Van A tot Z: De tapuit door de lens van Frank Vermeiren
Wie de afgelopen maanden de weidse landbouwgronden, uitgestrekte akkers en grote open vlaktes van de Voorkempen intensief heeft afgestruind, heeft hem misschien wel eens heel parmantig op een houten weidepaaltje of een ruwe, droge aardkluit zien staan.
Natuurfotograaf en GroenRand-medewerker Frank Vermeiren wist deze bijzondere, gevederde verschijning magistraal vast te leggen voor zijn ambitieuze en hooggewaardeerde alfabetproject ‘Van A tot Z’.
In deze uitgebreide fotoreportage staat vandaag de letter ‘T’ centraal, die met veel recht en rede gereserveerd is voor de tapuit, een even fascinerende als zeldzame vogel in onze moderne en dichtbevolkte regio.
Biologisch gezien valt er enorm veel te ontdekken over deze merelgrote zangvogel van circa vijftien centimeter lang, die systematisch tot de familie van de vliegenvangers en lijsterachtigen behoort.
Hoewel het projectgebied van GroenRand vooral bekendstaat om zijn dichte, schaduwrijke bossen, verkiest deze specifieke vogel juist de weidsheid van de grote, open natuurstroken.
Het uiterlijk van de vogel kent een sterke seksuele dimorfie, wat betekent dat het mannetje en het vrouwtje er visueel totaal anders uitzien.
Op de loepzuivere foto's van Frank is het karakteristieke uiterlijk van het volwassen mannetje prachtig te zien met zijn asgrijze rug, zijn contrasterende zwarte vleugels en zijn zacht abrikooskleurige tot geelbeige borst.
Zijn gitzwarte, strakke oogmasker dat vanaf de snavel tot achter het oog loopt, geeft hem bovendien het herkenbare en ietwat stoere uiterlijk van een gevederde, mysterieuze Zorro van de heide.
Boven dit zwarte masker loopt een messcherpe, contrasterende witte oogstreep die zijn doordringende blik nog extra accentueert.
Het volwassen vrouwtje is daarentegen een stuk subtieler en gecamoufleerd bruingrijs tot zandkleurig getint, waardoor zij op een open zandbodem nagenoeg onzichtbaar is.
Beide seksen delen echter een zeer opvallend en kenmerkend determinatiekenmerk dat pas echt goed zichtbaar wordt zodra de vogel opvliegt of landt.
Dit betreft de spierwitte stuit en de witte staarttekening die voorzien is van een gitzwarte eindband en zwarte centrale staartpennen.
Deze specifieke aftekening vormt een perfecte, omgekeerde letter 'T' op de staart en dient in de vrije natuur als een slimme evolutionaire truc om hongerige roofvogels tijdens een achtervolging effectief te misleiden.
De levenswijze van de tapuit is volledig afgestemd op een leven op de kale grond, aangezien de vogel een uitgesproken hekel heeft aan dichte vegetatie, struiken of bomen.
Zijn anatomie verraadt deze terrestrische levensstijl direct door zijn opvallend lange, ranke en krachtige zwarte poten.
Hiermee kan hij niet alleen verbazingwekkend snel over de kale bodem rennen, maar maakt hij ook grote, felle sprongen om actieve insecten te verschalken.
Zijn menu bestaat hoofdzakelijk uit kruipende ongewervelden, waaronder harde kevers, sappige rupsen, spinnen, vliegen, mieren en sprinkhanen.
Om deze prooien te lokaliseren, hanteert de tapuit een unieke jachttechniek waarbij hij doodstil op een verhoogde uitkijkpost gaat zitten wachten.
Zodra hij een insect opmerkt, sprint of vliegt hij er vliegensvlug op af, om vervolgens direct weer terug te keren naar zijn strategische uitkijkpunt.
Wanneer de vogel op een paaltje zit, vertoont hij een zeer nerveus gedrag waarbij hij voortdurend heftig met zijn staart wipt en diepe buigingen maakt.
De tapuit is in de hele regio van de Voorkempen helaas al geruime tijd geen vaste broedvogel meer, maar de regio vervult gelukkig wel nog een cruciale, onmisbare rol als strategische rustplaats tijdens de zware internationale vogeltrek.
Tijdens de vroege voorjaarsmaanden april en mei, en later weer in de najaarsmaanden september en oktober, strijken de uitgeputte vogels hier massaal neer om hun noodzakelijke vetreserves snel en efficiënt op te bouwen.
Het zijn rasechte, onvermoeibare wereldreizigers die proportioneel gezien de allergrootste afstand afleggen van alle zangvogels die er op onze aardbol te vinden zijn.
De prachtige exemplaren die Frank met veel geduld fotografeerde, zijn momenteel onderweg van de warme Afrikaanse savannes ten zuiden van de Sahel naar hun noordelijke broedgebieden in Scandinævië of het ijskoude Groenland.
Het uitgestrekte vliegveld van Malle is binnen het projectgebied van GroenRand een absolute hotspot, omdat de grootschalige onthardingsprojecten daar exact het gewenste schrale pionierslandschap voor deze soort nabootsen.
Op deze voormalige militaire vliegbasis vindt de vogel de broodnodige rust, uitgestrekte zandige zones en insectenrijke open vlaktes om cruciale krachten te verzamelen voor de rest van zijn loodzware vliegreis.
Naast het vliegveld vormen de weidse landbouwgronden en open akkers rond Zalfen en het lagergelegen, drassige Zalfens Gebroekt een zeer geliefde en drukbezochte pleisterplaats voor de trekkende tapuiten.
Ook de open, schrale graslanden en recent herstelde natuurzones die direct grenzen aan de historische Antitankgracht bieden de ideale, overzichtelijke biotoop waarin deze op de grond levende soort zich volkomen veilig voelt.
Wandelaars en natuurliefhebbers merken hen in de trektijd ook regelmatig op in de ecologische overgangszones waar dichte bossen langzaam overgaan in schrale gronden, zoals de open randen van Blommerschot en de weidse uitlopers richting Heihuizen.
Wie de actieradius van zijn zoektocht nog iets verder wil vergroten, kan tijdens de piek van de vogeltrek ook uitstekend terecht in de grotere, omliggende heidegebieden van onze provincie.
De uitgestrekte landduinen en open zandvlaktes van de nabijgelegen Kalmthoutse Heide vormen in het voor- en najaar een ware magneet voor deze doortrekkers.
Ook de uitgestrekte, strikt beschermde militaire domeinen van het Groot Schietveld en het Klein Schietveld bieden dankzij hun rustige karakter en schrale graslanden een perfecte stopplaats voor passerende tapuiten.
Zelfs op de ietwat meer versnipperde Brechtse Heide worden de vogels tijdens hun reis regelmatig gespot op de open landbouwgronden en omgeploegde akkers die aan de heide grenzen.
Eenmaal heelhuids aangekomen in hun verre noordelijke broedgebieden, start een vurige, theatrale hofmakerij waarbij het mannetje zijn staart als een trots-uitgeklapte waaier aan de dame showt.
Tijdens deze baltsperiode zingen de mannetjes een herkenbare, golvende zang vol krasse, krassende tonen en imitaties van andere vogels, die ze vaak tijdens een speciale zangvlucht ten gehore brengen.
Wat de tapuit echt uniek maakt tussen andere zangertjes, is dat het een rasechte holenbroeder is die zijn nest bij voorkeur diep onder de harde grond verbergt.
Een verlaten, diep konijnenhol is hun absolute favoriet, wat hen in de praktijk een hoop zwaar graafwerk onder grote, zware stenen bespaart.
In dit ondergrondse hol bouwt het vrouwtje een relatief groot, slordig nest van droog gras, mos en worteltjes, dat gevoerd wordt met zachte haren en veren.
Hierin legt ze in de regel bijvoorbeeld vijf tot zes lichtblauwe eieren die gedurende twee weken nagenoeg exclusief door het vrouwtje worden uitgebroed.
De officiële wetenschappelijke naam Oenanthe voert ons helemaal terug naar de Griekse oudheid en betekent vertaald naar onze taal letterlijk 'wijnbloem'.
De oude Griekse filosofen en natuurobservateurs zagen de vogels namelijk altijd exact verschijnen wanneer de uitgestrekte wijnstokken weelderig in bloei stonden.
Onze vertrouwde Nederlandse naam 'tapuit' stamt daarentegen rechtstreeks af van het Middelnederduitse woord tâpen, wat concreet kloppen of ritmisch slaan betekent.
Dit taalkundige feit verwijst rechtstreeks naar hun mechanische alarmgeluid dat exact klinkt alsof er twee harde kiezelstenen met kracht tegen elkaar worden geslagen.
Vandaag de dag staat deze kwetsbare soort in heel Vlaanderen helaas zwaar onder druk door de enorme overmaat aan stikstof in onze natuurlijke bodem.
Hierdoor groeien hun noodzakelijke open jachtgebieden in een razendsnel tempo dicht en door het massale verdwijnen van wilde konijnen zijn er steeds minder geschikte broedholen te vinden.
Gelukkig tonen de scherpe beelden van Frank onomstotelijk aan dat het GroenRand-gebied een onmisbaar en vitaal tankstation blijft voor deze kwetsbare langeafstandsvliegers.
Om dit omvangrijke artikel over twee volledige pagina's in het magazine te spreiden, zal Frank de uitgebreide tekst flankeren met paginagrote detailopnames en indrukwekkende landschapsfoto's van onze lokale open landschappen.
Zulke visuele reportages vergroten de fierheid op onze eigen achtertuin en tonen aan hoe verrassend wild en dichtbij de kwetsbare natuur in de Voorkempen werkelijk is.