dinsdag 7 april 2026

Ivo Schut brengt de witte pracht van het Zevenbergenbos in beeld

Ivo Schut legt de betoverende witte schoonheid van het Zevenbergenbos vast


Het Zevenbergenbos in Ranst is een van de mooiste locaties in de Antwerpse rand om de bosanemoon (Anemone nemorosa) te bewonderen, een schouwspel dat momenteel zijn absolute hoogtepunt bereikt.


Omdat deze plant zich via zijn ondergrondse wortelstokken zeer traag verspreidt — vaak slechts enkele centimeters tot één meter per jaar — vormen de huidige uitgestrekte witte tapijten het ultieme bewijs dat dit een eeuwenoud en onverstoord bosgebied is.


Natuurfotograaf Ivo Schut, die de natuurvereniging GroenRand actief ondersteunt met zijn beelden, stelde op 6 april vast dat de anemonen nu volop in bloei staan.


Ivo werd door GroenRand zelfs genomineerd voor de "Groene Lenzen 2024", een erkenning voor fotografen die de schoonheid en het behoud van de lokale natuur in de verf zetten.
Deze korte bloeiperiode loopt van eind maart tot half april en vindt plaats net voordat de bladeren aan de bomen verschijnen en het zonlicht op de bosbodem blokkeren.
Naast de witte anemonen sieren momenteel ook de gele slanke sleutelbloem en het speenkruid de bodem van dit 100 hectare grote domein.


De overlevingsstrategie van de bosanemoon is een race tegen de klok waarbij de plant optimaal moet profiteren van het zonlicht voordat het bladerdek zich sluit.
Dit verklaart ook haar charmante volksnaam ‘achteromkiekertje’, omdat de bloemkopjes bij regen of 's avonds naar beneden buigen om het kostbare stuifmeel te beschermen tegen vocht.
De verspreiding van de zaden gebeurt op een ingenieuze wijze met hulp van mieren die de zaden meeslepen naar hun nest voor het mierenbroodje, een aanhangsel rijk aan vetten.


De fascinatie voor deze voorjaarsbloeier voert ons terug tot de klassieke oudheid, waarbij de naam is afgeleid van het Griekse ‘anemos’, wat wind betekent.
Volgens de oude Grieken gingen de bloemen alleen open als de wind waaide, een geloof dat de naam "windbloem" versterkte.


In de mythologie was de anemoon oorspronkelijk een nimf aan het hof van de godin Flora, die uit jaloezie in een fragiele bloem werd veranderd omdat de westenwind Zephyros verliefd op haar werd.
Een andere legende stelt dat de rode varianten van de anemoon ontstonden uit de tranen van Aphrodite en het bloed van haar stervende geliefde Adonis.
Ondanks haar lieftallige verschijning is de plant giftig door de stof protoanemonine, wat op de huid blaren kan veroorzaken en leidde tot namen als ‘duivelsklauwen’ of ‘wrattenbloem’.
In de volksgeneeskunde werd dit bijtende sap vroeger gebruikt om wratten weg te bijten, maar ook als middel tegen reuma, kiespijn en zelfs voor de behandeling van "geesteszieken".
Vandaag de dag genieten we echter vooral van haar esthetische waarde en haar rol als indicator voor de kwaliteit van onze laatste authentieke bossen.
Voor wie in de voetsporen van Ivo Schut wil treden en de fragiele schoonheid wil vastleggen, is de vroege ochtend of late namiddag het ideale moment vanwege het zachte strijklicht.

De heggenmus met Frank Vermeiren: een verborgen soap in de schaduw van de houtkanten

De heggenmus met Frank Vermeiren: een intrigerende soap verborgen in de schaduw van de houtkanten


Welkom bij de letter H van onze speciale reportage van A tot Z over de meest voorkomende broedvogels in onze tuinen en bossen.
De heggenmus is een vogel die een uiterst verborgen bestaan leidt in en onder dichte struiken en heggen waar hij nauwelijks opvalt.
In tegenstelling tot veel andere tuinvogels vliegt de heggenmus niet vaak en brengt hij de meeste tijd door op de grond in de schaduw.
Hier scharrelt hij onvermoeibaar rond om te zoeken naar voedsel zoals insecten en zaden die hij tussen de bladeren vindt.
Zijn manier van voortbewegen is uniek omdat hij vaak laag bij de grond blijft en als een muis door de begroeiing glipt om vijanden te ontwijken.
Het verenkleed van de heggenmus is onopvallend bruingrijs van kleur waardoor hij perfect gecamoufleerd is tegen de donkere aarde.
Hoewel de tekening op zijn rug veel lijkt op die van een huismus is de heggenmus vooral te herkennen aan zijn blauwgrijze kop en borst.


Een ander belangrijk kenmerk dat hem onderscheidt van de mus is zijn fijne en spitse snavel die ideaal is voor het vangen van kleine insecten.
De wetenschappelijke naam voor deze soort is Prunella modularis en hij behoort tot de familie Prunellidae.
Deze familie verschilt biologisch volledig van de mussenfamilie, waartoe de bekende huismus en ringmus behoren.
De heggenmus komt voor in een grote verscheidenheid van leefgebieden waaronder bossen heidevelden en uitgestrekte kustgebieden.
Hij is dus zeker niet beperkt tot het leven in de buurt van mensen zoals dat bij de huismus wel vaak het geval is.
Wanneer de vogel zich onbespied waant roept hij onopvallend tiehiehiehie maar bij dreigend gevaar maakt hij een langere fluitende tieh.
Vanaf het moment dat de zon schittert begint de heggenmus vol overgave te zingen met een haastig helder en kwetterend lied vanuit de struik.
Dit lied bestaat uit een reeks heldere tonen en schrille strofen die in het vroege voorjaar al vroeg in de lente te horen zijn.
De heggenmus is zelfs de absolute kampioen van de winterzangers omdat je hem al volop kunt horen zingen in de koude maand februari.
Zijn zang is helder fluitend en tingelend waarbij u qua geluid direct kunt denken aan de vrolijke zang van de winterkoning.
In deze periode klimt het mannetje al vroeg in de ochtend naar de hoogste top van een struik of een boom om zijn territorium te claimen.
Dit muzikale concert luidt een seizoen in dat bol staat van seks, affaires, vrijages en allerlei bizarre amoureuze avontuurtjes.
Het seksleven van heggenmussen is zo bizar complex en vrijzinnig naar menselijke maatstaven dat het door wetenschappers uitvoerig is onderzocht.
Dit onderzoek laat een verrassend ander gezicht zien van dit doorgaans zo schuchtere sobere en onopvallende vogeltje in de achtertuin.


Heggenmussen hebben namelijk een zeer bijzonder liefdesleven waarbij zowel de mannetjes als de vrouwtjes meerdere partners kunnen hebben.
Zo ontstaat er vaak een triootje als een vasthoudende vrijgezel een stelletje net zo lang blijft lastigvallen tot hij uiteindelijk wordt geaccepteerd.
Deze opdringerigheid werkt blijkbaar goed want het is geen uitzondering dat meerdere mannetjes helpen om de jongen uit één nest groot te brengen.
Er kunnen ook triootjes ontstaan van één vrouwtje met twee mannetjes wanneer zij zich in de territoria van beide heren begeeft.
De twee mannetjes moeten daar dan maar mee leren leven hoewel er vaak één mannetje dominant is en vaker met het vrouwtje paart.
Dit vaker paren is voor het dominante mannetje echter slechts een schrale troost in deze uiterst complexe sociale structuur.
Daarnaast ontstaan er complexe relaties van twee heggenmusmannen en twee vrouwen soms nog aangevuld met hulpjes die allemaal overspel plegen.
Het is volgens onderzoekers niet erg efficiënt omdat de grote groep vogels die de jongen voert vaak onderling ruzie maakt bij het nest.
Door al deze interne conflicten krijgen ze uiteindelijk vaak minder nakomelingen dan een traditioneel koppel dat monogaam door het leven gaat.
Toch bestaan er ook normale stelletjes bij de heggenmus maar zelfs dan paart het vrouwtje vaak stiekem met een buurman uit de omgeving.
Monogaam is het gedrag van deze soort dus nauwelijks te noemen hoewel dit stiekeme gedrag eerlijkheidshalve ook bij andere vogelsoorten voorkomt.
De reden voor dit losbandige gedrag is dat mannetjes gewoon zo vaak als ze kunnen met zoveel mogelijk vrouwtjes willen paren op hoop van zegen.
Zij bevruchten hierdoor massa’s eieren maar weten daardoor eigenlijk nooit zeker wiens jongen ze op dat moment aan het verzorgen zijn.
De vrouwtjes hopen daarentegen dat alle mannen waarmee ze gepaard hebben zullen meehelpen bij het voeren van de hongerige jongen.
Zodra de vrouwtjes merken dat ze meer hulp tot hun beschikking hebben gaan ze zelfs meer eieren leggen om de kans op succes te vergroten.


Het broedseizoen van deze bijzondere vogel loopt van eind april tot diep in de maand augustus waarbij ze jaarlijks twee of drie legsels hebben.
Elk legsel bestaat uit drie tot zes prachtige eieren die gedurende een periode van elf tot dertien dagen worden uitgebroed.
Het nest wordt zelden hoger dan één of twee meter boven de grond gebouwd en bevindt zich diep verscholen in een dichte heg of struik.


Deze relatief lage locatie biedt de nodige bescherming en privacy voor het broedende koppel en hun opgroeiende jongen tegen roofdieren.
Het is fascinerend om te zien hoe deze kleine vogels hun nesten bouwen in nauwe samenspraak met hun levendige concerten in de vroege lente.
De jonge vogels zitten na het uitkomen elf tot dertien dagen op het nest waarna ze klaar zijn om voor de eerste keer uit te vliegen.
Na het uitvliegen worden de jongen nog veertien tot zeventien dagen door de ouders of de aanwezige helpers buiten het nest gevoerd en beschermd.
Ondanks hun eigen slimme voortplantingsstrategie zijn heggenmussen vaak het slachtoffer van de koekoek die graag haar ei in hun nest legt.
In de Victoriaanse tijd werd de heggenmus door dominees zoals F.O. Morris nog geprezen als voorbeeld van kuisheid en echtelijke trouw.


Zij wisten toen echter nog niets van de paringstactiek waarbij het mannetje met zijn snavel op de cloaca van het vrouwtje pikt om sperma te lozen.
Dit pikken dient om sperma van rivalen te verwijderen voordat het mannetje zelf paart in een handeling die slechts een fractie van een seconde duurt.
In de Keltische folklore werden de helderblauwe eieren van de heggenmus soms gebruikt als amuletten om geluk af te dwingen en onheil te weren.
Deze opvallende kleur van de eieren staat in schril contrast met het onopvallende uiterlijk van de volwassen vogels die in de heg wonen.
Zodra het broedseizoen voorbij is worden de toch al losse banden tussen de verschillende vogels direct verbroken en keert de rust weer terug.
Ze trekken zich dan terug uit de schijnwerpers en gaan weer op hun karakteristieke stille wijze als kleine muisjes door het dichte struikgewas.
Ook de mezen, winterkoning en roodborst zijn vroege zangers die overeenkomsten vertonen in zang en leefomgeving in onze groene parken en tuinen.
Toch blijft de heggenmus uniek door zijn korte en schrille strofen die hem direct onderscheiden van alle andere vroege vogels in het voorjaar.
Wetenschappelijk onderzoek in botanische tuinen heeft aangetoond dat heggenmussen een voorkeur hebben voor dichte doornige struiken zoals meidoorn en sleedoorn voor hun nest.


Deze struiken bieden niet alleen fysieke bescherming tegen grotere roofvogels maar fungeren ook als een natuurlijke barrière tegen katten.
Het vrouwtje bekleedt het nest met mos wol en haren om een zachte en warme omgeving te creëren voor haar kostbare helderblauwe eitjes.
Interessant is dat heggenmussen in de winter vaak hun insectendieet verruilen voor zeer kleine zaden die andere vogels links laten liggen.
Ze zijn hierdoor minder afhankelijk van de bekende voederplanken waar de dominante huismussen vaak de dienst uitmaken en de scepter zwaaien.
Tijdens strenge winters kunnen ze echter wel dankbaar gebruik maken van fijn strooivoer dat op de grond onder de struiken wordt gestrooid.
Het territorium van een heggenmusmannetje is vaak klein maar hij zal het met felle vleugelgebaren en achtervolgingen verdedigen tegen indringers.
In de vogelwereld staat de heggenmus ook bekend om zijn uiterst snelle paring die soms minder dan één tiende van een seconde in beslag neemt.
Deze snelheid is nodig om de kans op verstoring door rivaliserende mannetjes die op de loer liggen in de buurt te minimaliseren.


De heggenmus is dus een vogel van uitersten die enerzijds extreem schuw is en anderzijds een zeer brutaal en openlijk sociaal leven leidt.
Door zijn grote aanpassingsvermogen blijft hij een van de meest succesvolle en wijdverspreide zangvogels in ons gevarieerde Europese landschap.
Houtkanten vormen voor deze vogels de ideale habitat omdat ze voedsel beschutting en een veilige verbinding tussen natuurgebieden bieden.
Natuurvereniging GroenRand voert daarom de campagne Bijtandje Houtkantje om het herstel van deze groene lijnen in de Voorkempen te stimuleren.
Dit initiatief viert het tienjarig bestaan van de vereniging en moedigt gemeenten en burgers aan om gaten in houtkanten te herstellen.
Op woensdagavond 1 april werd de actie in Malle kracht bijgezet met een inspirerende lezing door Domien Van Dijck van Regionaal Landschap de Voorkempen.
Deze lezing in Malle toonde aan hoe kleine landschapselementen zoals hagen en houtkanten een sleutelrol spelen in de toekomst van ons landschap.
In de gemeente Malle is de ambitie groot want daar werd onlangs al een indrukwekkende 1,8 kilometer aan nieuwe heggen en houtkanten gerealiseerd.
Het project van de gemeente Malle en het Regionaal Landschap de Voorkempen overtrof hiermee ruimschoots de oorspronkelijke doelstelling van één kilometer.


Vrijwilligers en inwoners hielpen massaal mee door gratis plantpakketten af te halen en deze landschapselementen op hun terrein aan te planten.
De toekomstplannen van Malle zijn nog ambitieuzer met de doelstelling om tegen 2030 maar liefst 16.000 bomen en 8 kilometer haag te realiseren.
Deze doelstellingen passen binnen het lokale klimaatactieplan om het landschap klimaatrobuuster te maken en biodiversiteit te bevorderen.
De gemeente Malle blijft inzetten op het vergroenen van het buitengebied door landbouwers en particulieren te ondersteunen met advies en plantgoed.
GroenRand noemt Malle daarom een toonbeeld van aanplantingen dat andere gemeenten in de regio moet inspireren om ook een tandje bij te steken.


Met het jaarthema 'Greenconnect' in 2026 focust GroenRand op het verbinden van natuurgebieden via dergelijke groene corridors.
Het Vlaamse Houtkantenplan vormt de leidraad om in totaal 100 kilometer nieuwe houtkanten te realiseren voor biodiversiteit en CO2-opslag.
Dankzij dit uitgebreide netwerk van hagen en houtkanten vindt de heggenmus overal een veilige plek om zijn unieke winterlied te laten klinken.
Met deze hoopvolle blik op de toekomst van ons groene landschap sluiten we het artikel af en bedanken we de inwoners van Malle voor hun waardevolle inzet.
Hopelijk krijgt dit navolging in andere gemeenten!

maandag 6 april 2026

Door de lens van Frank Vermeiren komt de havik volledig tot leven in de reportagereeks Vogels van A tot Z van GroenRand

Door de lens van Frank Vermeiren komt de havik helemaal tot leven in de reportagereeks Vogels van A tot Z van GroenRand

In dit digitale archief brengen we de biodiversiteit van de Voorkempen nauwkeurig in kaart waarbij de letter 'H' momenteel alle aandacht opeist.
De havik is een middelgrote roofvogel die met zijn krachtige verschijning en doordringende blik een onuitwisbare indruk achterlaat op elke waarnemer.
Zijn anatomie is perfect aangepast aan een leven als topsnelheidsjager in de dichte en halfopen bosgebieden van onze eigen regio.
Korte brede vleugels en een lange vierkante staart met afgeronde hoeken en donkere dwarsbanden maken hem tot een uiterst wendbare vlieger tussen de stammen.
Een volwassen exemplaar herken je direct aan de felle witte wenkbrauwstreep die scherp contrasteert met de donkere kruin en de kenmerkende oorstreek.
Het verenkleed van een volwassen vogel is bruingrijs aan de bovenzijde met vaalwitte onderdelen die gesierd worden door fijne donkerbruine dwarsstrepen.
De ogen van een volwassen havik verkleuren naarmate de vogel ouder wordt van geel naar een intens oranje of zelfs dieprood.


De snavel van de havik is kort en krachtig met een scherpe haakvorm die speciaal is ontworpen om vlees van prooien af te scheuren.
Juveniele vogels hebben daarentegen een bruiner verenkleed met een lichtere beige buik waarop donkere druppelvormige strepen verticaal zichtbaar zijn.
Terwijl het mannetje kleiner en behendiger is bezit het vrouwtje aanzienlijk grotere klauwen voor het vangen en doden van zware prooien zoals fazanten.
Vaak wordt de havik verward met de sperwer maar bij nadere beschouwing zijn er duidelijke biologische verschillen tussen deze twee verwanten.
De havik is een stuk groter en forser gebouwd waarbij zelfs een klein mannetje havik nog steeds groter is dan een groot vrouwtje sperwer.
Waar de sperwer een fijne spitse snavel en dunne poten heeft beschikt de havik over een zware snavel en zeer krachtige gespierde poten.
In de vlucht vertoont de havik een zwaardere en meer stabiele slag terwijl de sperwer een fladderende beweging maakt die wordt afgewisseld met korte glijpauzes.
De havik is overdag actief en vertrouwt op zijn felle ogen die elke beweging in het struikgewas feilloos registreren vanuit een verborgen uitkijkpost.
Naast zijn zicht is ook het gehoor van de havik extreem goed ontwikkeld waardoor hij prooien onder een dik bladerdek kan horen ritselen.


Tijdens de spectaculaire baltsvertoningen in de late winter combineert een koppeltje haviken ongekende snelheid met acrobatische behendigheid in de lucht.
Het zogenaamde vlaggen waarbij de witte onderstaartdekveren wijd worden uitgespreid is een typisch onderdeel van hun indrukwekkende baltsritueel.
Deze vluchten dienen om de paarband te versterken en hun territorium in de Voorkempen duidelijk af te bakenen voor eventuele indringers.
De havik jaagt vaak vanuit een hinderlaag op een paal of een tak waarbij hij minutenlang muisstil kan luisteren naar de kleinste geluiden van het bos.
Soms kiest hij voor een actieve aanpak en lokaliseert hij zijn maaltijd terwijl hij zwevend vanuit de hoogte kijkt, om daarna een stootduik in te zetten.
Zodra hij een prooi in het vizier krijgt start hij een bliksemsnelle verrassingsaanval met topsnelheden die kunnen oplopen tot wel honderd kilometer per uur.
Op zijn gevarieerde menu staan vooral vogels zoals duiven, lijsters, spreeuwen en eksters maar hij grijpt met evenveel gemak een muis.
Zijn kracht stelt hem in staat om zelfs eekhoorns en konijnen te overmeesteren wat hem tot een van de meest veelzijdige jagers van ons ecosysteem maakt.
Hij is een geduchte jager die zelfs andere roofvogels zoals de ransuil of de sperwer verschalkt wanneer de gelegenheid zich onverwacht voordoet.


Een opmerkelijk schouwspel in de natuur is wanneer de havik eenden in het water overvalt en ze verdrinkt alvorens ze naar de veilige kant te slepen.
Kenmerkend voor de aanwezigheid van deze roofvogel in het bos is de plukplaats waar hij zijn prooi vakkundig van alle veren ontdoet voor consumptie.
Omdat hij de veren er met zijn snavel krachtig uittrekt blijven de schachten volledig intact wat een onmiskenbaar spoor vormt voor de ervaren kenner.
Bij een plukplaats van een havik liggen de veren vaak verspreid in een cirkel wat duidt op de tijd en rust die hij neemt voor de voorbereiding.
Een paartje bewoont jarenlang hetzelfde territorium in de Voorkempen waar ze op strategische plekken hoog in de bomen meerdere nesten bouwen.
Deze omvangrijke horsten van dode takken bevinden zich vaak op driekwart hoogte tegen de stam of in een stevige gaffelvormige takkenvork.


De nesten worden jaar na jaar groter omdat de vogels elk voorjaar verse groene takken toevoegen om de horst te verstevigen en te verfrissen.
Ze verhuizen regelmatig naar een ander nest binnen hun gebied om de opbouw van parasieten en schadelijke bacteriën in het nestmateriaal te beperken.
Vanaf half maart legt het vrouwtje tot vijf blauwwitte eieren die ze in een maand tijd onder de constante hoede van het mannetje uitbroedt.
Gedurende de gehele broedperiode en de eerste weken van de jongen blijft het vrouwtje op het nest terwijl het mannetje onvermoeibaar voedsel aanvoert.
Het mannetje kondigt zijn komst bij het nest vaak aan met een zacht roepend geluid waarna het vrouwtje de prooi op een overdrachtsplaats overneemt.
Na ongeveer veertig dagen verlaten de jongen het nest als takkelingen en klauteren ze vol nieuwsgierigheid de omliggende takken van hun geboorteboom op.


Gedurende deze fase leren de jonge haviken hun balans te bewaren en hun spieren te versterken door met hun vleugels te slaan zonder echt te vliegen.
Uiteindelijk zoeken ze na een korte trainingsperiode in de directe omgeving definitief hun eigen weg in de uitgestrekte natuur van de regio.
GroenRand zet stevig in op ecologische verbindingen zoals de Antitankgracht en diverse beekvalleien om het kwetsbare leefgebied van deze jager te versterken.
Het project Greenconnect heeft als specifiek doel om versnipperde bossen, heidegebieden, natuurgebieden en beekvalleien weer met elkaar te connecteren.
Door deze natuurlijke eilandjes om te vormen tot één robuust geheel krijgt de lokale biodiversiteit in de gehele regio opnieuw de noodzakelijke ruimte.
Fysieke verbindingen zijn cruciaal voor wilde dieren zoals de havik om zich vrij te kunnen bewegen tussen verschillende geschikte biotopen en jachtgronden.
Natuurlijke barrières zoals wegen en bebouwing worden door Greenconnect verzacht door de aanleg van groene stapstenen en veilige faunapassages.
Op deze manier wordt genetische verarming binnen de populaties voorkomen doordat individuen van verschillende gebieden elkaar weer kunnen ontmoeten.
Het voorkomen van genetische verarming door uitwisseling is essentieel voor de veerkracht en de overleving van de havik op de lange termijn.
Wanneer populaties geïsoleerd raken neemt de kans op inteelt toe wat de vatbaarheid voor ziektes en de overleving van de jongen negatief beïnvloedt.
De werking van Greenconnect zorgt ervoor dat de Voorkempen niet langer een verzameling losse snippers is maar een krachtig samenhangend ecosysteem.
De havik fungeert hierbij als een indicatorsoort want zijn aanwezigheid bewijst dat de ecologische verbindingen en de voedselketen naar behoren functioneren.
Dankzij de inspanningen van GroenRand en de beelden van Frank Vermeiren groeit het bewustzijn over het belang van deze majestueuze bosbewoner bij het grote publiek.


De reportages van Vogels van A tot Z nodigen iedereen uit om met meer aandacht naar de natuurlijke schatten in onze eigen directe leefomgeving te kijken.
Zo blijft de havik de onbetwiste koning van onze Kempense bossen en een krachtig symbool voor een gezonde en verbonden lokale biodiversiteit.

zondag 5 april 2026

Van een gezellig etentje in Brecht tot de groene ruggengraat van de regio: tien jaar GroenRand als onvermoeibare bewaker van het beleid

Van een gezellig diner in Brecht tot de groene ruggengraat van de regio: tien jaar GroenRand als onvermoeibare waakhond van het beleid


Op 22 april 2026 naderen we een bijzondere mijlpaal: het tienjarig bestaan van de natuurvereniging GroenRand.
Vandaag, op 5 april, zijn we nog precies 17 dagen verwijderd van dit markante moment.


Dit decennium staat symbool voor een onvermoeibare inzet voor de biodiversiteit in de Noorderkempen en de Voorkempen.
Wat begon op de internationale Dag van de Aarde in 2016 in de Kolonie in Brecht onder leiding van bezieler Dirk Weyler is uitgegroeid tot een invloedrijke beweging.
De groep heeft de ecologische ruggengraat van de regio fundamenteel versterkt en op de politieke kaart gezet.


Terwijl wereldleiders destijds in New York het Klimaatakkoord van Parijs ondertekenden legde een groep lokale pioniers de basis voor een ambitieus natuurverhaal.
De Antitankgracht werd hierbij de centrale drager van een robuust netwerk van natuurverbindingen tussen beekvalleien, heide en bossen.
Natuurpunt kocht sindsdien aanzienlijke percelen rond de gracht terwijl GroenRand het Regionaal Landschap de Voorkempen stimuleerde om deze als ecologische ruggengraat te versterken.
Dit leidde tot een strategische samenwerking tussen zeven gemeenten, de provincie, de VMM en het Agentschap voor Natuur en Bos.


De Antitankgracht is nu de spil van de Klimaatgordel binnen het grootschalige project De Nieuwe Rand en het soortenbeschermingsprogramma Antitankgracht voor de otter genaamd Plan Cornelis.
Voor natuurvereniging GroenRand is de otter niet zomaar een diersoort maar het ultieme symbool van een gezond en verbonden landschap.


Als zogenaamde paraplusoort fungeert de otter als een kwaliteitslabel voor de natuur omdat hij extreem hoge eisen stelt aan zijn leefomgeving.
Een hele reeks andere soorten profiteert automatisch mee van de maatregelen die voor deze graadmeter worden genomen op het terrein.
Wanneer het water schoon genoeg is voor de visstand waar de otter van leeft vinden ook vissen, watervogels, de bever en diverse libellensoorten daar een veilig onderkomen.
Zelfs de ijsvogel geniet van de dekking die oevers bieden wanneer deze conform de otterstandaarden worden ingericht door beleidsmakers.

GroenRand riep 2021 uit tot het Jaar van de Otter waarmee de vereniging het dier bij het grote publiek en de politiek definitief op de kaart zette.
Sindsdien lobbyen ze onvermoeibaar voor de aanleg van veilige migratieroutes omdat het verkeer de grootste bedreiging vormt voor dit indrukwekkende roofdier.
Omdat otters liever niet onder donkere nauwe bruggen door zwemmen steken ze vaak de weg over met dodelijke aanrijdingen tot gevolg.
De vereniging voert daarom actie voor de installatie van looprichels en fauna-uitstapplaatsen langs waterwegen om deze sterftecijfers drastisch te verlagen.
In maart 2026 nam GroenRand een prominente rol in tijdens de Europese otterconferentie in Antwerpen om de noodzaak van grensoverschrijdende natuurverbindingen te benadrukken.
De Europese otter is perfect aangepast aan een leven op de grens van land en water met zijn gestroomlijnde lichaam en krachtige staart en zwemvliezen.
Zijn vacht is een technisch wonder met wel 50.000 haren per vierkante centimeter wat zorgt voor een isolerende luchtlaag op de huid.
Hierdoor blijft de otter zelfs in ijskoud water droog en warm terwijl hij in zijn enorme territorium op zoek gaat naar paling, witvis en amfibieën.
De voortplanting van de otter verloopt traag met meestal maar twee tot drie jongen per worp die maandenlang intensieve zorg nodig hebben.
Door de otter centraal te stellen dwingt GroenRand beleidsmakers om op grote schaal naar het landschap te kijken in plaats van naar kleine geïsoleerde reservaten.


De aanwezigheid van de otter in de regio zou het definitieve bewijs zijn dat de investeringen in waterkwaliteit en natuurverbindingen hun vruchten afwerpen.
De tiende verjaardag staat hiermee volledig in het teken van het internationale Earth Day thema 'Our Power, Our Planet'.
Dit thema bewijst de collectieve macht van vastberaden burgers om de koers van het beleid effectief en duurzaam te veranderen.
Een centraal onderdeel van de erkenning voor deze burgerkracht is de jaarlijkse uitreiking van de Groene Duim.
De laureaten krijgen traditioneel een fles Duimpjesbier, een Westmalle Trappist met een uniek ontworpen etiket.


De laureaten ontvangen traditioneel een fles Duimpjesbier, een Westmalle Trappist met een uniek etiket ontworpen door verschillende kunstenaars.



Terwijl cartoonist Gie Campo al vanaf het begin de vaste cartoons voor de website van GroenRand tekende, ontwierp hij recenter het etiket met de bestuivers.


De overige artistieke etiketten uit de reeks zijn het werk van Fanny Le Clair, die de bever tekende, en Roderick Steverlynck, die de figuren van de boommarter en de otter ontwierp.


Deze illustraties symboliseren de terugkeer van deze bijzondere diersoorten naar de natuurgebieden in de Voorkempen, zoals de Antitankgracht en de Schijnvallei.


Het bier dient als eerbetoon aan de "Groene Duimen" die zich onvermoeibaar inzetten voor de lokale biodiversiteit.


Gie Campo ontving zelf de Groene Duim in 2026 voor zijn decennialange creatieve inzet en het ontwerpen van het logo voor Bijtandje Houtkantje.


Ook de milieuschepen van Malle Wouter Patho werd in 2026 gelauwerd voor de realisatie van de eerste 1,8 kilometer aan nieuwe hagen en houtkanten.


Dieter Coppens kreeg de onderscheiding in 2024 voor zijn boek Boslof waarin hij een schitterende ode bracht aan het Zoerselbos.


Bijenambassadeur Els Beeckx werd in 2025 geëerd voor haar succesvolle campagnes zoals ByeByeGazon en LaatZeLiggen.



Bioloog Dirk Draulans ondersteunt de visie van de vereniging regelmatig en reikte in 2023 de prijs uit aan de actiegroep Red de Voorkempen.


Zelfs de Mooimakers zoals Tom Van Thienen en Luc Vermeersch en Jef Helderweert werden bekroond voor hun strijd tegen zwerfvuil langs de gracht.


De deskundige inzet van Anne Stuer en Michiel Cornelis van het Regionaal Landschap werd in 2022 reeds als aanmoediging beloond.


De drijvende kracht achter de analytische en vlijmscherpe teksten van de vereniging blijft Glenn via zijn rubriek de pen van Glenn.
Glenn vertaalt complexe politieke dossiers naar begrijpelijke columns over de noodzaak van ontsnippering en de terugkeer van zeldzame fauna.
De visuele pracht van de regio wordt magistraal vastgelegd door een collectief van fotografen.
Frank Vermeiren is hierbij gespecialiseerd in artistieke portretten van de grote zaagbek en de gekraagde roodstaart en de havik.
Francois Eennaes is de onbetwiste meester van de watervogels en legt de dynamiek vast van de krakeend en de kuifeend en de wintertaling.
Hij brengt tevens de subtiele aanwezigheid van de staartmees en de nijlgans in de Voorkempen haarscherp in beeld voor het nageslacht.
Jos Jansen focust op de precisie van het ijsvogeltje terwijl Wim Verschraegen de sfeer van de lente en de boomkikker vastlegt.


Els De Backer richt haar lens op de gratie van reeën in gebieden zoals het Wolvenbos om versnippering aan te klagen.
Ingrid Boumans neemt ons in het jubileumjaar mee door de lens voor belevingsverslagen over de vos en domeinen als De Uitlegger.


Andere fotografen zoals Anne Oostvogels, Paul Van Dijck, Geert Bollen en Rodrik Steverlynck dragen dagelijks bij aan de beeldbank.


Ook Ben Hellebaut, Karel de Blick, Mark Mertens, Ivo Schut en Harry De Cock zetten hun talent belangeloos in voor de missie van GroenRand.


Hun foto's van de boommarter en de bever wekken bewondering op en vergroten het maatschappelijk draagvlak voor natuurverbindingen.


Het tienjarig jubileum wordt gevierd met het ambitieuze project Greenconnect. Met begeleide wandelingen, de introductie van een vrolijke mascotte en vijf indrukwekkende beeldverslagen wordt de visie van Greenconnect extra kracht bijgezet.


In deze verslagen staan vijf iconische gebieden centraal: de uitgestrekte Kalmthoutse Heide, het Groot en Klein Schietveld en de omliggende bosgordels. Ook de vele beekvalleien, die via de Antitankgracht als een blauw-groene ader met elkaar verbonden zijn tot een robuust natuurpark, komen aan bod.
GroenRand zet volop in op het project Bijtandje Houtkantje om kilometers groene linten aan te planten als schuilplaats voor biodiversiteit.
De vereniging hamert op het belang van de otter en de bever als sleutelsoorten voor een gezond en veerkrachtig watersysteem.
De terugkeer van de boommarter bewijst dat de ontsnippering van boskernen vruchten afwerpt mits er voldoende faunapassages worden aangelegd.
GroenRand profileert zich als een sterke pleitbezorger van Vlaamse parken en lobbyde intensief voor het nieuwe Parkendecreet.
Destijds erkende de groep het Nationaal Park Hoge Kempen niet omdat een wettelijk kader ontbrak maar dat decreet is er nu eindelijk.

Hoewel het ontbreken van een Nationaal Park Kalmthoutse Heide een bittere pil blijft blijft de vereniging aandringen op dialoog.
Dit gebrek aan lokaal politiek draagvlak en vrees bij de landbouwsector vormt een grote uitdaging voor de toekomst van de regio.


Sinds 2016 stimuleert de vereniging partners zoals Natuurpunt om strategische bosverwervingen te realiseren langs de ecologische ruggengraat.
In Schilde kocht Natuurpunt Schijnbeemden in 2020 een stuk van 37 hectare ecologisch waardevol bos in ’s-Gravenwezel.
Het gebied omvat de Lage Haar en het Gravinnenbos, die samen een aaneengesloten natuurgebied van 51 hectare vormen.
Ook recenter verworven gebieden zoals de Putse Heide, de Dobbelhoefse Velden en de Schans van Schilde vormen nu een ketting van natuur.
Het Verbrandbos, het Sniederpad en het Wolvenbos zijn nu essentiële schakels langs de waterloop in deze groene gemeente.


In Kapellen realiseerde Natuurpunt Antwerpen Noord reeds de aankoop van het Fort van Ertbrand en het Ertbrandbos als cruciaal knooppunt van 90 hectare.
Het nabijgelegen Koude Heide werd versterkt met extra percelen heide en bos om de verbindingsfunctie van de gracht te optimaliseren.
Binnen De Nieuwe Rand dreigt natuurontwikkeling echter ondergesneeuwd te raken door complexe procedures en politieke traagheid.
GroenRand eist daarom directe actie via quick wins om de Klimaatgordel effectief te realiseren op het terrein.
Via projecten zoals Greenconnect wordt gewerkt aan nieuwe natuur en kleine faunapassages om geïsoleerde natuureilandjes te herverbinden.

Het doel is eenvoudig maar cruciaal: het voorkomen van genetische verarming om biodiversiteit een duurzame toekomst te geven.
Dit jubileum staat voor een belangrijke koerswijziging, waarbij de vereniging een duidelijkere en scherpere rol op zich neemt als onafhankelijke beleidsmonitor.
We evolueren van organisator van publieksactiviteiten, zoals de bekende begeleide wandelingen en infosessies, naar een analytische en kritisch ingestelde controle-instantie.
GroenRand houdt de natuurkwaliteit in de gaten en ziet erop toe dat politieke beloftes van ministers, zoals Jo Brouns, ook echt worden waargemaakt.
Voortaan fungeren de bijeenkomsten als dynamische town halls waar een krachtige interactie ontstaat tussen de lokale basis en de hogere politiek.
Tijdens deze sessies verzamelt GroenRand dringende vragen en concrete dossiers van burgers over het tekortschietende natuurbeleid.
De vereniging fungeert als strategisch doorgeefluik voor volksvertegenwoordigers die deze dossiers in het parlement kunnen verdedigen via formele vragen.
De controle op de uitvoering van het natuurbeleid voor de periode 2026 tot 2031 staat voortaan centraal via vijftien concrete actiepunten.
Dit uitgebreide jubileumartikel bezegelt de transformatie van een dynamische burgervereniging naar een onwrikbare beleidsbewaker.
De overheid wordt voortdurend herinnerd aan haar eigen natuurdoelstellingen en de noodzaak van een integrale aanpak.
Elke zin in dit relaas onderstreept dat lokale burgerkracht de politieke agenda fundamenteel kan en moet blijven beïnvloeden.
De combinatie van de juiste wetenschappelijke argumenten en prachtige beelden blijkt een winnende formule voor natuurbehoud.
GroenRand blijft de stem van de stemlozen en de pen die de waarheid schrijft en de lens die de hoop op een robuuste natuur scherp houdt.
Sinds de start in 2016 is er een indrukwekkende keten van terreinrealisaties op gang gekomen die de versnipperde kernen stap voor stap verbindt.
Zonder de onvermoeibare lobby van GroenRand zouden veel van deze percelen nooit de status van beschermd natuurgebied hebben gekregen.


Door de collectieve kracht van burgers en overheden te bundelen zijn we erin geslaagd om versnipperde gebieden weer tot één ademend ecosysteem te smeden.
De overgang naar een beleidsmonitor bezegelt de volwassenwording van een organisatie die daden boven woorden stelt.
Zo blijft de erfenis van die gedenkwaardige dag in april 2016 voortleven in elke nieuwe faunapassage en elke veilige oeververbinding.
De toekomst van onze planeet begint bij de kracht die we lokaal ontwikkelen om onze eigen leefomgeving te beschermen en te herstellen.
GroenRand blijft onvermoeibaar toezien op de realisatie van de Klimaatgordel zodat toekomstige generaties ook kunnen genieten van deze weelderige natuur.