant-en-klare maaltijden, maar maken zich in de versafdeling ineens druk om minuscule sporen van gewasbeschermingsmiddelen op een appel of tomaat.
Wetenschapsjournalist Joost Van Kasteren deelt die frustratie en benadrukt dat we al jaren weten dat niet de stof maar de dosis toxisch is.

Soms voelt hij de neiging zijn schoen naar de tv te gooien bij de zoveelste ophef, omdat men vergeet dat risico gelijkstaat aan gevaar vermenigvuldigd met de blootstelling.
Professor Barbara De Coninck verduidelijkte dit door uit te leggen dat de Europese veiligheidsmarges voor gewasbescherming een factor honderd bevatten.
Ze maakte de vergelijking met de wegcode waarbij je op de snelweg zeventig meter afstand houdt om een botsing te vermijden.
Zouden we de veiligheidsmarge van de landbouw toepassen op het verkeer dan moeten we voortaan zes tot zeven kilometer afstand houden.
Het valt op hoe weinig ruimte er in het debat nog is voor innovatie en aanvaardbare risico's zodra het over landbouw gaat.

De cijfers rond landgebruik spreken boekdelen voor wie de natuur wil sparen.
Om honderd kilocalorieën rundvlees te produceren is ongeveer achttien keer meer land nodig dan voor dezelfde hoeveelheid kip terwijl dat bij groenten nog eens dubbel zo laag ligt.
Wie zijn landgebruik theoretisch tot het absolute minimum wil beperken zou volgens De Coninck het best enkel uien eten.
Chris Claes van Rikolto International waarschuwt dat veel theorieën rond de reductie van de veestapel enkel vertrekken vanuit de productie en de consumptiezijde negeren.
De vraag naar vlees blijft hoog en als we hier minder produceren zal de import gewoon toenemen.

Bewustmaking helpt maar leidt niet automatisch tot een gedragswijziging zoals blijkt bij fairtrade waar bijna iedereen het principe steunt maar slechts een minderheid het effectief koopt. Hidde Boersma vulde aan dat we moeten oppassen de vooruitstrevende boeren niet kwijt te spelen omdat in Nederland bij de stikstofuitkoopregeling vaak moderne bedrijven stoppen terwijl je juist die boeren nodig hebt voor de maatschappelijke uitdagingen.

Ook de meerwaarde van biologische landbouw wordt kritisch aangepakt waarbij Boersma stelt dat de Europese biodoelstellingen gebaseerd zijn op onderzoek van dertig jaar geleden dat geen rekening hield met de omgeving of de opbrengst.

Omdat bio ongeveer een derde meer land nodig heeft is het nadelig voor de biodiversiteit op grote schaal omdat wie natuur wil sparen zo weinig mogelijk grond in gebruik moet nemen.
Claes brengt het inzicht dat de economische opbrengst van productie wordt tenietgedaan als je alle ecologische en gezondheidskosten zou meerekenen en wijst op de rol van bio als kraamkamer voor innovaties die hun weg vinden naar de gangbare landbouw.
Verschillende systemen moeten naast elkaar kunnen bestaan omdat één systeem in monopolie nooit werkt.
Biodiversiteit herstellen lukt volgens het onderzoek niet door landbouw overal een beetje terug te schroeven omdat er hard moet worden omgeslagen ten koste van de oogst.

Dit vraagt een herdenking van het versnipperde natuurbeleid met natuurgebieden die soms maar een hectare groot zijn.
Het panel pleit voor een driecompartimentensysteem dat de open ruimte verdeelt in drie scherp afgebakende zones met intensieve landbouw op de meest geschikte gronden en robuuste natuurgebieden waar de natuur de volledige regie krijgt zonder menselijke verstoring en een overgangszone met extensieve landbouw.

Hoewel dit model helderheid schept botst de uitvoering in het versnipperde Vlaanderen op een koppige realiteit waarbij functies voortdurend in elkaar overvloeien.
Dit systeem zou een radicale ontvlechting van het landschap vragen via instrumenten zoals herverkaveling.
Dit proces lijkt momenteel een uitdaging door de trage procedures en de emotionele band van boeren met hun grond.
In de praktijk zouden landbouwers in intensieve zones zekerheid krijgen terwijl boeren in overgangszones gestimuleerd kunnen worden om bij te dragen aan ecosysteemdiensten zoals waterberging en natuurbeheer.
Projecten zoals Boerenland tonen aan dat de huidige trend eerder neigt naar verweving in plaats van deze strikte scheiding.

Vanuit de natuurvereniging GroenRand wordt dit model gecombineerd met de rewilding action philosophy die radicaal breekt met de traditionele natuurbescherming die gericht is op het defensief behouden van wat er nog over is.
Jarenlang hebben we geprobeerd de natuur te temmen en te beheren als een keurig onderhouden tuin maar GroenRand pleit voor een fundamentele verschuiving van statisch beheren naar dynamisch herstellen.
Dit is geen passieve vorm van beschermen maar een gedurfde actiefilosofie die de regie teruggeeft aan de natuur zelf waarbij we als mens enkel de juiste startcondities creëren en dan een bewuste stap terug doen.
In deze visie speelt niet de mens maar de otter de hoofdrol als architect van een levend en veerkrachtig landschap.
De otter is een sleutelsoort dat de balans in onze waterwegen bewaakt door populaties grazers en vissen in toom te houden. Hierdoor krijgen waterplanten de kans om weelderig te groeien wat essentieel is voor het zuiveren van het water en de grootschalige opslag van koolstof waardoor de otter direct bijdraagt aan de strijd tegen de opwarming van de aarde.
Hij is een biologische architect die onbewust een habitat creëert waarin talloze andere soorten van zeldzame vissen tot libellen en amfibieën weer kunnen floreren.
Voor GroenRand is de otter hét symbool van hun volledige werking en visie op de regio waarbij de Antitankgracht fungeert als de cruciale ecologische hoofdader die versnipperde Natura 2000-gebieden in de Voorkempen weer verbindt over een lengte van drieëndertig kilometer.

Door barrières zoals gevaarlijke wegen aan te pakken met faunapassages zoals ecoducten en eco-tunnels en vervuilde waterlopen te saneren schept GroenRand de startcondities voor de natuur om haar eigen weg terug te vinden.

De mens treedt hierbij op als facilitator die de hindernissen wegneemt zodat de otter als ambassadeur van de wildernis het gebied weer kan claimen.
Deze action philosophy biedt bovendien een enorme maatschappelijke en economische meerwaarde omdat elke euro geïnvesteerd in natuurherstel zichzelf terugbetaalt via ecosysteemdiensten zoals natuurlijke waterzuivering die dure installaties uitspaart en een betere opvang van hemelwater om droogte en overstromingen tegen te gaan.
Een wilder landschap verhoogt de volksgezondheid en stimuleert lokaal ecotoerisme waar horeca recreatie en verkoop van streekproducten direct van profiteren.

Vlaamse parken kunnen hierbij fungeren als de noodzakelijke brug tussen lokale besturen de Vlaamse overheid en de landbouwsector om via dialoog de noodzakelijke ontvlechting van het landschap te realiseren.
In de overgangszones stelt GroenRand concrete projecten voor zoals de aanplant van vlechtheggen en houtkanten die als ecologische corridors dienen en stikstof filteren.
De impact van deze driedeling is tweesnijdend omdat zonder een functionerende tussenruimte de winst voor de biodiversiteit beperkt blijft door isolatie en inteelt.
Het succes valt of staat met de kwaliteit van die zachte matrix die de eilanden moet verbinden tot een veerkrachtig netwerk waarlangs soorten zich veilig kunnen verplaatsen.
Ten slotte werd de mythe van lokaal eten besproken waarbij Boersma pleit voor wereldwijde handel omdat de efficiëntie van de productie meer bepaalt dan het transport en handel bovendien de vrede bevordert via de vredestheorie waarbij landen die economisch verweven zijn minder snel oorlog voeren.
Claes ziet lokale productie vooral als een sociaal instrument dat mensen opnieuw in contact brengt met voedselproductie.
Hidde Boersma merkte op dat dit genuanceerde verhaal de consument zelden bereikt omdat media vaak focussen op sensationele uitzonderingen in plaats van op het gewone verhaal. De visie uit Je bord ontrafeld dwingt ons tot een confrontatie met de grenzen van ons landschap waarbij intensivering kan helpen om robuuste natuurgehelen te creëren.
Voor GroenRand vereist de weg naar een duurzaam voedselsysteem daarom een overheid die durft te investeren in de fysieke verbinding van natuurgebieden en bouwt aan een toekomst waarin de mens de regie deels uit handen geeft en de otter weer aan het werk laat gaan in een landschap dat weer echt mag leven.

woensdag 11 maart 2026

Frank Vermeiren volgt het spoor van de bosuil in de bossen van de GroenRand

Frank Vermeiren op het spoor van de bosuil in de bossen van GroenRand

Deze publicatie komt tot stand in nauwe samenwerking met natuurfotograaf Frank Vermeiren en de natuurvereniging GroenRand.
Dag na dag trekken we de prachtige natuur van de Voorkempen in om de vogelwereld van dichtbij te observeren terwijl deze ongestoord door het landschap beweegt.
Aan de hand van de scherpe blik en de lens van deze gepassioneerde fotograaf laten we de ongelooflijke diversiteit en schoonheid bewonderen die ons omringt van a tot z.
In onze verkenning van het alfabet zijn we vandaag aanbeland bij de letter ‘b’ van bosuil.


Het is de vroege ochtend van 11 maart 2026.
Er hangt een ijle nevel boven de beken van het Zoerselbos als Frank Vermeiren met zijn camera door de bossen van GroenRand wandelt.
Voor een natuurfotograaf is dit het mooiste moment van de dag. Plotseling houdt hij zijn adem in en blijft hij stokstijf staan.
In een holte van een oude boom ziet hij hem zitten.
Deze robuuste pluizenbol met zijn grote zwarte ogen is de meest voorkomende nachtroofvogel in Vlaanderen en heel Europa. Hoewel hij er door zijn weelderige pluimendos veel groter uitziet dan hij in werkelijkheid is, weegt hij amper een halve kilo.

Onder die weelderige pluimendos zit slechts een kleine halve kilogram.
Door zijn lens ziet Frank details die voor de gewone wandelaar onzichtbaar blijven.
Hij ziet de grote en diepzwarte ogen die de omgeving scannen en het complexe patroon van de veren dat precies lijkt op de textuur van de boomschors.
In onze regio heb je zowel grijze als roestbruine varianten.
Dit exemplaar is een echte camouflagekampioen en vertoont die warme en roodbruine gloed die zo prachtig kleurt bij de loofbossen van de Voorkempen.
Dat Frank de uil juist hier tegenkomt is geen toeval.
Bosuilen zijn in tegenstelling tot vele andere dieren de ganse winter door erg actief.
Het mannetje laat zingend weten dat zijn bruid-voor-het-leven reeds bezet is om verleiders zo op andere gedachten te brengen. Dit gezang is de iconische, langgerekte en spookachtige roep die ’s nachts in het bos weerklinkt.

Het begint vaak met een helder "hoe-oe", gevolgd door een korte pauze, om dan te eindigen met een laag en trillend "hoe-hoe-hoe-hoeeee".
Dit geluid doet heel wat mensen huiveren en wordt dan ook in heel wat griezelfilms opgevoerd om een ongemakkelijk gevoel over te brengen.
Het is dan ook in de winter dat het koppel zich reeds een territorium toeëigent.
Vandaag op 11 maart is het broedseizoen volop bezig.
Het is voor een waarnemer bijna onmogelijk om te zien of dit een mannetje of een vrouwtje is omdat ze sprekend op elkaar lijken. Een van de twee zit nu waarschijnlijk op een bedje van houtmolm en braakballen te broeden op de twee tot vijf eieren die begin maart zijn gelegd.
Aan gezelligheid heeft de bosuil namelijk lak en nestmateriaal komt er niet aan te pas.

De jongen worden tussen februari en mei geboren en de eerste twee weken worden ze permanent onder moeders vleugels gehouden.
Zolang de uiltjes in het nest verblijven worden ze gevoederd door hun vader.
De bosuil is een technisch wonder van de natuur. Hij kan zijn hoofd 270 graden ronddraaien in beide richtingen zonder zijn lichaam te bewegen.
Zo kan hij alles zien zonder geluid te maken.
Zijn ogen zijn erg lichtgevoelig waardoor hij de dag al slapend doorbrengt. Hoewel hij in de verte alles ziet is hij van dichtbij eigenlijk erg slechtziend.
Gelukkig heeft hij hypergevoelige oren die wel tien keer beter horen dan die van ons.
Zijn oren staan niet op dezelfde hoogte waardoor het geluid iets later aankomt in het ene oor.
Hierdoor kan hij perfect de exacte afstand tot een prooi inschatten op het gehoor alleen.
Zodra de bosuil weet waar hij zijn toekomstige maaltijd kan vinden vliegt hij geruisloos naar beneden en voert hij al vliegend een verrassingsaanval uit.
De buitenste veren van zijn vleugels zijn zo zacht als fluweel en hebben een speciale kartelrand die de luchtstroom breekt voor een onhoorbare vlucht.
De uil heeft bovendien een handige keerteen met twee tenen naar voren en twee naar achteren gericht voor een stevige grip op zijn prooi.
De bosuil is geen moeilijke eter en past zijn menu aan het seizoen aan.
Hij is dol op grote insecten en kleine knaagdieren zoals woelmuizen en bosmuizen maar lust evengoed vissen, amfibieën, weekdieren en zelfs kleine vogels.
Hij durft zelfs erg grote prooien te vangen zoals duiven en eekhoorns.
Om concurrentie te voorkomen eten beide geslachten niet precies hetzelfde.
Terwijl de mannetjes zich meestal specialiseren in bepaalde types prooien zijn de vrouwtjes minder kieskeurig.
Vangsten die hij niet meteen verorbert stockeert de bosuil in een hol waarnaar hij later terugkeert.
De prooi wordt vaak volledig doorgeslikt en achteraf braakt hij de onverteerbare stukken zoals veren en beenderen weer uit in de vorm van braakballen.
De regio Voorkempen is een waar paradijs voor deze uil.
Hij kiest meestal een oude eik uit als woning liefst in een oud loofbos met veel dode bomen.
Als de boom dan ook nog eens bedekt is met klimop vormt hij een extra aantrekkelijke schuilplaats.
Toch loert er gevaar in onze moderne wereld.
De versnippering van het landschap door wegen zoals de E34 zorgt voor veel verkeersslachtoffers onder uilen die laag vliegen tijdens de jacht.
Ook het verdwijnen van holle bomen door bosopkuis is een probleem.
Gelukkig springen natuurverenigingen in de bres om deze leefomgeving te beschermen.

De bosuil is van nature erg schuw en verkiest rustige plekken boven de drukte in steden hoewel hij af en toe ook in tuinen opduikt. Verdedigen doet hij zijn territorium met verve.
Hij aarzelt niet om eender wie zijn nest nadert aan te vallen nadat hij sissend en klikkend met zijn snavel een waarschuwing uitstuurde.
Weet dus dat deze beauty zich niet laat verrassen en denk eraan dat het vrouwtje haar nest met klauw en snavel verdedigt tegen elke indringer.
Over een week of zes zal het bos er heel anders uitzien. Dan verschijnen de takkelingen.
Dat zijn de pluizige uilskuikens die al uit het nest klimmen voordat ze echt kunnen vliegen.

Ze zitten dan vaak op een tak in de buurt van het nest en huppen heen en weer.
Als ze op de grond terechtkomen proberen ze klimmend en springend weer naar boven te klauteren.
Na nog eens drie weken ruilen ze hun grijze donsjas in voor echte pluimen en komt de piloot in hen naar boven. Hoewel ze nu vliegvlug zijn gaan ze nog steeds niet hun eigen weg.
Pas op een leeftijd van 2,5 à 3 maanden verlaten ze hun ouders.

Veel uilskuikens halen de eerstvolgende lente niet omdat ze ten prooi vallen aan andere roofdieren of simpelweg kwalijk ten val komen. Soms krijgt het bosuilkoppel zelfs nog een tweede legsel in hetzelfde jaar.

De spookachtige roep van de bosuil die door de nachten van de Voorkempen galmt werd lange tijd gezien als voorbode van het kwaad.
Het geluid wordt nog steeds vaak in griezelfilms opgevoerd om een ongemakkelijk gevoel over te brengen.
Gelukkig wordt deze prachtige roofvogel tegenwoordig beschermd.
Terwijl Frank zijn camera voorzichtig weer opbergt gunt de uil hem nog één korte blik vanuit zijn holte voordat hij zijn ogen weer sluit voor een dutje.
Het is een prachtig gezicht dat symbool staat voor de wildernis in onze eigen achtertuin.
Zolang de roep van de bosuil weerklinkt weten we dat het natuurlijke hart van de Voorkempen nog steeds krachtig klopt.
Wist je trouwens dat deze uil ondanks zijn weelderige pluimendos slechts een kleine halve kilogram weegt en alles wat dichterbij dan 20 centimeter komt nagenoeg niet ziet?
Dankzij de passie van mensen zoals Frank Vermeiren en de inzet van GroenRand kunnen we deze schatten blijven bewonderen voor de toekomst.

GroenRand slaat alarm: de versnelde klimaatopwarming heeft onze natuur stevig in haar greep

GroenRand trekt aan de alarmbel: De versnelde klimaatopwarming houdt onze natuur in een wurggreep

De cijfers zijn even ontnuchterend als alarmerend.
In het laatste decennium is de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging opgesprongen naar een tempo van 0,35 graden Celsius per tien jaar.
Deze versnelling vormt een ongekende bedreiging voor de natuurlijke wereld die gevangen zit in een dodelijke race tegen de klok.
Terwijl de mensheid de zogenaamde ‘clean air paradox’ ervaart, krijgt de natuur geen schijn van kans om zich aan dit moordende tempo aan te passen.
Decennialang maskeerden fijnstof en aerosolen uit de industrie een deel van de opwarming door zonnestralen terug de ruimte in te kaatsen.


Nu we onze luchtkwaliteit verbeteren, valt dit koelende schild weg. Volgens recente gegevens van de NASA en het KNMI komt de werkelijke kracht van de broeikasgassen nu pas in volle hevigheid aan de oppervlakte.
Minder luchtvervuiling leidt hierdoor ironisch genoeg tot minder weerkaatsing van zonlicht en dus tot meer directe hitte op een ongezien tempo.
Het grootste gevaar schuilt echter niet in de hitte op zich, maar in de duizelingwekkende snelheid van de verandering.
Ecosystemen die zich normaal over vele millennia evolueren, worden nu binnen enkele decennia geconfronteerd met een totaal ander klimaat.
Dit leidt tot een fatale mismatch in de biologische kalender. Een concreet voorbeeld hiervan is de interactie tussen insecten en vogels.
Wanneer insecten door een vroege en hete lente eerder uitkomen, maar de trekvogels die hen als voedsel gebruiken nog niet zijn gearriveerd, stort de lokale voedselketen in.
De natuurlijke synchronisatie vormt de basis voor het overleven van talloze soorten en deze raakt nu onherstelbaar ontregeld door de grillen van een veranderend klimaat.

Natuurvereniging GroenRand benadrukt dat deze versnelling de lokale biodiversiteit in een dodelijke greep houdt.
Volgens de vereniging is het echter niet enkel de stijgende thermometer die de genadeslag uitdeelt.
Het is vooral de extreme versnippering van ons landschap die soorten de das omdoet.
Onze natuurgebieden liggen als geïsoleerde eilanden in een zee van beton, asfalt en intensieve landbouw.
In een natuurlijk systeem zouden planten en dieren bij opwarming simpelweg opschuiven naar koelere regio’s in het noorden.
In onze regio is die ontsnappingsroute fysiek afgesloten.
Een amfibie of een loopkever kan geen drukke gewestweg of een woonwijk oversteken om een koeler bos te bereiken.
De dieren zitten gevangen in hun eigen leefgebied terwijl de omstandigheden daar onleefbaar worden.
Om deze versnippering tegen te gaan, zet GroenRand in op het strategische project van de Antitankgracht.
Dit unieke groene parelsnoer vormt een wijde boog ten noordoosten van Antwerpen en verbindt tal van natuurgebieden. De vereniging beschouwt deze gracht als de vitale ruggengraat van een bredere klimaatgordel.
Dit sluit aan bij het internationale project ‘Otter over de grens’ waarbij Vlaanderen en Nederland samenwerken om het leefgebied van de Europese otter te verbeteren.
De otter fungeert hierbij als een ambassadeur voor schoon en verbonden water.
Zonder deze blauw-groene verbindingen heeft de otter in onze regio simpelweg geen toekomst.
De aanwezigheid van de otter is een graadmeter voor de gezondheid van ons hele watersysteem.
In deze crisis staan de otter en de bever symbool voor zowel de kansen als de acute gevaren van dit nieuwe tijdperk.
De bever fungeert als een zogenaamde ecosysteemingenieur.
Met zijn vernuftige dammen helpt hij water vast te houden tijdens periodes van extreme droogte.
Dit is een cruciale vorm van natuurlijke klimaatadaptatie die volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) essentieel is voor het op peil houden van de grondwatertafel.
Toch zorgt de versnelde opwarming voor risico’s die zelfs deze meesterbouwer boven de macht gaan.
De intense hitte en langdurige droogte doen het waterpeil in onze beken zo drastisch dalen dat de kwaliteit van het leefgebied voor de otter razendsnel achteruitgaat.
GroenRand wijst erop dat otters volledig afhankelijk zijn van gezonde en visrijke waterlopen met voldoende dekking op de oevers.
Wanneer waterwegen door hitte en verdamping stilvallen of vervuild raken door algenbloei, verdwijnt niet alleen het voedsel. Algenbloei is een direct gevolg van een te lage waterstand en een te hoge concentratie aan voedingsstoffen door landbouwrun-off. Hierdoor wordt ook de migratieroute van de otter letterlijk afgesneden.

Hij zit gevangen in een opgedroogde vallei waar hij kwetsbaar is voor ziektes en vaker slachtoffer wordt van het verkeer.
De versnippering van de natuur en de terugval van visbestanden vormen samen een giftige cocktail die de terugkeer van de otter ernstig bemoeilijkt.
De crisis beperkt zich niet tot de fauna in de beekvalleien alleen. Het INBO stelt in recente rapporten vast dat ook iconische inheemse boomsoorten zoals de beuk massaal bezwijken onder de combinatie van hitte en watertekort.
De beuk heeft een oppervlakkig wortelstelsel en kan niet diep genoeg reiken wanneer de grondwatertafel zakt.
Onderzoek van het WWF onderstreept de ernst van deze situatie. Soorten zouden zich gemiddeld meer dan 1.000 meter per jaar moeten verplaatsen om hun ideale temperatuurzone te blijven volgen.
Voor de meeste lokale flora is dit een onmogelijk tempo.

Een bos kan zijn zaden niet snel genoeg verspreiden om deze verschuiving bij te houden en jonge scheuten overleven de eerste droge jaren vaak niet.
De bossen die we vandaag kennen, dreigen daardoor binnen enkele generaties volledig te transformeren of zelfs te verdwijnen.
Het meest verontrustende gevolg van deze versnelling is dat de natuur dreigt te transformeren van een bondgenoot in een onvrijwillige vijand.
Gezonde natuur fungeert als een buffer die enorme hoeveelheden CO2 opslaat in hout en bodem.
Door grootschalige bossterfte en bodemdegradatie dreigen deze ecosystemen echter zelf een bron van uitstoot te worden.
Wanneer de bodem uitdroogt, versnelt de afbraak van organisch materiaal en komt er decennialang opgeslagen koolstof vrij in de atmosfeer.

Deze vicieuze cirkel maakt de waarschuwingen van klimaatwetenschappers zoals Wim Thiery en Stefan Rahmstorf pijnlijk actueel.
Zij wijzen erop dat we gevaarlijke kantelpunten naderen waarbij de schade aan de natuur zichzelf gaat versterken en onomkeerbaar wordt.
GroenRand viert momenteel zijn tiende verjaardag met het ambitieuze project Greenconnect.
Dit project moet de kroon op het werk vormen door een netwerk van groene corridors en ecologische stapstenen te creëren dat bossen en beekvalleien met elkaar verbindt.

Het doel is om een robuuste klimaatgordel te smeden die de biodiversiteit in staat stelt om fysiek te bewegen in reactie op de hitte.
Dit vereist een geïntegreerde aanpak die sectoren en gemeentegrenzen overstijgt.
De economische en maatschappelijke gevolgen van een falend ecosysteem zijn immers enorm.
Natuurlijke systemen zorgen voor bestuiving van gewassen en bescherming tegen overstromingen.
Wanneer deze functies wegvallen, moeten we deze dure diensten vervangen door technologische oplossingen die vaak minder effectief zijn.
De conclusie van GroenRand is dan ook onvermijdelijk.
Zonder drastische actie en het herstellen van robuuste en aaneengesloten natuurgebieden stevenen we af op een ecologische ramp.
We moeten dringend investeren in blauw-groene netwerken die verder gaan dan symbolische lapjes grond op een kaart.
Het ontharden van valleigebieden en het herstellen van de natuurlijke sponswerking van onze bodem is geen luxe meer maar een overlevingsstrategie voor de nabije toekomst.
Wanneer de natuurlijke verbindingen ontbreken, wankelt de stabiliteit van ons volledige aardse systeem.
Het herstellen van de natuur is dan ook geen hobby van enkelen maar een bittere noodzaak voor de veiligheid en leefbaarheid van ons allemaal.
De tijd om passief toe te kijken is definitief voorbij en de tijd om te verbinden is nu aangebroken.

dinsdag 10 maart 2026

GroenRand is blij met de komst van een nieuwe politiewagen, maar dringt ook aan op de aanleg van faunapassages in de Voorkempen

 GroenRand verwelkomt nieuwe politiewagen, maar pleit ook voor faunapassages in de Voorkempen

De Politiezone Voorkempen ondergaat momenteel een aanzienlijke modernisering van haar wagenpark met de komst van acht nieuwe Ford Tourneo Custom-combi’s.
De eerste vier voertuigen zijn inmiddels operationeel en vallen direct op door de nieuwe Battenburg-dambordmarkering, die de zichtbaarheid en veiligheid op de weg moet verhogen. Eind oktober worden nog eens vier van deze combi’s verwacht.
Gisteren vond daarnaast de officiële sleuteloverdracht plaats van een nieuwe Ford Ranger aan het Politiecollege.
Dit robuuste terreinvoertuig vervangt na meer dan tien jaar het vorige voertuig van het team Dierenwelzijn en biedt een aanzienlijke modernisering van hun uitrusting en mogelijkheden in de gemeenten Brecht, Malle, Schilde en Zoersel.

Het nieuwe terreinvoertuig werd volledig afgestemd op de specifieke noden van het team, dat dagelijks actief is in weides, op boerderijen en op andere moeilijk bereikbare locaties.
Er werd bewust gekozen voor een 4x4-model met vierwielaandrijving, zodat de ploeg zich veilig kan verplaatsen op drassige of slecht berijdbare terreinen.
Voor extra zekerheid is het voertuig uitgerust met een winch, waarmee het zichzelf kan lostrekken wanneer het toch zou vast komen te zitten in de modder.
Om het team optimaal voor te bereiden op het gebruik van dit voertuig, werd een speciale opleiding georganiseerd door Ford op hun eigen testterreinen.
Tijdens deze training leerden de medewerkers veilig werken met de 4x4-capaciteiten en het correcte gebruik van de winch, en kregen ze praktische instructies over de specifieke aandachtspunten van het voertuig.
Om dieren op een veilige en comfortabele manier te kunnen vervoeren, beschikt de Ford Ranger over één grote en één kleine bench in de laadruimte.
Daardoor kunnen zowel grote als kleinere dieren worden meegenomen.
De laadruimte waarin de dieren verblijven is voorzien van een ventilatiesysteem, zodat er steeds voldoende frisse lucht circuleert. Omdat de dieren fysiek gescheiden van de cabine worden vervoerd, wordt geurhinder, lawaai en vervuiling voor de agenten vermeden.
De benches en de laadbak kunnen bovendien na een interventie eenvoudig worden gereinigd met een tuinslang.
Ook aan de veiligheid en het welzijn van de medewerkers zelf werd gedacht bij de inrichting.
Het voertuig bevat meerdere opbergvakken voor essentieel materiaal zoals een chiplezer, halster en vangstok.
Daarnaast is er een ladder in omgekeerde V-vorm voorzien voor situaties waarin medewerkers over prikkeldraad moeten klimmen om een dier te bereiken.
Voor zwaardere, vuile of minder tamme dieren werd een loopplank geïntegreerd, zodat zij zelfstandig de laadruimte kunnen betreden.
Achteraan en vooraan zorgen bijkomende lichtinstallaties voor een optimale verlichting in weides en bossen, waar het team vaak in het donker moet werken.
De prioritaire installatie is identiek afgestemd op die van de andere dienstvoertuigen, zodat de signalisatie op incidenten steeds harmonieus samenwerkt met de rest van het wagenpark.
Uiteraard is het voertuig uitgerust met alle moderne veiligheidssystemen zoals ABS, tractiecontrole en lane assist. Dit materieel speelt een cruciale rol bij incidenten met de lokale fauna. Het team rukt immers regelmatig uit voor wilde dieren zoals reeën, everzwijnen en vossen, of voor gewonde roofvogels en uilen die in nood verkeren.
Natuurvereniging GroenRand vindt de komst van dit nieuwe voertuig een goede zaak voor het dierenwelzijn, maar benadrukt dat verkeersongevallen met wilde dieren in de eerste plaats vermeden moeten worden.
Volgens de vereniging is de inzet van de politie noodzakelijk bij incidenten, maar zou het aantal aanrijdingen met groot wild, zoals het ree, drastisch kunnen dalen door de aanleg van faunapassages. Door versnipperde natuurgebieden in de Voorkempen te verbinden via ecoducten en tunnels, kunnen dieren veilig oversteken zonder met het verkeer in contact te komen.
GroenRand pleit dan ook voor een beleid waarbij de investering in modern interventiemateriaal hand in hand gaat met structurele preventie door middel van deze passages, om zo zowel de biodiversiteit als de verkeersveiligheid in de regio te waarborgen.

De Buizerd: samen met GroenRand en Frank Vermeiren op ontdekkingstocht langs de Antitankgracht

De Buizerd: samen met GroenRand en Frank Vermeiren op ontdekking langs de Antitankgracht

Deze tekst wordt je aangeboden in samenwerking met Frank Vermeiren en de natuurvereniging GroenRand.
Dagelijks observeren we een andere vogel in de Voorkempen terwijl hij door de natuur wandelt.

Aan de hand van de scherpe blik van deze gepassioneerde dierenfotograaf laten we de ongelooflijke diversiteit en schoonheid bewonderen die ons omringt van a tot z.
We zijn nu aan de 'b' beland van buizerd.
Terwijl Frank door het Mastenbos in Kapellen wandelt, gelegen langs de historische Antitankgracht, valt zijn oog op een beweging boven de statige dennen en de bunkers van de oude verdedigingslinie.
De buizerd (Buteo buteo) is een van de meest voorkomende roofvogels in onze regio.

Men vindt ze werkelijk overal.
Van de zilte zeelucht aan de kust tot het rustieke platteland en zelfs in de groene longen van onze steden.
In tegenstelling tot vele andere roofvogels is hij overdag actief en dus zeer gemakkelijk waar te nemen.

Wie een uurtje aan de rand van bos of veld blijft, heeft bijna gegarandeerd prijs.
Bovendien is zijn spanwijdte indrukwekkend.
Als de vleugels volledig zijn uitgespreid, kan hij een lengte bereiken van ongeveer 1,1 tot 1,3 meter.

Frank legt uit dat het een vogel met duizend gezichten is.
De Fransen noemen hem niet voor niets buse variable vanwege zijn variabele uiterlijk.
Het verenkleed kan variëren van bijna sneeuwwit tot diep donkerbruin.
Deze kleurschakeringen maken elke ontmoeting uniek.
Ook over de naam bestaat een boeiend kat-en-muisspel. Sommigen denken dat de naam afkomstig is van muizenarend.

Dit zou via muizerd uiteindelijk veranderd zijn in buizerd. Frank en de gidsen van GroenRand vinden het echter aannemelijker dat de naam afkomstig is van Busaar of katarend.
Dit is een samenstelling van busse (kat) en aar (arend). Dit verwijst rechtstreeks naar de Vlaamse volksnaam Busse vanwege zijn klagende en miauwende roep die vaak in de bossen van Kapellen weergalmt.
Het is een geluid dat je niet snel vergeet als je het eenmaal hebt gehoord.

Als echte opportunist is de buizerd niet kieskeurig wat zijn voedselkeuze betreft.
Een belangrijk deel van zijn menu bestaat uit knaagdieren zoals woelmuizen en kleine konijnen.

Hij deinst echter niet terug voor amfibieën, aas, regenwormen, kevers en zelfs jonge vogels.
Jagen kan op drie verschillende manieren. Vooral tijdens de zomermaanden zie je ze schroeven op de thermiek.
Ze flapperen dan niet met hun vleugels maar zweven op opstijgende kolommen warme lucht.

Dit is exact dezelfde techniek die paragliders gebruiken. Hierdoor verbruiken ze nagenoeg geen energie.
Zien ze een slachtoffer, dan kunnen ze overgaan tot bidden.

Hierbij hangen ze stil in de lucht met een onbeweeglijke kop om zich daarna als een baksteen op de prooi te laten vallen.
Vaak jagen ze echter zittend vanaf een verhoging.

Een paaltje langs de Antitankgracht of een dode boomtak dient dan als uitkijkpost.
Vanuit deze positie schatten ze de afstand in om in een geruisloze glijvlucht aan te vallen.

Ook vanaf de grond kan gejaagd worden. De rondstappende buizerd plukt dan met zijn snavel regenwormen uit het gras.
De buizerd past zich wonderbaarlijk goed aan de seizoenen aan.
In de zomer geniet hij van de thermiek, maar de winter is een stuk ingewikkelder.
Vliegen maakt hen dan moe en voedsel is moeilijker te vinden.

Dit komt doordat kleine zoogdieren zich onder de sneeuw verschuilen waardoor de buizerd ze niet meer kan zien.
De vogel verkiest dan om neer te strijken op zitstokken en urenlang roerloos te blijven wachten op de geringste beweging.
In deze barre tijden kiest hij vaak voor aas.
Je ziet hem dan regelmatig langs de kant van de weg of diep in het bos bij een gestorven dier.

Hoewel de buizerds in de Voorkempen standvogels zijn, arriveren er vanaf november overwinteraars uit het noordoosten van Europa. Het gaat om een groot aantal zeer lichte exemplaren uit Zuid-Zweden en Denemarken.
Ook meer oranjebruine buizerds uit Oost-Europa strijken hier neer. Deze wintergasten trekken rond maart weer terug naar hun eigen broedgebieden.
Voor de lokale en monogame paartjes begint dan de tijd op de horst.

Dit nest is indrukwekkend groot met een breedte van een meter en een diepte van zestig centimeter. Het is stevig gebouwd van takken en twijgen en zacht bekleed met varens en mos.
Soms renoveren ze oude buizerd- of kraaiennesten die ze eerst grondig renoveren.
Ze hebben vaak meerdere nesten in hun territorium die ze jaarlijks afwisselen om parasieten te vermijden.
Een fascinerende anekdote over de hygiëne op het nest mag niet ontbreken.
Om hun horst schoon te houden, spuiten de jongen hun uitwerpselen met kracht over de rand.
Hoe ouder en sterker de jongen zijn, hoe verder je deze witte stralen op de bosbodem kunt terugvinden.
Hoewel ze in de natuur 26 jaar en in gevangenschap wel 30 jaar oud kunnen worden, was hun leven vroeger niet altijd veilig.

De buizerd werd in het verleden fel vervolgd door jachtopzieners en weidevogelbeschermers.
Ze werden afgeschoten of vergiftigd omdat men ze als concurrenten zag.
Ook hadden ze te lijden onder nestverstoring, handel voor valkeniers en virusziekten onder konijnen.
Zelfs virusziekten onder konijnen dunden de populatie uit.
Vandaag de dag vormen loodvergiftiging via hagelbollen in aas en de aanvaringen met windparken nog steeds een groot gevaar. GroenRand zet zich dagelijks in om het leefgebied langs de Antitankgracht te beschermen zodat deze vogels een veilige toekomst hebben.
Een bijzonder fenomeen in de Voorkempen doet zich voor in de maand mei. Dit is de periode dat de vogels hun jongen fel beschermen.
De doorgaans vreedzame buizerd kan dan agressief uit de hoek komen.
Wanneer een voorbijganger, meestal een jogger, het territorium doorkruist, valt het mannetje soms aan.
Hij voert dan een pijlsnelle schijnaanval uit in de rug van de indringer.
De beste remedie is de vogel laten weten dat hij gezien is. Keer je onmiddellijk om en maak armbewegingen.
Een andere bekende truc is het dragen van een pet met ogen op de achterkant.
De buizerd voelt zich dan betrapt en zal zijn aanval staken.
Mocht je toch een aanval meemaken, neem dan contact op met de gemeente.
Zij kunnen de bewuste plaats dan tijdelijk afsluiten voor het publiek.
Terwijl de buizerd boven de bunkers van de Antitankgracht geruisloos uit het zicht verdwijnt, besluit Frank zijn verhaal.
Het blijft een prachtige vogel die zowel bewondering als een gezond respect afdwingt in onze mooie natuur.