maandag 30 maart 2026

GroenRand steunt de integrale visie op de opwaardering van Domein De Welvaart

GroenRand ondersteunt de integrale visie voor de opwaardering van Domein De Welvaart


Domein De Welvaart is een levendig natuur- en bosgebied van zo’n 15 hectare in Sint-Antonius (Zoersel) dat een rijke geschiedenis combineert met moderne natuurontwikkeling.
Het bos vormt een cruciale schakel in de groene gordel van de Voorkempen en sluit direct aan bij het Molenbos en het bekende Trappistenbos van Westmalle.


Volgens de historische Ferrariskaart uit de periode 1771-1778 was dit gebied ooit een uitgestrekt heide- en duinenlandschap dat bekendstond onder de naam “Westmalsche Heyde”.
In de loop der eeuwen is deze schrale grond uitgegroeid tot een rijk boslandschap met een grote rijkdom aan flora en fauna, waaronder de kenmerkende en prachtige beukendreven.


Hoewel het bosdomein momenteel geen officieel beschermde status geniet, vormt het een essentiële verbinding met de nabijgelegen ankerplaats 'Abdij van Westmalle' en omliggende natuurgebieden.
De sociale historie van de plek is nauw verbonden met de stad Antwerpen, die hier decennialang vakantiekampen en bosklassen organiseerde voor Antwerpse schoolkinderen.
Sinds 2006 heeft Stichting Kempens Landschap een voortrekkersrol op zich genomen door stelselmatig bospercelen aan te kopen om het gebied voor de toekomst veilig te stellen en op te waarderen.


Vandaag de dag is het eigendom in handen van Stichting Kempens Landschap, gemeente & ocmw Zoersel, Natuurpunt en een aantal private eigenaren.
Samen met partners zoals Bosgroep Antwerpse Gordel, de provincie Antwerpen en Regionaal Landschap de Voorkempen zet de Stichting zich in voor het behoud van deze groene long.
De plaatselijke natuurvereniging GroenRand steunt deze integrale visie en is uitgesproken tevreden over de gang van zaken omdat het project naadloos aansluit bij hun eigen doelstellingen voor een robuuste klimaatgordel.
GroenRand looft specifiek de inspanningen om van het domein een ecologische stapsteen te maken die de migratie van kwetsbare soorten tussen verschillende boskernen in de regio mogelijk maakt.
De vereniging ziet de recente erfpacht door Natuurpunt Voorkempen als een absolute garantie dat het beheer op lange termijn gericht blijft op maximale natuurwinst en biodiversiteit.


Bovendien steunt GroenRand de duurzame herbestemming van de gebouwen naar een natuureducatief centrum, wat het maatschappelijk draagvlak voor natuurbehoud bij de lokale bevolking versterkt.
Onlangs werd een belangrijke stap gezet naar een veerkrachtig bos via een grootschalige bosaanplant met lokale scholen uit Zoersel.


Bijna honderd leerlingen staken de schop in de grond voor een nieuw stukje bos van meer dan 1 hectare, een actie die feestelijk werd geopend door gedeputeerde Jan De Haes en burgemeester Katrien Schryvers.
In het opgestelde bosbeheerplan wordt gestreefd naar de ontwikkeling van een inheems gemengd bos door exotische boomsoorten stapsgewijs te vervangen door inheemse soorten.
Naast de bosaanplant wordt extra natuurwaarde gecreëerd door de systematische aanleg van bosranden en een nieuw poelencomplex.


Dit poelencomplex werd aangelegd met de steun van het Agentschap voor Natuur en Bos om de biodiversiteit te verbeteren en biedt de ideale stek voor amfibieën zoals de beschermde kamsalamander.
Dat de aanleg van de poelen werkt, bleek uit de monitoring van vorige week waarbij heel wat vinpootsalamanders en alpenwatersalamanders werden aangetroffen.
Gisteren organiseerde Natuurpunt Voorkempen een wandeling onder leiding van gids Bart Hellemans om de bewoners van deze waterpartijen van dichtbij te bekijken.
Tijdens deze excursie werden de Alpenwatersalamander en de Vinpootsalamander effectief gevonden, wat aantoont dat de poelen uitgroeien tot waardevolle leefgebieden.


De Alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) is herkenbaar aan zijn blauwgrijze gemarmerde rug en een opvallende, feloranje ongevlekte buik.
De Vinpootsalamander (Lissotriton helveticus) is de kleinste salamander van Vlaanderen; het mannetje heeft in de paartijd zwarte zwemvliezen aan de achterpoten en een draadje aan de staart.
Naast de amfibieën was ook de Geelgerande watertor (Dytiscus marginalis) van de partij, een indrukwekkende waterroofkever die een geduchte jager is in de onderwaterwereld.
Gids Bart Hellemans gaf nadien een uitgebreid overzicht van de amfibieën die in België voorkomen, een groep die onderverdeeld wordt in staartloze en staarthoudende amfibieën.


Tot de staarthoudende amfibieën in België behoren de Kleine watersalamander, de Alpenwatersalamander, de Vinpootsalamander, de zeldzame Kamsalamander en de landbewonende Vuursalamander.
De groep van de staartloze amfibieën (kikkers en padden) bestaat uit de Gewone pad, de Rugstreeppad, de Vroedmeesterpad en de zeldzame Geelbuikvuurpad.
Daarnaast vinden we in onze streken de Bruine kikker, de Heikikker, de Boomkikker en de verschillende groene kikkers zoals de Poelkikker, Meerkikker en de Bastaardkikker.
Amfibieën zijn uiterst kwetsbaar voor habitatverlies en versnippering, waardoor projecten zoals in De Welvaart van levensbelang zijn voor hun voortbestaan.
De kamsalamander, die nog op zijn intrek wacht, is de grootste inheemse watersalamander en staat bekend om de hoge getande kam die de mannetjes in het voorjaar ontwikkelen.
Naast natuurherstel wordt er ook ingezet op duurzame infrastructuur; zo worden de bestaande gebouwen op het terrein gerenoveerd met ecologische materialen zoals Europese Lariks.
Met de installatie van hoogwaardige isolatie, zonnepanelen en warmtepompen wordt het domein een modern en zelfvoorzienend centrum voor natuureducatie en jeugdwerking.
De nauwe samenwerking tussen Stichting Kempens Landschap, de gemeente Zoersel en Regionaal Landschap de Voorkempen werpt duidelijk zijn vruchten af voor de lokale fauna.
Elke poel en elke aangeplante boom draagt bij aan een robuuster ecosysteem dat beter bestand is tegen de uitdagingen van de huidige klimaatverandering.
De prachtige beukendreven die het bos zo typeren, blijven behouden als beeldbepalend element terwijl het omliggende bos stilaan transformeert naar een natuurlijker geheel.
Dankzij de inzet van vrijwilligers van Natuurpunt en de professionele begeleiding van de Bosgroepen blijft De Welvaart een baken van rust en biodiversiteit in de Antwerpse Voorkempen.
Zo evolueert het domein van een historische heide over een vakantiedomein naar een topnatuurgebied waar educatie en behoud hand in hand gaan voor toekomstige generaties.

GroenRand presenteert: De Groene specht in de lens van Frank Vermeiren

GroenRand presenteert: De groene specht door de lens van Frank Vermeiren


In de reportagereeks Vogels van A tot Z brengt GroenRand lokale vogels tot leven met passie, wetenschappelijke weetjes en prachtige foto's van onder andere Frank Vermeiren.
Dit digitale archief viert de biodiversiteit in onze eigen achtertuin waarbij momenteel de Groene specht onder de letter G in de schijnwerpers staat.
Frank Vermeiren heeft beelden gemaakt in de randen van het Zoerselbos waar de overgang tussen bos en open veld het ideale biotoop vormt voor deze soort.
In de Voorkempen is de Groene specht een algemene verschijning in gemeenten zoals Schoten, Brasschaat, Kapellen, Brecht en Zoersel waar hij geniet van kasteeldomeinen.
De regio staat bekend om haar vele parken waar de vogel profiteert van het halfopen landschap met oude loofbomen en grote gazons vol met mierennesten.
De groene specht is een vogel die zijn eigen regels schrijft en daarmee al eeuwenlang een bron van verbazing, anatomische wonderen en rijke folklore is.
Waar andere spechten hun aanwezigheid luidruchtig aankondigen met geroffel op droge takken kiest deze lachende houthakker voor een galmende bijna sarcastische roep.


Wereldwijd komen meer dan 200 soorten spechten voor die je kunt herkennen aan hun vaak opvallende kleurenpatroon en beitelvormige snavel.
Spechten hebben twee voor- en twee achtertenen per poot en een stevige steunstaart waarmee ze zich aan loodrechte boomstammen vastklampen.
Die eigenschappen stellen spechten in staat om fiks op hun schors in te hakken maar de groene specht vertoont hierbij zeer eigenzinnig gedrag.
Hij zoekt namelijk vooral op de grond naar eten in tegenstelling tot andere spechtensoorten wat hem een unieke verschijning in het veld maakt.
Een groen getint verenkleed, een mysterieus zwart masker en een knalrode zotskap op zijn kruin zorgen ervoor dat hij veel weg heeft van een nar.
En dan heb je hem nog niet horen lachen want zijn lachende baltsroep verraadt meteen zijn aanwezigheid in de bossen en tuinen van de Voorkempen.
De vogel bereikt een grootte van 30-36 cm met een spanwijdte van 40-52 cm en een gewicht dat varieert tussen 140 en 250 gram.
De levensverwachting ligt tussen de 5 tot 10 jaar maar er zijn vogels bekend die een respectabele leeftijd van meer dan 15 jaar hebben bereikt.


De groene specht is een echte mierenspecialist en zijn favoriete maaltijd bestaat uitsluitend uit deze kleine insecten en hun larven uit de bodem.
Restanten in de uitwerpselen wijzen uit dat vooral rode bosmieren hun favoriete hap zijn waarvan hij er wel 2000 per dag kan verorberen.
Ze zoeken hun voedsel bijna uitsluitend op de grond en gebruiken hun lange kleverige tong van wel tien centimeter om mieren op te likken.
Deze tong is voorzien van kleine weerhaakjes aan het uiteinde om prooien letterlijk uit hun diepe gangen in mierenhopen te spiesen.
In rusttoestand zit deze tong volledig rond zijn schedel gerold waar hij fungeert als een natuurlijke schokdemper om zijn hersenen te beschermen.
Hij hakt niet in hout voor eten maar graaft met zijn snavel gaten van wel een halve meter diep in mierenhopen en gazons.
In de winter wanneer mieren onbereikbaar zijn vertoont hij soms wanhopig gedrag en valt hij zelfs bijenkorven aan om bij de larven te komen.


Je herkent de groene specht aan zijn groene bovendelen met een felgele stuit die vooral in de vlucht zeer goed zichtbaar is voor de kijker.
Het mannetje heeft een rode vlek in de zwarte snorstreep terwijl bij het vrouwtje deze snorstreep volledig zwart gekleurd is gebleven.
Jonge groene spechten zien er uit als volwassen vogels maar zijn over hun volledige lichaam zwaar gevlekt en missen het zwarte masker rond hun ogen.


De groene specht is onmiskenbaar in zijn voorkomen en door zijn rode kruin valt hij met geen enkele andere lokale soort te verwarren in het bos.
Hij roffelt slechts zelden en zijn roffel is veel minder krachtig dan die van de andere spechten die we in de Voorkempen horen hameren.
Waar andere spechten luidruchtig roffelen kiest deze lachende houthakker voor een galmende roep die lijkt op het gehinnik van een jong paard in de wei.
Vanwege dit geluid heeft hij in het vroege voorjaar de bijnaam het maartse veulen gekregen wat perfect past bij zijn eigenzinnige karakter.
In de Lage Landen staat hij bekend als de waterspecht of regenvogel omdat men geloofde dat zijn lach helderder klinkt vlak voor een bui.
De spreuk als de specht lacht wordt er regen verwacht leidde tot de legende dat hij alleen uit karrensporen en holle stenen mag drinken.


Toen God na de schepping de dieren een vijver liet graven weigerde de groene specht mee te werken uit angst zijn mooie veren vuil te maken.
Als straf roept hij sindsdien bij droogte klagend om regen met de kreet giet-giet-giet terwijl hij op zoek is naar water in diepe sporen.
In het Verenigd Koninkrijk heeft hij de volksnaam yaffle gekregen wat de inspiratie vormde voor Professor Yaffle in de klassieke serie Bagpuss.
De Romeinen beschouwden hem als een heilige vogel van de oorlogsgod Mars die de stichters Romulus en Remus zou hebben gevoed.
Zijn wetenschappelijke naam Picus viridis voert terug naar koning Picus die door de tovenares Circe in een specht werd veranderd na een afwijzing.
Jacob van Maerlant beschreef de magische springwortel die elk slot kon openen als je de nestholte van een specht met een spie zou blokkeren.
De groene specht maakt gebruik van zelf uitgehakte nestholtes in bomen om te broeden bij voorkeur in oud hout van wilgen of populieren.


Om zijn nest uit te hakken is hij gemiddeld 15-30 dagen bezig waarbij zowel het mannetje als het vrouwtje fanatiek mee timmeren.
Ze gebruiken geen mos of veren maar houtsnippers om de binnenkant van het nest te bekleden op een hoogte van twee tot tien meter boven de grond.
Hetzelfde hol wordt soms meerdere jaren na elkaar gebruikt maar de strijd om deze woningen met brutale spreeuwen is vaak erg fel en vermoeiend.


Het mannetje en het vrouwtje broeden om beurten de 5 tot 7 glanzend witte eieren uit die na 14 tot 19 dagen eindelijk uitkomen.
Hun ouders voeden hen met een vloeibare brij op basis van insecten die ze bewaren in de krop onderaan de slokdarm van de volwassen vogel.
Na ongeveer 25 dagen vliegen de jongen uit waarbij hun sterk golvende vlucht over de Brechtse Heide of Domein de Mick direct opvalt.
Spiritueel wordt de groene specht gezien als een symbool van healing, vreugde en het naar boven halen van verborgen waarheden uit de aarde.
De groene kleur verbindt hem met het hartchakra en zijn lach is een uitnodiging om meer plezier in het dagelijkse leven toe te laten.
Wil je hem naar je tuin lokken zorg dan voor een mieren-vriendelijk gazon zonder pesticiden en leg eventueel bananen of appelkrootjes neer.
Je kunt een specifieke nestkast van 45 cm hoog aanbieden gevuld met houtzaagsel zodat hij zijn instinctieve hakdrang kan bevredigen.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de sponsachtige botstructuur in hun schedel werkt als een buffer om de schokken van het hakken op te vangen.
Recente studies suggereren echter dat de schedel juist als een stijve hamer werkt om de kinetische energie maximaal over te dragen op het hout.


De groene camouflagekleur is een perfecte aanpassing aan zijn leven op de grond waar hij urenlang onopgemerkt tussen het gras kan foerageren.
GroenRand benadrukt het belang van ecologisch beheer zoals het laten staan van kwijnende bomen en het minder vaak maaien van grasvelden.
GroenRand en Frank Vermeiren blijven zich inzetten om deze fascinerende bewoner van de Voorkempen via dit digitale archief de nodige aandacht te geven.
Elke waarneming van de groene specht in parken zoals die van Schoten of Brasschaat draagt bij aan onze kennis over de lokale biodiversiteit.
De vogel is een standvogel wat betekent dat hij het hele jaar door in zijn territorium verblijft en ons ook in de winter verblijdt.
Zijn aanwezigheid in een tuin is een teken van een gezonde bodem vol leven aangezien hij afhankelijk is van grote populaties mieren.
Met deze uitgebreide beschrijving hopen we dat de lezer met hernieuwde bewondering zal kijken naar deze lachende nar van onze eigen natuurgebieden.

zondag 29 maart 2026

GroenRand waarschuwt na spectaculaire redding van geknelde buizerd in Schilde

GroenRand waarschuwt na de spectaculaire redding van een vastzittende buizerd in Schilde


In de bosrijke omgeving van Schilde voltrok zich afgelopen zondag een aangrijpende reddingsoperatie die de harten van vele natuurliefhebbers sneller deed kloppen toen een majestueuze buizerd hulpeloos in een boom bleek te hangen.


De brandweer van Zone Rand werd met spoed opgeroepen naar de Antitankgracht, niet voor een standaardklus zoals een kat in de boom, maar voor een delicate bevrijdingsactie bij de bekende ingestorte brug.


Het dier was tijdens zijn dagelijkse jachtritueel verstrikt geraakt in een achtergelaten vishaak die samen met een verraderlijk sterke nylondraad hoog tussen de takken bungelde als een onzichtbare galg.
De brandweerlieden ter plaatse begrepen direct dat een gewone ladder niet voldoende zou zijn om de vogel zonder extra stress te bereiken en haalden daarom een grote zaag tevoorschijn om de specifieke tak waar het vistuig aan vastzat voorzichtig te verwijderen.
Aan de voet van de boom stonden de ervaren medewerkers van het Vogelopvangcentrum Wilde Dieren in Nood uit Kapellen en Brasschaat klaar met een zacht net om de zware roofvogel veilig op te vangen zodra de tak neerwaarts kwam.
De redding verliep uiterst succesvol en de roofvogel werd onmiddellijk in een verduisterde transportkist overgebracht naar het opvangcentrum om in alle rust te bekomen van zijn traumatische zondag.
Bij een grondige medische inspectie in het centrum werd nog meer nylondraad tussen de diepe verenlaag verwijderd, maar de fysieke schade bleef gelukkig beperkt tot een enkele gebroken staartpen en wat lichte kneuzingen.


De buizerd is een van de meest iconische en voorkomende roofvogels in onze regio en staat bij het grote publiek bekend om zijn brede afgeronde vleugels en zijn karakteristieke miauwend geluid dat vaak over de velden galmt.
Met een spanwijdte die kan oplopen tot wel honderdzesendertig centimeter is het een indrukwekkende verschijning die men vaak op houten paaltjes langs de snelweg ziet zitten terwijl hij geduldig de omgeving afspeurt naar een onvoorzichtige prooi.
Wetenschappelijk staat deze vogel bekend als Buteo buteo en hij behoort tot de familie van de havikachtigen, waarbij het vrouwtje meestal een slag groter en zwaarder is dan het mannetje.
Deze vogels zijn echte opportunisten die zich voeden met een breed scala aan prooien zoals muizen, mollen en konijnen, maar ook kikkers, hagedissen en soms zelfs grote hoeveelheden regenwormen of vers aas staan op het menu.


Zijn verenkleed is een van de meest variabele onder de Europese vogels, gaande van bijna volledig wit met enkele vlekken tot een zeer donker chocoladebruin, waardoor geen twee buizerds er exact hetzelfde uitzien.
Het recente incident bij de Antitankgracht werpt echter een schril en pijnlijk licht op de gevaren die door onachtzame mensen worden achtergelaten in deze ecologisch waardevolle natuurgebieden.
Natuurvereniging GroenRand volgt de lokale situatie op de voet en hun waarschuwingen over zwerfvuil zoals visdraad en haken zijn helaas bittere noodzaak geworden in een steeds drukker bezochte regio.


De nagenoeg onzichtbare nylondraad is ontworpen om niet op te vallen in het water, maar juist die eigenschap maakt het een dodelijke valstrik wanneer het in bomen of struiken terechtkomt.
Wanneer een dier verstrikt raakt, snijdt de flijmscherpe draad bij elke wanhopige beweging dieper in het zachte weefsel en de spieren, wat onherroepelijk leidt tot afgeknelde ledematen, zware ontstekingen of een langzame dood door uitputting.
In waterrijke gebieden zoals de Antitankgracht en de nabijgelegen Kleine E-10 plas leidt dit materiaal regelmatig tot gruwelijke scenario's waarbij watervogels en vissen letterlijk aan elkaar vastgehaakt worden.
Vishaken vormen een direct risico omdat ze snavels of poten ongewenst piercen, waardoor dieren niet meer kunnen eten of zwemmen en een gruwelijke dood tegemoet gaan.


Niet alleen de directe omgeving van de waterkant is gevaarlijk, want veel vogels zien kleurrijke plastic slierten of glanzende garen aan voor perfect en zacht nestmateriaal.
In de enorme nesten van ooievaars en zwarte kraaien worden tegenwoordig schrikbarend vaak stukken nylondraad teruggevonden die jonge vogels als een lasso om hun poten of nek trekken terwijl ze groeien.


Het gevolg is dat zowel de volwassen vogels als hun jongen in het nest verstrikt raken en zichzelf onbedoeld ophangen of verstikken nog voor ze hun eerste vlucht kunnen maken.
GroenRand benadrukt met klem dat zelfs grotere zoogdieren zoals de zeldzame otter en reeën ernstige hinder ondervinden van dit menselijke afval in hun leefgebied.
Otters kunnen verstrikt raken in oude fuiken of lijnen onder water, terwijl reeën verstrikt raken in grotere touwen die in het struikgewas zijn achtergelaten.
Grazers in de aangrenzende weiden lopen bovendien het risico te sterven aan inwendige bloedingen na het per ongeluk opeten van versnipperde blikresten die met het hooi zijn meegekomen en de maagwand doorboren.


De Antitankgracht zelf is een historisch verdedigingswerk uit de late jaren dertig dat na de oorlog is uitgegroeid tot de belangrijkste en langste groene verbinding in de provincie Antwerpen.
Met een totale lengte van drieëndertig kilometer vormt deze waterweg een vitale migratieroute voor talloze diersoorten die zich veilig willen verplaatsen tussen de versnipperde natuurgebieden van de Voorkempen.


Dit beschermde landschap herbergt een enorme diversiteit aan flora en fauna die volledig afhankelijk is van het zuivere water en de rustige, ongestoorde oevers van de gracht.
De recente opruimacties van GroenRand, waarbij honderden liters afval werden verzameld, onderstrepen de ernst van de situatie en het belang van de oproep aan recreanten om werkelijk elk klein stukje restafval mee naar huis te nemen.
Het Vogelopvangcentrum in Kapellen ziet een zorgwekkende stijging in het aantal binnengebrachte slachtoffers van menselijk toedoen, gaande van verkeersslachtoffers tot vogels die verstrikt raken in sportnetten.
Revalidatie voor een grote roofvogel als de buizerd is een proces van lange adem waarbij het dier in grote vliegkooien zijn spierkracht en vliegtechniek stap voor stap moet terugwinnen voor de vrijlating.


De medische kosten voor dergelijke opvangcentra lopen hoog op door het gebruik van röntgenfoto's, medicatie en de enorme hoeveelheden kwalitatief voedsel die nodig zijn voor het herstel.
In uitzonderlijke gevallen passen de verzorgers zelfs een techniek toe waarbij beschadigde veren worden vervangen door donorveren van een overleden soortgenoot, zodat de vogel direct weer stabiel kan vliegen.
De geredde buizerd uit Schilde heeft die extreme medische ingrepen gelukkig niet nodig, maar zijn verhaal dient als een krachtig en universeel pleidooi voor meer respect voor onze natuurlijke omgeving.
Natuurverenigingen roepen elke recreant, wandelaar en visser op om werkelijk elk klein stukje restafval, van vishaak tot een simpel snoeppapiertje, weer mee naar huis te nemen.
Vooral aan sportvissers wordt gevraagd om extra alert te zijn bij het werpen van hun lijn nabij overhangende takken om het onbedoelde verlies van gevaarlijk materiaal te beperken.
Alleen door een collectieve verandering in ons gedrag kunnen we voorkomen dat de koning van onze bermen en bossen opnieuw aan een zijden draadje komt te hangen door onze nalatigheid.
Terwijl de bewuste buizerd in alle rust herstelt in zijn kooi, blijft de oproep van GroenRand luid en duidelijk resoneren langs de historische oevers van de gracht.
De schoonheid van de Antitankgracht en de overleving van haar wilde bewoners is een kostbaar goed dat we enkel kunnen behouden als we onze fysieke voetafdruk in het landschap minimaliseren.
Laten we hopen dat dit incident de laatste ernstige waarschuwing was voor de regio Schilde en dat de vogel spoedig zijn rechtmatige plek in de thermiek boven de Kempen kan heroveren.
De overlevingsdrang van de natuur is bewonderenswaardig groot, maar de kwetsbaarheid voor modern menselijk afval is een trieste realiteit waar we elke dag opnieuw bij stil moeten staan.
Elke verloren vishaak in de natuur is in feite een scherp wapen dat geen onderscheid maakt tussen een vis, een beschermde roofvogel of een spelend kind.
Het onvermoeibare werk van verenigingen zoals GroenRand is onmisbaar om de vinger aan de pols te houden bij lokale overheden en het grote publiek te sensibiliseren over deze thema's.
De succesvolle samenwerking tussen de professionele hulpdiensten en de gedreven natuurbeschermers bewijst dat we samen een effectief vuist kunnen maken voor de biodiversiteit in onze achtertuin.


Moge deze buizerd binnenkort weer majestueus cirkelen boven de uitgestrekte velden van Schilde als het levende symbool van een geslaagde redding en een herwonnen vrijheid.
Het succes van dergelijke reddingsacties herinnert ons eraan dat elk individu een morele rol speelt in het behoud van de fragiele natuurlijke rijkdom die ons allemaal omringt.
Laten we de les van deze bewogen zondag meenemen bij elk toekomstig bezoek aan het bos of de waterkant, zodat natuur en mens in een gezonde harmonie kunnen blijven samenleven.
De geredde vogel krijgt door dit snelle ingrijpen een welverdiende tweede kans en het is nu aan de gemeenschap om ervoor te zorgen dat hij niet nogmaals het slachtoffer wordt van onze collectieve rommel.
Elke liter afval die door vrijwilligers uit de gracht wordt gevist, is een potentiële redding van een dierenleven dat anders in stilte en eenzaamheid verloren zou zijn gegaan.
Uiteindelijk is de bescherming van onze lokale fauna een verantwoordelijkheid die we delen met iedereen die van de rust en de pracht van de Antitankgracht wil genieten.
Het respecteren van de vogelrustgebieden en het opruimen van eigen en andermans afval zijn kleine daden met een enorme impact op het voortbestaan van onze inheemse soorten.
Laten we deze gebeurtenis gebruiken als een startpunt voor een schonere en veiligere leefomgeving voor alle wezens die de Antitankgracht hun thuis noemen.

Beelden: filmpje GVA

Herstel van onze waterlopen: lessen uit de Zwarte Beek en de toekomst van de Antwerpse Antitankgracht

Herstel van onze waterlopen: wat we leren van de Zwarte Beek en wat de toekomst brengt voor de Antwerpse Antitankgracht

Op woensdag 18 maart 2026 presenteerde het team Aquatisch Beheer van het INBO de resultaten van bijna tien jaar onderzoek tijdens het symposium "Naar geïntegreerd rivierherstel" aan de Universiteit Antwerpen.
De belangrijkste conclusie van deze intensieve monitoring is dat natuurherstel geduld vraagt.
Biologische gemeenschappen reageren traag en vertonen vaak pas na enkele jaren de eerste positieve effecten van fysieke ingrepen.
Uit de data blijkt dat actieve maatregelen, zoals grootschalige hermeandering en het wegwerken van barrières, cruciaal zijn om dit herstelproces in gang te zetten.
Daarnaast onderstreept het onderzoek het belang van een systeembenadering, waarbij de verbinding tussen de beek en de omliggende vallei essentieel is voor de biodiversiteit en de functie van de Zwarte Beek als klimaatbuffer tegen droogte en wateroverlast.


Functioneel intacte en biodiverse zoetwaterecosystemen vormen de onmisbare ruggengraat van een gezonde samenleving en een robuuste natuur.
Ze vervullen een unieke rol door het leveren van essentiële ecosysteemdiensten, variërend van voedselvoorziening tot natuurlijke afvalverwerking en waterzuivering.
Ook culturele waarden zoals recreatie en natuurbeleving in gebieden waar verenigingen als GroenRand actief zijn, hangen hier direct van af.


Om deze vitale functies voor de toekomst veilig te stellen, is de ontwikkeling van sterke milieurichtlijnen en grootschalige rivier- en beekherstelwerken van cruciaal belang.
Hoewel hun waarde onschatbaar is, behoren aquatische ecosystemen momenteel tot de meest gevoelige en bedreigde systemen ter wereld.
Door habitatverlies en antropogene veranderingen zijn veel natuurlijke morfodynamische processen volledig gestabiliseerd of zelfs stilgelegd.


Wereldwijd worden rivierlopen en waterpeilen gestuurd door constructies zoals pompgemalen, waterkrachtcentrales, dijken, stuwen, dammen en sluizen.
Dergelijke ingrepen hebben de riviermorfologie ingrijpend veranderd, waardoor de natuurlijke stroomruimte is ingeperkt en ecologische verbindingen zijn verbroken.
Daardoor is de karakteristieke natuur in de uiterwaarden sterk versnipperd geraakt, tot grote ergernis van natuurorganisaties zoals GroenRand.
Om dit te keren, fungeert de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) sinds december 2000 als richtlijn voor een uniform waterbeleid.


De KRW streeft naar een goede toestand voor alle waterlichamen met als hoofddoelen het veiligstellen van watervoorraad en kwaliteit, en het afzwakken van overstromingen en droogte.
Voor natuurlijke wateren wordt de ecologische toestand gemeten aan biologische elementen zoals vissen, macro-invertebraten en fytoplankton.
Voor sterk veranderde of kunstmatige wateren, zoals de Antwerpse Antitankgracht, richt het beleid zich op een goede ecologische samenhang met kruisende beken.
Rivierherstelprojecten proberen deze ecosysteemdiensten te laten toenemen en beschadigde systemen te herstellen zonder stroomafwaartse gebieden in gevaar te brengen.
Het herstel naar de oorspronkelijke toestand is vaak onmogelijk door gewijzigd landgebruik, maar de waterbeheerder (VMM) probeert toch functionele habitats te creëren.
In het najaar van 2016 startte de VMM in de vallei van de Zwarte Beek met grote maatregelen zoals hermeandering en het saneren van vismigratieknelpunten.
Er werd getracht een optimale abiotische uitgangspositie te creëren waarbij het systeem zich spontaan en natuurlijk kan ontwikkelen.


De herstelwerken werden beëindigd in het voorjaar van 2017 en de meetcampagnes van het systeem werden uitgevoerd in 2016, 2019 en 2024.
De bodemtextuur is sinds 2016 stabiel gebleven en bestaat grotendeels uit fijne zandsteen, grove zandsteen en grof organisch materiaal.
Er zijn echter voorzichtige indicaties dat het aandeel slib daalt ten voordele van fijn grind en stenen, wat cruciaal is voor gezonde gemeenschappen.


De gemiddelde bodemhoogte lijkt weinig beïnvloed door de hermeandering, maar de ruimtelijke variatie van de bodemhoogte is sterk veranderd.
Er is een natuurlijke creatie van poelen en riffles die doorheen de tijd meer uitgesproken worden in zowel de diepte als de lengte van de beek.
Door de hermeandering wordt het water afgeremd, wat bevorderlijk is voor waterretentie en de bezinking van zwevende stof in de vallei.
Ondanks een stijging in ruimtelijke variabiliteit van de stroomsnelheid, kan deze niet direct aan de hermeandering gelinkt worden door effecten in de controle-sectie.
Samengevat zien we een verhoogde variabiliteit in de structuur van habitats, vooral op het vlak van bodemhoogte en in mindere mate van stroomsnelheid.
Wanneer waterkwaliteitsmetingen voor en na de werken worden geëvalueerd, lijkt er een klein positief effect op stikstofverbindingen te zijn.


Er is echter geen overtuigend effect gemeten op fosforverbindingen, zwevende stof en de algemene zuurstofhuishouding door hoge temporele variabiliteit.
Na een aanvankelijke daling in de vispopulatie van 2016 naar 2019 werd in 2024 een positieve evolutie waargenomen die de startpositie overschreed.
Deze tijdelijke dip, ook wel de 'restoration hangover' genoemd, toont aan dat de natuur tijd nodig heeft om te reageren op fysieke herstelwerken.
Naast een verschuiving naar betere kwaliteit werden meer soorten geobserveerd, waarbij vooral stroomminnende vissen zoals de kopvoorn sterker vertegenwoordigd waren.
De hydromorfologie bleek de belangrijkste factor voor de verandering van de visgemeenschap, met stroomsnelheid en diepte als meest bepalende parameters.
Ook het aandeel waterplanten en de oeverbeplanting, waar GroenRand vaak aandacht voor vraagt, bleek essentieel voor de structuur van de visgemeenschappen.
Het opheffen van de barrièrewerking van stuwen resulteerde in een meer diverse visgemeenschap door stroomopwaartse beweging van kopvoorn, bittervoorn, snoek en kwabaal.


De kwaliteit van de macro-invertebraten en macrofyten lijkt daarentegen niet significant te zijn beïnvloed doorheen de tijd.
Deze wetenschappelijke inzichten over de Zwarte Beek zijn van onschatbare waarde voor de toekomst van de Antwerpse Antitankgracht.
De Antitankgracht fungeert als een 33 kilometer lange groene ruggengraat die natuurgebieden in de Voorkempen met elkaar verbindt.
Net als in de Zwarte Beek haalt in Vlaanderen momenteel slechts 0,4% van de waterlichamen de 'goede toestand' van de KRW.
Actieve herstelmaatregelen zoals grootschalige slibruimingen en het opheffen van barrières zijn ook hier de broodnodige katalysator.
De VMM verwijderde onlangs in Schilde nog 17.000 m³ vervuild slib, een actie die op termijn de biodiversiteit ten goede komt.
De principes van de systeembenadering uit de Zwarte Beek zijn uitstekend toepasbaar op de Antwerpse Antitankgracht, zoals ook blijkt uit het actuele Projectplan Antitankgracht 2026-2031.
Net als bij de Zwarte Beek verschuift de focus hier naar integraal valleiherstel, waarbij de gracht als een 33 kilometer lange groen-blauwe ruggengraat de verbinding tussen vijf kruisende waterlopen versterkt.
Deze natuurlijke beken die de gracht passeren zijn het Groot Schijn, het Klein Schijn, de Laarse Beek, de Kaartse Beek en de Zwanebeek.


De noodzaak om barrières bij deze kruispunten op te heffen voor betere connectiviteit is een prioriteit, zodat een robuust ecologisch netwerk ontstaat dat de verschillende valleien fysiek met elkaar verbindt.
Bovendien wordt de gracht, conform de inzichten over de Zwarte Beek, steeds vaker ingezet als cruciale klimaatbuffer voor waterconservering en infiltratie in de omliggende regio.
Het besef dat biologisch herstel tijd nodig heeft, is hierbij essentieel, zeker bij ingrijpende maatregelen zoals de grootschalige slibruimingen die de waterkwaliteit op lange termijn moeten verbeteren.


Hoewel de natuur zich niet haast, zoals het team Aquatisch Beheer stelde, mogen wij als mens niet langer wachten met ingrijpen.
Organisaties zoals GroenRand blijven hameren op het belang van deze actieve maatregelen om natuurlijk herstel te versnellen.
Hakhoutbeheer langs de gracht zorgt voor meer lichtinval, wat de onderwaterflora stimuleert en als kraamkamer voor vissen dient.
De boodschap op het symposium was helder: "Nature does not hurry... but we should", een motto dat perfect aansluit bij de visie van GroenRand.
Het creëren van habitatstructuren zoals poelen en riffles is essentieel om soorten zoals de kopvoorn en de otter weer vaste voet aan de grond te geven.
Alleen door barrières weg te nemen, kunnen we de ecologische versnippering van onze karakteristieke natuur in de uiterwaarden echt stoppen.
Samen met de inspanningen van het INBO, de VMM en de steun van GroenRand bouwen we aan een weerbaar en biodivers watersysteem voor de toekomst.

GroenRand: verweving boven theoretische modellen voor Vlaams natuurherstel

GroenRand: integratie boven theoretische modellen voor herstel van de Vlaamse natuur


In het dichtbevolkte Vlaanderen hangt biodiversiteitsbehoud en -herstel onlosmakelijk samen met de organisatie van de landbouw, waarbij elf onderzoekers van de KU Leuven onlangs een visietekst publiceerden waarin zij het driecompartimentenmodel presenteren als de enige theoretische piste om landbouw en biodiversiteitsdoelstellingen op lange termijn te verzoenen.
Dit model is een directe reactie op de vaststelling dat biodiversiteit geen luxe is, maar een absolute voorwaarde voor een leefbare samenleving, aangezien het cruciale ecosysteemdiensten levert zoals bestuiving, waterzuivering en klimaatregulatie die de basis vormen voor een renderende landbouwsector.
Het driecompartimentenmodel verdeelt het natuur- en landbouwlandschap in drie specifieke vormen van landgebruik die in een logische gradiënt met elkaar gecombineerd worden, waarbij de eerste vorm focust op duurzame hoogproductieve landbouw waar de bescherming van zeldzame biodiversiteit weliswaar ondergeschikt is, maar waar men wel streeft naar het herstel van algemene soorten die essentiële ecosysteemdiensten aan de landbouw leveren.
De tweede vorm van landgebruik zet in op natuurinclusieve landbouw, wat een zeer extensieve landbouwvorm betreft die volledig ondergeschikt is aan biodiversiteitsdoelen en specifiek tot doel heeft om de kwetsbare soorten te behouden die afhankelijk zijn van deze praktijken, zoals de wulp, de hamster of de geelgors.
In het derde en laatste compartiment wordt onvoorwaardelijk voor pure natuur gekozen, waarbij het de bedoeling is dat deze zones in een vaste volgorde op elkaar aansluiten zodat de inspanningen in de kernnatuurgebieden niet worden ondermijnd door de directe invloed van aangrenzende hoogproductieve percelen.


Deze wetenschappelijke visie wordt naar voren geschoven op een moment dat Vlaanderen internationaal zwaar onder vuur ligt en door experts als hekkensluiter wordt gezien, aangezien de regio een onvoldoende scoort op de tussentijdse balans van de Europese Natuurherstelwet die uiterlijk in september 2026 in een officieel nationaal herstelplan moet resulteren.
De urgentie van deze maatregelen wordt onderstreept door alarmerende rapporten van het INBO uit februari 2026, waaruit blijkt dat maar liefst 44 van de 46 habitattypes in een ongunstige staat verkeren en 28 procent van de aanwezige soorten acuut met uitsterven wordt bedreigd.
Volgens de visie van GroenRand bieden de Grondendeal en de Pax Naturae op papier weliswaar een logische oplossing voor deze ruimtelijke knelpunten, maar stoot de uitvoering ervan in de praktijk op aanzienlijke barrières die de haalbaarheid bemoeilijken door de extreme ruimtelijke versnippering van het Vlaamse landschap.
De vereniging benadrukt dat bebouwing, wegen, industrie en landbouw door de jaren heen volledig met elkaar verweven zijn geraakt, waardoor het fysiek zeer complex is om nog grote, aaneengesloten blokken natuur of landbouw te creëren zonder op bestaande infrastructuur of woningen te stoten.


GroenRand wijst daarnaast op de economische realiteit van de grondmarkt als een groot struikelblok, aangezien de prijs van landbouwgrond in Vlaanderen tot de hoogste van Europa behoort en een grootschalige ruiloperatie enorme budgetten vereist voor compensaties en aankopen die momenteel niet voorradig zijn.
Op juridisch vlak botst het plan volgens de vereniging vaak op de strikte stikstofwetgeving en Europese natuurrichtlijnen, omdat kwetsbare ecosystemen zich niet zomaar laten verplaatsen op een kaart terwijl de Raad van State vereist dat bestaande natuur exact op haar huidige plek beschermd blijft.
Bovendien speelt er volgens GroenRand een grote psychologische factor mee waarbij grond voor veel landbouwers generatielang familiebezit is, wat de bereidheid tot vrijwillige ruil laag houdt en zonder dwingend kader leidt tot jarenlange juridische procedures die een snelle natuurlijke vrede in de weg staan.


Critici en natuurorganisaties hekelen het gebrek aan politieke wil en wijzen op het structurele uitblijven van specifieke budgetten, waardoor ambities uit het Regeerakkoord 2024-2029 louter papieren beloften dreigen te blijven ondanks verwijzingen naar projecten zoals het Sigmaplan.
Natuurvereniging GroenRand werpt zich in dit debat op als een onvermoeibare belangenbehartiger die de enorme versnippering aanklaagt en eind 2025 via een open brief aan de commissie Leefmilieu pleitte voor de oprichting van een Vlaams gebiedsfonds om strategische grondaankopen en snelle resultaten in het landschap mogelijk te maken.
Hoewel de organisatie de wetenschappelijke noodzaak erkent, beschouwen zij het driecompartimentenmodel als uiterst theoretisch en onrealistisch omdat de realisatie ervan complexe ruilverkavelingsoperaties via de Vlaamse Landmaatschappij zou vereisen die politiek zeer gevoelig liggen.


In plaats van een rigoureuze scheiding via bufferzones rond elk natuurgebied, promoot de vereniging een realistische landschappelijke kijk die focust op verweving op locaties waar lineaire elementen zoals bomenrijen, beken en hagen nog aanwezig zijn om natuur en landbouw op perceelsniveau te verbinden.
Een concreet voorbeeld van deze pragmatische aanpak is de actie Bijtandje-houtkantje die in 2026 wordt gelanceerd en op 1 april in de gemeente Malle wordt gepromoot om het belang van kleine landschapselementen voor de biodiversiteit en de landbouw in de praktijk te brengen zonder de noodzaak van grootschalige herverkaveling.
De vereniging schuift daarnaast het project rond de Antitankgracht en de bredere Klimaatgordel naar voren als hét schoolvoorbeeld voor Vlaanderen, waarbij deze 33 kilometer lange ecologische ruggengraat een militaire barrière transformeerde tot een vitale natuursnelweg voor de otter en de bever.
Deze vitale corridor in de provincie Antwerpen dient tegelijkertijd als buffer tegen hittestress en zorgt voor cruciale waterinfiltratie om de verdroging tegen te gaan, wat volgens GroenRand aantoont hoe grootschalige, gebiedsgerichte ontsnippering effectief werkt.
Met betrekking tot infrastructuur beschouwt GroenRand het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO) als een essentieel instrument, maar de vereniging uit scherpe kritiek op het uitblijven van concrete budgettaire toezeggingen voor een periode tot 2031.


GroenRand steunt weliswaar de visie van ecoducten en tunnels die genetische uitwisseling tussen populaties bevorderen, maar zij hekelen de focus van de Vlaamse overheid op symbolische boomplantacties terwijl complexe VAPEO-projecten wegens geldgebrek worden uitgesteld.
Specifiek voor de Voorkempen pleit de organisatie voor dringende ontsnipperingsinvesteringen bij verkeersknelpunten, waar de otter momenteel nog te vaak op fysieke barrières botst die zijn migratie belemmeren.
De integrale visie van de vereniging stelt dat de focus moet liggen op het versterken van wat er al is en het creëren van robuuste verbindingen die zowel de landbouw als de natuur ten goede komen via sterke verdienmodellen die de overstap naar extensieve praktijken economisch haalbaar maken.


GroenRand eist dat deze visie van grootschalige verbindingen de absolute standaard wordt voor het volledige Vlaamse beleid, waarbij voor de Voorkempen het jaar 2026 als het jaar van het werkelijke herstel wordt aangestipt met de otter als ultieme graadmeter voor een gezond netwerk.
Louter vergroenen volstaat niet meer; er zijn volgens de vereniging drastische maatregelen en een gerichte aanpak op genetisch, soorten- en ecosysteemniveau vereist om de negatieve trend van biodiversiteitsverlies in de Vlaamse open ruimte eindelijk te keren.
De toestand van de natuur blijft immers zorgwekkend zolang 44 van de 46 habitattypes in een ongunstige staat van instandhouding verkeren en de politieke ambities niet worden gekoppeld aan de realiteit op het terrein.
Bovendien moet men erkennen dat biodiversiteit geen luxe is maar een basisvoorwaarde voor ecosysteemdiensten zoals waterretentie, wat in tijden van extreme weersomstandigheden van levensbelang is voor zowel de mens als de landbouwsector.
De KU Leuven-onderzoekers benadrukken dat het model gericht is op systeembehoud waarbij drastische keuzes nodig zijn om de ecologische draagkracht van Vlaanderen niet definitief te overschrijden.
Dit vereist een prestatie-geïnformeerde aanpak waarbij de landbouwer niet enkel als voedselproducent maar ook als cruciale partner in natuurbeheer wordt gefinancierd via een Grondendeal die economische stabiliteit garandeert.
GroenRand stelt echter dat dergelijke deals enkel kunnen slagen als ze vertrekken vanuit de bestaande landschappelijke structuren en niet vanuit een van bovenaf opgelegd theoretisch raster dat voorbijgaat aan de historiek van de percelen.
De organisatie blijft hameren op het feit dat de versnippering van de Vlaamse natuur een structureel probleem is dat enkel kan worden opgelost door grootschalige verbindingen die de migratie van soorten weer mogelijk maken.


Het succes van de otter als paraplusoort in de Voorkempen zal de komende jaren de ultieme test zijn voor de effectiviteit van de Antwerpse Klimaatgordel en het bredere beleid van De Nieuwe Rand.
Zonder een onmiddellijke versnelling van de investeringen en de oprichting van het gevraagde gebiedsfonds dreigt Vlaanderen de deadline van september 2026 voor het Europees herstelplan te missen met alle juridische en ecologische gevolgen van dien.


Het is uiterst belangrijk dat de politiek inziet dat natuurherstel en landbouw geen tegengestelde belangen zijn, maar dat een gezonde bodem en een biodivers landschap de enige garantie zijn voor de voedselproductie van morgen.
De actie Bijtandje-houtkantje op 1 april in Malle fungeert daarbij als een noodzakelijk symbool voor de transitie naar een landschap waar kleine elementen weer een grote rol spelen in de verbondenheid van onze natuurlijke systemen.
Uiteindelijk zal de haalbaarheid van elk model afhangen van het draagvlak bij de landbouwers en de bereidheid van de overheid om middelen vrij te maken die verder gaan dan symbolische bedragen in de jaarlijkse begrotingsrondes.
De ecologische ontsnippering is geen verre droom meer maar een dringende noodzaak die een wetenschappelijk onderbouwde en gebiedsgerichte versnelling vereist om de biodiversiteitscrisis het hoofd te bieden.