GroenRand: een frisse kijk op natuurherstel en het verbinden van landschappen in de Voorkempen
Natuur en biodiversiteit staan in de hele EU zwaar onder druk.
De natuurherstelwet zegt dat lidstaten tegen 2030 herstelmaatregelen moeten nemen in minstens twintig procent van de natuur die vandaag niet in goede staat is.
Tegen 2050 moeten in 90 procent van die gebieden de ingrepen aangevat worden.
Daarvoor moeten alle lidstaten ten laatste na de zomer een bindend plan van aanpak indienen.
Mocht er een Europees klassement voor natuurbehoud bestaan, dan bengelde België, en dus ook (vooral) Vlaanderen, helemaal onderaan.
Tegen september verwacht de EU een plan van aanpak, maar zullen onze regeringen tijdig een voldoende ambitieus plan klaar hebben?
De natuurherstelwet zegt dat lidstaten tegen 2030 herstelmaatregelen moeten nemen in minstens twintig procent van de natuur die vandaag niet in goede staat is.
Tegen 2050 moeten in 90 procent van die gebieden de ingrepen aangevat worden.
Daarvoor moeten alle lidstaten ten laatste na de zomer een bindend plan van aanpak indienen.
Mocht er een Europees klassement voor natuurbehoud bestaan, dan bengelde België, en dus ook (vooral) Vlaanderen, helemaal onderaan.
Tegen september verwacht de EU een plan van aanpak, maar zullen onze regeringen tijdig een voldoende ambitieus plan klaar hebben?
De staat van onze natuur baart niet alleen GroenRand en natuurbeschermers kopzorgen.
Volgens een iVox-bevraging bij 2.000 Belgen vindt maar liefst negen op de tien natuur belangrijk en is 85 procent gewonnen voor het uitbreiden van natuurgebieden.
Dat is bitternodig, beaamt Olivier Honnay, conservatiebioloog aan de KU Leuven.
21 procent van ons grondgebied is als natuur ingetekend, maar slechts zo’n acht procent van Vlaanderen wordt echt als natuur beheerd.
De rest is vooral natuur op papier.
Bovendien zijn onze natuurgebieden versnipperd en vaak geïsoleerd van andere gebieden, waardoor soorten zich moeilijk kunnen verplaatsen.
Nergens anders zijn de gebieden die we van Europa moeten beschermen in een dergelijke slechte staat.
De alarmsignalen daarvan vallen zelfs in de eigen tuin op.
Egels zijn uiterst zeldzame bezoekers geworden – sinds 2024 prijken ze op de lijst van bijna met uitsterven bedreigde soorten - en ook huismussen en merels worden tijdens vogeltellingen steeds minder waargenomen.
Dat de situatie ernstig is, toont ook het laatste evaluatierapport van het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO).
Maar er zijn ook enkele succesverhalen, klinkt het bij GroenRand.
De natuurvereniging verwijst naar de terugkeer van de bever, de boommarter en de otter in de GroenRand-regio, maar ook naar de lepelaar die zich dankzij de effecten van het Sigmaplan opnieuw wist te vestigen.
Met dat plan worden de Schelde en haar zijrivieren beter gewapend tegen overstromingen, onder andere door de aanleg van natuurlijke overstromingsgebieden.
Deze "natte natuur" vormt de ideale biotoop voor de lepelaar om zich opnieuw te vestigen, te foerageren en zelfs te broeden.
Zo is een lang aaneengesloten natuurgebied ontstaan waarin zowel rivier als natuur de nodige ruimte krijgen.
Het succes hiervan toont dat een langetermijnvisie en een wetenschappelijk onderbouwde aanpak lonen.
Een cruciale rol in dit ecologische netwerk is weggelegd voor de Antitankgracht.
Als een 33 kilometer lange groene ruggengraat en migratiecorridor rijgt deze gracht verschillende natuurgebieden in de Voorkempen en de Antwerpse havenrand aan elkaar.
De Opstalvallei in Berendrecht is een natuurgebied dat specifiek is ingericht als natuurcompensatie voor de uitbreiding van de haven van Antwerpen.
Hoewel het gebied dicht bij de Schelde ligt, maakt het strikt genomen geen deel uit van het Sigmaplan.
Waar het Sigmaplan zich primair richt op waterveiligheid en bescherming tegen overstromingen via dijken en gecontroleerde overstromingsgebieden, focust de Opstalvallei op het herstellen van de biodiversiteit ter compensatie van verloren gegane natuurwaarden zoals broedgebieden voor water- en rietvogels.
Het beheer ligt dan ook in handen van de Port of Antwerp-Bruges en het Agentschap voor Natuur en Bos, los van de waterveiligheidsprojecten van het Sigmaplan.
Toch liggen deze projecten geografisch gezien vlak bij elkaar in het noorden van Antwerpen.
De Opstalvallei bevindt zich in Berendrecht, direct grenzend aan Sigmaplan-locaties zoals de ontpoldering van Lillo, de dijkwerken op Linkeroever en de nabijgelegen Hedwige-Prosperpolder.
Een iconische bewoner die beide projecten verbindt is de lepelaar.
Hoewel de doelen van de gebieden verschillen creëren ze beide het ideale leefgebied met ondiepe waterplassen en natte natuur.
In de Opstalvallei vinden ze een rustig verblijf terwijl ze in de getijdennatuur van het Sigmaplan profiteren van een dynamisch ecosysteem.
De vogel gebruikt deze gebieden als een netwerk van stapstenen omdat de lepelaar vliegt en hij benut de ondiepe oevers en rietkragen vooral als een uitgebreide menukaart om in te foerageren.
Bovendien is de Opstalvallei fysiek verbonden met de Antitankgracht die fungeert als een ecologische verbinding of dierenautostrade.
Deze 33 kilometer lange gracht vormt een groene ruggengraat tussen de Schelde bij Berendrecht en het Albertkanaal in Oelegem.
De gracht werkt als een gestapelde verbindingsweg waarbij elk detail in het landschap telt.
De bever en de otter gebruiken het water als een veilige onderste rijstrook om nieuwe territoria te bereiken.
Voor de otter worden momenteel cruciale passages aangepakt bij knelpunten zoals de Heidestraat-Zuid en de Miksebaan via het Interreg-project Otter over de grens.
Er is echter grote bezorgdheid over de continuïteit omdat de Europese middelen voor Interreg en het huidige Soortenbeschermingsprogramma voor de otter stoppen in 2027.
Voor de periode tot 2031 is er momenteel geen budget voorzien binnen het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering ook wel bekend als VAPEO.
Burgerbewegingen zoals GroenRand waarschuwen dat de gracht zonder deze structurele investeringen een gevaarlijk traject blijft en dat Vlaanderen een blinde vlek dreigt te worden voor de otter.
Lees meer in Gazet van Antwerpen: Vlaanderen blijft blinde vlek voor de otter
Voor andere dieren blijft de gracht echter essentieel waarbij reeën beschutting vinden op de oevers terwijl kleinere dieren zoals de eekhoorn en de boommarter de aaneengesloten bomenrijen als boombrug gebruiken.
Marterachtigen zoals de wezel en hermelijn benutten de ruige ondergroei en takkenhopen.
Dit fijnmazige ecosysteem biedt ook onderdak aan vele anderen.
De oude militaire bunkers en forten langs de Antitankgracht zijn cruciale donkere overwinteringsplaatsen voor vleermuizen zoals de watervleermuis, franjestaart en grootoorvleermuis.
In het water en de poelen vinden amfibieën zoals de zeldzame kamsalamander en vissen zoals de kleine modderkruiper een veilig onderkomen.
De rietvelden van de Opstalvallei vormen ondertussen het specifieke domein van de roerdomp, de blauwborst en de bruine kiekendief.
Vaak worden deze gadegeslagen door de ijsvogel die vanaf overhangende takken langs de gracht op vis jaagt.
Zo vormen de havencompensatie van de Opstalvallei, de veiligheidsbuffers van het Sigmaplan en de militaire historie van de Antitankgracht samen één groot maar kwetsbaar netwerk dat sterk afhankelijk is van politieke keuzes en financiering voor de komende jaren.
Rivieren en beken opnieuw meer ruimte geven is een van de doelstellingen van de Europese natuurherstelwet.
Jarenlang hebben we beken en rivieren ingetoomd en onze gronden zoveel mogelijk gedraineerd.
Daardoor stroomt neerslag nu te snel weg.
Iedereen herinnert zich de beelden van de zware overstromingen, maar droogte is een even groot probleem.
Enkele jaren geleden heeft het geen haar gescheeld of er was geen water meer uit de kraan gekomen bij de honderdduizenden mensen van wie het drinkwater uit het Albertkanaal komt.
Gevolg is dat we enorm kwetsbaar zijn voor zowel overstromingen als watertekorten.
Onder normale omstandigheden werkt onze grond als een soort van spons die regenwater vasthoudt en traag afgeeft.
Maar we hebben grote delen van het land de voorbije decennia stelselmatig drooggelegd, onder andere voor landbouw.
Bovendien worden onze zomers steeds warmer en droger.
Zo beland je in een vicieuze cirkel, waardoor je alsmaar meer water nodig hebt.
Klimaatverandering leidt tot extremere weersituaties.
Niets doen is dus geen optie.
Desondanks gaat vooral de lobby van de agro-industrie in het verzet tegen het verplichte natuurherstel.
Uitstel en versoepelingen zijn volgens GroenRand geen goed idee, omdat het net de voedselzekerheid in het gedrang brengt.
Wanneer we het probleem niet snel aanpakken, dreigt het water op te drogen.
Door het verlies aan biodiversiteit verdwijnen ook bestuivers zoals bijen en zweefvliegen, neemt het aantal ziektes en plagen toe omdat natuurlijke vijanden verdwijnen en verslechtert de bodemkwaliteit.
We hebben een morele plicht om de vele soorten die bij ons dreigen te verdwijnen te beschermen.
Maar voor ons natuurlijk erfgoed heeft men niet dezelfde eerbied en wordt onmiddellijk voor versoepelingen gepleit.
De economie stimuleren lijkt vandaag belangrijker dan natuurbehoud.
Nochtans becijferde het Wereld Economisch Forum dat zowat de helft van het mondiale bruto binnenlands product ten minste deels van de natuur afhankelijk is, en dat het daarom cruciaal is om net wél in te zetten op bescherming.
Wanneer je geld in natuurbehoud investeert, zijn de baten volgens GroenRand doorgaans hoger dan de kosten.
Neem nu overstromingsgebieden.
De schade aan gebouwen en infrastructuur die zij kunnen voorkomen is miljoenen waard.
De Europese Commissie becijferde dat elke in natuurherstel geïnvesteerde euro 8 tot 38 euro oplevert.
Onderzoek van VITO bevestigt dit rendement en toont aan dat bij specifieke projecten elke euro zelfs tot 51 euro aan maatschappelijke waarde kan genereren.
Opvallend genoeg gaat dat niet alleen over het creëren van banen door recreatie en toerisme.
Ook de uitgaven voor gezondheidszorg zijn in die berekening opgenomen.
Onderzoek toont: wie in een groene omgeving woont of regelmatig in de natuur vertoeft, wordt minder vaak ziek en heeft dus minder ziektekosten, zegt Glenn Solastalgie van GroenRand.
Glenn Solastalgie is de fictieve auteur en vaste columnist van de natuurvereniging GroenRand, wiens naam dient als een krachtig symbool voor filosofisch verzet tegen de vernietiging van de natuur in de Voorkempen.
De naam is een eerbetoon aan de Australische filosoof Glenn Albrecht, de bedenker van de term 'solastalgie', wat staat voor de emotionele pijn die men voelt wanneer de vertrouwde leefomgeving onherstelbaar verandert.
De voornaam 'Glenn' verwijst daarnaast naar het Keltische woord voor vallei, wat zijn missie onderstreept om natuurlijke verbindingen in valleigebieden te herstellen.
Sinds mei 2026 vormt zijn rubriek 'De Pen van Glenn' het hart van de vernieuwde koers van GroenRand, waarbij de vereniging de focus heeft verlegd van recreatieve belevingsactiviteiten naar een scherpe, beleidsmatige strijd voor natuurherstel en het tegengaan van versnippering.
Investeren in natte natuur in de Voorkempen kan jaarlijks tienduizenden euro's aan vermeden ziektekosten opleveren per projectgebied.
Dit concept van Solastalgie steunt op het diepe besef dat een gezonde menselijke psyche alleen kan floreren in een gezond en levend landschap.
De Voorkempen, de groene long ten oosten van Antwerpen, vormt een cruciaal schaakbord van bossen, beekvalleien en heiderelicten.
In een tijd waarin klimaatverandering en biodiversiteitsverlies de druk op onze open ruimte verhogen, heeft de burgerorganisatie GroenRand een duidelijke missie geformuleerd: het transformeren van dit versnipperde landschap naar een aaneengesloten, veerkrachtig ecosysteem.
Het projectgebied van GroenRand staat hiermee symbool voor een nieuwe visie op natuurbeheer, waarbij de focus verschuift van loutere bescherming naar actief herstel en strategische verbinding.
De rode draad doorheen de recente realisaties is de noodzaak om de waterhuishouding fundamenteel te herstellen.
Jarenlang werd water zo snel mogelijk afgevoerd om landbouw en bebouwing te faciliteren, met verdroging van kwetsbare natuur tot gevolg.
Vandaag draaien partners zoals Regionaal Landschap de Voorkempen en Natuurpunt de kranen symbolisch weer dicht.
Door in te zetten op vernatting wordt het landschap getransformeerd tot een spons die water vasthoudt tijdens natte periodes om zo de gevolgen van extreme droogte te bufferen.
Een iconisch voorbeeld hiervan is het project De Lage Haar in Schilde.
Eind 2025 werden hier grootschalige natuurherstel- en waterbergingswerken succesvol afgerond.
Door de natuurlijke wateropslagcapaciteit te verhogen, wordt niet alleen de lokale biodiversiteit gestimuleerd, maar fungeert het gebied ook als een veiligheidsbuffer tegen wateroverlast voor de omliggende kernen.
Het is een schoolvoorbeeld van hoe natuurherstel direct bijdraagt aan de maatschappelijke veiligheid.
Naast waterberging staat het herstel van specifieke, zeldzame biotopen centraal.
In Brecht kreeg het Rommersven, het grootste ven van de gemeente, in het najaar van 2025 een second life.
Vennen zijn ecologische parels die echter zeer gevoelig zijn voor stikstofdepositie en verdroging.
Door actieve ingrepen wordt dit ecosysteem nu beschermd en hersteld, waardoor kwetsbare amfibieën en specifieke vegetatie opnieuw een toekomst krijgen.
Tegelijkertijd wordt er intensief gewerkt in de Vallei van het Groot Schijn.
Deze vallei vormt de ruggengraat van de lokale ecologische structuur.
De lopende projecten richten zich op het herstellen van de natuurlijke dynamiek van de beekloop en het vernatten van de omliggende valleigebonden natuur.
Dit creëert een diverse gradiënt van natte graslanden en broekbossen, essentieel voor een gezonde biodiversiteit.
Een ander essentieel vernattingsproject vinden we rond de E10-plas in Schoten, dat de kern vormt van het grootschalige project Klimaatpark De Zwaan.
Sinds oktober 2024 transformeert dit project circa 10 hectare in een dynamisch overstromingsgebied dat zowel waterveiligheid als lokale biodiversiteit versterkt.
De vernatting wordt technisch gerealiseerd door het strategisch afgraven van oevers en het herboetseren van het reliëf in de aangrenzende weides.
Hierdoor ontstaat een gecontroleerde overloopzone waar overtollig water uit de E10-plas naartoe kan vloeien bij hevige regenval.
Deze ingreep is essentieel om de waterdruk op nabijgelegen infrastructuur, zoals de Brechtsebaan en omliggende woonwijken, weg te nemen en historische overlast door ondergelopen kelders te voorkomen.
Naast de functie als waterbuffer speelt de vernatting een cruciale rol in de ecologische verbinding met de Antitankgracht.
De nieuwe waterrijke omgeving biedt een broodnodig toevluchtsoord voor zeldzame soorten zoals de otter, die hier een rustiger en veiliger habitat vindt dan in de meer versnipperde delen van de Antitankgracht.
Door het verzet van ongeveer 16.000 kubieke meter grond ontstaat er een gevarieerd landschap met open waterpartijen, rietlanden en natte boszones.
Deze variatie trekt ook andere soorten aan, zoals de oeverzwaluw, waarvoor specifieke wanden zijn ingericht met de vrijgekomen grond.
Het proces wordt ondersteund door een samenwerkingsverband tussen de Provincie Antwerpen, de gemeente Schoten, het Agentschap voor Natuur en Bos en Pidpa.
Terwijl de vernatting zorgt voor een robuust klimaatlandschap, wordt er tevens ingezet op de recreatieve ontsluiting van het gebied via nieuwe wandelpaden en een uitkijkplatform.
Hiermee fungeert Klimaatpark De Zwaan als een toonbeeld van hoe moderne waterbeheersing hand in hand kan gaan met natuurherstel en erfgoedbehoud langs de historische Antitankgracht.
Deze natuurprojecten vallen of staan met de kracht van de samenwerking.
Het beheer en herstel van deze gebieden is geen taak van één enkele instantie.
Het is een gedeelde verantwoordelijkheid waarbij terreinbeheerders hand in hand werken om ecosystemen fundamenteel te versterken.
Het ultieme doel is landschapsversterking door middel van robuuste natuurverbindingen.
Een geïsoleerd natuurgebied is immers kwetsbaar; enkel door gebieden fysiek met elkaar te verbinden via ecologische corridors kunnen populaties van planten en dieren zich verplaatsen en genetisch gezond blijven.
Het projectgebied van GroenRand fungeert zo als een levend netwerk dat niet alleen de lokale natuurwaarde verhoogt, maar ook de leefomgevingskwaliteit voor de inwoners van de Voorkempen op lange termijn waarborgt.
Door waterbeheer, biodiversiteit en landschapsstructuur in samenhang aan te pakken, bouwt de regio aan een landschap dat klaar is voor de uitdagingen van morgen.
Na tien jaar intensief werk heeft burgerorganisatie GroenRand besloten haar aanpak strategisch te herzien.
In plaats van zich te richten op publieke evenementen, neemt de organisatie nu als expert en visionaire gids deel aan verschillende werkbanken en inspraakrondes.
Zo kan GroenRand direct invloed uitoefenen op belangrijke dossiers zoals de klimaatgordel rond Antwerpen.
GroenRand kiest hierbij bewust niet voor de weg van publieke petities, maar voor een constructieve dialoog op basis van wetenschappelijke onderbouwing en dossierkennis.
In de werkbanken waakt de organisatie over de kwaliteit van de uitvoering, waarbij ze toeziet dat de ambitieuze groene visies voor de Antitankgracht ook effectief op het terrein worden gerealiseerd.
Als burgerorganisatie fungeert GroenRand als een baken van continuïteit, dat beleidsmakers helpt de juiste keuzes te maken over legislaturen heen.
Ze reiken kritische parlementaire vragen en sociaaleconomische argumenten aan om de meerwaarde van ecosysteemdiensten hoog op de politieke agenda te houden.
De klimaatgordel is voor GroenRand geen abstract concept, maar een noodzakelijke strategie waarbij landbouw, waterbeheer en biodiversiteit hand in hand gaan.
Tijdens de inspraakrondes van de Nieuwe Rand heeft het Regionaal Landschap de Voorkempen samen met GroenRand 15 gedetailleerde projectfiches ingediend voor de klimaatgordel.
Deze fiches vormen een concreet investeringsplan dat de komende vijf jaar een budget vereist van in totaal €11.450.000.
Fiches 1 tot 4 focussen op strategische ontsnippering, zoals ecotunnels onder gewestwegen, met een geschatte kostprijs tussen €500.000 en €2.500.000 per locatie.
Fiches 5 tot 8 richten zich op vernatting en beekherstel, waarbij gemiddeld €150.000 tot €450.000 per kilometer beekloop nodig is om meanders en valleinatuur te herstellen.
Fiches 9 tot 12 behandelen de waterkwaliteit van de Antitankgracht zelf, met ramingen van €50.000 tot €200.000 voor natuurlijke rietfilters en zuiveringssystemen.
Fiches 13 tot 15 voorzien in de uitbouw van klimaatbuffers en bosuitbreiding, geraamd op €15.000 tot €35.000 per hectare.
Deze investeringen zijn cruciaal om van de Antitankgracht een ecologische ruggengraat te maken en de regio te beschermen tegen extreme droogte.
Deze nieuwe manier van werken zorgt ervoor dat de stem van de burger en de belangen van de natuur op het hoogste beslissingsniveau gehoord worden.
De economische baten van deze projecten zijn immers aanzienlijk: natuurherstel fungeert als een vorm van preventieve geneeskunde die de druk op ons zorgsysteem verlicht.
GroenRand blijft zo de drijvende kracht achter de transformatie van de Antitankgracht van een militaire barrière naar een vitale ecologische levenslijn.
Samen met partners bouwt de organisatie aan een toekomst waarin de Voorkempen een toonbeeld blijft van natuurlijke en maatschappelijke veerkracht.