zondag 15 februari 2026

De klimaatgordel onder druk: GroenRand en de dringende nood aan ontsnippering van de Antwerpse rand

De Klimaatgordel onder druk: GroenRand en de urgente ontsnippering van de Antwerpse rand

In het dichtbebouwde Vlaanderen vormt habitatfragmentatie de fundamentele oorzaak van de hoge sterfte onder wilde dieren en de snelle achteruitgang van de biodiversiteit.
Als een van de meest versnipperde regio's van Europa wordt onze natuur opgebroken in kleine "eilandjes" door een web van bebouwing en asfalt, waarbij een dier gemiddeld om de 300 meter een fysieke weg tegenkomt.

Deze versnippering dwingt fauna tot gevaarlijke verplaatsingen voor voedsel, schuilplaatsen of voortplanting, wat leidt tot een tragische balans waarbij de grootste tol wordt geëist door het verkeer.
Met naar schatting 5 miljoen wegslachtoffers per jaar — zo’n 14.000 per dag — is de impact van ons wegennetwerk op soorten zoals amfibieën en egels immens.

Direct daarna volgt de impact van predatie door de naar schatting twee miljoen huiskatten in Vlaanderen, die jaarlijks tussen de 2 en 5 miljoen vogels en kleine zoogdieren doden.
Daarnaast vallen er jaarlijks 1 tot 2 miljoen slachtoffers door raambotsingen, een onderschat probleem in onze versteende omgeving waar glasarchitectuur een onzichtbare muur vormt voor migrerende vogels.

Vooral trekvogels worden door lichtvervuiling uit hun koers gelokt, wat lichtvervuiling tot een gedragsmatige barrière maakt: nachtdieren zoals vleermuizen durven verlichte wegen niet over te steken, waardoor hun leefgebied nog verder krimpt.
Hoewel deze directe sterftecijfers schokkend zijn, veroorzaakt habitatfragmentatie een dieper en structureler probleem: genetische isolatie.
Wetenschappelijk gezien spreken we hier over het doorbreken van de metapopulatie-structuur.

In een natuurlijk landschap vormen verschillende lokale groepen dieren één grote, verbonden populatie.
Wanneer wegen deze verbindingen doorsnijden, ontstaat het "eiland-effect".
De genetische variatie — de biologische gereedschapskist om aan te passen aan ziekten of klimaatverandering — wordt steeds kleiner.
Zonder "vers bloed" van buitenaf treedt er onvermijdelijk genetische drift en inteelt op.
Dit proces, waarbij schadelijke mutaties zich opstapelen door voortplanting tussen verwante individuen, maakt nageslacht zwakker, minder vruchtbaar en vatbaarder voor afwijkingen. Biologen vergelijken dit met een kopieermachine die een kopie van een kopie maakt.
Uiteindelijk wordt de genetische blauwdruk onleesbaar.

Hierdoor ontstaat een extinctie-schuld: populaties lijken nog te bestaan, maar zijn biologisch al gedoemd tot uitsterven omdat hun voortplantingssucces onder de kritieke grens is gezakt.
Dit proces wordt verergerd door de stikstofcrisis, waarbij een overmaat aan stikstof zorgt voor vergrassing en het verdwijnen van waardplanten voor insecten, wat de volledige voedselketen doet instorten.
Deze crisis strekt zich uit tot de "blauwe" versnippering, waarbij de Antitankgracht fungeert als de cruciale maar bedreigde levensader van de Voorkempen.
Als een robuuste drager verbindt deze gracht meer dan vijftien natuurgebieden, maar de werking ervan wordt gesmoord door barrières en een gebrekkige waterkwaliteit.
Vlaanderen scoort historisch slecht op de Europese Kaderrichtlijn Water; bijna geen enkele waterloop behaalt de status "goed" door eutrofiëring en chemische vervuiling door pesticiden.

Voor amfibieën en vissen is dit fataal. Zij raken geïsoleerd in vervuilde secties van de gracht.
Voor de otter is de situatie eveneens kritiek: bij hoog water durven zij niet door de duikers onder wegen, waardoor ze de rijbaan opklimmen met fatale gevolgen.
Loopplanken onder bruggen en nieuwe ecotunnels op de kruispunten van de Antitankgracht zijn de enige wetenschappelijk onderbouwde oplossingen, maar de realisatie hiervan blijft vaak uit door budgettaire obstructies en eindeloze studiefases.
De vogelstand in Vlaanderen fungeert als de ultieme graadmeter voor deze systeemcrisis.

Soorten zoals de Patrijs, de Grauwe Gors en de Kerkuil zijn in grote delen van Vlaanderen nagenoeg uitgestorven door een combinatie van habitatverlies en de insectencrisis.
Zelfs de boomkikker leeft momenteel in een toestand van "natuurlijke intensive care": hij overleeft enkel omdat de mens constant nieuwe poelen graaft, maar zonder verbonden corridors langs structuren als de Antitankgracht blijven deze groepen genetisch geïsoleerd.

Vaak wordt ontsnippering gezien als een dure hobby, maar wildaanrijdingen veroorzaken jaarlijks miljoenen euro's aan materiële schade.
Een ecoduct verdient zichzelf terug door het vermijden van zware ongevallen.
In dit complexe dossier is de vereniging GroenRand uitgegroeid tot de centrale kracht die dit thema op de politieke kaart houdt.
Zij wijzen consequent op de problematiek van het "studie-infarct": de neiging van de Vlaamse overheid om miljoenen te investeren in dure ontwerponderzoeken, zoals de Antwerpse Klimaatgordel, terwijl het budget voor de effectieve uitvoering op het terrein uitblijft.


GroenRand stelt terecht dat biodiversiteit niet herstelt van een prachtig PDF-rapport, maar van de fysieke bouw van ecoducten en het zuiveren van waterlopen.
Terwijl miljarden naar infrastructuur vloeien, blijft het budget voor ontsnippering via het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO) beperkt.
Voor de Antitankgracht betekent dit dat zij wel als "prioritair" op papier staat, maar dat de uitvoering voor de periode 2026-2031 onzeker blijft door politieke prioritering van asfalt boven natuur.
De politieke discussie voor de komende jaren bevindt zich in een kritiek spanningsveld.

Hoewel de wetenschappelijke noodzaak door het INBO uitvoerig is gedocumenteerd, staat er een duidelijke budgettaire rem op de plannen.
GroenRand waarschuwt dat dit uitstel fataal kan zijn. De genetische klok doortikt onverbiddelijk.
De Europese Natuurherstelwet dwingt Vlaanderen om tegen 2030 de biodiversiteit structureel te herstellen.
Zonder een substantiële verhoging van de budgetten dreigt onze natuur een verzameling geïsoleerde "levende kerkhoven" te blijven. De rol van burgercollectieven zoals GroenRand blijft essentieel om te eisen dat ontsnippering een integraal onderdeel wordt van elk mobiliteitsplan.
Er is nood aan een verschuiving van "papieren natuur" naar tastbare resultaten.
Alleen door deze dodelijke barrières structureel te doorbreken via tunnels en ecoducten — de zogenaamde "huwelijksbootjes" voor genetische uitwisseling — kan de biologische veerkracht van de Vlaamse natuur voor de toekomst worden veiliggesteld.
Foto's: Wim Verschraegen en Frank Vermeiren - medewerkers van Onze GroenRand-natuur


Grote belangstelling voor de otter: Volgeboekte Europese conferentie toont breed maatschappelijk draagvlak

Massale belangstelling voor de otter: Volgeboekte Europese conferentie bewijst enorm maatschappelijk draagvlak

© ​Yves Adams

Op 12 en 13 maart 2026 vormt het Provinciehuis Antwerpen het strategische middelpunt van de Europese natuurbescherming. Dat deze Europese Otterconferentie reeds maanden op voorhand officieel volgeboekt is, mag een ongekend succes worden genoemd. In de wereld van de internationale wetenschap en natuurbeheer is het zeldzaam dat een technisch congres zo’n enorme stormloop veroorzaakt. Deze massale belangstelling is het onomstotelijke bewijs van een diepgeworteld maatschappelijk draagvlak: de otter is in Vlaanderen geëvolueerd van een schuwe, bijna uitgestorven soort tot een krachtig nationaal symbool voor de broodnodige hersteloperatie van onze natuur.


Het succes van de inschrijvingen fungeert als een luid en duidelijk signaal naar de Wetstraat: de burger, de wetenschapper en de natuurbeheerder eisen samen een ambitieuzer en slagvaardiger beleid.
De otter is immers een icoon en graadmeter voor gezonde water- en natte ecosystemen.
Tijdens de conferentie wordt uitgebreid besproken hoe kritieke knelpunten – zoals de versnippering van leefgebieden en het hoge aantal verkeersslachtoffers – structureel kunnen worden aangepakt, en hoe de populatiekloof tussen verschillende landen kan worden gedicht.
Het congres biedt een uniek platform om praktische ervaringen uit te wisselen, waarbij succesvolle praktijkvoorbeelden worden gedeeld uit Nederland, België, Frankrijk en andere Europese landen. Deelnemers gaan naar huis met direct toepasbare kennis en inspiratie voor hun eigen herstelprojecten.

De bijeenkomst, mede mogelijk gemaakt dankzij het Interreg-project 'Otter over de grens', vormt hiermee een unieke gelegenheid voor grensoverschrijdende samenwerking en het versterken van robuuste waterecosystemen in Europa.
Dit congres fungeert tevens als het formele sluitstuk van de eerste vijfjarige cyclus van het Vlaamse Soortenbeschermingsprogramma (SBP) Otter.
Dat dit programma juist nu eindigt, markeert geen voltooiing, maar een kritiek evaluatiemoment.
Met een populatie die op slechts 5 tot 15 exemplaren wordt geschat, blijft de situatie uiterst precair.
De afgelopen jaren is hier en daar geïnvesteerd in de 'hardware' van de natuurbescherming, zoals faunatunnels en loopplanken. Hoewel dit reanimatiepakket een goede aanzet was, volstaat het nog lang niet voor een zelfbedruipende populatie.
De conferentie dient daarom als platform waar experts van de IUCN Otter Specialist Group en het WWF België een fundamentele koerswijziging bepleiten: van het redden van individuen naar het herstellen van volledige watersystemen.
De financiële realiteit achter dit herstel legt echter een pijnlijke kloof bloot tussen ambitie en uitvoering.
Er wordt vandaag nog te vaak en te eenzijdig gerekend op tijdelijke Europese subsidies om de Vlaamse natuurdoelen te halen.
Hoewel de Vlaamse overheid in februari 2026 nog projectsubsidies voor soorten goedkeurde, is het totale bedrag van € 218.706 bestemd voor maar liefst 12 verschillende projecten, verdeeld over diverse soorten zoals weidevogels en vleermuizen.
Voor de otter zelf gaat het om slechts 3 regionale projecten, wat neerkomt op een directe investering van maximaal € 90.000. Wanneer men dit bedrag afzet tegen de gigantische uitdagingen — zoals de sanering van PFAS-verontreiniging, het herstel van volledige valleien en de herinrichting van de 33 km lange Antitankgracht — is de conclusie onvermijdelijk: de otter is de pineut van bezuinigingen en ondergefinancierd beleid.
Met minder dan een ton aan directe projectsteun voor heel Vlaanderen blijft de soort steken in de overlevingsmodus.
De onzekerheid wordt nog groter bij het bekijken van de structurele ontsnipperingsmiddelen.
Hoewel het VAPEO-programma (Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering) ooit ambitieus startte, is de structurele financiering voor de komende jaren onduidelijk.

Het nieuwe investeringsprogramma voor de cruciale periode 2026-2031 is momenteel nog een onbeschreven blad dat pas tijdens de komende begrotingsbesprekingen vorm moet krijgen.
Dit gebrek aan langetermijnfinanciering betekent dat de otter de dubbele pineut is: hij verliest niet alleen zijn Europese steun in 2027, maar dreigt ook de aansluiting te missen bij een haperend Vlaams ontsnipperingsbeleid.
Zonder harde garanties voor miljoeneninvesteringen in ecoducten en ecotunnels tot 2031, blijven de 33 kilometer van de Antitankgracht een verzameling losse segmenten in plaats van een veilige thuishaven.
In de schaduw van dit congres speelt de regionale vereniging GroenRand een cruciale rol.

Voor hen markeert mei 2026 een strategische transformatie: zij ronden hun publieksgerichte ottercampagne af om zich voortaan te profileren als een onafhankelijke kwaliteitsbewaker voor beleidsopvolging.
De focus verschuift definitief naar de Wetstraat.
De vereniging zal nauwgezet toezien op de feitelijke uitvoering van natuurplannen door de overheid.
De tijd van vrijblijvendheid is voorbij; GroenRand streeft naar concrete resultaten en spreekt volksvertegenwoordigers direct aan op hun controlerende taak.
Zij roepen parlementsleden op om samen minister Brouns te ondervragen via parlementaire weg – middels actuele vragen, interpellaties en hoorzittingen – om harde garanties af te dwingen voor structurele budgetten voor een noodzakelijk SBP 2.0 en een daadkrachtig VAPEO-budget tot 2031.
Centraal hierin staat het Projectplan Antitankgracht 2026-2031, dat versnipperde natuurgebieden in de Antwerpse regio werkelijk moet verbinden.
Het programma van de conferentie weerspiegelt deze noodzaak tot integrale actie.


Op donderdag 12 maart vindt een diepgaande kennisuitwisseling plaats in het Provinciehuis, gevolgd door een terreinbezoek aan de Polders van Kruibeke in het Nationaal Park Scheldevallei op vrijdag 13 maart.
Hier staat de onmisbare rol van het vrijwillige Otter- en Bevernetwerk centraal.
Hun jarenlange inzet met cameravallen heeft geleid tot het huidige maatschappelijke draagvlak en legt de basis voor de politieke claim op meer natuurruimte.
De verzamelde beelden bewijzen onomstotelijk dat de otter de wil heeft om terug te keren, maar dat de fysieke en chemische barrières hem daarvan weerhouden.
Het succes van dit volgeboekte congres onderstreept dat de sector de budgettaire tekorten aan den lijve voelt en een krachtig signaal afgeeft: de tijd van symbolische bedragen en het louter "rekenen op Europa" moet plaatsmaken voor grootschalige, Vlaamse investeringen die minstens tot 2031 zijn vastgelegd.
De transformatie van GroenRand symboliseert de overgang van sensibilisering naar een deskundige beleidsopvolging.
De otter fungeert als de ultieme graadmeter voor de politieke moed om te kiezen voor zuiver water en een verbonden landschap. De uiteindelijke waarde van dit congres zal blijken uit de politieke daadkracht in de maanden die volgen.
Het doel is dat de otter in Vlaanderen niet langer als een zeldzame gast wordt beschouwd, maar als een permanente bewoner wordt verankerd. Dit dubbele slotakkoord is geen eindstation, maar de noodzakelijke start van een nieuwe fase waarin de overheid de regie neemt over een natuurherstel dat de schamele projectsubsidies van vandaag ver overstijgt.

De otter is terug; nu is het aan het beleid om ervoor te zorgen dat hij niet langer de pineut blijft van een gebrek aan structurele Vlaamse middelen.
Hiervoor is het essentieel dat volksvertegenwoordigers de minister kritisch bevragen over de budgettaire continuïteit na 2026, de concrete ontsnipperingsschema's tot 2031 en de specifieke sanering van habitats in kerngebieden.
Enkel door kennis te verbinden met hard beleid kan de otter in Vlaanderen werkelijk een toekomst worden geboden.

zaterdag 14 februari 2026

Verslag: GroenRand tijdens de 29ste ANKONA-ontmoetingsdag 2026 – Een blauwdruk voor natuur in de stadse omgeving

Verslag: GroenRand op de 29ste ANKONA-ontmoetingsdag 2026 – Een Blauwdruk voor Natuur in het Beton 

Vandaag vormde de UA-campus Drie Eiken het kloppend hart van de Vlaamse natuurstudie. Als redactie van GroenRand zagen wij een aula die tot de laatste stoel gevuld was met een unieke mix van vrijwilligers, professionele biologen en beleidsmakers.


De Provincie Antwerpen zette met het centrale thema 'Biodiversiteit in bebouwd landschap' de toon voor een noodzakelijke transitie: natuur is in onze regio niet langer iets voor 'buiten de stad', maar een essentieel onderdeel van onze stedelijke leefbaarheid en klimaatadaptatie. De dag opende met een krachtig pleidooi van onderzoekers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Een van de meest besproken lezingen was 'Licht uit, biodiversiteit aan!'.
Hierin werd de desastreuze impact van lichtvervuiling op de biologische klok van nachtactieve fauna blootgelegd. In het bijzonder werd de situatie van vleermuizen in de Antwerpse rand toegelicht. Zij verliezen hun vliegroutes door de overdaad aan kunstlicht. GroenRand pleit hier al langer voor 'duisternis als kwaliteit', en het was bemoedigend om te zien dat de provincie nu concrete richtlijnen voor slimme verlichting omarmt om deze onzichtbare barrières te doorbreken. Daarnaast werd de problematiek van invasieve uitheemse soorten uitgebreid behandeld. De opmars van de Aziatische hoornaar en de negatieve impact op onze wilde bijenpopulaties vraagt om een gecoördineerde aanpak. Onder het motto 'Meten is weten' werd aangetoond dat data van citizen science-platforms zoals Waarnemingen.be de enige manier is om deze invasies tijdig in kaart te brengen en effectief te beheren. Een ander boeiend luik was de monitoring van marterachtigen. Experts toonden aan hoe de steenmarter en de boommarter hun weg terugvinden naar de bebouwde kom, wat zowel kansen voor de biodiversiteit als uitdagingen voor de relatie met de mens met zich meebrengt.

Parallel hieraan vond de populaire workshop 'Het leven in een waterdruppel' plaats.
Onze redactie zag hoe deelnemers met microscopen de onzichtbare wereld van raderdiertjes en watervlooien ontdekten. Deze micro-organismen fungeren als de ultieme bio-indicatoren voor onze waterkwaliteit;
Hun aanwezigheid vertelt ons direct hoe gezond onze stadsvijvers en poelen zijn. Deze technische vaardigheden stellen vrijwilligers in staat om in hun eigen gemeente de vinger aan de pols te houden van lokale ecosystemen.
De focus op de kleinste details werd prachtig gespiegeld in de vertoning van de bekroonde film 'Een gemeenschap van leven' van Rik van der Linden.
Deze documentaire vormde het emotionele ankerpunt van de dag en illustreerde de onzichtbare draden van symbiose en bestuiving die ons ecosysteem overeind houden.



Een opvallend voorbeeld was de natuurlijke bestrijding van de eikenprocessierups door het stimuleren van natuurlijke vijanden zoals mezen en sluipvliegen, wat op lange termijn effectiever bleek dan chemische interventies.
De film was een krachtig pleidooi om natuurbeheer niet te laten stoppen bij de perceelsgrens, maar te bouwen aan een groen-blauwe dooradering van ons landschap.
Op de drukbezochte infomarkt spraken wij uitgebreid met vogelwerkgroep De Stadsmus.
Hun projecten rond de bescherming van gierzwaluwen en de bouw van de 'beestentoren' in de Wolvenberg zijn schoolvoorbeelden van hoe lokale actie een verschil maakt. De passie waarmee deze vrijwilligers data verzamelen in het Stadspark of op de Konijnenwei is de brandstof voor het provinciale beleid.
Er was tevens aandacht voor de herwaardering van begraafplaatsen als stilte-natuurgebieden.
Waar deze plekken vroeger vaak steriel en strak gemaaid waren, evolueren ze nu naar hotspots voor biodiversiteit door extensief maaibeheer en het behoud van oude muren en holle bomen.
Dit biedt een toevluchtsoord aan zeldzame korstmossen, solitaire bijen en zelfs de hazelmuis, ver weg van de stedelijke hectiek.

De dag bereikte een formeel hoogtepunt met de uitreiking van de ANKONA-vrijwilligersprijs, een erkenning voor de duizenden uren onbezoldigd veldwerk die de basis vormen voor wetenschappelijk onderbouwde natuurdoelen.
De afsluitende netwerkreceptie bood de gelegenheid om ervaringen uit te wisselen tussen verschillende verenigingen, waarbij nieuwe samenwerkingsverbanden voor 2026 werden gesmeed.
Als redactie van GroenRand concluderen wij dat dit congres een krachtige bevestiging is van de visie die wij al jaren uitdragen.
De gepresenteerde inzichten over biodiversiteit in de stadsrand sluiten naadloos aan bij onze eigen kernpunten voor een robuust landschap.
Wij zien een sterke parallel tussen de wetenschappelijke noodzaak van ecologische verbindingen en onze roep om een volwaardige groen-blauwe dooradering. De groene rand en de stadsrand mogen geen barrière zijn, maar moet een genetische brug vormen tussen grotere natuurkernen zoals de Antitankgracht, die als cruciale klimaatbuffer fungeert.
De focus op waterkwaliteit onderstreept bovendien onze inzet voor gezonde ecosystemen die weerbaarder zijn tegen plagen en klimaatextremen.
Daarnaast vindt de herwaardering van 'vergeten' ruimtes zoals begraafplaatsen, de dringende nood aan ontharding in de Noordrand en het versterken van het houtkantennetwerk een directe weerklank in onze ambitie voor natuurverweving en een klimaatbestendige Voorkempen.
Alle presentaties, wetenschappelijke abstracts en postersessies van vandaag worden binnenkort gebundeld in een digitaal verslagboekje op de officiële ANKONA-website.

Voor wie direct aan de slag wil, blijft de boodschap van deze dag helder: de weg naar een groener bebouwd landschap vraagt om kennis, passie en een onvermoeibare inzet voor de gemeenschap van leven die ons allen omringt.
Onze missie voor een gezonde leefomgeving en een kritische monitoring van het natuurbeleid blijft onverminderd groot, gesteund door de bosuitbreidingsplannen in Zoersel, Schilde en Malle. Dit congres bewees dat de strijd voor een groene, duistere en biodiverse provincie gedragen wordt door een onstuitbare gemeenschap van leven.

Foto's: INBO - Ardea

Code Rood in het INBO-Rapport: Waarom de Nieuwste Zesjaarlijkse Evaluatie Vlaanderen dwingt tot scherpe keuzes

Code Rood in het INBO-rapport: waarom de nieuwste zesjaarlijkse evaluatie Vlaanderen voor scherpe keuzes stelt

Het gaat niet goed met de Vlaamse natuur. Dat is de nuchtere en ontnuchterende conclusie van de nieuwste zesjaarlijkse evaluatie door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO).
Terwijl we in de media vaak lezen over de spectaculaire triomftocht van de zeearend of de boomkikker, bloedt de biodiversiteit op het platteland in stilte dood.
Het rapport legt een pijnlijke paradox bloot.
We zijn zeer succesvol in het redden van specifieke paradepaardjes via dure en gerichte projecten.
Maar we falen op grote schaal in het beschermen van de basiskwaliteit van ons landschap.
Het INBO stelt onomwonden dat we tot nu toe vooral het laaghangend fruit hebben geplukt.
De herstelmaatregelen die nu nodig zijn, vragen om veel scherpere keuzes voor een robuust en aaneengesloten landschap.
De focus moet nu liggen op vernatting.
Toch tonen de successen aan dat natuurherstel werkt als we de politieke moed hebben om de natuur de ruimte te bieden die ze nodig heeft.


Een van de meest sprekende voorbeelden van hoe menselijk ingrijpen het tij kan keren, is de boomkikker.
Dit felgroene kikkertje van amper vijf centimeter lang is een bijzonderheid in onze streken.
Dankzij speciale zuignapjes op zijn tenen is het de enige inheemse soort die behendig in braamstruiken en bomen klimt om te zonnen of te jagen.
De boomkikker dankt zijn naam aan dit unieke klimvermogen.
In de vorige eeuw was de soort bijna volledig van de kaart geveegd door de schaalvergroting in de landbouw.
Dankzij grootschalige projecten waarbij honderden poelen werden hersteld en kilometers aan hagen en houtkanten werden heraangelegd, klom de soort spectaculair uit een diep dal.

Het succes van de boomkikker bewijst dat we soorten kunnen redden als we hun specifieke behoeften centraal stellen.
Ook langs de Schelde zien we een vergelijkbaar mirakel dat twintig jaar geleden ondenkbaar was.
De rivier was ooit een van de meest vervuilde van Europa.
Nu is ze getransformeerd tot een ecologische snelweg.

De fint is hier de grote graadmeter.
Deze zilverkleurige haringachtige vis brengt een groot deel van zijn leven op zee door maar trekt de rivieren op om te paaien.
Het is een trekvis die extreem gevoelig is voor zuurstofgebrek in het water.
Dat de fint nu weer in groten getale in de Schelde rondzwemt en daar ’s nachts zijn kenmerkende paaisprongen boven het wateroppervlak maakt, vertelt ons alles over de verbeterde waterkwaliteit.
In de slipstroom van dit waterherstel keerden ook de grote vogels terug.


De lepelaar is weer een vaste bewoner.
Deze statige witte vogel met zijn zwarte snavel die als een lepel door het water zeeft op zoek naar stekelbaarsjes en garnalen, is een icoon geworden van de Scheldevallei.
In de uitgestrekte rietkragen die door het Sigmaplan zijn gecreëerd, vinden we ook de meer mysterieuze bewoners terug.


De roerdomp is een reigersoort die zich meesterlijk onzichtbaar maakt tussen de stengels.
Bij het minste gevaar neemt hij de paalhouding aan.
Hierbij steekt hij zijn hals en snavel recht omhoog zodat zijn bruin-gestreepte verenkleed perfect versmelt met het riet.
Naast hem leeft de woudaap.

Dit is het kleinste reigertje van Europa. Deze vogel is niet groter dan een duif en vliegt zelden.
In plaats daarvan klautert hij met zijn lange tenen behendig als een primaat door rietstengels en struiken.
Dit leverde hem de naam woudaap op.

De absolute kroon op het werk is de terugkeer van de zeearend. Dit is de grootste roofvogel van Europa met een spanwijdte van wel 2,4 meter.
Dat deze vliegende deur weer in Vlaanderen broedt, is het ultieme bewijs dat we in staat zijn om top-predatoren de ruimte te geven die ze nodig hebben.
Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is dit succes direct te danken aan de langetermijnvisie van het Sigmaplan.
Dit ambitieuze project zet in op natuurlijke overstromingsgebieden om water bij hevige regenval langer op te houden.
Het is een strategie die veiligheid voor de mens combineert met kansen voor de natuur.
Tijd en continuïteit zijn hierbij de cruciale factoren.
In het begin was de weerstand echter enorm.
Omwonenden en landbouwers vreesden dat meer ruimte voor de Schelde hun gronden minder waard zou maken.
Ze dachten dat de natuur afval en ongedierte tot aan hun achterdeur zou brengen.
Gaandeweg zagen ze echter in dat de nieuwe natuur kansen bood voor recreatie en levenskwaliteit.
Vandaag is die houding volledig gedraaid.
Voormalige tegenstanders baten nu succesvolle B&B’s uit voor natuurtoeristen.
Ze gidsen groepen door de gebieden om een glimp op te vangen van de otter.
Dit slanke roofzoogdier met zijn waterafstotende vacht overleeft enkel in visrijk en zuiver water.

De boommarter is een van de meest mysterieuze bewoners van onze Vlaamse natuur en zijn voorzichtige terugkeer naar de Voorkempen is een hoopvol teken voor de lokale biodiversiteit. In tegenstelling tot zijn cultuurminnende neef, de steenmarter, is de boommarter een kritische bosbewoner die hoge eisen stelt aan zijn leefomgeving.
Voor deze schuwe marterachtige is een versnipperd landschap namelijk een onoverkomelijke hindernis.
De soort verplaatst zich bij voorkeur via de boomkruinen en mijdt open vlaktes waar hij kwetsbaar is voor predatoren en het verkeer.
Een robuust en ononderbroken bosareaal is essentieel omdat boommarters over enorme territoria beschikken, waarbij een enkel mannetje soms wel 2.000 hectare bestrijkt.
Binnen deze gebieden heeft hij nood aan variatie: oude loofbomen met natuurlijke holtes of spechtengaten dienen als veilige rustplaatsen en kraamkamers, terwijl een dichte ondergroei zorgt voor voldoende voedsel in de vorm van muizen, vogels en vruchten.
Wanneer natuurgebieden via ecologische corridors zoals de Antitankgracht met elkaar verbonden worden, ontstaat er een groen netwerk dat de boommarter in staat stelt om nieuwe territoria te bezetten en genetische uitwisseling tussen populaties te waarborgen. De terugkeer van de otter en de bever is deels te danken aan hun Europese beschermingsstatus.
Voor de wolf volstond het soms simpelweg dat we stopten met hem massaal te doden.
Achter deze glansrijke verhalen schuilt echter een bikkelharde realiteit die we niet langer kunnen negeren.
Nergens in Europa is het met de natuur slechter gesteld dan bij ons.
Van de 70 Europees beschermde soorten verkeren er slechts 18 in een gunstige staat van instandhouding.
Nog eens 18 soorten bevinden zich in een matig ongunstige staat. Met 29 soorten gaat het ronduit slecht.
Bij de beschermde habitattypes is het beeld nog dramatischer.
Van de 46 ecosystemen zijn er slechts twee in gunstige staat.
Met twee is het matig ongunstig gesteld en maar liefst 40 habitats scoren zeer ongunstig.
Vooral in het cultuurlandschap voltrekt zich een stille ramp. Vogelsoorten zoals de kwartelkoning en het paapje zitten op een dieptepunt.
Dat geldt ook voor de veldleeuwerik en de kievit.
De kwartelkoning is een schuwe vogel die zich diep in de graslanden verschuilt.
Hij valt enkel op door zijn raspende crex-crex roep.
De wilde hamster hapt eveneens naar zijn laatste adem.
De hamster heeft diepe bodems nodig waarin hij zijn burchten kan graven.
Hij vindt in het moderne landschap echter geen dekking en geen voedselvoorraad.
Zelfs de bunzing boert zienderogen achteruit.

De bunzing is een marterachtige met een karakteristiek zwart masker rond de ogen.
Onze natuur is versnipperd in kleine en geïsoleerde eilandjes die worden verstikt door stikstof.
Ze worden geteisterd door een sluipende crisis van verdroging. Sinds 1960 is maar liefst driekwart van onze natte natuur verdwenen.
We hebben rivieren rechtgetrokken en natte gronden gedraineerd. Hierdoor zijn soorten zoals de heikikker en de groenknolorchis in vrije val geraakt. De mannetjes van de heikikker kleuren in de paartijd voor slechts enkele dagen spectaculair hemelsblauw. De groenknolorchis is een kleine orchidee die fungeert als de graadmeter voor waterkwaliteit. Zodra de bodem verdroogt, sterft de plant onmiddellijk af.

Natuurvereniging GroenRand wijst er terecht op dat we onmiddellijk moeten stoppen met postzegelnatuur

In kleine en versnipperde gebieden hebben kwetsbare soorten geen kans om een gezonde populatie in stand te houden.
Een gunstige staat van instandhouding halen we alleen met grotere en robuustere stukken natuur.
Een hamster redt het niet met een eenzame houtkant tussen intensief bespoten akkers.
GroenRand pleit daarom voor scherpe beleidskeuzes waarbij in bepaalde zones de natuur echt voorrang krijgt.
Dit is geen luxe maar een noodzaak voor onze ecosysteemdiensten. Critici vragen zich af of we elke orchidee of hamster in stand moeten houden.
GroenRand begrijpt die reactie maar benadrukt dat dit de kanaries in de koolmijn zijn.
Als zij verdwijnen, vertelt dat ons dat de basiskwaliteit van onze leefomgeving wankelt.
Bovendien hebben we als mens een ethische plicht om deze soorten te behouden.
Er is ook een juridisch argument want de richtlijnen die ons verplichten deze soorten te beschermen zijn democratisch aanvaard.
De mogelijkheden voor herstel zijn er gelukkig wel degelijk.
Eerder onderzoek van het INBO toont aan dat er in Vlaanderen nog ongeveer 150.000 hectare aan vernietigde natte natuur te herstellen valt.
Dit is potentieel dat wacht op een nieuwe kans.
Projecten rond de Demer en de Dijle bewijzen inmiddels dat we het model van de Scheldevallei op veel meer plaatsen kunnen uitrollen. Door rivieren weer ruimte te geven en te vernatten, wapenen we onszelf tegen droogte en wateroverlast.
Met de Europese Natuurherstelwet is de vrijblijvendheid voorbij. Tegen 2030 moet in 30 procent van de natuur in slechte staat herstel zijn ingezet.
Dit cijfer moet klimmen naar 90 procent in 2050. Dit lijkt veraf maar natuurherstel vergt decennia.
GroenRand benadrukt dat veel maatregelen al jaren klaarliggen op de plank.
Denk hierbij aan het ontsnipperen en verbinden van natuurkernen. In plaats van de kop in het zand te steken, moeten we nu een tand bijsteken.
De natuur heeft in de Scheldevallei bewezen dat ze klaar is voor een comeback.
De grote vraag is of we de politieke moed hebben om de natuur de robuuste ruimte te bieden die ze verdient. Foto's: Wim Verschraegen

GroenRand en de race tegen de klok: de Vlaamse otter als cruciale inzet op de Europese Otterconferentie 2026

GroenRand en de Race tegen de Klok: De Vlaamse Otter als Bindende Inzet op de Europese Otterconferentie 2026

Op 12 en 13 maart 2026 verzamelen internationale experts, topwetenschappers en beleidsmakers zich in het Provinciehuis van Antwerpen voor de Europese Otterconferentie.
Dit congres is niet zomaar een academische bijeenkomst.
Het is het brandpunt van een dwingende vraag: slaagt Vlaanderen erin om de otter van een zeldzame gast weer in een blijvende bewoner te transformeren?
Voor de inwoners van de Voorkempen en de vereniging GroenRand is dit geen abstracte discussie, maar een strijd die zich dagelijks afspeelt langs de oevers van de Antitankgracht.
De geschiedenis van de Europese otter (Lutra lutra) in Vlaanderen is een tragische kroniek van een koning die van zijn troon werd gestoten.
Tot diep in de 19e eeuw was de otter alomtegenwoordig in vrijwel alle Vlaamse rivierbekkens.
Hij werd destijds echter niet gezien als een icoon van natuurpracht, maar als een schadelijk roofdier dat de visbestanden plunderde.
De overheid loofde zelfs officiële premies uit voor elke gedode otter, een beleid dat leidde tot een systematische en door de staat gesteunde vervolging die de populatie decimeerde nog voor de moderne industriële dreigingen de kop opstaken.
In de 20e eeuw kreeg de otter de genadeslag door habitatvernietiging op ongekende schaal: rivieren werden rechtgetrokken voor de scheepvaart, oevers gebetonneerd en uitgestrekte wetlands drooggelegd voor landbouw en bewoning. De finale nekslag viel in de jaren '60 en '70 door extreme watervervuiling.
Zware metalen en pesticiden vernietigden de visstand en vergiftigden de laatste dieren.
In de jaren '80 werd de soort in Vlaanderen officieel als uitgestorven beschouwd.
De huidige, uiterst voorzichtige terugkeer is dan ook een historisch eerherstel in een vijandig landschap van beton en onzichtbaar gif.
Alarmerend rapport

Vandaag de dag tonen data uit een alarmerend rapport van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), gepubliceerd op 19 juni 2025, aan dat de leefomstandigheden voor de otter in België nog steeds als "zeer ongunstig" worden geclassificeerd volgens de Europese Habitatrichtlijn.
De cijfers laten aan duidelijkheid niets te wensen over: in heel Vlaanderen leven er momenteel naar schatting slechts minimum 5 tot maximum 15 individuen.
Geen geslaagde voortplanting

Misschien wel de meest zorgwekkende vaststelling uit het rapport is dat er geen recente bewijzen zijn van geslaagde voortplanting op Vlaamse bodem.
Wetenschappers baseren deze harde conclusie op drie onweerlegbare methodieken.
Ten eerste is er de revolutionaire eDNA-monitoring (environmental DNA).
Hierbij filteren wetenschappers watermonsters om microscopische genetische fragmenten – zoals huidschilfers of urine – op te vangen. Via een complexe qPCR-analyse in het laboratorium wordt gezocht naar specifieke genetische merkers.
Hoewel deze techniek de aanwezigheid van otters bevestigt, ontbreekt de genetische diversiteit die onvermijdelijk gepaard gaat met een groeiende populatie met jongen, wat bevestigt dat de populatie momenteel enkel overleeft door solitaire migranten uit Nederland of Wallonië.
Ten tweede leggen wildcamera's op locaties zoals de Sint-Onolfspolder uitsluitend solitaire volwassenen vast.
Moeders met pups blijven volledig uit het zicht.
Ten slotte toont genetische spraint-analyse aan dat er geen nieuwe DNA-profielen opduiken die wijzen op lokaal geboren nakomelingen.
De otter fungeert hierbij als een cruciale paraplusoort en een graadmeter voor gezond water.
Zijn onvermogen om een fokpopulatie te vormen onthult een dieper liggend probleem: de onzichtbare chemische waterkwaliteit. Hoewel rivieren visueel schoner zijn dan in de jaren '70, hopen toxische stoffen als PCB’s en PFAS zich op in de visstand.
De wetenschappelijke drempelwaarden voor een gezonde voortplanting zijn streng.
Zodra concentraties van PCB's in het visweefsel de grens van 50 ng/g lipide overschrijden, daalt de fertiliteit van otters drastisch. Vooral vissoorten als de vetrijke paling, de blankvoorn en de baars slaan deze stoffen op.
Omdat de otter aan de top van de voedselketen staat en dagelijks tot 25% van zijn lichaamsgewicht aan vis eet, krijgt hij een geconcentreerde dosis toxines binnen die de hormoonhuishouding van vrouwtjes verstoort, waardoor een succesvolle dracht uitblijft.
In onze regio: het belang van de Antitankgracht

In de Voorkempen is de Antitankgracht (ATG) de absolute sleutel tot herstel.
Deze 33 kilometer lange watergordel verbindt de Scheldevallei met de Kempen en fungeert als een strategische 'ecologische snelweg' die een veilig netwerk van honderden kilometers aan waterwegen ontsluit.
Hier komt de cruciale samenwerking tussen de lokale partners naar voren.
De vrijwilligers van Natuurpunt Brasschaat hebben met monnikenwerk alle fysieke knelpunten op het terrein in kaart gebracht.
Dankzij hun inventarisatie weten we nu exact waar de "moordenaars" zich bevinden: het zijn niet de beken zelf — zoals de Zwanenbeek, de Laarse Beek, de Kaartse Beek en de Grote en Kleine Schijn — maar de gewestwegen en lokale wegen die de Antitankgracht doorsnijden.
Wanneer een otter de gracht volgt en stuit op een brug of duiker zonder droge oever, weigert hij ondergronds te zwemmen.
Het dier klimt de oever op, met fatale gevolgen: naar schatting 90% van de ottersterfte in Vlaanderen is het gevolg van het verkeer.
Om de waterkwaliteit van de ATG te redden, is het technisch meanderen (kronkelen) van deze kruisende beken noodzakelijk. Door de loop van de Schijn of de Laarse Beek kunstmatig te verlengen via 'rem-meanders' en de oevers af te schuinen tot moerassige zones, wordt de stroomsnelheid verlaagd.
Dit proces van fytoremediatie laat PFAS-vervuilde sedimenten bezinken in natuurlijke rietlanden voordat ze de ATG bereiken. Bovendien creëert dit de broodnodige 'kraamkamers' voor de visstand, wat de menukaart van de otter verrijkt.
Op basis van de data van Natuurpunt fungeert de vereniging GroenRand als de strategische belangenbehartiger en politieke pleitbezorger
GroenRand heeft een breed parlementair front gemobiliseerd, met volksvertegenwoordigers zoals Mieke Schauvliege (Groen), Sanne Van Looy (N-VA), Mien Van Olmen (CD&V) en Bieke Verlinden (Vooruit), om de Vlaamse Regering in het parlement te confronteren met de harde realiteit.
Zij hameren op een cruciaal juridisch punt: het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) Otter is niet vrijblijvend, maar bindend.
De Vlaamse Regering is wettelijk verplicht om de acties binnen de looptijd van het programma (2021-2026) uit te voeren.
De klok tikt onverbiddelijk: de overheid heeft nog minder dan één jaar om de doelen te halen.
De minister rekent echter veel te zwaar op tijdelijk Europees geld, zoals het Interreg-project 'Otter over de grens' van ruim 3 miljoen euro.
De fundamentele aanklacht van GroenRand luidt dat er geen structureel budget is voorzien voor VAPEO (Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering), ooit gelanceerd door Lydia Peeters, in de Vlaamse begroting voor 2025.
De parlementsleden vragen specifiek naar garanties voor de fysieke bouw van looprichels en confronteren de minister met de "VAPEO-leegte".
Als de Europese subsidies wegvallen, stort het beleid als een kaartenhuis in elkaar.
Hoewel minister Jo Brouns op 5 februari 2026 een pakket van € 218.706 goedkeurde voor 12 specifieke projecten — verdeeld over Regionaal Landschap De Voorkempen (ontsnippering ATG), RL Schelde-Durme (oevers), RL Kempen en Maasland (looprichels), Universiteit Antwerpen (PFAS-onderzoek), Natuurpunt (rietlanden), de VMM (vispassages), de Provincie Antwerpen (duikers), RL Rivierland (corridors), INBO (eDNA), ANB (shelters), RL Haspengouw (migratie) en WWF-België (coördinatie) — blijft dit budget met een gemiddelde van slechts € 18.225 per project ontoereikend voor de bindende opgave om gewestwegen te ontsnipperen.
Nochtans is de economische argumentatie voor natuurherstel onweerlegbaar
Wetenschappelijk onderzoek naar ecosysteemdiensten toont aan dat elke euro geïnvesteerd in natuurherstel tot € 51 aan maatschappelijke baten oplevert. Deze enorme Return on Investment (ROI) vloeit voort uit verbeterde waterretentie die overstromingsschade beperkt, natuurlijke waterzuivering die de kosten voor drinkwaterproductie drukt, en klimaatadaptatie in een verhittend Vlaanderen. Wanneer we alle feiten samenvoegen, ontstaat een helder beeld van de uitdagingen voor de otter in Vlaanderen. Het huidige Soortenbeschermingsprogramma (SBP) loopt af in mei 2026. Omdat de doelstellingen rond een gezonde populatie en een veilig leefgebied bij lange na niet zijn gehaald, wordt een verlenging van vijf jaar verwacht, waardoor het programma zou doorlopen tot 2031. Hoewel deze verlenging de juridische basis vormt, ontbreekt op dit moment een structurele financiering voor de volledige nieuwe termijn. Overheid moet een tandje bijsteken

De financiële situatie is kwetsbaar omdat de belangrijkste motor achter grote projecten, de Europese steun via Otter over de grens, stopt op 31 maart 2027.
De Vlaamse overheid rekent momenteel sterk op dergelijke externe middelen en incidentele projectsubsidies, zoals het recente pakket van circa €218.000 dat bovendien gedeeld moet worden met projecten voor andere soorten.
Dit budget is onvoldoende om de honderden knelpunten voor ontsnippering structureel aan te pakken.
Bovendien zijn er in de meerjarenbegroting tot 2031 nog geen nieuwe, vaste middelen gereserveerd voor het actieprogramma ontsnippering (VAPEO).
De vaststelling dat de doelstellingen niet zijn gehaald en dat er te weinig is geïnvesteerd in een samenhangend netwerk, is op basis van deze cijfers feitelijk te onderbouwen.
Zonder een krachtige langetermijnvisie en een verschuiving van tijdelijk projectgeld naar een vast Vlaams budget na 2027, blijft de bescherming van de otter onzeker.
De Europese Otterconferentie in maart 2026 wordt dan ook het beslissende moment om te zien of de overheid deze financieringskloof daadwerkelijk gaat dichten voor de periode tot 2031.
Investeren in de otter is dus geen hobby, maar een nuchtere economische keuze.
Pas als de Vlaamse Regering haar eigen bindende besluiten honoreert met een structureel VAPEO-budget en de beken in de Voorkempen weer laat kronkelen, kan de otter weer veilig pups grootbrengen.
De otter redden betekent de politiek verantwoordelijk houden en de beken bij de bron aanpakken. Pas dan is onze natuurlijke graadmeter weer gezond.

Foto otter:  © ​Yves Adams

vrijdag 13 februari 2026

De GroenRand-Saga: Een Decennium van Ecologische Diplomatie en Landschapsvisie (2016-2026)

De GroenRand-Saga: Een Decennium van Ecologische Diplomatie en Landschapsvisie (2016-2026)