donderdag 5 maart 2026

GroenRand viert de lente met de Groene Duim: biodiversiteit in volle bloei

GroenRand viert de lente met de Groene Duim: biodiversiteit in de lift

Maart 2026 markeert een cruciaal kantelpunt voor de natuur in onze regio.
Wie deze dagen door de Voorkempen fietst of wandelt merkt het meteen.
Er hangt iets in de lucht dat dit jaar net even anders aanvoelt dan de gemiddelde lente.
Terwijl de zilveren katjes van de wilg als zachte fluwelen knopjes aan de takken glimmen en de grote bonte specht met zijn ritmische geroffel het bos wakker schudt lijkt het landschap zelf ook aan een grote inhaalbeweging te zijn begonnen.
Het is de maand waarin Vlaanderen eindelijk de tanden laat zien na jaren van sombere rapporten over wegkwijnende natuur.


Voor de natuurvereniging GroenRand zijn deze koortsachtige activiteit en het aanbreken van de lente een uiterst positief voorteken.
Het lokale motto klinkt dan ook luid en duidelijk over de velden: we steken een bijtandje bij voor elk nieuw houtkantje.
De urgentie voor dat extra tandje werd begin deze maand nog eens pijnlijk duidelijk door een ontnuchterend rapport van een brede coalitie aan natuurorganisaties.


De cijfers liegen niet want 28% van de soorten in Vlaanderen balanceert momenteel op de rand van de afgrond.
Voor een regio die zichzelf graag profileert als innovatief is dit een bittere pil.
We worden door Europa herhaaldelijk op de vingers getikt als een van de slechtst presterende leerlingen op het vlak van natuurtoestand.
Deze ecologische schuld weegt zwaar maar zorgt tegelijkertijd voor een ongekende dynamiek.
De druk om met een ambitieus natuurherstelplan te komen is niet langer een bureaucratische oefening maar een existentiële noodzaak geworden om onze leefomgevingskwaliteit te waarborgen.
Om te kunnen genezen moet je echter eerst de juiste diagnose stellen.
Daarom lanceerde het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) op 11 februari 2026 het langverwachte Vlaams Biodiversiteitsportaal.


Dit platform centraliseert meer dan 30 miljoen datapunten en is gebouwd op internationaal gerenommeerde technologie om historische en recente waarnemingen inzichtelijk te maken.
Het fungeert als de digitale zenuwbaan van ons natuurbeleid en verbindt de dagelijkse waarnemingen van burgers rechtstreeks met de beleidstafels in Brussel.
Hierdoor wordt de onzichtbare achteruitgang van soorten pijnlijk zichtbaar terwijl het tegelijkertijd exact aantoont waar herstelprojecten in de Voorkempen het meeste rendement opleveren voor de lokale gemeenschap.
Burgers dragen hier massaal aan bij via evenementen zoals de Grote Schelpenteldag op 21 maart die essentieel is voor de mariene data en de Biodiversity Spring Market op 23 maart waar de link tussen bedrijfsleven en natuurbehoud centraal staat.

Die wetenschappelijke data vinden hun meest tastbare vertaling in de klei en het zand van onze eigen regio binnen het grotere kader van het Complex Project De Nieuwe Rand.
Een essentieel onderdeel van dit overheidsplan is de realisatie van een robuuste Klimaatgordel.

Het is hier dat de jarenlange expertise van GroenRand tijdens de diverse inspraakrondes haar vruchten afwerpt.
De vereniging streed met succes voor de erkenning van de Antitankgracht als de robuuste drager van de omliggende beekvalleien.
Waar de gracht voorheen vaak als een geïsoleerd historisch relict werd beschouwd fungeert zij nu als de vitale verbindingsas die verschillende valleien fysiek koppelt.
Deze visie vormt de basis voor een ononderbroken natuurlijke verbinding die fungeert als een collectieve spons voor de hele regio.

Natuur is echter veel meer dan alleen wat je boven de grond ziet. In de valleigebieden van de Voorkempen wordt deze maand keihard gewerkt aan wat eronder de grond zit: het water.
Op 3 maart 2026 kondigde Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns aan dat er dit jaar maar liefst 51 miljoen euro wordt uitgetrokken om de waterweerbaarheid via de Blue Deal te verhogen.
Hoewel dit bedrag substantieel klinkt is het essentieel te benadrukken dat deze middelen bestemd zijn voor heel Vlaanderen.

Wanneer men dit budget verdeelt over de volledige regio — met 24 miljoen euro voor een selecte groep prioritaire valleigebieden zoals de Dender, IJzer, Maas, Leie, Demer en de Kleine Nete en 10 miljoen euro voor lokale projecten van steden en gemeenten — is de financiële injectie voor de Voorkempen alleen eigenlijk relatief beperkt.
Toch wordt de Voorkempen binnen dit plan als een cruciaal strategisch knooppunt gezien om de Klimaatgordel binnen De Nieuwe Rand te voltooien.
De centrale doelstelling is het creëren van een aaneengesloten geheel via drie essentiële pijlers.

Ten eerste het vasthouden en bufferen van water om de sponsfunctie te herstellen.
Ten tweede de strijd tegen droogte ter bescherming van landbouw en natuur.
Ten slotte de verbetering van waterkwaliteit en hergebruik via innovatieve groenblauwe infrastructuur.
In gemeenten zoals Schilde, Zoersel en Malle krijgt deze visie van GroenRand concreet vorm door de verbinding van beekvalleien zoals die van het Schijn de Delfte Beek en de strategische zijlopen van de Antitankgracht die als centrale as dient.
Door strategische grondverwerving het slopen van barrières en het opnieuw laten meanderen van beken krijgt de natuur haar natuurlijke bochten terug.

Dit herstelt de grondwaterreserves en voorkomt dat overtollig water bij hevige neerslag direct wegstroomt naar bebouwd gebied.
De rol van de gewone burger is hierbij onmisbaar en verdient erkenning.
Daarom zet GroenRand op 1 april 2026 de koplopers van deze beweging in de bloemetjes door de uitreiking van de felbegeerde Groene Duim.
Hoewel GroenRand heeft aangekondigd in mei 2026 te stoppen Het verhaal van maart 2026 is er dus eentje van hoop en verbinding waar de puzzel van data water en plantgat eindelijk in elkaar valt.

De transitie van papier naar plantgat is ingezet en de Voorkempen bewijst deze lente dat de Europese richtlijnen geen abstracte regeltjes zijn maar de motor achter een landschapsmetamorfose. De strijd tegen de achteruitgang van de natuur is nog lang niet gestreden maar het fundament van het herstel ligt er nu steviger dan ooit tevoren.

Wie vandaag investeert in een houtkantje of een meanderende beek investeert in de veiligheid en de biodiversiteit van morgen voor ons allemaal.

De Provincie Antwerpen investeert € 5.000.000 in groene speelplaatsen, en draagt zo bij aan een gezonde jeugd én een beter klimaat

Provincie Antwerpen investeert € 5.000.000 in groene speelplaatsen en houdt jeugd en klimaat gezond

Vanaf begin maart 2026 opent de provincie Antwerpen een nieuw en ambitieus hoofdstuk in haar klimaat- en jeugdbeleid.
Onder de noemer ‘Groene Oases op School’ kunnen kleuter-, lagere en secundaire scholen in het volledige werkingsgebied zich opnieuw aanmelden voor een intensief vergroeningstraject.
Met een team van experten begeleidt de provincie de komende jaren maar liefst 500 scholen bij het ontharden en strategisch beplanten van hun speelplaatsen.

Om deze grootschalige transitie mogelijk te maken heeft de provincie een indrukwekkend budget van € 5.000.000 vrijgemaakt. De aftrap van deze nieuwe fase werd feestelijk gevierd door de leerlingen van het Sint-Gummaruscollege in Lier.
Zij tekenden voor een Oase door een levensgrote nagemaakte boom te vergroenen met houten bladeren en hun groene handafdrukken achter te laten als symbool voor hun gezamenlijke inzet voor een gezonde toekomst.

Bij deze eerste oproep die loopt van nu tot en met 27 april 2026 krijgen direct 100 scholen groen licht om hun plannen te realiseren. In het najaar van 2026 wordt er al een volgende oproep opengesteld voor de overige 400 speelplaatsen.
Scholen kunnen hierbij opteren voor een Kleine, Middelgrote of Grote Groene Oase waarbij de provincie Antwerpen vaak tussen de 70% en 100% van de investeringskosten voor haar rekening neemt.

De Antwerpse Regionale Landschappen bieden hierbij de nodige inhoudelijke ondersteuning van advies bij plantenkeuze tot de volledige opvolging van de onthardingswerken.

Ook lokale besturen dragen actief bij want de stad Lier helpt scholen door hen volledig te ontzorgen tijdens de effectieve werken via de inzet van eigen diensten.

Het vergroenen van speelplaatsen is voor GroenRand een absolute prioriteit omdat het de traditionele versteende omgeving transformeert in een vitale leer- en leefruimte.
Door kinderen letterlijk dichter bij de natuur te brengen wordt hun mentale welzijn fundamenteel bevorderd.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een groene omgeving stresshormonen zoals cortisol verlaagt en het afweersysteem versterkt terwijl de concentratie en de algemene leerprestaties toenemen.


Gedeputeerde voor Milieu en Natuur Jan De Haes bevestigt dat leerlingen op een groene speelplaats bijna 7% meer spelen.

Dankzij extra hoekjes en natuurlijke speelelementen zoals wilgenhutten, bosjes, takkenwallen en boomstammen spelen zij bovendien veel gevarieerder en met meer fantasie.

Voor GroenRand stimuleert dit de fysieke ontwikkeling op een manier die tegels simpelweg niet kunnen.
Ongelijk terrein en natuurlijke hindernissen dagen uit tot creatief bewegen en zorgen voor een betere motoriek waarbij kinderen op een veilige manier hun fysieke grenzen leren verkennen.

Dit alles resulteert in een positiever sociaal klimaat waarin leerlingen meer rust ervaren en aantoonbaar minder ruzie maken op de speelplaats.
Wanneer de natuur op de speelplaats terugkeert wordt biodiversiteit bovendien tastbaar en direct educatief.
Volgens de visie van GroenRand hoeven kinderen niet langer enkel over boeken te buigen om de complexe cyclus van het leven te begrijpen want ze zien het dagelijks voor hun eigen ogen gebeuren.
In plaats van een steriele omgeving ontstaat er een levend ecosysteem waar zij zelf deel van uitmaken.
Ze ontdekken uit de eerste hand hoe wilde bloemen bestuivers aantrekken en hoe bodemdiertjes dood blad omzetten in vruchtbare aarde.
Dit directe contact vormt de onmisbare basis voor een sterk ecologisch bewustzijn bij de jeugd.
Wie als kind de schoonheid en de kwetsbaarheid van de natuur beleeft ontwikkelt een natuurlijke reflex om deze te waarderen en te beschermen.
Door zelf verantwoordelijk te zijn voor een moestuin of een insectenhotel leren kinderen dat hun handelen een directe impact heeft op hun omgeving wat hun gevoel van verantwoordelijkheid en duurzaam handelen op lange termijn versterkt.

Dat deze aanpak werkt bewijst basisschool Pullaar in Lier waar sinds de zomer van 2025 een Grote Groene Oase pronkt.
Directeur Carolien Partoens merkt een verschil van dag en nacht want de speelplaats is aangenamer en rustiger geworden waarbij balsporten de ruimte niet langer als enige spelvorm domineren. Tussen 2020 en 2025 tekenden al 202 scholen in voor een Groene Oase waardoor inmiddels 75.000 leerlingen van de natuur genieten op hun school.
Naast de pedagogische winst zijn ook de harde klimaatcijfers van de provincie indrukwekkend en wetenschappelijk onderbouwd.

Uit een steekproef op 48 eerder vergroende speelplaatsen blijkt dat het project jaarlijks naar schatting € 1.167 aan gezondheidsuitgaven bespaart en maar liefst 161.684,5 kilometer aan autoritten compenseert door koolstof op te slaan in planten en de bodem.
Bovendien dringt er jaarlijks 19.412 kubieke meter water extra in de bodem in plaats van rechtstreeks in de riolering te verdwijnen en ligt de temperatuur op deze speelplaatsen gemiddeld 0,4 graden lager.
Voor GroenRand is dit essentieel in de strijd tegen de klimaatopwarming.

Waar beton bij hevige regenval het riool overbelast zorgt ontharding voor directe waterinfiltratie en het noodzakelijke aanvullen van de grondwaterreserves.
Op hete dagen treden bomen op als natuurlijke airco’s die door verdamping en schaduw voor broodnodige verkoeling zorgen en de lucht zuiveren voor de leerlingen.

De speelplaats fungeert zo niet langer als een geïsoleerd eiland van asfalt maar als een functioneel onderdeel van het lokale ecosysteem dat bijdraagt aan de gezondheid van zowel de jeugd als de planeet.


Scholen die dit voorbeeld willen volgen worden warm opgeroepen om hun dossier in te dienen via de provinciale kanalen om samen te bouwen aan een gezonde en avontuurlijke leeromgeving voor elke leerling.
Voor GroenRand is de natuur een geweldige plek waar kinderen de baas van de toekomst worden, omdat je pas écht goed voor de natuur leert zorgen als je er nu al veel plezier in beleeft.


De natuur is eigenlijk een groot buiten-klaslokaal waar je niet alleen uit boeken leert, maar door zelf te ontdekken hoe belangrijk gezond water en schone lucht voor ons zijn.
Een heel mooi voorbeeld hiervan is Olga de Otter: door het verhaal over Olga die ziek wordt van afval in de beek, leren kinderen dat we geen zwerfvuil in de natuur mogen gooien en dat dieren zoals de otter schoon water nodig hebben om te overleven.

Om de natuur nog dichterbij te brengen, wil GroenRand dat alle grijze schoolpleinen veranderen in groene speelplaatsen met struiken vol lekkere besjes, boomstammen om op te klimmen en insectenhotels voor bijtjes en kevers.
Zo’n groene speelplaats is niet alleen veel leuker om op te spelen, maar het zorgt ook voor fijne schaduw op hete dagen en helpt om regenwater op te vangen, wat weer goed is voor de plantjes en de dieren om ons heen.

Safari in de achtertuin: De blauwe aristocraat van de Antwerpse Voorkempen

Safari in de achtertuin: De blauwe aristocraat van de Voorkempen

Laat de droom van een peperdure ontdekkingsreis naar de verste uithoeken van de wereld maar varen omdat de echte actie tegenwoordig gewoon om de hoek plaatsvindt.
Tussen de rietkragen van onze beekvalleien en langs de Antitankgracht in de Voorkempen ligt een natuurwereld die minstens zo boeiend is als een verre bestemming.
GroenRand-redacteur Frank Vermeiren neemt je mee op een safari door eigen streek en bewijst met een alfabetische ontdekkingstocht dat je geen verre vlucht nodig hebt om exotische schoonheid te vinden.
Deze reeks is echter veel meer dan een verzameling natuurverhalen aangezien het een vurig pleidooi is voor onze groene aders. Hiermee doelt GroenRand op de cruciale verbindingen in ons landschap zoals beken en houtkanten die als levenslijnen fungeren waarlangs dieren zich veilig kunnen verplaatsen en voortplanten. Door de lokale fauna in de schijnwerpers te zetten wordt natuurbehoud een gedeelde ervaring die de band met ons eigen landschap weer springlevend maakt.
Na de letter A vliegen we nu in één ruk door naar de B van een absolute superster en dat is de blauwe reiger.


Wie op een nevelige ochtend langs de Antitankgracht wandelt of door de statige dreven van Schilde, Brasschaat of Kapellen fietst, komt hem onvermijdelijk tegen: de blauwe reiger (Ardea cinerea). Hij staat daar, roerloos als een standbeeld in het riet, de belichaming van geduld.
In de Voorkempen, een regio waar weelderige kasteelparken en drassige beekvalleien elkaar afwisselen, voelt deze vogel zich al eeuwenlang de onbetwiste koning van het water.

De blauwe reiger is een wonder van biologisch vernuft en zijn verschijning is er een van ingetogen elegantie: een asgrijs verenpak op de rug en vleugels met zwarte slagpennen, een helderwitte borst en een kop die gesierd wordt door een witte kruin met een opvallende zwarte wenkbrauwstreep die uitmondt in de nethuif.

Dit paar zwarte sierveren wappert als een aristocratische kroon in de wind en versterkt zijn statige uitstraling.
Maar laat je niet misleiden door die koninklijke buitenkant.
De reiger is een hoogtechnologische jachtmachine.
Zijn dolkvormige snavel, die buiten het broedseizoen grijsgeel is maar in het voorjaar fel oranjegeel kleurt, is vlijmscherp.

Zijn felgele ogen met diepzwarte pupil staan zo op zijn kop dat hij met uiterste precisie diepte kan inschatten door de breking van het wateroppervlak heen, een essentieel hulpmiddel om de lichtbreking te corrigeren terwijl hij recht naar beneden tuurt naar een glibberige prooi.
Zijn jachttechniek is pure mindfulness met een dodelijke afloop.

De reiger kan minutenlang onbeweeglijk stilstaan, waarbij zijn hals in een strakke S-bocht gevouwen zit door een speciale wervelconstructie, verborgen onder lange witte halsveren die als een plastron over zijn borst hangen.
Zodra een prooi – of dat nu een vis, een kikker, een salamander, een mol of zelfs een ringslang of jong konijn is – binnen bereik komt, schiet die nek als een gespannen veer uit.
Hij spietst de prooi niet alleen, maar klemt hem vaak ook met kracht tussen zijn snavelhelften.

Per dag werkt hij zo’n 300 tot 500 gram voedsel naar binnen. In de vlucht is hij eveneens uit de duizend te herkennen aan de ingetrokken hals, in tegenstelling tot de gestrekte hals van een ooievaar, en de brede, gewelfde vleugels die hem met een trage slag van ongeveer twee slagen per seconde door de lucht dragen.

Zijn lange, groenachtige poten fungeren hierbij als een roer, terwijl de breed gespreide tenen als 'sneeuwschoenen' voorkomen dat hij wegzakt in de zachte Kempense modder.

In onze kasteelrijke regio leeft een prachtige sage die de reiger een bijna menselijke tragiek geeft: de legende van de hoogmoedige koningsdochter.

Men vertelt dat de vogel vroeger een beeldschone prinses was die zo ijdel was dat ze weigerde haar zijden schoentjes vuil te maken aan de modderige oevers.
Ze negeerde zelfs een bedelaar in nood uit angst voor spatten op haar witte kleed.
Als straf voor haar hoogmoed werd ze getransformeerd: haar zijden kousen werden de dunne, grijze poten die nu gedoemd zijn eeuwig in het koude slib te waden.

Haar witte gewaad werd de borstveren die ze obsessief moet schoonhouden met haar ingebouwde poederdons, en haar solitaire levensstijl is een eeuwige herinnering aan de tijd dat ze niemand goed genoeg vond voor haar gezelschap.
De rauwe, schorre kreet (een krachtig "awk") die ze slaakt als ze opvliegt, wordt gezien als haar laatste, mislukte poging om nog éénmaal een koninklijk bevel uit te delen.

De culinaire geschiedenis van de reiger is minstens zo fascinerend en nauw verbonden met de adel.
Ooit was hij een hoogstaand statussymbool op adellijke banketten en was de 'reigerjacht' met getrainde valken een exclusief privilege van de heren van stand.
Op tafel was de vogel het pronkstuk, vaak na het braden weer in zijn eigen veren gestoken.
Men at vooral de jonge 'reigerkrieken', geserveerd met pruimensaus om de sterke smaak te maskeren.
Koks kregen de strikte instructie de botten nooit te breken.
Men geloofde dat er een visachtige vloeistof in de botten zat die het vlees onmiddellijk bitter en oneetbaar zou maken. Tegenwoordig is de reiger getransformeerd tot een brutaal 'stadsschoffie'.
In de residentiële wijken van de Voorkempen is hij een gevreesde gast bij koivijvers.
Hij weet precies wanneer de bewoners binnen zitten te eten en landt dan geruisloos op de rand.
Hierdoor ontstaat vaak de anekdote van de 'metaalvogel': wandelaars die bij de lokale groendienst informeren naar het "nieuwe metalen standbeeld" in de vijver, tot het kunstwerk plotseling zijn vleugels uitslaat en luidruchtig vertrekt.
Sommige exemplaren zijn zelfs zo tam dat ze kattenbrokjes op terrassen stelen of geduldig bij de achterdeur wachten op een restje haring.
Ondanks zijn verblijf in modderig water ziet de reiger er altijd onberispelijk uit dankzij zijn ingebouwde schoonheidssalon.
De poederdonsveren op zijn borst groeien constant en verpulveren tot een fijn, talkachtig poeder dat visslijm en vuil absorbeert.

Met een speciale getande nagel aan zijn middelste teen – zijn persoonlijke kam – verspreidt hij dit poeder door zijn veren, waarna hij het vuil simpelweg uitschudt. In het vroege voorjaar, soms al in februari, zoeken reigers elkaar op om te broeden in kolonies hoog in de toppen van oude parkbossen, zoals in park de Mik in Brasschaat of bij de vele kasteeldomeinen.
Daar bouwen ze grote, slordige nesten van takken waarin drie tot vijf blauwgroene eieren in ongeveer 25 tot 28 dagen door beide ouders worden uitgebroed.
Na 8 tot 9 weken vliegen de jongen uit, herkenbaar aan hun meer effen grijze verenkleed zonder de volwassen nethuif.
Een volwassen reiger kan in de vrije natuur wel twintig tot dertig jaar oud worden.
Want vergis je niet: de blauwe reiger is in Vlaanderen streng beschermd.
Wie een reiger opzettelijk doodt of verstoort, riskeert boetes die kunnen oplopen tot boven de 1.500 euro.
Vanwege hun onverstoorbaarheid staan ze symbool voor rust, wijsheid en intuïtie. H
et is deze unieke mix van aristocratische geschiedenis, biologisch vernuft en een snuifje lokale folklore die de blauwe reiger tot de onbetwiste, mysterieuze bewaker van onze lokale groene aders maakt.

woensdag 4 maart 2026

Verborgen rijkdom: Frank Vermeiren onthult de majestueuze blauwe koning van onze beekvalleien

 Verborgen rijkdom: Frank Vermeiren onthult de blauwe koning van onze beekvalleien

Vergeet die peperdure vliegtickets naar de Serengeti of de verzengende hitte van de Afrikaanse savanne.
De echte actie?
Die vindt tegenwoordig gewoon in onze eigen achtertuin plaats, ergens tussen de rietkragen en de zompige beekvalleien van de Voorkempen.
Onze redacteur Frank Vermeiren nodigt je uit voor een verrassende safari door eigen streek.
Met een gloednieuwe, alfabetische ontdekkingstocht laat hij zien dat je geen gids in een jeep nodig hebt om de meest exotische rijkdommen te ontdekken.
Dit is echter meer dan zomaar een reeks natuurverhalen.
Het is een vurig pleidooi voor onze eigen 'groene aders'.
Want door de lokale fauna in de schijnwerpers te zetten, wordt natuurbehoud een gedeelde ervaring die de band tussen ons en ons eigen landschap weer springlevend maakt.
Na de letter A vliegen we nu in één ruk door naar de B van een absolute superster: de blauwborst.


De blauwborst (Luscinia svecica) is met zijn flitsende kleuren en bijna brutale, uitbundige zang een van de meest opvallende verschijningen in de Vlaamse vogelwereld.
Het is een vogel die symbool staat voor de veerkracht van onze natuur.
Waar de soort enkele decennia geleden nog op de rand van verdwijnen stond, voert hij nu een indrukwekkende triomftocht aan doorheen onze regio.

Dat de vogel het juist in de Voorkempen zo goed doet, is geen toevalstreffer.
Het is het directe resultaat van slim natuurbeleid waarbij moerasgebieden zijn hersteld en beekvalleien opnieuw hun gang mogen gaan.
Dit type habitat is in de Voorkempen flink toegenomen, en dat is exact de reden waarom de blauwborst zich hier weer de koning te rijk voelt.
De blauwborst is een vogel van de 'overgangen'.

Hij zoekt plekken op waar water en land elkaar ontmoeten, maar waar ook voldoende dekking is van struiken en bomen.
Hij heeft een uitgesproken voorkeur voor gevarieerde, natte en insectenrijke gebieden met open delen en een struweel- en loofboombegroeiing, waarbij de bodem niet geheel bedekt is door vegetatie.
Vooral de geleidelijke overgang van rietmoerassen naar moerasbos – ook wel verruigd rietland genoemd – vormt een uitstekend leefgebied.
In de Voorkempen vertaalt zich dit naar specifieke hotspots waar je zelf op safari kunt.
Denk aan het Groot Schietveld in Brasschaat en Wuustwezel, waar de natte heide en vennen een perfect decor vormen.
Ook de Opstalvallei, de Kuifeend en de randen van de Kalmthoutse Heide bieden precies dat mozaïeklandschap waar de blauwborst op kickt.

Opvallend is dat de blauwborst ook in akkers wordt gezien, onder meer tussen het koolzaad, waar hij profiteert van de insectenrijkdom die deze gewassen bieden.
Wie een mannetje blauwborst ziet, vergeet dat nooit meer.
Hij draagt een diepblauwe kin en borst met in het midden een witte vlek, de zogenaamde ‘ster’.
In onze regio zien we de witgesterde blauwborst (cyanecula).

De blauwborst is een slanke verschijning van ongeveer 14 centimeter die qua postuur sterk doet denken aan de roodborst, maar zich onderscheidt door een opvallende, lichtbeige wenkbrauwstreep en een kenmerkende staart met een oranjerode basis.
Het meest spectaculaire kenmerk is de helderblauwe keel en borst van het mannetje, die aan de onderzijde wordt begrensd door een zwarte en een roodbruine band.
In het hart van dit blauwe schild bevindt zich meestal een vlek, de zogenaamde 'ster', die bij de in de Lage Landen broedende ondersoort wit is en bij de Scandinavische variant roestbruin.
Het vrouwtje is aanzienlijk gecamoufleerder met een lichte keel en een donkere band van vlekjes op de borst, terwijl jonge vogels een gevlekt verenpak dragen maar wel al de typische roestkleur in de staart vertonen.

De zang van de blauwborst is een hoofdstuk apart.

Hij is een meester-imitator.
In zijn lied hoor je flarden van de veldleeuwerik, de merel of zelfs mechanische geluiden uit de omgeving.
De zang is zeer gevarieerd, bevat diverse alarmroepen en bouwt langzaam op om vervolgens in een razendsnelle waterval van tonen te versnellen.
Je hoort hem vaak vanuit een hoge rietstengel, maar ook tijdens de baltsvlucht, waarbij hij melodieus zingend opvliegt uit het riet om elders met gespreide staart en vleugels weer neer te strijken. Hoewel de vogel luidruchtig van zich laat horen, leeft hij voor het overige een verborgen bestaan.
Op het menu staan vooral eiwitrijke insecten, larven, wormen en slakjes die hij behoedzaam tussen de vegetatie op de grond zoekt. In het najaar, wanneer de insecten schaarser worden, vult hij dit dieet aan met bessen en zaden om de nodige reserves op te bouwen voor de grote oversteek.

Het broedseizoen loopt van april tot juli.
Het nest is een staaltje van camouflagekunst: het wordt op de grond gemaakt, diep verstopt tussen de dichte begroeiing.
De binnenkant wordt zorgvuldig bekleed met zachte pluisjes en zelfs paardenhaar voor extra isolatie.
Per legsel worden er 3 tot 7 eieren gelegd. De broedduur is kort, slechts 12 tot 14 dagen, en ook de jongen blijven maar dertien tot veertien dagen op het nest voor ze zich in het struweel storten. Frank Vermeiren benadrukt dat rust cruciaal is in deze periode.
Blijf op de paden, want een nest op de grond is uiterst kwetsbaar voor verstoring.
Ondanks dat we de blauwborst als 'onze' vogel beschouwen, is hij hier slechts een tijdelijke gast.

Alle in Vlaanderen broedende blauwborsten zijn echte trekvogels. Tussen eind juli en september verlaten ze massaal onze beekvalleien.
Ze vliegen naar het Iberisch schiereiland of maken de hachelijke oversteek over de Sahara naar West-Afrika.
Deze trektocht is een wonder der natuur; een vogeltje van amper 15 gram dat duizenden kilometers aflegt om in de lente weer exact op dezelfde plek in de Voorkempen terug te keren.
Het is fascinerend om te bedenken dat een vogel die we hier in de Schotense of Brasschaatse rietkragen horen, enkele maanden later misschien wel in de mangroves van Senegal vertoeft.
Hun terugkeer in maart is het ultieme bewijs dat de 'groene aders' waar deze reeks voor pleit, ook echt werken.

Een landschap dat een vogel als de blauwborst kan herbergen, is een gezond landschap dat niet alleen de vogel, maar ook de mens rust en schoonheid biedt.
Natuurbehoud is hier geen abstract begrip, maar een tastbare, gedeelde ervaring.
Ga deze lente dus zeker eens op safari in eigen streek.
De beste kans heb je in de vroege ochtenduren, wanneer de mannetjes vanuit hun territorium de dag begroeten.
Zoek de overgang van riet naar bos op, luister naar de complexe zang en wacht op die ene blauwe flits.
De Voorkempen heeft meer te bieden dan u denkt, mits we bereid zijn de natuur de ruimte te geven die ze verdient.

B van Bijeneter: De flamboyante pionier in de Voorkempen

B van Bijeneter: Een kleurrijke pionier in de Voorkempen

Onze redacteur Frank Vermeiren nodigt u uit voor een verrassende safari door onze eigen streek.
Met een nieuwe, alfabetische ontdekkingstocht brengt hij de vaak onzichtbare rijkdom van onze regio tastbaar in beeld.
Dit initiatief is echter meer dan een reeks natuurverhalen alleen. Het is een vurig pleidooi om de groene aders en de ecologische infrastructuur die onze gemeenten verbindt te koesteren en te behouden.
Door de lokale fauna in de schijnwerpers te zetten wordt natuurbehoud een gedeelde ervaring die de band tussen de bewoners en hun landschap versterkt.
Na de letter A vliegen we nu direct door naar de B van de bijeneter.
Vergeet de Afrikaanse savanne want de echte actie vindt tegenwoordig gewoon in de Voorkempen plaats.

De bijeneter (Merops apiaster) is een vogel die met zijn tropische kleuren zo uit een vakantiebrochure lijkt te zijn gevlogen.
Hij heeft een gele keel en rug, helderblauwe onderdelen, roodbruine bovendelen en een strakke zwarte oogstreep.
De vleugelachterrand is eveneens diepzwart gekleurd.
Hoewel de vogel nog steeds als een zeldzaamheid in onze streken geldt, zorgt de klimaatopwarming ervoor dat deze zuiderse pionier geen toevallige passant meer is.
Het is een vogel die hier steeds vaker voet aan de grond krijgt en zelfs succesvolle broedgevallen laat zien.
Hij is een vliegende acrobaat die met zijn spitse vleugels en kenmerkende lange, uitstekende middelste staartpennen door de lucht snijdt om in volle vlucht dikke insecten te verschalken.


Zijn dieet is even fascinerend als zijn uiterlijk.
De bijeneter leeft van een breed scala aan insecten, maar angeldragende soorten hebben de absolute voorkeur.
Honingbijen, hommels en sociale wespen van het geslacht Vespa vormen het hoofdbestanddeel van het menu.
Hieronder vallen ook de algemene gewone wespen en de Duitse wespen.
Voordat hij de buit opeet, slaat hij deze behendig tegen een tak om de angel onschadelijk te maken.

Maar hij is niet kieskeurig aangezien ook libellen, kevers, vlinders en vliegen met precisie uit de lucht worden geplukt.
De vogel heeft hiervoor een tamelijk lange en licht omlaaggebogen snavel, terwijl zijn poten opvallend kort zijn. In de vlucht valt hij niet alleen op door zijn kleuren, maar ook door een typische zweefvlucht en zijn unieke, rollende geluid dat over grote afstand hoorbaar is.
Waar moet u in onze regio zijn voor deze vliegende edelsteen?
De vallei van de Groot Schijn tussen Deurne en Schilde is een absolute hotspot geworden.
Vooral de beemden rond de Ruggeveldlaan en de zone richting Schilde en Wijnegem zijn populair.

In de zomer van 2023 werden daar door Natuurpunt Schijnvallei nog paartjes gespot die officieel als paar in broedbiotoop en baltsend werden geregistreerd.
De vogels worden daar vaak gezien bij steile wanden of zanderige plekken die ideaal zijn voor hun nesttunnels.
Ook het vliegveld van Malle (Malle-Zoersel) is een strategisch rustpunt.
Hoewel ze daar vaak overvliegend worden gemeld, fungeert het terrein door de enorme onthardingsprojecten van het Agentschap voor Natuur en Bos steeds vaker als pleisterplaats.
Meer dan 80.000 vierkante meter beton werd hier verwijderd om plaats te maken voor natuur.
Dit creëert enorme open jachtgebieden en zandvlaktes waar doortrekkers in mei en juni graag even landen om op krachten te komen. De openheid van het vliegveld is ideaal om de vogels in hun kenmerkende snelle vlucht te observeren.
De safari voert ons verder langs de as Oelegem, Vrieselhof en de Schijnvallei. In de omgeving van de Antitankgracht en de omliggende open velden in Oelegem profiteren de vogels van de insectenrijkdom langs de waterloop.

Deze zone is historisch interessant want 2011 was een bekend topjaar voor waarnemingen langs deze as.
Ook in de zomer van 2023 werden er opnieuw meerdere vogels gezien in dit aaneengesloten natuurgebied.
Zelfs op de Wuustwezelse Heide laat hij zich horen. Op 15 juni 2023 registreerde Peter Symens daar nog een roepend exemplaar.
In de stille uithoeken van het Grenspark Kalmthoutse Heide bij de Vossenbergen en de Biezenkuilen verschijnt hij regelmatig als passant.
Ook de militaire domeinen van het Klein en Groot Schietveld trekken deze vogels aan.
De rust in deze verboden terreinen biedt de perfecte plek voor een tussenstop tijdens de trekperiode.
Bijeneters zijn bijzondere architecten die hun nesttunnel uitgraven in een steile wand.
Ze doen dit bij voorkeur in een los kolonieverband. Ze worden daarom vaak aangetroffen bij steilwanden aan water, rivieren, plassen en meren.
Toch zijn ze soms minder veeleisend en broeden ze op nagenoeg vlakke grond met een zeer flauwe helling, zoals in zandige wegbermen of afgravingen.
Opvallend is hun kieskeurigheid wat betreft de bodem.

Terwijl oeverzwaluwen kiezen voor grove partikels, prefereert de bijeneter fijn zand of leem.
Ze broeden dan ook vrijwel nooit op exact dezelfde plek als de zwaluwen.
De nesttunnel kan een aanzienlijke lengte bereiken en wordt met de snavel en poten uitgegraven.
In Vlaanderen is de bijeneter nog steeds een uiterst zeldzame broedvogel, al is er een duidelijke toename in het aantal waarnemingen en incidentele broedgevallen.
Waar de soort in Nederland sinds 1964 een bijna jaarlijkse gast is met tegenwoordig zelfs een record van minimaal 21 broedgevallen in 2024, staat de vogel op de Vlaamse Rode Lijst niet als vaste waarde.
Het aantal broedparen wordt hier momenteel geschat op slechts 0 tot 1 paar per jaar.
Hoewel de vogel in Nederland bijna jaarlijkse broedt, gebeurt dit in Vlaanderen veel onregelmatiger, vaak op tijdelijke locaties zoals bouwwerven.
Een sprekend voorbeeld vond plaats in de regio Antwerpen in 2023, waar een paar een nest had uitgegraven in een zandhoop op een werf in Wommelgem.

Hoewel dit paar eind juli nog volledig op schema leek te zitten, mislukte het broedgeval in augustus waarschijnlijk door extreem nat weer, waardoor de ouders stopten met het aanvoeren van voedsel.
Naast deze poging in Wommelgem waren er dat jaar ook waarnemingen van paren in de Schijnvallei bij Deurne en Schilde en een jagend paar in Oelegem, terwijl eerdere succesvolle gevallen bekend zijn uit onder meer Harelbeke in 2015.
Dat het in Nederland vaker lukt dan in Vlaanderen heeft te maken met een combinatie van habitat en gerichte bescherming.
In Nederland bestaat al sinds 2012 een actieve Werkgroep Bijeneters die nestwanden direct afzet en monitort.
Bovendien sluiten de Nederlandse populaties in Limburg beter aan op de opmars vanuit Duitsland.
In Vlaanderen vestigen de vogels zich vaker op kwetsbare, tijdelijke locaties die minder goed gebufferd zijn tegen verstoring of extreem weer.
Toch wordt verwacht dat de groei die in Nederland zichtbaar is op termijn ook in Vlaanderen vaker te zien zal zijn, aangezien de vogel steeds vaker als doortrekker wordt gezien.
Ze leggen hun eieren vanaf mei en hebben één legsel per jaar met doorgaans 4 tot 10 eieren, al zijn het er meestal 5.
Wie ze wil zien, moet letten op de details.
Juvenielen hebben een valere groene bovenzijde en in het winterkleed is de pracht van de volwassen vogels een stuk fletser. Hun aanwezigheid wordt echter bijna altijd verraden door hun roep die klinkt als een vrolijk en rollend pruut-pruut.
De beste tijd voor een eigen safari is tussen eind april en juni, liefst op een zonnige dag met een oostelijke bries.
Ook in augustus en september kunnen doortrekkers worden gezien op hun weg terug naar het zuiden.
Blijf bij uw zoektocht echter altijd op de officiële paden want bij hun nestlocaties zijn deze vogels extreem gevoelig voor verstoring. Voor de allernieuwste meldingen raadpleegt u best de actuele kaarten op waarnemingen.be zodat u bijdraagt aan het behoud van deze groene aders die onze regio zo uniek maken.
Door deze waarnemingen te delen, helpen we mee aan het in kaart brengen van de biodiversiteit in de Voorkempen en versterken we de bescherming van hun leefgebied.