vrijdag 27 februari 2026

GroenRand viert de Week van de Vrijwilliger in de Voorkempen: Jij bent BIJzonder!

GroenRand zet de schijnwerpers op de Week van de Vrijwilliger: Onze lokale helden zijn écht BIJzonder!

Elk jaar vormt de Week van de Vrijwilliger, die in 2026 loopt van 28 februari tot en met 8 maart, het uitgelezen moment om de duizenden onzichtbare handen in onze samenleving in de bloemetjes te zetten. Bij de natuurvereniging GroenRand doen we dat dit jaar met extra veel enthousiasme, want de match met onze eigen werking is treffender dan ooit. Het officiële hoofdthema van deze week luidt namelijk: “Jij bent BIJzonder!”.

Dit thema is geen toeval. Het sluit naadloos aan bij het jaarthema dat GroenRand al in 2025 lanceerde: het “Jaar van de Bij”. Vrijwilligers zijn immers écht bijzonder. Elke dag maken ze de wereld een stukje beter. Als bezige bijen laten ze organisaties groeien en bloeien, waarbij ze met hun passie de onmisbare motor zijn van de biodiversiteit in onze regio.

Dat de Vlaming de handen uit de mouwen wil steken in de natuur, is geen buikgevoel maar een cijfermatig feit.
Uit een onderzoek dat iVOX in 2024 uitvoerde in opdracht van Natuurpunt, blijkt dat maar liefst 48 procent van de Vlamingen bereid is om één of meerdere keren per jaar actief mee te helpen in een natuurgebied in de buurt.
Mensen voelen een sterke verbondenheid met de natuur in hun omgeving en willen graag iets terugdoen voor de samenleving.
Die inzet is bovendien broodnodig voor ons eigen welzijn. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat 68 procent van de Vlamingen de natuur simpelweg nodig heeft om zich goed te voelen.
Mensen voelen een sterke verbondenheid met de natuur in hun buurt en willen hier ook graag iets voor doen.
Zo doen ze niet alleen iets terug voor de samenleving, maar komt het ook hun mentale en fysieke gezondheid ten goede. Vrijwilligerswerk in het groen is dus een absolute win-win. Het versterkt de lokale natuurwaarde en bevordert de veerkracht van de vrijwilliger zelf.
Om deze drempel naar actie te verlagen, steunt GroenRand volmondig de campagne ‘Kom eens meedoen’.
Het gezicht van deze campagne is tv-maker en fervent natuurliefhebber Dieter Coppens. Dieter is een trouwe bondgenoot van GroenRand.
Hij was in het verleden al het boegbeeld van onze acties en mocht zelfs de 'Groene Duim' in ontvangst nemen.


Hij benadrukt altijd de kracht van de groep en het plezier van het buitenwerk. Hij stelt dat je de natuur onder je handen ziet groeien, je er een bende vrienden bij krijgt en je op een leuke manier iets terug kunt geven aan de samenleving.

De betrokkenheid van Dieter gaat echter dieper dan enkel een ambassadeursrol.
In 2024 was hij een van de 13 getalenteerde fotografen die de schitterende fauna en flora van de Voorkempen in beeld brachten.

Deze fotografen gaven de natuur extra aandacht door die mooie Voorkempense natuur prachtig vast te leggen.

Door de natuur door de lens van Dieter en zijn collega's te zien, kregen duizenden burgers een nieuw respect voor hun eigen leefomgeving.
Door samen de handen uit de mouwen te steken en door de pracht van de natuur te zien, worden burgers betrokken zodat ze het belang van meer en betere natuur inzien. Zo wordt het draagvlak en het respect voor de natuur verhoogd.

Een prachtig voorbeeld van iemand die deze boodschap dagelijks in de praktijk brengt, is Els Beeckx, die door GroenRand werd geëerd met de Groene Duim 2025.
Els is, samen met Dieter Coppens, campagnemanager van de succesvolle initiatieven #ByeByeGazon en #LaatZeLiggen.
Deze acties sporen mensen aan om hun gazon minder vaak te maaien en herfstbladeren te laten liggen, zodat de natuur meer ruimte krijgt voor bijen en andere bestuivers.
Met haar sterke passie voor milieu-, klimaat- en natuureducatie, en haar achtergrond in het onderwijs, gebruikt Els haar kennis om burgers te inspireren en aan te zetten tot actie voor biodiversiteit. Zij bewijst dat natuurbehoud begint bij de wortels in onze eigen achtertuin en in de harten van de vrijwilligers.
Het potentieel aan vrijwilligers ligt volgens organisaties als Natuurpunt nog veel hoger dan de huidige 36.000 actievelingen. GroenRand wil die drempel mee helpen verlagen.
Bij GroenRand geloven we immers dat 'zien' de eerste stap is naar 'waarderen'.
Wanneer burgers via beeld en daad betrokken worden bij dossiers rond de Antitankgracht of lokale boskernen, groeit het besef dat natuur geen luxe is, maar noodzaak voor een klimaatbestendige regio.
Tijdens deze Week van de Vrijwilliger danken we iedereen die, net als de bijen, bijdraagt aan een bloeiende omgeving.
Jullie inzet voor meer en betere natuur is essentieel voor een leefbare toekomst.
Jullie zijn de motor van de biodiversiteit en stuk voor stuk écht BIJzonder.


donderdag 26 februari 2026

De wetenschappelijke noodzaak van een Robuuste Biodiversiteit in Vlaanderen en de Voorkempen

Een pact met de natuur: De wetenschappelijke noodzaak van een Robuuste Biodiversiteit in Vlaanderen en de Voorkempen



Foto's: Ingrid Boumans


De achteruitgang van de biodiversiteit in Vlaanderen is geen abstract ecologisch probleem voor natuurgebieden alleen.
Het is een prangende systeemcrisis die de fundamenten van onze samenleving en economie direct raakt.
Een interdisciplinaire groep wetenschappers van de KU Leuven stelt in de langverwachte visietekst 'Een robuuste biodiversiteit in Vlaanderen' dat biodiversiteit onze collectieve maatschappelijke levensverzekering is.
In plaats van natuur te zien als een luxe die we ons enkel permitteren in economisch voorspoedige tijden moeten we begrijpen dat een gezonde natuur de absolute basis is voor elke vorm van welvaart.
Biodiversiteit levert immers cruciale ecosysteemdiensten die onvervangbaar zijn voor de mens.
Ze zorgt voor ons voedsel via complexe bestuivingsprocessen en ze zuivert ons drinkwater via natuurlijke filtratie in de bodem.
Ze reguleert ons klimaat door koolstofopslag en beschermt ons tegen de uitbraak van nieuwe infectieziekten.


Toch staat deze biologische rijkdom onder zware druk door versnippering van het landschap en chemische vervuiling.
Het huidige beleid hinkt achterop bij de realiteit van de ecologische achteruitgang.
Om die te herstellen is een coherent totaalbeleid nodig met een langetermijnvisie.
Om dit cruciale debat op de politieke en maatschappelijke agenda te zetten vindt op vrijdag 20 maart van 14:00 tot 16:00 uur in de Aula Jean Monnet aan de Parkstraat 51 in Leuven de officiële voorstelling plaats van deze visietekst.
Dit evenement wordt georganiseerd door de interdisciplinaire denktank Metaforum van de KU Leuven. Het markeert een historisch moment in het Vlaamse natuurdebat omdat het de eerste keer sinds 2010 is dat deze werkgroep een dergelijke uitgebreide en transdisciplinaire update presenteert.

Onder de deskundige coördinatie van prof. Olivier Honnay (expert in plantkunde, conservatiebiologie en landbouwecologie) heeft een diverse werkgroep van academici samengewerkt om de kloof tussen wetenschappelijke inzichten en actueel politiek beleid eindelijk te dichten.
De kern van de presentatie draait om het feit dat de 40.000 soorten planten en dieren in onze dichtbevolkte regio direct bijdragen aan onze eigen levenskwaliteit.
De experts waarschuwen dat hoewel het aantal beschermde natuurgebieden in Vlaanderen formeel is toegenomen de algehele achteruitgang van soorten en de kwaliteit van hun leefgebieden nog niet is gestopt.
Daarom reikt de visietekst concrete oplossingsstrategieën aan om de basiskwaliteit van de natuur in heel Vlaanderen te verhogen.

Dit geldt expliciet ook voor gebieden buiten de strikt beschermde natuurreservaten.
Om de diepte van deze crisis te begrijpen wijst professor Robert Speijer (expert in biogeologie en paleoklimatologie) op de lessen uit de diepe tijd van onze aarde.
In de geologische geschiedenis zijn er vijf grote uitstervingsgolven geweest die vaak gedreven werden door natuurlijke klimaatverschuivingen.
De huidige zesde golf onderscheidt zich echter door de ongeziene snelheid waarmee deze zich voltrekt door menselijk handelen. Speijer benadrukt dat ecosystemen die miljoenen jaren nodig hadden om te ontwikkelen nu in slechts enkele decennia worden gedecimeerd.
Zijn onderzoek naar het verleden leert ons dat systemen onherroepelijk instorten wanneer de snelheid van verandering de snelheid van biologische evolutie inhaalt.
Deze evolutionaire veerkracht staat ook centraal in het werk van Filip Volckaert (aquatische ecologie en evolutie).
Hij waarschuwt dat we niet alleen naar het aantal soorten moeten kijken maar vooral naar de onderliggende genetische diversiteit.


In de sterk versnipperde waterlopen van Vlaanderen en de beken van de Voorkempen raken populaties vissen en waterorganismen geïsoleerd.
Zonder genetische uitwisseling verliezen ze hun vermogen om zich aan te passen aan de opwarming van het water of aan nieuwe toxische stoffen.
Een robuuste biodiversiteit is dus een dynamisch netwerk van genetische informatie die essentieel is voor onze eigen overleving in een veranderend klimaat.
Een ander vernieuwend aspect van de tekst is de koppeling tussen natuur en volksgezondheid via de 'One Health'-benadering van Raf Aerts en Ellen Decaestecker.

Zij tonen aan dat de menselijke gezondheid onlosmakelijk verbonden is met de gezondheid van het omringende ecosysteem. Decaestecker bestudeert via haar onderzoek naar biologie en gastheer-parasiet interacties hoe een biodiverse omgeving fungeert als een natuurlijke buffer tegen ziektes.
In een gedegradeerde natuur krijgen opportunistische ziekteverwekkers meer kans om over te springen op de mens.
Raf Aerts vult dit aan met harde data over de impact van groene ruimte op onze mentale en fysieke gesteldheid.
Zijn onderzoek wijst uit dat mensen in natuurrijke omgevingen minder last hebben van chronische stress en ademhalingsziekten.


De microbiële diversiteit in een gezond bos traint ons immuunsysteem vanaf de kindertijd.

De grootste uitdaging voor de biodiversiteit in Vlaanderen ligt echter in de interactie met de landbouw en economie.
Hier pleiten Olivier Honnay en Wannes Keulemans (plantenbiotechniek in de landbouw) voor een radicale koerswijziging.
Honnay benadrukt dat landbouwers zelf de eerste slachtoffers zijn van biodiversiteitsverlies door het wegvallen van natuurlijke plaagbestrijders.
Keulemans vult aan dat technologische innovatie in de landbouw hand in hand kan gaan met ecologie mits er een correct beleidskader is.
Samen met jonge stemmen uit de werkgroep zoals Justine Arkens en Jelle Van Den Berghe wordt gezocht naar een nieuw sociaal contract waarbij boeren eerlijk worden beloond voor hun rol als bewakers van de biodiversiteit.
Dat het beleid momenteel achterblijft komt volgens Johan Eyckmans (milieu-economie) door fundamentele marktfalingen.



De economische waarde van natuur zoals koolstofopslag of waterretentie staat momenteel niet op de financiële balans. Hierdoor lijkt de vernietiging van natuurgebieden economisch gratis terwijl de maatschappelijke kosten door overstromingen en droogte gigantisch zijn.
Johan De Tavernier (ethiek) voegt daar een morele dimensie aan toe door te stellen dat we een enorme ecologische schuld opbouwen bij toekomstige generaties.
Wanneer we deze academische visie vertalen naar de praktijk buiten de muren van de universiteit wordt de noodzaak van een gebiedsgerichte aanpak pijnlijk duidelijk.
Hier vormt de Voorkempen een cruciaal scharnierpunt en een levend laboratorium voor de principes uit de visietekst.
In deze regio ten oosten van Antwerpen botst de resterende natuurlijke rijkdom van kasteelparken en beekvalleien dagelijks met de oprukkende versnippering.
Binnen deze context zet de natuurvereniging GroenRand de academische principes om in tastbare projecten zoals het mee realiseren van een klimaatgordel rond Antwerpen.
Dit ambitieuze plan beoogt de verbinding van bos- en natuurgebieden en beekvalleien in de Voorkempen.
Een centraal onderdeel van hun werking is de bescherming van de Antitankgracht.
GroenRand ziet deze gracht als de robuuste ruggengraat van de regio.
Zij zorgt er ook voor dat de Schietvelden en de Kalmthoutse Heide verbonden worden tot het grootste heide- en vengebied van Vlaanderen.


Dit sluit naadloos aan bij de noodzaak voor ecologische connectiviteit waar Koenraad Van Meerbeek (conservatie-ecologie) voor pleit om ecosystemen weer zelfredzaam te maken.
Door beekvalleien te vrijwaren van intensieve bebouwing en in te zetten op vernatting wordt een buffer gecreëerd tegen de klimaatveranderingen waar Robert Speijer voor waarschuwt.
De officiële presentatie op 20 maart biedt een unieke kans om deze transdisciplinaire aanpak tastbaar te maken.
Naast de wetenschappelijke uiteenzetting is er ruim de tijd voor een maatschappelijk debat waarbij de auteurs in dialoog gaan met het publiek.
Het evenement biedt een kans om de allernieuwste inzichten te horen voordat ze officieel worden vertaald naar overheidsbeleid.
De middag wordt afgesloten met een receptie waar gelegenheid is voor netwerken en informele gesprekken.
Vanwege de catering en de beperkte capaciteit van de Aula Jean Monnet is voorafgaande registratie verplicht via de website van Metaforum - KU Leuven. Investeren in een robuuste biodiversiteit is geen overbodige luxe maar de enige weg naar een veilige toekomst voor ons allemaal in Vlaanderen.

Opiniestuk GroenRand: Het vergiftigde glas

Waarom ons kraantjeswater en de natuur op een kruispunt staan

Het drinken van een glas water uit de kraan lijkt in Vlaanderen de normaalste zaak van de wereld.
We gaan er allemaal van uit dat dit water streng gecontroleerd wordt en dat het een gezond en goedkoop alternatief is voor flessenwater uit de winkel.
Toch is er achter de schermen een zorgwekkende strijd aan de gang over de kwaliteit van ons water.
De Europese organisatie Pesticide Action Network ook wel PAN Europe genoemd heeft onlangs alarm geslagen over een vervuiling die jarenlang onopgemerkt bleef.
Het gaat om de stof TFA. Natuurvereniging GroenRand adviseert om deze ontdekking serieus te nemen omdat het een dieper probleem laat zien waarbij ons landschap is uitgeput en de natuurlijke filtersystemen verzadigd zijn. Het glas water op onze keukentafel is hiermee de ultieme graadmeter geworden voor de gezondheid van ons volledige ecosysteem.
TFA is een restproduct van bepaalde pesticiden en gassen uit koelsystemen.
Het behoort tot de groep van de forever chemicals. Dat zijn chemische stoffen die door mensen zijn gemaakt en die in de natuur bijna niet afbreken.
Terwijl we de laatste jaren veel hoorden over PFAS in de grond bij fabrieken bleef TFA lange tijd buiten de schijnwerpers.
De bron van deze vervuiling ligt voor een groot deel bij de moderne landbouw. Wanneer boeren bepaalde sproeistoffen gebruiken breken die in de bodem af tot TFA.
Natuurvereniging GroenRand wil mensen ervan overtuigen dat we hiermee de grenzen van wat de natuur aankan hebben bereikt.
In een groot Europees onderzoek van PAN Europe uit 2024 werd kraantjeswater in elf landen getest.
De resultaten waren schokkend omdat in maar liefst 94 procent van de monsters TFA werd gevonden.
Gemiddeld zat er 740 nanogram per liter in het water maar op sommige plekken was dat zelfs meer dan 4000 nanogram.
Zelfs in flessenwater uit de winkel werd de stof gevonden.
PAN Europe spreekt van de grootste vervuiling door mensen die ooit op deze schaal is vastgesteld.
Het grote gevaar is dat TFA heel makkelijk met water meereist en zo rechtstreeks in de bronnen van ons drinkwater terechtkomt.
Een concreet voorbeeld van deze problematiek vinden we in de Voorkempen. In deze regio wordt op grote schaal maïs gekweekt omdat er veel melkveehouderijen gevestigd zijn.
Volgens informatie van Melkvee.nl dient snijmaïs als het belangrijkste energierijke wintervoer voor het vee.
De lokale zandgronden zijn hiervoor erg geschikt omdat ze in het voorjaar snel opwarmen en dit bevordert volgens de Haifa Groep een vlotte kieming van de zaden. Bovendien biedt maïs volgens LG Seeds per hectare een zeer hoge opbrengst aan voedingswaarde wat cruciaal is voor de bedrijfsvoering van de boeren.
Het gewas is ook populair omdat het efficiënt grote hoeveelheden organische mest kan verwerken.
Landbouwers kunnen zo hun eigen meststoffen nuttig aanwenden op hun akkers zoals wordt ondersteund door B3W Vlaanderen.
Bij de teelt van deze maïs en granen wordt echter veelvuldig gebruikgemaakt van de onkruidbestrijder flufenacet.
Dit middel staat momenteel zwaar ter discussie omdat het extreem snel afbreekt tot TFA.
Hoewel de onkruidbestrijder zelf verdwijnt is TFA een uiterst stabiele PFAS variant die niet verder afbreekt in het milieu.
Door de zeer hoge mobiliteit spoelt deze stof gemakkelijk uit naar het grondwater en het oppervlaktewater.
Dit vormt een direct gevaar voor de drinkwaterkwaliteit aangezien TFA met de huidige zuiveringstechnieken vrijwel niet uit het water te filteren is.
GroenRand probeert hierin te bemiddelen door te wijzen op de risico s voor de kwetsbare ecosystemen van de Voorkempen.
De aanwezigheid van TFA in de natuur is zorgwekkend voor zowel planten als dieren.
Planten nemen de stof op via hun wortels en stapelen deze in hun bladeren waardoor het de voedselketen binnendringt.
Bij proefdieren zijn bij blootstelling al schadelijke effecten op de lever en de schildklier vastgesteld.
Wat betreft de genetische gevolgen en de fertiliteit zijn de recente conclusies van de EFSA oftewel de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid alarmerend.
Flufenacet wordt nu geclassificeerd als een stof die schadelijk is voor de vruchtbaarheid en de ontwikkeling van het ongeboren kind kan verstoren.
Vanwege deze risico s voor de volksgezondheid en het feit dat TFA als een persistente vervuiler overal in de watercyclus cumuleert heeft de EFSA geadviseerd de Europese goedkeuring voor dit herbicide in te trekken.
Naast flufenacet identificeerde PAN Europe nog vier andere schadelijke PFAS pesticiden die verantwoordelijk zijn voor de TFA last zoals diflufenican en fluazinam en lambda cyhalothrin en trifloxystrobin.
De regels voor het toelaten van deze stoffen hebben jarenlang niet gekeken naar wat er gebeurt als de producten afbreken waardoor bedrijven middelen konden verkopen waarvan de gevolgen nooit goed zijn onderzocht.
Deze Europese ontdekkingen zorgen ook in Vlaanderen voor een heftig debat en dat is nergens zo duidelijk als in de Westhoek.
De huidige situatie daar waar tijdelijke afwijkingen van de drinkwaternormen noodzakelijk zijn om de bevoorrading te garanderen is geen technisch incident maar een symptoom van een dieper liggend probleem in ons landschapsbeheer.
Wanneer de overheid de normen voor nitraat of gewasbeschermingsmiddelen moet versoepelen rond cruciale spaarbekkens zoals De Blankaart kijken we naar een ecosysteem dat de grens van zijn belastbaarheid heeft bereikt.
Terwijl Vlaams minister van omgeving Jo Brouns in het parlement zegt dat het water vandaag en morgen veilig is en dat er geen enkel compromis op vlak van gezondheid wordt gemaakt maken parlementsleden Mieke Schauvliege en Hannes Anaf en Eva Ryde zich grote zorgen.
In steden zoals Diksmuide en Ieper en Harelbeke worden op dit moment hoeveelheden triazolen in het water toegelaten die tot tien keer hoger liggen dan de algemene Europese richtlijn. Triazolen zijn restproducten van schimmelwerende pesticiden.
Waar de normale grens 0,1 microgram is wordt daar nu tijdelijk 1,0 microgram toegestaan.
In plekken zoals Zillebeke werden waarden gemeten die veel hoger liggen dan de streefwaarden in buurlanden zoals Nederland. GroenRand adviseert om deze signalen serieus te nemen omdat ze laten zien dat we de natuurlijke veerkracht van ons landschap hebben opgeofferd aan kortetermijnbelangen.
Wanneer chemische stoffen en te veel meststoffen zoals nitraat en fosfor in onze waterlopen terechtkomen zijn planten en wilde dieren de eerste slachtoffers.
Zij beschikken immers niet over de geavanceerde filtersystemen van de watermaatschappijen.
Terwijl de mens technologie kan inzetten om vervuiling tijdelijk te maskeren leven wilde dieren direct in de vervuilde stroom.
Via een proces dat bio accumulatie wordt genoemd stapelen gifstoffen zich op in de voedselketen.
Het begint bij piepkleine waterorganismen en gaat via vissen naar de toppredatoren zoals de ijsvogel of de otter (symbool van GroenRand).
Deze dieren fungeren als de spreekwoordelijke kanarie in de koolmijn voor ons.
Ze krijgen de geconcentreerde cocktail van hun volledige leefomgeving binnen via hun voedsel.
Dit leidt tot sluipende ecologische schade zoals ernstige voortplantingsproblemen en een verzwakt immuunsysteem waardoor populaties die we met veel moeite hebben hersteld opnieuw dreigen te imploderen.
De ijsvogel en de otter zijn hierbij belangrijke graadmeters voor een gezonde waterloop.
De natuurlijke balans raakt hierdoor fundamenteel verstoord waarbij de weerstand van het gehele ecosysteem afneemt. Tegelijkertijd zorgt vermesting of eutrofiëring voor een explosieve algenbloei die de zuurstof uit het water rooft.
Wanneer deze algen afsterven worden ze door bacteriën afgebroken in een proces dat alle beschikbare zuurstof verbruikt.
In deze verstikte omgeving stikken vissen en stort de biodiversiteit in de beek volledig in.
Een beek die vroeger vol leven zat verandert zo in een troebele dode stroom waar de vervuiling in de modder blijft zitten.
Zelfs als de directe lozing stopt blijft de erfenis van het verleden nog decennialang nawerken door een proces dat interne bemesting wordt genoemd waarbij nutriënten en pesticiden telkens opnieuw uit de waterbodem vrijkomen bij beroering van het slib.
De bodem speelt een cruciale rol in dit hele verhaal en wordt vaak onderbelicht. Normaal gesproken werkt een gezonde bodem vol organisch materiaal en micro organismen als een grote spons en een filter.
Zo een bodem heeft een groot zelfreinigend vermogen en kan schadelijke stoffen tegenhouden of afbreken voordat ze het diepe grondwater bereiken.
Maar door jarenlang te veel te bemesten en te veel pesticiden te gebruiken is die natuurlijke filter verzadigd.
In plaats van het water schoon te maken laat de bodem de vervuiling nu gewoon door naar het grondwater.
GroenRand waarschuwt ook dat de bodem op veel plekken te hard is aangedrukt door zware machines en verstedelijking.
Hierdoor verdwijnt de sponswerking en kan het regenwater niet meer in de grond trekken.
Het stroomt in plaats daarvan rechtstreeks naar de beken en neemt onderweg alle pesticiden en meststoffen van de velden mee die anders door de bodem opgevangen hadden kunnen worden.
Dit past binnen de gedachte van One Health die zegt dat de gezondheid van mensen en dieren en de natuur een ondeelbaar geheel vormen.
We kunnen onszelf niet isoleren van een zieke omgeving aangezien de stoffen die de otter onvruchtbaar maken vaak dezelfde stoffen zijn die wij met steeds grotere moeite uit ons eigen drinkwater moeten filteren.
Wetenschappers zoals professor Pieter Spanoghe van de Universiteit Gent en toxicoloog Greet Schoeters waarschuwen voor het cocktaileffect.
Dit betekent dat de wetenschap stoffen vaak per stuk beoordeelt maar dat de consument in de praktijk een mengsel binnenkrijgt van triazolen en verschillende soorten PFAS en het moeilijk filterbare TFA.
Er is nog onvoldoende data over hoe deze stoffen elkaars schadelijkheid versterken en wat dit op de lange termijn met onze hormonen doet.
Dit gebrek aan kennis is de reden waarom experts aanraden om voor kwetsbare groepen zoals baby s en peuters voorzichtig te zijn met kraantjeswater voor flesvoeding als de normen worden overschreden.
De economische kant van het verhaal is pijnlijk voor de maatschappij.
De kosten om ons drinkwater schoon te maken stijgen naarmate de kwaliteit van de bronnen in de natuur verslechtert. Waterbedrijven moeten nu miljoenen investeren in peperdure technieken zoals omgekeerde osmose.
We negeren hierbij de enorme economische waarde van ecosysteemdiensten.
Natuurlijke waterzuivering via rietvelden en moerassen en overstromingsgebieden is niet alleen ecologisch superieur maar op de lange termijn ook veel goedkoper dan industriële zuivering. Rietvelden werken als krachtige filters die afvalwater zuiveren en een buffer vormen tegen vervuiling uit de landbouw en industrie. Ze bieden bovendien een essentieel leefgebied voor wilde dieren zoals de roerdomp die gezond rietland nodig heeft.
Een hectare gezond moeras kan gigantische hoeveelheden stikstof en fosfor uit het water filteren zonder dat daar dure chemicaliën of elektriciteit voor nodig zijn.
Door deze natuurlijke infrastructuur af te breken ten voordele van intensieve exploitatie hebben we een gratis dienst van de natuur vervangen door een peperduur technisch systeem.
Het herstellen van kronkelende beken en natte natuurgebieden helpt bovendien als een buffer tegen zowel droogte als overstromingen wat de economische schade door klimaatverandering beperkt.
Het debat over ons drinkwater gaat dus eigenlijk over hoe we onze hele leefomgeving inrichten.
We kunnen dit probleem niet simpelweg oplossen met grotere pompen of tijdelijke uitzonderingen op de regels van de Vlaamse Milieumaatschappij.

Zolang we de natuurlijke sponswerking van het landschap niet herstellen en de instroom van schadelijke stoffen aan de bron niet aanpakken blijven we dweilen met de kraan open.
Het herstellen van bufferstroken langs waterlopen en het herwaarderen van natte natuurgebieden en het bevorderen van een gezonde bodemstructuur zijn geen luxe ingrepen voor natuurliefhebbers maar noodzakelijke investeringen in onze eigen basisbehoeften.
Een landschap dat de natuur vergiftigt wordt uiteindelijk ook voor mensen ongezond om in te wonen.
De transitie naar een landschapsbeheer dat de ecologische grenzen respecteert en gebruikmaakt van de kosteloze kracht van de natuur is de enige weg naar een duurzame en betaalbare en gezonde drinkwatervoorziening voor de generaties die na ons komen.
Hier wil GroenRand vooral op inzetten.

Wetenschappelijke Bronvermelding en Referenties
PAN Europe 2024 TFA The Forever Chemical in the Water We Drink.
PAN Europe 2024 PFAS Pesticides The Invisible Rise of TFA in Europes Waters.
EFSA 2024 Peer Review of the Pesticide Risk Assessment of Flufenacet.
Vlaamse Milieumaatschappij VMM PFAS in Drinkwater en Status Oppervlaktewater Westhoek.
Natuurvereniging GroenRand:
dossier on ecosystem services and landscape restoration

woensdag 25 februari 2026

Ingrid Boumans in De Inslag: Waar militair erfgoed en prille lente elkaar ontmoeten

Ingrid Boumans in De Inslag: Waar militair erfgoed en prille lente elkaar ontmoeten

Wanneer Ingrid Boumans de eerste stappen zet op de statige dreven van De Inslag valt de stilte als een warme deken over haar heen.
Deze kaarsrechte lanen met hun hoogopgaande bomenrijen getuigen nog van het rijke verleden van het domein als onderdeel van het kasteelpark.
De takken van de zomereiken zijn nog kaal en steken scherp af tegen de grijze februari-lucht maar in de luwte van de dreef ziet Ingrid de eerste subtiele tekenen van het vroege voorjaar.


Ze stelt haar camera scherp op een glinsterende dauwdruppel die aan een brugleuning hangt.
Niet veel verder trekt een zacht geritsel haar aandacht bij een oude en knoestige eik langs de dreef.

Door haar zoomlens ziet ze een koolmees die behoedzaam een boomholte verkent.
Het vogeltje wipt nerveus naar binnen en buiten terwijl het de diepte van de holte inspecteert als een potentiële nestplaats voor de vroege broedperiode.

In de ondergroei tussen de dode bladeren ontdekt Ingrid de eerste witte spikkels van sneeuwklokjes die dapper de kou trotseren en de prille knoppen van het speenkruid die ongeduldig wachten op de eerste echte warmte.
Hier in dit 149 hectare grote staatsdomein beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos lijkt de tijd op een bijzondere manier gestold terwijl het ecosysteem tegelijkertijd koortsachtig werkt aan zijn eigen herstel.
Ingrid wandelt in de richting van de Antitankgracht en door haar zoeker ziet ze het strakke en dertig meter brede wateroppervlak dat als een kaarsrecht lint door het landschap snijdt.

Op het kalme water dwarrelt een vrouwtjeseend traag met de lichte stroming mee.
Het dier lijkt bijna te mijmeren terwijl het geniet van de eerste milde zonnestralen die over de kabbelende rimpelingen dansen als een voorteken dat de lente eindelijk op komst is.

Voor een ongeoefend oog is dit een idyllische waterloop maar Ingrid weet dat ze kijkt naar een monumentaal militair litteken.
Dit traject werd tussen 1937 en 1939 met de hand uitgegraven als een wanhopige verdedigingslinie tegen de naderende tankdivisies van nazi-Duitsland.



De gracht was echter nooit een statisch waterpunt want het was een technisch vernuftig systeem van compartimentering.
Omdat het terrein in de Voorkempen een natuurlijk verval van dertien meter kent werd de gracht opgedeeld in secties door middel van vijftien sluisbunkers die Ingrid nu als grijze wachters in het groen ziet opduiken.


Ze houdt halt bij een van deze bunkers die een architecturaal hoogstandje van gewapend beton uit het interbellum vormt.
Ingrid fotografeert de smalle schietgleuven en de pokdalige wanden van soms wel twee meter dik die gebouwd zijn om zware artillerie te weerstaan.

Het is een paradoxaal beeld omdat deze constructies ooit ontworpen zijn voor oorlog en inundatie maar nu de ultieme rustplaats bieden voor honderden vleermuizen.
Terwijl ze een detailopname maakt van de overwoekerde betonstructuur denkt ze aan de jaarlijkse tellingen die bevestigen dat de watervleermuis en de zeldzame grootoorvleermuis hier hun veilige haven hebben gevonden.
De constante temperatuur en luchtvochtigheid binnen deze massieve muren zijn cruciaal voor hun overleving tijdens de laatste koude nachten van februari.

Sinds de erkenning als beschermd landschap in 1994 is de gracht getransformeerd van een dodelijke barrière naar een vitale migratieroute voor fauna zoals de boommarter en het reewild die dit ononderbroken groen-blauw lint gebruiken om zich tussen de versnipperde boskernen van de regio te verplaatsen.

Tijdens een wandeling langs de geschiedenisrijke Antitankgrachtstuit Ingrid op een bijzonder schouwspel.
Op de oever ontdekt ze een aalscholver, een forse, donkere watervogel die roerloos met gespreide vleugels in de zon staat om zijn verenkleed te drogen.

Dit gedrag is kenmerkend voor de soort, omdat hun veren niet volledig waterafstotend zijn, wat hen helpt om dieper te duiken naar prooien zoals baars en snoek, die rijkelijk in deze wateren voorkomen.
Hoewel de aalscholver een rustige indruk maakt, is de vogel uiterst waakzaam en gevoelig voor verstoring.
Zodra Ingrid een fractie te dichtbij komt, staakt de vogel zijn pose en kiest hij met krachtige, resolute vleugelslagen het luchtruim, waarbij hij met gestrekte hals laag over het wateroppervlak wegvliegt richting een veiligere plek. Wanneer de winter eindelijk bakzeil haalt en de dagen weer wat langer worden, zie je ze overal opduiken: die eigenwijze katjes.
Het zijn de allereerste tekenen van leven aan de nog kale takken en met hun pluizige looks kondigen ze de lente op de mooiste manier aan. Die zachte haartjes zijn er trouwens niet alleen voor de sier. Ze werken als een soort natuurlijke winterjas die de kwetsbare bloempjes binnenin beschermt tegen de venijnige nachtvorst die normaal gesproken nog op de loer ligt.

Maar nu men voor vandaag zelfs 18 graden voorspelt en de zon volop zal schijnen, gaan deze lentebodes pas echt helemaal los. Door die plotselinge warmte veranderen de wilgenkatjes razendsnel in felgele stuifmeelbommetjes waar de bijen massaal op af gaan.

De lange slierten van de hazelaar gaan door de zachte bries vrolijk bungelen om hun pollen te verspreiden, terwijl de berkenkatjes door deze temperatuurexplosie in recordtempo gaan zwellen en openspringen.
Het is een bizar maar prachtig gezicht om te zien hoe al die verschillende soorten door deze vroege warmte de natuur direct kleur gaan geven.
        
Langs de steile oevers ziet Ingrid plots een blauwe flits van een ijsvogel die vanaf een kale overhangende tak de gracht afspeurt.
Ze weet dat de waterkwaliteit hier nauwgezet wordt gemonitord door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM).
Hoewel de gracht historisch kampte met verontreinigd slib hebben recente saneringen het leefgebied van negen verschillende vissoorten hersteld.
Onder de waterspiegel schuilt de Europees beschermde kleine modderkruiper die rust in de slibrijke bodem terwijl de eerste groene scheuten van de gele plomp zich diep onder water voorbereiden op hun opgang.

Ingrid verlaat de waterkant en trekt dieper het bos van De Inslag in waar de ondergrond onder de schaduw van de dreven merkbaar verandert.
Haar schoenen zakken weg in de zachte strooisellaag van een humus-ijzerpodzol.
Deze zure en arme zandgrond is de motor achter het internationaal erkende wetenschappelijk onderzoek dat hier plaatsvindt.
Tussen de stammen door ziet ze de imposante en veertig meter hoge stalen meettoren van het ICOS-netwerk boven de boomtoppen uitsteken. Het is een surrealistisch en hoogtechnologisch contrast met de natuurlijke omgeving.
    Dronebeeld Dimitri Evgeni,

Deze toren fungeert als het zenuwstelsel van het bos en registreert met de Eddy Covariance techniek de koolstofdioxideflux met een netto opname van -400 tot -500 gram koolstof per vierkante meter per jaar.
Terwijl Ingrid haar lens richt op een zwarte specht die driftig tegen een dode stam hamert realiseert ze zich hoe succesvol de omvorming van het bos is.

Waar voorheen monotone dennenplantages stonden ziet ze nu een veerkrachtig mengsel van zomereik en beuk.
In de lage begroeiing ziet ze de donkergroene kussens van kussentjesmos en de grijze korstmossen die op de schors van de bomen groeien als stille getuigen van de zuivere lucht. Het beheerplan werpt zijn vruchten af want met meer dan 120 geregistreerde vogelsoorten waaronder de wespendief en de boomvalk is dit domein een levend laboratorium.

Aan het einde van haar tocht kijkt Ingrid nog één keer om naar de gracht waar het waterpeil hoog staat.
De gracht fungeert tegenwoordig als een strategische spons die de grondwaterspiegel in het kwetsbare bos op peil houdt en verdroging tegengaat.
Terwijl ze haar camera opbergt beseft ze dat de Antitankgracht haar oorspronkelijke doel ver voorbij is gestreefd.
Vandaag is het een bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering waar militair erfgoed en pure natuurkracht samensmelten tot één krachtig ecosysteem.

Dossier: De Grote Invasie – Vlaanderen en GroenRand in de Bres voor onze Bestuivers

Dossier: De Grote Invasie – Vlaanderen en GroenRand in de Bres voor onze Bestuivers

Vlaanderen bevindt zich in de frontlinie van een complexe ecologische strijd die elk jaar heviger wordt door de ongeziene opmars van de Aziatische hoornaar (Vespa velutina).
Van 1 maart tot eind mei loopt het cruciale lentevalproject, een grootschalig burgeronderzoek naar de verspreiding en bestrijding van deze invasieve exoot, gecoördineerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Agentschap Natuur en Bos (ANB).
Ook natuurvereniging GroenRand trekt aan de alarmbel en roept burgers, in het bijzonder in de Antwerpse rand (gemeenten zoals Zoersel, Schilde, Malle en Ranst), nadrukkelijk op om deel te nemen via het platform 
MijnTuinlab.be 


Vanaf 1 maart 2026 gaat de derde editie van onze monitoringcampagne rond lentevallen voor de Aziatische hoornaar van start. De campagne loopt tot en met 31 mei 2026. Heb je een vraag hierover? Mail naar lentevallenAH@inbo.be
Deze pagina wordt momenteel voorbereid. Alle informatie en deelnamelinks verschijnen hier vanaf 1 maart 2026.
De inzet van dit project is groot: het gaat niet alleen om het vangen van een invasief insect, maar fundamenteel om het beschermen van onze inheemse bestuivers en de algehele gezondheid van onze ecosystemen.


Sinds de eerste waarneming in 2017 heeft de Aziatische hoornaar zich in een ongekend tempo over Vlaanderen verspreid, met een groei die inmiddels als spectaculair te bestempelen valt.
Terwijl er in 2020 nog sprake was van een relatief beperkt aantal van 120 nesten, is dit cijfer tegen 2024 geëscaleerd naar maar liefst 
7.655 officieel geregistreerde nesten. Vooral de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen fungeren momenteel als hotspots voor deze invasieve exoot.
In Oost-Vlaanderen alleen al werden vorig jaar meer dan 2.500 nesten behandeld door gespecialiseerde diensten zoals de vzw RATO


Omdat deze hoornaars een ernstige bedreiging vormen voor onze inheemse bijenpopulaties en de algemene biodiversiteit, is een snelle detectie essentieel.
Het wordt dan ook dringend aangeraden om elk vermoedelijk nest direct te melden via het officiële platform 
Vespa-Watch, zodat professionele bestrijders via de brandweer of erkende verdelgers gericht kunnen ingrijpen.

Background imageExperts schatten echter dat ondanks de intensieve verdelging minstens 20% tot 30% van de nesten onontdekt blijft, verscholen in hoge boomtoppen of dichte hagen. 
Dit betekent dat de werkelijke populatie waarschijnlijk nog veel groter is dan de officiële cijfers doen vermoeden.
Elk seizoen kan het aantal nesten met een factor drie tot vier toenemen, wat de absolute noodzaak voor een gecoördineerde aanpak in het voorjaar onderstreept.


De biologie van de hoornaar verklaart waarom juist de periode van maart tot mei het ideale moment voor actie is.
Nu de temperaturen stijgen, ontwaken de jonge koninginnen uit hun winterslaap in de bodem of onder schors.
Zij zijn de enige overlevers van de winter; de werksters en de oude koningin van het vorige jaar zijn gestorven.
In deze fase staan de koninginnen er alleen voor om een 'embryonaal nest' te bouwen en op zoek te gaan naar suikers en eiwitten voor hun eerste larven. 

Door een koningin nu te vangen, voorkom je de vorming van een kolonie die in de nazomer kan uitgroeien tot een basketbalgroot nest met honderden werksters. 
GroenRand benadrukt dat deze preventie essentieel is: eenmaal de werksters uitvliegen, begint de massale jacht op onze bijen en andere nuttige insecten.
De vereniging waarschuwt al jaren voor de precaire toestand van onze wilde bijen, zweefvliegen en vlinders.
De Aziatische hoornaar vertoont namelijk 'hawking'-gedrag, waarbij ze voor bijenkasten of bloemen zweven en bestuivers simpelweg uit de lucht plukken. Dit leidt tot 'foraging paralysis': bijen durven hun nest niet meer uit, wat een enorme aanslag is op de lokale biodiversiteit.
De economische impact is eveneens groot. Niet alleen imkers verliezen tot 30% van hun volken, ook de opbrengst van fruit- en groenteteelt daalt drastisch zonder deze bestuivers.
Eén groot hoornaarsnest heeft gemiddeld 11,3 kilogram insecten nodig om een seizoen te overleven.
GroenRand herinnert ons eraan dat de bestrijding van deze exoot direct gelinkt is aan de overlevingskansen van onze eigen fauna. 

Het lentevalproject van 2025 richtte zich op massale monitoring en burgerparticipatie. In 2024 meldden burgers via dit project 1.628 vallen, een getal dat een jaar later steeg naar 4.067 vallen waarin 15.880 koninginnen werden gevangen.
Hoornaarspecialist Nicolas Pardon (ANB) nuanceert echter dat de groei exponentieel blijft en dat men tientallen koninginnen moet vangen om effectief één nest te voorkomen.
Het onderzoek moet uitwijzen of de massale inzet van burgers 'het sop de kool waard is' en of de bijvangst van inheemse insecten niet te groot is.
Om de biodiversiteit niet onbedoeld te schaden, gelden er ijzersterke regels voor wie een val plaatst.
Zelfgeknutselde vallen van plastic flessen zijn "uit den boze" omdat ze niet selectief zijn en nuttige inheemse insecten doden.
Burgers moeten goedgekeurde vallen gebruiken met een lokstof van 1/3 witbier, 1/3 witte wijn en 1/3 suikerwater. De alcohol in dit mengsel dient om bijen af te schrikken, terwijl de hoornaars worden aangetrokken door de suikers en gisting. Dagelijkse controle is verplicht om bijvangst direct vrij te laten en de vangstgegevens te registreren via 
MijnTuinlab.be.


De locatie van de val is ook van belang: plaats deze bij voorkeur op een zonnige, windstille plek op ongeveer anderhalve meter hoogte, idealiter nabij vroegbloeiende planten die koninginnen aantrekken voor hun eerste voedsel.
Naast de inzet van vallen wordt er in Vlaanderen steeds vaker gebruikgemaakt van innovatieve verdelgingstechnieken. Wanneer nesten in de zomer en herfst moeilijk vindbaar zijn, wordt de 'zendertechniek' (Radio Telemetry) ingezet, waarbij individuele hoornaars worden uitgerust met een radio tag om hen terug naar hun goed verborgen nest te volgen. Ook drones worden ingezet om nesten op grote hoogte te lokaliseren en direct te behandelen met milieuvriendelijke methoden zoals bevriezing met vloeibare stikstof, leegzuigen of het gebruik van diatomeeënaarde. Pas als dit niet mogelijk is, worden erkende insecticiden zoals Permas-D ingezet.


Om deze kostbare operaties te bekostigen, voorzien veel gemeenten subsidies.
In regio's zoals Willebroek krijgt men tot 80 euro terug per verdelgd nest, terwijl de provincie Oost-Vlaanderen via RATO vzw de bestrijding vaak volledig gratis aanbiedt. Het Departement Landbouw en Visserij heeft daarnaast een budget van 203.000 euro vrijgemaakt voor een overkoepelend strategisch plan dat opleidingen en nieuwe bestrijdingstechnieken ondersteunt.
Het is tot slot van cruciaal belang dat de Europese hoornaar (Vespa crabro) niet wordt verward met zijn Aziatische neef.
De Europese variant is een nuttige bondgenoot die juist helpt bij het bestrijden van andere plagen en veel minder schadelijk is voor bijenvolken.
De Aziatische hoornaar is herkenbaar aan een zwart borststuk, een donker achterlijf met één oranje segment en opvallende gele uiteinden aan de pootjes, vaak omschreven als 'gele kousen'. De Europese hoornaar is daarentegen groter, heeft een roodbruin borststuk, roodbruine pootjes en een grotendeels geel achterlijf. Wie een Aziatische hoornaar of een nest spot — dat kan variëren van de grootte van een pingpongbal in de lente tot een basketbal in de herfst — wordt gevraagd een foto te maken en deze te melden via Vespa-Watch.be of Waarnemingen.be.
Zelf een nest verwijderen is levensgevaarlijk en moet altijd worden overgelaten aan specialisten.
Alleen door deze gecoördineerde krachtenbundeling tussen burgers, wetenschappers en natuurverenigingen  kan Vlaanderen hopen de impact van deze invasie beheersbaar te houden en onze kostbare bestuivers een duurzame toekomst te bieden.
De inzet van elke individuele burger in deze vroege lenteperiode kan het verschil maken tussen een beheersbare populatie en een ecologische catastrofe in de nazomer.