maandag 23 februari 2026

GroenRand ziet in De Lage Haar de ultieme blauwdruk voor klimaatadaptatie en biodiversiteit

GroenRand ziet in De Lage Haar de ultieme blauwdruk voor klimaatadaptatie en biodiversiteit

In een tijd waarin de uitersten van het klimaat – van kurkdroge zomers tot plotselinge wateroverlast – de nieuwe realiteit vormen, ligt de oplossing vaak verscholen in het herstel van ons natuurlijk landschap.
In Schilde, langs de oevers van de Zwanebeek, is met het vernattingsproject ‘De Lage Haar’ een indrukwekkend staaltje natuurinrichting gerealiseerd.
Wat ooit een drassig broekbos was maar doorheen de jaren was verdroogd door overmatige ontwatering, fungeert vandaag opnieuw als een vitale 'waterspons'.


Dit project, een nauwe samenwerking tussen Natuurpunt Schijnbeemden, het Regionaal Landschap de Voorkempen en de Provincie Antwerpen, bewijst dat ecologie, veiligheid en economie hand in hand kunnen gaan wanneer alle neuzen in dezelfde richting staan.
Het gebied De Lage Haar, een perceel van circa 14 hectare in 's-Gravenwezel, was decennialang onderhevig aan een veel te snelle waterafvoer.
Door de historische focus op ontwatering stroomde kostbaar regenwater via de Zwanebeek razendsnel weg richting de Schelde, nog voordat de bodem de kans kreeg het op te zuigen.
Dit leidde tot een structurele daling van de grondwaterstanden, wat zowel de lokale biodiversiteit als de omliggende landbouwgronden kwetsbaar maakte voor extreme droogte.

Tijdens een werkbezoek in februari 2026 onderstreepte de Antwerpse gedeputeerde voor Landbouw, Jinnih Beels, het cruciale belang van deze ingreep.
Zij prees de wijze waarop de vernatting een buffer vormt voor de landbouwsector: door water stroomopwaarts vast te houden, wordt de weerbaarheid van de bodem verhoogd, wat essentieel is voor de voedselproductie in droge periodes.
Het bezoek markeerde een bijzonder moment waarbij natuur en landbouw eindelijk op exact dezelfde golflengte bleken te zitten.

Een project van deze omvang slaagt enkel met een breed maatschappelijk en ecologisch draagvlak.
De vereniging GroenRand, een drijvende kracht achter het behoud van de groene gordel rond Antwerpen, juicht de herinrichting dan ook toe.
Als behartiger van de open ruimte in de regio biedt GroenRand de broodnodige visie om dergelijke natuurprojecten op de politieke agenda te houden.


Dirk Weyler, woordvoerder van GroenRand, ziet in De Lage Haar een blauwdruk voor de hele regio en stelt onomwonden dat water ons 'blauwe goud' is.


Volgens Weyler is het tijd om te stoppen met het denken in termen van natuur óf landbouw.
Beide sectoren hebben immers een gezond grondwaterpeil nodig om te overleven.
De steun van GroenRand benadrukt dat dit project verder gaat dan lokale natuur; het vormt een essentiële schakel in een robuust natuurnetwerk dat de versnippering van het landschap tegengaat.

De transformatie is het resultaat van doordachte hydrologische technieken waarbij de stroom wordt vertraagd.
De kern van het project draait om het herstellen van de natuurlijke hydrologie door het water langer in het gebied vast te houden.
Door de installatie van een strategische stuw op de Zwanebeek en het aanpassen van de omliggende grachtenstructuur, kan het waterpeil nu nauwgezet worden beheerd.
In natte periodes fungeert het broekbos als een natuurlijk opvangbekken dat piekafvoeren buffert.
Dit voorkomt dat woonwijken stroomafwaarts in Schilde kampen met wateroverlast.
Tegelijkertijd krijgt het water de tijd om in de diepere bodemlagen te infiltreren, waardoor de grondwaterreserves worden aangevuld. Deze dubbele functie – bescherming tegen overstroming én tegen droogte – maakt het project tot een schoolvoorbeeld van klimaatadaptatie in de praktijk.

Voor de biodiversiteit in de Schijnbeemden is de terugkeer van het water een enorme boost.
Een gezond broekbos biedt een uniek ecosysteem voor zeldzame flora zoals de dotterbloem en de waterviolier.
Bovendien creëert het de ideale habitat voor de bever.
Deze natuurlijke 'waterbouwkundige' kan hier ongestoord zijn gang gaan en met zijn dammen de waterhuishouding op natuurlijke wijze verder versterken. Insecten, amfibieën en talrijke vogelsoorten vinden in dit vernatte landschap opnieuw een veilig toevluchtsoord en rijke voedselgronden.
Het project toont aan dat natuurherstel niet enkel over cijfers gaat, maar over het herstellen van levende systemen die ons allemaal ten goede komen.

Het herstel van de "sponsfunctie" in De Lage Haar is mede mogelijk gemaakt door een krachtig netwerk van partners.
De Provincie Antwerpen trad op als hoofdfinancier, terwijl Natuurpunt Schijnbeemden de drijvende kracht achter het lokale terreinbeheer blijft.
Het Regionaal Landschap de Voorkempen (RLDV) was verantwoordelijk voor de coördinatie en technische studie, terwijl de gemeente Schilde als lokale partner de waterveiligheid voor haar inwoners garandeert.
Wie de resultaten met eigen ogen wil bewonderen, kan terecht in de groene rand van 's-Gravenwezel via de Lage Haarlaan of de Eekhoornlaan.


Wel is een waarschuwing op zijn plaats: door de geslaagde vernatting kunnen de onverharde paden in de winter erg zompig zijn, waardoor stevig, waterdicht schoeisel of laarzen een absolute aanbeveling zijn voor elke natuurliefhebber.
Met de inzet van alle betrokkenen is De Lage Haar getransformeerd van een verdroogd bos naar een fundamenteel onderdeel van de regionale waterveiligheid en een baken van hoop voor natuurherstel in Vlaanderen.
Met het project De Lage Haar laten ze zien hoe je natuur écht weerbaar maakt. In plaats van regenwater zo snel mogelijk af te voeren via beken en grachten, krijgt de bodem hier weer de kans om als een natuurlijke spons te werken. Het water wordt simpelweg vastgehouden waar het valt. Dit is win-win voor iedereen. Voor GroenRand is dit een schoolvoorbeeld van hoe we de klimaatuitdagingen moeten aanpakken. Het is niet alleen een investering in biodiversiteit, maar ook in een veilige en gezonde leefomgeving voor ons allemaal. Een dikke proficiat aan de trekkers van dit project; dit is precies het soort natuurherstel dat onze regio nodig heeft! Foto's: Natuurpunt Schijnbeemden + eigen redactie

Gemeente steekt tandje bij om invasie Aziatische hoornaars onder controle te houden

Gemeente steekt tandje bij om invasie Aziatische hoornaars onder controle te houden

Wie in Schilde een groot nest met Aziatisch hoornaars laat verwijderen, kan voortaan rekenen op een toelage van de gemeente van maximum 130 euro.
“Schilde schakelt een versnelling hoger in de strijd tegen de Aziatische hoornaar.
We zetten de stap van sensibiliseren naar actief bestrijden”, aldus schepen van Leefmilieu Valerie Van Genechten (Lokaal Liberaal).

De Aziatische hoornaar is een invasieve wespensoort die sinds 2017 in Vlaanderen voorkomt.
Ze voedt zich met inheemse bestuivers zoals bijen en vormt zo een bedreiging voor de biodiversiteit en het ecosysteem.
In de provincie Antwerpen werden in 2018 nog maar 3 nesten gemeld. In 2023 waren dat er al 383 en in 2025 zelfs 1.828.
Het aantal nesten groeit dus exponentieel. Ook in Schilde groeit het probleem.
In 2025 werden 68 nesten gemeld, tegenover 44 meldingen in 2024.

In de late zomer bouwt dit invasieve insect grote secundaire nesten vaak hoog in bomen.
Deze nesten moeten verdelgd worden door gespecialiseerde firma’s, want ze zijn vaak ook voor de brandweer onbereikbaar.
Zo’n verdelging is duur.


Totaalaanpak


“Met aanvullende maatregelen zoals lokvallen, nestbestrijding subsidies en een nauwe samenwerking met imkers en inwoners rollen we met het lokaal bestuur een totaalaanpak uit, gericht op tastbare resultaten.

Zo beschermen we onze bijen, versterken we de biodiversiteit en behouden we het natuurlijke evenwicht.
Dat is een noodzakelijke investering in onze leefomgeving. Samen met onze inwoners kunnen we sneller ingrijpen en de verdere verspreiding van deze invasieve soort beperken”, aldus Van Genechten.

De nu goedgekeurde subsidie voor de verdelging van secundaire hoornaarnesten kadert in een totaalaanpak met aansluitende maatregelen.
Het lokaal bestuur verdeelt dit jaar voor de eerste keer een honderdtal selectieve lokvallen met lokstof.
Koninginnen vroeg in het seizoen vangen voorkomt dat ze nieuwe nesten bouwen en beperkt latere bestrijdingskosten.

Op woensdag 18 maart van 14 tot 16 uur organiseert de Stemacademie in de bib een workshop voor kinderen.
Zij maken er met de 3D-printer hun eigen selectieve hoornaarval.

Vogelbescherming Vlaanderen en GroenRand eisen jachtstop voor de patrijs op de afgrond

Vogelbescherming Vlaanderen en GroenRand eisen jachtstop voor de patrijs op de afgrond

De Vlaamse akkers verliezen hun stem. Waar decennia geleden de kenmerkende, raspende roep van de patrijs overal klonk, heerst nu vaak een onnatuurlijke stilte.
Deze week bereikte de spanning rond de soort een kookpunt toen Vogelbescherming Vlaanderen, gesteund door ruim 12.500 burgers en organisaties zoals GroenRand, naar het kabinet van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns trok.


Met een stapel van exact 12.548 handtekeningen eisten zij één duidelijke maatregel: een onmiddellijk verbod op de jacht op de patrijs in Vlaanderen.
De vogel is daarmee de inzet geworden van een fel debat over biodiversiteit, modern landbouwbeheer en de ethiek van de jacht op kwetsbare soorten.
Om te begrijpen waarom dit kleine veldhoen de gemoederen zo sterk beroert, moeten we kijken naar de biologie van een vogel die perfect is aangepast aan een landschap dat in ijltempo aan het verdwijnen is.
De patrijs (Perdix perdix) is een van de meest karakteristieke bewoners van ons cultuurlandschap, al moet je een geoefend oog hebben om hem te spotten.
Met zijn gedrongen bouw, oranjebruine kop en grijze borst is hij een sieraad voor de akkers.
Het meest opvallende visuele kenmerk is de donkere, hoefijzervormige vlek op de borst, die bij het mannetje (de haan) meestal groter en scherper afgetekend is dan bij het vrouwtje (de hen).
Als echte standvogel is de patrijs extreem honkvast.

Hij brengt zijn hele leven door op een beperkt lapje grond en verhuist zelden meer dan een paar kilometer van zijn geboorteplek.
Dit maakt de soort echter ook kwetsbaar: als hun leefgebied verdwijnt of verslechtert, trekken ze niet weg, maar sterven ze ter plaatse uit.
In de winter vormen patrijzen zogenaamde 'kluchten', kleine familiegroepen die dicht tegen elkaar aan kruipen om de vrieskou te trotseren en samen naar zaden en plantenscheuten te zoeken. Hun voortplanting is een race tegen de klok en de elementen. Hoewel de patrijs met gemiddeld vijftien eieren een van de grootste legsels ter wereld heeft, is de overleving van de kuikens de zwakke schakel.
In de eerste drie weken van hun leven zijn de jongen volledig afhankelijk van eiwitrijke insecten om hun verenkleed te ontwikkelen.
In een landschap waar pesticiden de insectenpopulatie hebben gedecimeerd, verhongeren veel kuikens letterlijk nog voor ze kunnen vliegen.


Bovendien maakt hun gewoonte om op de grond te nestelen hen kwetsbaar voor moderne maaimachines en predatie door vossen of kraaien, zeker nu er nauwelijks nog heggen, houtkanten of ruige overhoekjes overblijven om in te schuilen.

De cijfers die de natuurorganisaties presenteren, schetsen een onthutsend beeld van een soort in vrije val.
Waar de patrijs vroeger alomtegenwoordig was, is de populatie sinds de jaren '70 met meer dan 90% gekelderd.
Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) zet die daling zich voort.
Naar schatting leven er vandaag nog slechts zo’n 5.000 exemplaren in heel Vlaanderen.
De verontwaardiging bij de natuursector is dan ook groot wanneer men kijkt naar de meest recente jachtcijfers van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). In 2024 werden er naar schatting ongeveer 2.500 patrijzen geschoten in het kader van de jacht.
Dit betekent een hallucinante statistiek: potentieel de helft van de volledige resterende populatie in Vlaanderen werd in één enkel jachtseizoen gedood.


Voorzitster Agnes Wené stelde bij de overhandiging van de petitie onomwonden dat het toestaan van jacht op een soort die zo zwaar onder druk staat, botst met het algemeen belang en de ecologische logica.

Een onmiddellijk en tijdelijk verbod zou de soort de broodnodige ademruimte kunnen geven die noodzakelijk is om de populatie weer te laten aansterken tot een duurzaam niveau.
In deze strijd krijgt de Vogelbescherming felle bijval van de regionale vereniging GroenRand.

Woordvoerder Dirk Weyler is messcherp over de huidige situatie en de argumenten van de jachtlobby.

"Het is moreel en ecologisch onverantwoord om te blijven jagen op een soort die op de rand van de afgrond balanceert," stelt Weyler. Hij verwerpt bovendien de stelling dat de patrijs afhankelijk zou zijn van de jachtsector voor zijn overleving.
"De bewering dat jagers noodzakelijk zijn voor biotoopbeheer is een drogreden om de jacht te legitimeren. Natuurherstel moet een publieke verantwoordelijkheid zijn, geen bijproduct van een hobby waarbij men de dieren die men beweert te beschermen, vervolgens afschiet. We kunnen de redding van onze biodiversiteit niet laten afhangen van het plezier van de jachtgeweren."
Weyler pleit namens GroenRand voor een structurele aanpak via de geplande Europese natuurherstelwet.
Hij benadrukt dat het creëren van robuuste ecologische verbindingszones en het herstellen van de insectenrijkdom de enige weg vooruit is.

"De patrijs heeft geen nood aan graanstrooiende jagers, maar aan een landschap met bloemrijke akkerranden en hagen waar kuikens insecten vinden. Dat realiseren we door boeren correct te vergoeden voor natuurprestaties, niet door de resterende populatie te halveren."

Ook inhoudelijk expert Krien Hansen ziet in de natuurherstelwet een uitgelezen kans om de bescherming van kwetsbare akkervogels zoals de patrijs, de veldleeuwerik en de geelgors steviger te verankeren in het beleid, weg van de kortetermijnbelangen. Minister Brouns reageerde tijdens de ontmoeting bereidwillig, maar bleef voorzichtig.
Hij gaf aan met alle betrokkenen — van landbouwers tot de jachtsector — rond de tafel te willen zitten.


De minister uitte echter ook zijn bezorgdheid dat een jachtverbod 'averechts' zou kunnen werken, een standpunt waar Weyler fel tegen van leer trekt: "Als biotoopbeheer stopt zodra er niet meer geschoten mag worden, dan ging het nooit om de natuur, maar om de schietkans. Dat is een vorm van chantage die we in een modern natuurbeleid niet mogen accepteren."
Of de geweren in 2026 effectief zullen zwijgen, blijft voorlopig koffiedik kijken.
De druk vanuit de publieke opinie neemt toe.
De patrijs fungeert in dit debat als de 'kanarie in de koolmijn' van ons platteland.
Als we deze iconische vogel laten verdwijnen door een combinatie van habitatverlies en overbejaging, zegt dat alles over de staat van de Vlaamse natuur.
De roep om bescherming klinkt door de 12.548 handtekeningen luider dan ooit.
Voor de laatste kluchten in de Vlaamse velden tikt de klok onverbiddelijk door; zij hebben nood aan insecten, aan veilige nestplaatsen en, bovenal, aan de rust die alleen een jachtstop kan bieden.

Foto's: Vogelbescherming Vlaanderen

De Vallei van de Delfte Beek: Een Monumentaal Natuurproject in de Antwerpse Kempen

De Vallei van de Delfte Beek: Een Monumentaal Natuurproject in de Antwerpse Kempen


In het grensgebied van de gemeenten Malle, Zoersel en Zandhoven voltrekt zich een van de meest ambitieuze natuurherstelprojecten van de afgelopen decennia.
Wat in 1990 begon met de strategische aankoop van het kleinschalige recreatiedomein De Kluis, is inmiddels uitgegroeid tot het integrale landschapsproject ‘Vallei van de Delfte Beek’.

Dit gebied, dat de kernreservaten De Kluis en Blommerschot verenigt met het stroomopwaarts gelegen Zalfens Gebroekt, beslaat inmiddels een aaneengesloten oppervlakte van ruim 100 hectare.
Het is een landschap waar zeldzame geologie, verborgen archeologie en compromisloze ecologie samensmelten tot een beekdalreservaat dat fungeert als een vitale groene long in een steeds drukker wordend Vlaanderen.


De uitzonderlijke rijkdom van de vallei is geen toeval, maar het resultaat van een zeldzaam geologisch fenomeen dat de regio onderscheidt van de typische Kempense zandgronden.
De Delfte Beek — in de volksmond vaak de Visbeek genoemd — ontspringt in een zone die rijk is aan de zogenaamde Kempense klei.

Gedurende duizenden jaren hebben periodieke overstromingen van de beek fijne kleideeltjes op de valleibodem afgezet.
Deze natuurlijke sedimentatie heeft een bodem gecreëerd die aanzienlijk rijker is aan mineralen en nutriënten dan de omliggende zandruggen.
Deze "klei-envelop" zorgt voor een vegetatie die men eerder in rijkere valleien buiten de Kempen zou verwachten.
In het voorjaar ondergaat de bosbodem een spectaculaire metamorfose.


Het begint met een witte deken van bosanemonen, die al snel gezelschap krijgen van het zeldzame lelietje-van-dalen, de gele dovenetel en het naar look geurende dalkruid.
Langs de natte oevers gedijen soorten die specifiek gebonden zijn aan deze rijke, vochtige grond, zoals de bittere veldkers en de robuuste wijfjesvaren.

In de zomermaanden nemen massaal aanwezige adelaarsvarens het stokje over.
Zij spreiden een ondoordringbaar groen deken uit over de bosbodem, wat het gebied een bijna prehistorische aanblik geeft en een koel microklimaat creëert voor talloze insecten en amfibieën.
De menselijke geschiedenis van de vallei is eveneens rijk en gelaagd.

Tijdens recente hermeanderingsprojecten en grondwerken, uitgevoerd door de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM), zijn er archeologische aanwijzingen gevonden die suggereren dat de beekoevers reeds in de prehistorie aantrekkelijk waren voor bewoning.
De combinatie van zoet water en vruchtbare grond was een zeldzaamheid in de prehistorische Kempen, wat leidde tot vroege menselijke activiteit langs deze waterloop. Het domein Blommerschot zelf heeft een rijke geschiedenis als adellijk jacht- en bosbouwdomein.
De statige dreven, de geometrische bospercelen en de resterende historische structuren getuigen van een tijd waarin de natuur volledig ten dienste stond van de aristocratie.

Vanwege deze esthetische en cultuurhistorische waarde is het gebied door Onroerend Erfgoed erkend als ankerplaats.
Het huidige beheer door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en Natuurpunt Voorkempen probeert deze historische structuren te behouden, terwijl de ecologische waarde wordt verhoogd door de omvorming van monotoon naaldhout naar een gevarieerd loofbos met inheemse eiken, zwarte elzen en essen.
De geschiedenis van De Kluis illustreert de verschuiving in onze omgang met natuurreservaten.
Voor 1990 was dit een luidruchtig recreatiedomein met vakantiehuisjes en een buitenzwembad. Na de verwerving door Natuurpunt werd een radicaal herstelplan opgesteld.
Het zwembad werd gesloopt en de betonnen funderingen werden verwijderd om plaats te maken voor een natuurvriendelijk ven.


Vandaag de dag fungeert De Kluis als een strikt rustgebied, enkel onder begeleiding van een natuurgids toegankelijk.
Het gevoerde nulbeheer werpt zijn vruchten af: dode bomen blijven staan of liggen, wat een enorme impuls geeft aan de biodiversiteit. Er zijn inmiddels meer dan 350 soorten paddenstoelen geteld, waaronder zeldzame mycologische juweeltjes zoals de pruikzwam en de koraalzwam.

Deze dode bomen zijn bovendien cruciaal voor de nestgelegenheid van spechten en als winterverblijf voor verschillende soorten vleermuizen, waaronder de zeldzame watervleermuis die boven de beek jaagt.
De rust in dit kerngebied trekt bovendien schuwe passanten aan, zoals de zwarte ooievaar en de wespendief.

De Delfte Beek vormt de onbetwiste ruggengraat van het gebied.
In tegenstelling tot de gekanaliseerde waterlopen buiten de reservaatgrenzen, mag de beek hier vrij meanderen.
Bomen die in het water vallen, blijven liggen, waardoor natuurlijke drempels en diepe kolken ontstaan.
Dit creëert een enorme dynamiek. De beek ruimt zichzelf en vormt telkens nieuwe zandbanken.
Een enorme mijlpaal was de verbetering van de waterkwaliteit na de vernieuwing van het waterzuiveringsstation van Malle.
Dit resulteerde in de terugkeer van de bosbeekjuffer.

Deze libel, met haar metaalglanzende blauwe vleugels, is een indicator voor zuurstofrijk en zuiver water.

Ook de ijsvogel is een vaste bewoner die in de steile, ongestoorde oevers zijn nestholen graaft.

Naast de bosbeekjuffer gedijt ook de weidebeekjuffer langs de zonnige oevers.

De beek herbergt bovendien de kleine modderkruiper, een vissoort die profiteert van de natuurlijke sedimentatie en de overvloed aan waterplanten.
Zelfs de boommarter wordt steeds vaker gesignaleerd in de bosrijke gedeelten van Blommerschot, wat wijst op een volwaardig ecosysteem.
Sinds 2011 wordt er intensief gewerkt aan de uitbreiding van het projectgebied.
De aankoop van percelen in het Zalfens Gebroekt, stroomopwaarts van de Delfte Beek, was een strategische meesterzet om de waterhuishouding van de gehele vallei integraal aan te pakken.

Door de beek opnieuw in haar oude bedding te leggen — een proces dat hermeandering wordt genoemd — wordt het water langer in het landschap vastgehouden.

Dit is een essentiële buffer tegen de toenemende droogte in de Kempen. De laatste jaren zijn er bovendien grote herbebossingsacties geweest, zoals bij de Einhovense brug in Zoersel, waar meer dan 1.275 inheemse bomen en struiken zijn aangeplant om een robuuste bosverbinding te creëren tussen de verschillende deelgebieden.

Ondertussen blijft het beheer zich concentreren op de intensieve bestrijding van invasieve soorten zoals de Amerikaanse vogelkers, de Amerikaanse eik en de reuzenbalsemien.
Deze actieve aanpak zorgt ervoor dat de inheemse flora alle kansen krijgt om zich te herstellen en te verspreiden over de rijke kleibodem.
De Vallei van de Delfte Beek is meer dan een verzameling natuurgebieden.
Het is een levend bewijs dat natuurherstel op grote schaal werkt.

Voor de wandelaar in Blommerschot biedt het een blik op een Kempense wildernis die in ere is hersteld, terwijl het voor de wetenschap een onuitputtelijke bron van biodiversiteit is geworden. Door de combinatie van strikte rustzones, natuurlijke dynamiek en strategische uitbreidingen is een ecosysteem ontstaan dat klaar is voor de klimatologische uitdagingen van de toekomst.

Het is een monument van geduld, waar de mens een stap terug heeft gedaan zodat de natuur weer regisseur kan zijn van haar eigen verhaal.

Het project in de Vallei van de Delfte Beek vormt de hoeksteen van een monumentaal natuurherstelplan in de Antwerpse Kempen, waarbij GroenRand streeft naar de realisatie van één aaneengesloten ecologisch geheel. De huidige versnippering van het landschap door grote infrastructuur zoals de E34 werkt als een barrière voor de biodiversiteit, waardoor waardevolle natuurgebieden als geïsoleerde eilanden overblijven. Via het GreenConnect-project wil GroenRand deze barrières doorbreken door de aanleg van strategische natuurverbindingen, waaronder een cruciaal ecoduct ter hoogte van de Delfte Beek.

Deze visie richt zich op het creëren van een robuuste oost-westcorridor die een directe landschappelijke verbinding maakt met de Antitankgracht, de 33 kilometer lange blauwgroene ruggengraat van de regio.
De realisatie van deze verbinding steunt op een keten van vitale waterlopen en natuurgebieden die als ecologische geleiders dienen: vanaf de Antitankgracht bij het Vrieselhof loopt de route via de vallei van het Groot Schijn oostwaarts.
De Tappelbeek vormt vervolgens de onmisbare schakel om de oversteek te maken naar de 400 hectare natuur van het Zoerselbos.

Van daaruit wordt de verbinding als een groene corridor doorgetrokken naar Blommerschot en de Vallei van de Delfte Beek, om uiteindelijk via het ecoduct aan te sluiten op gebieden als de Lovenhoek.

Door deze beekvalleien via groene corridors en veilige ecopassages aan elkaar te smeden, ontstaat een ononderbroken netwerk dat essentieel is voor het Soortenbeschermingsprogramma voor de otter, de bever en de kamsalamander.
Ook kwetsbare soorten zoals de vleermuis en de wespendief profiteren van deze onversnipperde leefgebieden.
De integratie van de beekvalleien in deze bredere klimaatgordel creëert een robuust ecosysteem dat niet alleen migratieroutes biedt, maar ook fungeert als een vitale buffer tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals verdroging en wateroverlast.
Met de steun van de Vlaamse overheid en lokale partners wordt met de transformatie van deze snippers natuur tot een samenhangend geheel een fundamentele stap gezet naar een veerkrachtige en verbonden "Groene Gordel" rond Antwerpen.

De wedergeboorte van De Welvaart: een veilige haven voor onze amfibieën

De wedergeboorte van De Welvaart: een veilige haven voor onze amfibieën

Op zondag 29 maart 2026 organiseert Natuurpunt Voorkempen van 14.00 tot 16.00 uur een boeiende namiddag rond het verborgen waterleven op het domein de Welvaart in Zoersel aan de Emiel Vermeulenstraat 138.
Dit terrein van circa 2,5 hectare ligt aan de rand van het Molenbos in Sint-Antonius en vlakbij natuurgebied Hegte Heyde.

Het kent een rijke geschiedenis als locatie voor openluchtklassen en bosklassen van het stedelijk onderwijs maar lag daarna twee decennia verlaten bij.
Sinds begin 2023 heeft Natuurpunt het terrein voor een periode van 50 jaar in erfpacht van de gemeente Zoersel.
Dit werd in 2022 al beslist door de gemeenteraad en in januari 2023 officieel bezegeld met een erfpachtovereenkomst. Het doel is om het terrein in ere te herstellen voor natuureducatie en jeugdkampen zodat verenigingen zoals JNM of Akabe in de toekomst opnieuw gebruik kunnen maken van de faciliteiten. Het domein bestaat grotendeels uit naaldbos met een jonge loofhoutaanplant en wordt gekenmerkt door een waardevolle oude beukendreef die centraal door het gebied loopt.


Waar vroeger een basketterrein en sportveldjes lagen wordt nu ruimte gecreëerd voor natuurherstel waarbij de onlangs verbeterde poelen een cruciale rol spelen.
Het gebouw aan de noordwestrand met een volledig omheinde zone en grasveld biedt een veilige basis voor deze nieuwe educatieve invulling.

Met de stijgende temperaturen ontwaken onze amfibieën momenteel volop uit hun winterslaap en trekken ze massaal naar beken en poelen om zich voort te planten.


Tijdens deze tocht naar hun geboortewater op vaak regenachtige avonden moeten ze helaas vaak drukke wegen oversteken waarbij ze een groot risico lopen om overreden te worden.

Met diverse paddenoverzetacties helpt Natuurpunt Voorkempen de amfibieën om veilig hun bestemming te bereiken.
In februari werden zo al heel wat padden, bruine kikkers en salamanders gered door vrijwilligers die ze met emmers naar de overkant brachten.


Tijdens de activiteit in de Welvaart hoopt Natuurpunt met behulp van amfibieënfuiken zeker drie verschillende salamandersoorten en ander klein aquatisch leven te spotten. Een van de meest spectaculaire bewoners is de kamsalamander die als onze grootste salamander tot 18 centimeter lang kan worden.
Deze waterdraak valt op door zijn zwarte wratachtige huid en felgele tot oranje buik met unieke zwarte vlekken. Het mannetje ontwikkelt in de paartijd een indrukwekkende getande rugkam en een zilveren streep op de staart. De kamsalamander is zeer kritisch en heeft diepe zonovergoten en visvrije poelen nodig waar het vrouwtje haar eitjes een voor een in blaadjes van waterplanten vouwt. Naast deze reus kijken we uit naar de alpenwatersalamander met zijn hemelsblauwe flanken en de kleine watersalamander die fijnere kenmerken heeft.

De amfibieën krijgen het echter steeds moeilijker door de wisselende klimaatomstandigheden en de steeds vaker voorkomende lange droogteperioden. Wanneer poelen voortijdig uitdrogen kunnen hun nakomelingen zich niet volledig ontwikkelen tot volwassen landdieren.
De larven hebben immers voldoende tijd nodig om hun kieuwen te verliezen en over te schakelen op longademhaling.
Als het water eerder verdwijnt gaan hele generaties verloren.
Het uitgraven en verbeteren van poelen op domeinen zoals de Welvaart is dan ook een essentiële beheermaatregel om deze kwetsbare dieren te helpen overleven in een veranderend landschap.
Door de poelen specifiek op geschikte plaatsen aan te leggen waar kikkers, padden en salamanders kunnen gedijen creëert Natuurpunt een noodzakelijke stapsteen in de Antwerpse Kempen.
Wie graag deze soorten wil leren kennen en herkennen is van harte welkom om de gidsen te vergezellen bij het lichten van de fuiken.
Bezoekers wordt aangeraden te parkeren bij de nabijgelegen begraafplaats van Sint-Antonius waarlangs ook de toegangsweg naar het terrein loopt.
Het is een unieke kans om te zien hoe de samenwerking tussen de gemeente en de natuurvereniging een direct verschil maakt voor de biodiversiteit in onze eigen regio en hoe een verwaarloosd domein opnieuw kan bruisen van leven.