donderdag 30 april 2026

De Klimaatgordel rond Antwerpen: GroenRand eist middelen voor een visie op twee snelheden

De Klimaatgordel rond Antwerpen: GroenRand eist middelen voor een visie op twee snelheden

GroenRand schrijft absoluut geen negatief verhaal, maar een ambitieuze visie die vraagt om de juiste middelen.
GroenRand staat nog steeds positief tegenover het werk van De Nieuwe Rand en het Projectplan Antitankgracht.
Wij hebben hier actief aan meegewerkt en gericht advies gegeven om de visie te versterken.


Onze steun blijft echter verbonden aan de voorwaarde dat er structurele aandacht en budget gaat naar de realisatie van een robuuste klimaatgordel rond Antwerpen.
Voor ons vormt de Antitankgracht daarbij de vitale ruggengraat, waarbij beekvalleien en boskernen in de oostrand met elkaar verbonden moeten worden om de ecologische connectiviteit te waarborgen.
Specifiek voor de realisatie van deze klimaatgordel zijn, in samenwerking met het Regionaal Landschap, reeds vijftien concrete projectfiches ingediend bij het Departement Omgeving.
Dit dossier rond de klimaatgordel kadert binnen het complex project De Nieuwe Rand en staat volledig los van het projectplan.


Het Projectplan Antitankgracht vormt de basis voor de transformatie van deze historische verdedigingslinie tot de groene ruggengraat van de Voorkempen en komt voort uit een strategische samenwerking tussen gemeenten en de provincie.
In de periode 2026-2031 ligt de focus op het versterken van de gracht als cruciale klimaatbuffer, waarbij waterbeheersing en natuurherstel hand in hand gaan.
GroenRand steunt dit plan en is blij dat gemeenten, de provincie en andere partners hier hun schouders onder steken.
Dat is zeer zeker een positief verhaal!!!
De ontsnippering van onze regio komt echter acuut in het gedrang nu Minister Brouns tot 2031 geen budget voorziet voor VAPEO.


Hierdoor dreigt het soortenbeschermingsprogramma voor de otter, het plan Cornelis, volledig te stagneren.
Het is eigenlijk heel vreemd: op papier is de Antitankgracht een van de drie allerbelangrijkste plekken voor de otter in Vlaanderen, naast de Scheldevallei en de Maasvallei, maar in de portemonnee van minister Jo Brouns zie je dat totaal niet terug.
Hoewel de gracht officieel wordt gezien als dé 'natuursnelweg' die de Schelde met Nederland verbindt, is er uit het laatste pakket aan subsidies van februari 2026 geen euro naar dit gebied gegaan.
Het gaat hier om een specifiek pakket van 218.706 euro aan directe Vlaamse projectsubsidies voor soortenbescherming.
Dit geld is bedoeld voor twaalf projecten die op het terrein het verschil moeten maken voor bedreigde dieren.
Voor de otter betekent dit concreet het wegwerken van kritieke migratieknelpunten, zoals het aanleggen van looprichels en veilige passages onder bruggen.
Terwijl dit budget nu volledig naar Limburgse waterlopen stroomt, zoals de Abeek, de Lossing en de Wijshagerbeek, blijft de regio rond Antwerpen met lege handen achter.
Dat is extra pijnlijk omdat ook andere geldkranen voor het wegwerken van verkeerspunten waar veel slachtoffers vallen, zoals het VAPEO-programma, volledig zijn dichtgedraaid.
We zitten nu in de absurde situatie dat we de Antitankgracht in alle officiële beleidsnota's een 'cruciaal kerngebied' noemen, maar dat er in dit financiële pakket geen cent is gereserveerd voor de broodnodige investeringen ter plaatse.
Zonder die centen blijft de otter hier vogelvrij op de weg, en blijft de bescherming van deze prachtige soort in onze regio helaas beperkt tot mooie woorden op papier.
Op eerdere parlementaire vragen, die door ons mee zijn voorbereid, gaf de minister aan dat hij door het wegvallen van de Europese INTERREG-subsidies en VAPEO geen nieuw geld wil investeren.
Wij vragen echter dat dit plan via een langetermijnvisie en een concreet stappenplan weer perspectief krijgt, met een verlenging van het otter-programma in 2027 en Vlaamse middelen om het wegvallen van de Europese subsidies op te vangen.
Binnen dit soortenbeschermingsprogramma schuiven wij, op basis van reeds uitgevoerd ontwerpend onderzoek, zeer gerichte 'quick wins' naar voren waar de hoogdringendheid is aangetoond.


Een van die prioriteiten is de ontsnippering van de Turnhoutsebaan, een locatie waar de otter en diverse zeldzame vleermuizen dagelijks hun leven riskeren bij het oversteken van de infrastructuur.
Daarnaast wijzen we op de Brechtsebaan in Schoten, waar in de directe nabijheid van de E10-plas intensief wordt samengewerkt met het Groen Kruis om een veilige passage voor fauna te realiseren.
Ook het dossier rond de noodzakelijke ecologische verbinding van de Schietvelden mag niet langer op de lange baan worden geschoven.
Daarnaast moet de minister zijn engagement binnen de Blue Deal nakomen met concrete investeringen in ons lokaal watersysteem.
Wij stellen hier drie specifieke openingen voor die onmiddellijk kunnen worden uitgevoerd.
Het gaat allereerst om het gedempte gedeelte aan het Schildestrand, waar via de Gebiedsdeal Droogte 2.0 al ontharding is voorzien maar waar nog steeds geen geld is voor de effectieve opening van de waterloop.
Ten tweede vragen we budget voor het gedempte gedeelte in Sint-Job, een project dat begroot is op 2 miljoen euro en cruciaal is voor de waterdoorstroming.
Ten derde eisen we het structureel voorzien van middelen voor de noodzakelijke slibruimingen van de Antitankgracht om de waterbergingscapaciteit te garanderen.
We veranderen het geweer van schouder en organiseren ons anders: samen met vier volksvertegenwoordigers bevragen we de minister constant in de hoop op passende antwoorden.
GroenRand wil een aantal quick wins loskoppelen van de langdurige en logge procedure van De Nieuwe Rand.
Waarom we dit willen, wordt geïllustreerd door de kritieke situatie waarin we ons op dit eigenste moment, in april 2026, bevinden.



Momenteel staan de laatste strategische percelen te koop die de fysieke verbinding tussen het Klein en het Groot Schietveld mogelijk moeten maken.
Indien deze percelen nu als bouwgrond worden verkocht en bebouwd, wordt de realisatie van deze cruciale ecologische schakel voorgoed onmogelijk gemaakt.
Dit praktijkvoorbeeld laat zien dat we niet langer kunnen wachten op langzame bureaucratische processen die geen rekening houden met wat er echt buiten op het terrein gebeurt.


Juist daarom is er dringend actie nodig, wat ook de belangrijkste conclusie is van een groot onderzoek naar de natuurverbinding tussen het Klein en Groot Schietveld.
Dit onderzoek werd door experts van de bureaus Hesselteer en Omgeving uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse overheid.
De onderzoekers zeggen heel duidelijk: deze verbinding is een absolute prioriteit en moet nu gebeuren, omdat de natuur in de Antwerpse Noordrand op een gevaarlijk breekpunt staat.


Beide gebieden zijn weliswaar officieel beschermde Europese topnatuur, maar ze liggen nu als losse eilanden in het landschap.
Tussen deze waardevolle natuurgebieden ligt momenteel een versnipperd gebied vol met woonparken, industrie en recreatie, waardoor dieren en planten niet meer van de ene kant naar de andere kunnen.
De kern van de urgentie ligt in de toenemende ruimtelijke druk en de experten wezen er onomstotelijk op dat als er niet tijdig wordt ingegrepen om strategische gronden te vrijwaren, de resterende open ruimtes onherroepelijk zullen worden volgebouwd.
Dit creëert een definitieve barrière die genetische uitwisseling tussen populaties van kwetsbare soorten onmogelijk maakt.
Bovendien fungeert de klimaatverandering als een gevaarlijke katalysator voor deze versnippering.


Recente periodes van extreme droogte werden in de studie aangemerkt als een 'teken aan de wand'.
Zonder een robuuste verbinding zijn de kwetsbare heide- en vennensystemen in de Schietvelden onvoldoende weerbaar tegen klimatologische schokken.
Een aaneengesloten ecologisch netwerk, de zogenaamde 'Klimaatgordel', is essentieel om soorten zoals de boomkikker of de otter de kans te geven te migreren en te overleven in een veranderend klimaat.
De urgentie is tevens beleidsmatig van aard, want het onderzoek diende als fundament voor het voorkeursbesluit van De Nieuwe Rand dat oorspronkelijk eind 2025 werd verwacht.
Dit was het beoogde moment om de noodzakelijke budgetten en de juridische instrumenten voor grondverwerving eindelijk vast te leggen.
Inmiddels zijn we echter april 2026 en kampt dit proces met een enorme vertraging, waardoor het voorkeursbesluit nog steeds niet is bekrachtigd door de Vlaamse Regering.
Terwijl het globale project op papier stilstaat, tikt de klok op het terrein genadeloos verder en worden kansen op grondverwerving gemist.


Reeds in 2023 werd deze urgentie centraal gesteld in de aanvraag voor de vijftiende oproep voor strategische projecten.
Hoewel de beoordelingscommissie het dossier in het najaar van 2023 inhoudelijk positief evalueerde, werd begin 2024 besloten geen middelen toe te kennen.
De realisatie werd toen dwingend gekoppeld aan de voortgang van de Klimaatgordel binnen het complexe proces van De Nieuwe Rand.
Het partnerschap van het Groen Kruis en het strategisch project Antitankgracht heeft daarom bewust besloten niet deel te nemen aan de zestiende oproep vanwege de beleidskoppeling.
Momenteel zegt de overheid eigenlijk dat middelen voor de natuurverbinding bij de Schietvelden pas beschikbaar komen zodra er een definitieve beslissing is genomen in het complexe dossier van De Nieuwe Rand.


In de praktijk werkt deze dwingende koppeling verlammend: de kwetsbare natuur wordt gegijzeld door de trage besluitvorming en de administratieve hindernissen van een grootschalig mobiliteitsplan.
In deze ongezonde constructie wordt natuurbehoud gereduceerd tot een ondergeschikt sluitstuk van de wegeninfrastructuur, in plaats van een urgente prioriteit die op eigen benen moet kunnen staan.
De procedurele stilstand van de afgelopen twee jaar heeft inmiddels geleid tot een situatie waarin de laatste overleefkansen voor zeldzame Natura 2000-soorten direct in het gedrang komen.
We spreken hier specifiek over de overleving van de adder en het heideblauwtje, wiens leefgebied wordt bedreigd door de oprukkende bebouwing op de tussenliggende percelen.
De situatie rond de Schietvelden is slechts één voorbeeld van de huidige beleidsmatige impasse waarin we ons bevinden.


Naast dit dossier brengen we nog vijf andere quick wins naar voren die eveneens onmiddellijke actie vereisen.
Bovendien vragen wij een duidelijke langetermijnvisie over het Plan Cornelis, dat cruciaal is voor de ontsnippering van de Antitankgracht als geheel.
Hoewel wij volledig achter de visie van de klimaatgordel blijven staan, dwingt de fysieke realiteit op het terrein ons tot een aanpak op twee snelheden.
Dossiers zoals de Schietvelden en de meest heikele knelpunten voor trekkende dieren zijn zo dringend dat ze simpelweg niet kunnen wachten op de trage molens van het grote project De Nieuwe Rand.
De eigen onderzoeken van de overheid bevestigen die noodzaak: deze kritieke punten moeten nu worden losgekoppeld van de bureaucratische administratie om te voorkomen dat we onze waardevolle natuur voorgoed verliezen.
Dit betekent niet dat we het grotere geheel opgeven, want andere onderdelen van de klimaatgordel kunnen prima de reguliere procedure doorlopen binnen een visie voor de lange afstand.
Zo bouwen we op een verstandige manier aan een duurzaam en robuust groen netwerk voor de komende decennia.
Het veiligstellen van Vlaams geld voor deze acute acties is echter nú essentieel, want alleen zo redden we de droom van een klimaatgordel voordat de laatste kans op een verbinding onherroepelijk wordt volgebouwd.

Grenzeloze ambitie voor de Kalmthoutse Heide: de ontwikkeling van een robuust natuurpark van 14.000 hectare

 Grenzeloze ambitie voor de Kalmthoutse Heide: de creatie van een indrukwekkend en robuust natuurpark van maar liefst 14.000 hectare 


Natuurvereniging GroenRand ziet de Kalmthoutse Heide en de intensieve samenwerking met Nederland als de absolute hoeksteen voor het duurzame behoud van de biodiversiteit in de gehele grensregio.
Voor de vereniging is de heide geen geïsoleerd natuureiland, maar een cruciaal onderdeel van een veel groter en samenhangend grensoverschrijvend ecosysteem dat alleen via internationale samenwerking effectief beschermd kan worden.
Het uiteindelijke doel van deze coalitie is de realisatie van een robuust en aaneengesloten park van ongeveer 14.000 hectare, waarbij de heide wordt verbonden met andere natuurgebieden zoals de Brabantse Wal, de omliggende militaire schietvelden en de historische Antitankgracht.
De Antitankgracht vormt een essentiële ecologische ruggengraat die de Kalmthoutse Heide, de Schietvelden en de omliggende bosmassieven fysiek en biologisch met elkaar koppelt.
Als een dertig kilometer lange ononderbroken lijn in het landschap doorbreekt het de versnippering van de natuur in de Voorkempen, waardoor planten en dieren zich veilig tussen de verschillende kerngebieden kunnen verplaatsen.


Deze functie als groene ader is cruciaal voor de genetische uitwisseling tussen populaties en de algemene veerkracht van de lokale biodiversiteit.
Binnen het Europese Natura 2000-netwerk versterkt de gracht bovendien de samenhang tussen beschermde gebieden, waarbij ook de bijbehorende forten dienstdoen als vitale overwinteringsplaatsen voor vleermuizen.
Door deze gebieden via de gracht te integreren, ontstaat een robuust natuurlandschap dat de basis legt voor een grootschalig grensoverschrijvend park.
Deze samenwerking is volgens GroenRand essentieel om de verdere versnippering van de natuur tegen te gaan en ecologische migratieroutes voor diverse diersoorten weer volledig te herstellen.


Door verschillende natuureilanden met elkaar te verbinden via groene corridors, krijgen zeldzame en kwetsbare soorten zoals de nachtzwaluw, de zwarte specht en de boomleeuwerik de nodige ruimte om te overleven en zich genetisch te vermengen.
Bovendien houden grote ecologische bedreigingen, zoals de aanhoudende verdroging en de schadelijke stikstofneerslag, geen halt bij de landsgrens, waardoor een gezamenlijke aanpak via het Masterplan 2024-2048 de enige manier is om de vennen op lange termijn veilig te stellen.


In dit complexe proces vervult de provincie Antwerpen een absolute sleutelrol als officiële en sturende partner van het Grenspark Kalmthoutse Heide.
Sinds april 2026 is de provincie formeel toegetreden tot de grensoverschrijvende stichting, wat gepaard gaat met een structurele jaarlijkse financiële bijdrage van 20.000 euro en de inzet van diverse provinciale diensten voor terreinbeheer.
GroenRand beschouwt deze toetreding als een historisch keerpunt, omdat de provincie de nodige politieke en organisatorische kracht biedt om het Masterplan concreet uit te voeren en de natuurverbindingen definitief op te nemen in ruimtelijke structuurplannen.
De provinciale steun is voor de vereniging uiterst belangrijk om specifieke projecten te financieren waarvoor anders geen middelen zouden zijn, zoals het broodnodige ontsnipperingsplan voor de otter en wetenschappelijke studies naar de verbinding tussen de schietvelden.
Daarnaast helpt de provincie als objectieve bemiddelaar tussen lokale besturen, de landbouwsector en het natuurbeheer om het maatschappelijk draagvlak voor het uitgebreide park aanzienlijk te vergroten.
Door alle krachten te bundelen, ontstaat er een uniek landschap waar recreatie en natuureducatie hand in hand gaan, waarbij de provincie nauwgezet waakt over de balans tussen de enorme stroom bezoekers en het behoud van de grootste stiltetuin van Antwerpen.


Wie door het Grenspark Kalmthoutse Heide struint, waant zich in een wereld waar de tijd lijkt te tarten en de uitgestrekte heidevelden een onverstoorde, bijna mystieke rust uitstralen.
Achter deze serene schoonheid ging echter jarenlang een onzichtbare maar felle ecologische strijd schuil tegen vervuild grondwater, wat een hardnekkige erfenis is van het intensieve landbouwgebruik uit de afgelopen decennia.
Meststoffen zoals fosfaten en nitraten verzadigden de bodem en vormden een directe bedreiging voor de kwetsbare biodiversiteit van dit uitgestrekte en internationaal beschermde natuurgebied.
In het hart van de Steertse Heide, een uniek natuurgebied dat precies op de grens tussen Vlaanderen en Nederland ligt, werd afgelopen woensdag een beslissend kantelpunt bereikt.


De officiële oplevering van een innovatieve fosfaatfilter betekent een historisch moment voor de lokale waterkwaliteit en het grensoverschrijdend natuurbehoud.
Deze nieuwe installatie is specifiek ontworpen om een hardnekkige vervuiling door meststoffen uit het verleden aan te pakken en fungeert als een natuurlijke barrière voor de vennen.
Dankzij een nauwe en jarenlange samenwerking tussen beide landen wordt dit historisch vervuilde grondwater voortaan op een natuurlijke en volledig energievrije manier gezuiverd voor het afstroomt naar het kwetsbare Nederlandse natuurgebied de Groote Meer.


Onderzoek heeft aangetoond dat het langdurige landbouwgebruik in het verleden leidde tot een extreem hoge belasting van de bodem, waardoor snelgroeiende soorten zoals berken en dennenbomen de overhand namen en de oorspronkelijke biodiversiteit verdrongen.
De Steertse Heide fungeert in het huidige landschapsbeheer als één groot, natuurlijk wateropvangbekken waar regenwater zich verzamelt en via oude greppels langzaam afvloeit richting de lager gelegen vennen over de grens.
Hoewel nitraten relatief snel uit de bodem kunnen verdwijnen door natuurlijke processen, zijn fosfaten bijzonder hardnekkig omdat ze zich stevig binden aan de bodempartikels en zo heel lang aanwezig blijven in het watersysteem als een tikkende tijdbom.


Deze hoge belasting belemmerde decennialang de ontwikkeling van waardevolle heide- en venvegetaties, waardoor het kenmerkende riet verdween en de kwetsbare open heide steeds verder werd aangetast door verbossing.
Om die ecologische belasting definitief aan te pakken, werd in 2020 al een eerste fosfaatfilter op Nederlandse bodem geïnstalleerd die met succes het water uit het noordelijke deel van de Steertse Heide zuivert.
De zeer positieve resultaten van die eerste filterinstallatie gaven de partners het nodige vertrouwen om het project uit te breiden naar een tweede, grotere filter die zich specifiek richt op het zuidelijke deel van het gebied.
De werking van dit systeem is technisch gezien eenvoudig maar uiterst doeltreffend, aangezien het opgevangen regenwater door een dikke filterlaag van ijzerzand stroomt.
Dit ijzerzand is een restproduct uit de drinkwaterwinning, waardoor het project niet alleen ecologisch herstel biedt maar ook een prachtig voorbeeld is van circulaire economie.


De fosfaten binden zich op een natuurlijke chemische wijze aan dat zand zonder dat er dure pompen of energieverslindende installaties nodig zijn, waardoor de volledige zuivering puur op de kracht van de zwaartekracht draait.
Zo wordt het water op een uiterst duurzame wijze gezuiverd voordat het de landsgrens overgaat naar de Groote Meer en de omliggende natuurgebieden van de Brabantse Wal.
De nieuwe filterinstallatie ligt fysiek op Belgisch grondgebied, maar de volledige bouw werd gefinancierd door de Nederlandse provincie Noord-Brabant met een totale investering van maar liefst 1,4 miljoen euro.
Vanuit het provinciebestuur wordt onderstreept dat iedereen zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor dit robuuste natuurgebied omdat water en vervuiling simpelweg niet stoppen aan de grens.
Deze vorm van grensoverschrijdende actie geldt als een internationaal schoolvoorbeeld van hoe gedeelde verantwoordelijkheid leidt tot een hogere natuurkwaliteit en gedeelde winst voor mens en natuur.


De officiële oplevering van de nieuwe fosfaatfilter kadert in een veel bredere natuurhersteloperatie waarbij tegelijkertijd ook het historische Evertandven volledig opnieuw is ingericht voor de toekomst.
Dit ven van vier hectare groot was in het verleden volledig gedempt voor landbouwdoeleinden, maar is nu in zijn oorspronkelijke vorm hersteld zodat er opnieuw een dynamisch ecosysteem ontstaat.
Door de natuurlijke schommelingen in het waterpeil weer alle ruimte te geven, ontstaat er een grotere variatie aan planten en dieren die specifiek afhankelijk zijn van deze natte heidegebieden.
De waterhuishouding in de hele regio is hierdoor aanzienlijk verbeterd, waardoor het nieuwe ecosysteem veel weerbaarder is tegen extreme weersomstandigheden en beter bestand is tegen de aanhoudende verdroging.


Dit succesvolle project is het resultaat van een intensieve krachtenbundeling waarbij het Grenspark Kalmthoutse Heide als overkoepelende projectverantwoordelijke de volledige coördinatie op zich nam.
De provincie Noord-Brabant leverde de noodzakelijke financiering voor de bouw van deze innovatieve installatie op Vlaamse grond, wat de unieke aard van dit partnerschap onderstreept.
Waterschap Brabantse Delta was vanaf het begin nauw betrokken voor de technische expertise als eindverantwoordelijke voor de waterkwaliteit en zal ook de cruciale monitoring na de oplevering blijven verzorgen.
Het Agentschap voor Natuur en Bos van de Vlaamse Overheid leverde essentiële ecologische expertise en stelde het specifieke perceel waarop de filter is gebouwd belangeloos ter beschikking.
Het gerenommeerde ingenieursbureau Witteveen en Bos verzorgde het uitgebreide studie- en ontwerpwerk en hield gedurende de volledige bouwperiode toezicht op de werfbegeleiding.
De firma Heyrman-De Roeck zorgde als gespecialiseerde aannemer in complexe waterbouwwerken voor de feitelijke en vakkundige uitvoering van het project op het terrein.


Het project kreeg bovendien een bijzonder extra duwtje in de rug door de belangeloze inzet van een aantal buurtbewoners die over een zeer specifieke technische achtergrond beschikken.
Deze burgers zijn niet zomaar betrokken omwonenden, maar gepensioneerde ingenieurs die hun jarenlange professionele expertise inzetten om het ontwerp en de werking van de filterinstallatie te perfectioneren.
Hun bijdrage was van onschatbare waarde omdat zij een diepe kennis van de lokale bodem en de waterlopen combineren met de technische taal van de projectontwikkelaars.
Door hun vrijwillige inzet fungeerden zij als een kritische maar opbouwende klankbordgroep voor de officiële instanties en de ingenieursbureaus.
Zij dachten actief mee over de meest efficiënte doorstroming van het water en boden praktische oplossingen aan die alleen iemand met jarenlange terreinkennis kan zien.
Dit burgerinitiatief zorgde ervoor dat het project niet alleen technisch sterker werd, maar ook op een breed maatschappelijk draagvlak kon rekenen binnen de lokale gemeenschap.


Het is zeldzaam dat een dergelijk complex technisch dossier zo nauw verweven raakt met de expertise van de mensen die het gebied het beste kennen.
Deze unieke vorm van burgerparticipatie onderstreept nogmaals dat het behoud van de Kalmthoutse Heide een gedeelde passie is van zowel professionals als betrokken inwoners.
Door al deze gezamenlijke inspanningen van overheden, experts en burgers wordt de waterkwaliteit voor de komende generaties gewaarborgd en stroomt er weer zuiver water over de grens, klaar om de heide opnieuw in volle glorie te laten ademen.

woensdag 29 april 2026

De witte ridder van de Voorkempen: Frank Vermeiren en de lepelaar

De witte ridder van de Voorkempen: Frank Vermeiren en de sierlijke lepelaar


Frank Vermeiren is een enthousiaste natuurfotograaf die als motor achter de reeks Vogels van A tot Z de schoonheid van de natuur in de Voorkempen vastlegt voor de vereniging GroenRand.


In deze uitgebreide reeks combineert hij zijn technische fotografische vaardigheden met een diepgaande kennis van de lokale fauna en flora, waarbij hij voor elke letter van het alfabet een vogelsoort of natuurthema belicht.
Zo neemt hij zijn publiek mee naar de Antitankgracht voor de gekraagde roodstaart, bezoekt hij de Brechtse Heide voor de grauwe gors en brengt hij odes aan iconische soorten zoals de kievit en de blauwborst.


Daarnaast vertelt hij unieke verhalen over de kauw, variërend van penthouse tot schoorsteen, en observeert hij de kleine zwartkop en de grasmus in de groene ruggengraat van de regio.
Een opvallend historisch hoogtepunt in zijn portfolio is de recente vastlegging, in maart 2026, van een uiterst zeldzame zwarte ree in het Viersels Gebroekt in Zandhoven.


De waarneming van een zwart ree met melanisme wordt door natuurkenners gezien als een bijzonder symbool voor het herstel van de biodiversiteit in de Voorkempen, en gaat gepaard met een speciale erecode binnen de jacht.
Bij de letter 'L' komt hij uit bij de lepelaar, een indrukwekkende witte waadvogel die direct opvalt door zijn lange zwarte snavel, aan het uiteinde verbreed tot een platte lepel.


In het broedseizoen krijgt deze vogel een elegante hangende kuif en een opvallende gele vlek aan de basis van zijn hals, terwijl hij met een soepele zijwaartse beweging door het ondiepe water stapt.


Naast het Viersels Gebroekt is de lepelaar in de Voorkempen duidelijk gespot in de moerassige gebieden van de Brechtse Heide en de ondiepe vijvers van het Groot Schietveld in Brecht.


De valleigebieden van de Kleine Nete en de natte delen van het Zoerselbos zijn belangrijke plekken waar deze vogel neerstrijkt om te rusten en voedsel te zoeken.
De terugkeer van de lepelaar is historisch gezien een bijzonder succesverhaal, want in de jaren zestig stortte de populatie bijna volledig in door vervuiling en het verdwijnen van moerasgebieden.
Toen waren er in heel Noordwest-Europa nog maar zo’n 150 broedparen over, waardoor de soort in onze regio op het randje van uitsterven stond.


Volgens historische bronnen was de lepelaar in de middeleeuwen een veelvoorkomend gezicht en werd hij zelfs afgebeeld in Egyptische hiërogliefen als symbool van waakzaamheid.
In de volksmond staat de vogel ook wel bekend als de witte ridder van het moeras, omdat zijn aanwezigheid vaak duidt op schoner water en een gezond ecosysteem.


Een curieus verhaal uit de zestiende eeuw vertelt hoe jonge lepelaars tam werden gehouden op vismarkten om visresten op te ruimen wat hun vroege band met menselijke nederzettingen illustreert.
Interessant is dat de kuikens van de lepelaar worden geboren met een korte rechte snavel die pas na enkele weken uitgroeit tot de karakteristieke lepelvorm.
Tegenwoordig staat de vogel symbool voor veerkracht en geslaagd natuurherstel waarbij waarnemingen in de Voorkempen aantonen dat het behoud van natte natuurgebieden vruchten afwerpt.


Deze soort plant zich voort in kolonies, waarbij beide ouders samen de eieren uitbroeden in nesten die vaak laag in het riet of tussen de struiken worden gebouwd. Frank legde voor het project Onze GroenRand-natuur ook de havik vast, waarbij hij de kracht en snelheid van deze roofvogel in de dichte bossen van de Voorkempen in beeld bracht.


In zijn aflevering over de huiszwaluw omschrijft hij deze vogels als vliegende architecten die met grote precisie hun moddernesten bouwen onder de dakranden van lokale boerderijen.
Voor de letter G trok hij naar de Brechtse Heide om de grauwe gors te fotograferen, een vogel die symbool staat voor het belang van het beschermen van de laatste stukken ongerept heidelandschap.
Zijn werk gaat verder dan vogels alleen, want hij legt ook de mysterieuze wereld vast van kleine zoogdieren en zeldzame insecten die afhankelijk zijn van de ecologische verbindingen in de regio.
Zijn beelden zijn een krachtig educatief middel om de verwondering voor de eigen achtertuin te vergroten en de noodzaak van natuurherstelwetten tastbaar te maken voor een breed publiek.
Voor zijn aanhoudende inzet en vermogen om kwetsbare schoonheid vast te leggen, werd hij in 2024 door GroenRand onderscheiden met de Groene Lenzen.
Als kernfotograaf van het project Onze GroenRand-natuur blijft Frank Vermeiren een sleutelrol spelen in het documenteren en beschermen van lokale ecosystemen langs de Antitankgracht en daarbuiten.

GroenRand Week van de Bij 2025-2026: van Jaar van de Bij naar Vlaams Symposium

GroenRand Week van de Bij 2025-2026: van Jaar van de Bij naar Vlaams Symposium


De pen van Glenn - foto's: week van de bij

Natuurvereniging GroenRand riep het jaar 2025 officieel uit tot het Jaar van de Bij, waarbij de filosofie van samenwerking de rode draad vormde.


De vereniging ziet het bijenvolk als de ultieme metafoor voor onze maatschappij: tienduizenden individuen die als één intelligent geheel samenwerken om te overleven.


Om biodiversiteits- en klimaatrampen echt te bezweren, stelt GroenRand dat burgers, boeren en overheden hun hokjesmentaliteit moeten inruilen voor een gezamenlijke aanpak.


Een symbool voor die beweging was de uitreiking van de Groene Duim in maart 2025 aan Els Beeckx, de Zoerselse drijvende kracht achter #ByeByeGazon.
Haar visie is even simpel als krachtig: natuur hoef je niet altijd te 'maken', je moet het vooral de ruimte geven om zelf te groeien en te bloeien.


Deze natuurlijke schoonheid werd dat jaar ook prachtig gevangen tijdens een grote fotowedstrijd die maar liefst 265 enthousiaste deelnemers op de been bracht.
De jury keek niet naar technische perfectie, maar liet zich leiden door de pure, intuïtieve pracht van de insecten op de bloemen.
Wekelijks verschenen er schitterende beelden op de website, zoals die van Ingrid Boumans en Els De Backer, die de biodiversiteit echt een gezicht gaven.
De uiteindelijke winnaars waren Jaklien Pues, Ria Geerts, Anne Oostvogels, Ingrid Boumans en Wim Verschraegen, die elk unieke momenten uit de insectenwereld vastlegden.
Als blijk van waardering ontvingen deze fotografen een smakelijk verrassingspakket van Trappisten Westmalle.


In 2026 krijgt dit verhaal een vervolg tijdens de dertiende Week van de Bij, die loopt van 31 mei tot en met 7 juni.
Vlaanderen roept dan iedereen op om mee te bouwen aan een kwaliteitsvol voedselaanbod waar bestuivers het hele jaar door van kunnen profiteren.


Met Dominique Persoone en Britt Van Marsenille als enthousiaste ambassadeurs krijgt deze broodnodige campagne opnieuw een krachtig gezicht.
De urgentie spat ook af van het recente INBO-rapport: we hebben nog maar enkele jaren om de achteruitgang van onze bijen tegen 2030 te keren.


De boodschap voor elke tuinbezitter is dan ook glashelder: laat het 'netheidssyndroom' los en ruil zielloze sierplanten in voor inheemse bloemen.


Ontharding is daarbij cruciaal, want elke verwijderde tegel helpt de waterhuishouding en biedt nestkansen aan solitaire bijen in de bodem.


Zelfs in de kleinste stadstuin kun je het verschil maken door muren te benutten als verticaal buffet voor hongerige bestuivers.

Gratis symposium 

Wie zich hier verder in wil verdiepen, is op woensdag 20 mei 2026 van harte welkom op het gratis symposium 'Versterk je omgeving' in de Hogeschool PXL Afdeling Groenmanagement aan de Agoralaan in Diepenbeek.
Het programma van deze Wereldbijendag start om 09:15 uur met een onthaal en een fotoshoot, waarna Marleen Schepens en Bart Vandepoele de dag officieel openen.
Vervolgens delen experts Jens D’Haeseleer en Kars Veling hun inzichten over het belang van monitoring en ecologisch bermbeheer via Kleurkeur.
Tussen 11:20 en 13:00 uur kunnen bezoekers drie inspirerende keuzesessies van elk 25 minuten volgen bij diverse topsprekers uit de sector.
Na een gratis lunch en netwerkmoment start om 14:00 uur het praktijkgedeelte met rondleidingen, een buurtsafari en workshops over natuurinclusief bouwen.
De dag wordt tussen 15:00 en 16:00 uur feestelijk afgesloten met een receptie en een gezamenlijke nabeschouwing over de toekomst van onze bestuivers.
Geïnteresseerden kunnen zich tot uiterlijk 6 mei 2026 aanmelden via de officiële 
website van de Vlaamse overheid of de directe inschrijvingslink van de Week van de Bij.

Schrijf je in