zaterdag 30 mei 2026

Het landschap van de toekomst bouwen we samen: ontdek het project Landschapsherstel Brechtse Heide

Samen bouwen we aan het landschap van de toekomst: ontdek het project voor landschapsherstel van de Brechtse Heide


De pen van Glenn

Het landschap van de toekomst vraagt om een doordachte en veerkrachtige inrichting.
Om dit te realiseren, heeft Regionaal Landschap de Voorkempen een waardevol project gelanceerd rond het herstel van de Brechtse Heide.
De Brechtse Heide is een uitgestrekt en ecologisch waardevol cultuurlandschap van ongeveer 1.700 hectare dat zich uitstrekt over de gemeenten Brecht, Malle, Schilde en Zoersel.

Vanwege de uitzonderlijke wetenschappelijke, historische en esthetische waarde werd het gebied in 1977 officieel erkend als beschermd landschap.
Het gebied kenmerkt zich door een unieke mozaïekstructuur waarin open landbouwgronden, dichte boscomplexen, landduinen en waardevolle restanten van natte en droge heide elkaar afwisselen.
Dit beschermde plattelandsgebied wordt nu ecologisch en klimatologisch volledig klaargestoomd voor de toekomst.
Vanuit deze actie doet natuurvereniging GroenRand nu een dringende oproep aan gemeenten, particulieren, landbouwers en de provinciale overheid om letterlijk een 'tandje bij te steken' voor ons landschap.
GroenRand zet de tanden in het landschap
De oproep van GroenRand sluit naadloos aan bij hun grootschalige project ‘Bijtandje Houtkantje’, dat erop gericht is de hiaten in het groene netwerk te dichten en zo het Vlaams Houtkantenplan op een concrete manier te versterken.
Het overkoepelende Vlaams Houtkantenplan heeft als ambitieuze doelstelling om in heel Vlaanderen circa 100 kilometer nieuwe houtkanten aan te leggen, wat goed is voor de opslag van wel 12.000 ton extra CO2.
Het jubileumproject voor het tienjarig bestaan van GroenRand maakt deel uit van het grotere Greenconnect-initiatief.
Zo vieren ze niet alleen hun tienjarig jubileum, maar werken ze ook vol enthousiasme aan het versterken van de ecologische verbindingen in de Antwerpse Voorkempen.

Wie door de Noordkempische landbouwgebieden wandelt of fietst, merkt immers dat veel historische, groene structuren sterk versnipperd zijn geraakt.
Het project focust specifiek op het opsporen en herstellen van deze hiaten, zodat losse elementen opnieuw doorlopende biologische snelwegen gaan vormen.

Om deze verbindingsfunctie te optimaliseren, is het essentieel dat grote faunapassages, zoals ecoducten, dierentunnels en wildroosters, naadloos aansluiten op deze groene linten.

Omdat veel kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen zich uit angst voor roofdieren uitsluitend onder dichte begroeiing verplaatsen, voorkomt een ononderbroken structuur dat zij vlak voor de tunnelopening stranden op open terrein.
De begroeiing fungeert hierbij als een ecologische trechter en natuurlijke geleidingswand die migrerende dieren organisch richting de veilige oversteek loodst.
Tevens dienen de bomen en struiken als een cruciaal sonisch en visueel baken voor vliegende soorten zoals vleermuizen en nachtvlinders die open ruimtes instinctief vermijden.

Om de actie extra herkenbaar te maken, ontwierp de bekende Kempense cartoonist Gie Campo een opvallend campagne-icoon: een lachend gezicht waarvan het gebit is vervangen door een weelderige, gezonde groene houtkant.

Vitale netwerken tegen versnippering
Deze fijnmazige netwerken zijn van vitaal belang om habitatversnippering door drukke wegen en spoorlijnen tegen te gaan en zo genetische verarming binnen geïsoleerde dierpopulaties te voorkomen.
Zonder veilige, aansluitende passages leidt biologische isolatie onherroepelijk tot inteelt, een verminderde weerstand tegen ziektes en een verlies aan adaptatievermogen, wat de biologische veerkracht van de soort ondermijnt.
De naadloze aansluiting garandeert daarentegen een continue genetische uitwisseling die populaties op de lange termijn gezond houdt, waarbij oude, ongestoorde houtkanten bovendien zelf fungeren als een onmisbare bron van inheems, historisch genetisch materiaal.
Bovendien biedt deze synergie tussen groenstructuren en faunapassages belangrijke extra voordelen voor milieu en maatschappij, aangezien het soorten in staat stelt fysiek te migreren naar koelere, noordelijke zones als reactie op de klimaatopwarming.


Het doelgericht geleiden van wild reduceert bovendien het aantal faunaslachtoffers in het verkeer drastisch.
Dit zorgt direct voor een verhoogde verkeersveiligheid door het risico op zware, levensgevaarlijke aanrijdingen met groot wild, zoals reeën, te minimaliseren.


Tegelijkertijd maximaliseert het het rendement van overheidsinvesteringen in ecologische infrastructuur, terwijl de houtkant zelf functioneert als een uitgebreid leefgebied dat rechtstreeks in verbinding staat met grotere boskernen, zoals de Bergeyckse Bossen.
De historische transformatie en cijfers van de Brechtse Heide
Om de noodzaak van dit herstel te begrijpen, moeten we kijken naar de rijke geschiedenis van de Brechtse Heide.
Historisch gezien maakte dit landschap oorspronkelijk deel uit van de immense 'Westmaltesche Heijde'.
De huidige indeling is het rechtstreekse resultaat van eeuwenlange menselijke activiteit en ontginning.


Dit proces begon al in de vroege middeleeuwen rond historische hoeven zoals de Grote Vraaghoeve, waar volgens historische documenten reeds in het jaar 1168 een hoeve gevestigd was.
Uit deze periode dateren ook archeologische vondsten, waaronder Merovingische muntstukken, Karolingische bodemsporen van waterputten en crematiegraven die de vroege menselijke aanwezigheid in Brecht aantonen.
Destijds diende de heide met een geschatte oppervlakte van vele honderden hectares hoofdzakelijk als gemeenschappelijke weidegrond voor grote kuddes schapen.
In 1772, onder het bewind van keizerin Maria Theresia, vond een grote verandering plaats toen zij opdracht gaf tot het grootschalig aanplanten van dennenbossen om de onvruchtbare gronden te verbeteren.


In de 19e eeuw zetten de monniken van de nabijgelegen Trappistenabdij van Westmalle deze transformatie voort door grote delen heide via intensieve ontwatering om te zetten in vruchtbare akkers en weilanden.
Tegelijkertijd zorgde de aanleg van het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten tussen 1864 en 1873 voor de opkomst van de lokale baksteenindustrie, wat resulteerde in de typische kleiafgravingen en kleiputten die vandaag de dag als waardevolle natuurrelicten fungeren.


Vandaag de dag proberen organisaties zoals Regionaal Landschap de Voorkempen de weidsheid van het landschap te beschermen, terwijl ze tegelijkertijd de noodzakelijke ecologische dragers herstellen.
Dit unieke landschapsverhaal, dat ook is vastgelegd in het bekende erfgoedboek 'De Brechtse Heide', toont aan hoe cultuurhistorie, menselijke activiteit network en natuurbeheer hier onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Strikte wetgeving en aansluiting bij provinciale structuurplannen
Omdat het gebied de status van beschermd cultuurlandschap geniet, gelden er strikte juridische regels en voorschriften, vastgelegd in het Onroerenderfgoeddecreet en lokale ruimtelijke plannen.
Het project sluit dan ook naadloos aan bij het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA), dat de Brechtse Heide expliciet heeft geselecteerd als een cruciale 'openruimtecorridor' binnen het grotere provinciale netwerk.
Bovendien maakt de zone deel uit van het provinciale 'Gebiedsprogramma De Groene Zes', waarmee de provincie Antwerpen samen met de gemeenten versnippering tegengaat en streeft naar grotere, robuuste natuurverbindingen tussen de Brechtse Heide en omliggende bosgebieden.
Binnen dit kader is de meest ingrijpende maatregel het strikte nulbeleid op residentiële verkavelingen, waardoor er absoluut geen nieuwe bouwgronden mogen worden gecreëerd voor woningen of recreatieverblijven.


Bestaande zonevreemde constructies in dit kwetsbare buitengebied mogen bovendien onder geen beding worden uitgebreid.
Daarnaast geldt er een algemene zorgplicht met een strenge meldings- en toelatingsplicht voor elke handeling die de bodem of het uitzicht verandert.
Reliëfwijzigingen zoals het afgraven van heuvels of het dempen van grachten zijn streng verboden.
Historische hoevecomplexen mogen onder geen beding worden gesloopt, waarbij renovaties verplicht moeten aansluiten bij de originele, streekeigen architectuur.
Ook voor de actieve landbouw in het gebied gelden specifieke spelregels om de openheid te bewaren.
De oprichting van grootschalige industriële stallen wordt streng aan banden gelegd.
Er geldt in de hele zone tevens een strikt glasvrij beleid waardoor de bouw van glastuinbouw of serres verboden is om de horizon open te houden.
Bovendien mogen historische permanente graslanden niet zomaar worden omgeploegd tot intensieve akkerbouwgrond.

De multifunctionele kracht van de houtkant
Kleine landschapselementen, zoals historische houtwallen, bomenrijen, vennen en poelen, zijn wettelijk beschermd, wat betekent dat het kappen hiervan strafbaar is.
Bij noodzakelijke kap geldt een heraanplantplicht met inheemse soorten, gecombineerd met een actief beleid om uitheemse exoten te verwijderen.
Door akkers, weide- en hooilanden systematisch te omzoomen met bomen, hagen, heggen en houtkanten, bouwen we dus actief aan een klimaatbestendige omgeving.
Hierbij is niet alleen de aanplant van nieuw groen van groot belang, maar speelt ook het deskundige beheer van bestaande structuren een cruciale rol.
Naast deze elementen dragen goed onderhouden vennen en poelen wezenlijk bij aan de ecologische waarde van de regio.
Al deze verschillende landschapselementen versterken zowel de lokale natuur als de landbouwsector.


Houtkanten, zijnde lijnvormige stroken met inheemse bomen en struiken langs wegen, grachten en akkers, vervullen hierin een cruciale rol als multifunctionele elementen.
Binnen de agrarische sector fungeren ze als een natuurlijke bondgenoot door een leefgebied te bieden aan nuttige insecten, vogels en sluipwespen, die op hun beurt schadelijke plagen op omliggende akkers effectief bestrijden.
Gezonde heggen zijn volgens recent wetenschappelijk onderzoek zelfs tot wel twee keer effectiever voor insecten dan reguliere bloemenstroken.


Naast deze dichte structuren breken ze de wind, wat de verdamping van gewassen remt, een gunstig microklimaat creëert en grazend vee beschermt tegen gure weersomstandigheden en hittestress.
Bepaalde struikgewassen leveren bovendien gezond, mineraalrijk voedergroen en functionele schaduw voor de dieren.
Bladafval en diepe wortels brengen daarnaast waardevolle nutriënten naar de oppervlakte die anders onbereikbaar zijn voor landbouwgewassen.


Talloze planten- en diersoorten, zoals de geelgors, egels, wilde bijen en nachtvlinders, vinden er permanent voedsel en nestgelegenheid.
Hydrologische meerwaarde en het belang van vennen
Geologisch gezien ligt de Brechtse Heide op een cuesta, een zandlaag op een ondiepe kleilaag, waardoor het grondwaterpeil er zeer hoog staat.
Dit maakt het gebied hydrografisch cruciaal, want het vormt de waterscheidingslijn tussen het Maas- en het Scheldebekken, waar belangrijke waterlopen zoals de Aa, het Klein Schijn en de Weerijs hun oorsprong vinden.


Hierdoor functioneert de bodem als een zogenaamde freatische aquifer, een natuurlijke waterbuffer die in natte periodes grote hoeveelheden water vasthoudt.
Wanneer het echter langdurig droog blijft, sijpelt het grondwater langzaam weg naar de talrijke kleine waterloopjes en vennen.
Het ecologisch herstellen en uitdiepen van deze vennen en poelen is daarom een absolute prioriteit binnen het project.
Goed onderhouden vennen voorkomen dat het kostbare water te snel via grachten wegstroomt, waardoor de omliggende landbouwgronden veel beter beschermd zijn tegen de desastreuze gevolgen van extreme zomerdroogte.
Klimaatwinst en algemene milieubijdragen
Op het gebied van algemeen milieu en klimaat dragen al deze structuren aanzienlijk bij aan de stabiliteit van het ecosysteem door via hun diepe wortelgestel de bodemstructuur te verbeteren.
Deze diepe wortels en de dichte bovengrondse vegetatie voorkomen bovendien wind- en watererosie door als een levend vangnet voor waardevolle bodemdeeltjes te fungeren.
De bomen en struiken slaan actief grote hoeveelheden CO2 op in hun biomassa, filteren schadelijk fijnstof en ammoniak uit de lucht, en beschermen kwetsbare waterlopen tegen de uitspoeling van meststoffen en pesticiden vanaf nabijgelegen akkers.
Ten slotte leveren houtkanten economische en maatschappelijke meerwaarde, aangezien het periodiek snoeien of afzetten van de beplanting via traditioneel hakhoutbeheer een continue stroom aan lokaal brandhout en duurzame biomassa produceert.
Dit geoogste hout kan vervolgens efficiënt ingezet worden voor groene energie of biologische bodemverrijking in de vorm van houtsnippers en compost.
Zelfs de infrastructuur is beschermd, waardoor de talrijke historische onverharde wegen onder geen beding mogen worden geasfalteerd of gebetonneerd.
Gemotoriseerd verkeer wordt grotendeels geweerd om het gebied optimaal te reserveren voor landbouwers en zachte recreanten.
Waar ze historisch gezien dienden als natuurlijke veekering en markering van perceelsgrenzen, verfraaien ze vandaag de dag het platteland en verhogen ze de belevingswaarde voor wandelaars en fietsers.


Het gebied wordt immers doorkruist door populaire recreatieve routes zoals het Wandelnetwerk Kempense Hoven, het Trappistenpad, de Bezembindersroute en het thematische Brechtse Heidepad.
Langs openbare wegen hebben deze groene linten bovendien een psychologisch effect waardoor automobilisten onbewust hun snelheid matigen, wat de algemene verkeersveiligheid extra ten goede komt.
Concreet aan de slag via de Beheercommissie


Het moderne beheer is tegenwoordig in handen van de Beheercommissie Brechtse Heide, waarin landbouwers, jagers, natuurbeheerders en lokale overheden nauw samenwerken via Europese plannen.
Hun gezamenlijke inspanningen richten zich op het herstel van historische vennen en poelen, de aanplant van hagen en houtkanten, en het optimaliseren van het waterpeil via specifieke stuwen om zowel de landbouw als de natuur te ondersteunen.
Om deze visie concreet vorm te geven, zoekt initiatiefnemer Regionaal Landschap de Voorkempen naar geëngageerde eigenaars en gebruikers die willen meewerken aan dit toekomstgerichte landschap.
Concreet gaat het om de aanplant van hagen, heggen en houtkanten, het beheer van bestaande houtkanten, het herstel van vennen en de ruiming van poelen.


Dankzij de steun van Europese LEADER-middelen en het officieel beschermde landschapskarakter van de regio is er een zeer aantrekkelijke financiële ondersteuning beschikbaar.
Deelnemers kunnen rekenen op een forse subsidie van 65% voor de aanschaf en aanplant van nieuw, inheems plantgoed.
Het achterstallige onderhoud van bestaande houtkanten, het ecologische venherstel en de professionele poelruiming worden zelfs volledig gratis uitgevoerd dankzij de praktische en logistieke ondersteuning van het Regionaal Landschap.
Iedereen die wil bijdragen aan een veerkrachtig landschap, of geïnteresseerd is in de specifieke plannen voor natuurherstel in het subgebied Kooldries, is van harte welkom op het gratis infomoment 'Infomoment landschapsherstel Brechtse Heide - Bouw mee aan een sterk landschap voor de toekomst'.
Dit vindt plaats op donderdagavond 25 juni 2026 van 20u00 tot 22u00 in de zalen De Schietbaan en De Kleiput van het Gemeentehuis (Gemeentepark 1, 2960 Brecht).


Na inschrijving via het online formulier staan specialisten Cedric en Katrin klaar om samen met de aanwezigen alle persoonlijke mogelijkheden te bekijken.
Voor meer informatie over de projecten en de ondersteuning kan je vooraf al rechtstreeks contact opnemen met Katrin Vandenbosch via katrin.vandenbosch@rldv.be (0476 63 54 54) of met Cedric Van de Vijver via cedric.van.de.vijver@rldv.be.

vrijdag 29 mei 2026

GroenRand kiest voor bemiddeling en dialoog in debat over slabakkend Vlaams natuur- en bosbeleid

GroenRand kiest voor bemiddeling en dialoog in debat over slabakkend Vlaams natuur- en bosbeleid


De Pen van Glenn' is een vaste politieke en filosofische rubriek van de Vlaamse natuurvereniging GroenRand, geschreven onder het pseudoniem 'Glenn Solastalgie'.
De rubriek is gelanceerd om de politiek rechtstreeks aan te spreken, burgers te inspireren en een groene stempel op de regio te drukken.
Inhoudelijk richt de pen van Glenn zich sterk op kritisch natuurbeleid en politieke controle.
De teksten controleren zwart-op-wit of politici hun beloftes nakomen en voeden volksvertegenwoordigers met concrete informatie voor parlementaire vragen in de commissie Leefmilieu.


Daarnaast pleit de rubriek voor concrete ecologische projecten.
Denk hierbij aan de realisatie van robuuste natuurverbindingen, het herstel van trage wegen en de bescherming van lokale diersoorten zoals de bever, boommarter en otter.
Naast deze praktische politiek en ecologie hebben de teksten een diepe filosofische laag.
De naam 'Solastalgie' is een direct eerbetoon aan de Australische filosoof Glenn Albrecht.
De columns beschrijven de psychische pijn, de ecoverlamming en het gemis dat mensen ervaren wanneer hun vertrouwde leefomgeving verandert door beton en asfalt.
Als positief tegenwicht schetst de pen van Glenn een hoopvolle toekomst in het 'Symbioceen', een tijdperk waarin mens en natuur weer in totale harmonie en synergie samenleven.

Tijdens de vergadering van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening op dinsdag 26 mei 2026 kwam het Vlaamse natuur- en bosbeleid uitgebreid aan bod.
De belofte om gronden op grote schaal en versneld te herbestemmen naar natuur- en bosgebied vormt een centraal, juridisch verankerd en maatschappelijk zwaar bediscussieerd onderdeel van het Vlaamse ruimtelijke- en klimaatbeleid.
Het hoofddoel van dit beleid is het ingrijpend vrijwaren van de resterende open ruimte, het structureel realiseren van de zogeheten betonstop (of bouwshift), het herstellen van de kwetsbare en versnipperde biodiversiteit, en het creëren van vitale klimaatbufferzones om Vlaanderen te beschermen tegen extreme weersomstandigheden zoals droogte en wateroverlast.
De kern van deze politieke belofte is geworteld in het principe dat ongebruikte 'harde' bestemmingen via formele procedures definitief worden omgezet in permanent beschermde 'groene' bestemmingen.
Hierbij gaat het onder meer over braakliggende industrie-, recreatie- of woonuitbreidingsgebieden die al sinds het gewestplanstijdperk van 1997 onbenut zijn gebleven.


Sinds de start van deze ambities kampt Vlaanderen met een historische achterstand van 25.700 hectare aan te beschermen open ruimte.
Om hier verandering in te brengen, sloot de Vlaamse Regering onder leiding van minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns in de Regering-Diependaele een historisch akkoord door de conceptnota voor het langverwachte Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goed te keuren.
In dit plan worden 46.000 hectare braakliggende gronden met een harde bestemming onder de loep genomen.
Waar 16.000 hectare daarvan behouden blijft voor effectieve bewoning, industrie of recreatie, worden de overige 30.000 hectare definitief herbestemd tot open ruimte.
Deze 30.000 hectare is strikt verdeeld: 15.000 hectare wordt herbestemd naar natuur- en bosgebied, en de andere 15.000 hectare wordt gevrijwaard als agrarisch gebied.


Binnen dit grotere herbestemmingskader is de specifieke belofte voor bosuitbreiding vastgelegd via de Bosalliantie.
Dit is een gerichte engagementnota van de Vlaamse overheid die de harde doelstelling formuleert om tegen 2030 in totaal 10.000 hectare netto extra bos op Vlaams grondgebied te realiseren.
Naast deze interne Vlaamse ambities staat het beleid onder sterke internationale druk door de definitieve goedkeuring van de Europese Natuurherstelverordening door de Raad van de Europese Unie.
Deze Europese wetgeving verplicht lidstaten om aangetaste ecosystemen grootschalig te herstellen, met specifieke tussendoelen voor 2030 en 2050 en de verplichting om 3 miljard bomen te planten.
Dit dwingt Vlaanderen om tegen september 2026 een concreet, operationeel en bindend nationaal natuurherstelplan in te dienen.
Om dit te ondersteunen introduceerde het Agentschap voor Natuur en Bos ook nieuwe kwantitatieve groennormen voor de leefomgeving, bekend als de 3+30+300-regel.


Deze regel houdt in dat elke woning zicht moet hebben op minstens 3 bomen, 30% klimaatgroen in de buurt moet hebben, en een toegankelijk groengebied moet vinden op maximaal 300 meter.
Met dit ingrijpende akkoord wordt het jaarlijkse tempo van natuurcreatie via bestemmingen ruimschoots verdrievoudigd: van het historische gemiddelde van 425 hectare naar maar liefst 1.500 hectare per jaar.
Deze engagementen sluiten nauw aan bij opeenvolgende Vlaamse regeerakkoorden, die bepalen dat de netto extra ruimte-inname tegen 2040 stapsgewijs tot nul moet dalen.
Het doel uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen klinkt eveneens ambitieus: 150.000 hectare natuur en 53.000 hectare bos, wat samen een noodzakelijke groene sprong van 48.000 hectare boven op de oude gewestplannen betekent.
Hoewel deze oefening al in 2007 volledig afgerond had moeten zijn, tonen de recent gepubliceerde cijfers van de ruimteboekhouding een pijnlijk en dramatisch beeld.
Voor natuur staat de teller op 51 procent van de doelstellingen, en voor bos op slechts 38 procent.
De nieuwste statistieken tonen aan dat de motor volledig stilvalt, aangezien er in 2025 amper 200 hectare natuur- en amper 600 hectare bosbestemming is gerealiseerd.
Juridische en financiële hefbomen

Om deze versnelde herbestemming juridisch en financieel op het terrein te realiseren, hanteert de overheid verschillende hefbomen.
Het belangrijkste instrument hiervoor zijn de Gewestelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (GRUPs), waarmee de overheid de bestemming van grote lappen grond in één klap officieel en bindend kan wijzigen.
Naast de planningsinstrumenten heeft de Vlaamse overheid ook het Bosuitbreidingsdecreet goedgekeurd.
Dit decreet versoepelt onder andere de afstandsregels bij bosaanleg in agrarisch gebied, stimuleert bosrandontwikkeling en laat het mechanisme van boscompensatie vlotter verlopen.

Voor steden en gemeenten is er tegelijkertijd een krachtige financiële stimulans in het leven geroepen.
Het betreft een Vlaamse aankoopsubsidie die tot 90% van de aankoopprijs dekt wanneer lokale besturen grond verwerven met als doel deze te bebossen.
Omdat het Vlaamse landoppervlak voor het overgrote deel in private handen is, leunt het beleid tevens sterk op vrijwillige initiatieven en partnerschappen.
Private grondeigenaars worden daarom gestimuleerd om hun percelen ter beschikking te stellen voor natuurdoelen.
In ruil daarvoor kunnen zij rekenen op aanzienlijke fiscale voordelen, soepelere bestemmingswijzigingen of meerjarige beheerssubsidies.
Harde maatschappelijke, administratieve en financiële grenzen

Ondanks het feit dat de trend sinds 2020 is gekeerd en er via bestemmingswijzigingen netto meer open ruimte bijkomt dan er verdwijnt, botst de uitvoering van de belofte in de praktijk op stevige barrières.
Ten eerste kent de effectieve, fysieke aanplant van bossen de laatste tijd een forse terugval.
Natuurverenigingen en de politieke oppositie wijzen erop dat bestemmen nog niet hetzelfde is als beplanten.
Er wordt opgemerkt dat slechts een klein deel van het budget voor lokale bebossing daadwerkelijk wordt benut, als gevolg van de verstikkende en complexe administratieve procedures die lokale besturen moeten doorlopen.

Ten tweede heerst er een diepgaand, structureel conflict tussen de landbouwsector en de natuursector.
Landbouworganisaties zoals de Boerenbond protesteren fel wanneer het proces van herbestemming vruchtbare landbouwgrond omzet in bos- of natuurgebied.
Dit herbestemmingsproces verloopt historisch gezien vaak via de AGNAS-verschuivingen (afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur).
Deze praktijk zet de rechtszekerheid, de operationele ruimte en de broodnodige uitbreidingsmogelijkheden van actieve, professionele landbouwbedrijven zwaar onder druk.
Daarom pleit de landbouwsector sterk voor het absoluut behouden en het zonespecifieke gebruik van het Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG)..


Ten derde vormt de wettelijk verplichte planningscompensatie, ook wel planschade genoemd, een gigantische financiële drempel.
Wanneer de overheid de bestemming van een bouw- of industriegrond wijzigt naar natuur- of bosgebied, verliest dat perceel onmiddellijk het leeuwendeel van zijn economische marktwaarde.
De overheid is wettelijk verplicht om de gedupeerde private eigenaar voor dit waardeverlies financieel schadeloos te stellen.
Deze planschadeclaims maken grootschalige, versnelde herbestemmingen tot een astronomisch dure aangelegenheid voor de Vlaamse belastingbetaler.
Vlaanderen bevindt zich hiermee in een uiterst cruciale en spannende overgangsfase waarin strategische plannen en dwingende deadlines aanwezig zijn, maar de realisatie ter plekke vertraagt.
Gevolgen voor de Voorkempen en Greenconnect

De impact van deze politieke en maatschappelijke patstelling is nergens zo tastbaar als in de Voorkempen, het kerngebied waar GroenRand constructief strijdt voor ecologisch herstel.
De vereniging viert haar tienjarig jubileum met het ambitieuze project Greenconnect, dat specifiek gericht is op het verbinden van versnipperde natuurgebieden in de regio.
Via dit Greenconnect-initiatief wil GroenRand groene corridors, beekvalleien zoals het Groot Schijn, en vitale houtkanten aan elkaar smeden.
De bedoeling is om zo de biodiversiteit te bevorderen en een robuuste klimaatgordel te realiseren rond de Antitankgracht, de ecologische ruggengraat van de regio.
Het uitblijven van de beloofde 1.500 hectare aan formele herbestemmingen hangt echter als een donkere wolk boven dit projectgebied.
Zolang cruciale verbindingszones hun agrarische of industriële stempel behouden, blijft de natuur in de Voorkempen gefragmenteerd en kwetsbaar.


Intussen kunnen natuurorganisaties en -administraties door de huidige regels en de tergende traagheid van bestemmingen geen landbouwgrond meer aankopen.
Deze actuele aankoopstop zorgt ervoor dat strategische bosuitbreidingen rond bestaande natuurkernen planologisch worden geblokkeerd, wat natuurherstel in Vlaanderen in de praktijk onmogelijk maakt.
Zelfs wanneer een lokale landbouwer geen enkele interesse heeft in een specifiek perceel, verhinderen de strikte regels dat natuurverenigingen de grond verwerven.
Tot overmaat van ramp valt de Voorkempen ook nog eens buiten de boot bij de prioritaire AGNAS-versnelling.
Minister Brouns kondigde weliswaar zes nieuwe versnellingstrajecten aan om extra natuurgebieden te bestemmen, maar de Voorkempen werd niet geselecteerd.
De broodnodige groenblauwe netwerken en de felbegeerde klimaatgordel blijven hierdoor gevangen in een web van tergend trage, reguliere procedures.

Het verweer en de initiatieven van minister Brouns
Bevoegd minister Jo Brouns werpt de zware beschuldiging dat hij de sector bewust tegenwerkt, de aankoop van landbouwgrond stopzet en initiatieven lamlegt, resoluut van zich af.
Hij benadrukt dat hij zich terdege bewust is van de enorme opgave en onderschrijft het belang van de taakstelling om het beoogde landgebruik planologisch te verankeren via het BRV.
In de bouwshift zag hij bovendien een kans om de ambitie te verhogen, zowel wat het areaal als wat het tempo betreft.
De voorstellen uit de conceptnota worden momenteel verder uitgewerkt in het voorontwerp van het BRV, maar de minister wacht niet op de afronding om al werk te maken van de operationalisering ervan.
In navolging van de aangekondigde versnelling zijn in het najaar van 2025 voorstellen voor nieuwe AGNAS-projecten opgevraagd en voorbereid.


Op basis daarvan zijn begin 2026 zes nieuwe projecten geselecteerd om op te starten: Midden-Brabant, Voeren, Adinkerke, Duras-Nieuwenhoven, Boven-Brakel en Boshoek-Lachenen.
Een eerste, voorzichtige prognose van deze zes processen biedt ruimte voor de beoogde 1.500 hectare herbestemming naar natuur en bos.
Tegelijkertijd werkt de minister aan het afronden van eerder gestarte gewestelijke ruimtelijke plannen binnen AGNAS, die vaak een lange doorlooptijd hadden, met als doel deze voor te leggen aan de Vlaamse Regering.
Daarnaast maakt hij verder werk van de aanduiding van watergevoelige openruimtegebieden (WORG’s), waar ook kansen liggen voor natuur en buurtgroen.
Tot slot beoordeelt de minister het planningsinstrumentarium om te onderzoeken of het WORG-instrument toepasbaar is op andere typen terreinkenmerken.
Visie op het aankoopbeleid en het voorkooprecht

Aan het voorkooprecht wordt op dit eigenste moment naarstig doorgewerkt, samen met natuur- en landbouworganisaties, om te realiseren dat landbouwgrond in de eerste orde aan landbouwers wordt aangeboden.
Als natuurorganisaties de vraag stellen om gronden aan te kopen met subsidies, kan via dit tweesporenbeleid tegelijkertijd in de effectieve natuurgebieden een versnelling worden voorzien voor de natuur.
Volgens de minister is het gezond verstand om landbouwgrond maximaal te vrijwaren voor landbouw, alvorens deze met Vlaams belastinggeld aan te kopen voor andere doeleinden.
De minister voelt bij de verschillende actoren in de open ruimte dan ook draagvlak en begrip voor deze benadering om bestemming en realiteit zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen.
Wat de zonevreemde natuur betreft, stelt men vandaag vast dat er om en bij de 30.000 hectare natuur in een agrarische (gele) zone ligt en omgekeerd.


Dit kan ruimtelijk worden opgelost, omdat in het BRV is afgesproken dat 30.000 hectare aan harde, waterzieke of ongunstig gelegen bestemmingen niet wordt ontwikkeld, maar wordt teruggegeven aan natuur en landbouw.
Gerichte planologische ruil en een sterkere focus bij de uitvoering moeten ervoor zorgen dat alle inspanningen optimaal resultaat opleveren..
GroenRand kiest voor de dialoog

GroenRand reageert constructief en stelt zich nadrukkelijk bemiddelend op in dit geladen maatschappelijke debat.
De vereniging wijst erop dat in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is afgesproken dat er 750.000 hectare bestemd moet worden voor landbouw, terwijl we op dit moment al aan 782.000 hectare landbouwgrond zitten.
Er moet dus historisch gezien juist landbouwgrond worden omgezet in andere bestemmingen om de biodiversiteit te redden.
De vereniging stelt vast dat de belofte om jaarlijks 1.500 hectare voor natuur te herbestemmen nog niet wordt waargemaakt, terwijl het aankoopbeleid de sector intussen lamlegt.


Het zou volgens de bemiddelende visie van de organisatie logisch zijn als de minister eerst met een sluitend plan komt, vooraleer hij administraties en verenigingen belemmert in hun werking.
Een open dialoog over het aankoopbeleid en het voorkooprecht kan ertoe bijdragen dat het Agentschap voor Natuur en Bos en natuurverenigingen vlot gebieden kunnen kopen in groene bestemmingen of vennengebieden.
Omgekeerd moeten landbouwers met voorkooprecht gronden kunnen kopen in agrarische bestemmingen om de rechtszekerheid van beide sectoren te garanderen.
GroenRand vraagt de minister daarom vriendelijk om klare wijn te schenken over de planning, de sector geen stokken in de wielen te steken en samen te werken aan een evenwichtige realisatie van de bos- en natuurdoelstellinge
n.