De Klimaatgordel onder druk: GroenRand en de urgente ontsnippering van de Antwerpse rand
Als een van de meest versnipperde regio's van Europa wordt onze natuur opgebroken in kleine "eilandjes" door een web van bebouwing en asfalt, waarbij een dier gemiddeld om de 300 meter een fysieke weg tegenkomt.
Deze versnippering dwingt fauna tot gevaarlijke verplaatsingen voor voedsel, schuilplaatsen of voortplanting, wat leidt tot een tragische balans waarbij de grootste tol wordt geëist door het verkeer.
Met naar schatting 5 miljoen wegslachtoffers per jaar — zo’n 14.000 per dag — is de impact van ons wegennetwerk op soorten zoals amfibieën en egels immens.
Direct daarna volgt de impact van predatie door de naar schatting twee miljoen huiskatten in Vlaanderen, die jaarlijks tussen de 2 en 5 miljoen vogels en kleine zoogdieren doden.
Daarnaast vallen er jaarlijks 1 tot 2 miljoen slachtoffers door raambotsingen, een onderschat probleem in onze versteende omgeving waar glasarchitectuur een onzichtbare muur vormt voor migrerende vogels.
Vooral trekvogels worden door lichtvervuiling uit hun koers gelokt, wat lichtvervuiling tot een gedragsmatige barrière maakt: nachtdieren zoals vleermuizen durven verlichte wegen niet over te steken, waardoor hun leefgebied nog verder krimpt.
Hoewel deze directe sterftecijfers schokkend zijn, veroorzaakt habitatfragmentatie een dieper en structureler probleem: genetische isolatie.
Wetenschappelijk gezien spreken we hier over het doorbreken van de metapopulatie-structuur.
In een natuurlijk landschap vormen verschillende lokale groepen dieren één grote, verbonden populatie.
Wanneer wegen deze verbindingen doorsnijden, ontstaat het "eiland-effect".
De genetische variatie — de biologische gereedschapskist om aan te passen aan ziekten of klimaatverandering — wordt steeds kleiner.
Zonder "vers bloed" van buitenaf treedt er onvermijdelijk genetische drift en inteelt op.
Dit proces, waarbij schadelijke mutaties zich opstapelen door voortplanting tussen verwante individuen, maakt nageslacht zwakker, minder vruchtbaar en vatbaarder voor afwijkingen. Biologen vergelijken dit met een kopieermachine die een kopie van een kopie maakt.
Uiteindelijk wordt de genetische blauwdruk onleesbaar.
Hierdoor ontstaat een extinctie-schuld: populaties lijken nog te bestaan, maar zijn biologisch al gedoemd tot uitsterven omdat hun voortplantingssucces onder de kritieke grens is gezakt.
Dit proces wordt verergerd door de stikstofcrisis, waarbij een overmaat aan stikstof zorgt voor vergrassing en het verdwijnen van waardplanten voor insecten, wat de volledige voedselketen doet instorten.
Deze crisis strekt zich uit tot de "blauwe" versnippering, waarbij de Antitankgracht fungeert als de cruciale maar bedreigde levensader van de Voorkempen.
Als een robuuste drager verbindt deze gracht meer dan vijftien natuurgebieden, maar de werking ervan wordt gesmoord door barrières en een gebrekkige waterkwaliteit.
Vlaanderen scoort historisch slecht op de Europese Kaderrichtlijn Water; bijna geen enkele waterloop behaalt de status "goed" door eutrofiëring en chemische vervuiling door pesticiden.
Voor amfibieën en vissen is dit fataal. Zij raken geïsoleerd in vervuilde secties van de gracht.
Voor de otter is de situatie eveneens kritiek: bij hoog water durven zij niet door de duikers onder wegen, waardoor ze de rijbaan opklimmen met fatale gevolgen.
Loopplanken onder bruggen en nieuwe ecotunnels op de kruispunten van de Antitankgracht zijn de enige wetenschappelijk onderbouwde oplossingen, maar de realisatie hiervan blijft vaak uit door budgettaire obstructies en eindeloze studiefases.
De vogelstand in Vlaanderen fungeert als de ultieme graadmeter voor deze systeemcrisis.
Soorten zoals de Patrijs, de Grauwe Gors en de Kerkuil zijn in grote delen van Vlaanderen nagenoeg uitgestorven door een combinatie van habitatverlies en de insectencrisis.
Zelfs de boomkikker leeft momenteel in een toestand van "natuurlijke intensive care": hij overleeft enkel omdat de mens constant nieuwe poelen graaft, maar zonder verbonden corridors langs structuren als de Antitankgracht blijven deze groepen genetisch geïsoleerd.
Vaak wordt ontsnippering gezien als een dure hobby, maar wildaanrijdingen veroorzaken jaarlijks miljoenen euro's aan materiële schade.
Een ecoduct verdient zichzelf terug door het vermijden van zware ongevallen.
In dit complexe dossier is de vereniging GroenRand uitgegroeid tot de centrale kracht die dit thema op de politieke kaart houdt.
Zij wijzen consequent op de problematiek van het "studie-infarct": de neiging van de Vlaamse overheid om miljoenen te investeren in dure ontwerponderzoeken, zoals de Antwerpse Klimaatgordel, terwijl het budget voor de effectieve uitvoering op het terrein uitblijft.
GroenRand stelt terecht dat biodiversiteit niet herstelt van een prachtig PDF-rapport, maar van de fysieke bouw van ecoducten en het zuiveren van waterlopen.
Terwijl miljarden naar infrastructuur vloeien, blijft het budget voor ontsnippering via het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO) beperkt.
Voor de Antitankgracht betekent dit dat zij wel als "prioritair" op papier staat, maar dat de uitvoering voor de periode 2026-2031 onzeker blijft door politieke prioritering van asfalt boven natuur.
De politieke discussie voor de komende jaren bevindt zich in een kritiek spanningsveld.
Hoewel de wetenschappelijke noodzaak door het INBO uitvoerig is gedocumenteerd, staat er een duidelijke budgettaire rem op de plannen.
GroenRand waarschuwt dat dit uitstel fataal kan zijn. De genetische klok doortikt onverbiddelijk.
De Europese Natuurherstelwet dwingt Vlaanderen om tegen 2030 de biodiversiteit structureel te herstellen.
Zonder een substantiële verhoging van de budgetten dreigt onze natuur een verzameling geïsoleerde "levende kerkhoven" te blijven. De rol van burgercollectieven zoals GroenRand blijft essentieel om te eisen dat ontsnippering een integraal onderdeel wordt van elk mobiliteitsplan.
Er is nood aan een verschuiving van "papieren natuur" naar tastbare resultaten.
Alleen door deze dodelijke barrières structureel te doorbreken via tunnels en ecoducten — de zogenaamde "huwelijksbootjes" voor genetische uitwisseling — kan de biologische veerkracht van de Vlaamse natuur voor de toekomst worden veiliggesteld.
Foto's: Wim Verschraegen en Frank Vermeiren - medewerkers van Onze GroenRand-natuur