Het paapje: een zeldzame schat van de Voorkempen en een wereldreiziger in moeilijkheden
Het paapje, wetenschappelijk bekend als Saxicola rubetra, is een fraaie maar onopvallende insecteneter die als broedvogel wijdverspreid is in Europa, maar in de regio van de Voorkempen tegenwoordig extreem zeldzaam is geworden.
Deze vogel is een echte globetrotter die de winter doorbrengt in de uitgestrekte savannes van Oost- en West-Afrika ten zuiden van de Sahara, en pas tegen het einde van april weer in Vlaanderen verschijnt op doortrek naar de broedgebieden.
De hoogste dichtheden van deze soort worden teruggevonden in Noordoost- en Oost-Europa, terwijl in West-Europa het aantal broedparen al decennia spectaculair en angstaanjagend daalt.
Voor de gedreven natuurfotograaf Frank Vermeiren was het uiterst belangrijk dat dit mooie vogeltje niet mankeerde in de lijst van vogels die hij omschrijft in zijn fotoreportage van A tot Z.
Frank maakt zijn indrukwekkende foto's voor de website van GroenRand, een actieve burgerorganisatie die in 2016 werd opgericht en strijdt voor het behoud en de verbinding van de natuur in de Voorkempen via projecten zoals Greenconnect.
Deze vereniging zet zich in om versnipperde gebieden weer aaneen te smeden tot robuuste gehelen, en pleit voor de erkenning van de regio als een Regionaal Klimaatpark om natuurherstel als wapen tegen klimaatverandering in te zetten.
Voor zijn uitzonderlijke inzet en zijn talent om de lokale fauna in de kijker te zetten, ontving Frank Vermeiren onlangs de Groene Lens 2024, een prestigieuze erkenning van GroenRand voor personen die de lokale natuur promoten.
Hij heeft het paapje drie jaar geleden nog persoonlijk en prachtig kunnen fotograferen op de uitgestrekte vlaktes van de Kalmthoutse Heide, en nu we aan de letter P van paapje zijn aanbeland, krijgt deze soort de volle aandacht.
Een broedgeval in Vlaanderen is tegenwoordig erg uitzonderlijk, en de laatste broedvogelatlas die alle territoria tussen 2000 en 2002 opnam, maakte slechts melding van vier zekere en een tiental waarschijnlijke broedgevallen.
Sindsdien is het paapje als Vlaamse broedvogel nagenoeg volledig verdwenen, en werd de soort in de laatste Rode Lijst van de broedvogels opgenomen in de categorie ernstig bedreigd.
Ook in Wallonië wordt een zeer sterke achteruitgang van drieëntachtig procent gerapporteerd over de voorbije vijftig jaar, waarbij volgens een laatste telling uit 2007-2008 nog slechts tweehonderd tot tweehonderdentien territoria overbleven.
De meeste Waalse broedpaartjes bevinden zich in de Hoge Venen met de grootste populatie in het militair domein van Elsenborn, maar zelfs daar blijven de populaties helaas sterk dalen.
In onze buurlanden tekent zich eenzelfde trend af, met in Frankrijk een daling van vijfentachtig procent waarbij enkel nog broedgevallen voorkomen in de Lorraine, de Franse Ardennen, de Maasvallei en de Vogezen.
In Nederland werd het aantal broedpaartjes in de periode tussen 2013 en 2015 geschat op tweehonderdzestig tot driehonderdtwintig, wat een achteruitgang van tachtig procent betekent vergeleken met de periode 1973-1977.
De sterke achteruitgang heeft deels te maken met de intensivering van de landbouw die vanaf de beginjaren zeventig werd ingezet, en het vroeger maaien van de hooilanden waarbij de nesten simpelweg worden uitgemaaid.
Omdat het paapje een soort is die pas laat in het seizoen begint te broeden, is dit vroege maaien absoluut nefast voor het overleven van de jongen in hun op de grond gebouwde nesten.
Daarnaast zorgden grootschalige drainagewerken voor een sterke ontwatering, waardoor vochtige bloemrijke hooilanden erg schaars werden, terwijl GroenRand juist pleit voor het herstel van dergelijke natte biotopen.
Ook het toegenomen gebruik van sproeistoffen leidde tot een sterke afname van insecten, wat de belangrijkste voedselbron is voor deze vogels en hun opgroeiende jongen.
Het paapje is van nature een typische broedvogel van kruidenrijke open graslanden en heidevelden, waar hij op de grond een meestal zeer goed verborgen nest bouwt tussen de dichte vegetatie.
Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten en andere ongewervelden, die ze vaak vanaf een vaste zitplaats op een hoge plant, een paaltje of een stuk prikkeldraad opsporen.
In de herfst wordt dit dieet door de vogels aangevuld met bessen en zaden, om voldoende vetreserves op te bouwen voor de lange tocht naar het overwinteringskwartier in tropisch Afrika.
Tijdens het observeren valt in alle kleden de duidelijke wenkbrauwstreep op, die bijna wit is bij de mannetjes en meer beigewit bij de vrouwtjes en onvolwassen vogels.
In de vlucht is het paapje in alle kleden direct herkenbaar aan de witte staartbasis, wat een belangrijk verschil is met de roodborsttapuit die een volledig donkere staart heeft.
Mannetjes hebben in de broedtijd bovendien een opvallende zwarte oorstreek en een duidelijker oranje keel en borst, terwijl bij vrouwtjes en onvolwassen vogels de oorstreek lichtbruin is en de borst minder fel oranje kleurt.
In de loop van de maanden augustus en september verlaten de paapjes de Europese broedgebieden voor de trek in losse groepjes langs het westelijke deel van Europa richting de Afrikaanse savannes.
In de regio van de Voorkempen kun je ze tijdens de trekperiodes vooral waarnemen in open natuurgebieden zoals de Schijnvallei met de Schijnbeemden, of op de Kessele Heide in Nijlen.
Ook in de omgeving van Schilde, Zoersel of Wijnegem worden ze soms gezien in extensief beheerde hooilanden of ruige terreinen met veel structuur in de vegetatie, die dienen als noodzakelijke rustplaats.
Het creëren van groene corridors en een Regionaal Klimaatpark, zoals GroenRand bepleit, is van levensbelang om deze vogels een veilige stopover te bieden tijdens hun duizenden kilometers lange reis.
De vereniging gebruikt de otter als ambassadeur voor deze belangrijke verbindingen, die ook voor de rust en het voedselaanbod van het paapje cruciaal kunnen zijn voor een gezonde populatie.
Voor wie actuele waarnemingen wil opvolgen, is de website Waarnemingen.be een onmisbare bron om te zien waar er recent paapjes zijn gemeld in de regio of de provincie Antwerpen.
Natuurwerkgroepen registreren deze schaarse doortrekkers nauwgezet om de evolutie van deze ernstig bedreigde soort in kaart te brengen en hun voortbestaan in onze regio voor de toekomst te bewaken.
Het blijft een prachtig schouwspel om zo'n vogel fier rechtop te zien zitten op een uitkijkpost, terwijl hij zich voorbereidt op de volgende zware etappe van zijn reis naar het verre zuiden.
Door de visuele details van Frank Vermeiren te combineren met de historische data en de visie van GroenRand, ontstaat een compleet beeld van een vogel die we absoluut moeten koesteren en actief moeten beschermen.
Dit verslag vormt een essentieel onderdeel van de documentatie over de biodiversiteit in de Voorkempen, en herinnert ons aan de noodzaak voor een robuust natuurbeleid en betere landschapsverbindingen.