vrijdag 27 maart 2026

De stille crisis in de bijenkast: een diepgaand verslag uit de pen van Glenn

De stille crisis in de bijenkast: een uitgebreid verslag uit de pen van Glenn


Het is 27 maart 2026 en terwijl de eerste lentezon de velden van de Voorkempen voorzichtig opwarmt, bereikt ons via de VRT verontrustend nieuws dat inslaat als een bom bij natuurvereniging GroenRand.
Voor wie de natuur een warm hart toedraagt, is het een bittere pil: de wintersterfte onder de Vlaamse honingbijen heeft opnieuw genadeloos toegeslagen en legt de kwetsbaarheid van ons ecosysteem bloot.
Uit de allernieuwste cijfers van het Vlaams Bijeninstituut, gebaseerd op een nauwkeurige steekproef bij meer dan 290 imkers, blijkt dat in de afgelopen winterperiode van 2025-2026 maar liefst 25 procent van de bijenvolken het niet heeft gered.


Hoewel dit cijfer technisch gezien een fractie lager ligt dan de dramatische 31 en 27 procent van de voorgaande twee jaren, blijft de situatie voor onze bestuivers volgens alle experts ronduit dramatisch en onhoudbaar.
Bij GroenRand kozen we vorig jaar, in 2025, niet voor niets ‘Bestuivers en de Bij’ als ons centrale jaarthema, waarbij we heel wat bezorgdheden uitten over de algemene achteruitgang van biodiversiteit en de opkomst van invasieve soorten.


De huidige cijfers bewijzen dat het nog steeds niet goed gesteld is met de bij in Vlaanderen, een conclusie die Steven Verhaeghe van het Vlaams Bijeninstituut dwingt tot een scherpe waarschuwing aan de brede bevolking.
Dit is volgens hem namelijk niet louter een probleem van de gepassioneerde imker, maar een collectieve bedreiging voor de voedselveiligheid aangezien we zonder bestuivers 70 procent van onze gewasvariëteit verliezen.
Om een bijenpopulatie op lange termijn echt gezond en in stand te houden, zou de wintersterfte eigenlijk maximaal 10 procent mogen bedragen, een historisch streefdoel dat herinnert aan de stabiele periode van vóór de invasie van de varroamijt.
De grote boosdoener achter deze aanhoudende massale sterfte is de varroamijt, een voor velen onzichtbare vijand die bijen systematisch verzwakt door hun bloed te zuigen en vetweefsel op te eten.


Professor en bijenkenner Dirk de Graaf van de UGent legt uit dat deze mijt uiterlijk lijkt op een piepkleine spin met acht pootjes en een opvallend plat lichaam dat perfect is aangepast aan de anatomie van de bij.
Door die specifieke vorm kan de parasiet zich moeiteloos tussen de beschermende chitineschildjes van de honingbij nestelen om daar op zoek te gaan naar de zachtste weefsels van de gastheer.
De mijt slaat vooral toe tijdens een cruciaal moment in de levenscyclus van de bij, namelijk de overgang van de open naar de gesloten broedfase in de raatcellen.
Net voordat de werksters de wasdekseltjes op de broedcel plaatsen om de larve te laten verpoppen, kruipt de volwassen mijt vliegensvlug naar binnen om haar eigen eitjes te leggen.
De nakomelingen van de mijt zitten vervolgens samen met de weerloze bijenpop opgesloten in de cel en beginnen deze al in een heel vroege fase van de ontwikkeling fysiek en immunologisch te verwoesten.
In de meest ernstige gevallen komen de jonge bijen met verkrinkelde vleugels of andere zware misvormingen uit de broedcel voort, waardoor ze direct een last worden voor het volk in plaats van een hulp.
De varroamijt is oorspronkelijk afkomstig van de Aziatische honingbij, die door eeuwenlange evolutie veel minder schade ondervindt van deze parasiet dankzij poetsgedrag en kortere broedcycli.
In de vroege jaren 80 sprong de mijt echter over op onze Europese honingbij bij grote bijenteeltbedrijven in Azië waar verschillende soorten ondoordacht samen werden gehouden.


Onze lokale bijen hadden geen enkel natuurlijk verdedigingsmechanisme tegen deze nieuwe indringer en ondervonden daardoor in korte tijd massale schade die zich als een olievlek over het continent verspreidde.
Hoewel imkers eerst massaal chemische medicatie en later organische zuren gebruikten om de mijten te bestrijden, leidde dit tot een vicieuze cirkel waarbij de parasieten resistent werden en de bijen zelf steeds zwakker.
Professor De Graaf waarschuwt nu met klem dat de algemene situatie de foute richting uitgaat en dat er mogelijk nog een veel vernietigendere mijt bijkomt die onze kasten bedreigt: de tropilaelapsmijt.
Deze tropische variant is ongeveer de helft kleiner dan de varroamijt, maar heeft de angstaanjagende eigenschap dat ze zich wel vijf keer sneller vermeerdert binnen een bijenkolonie.
De tropilaelapsmijt is vanuit haar kerngebied in Azië inmiddels al opgeschoven tot bij de grens met Turkije en zal, zodra ze hier arriveert, naar verwachting veel meer schade aanrichten dan we ooit voor mogelijk hielden.
"Dan is het hek echt van de dam en de impact op de landbouw zal gigantisch zijn," weet de professor, die benadrukt dat we nu onmiddellijk preventieve actie moeten ondernemen voor het te laat is.



Hij roept de 4.000 à 5.000 Vlaamse imkers op om massaal deel te nemen aan gecoördineerd selectiewerk, een taak waar momenteel helaas slechts een handvol specialisten mee bezig is.
Door gericht te selecteren op bijenvolken die van nature mijten in de broedcellen identificeren en verwijderen, kunnen we de populatie weer genetisch veerkrachtig maken voor de uitdagingen van de 21ste eeuw.
Als stem van GroenRand vul ik aan dat wij als burgers niet lijdzaam mogen toezien, maar onze eigen omgeving direct en massaal bloemrijk moeten maken om deze bestuivers fysiek te ondersteunen.
Een bijenvriendelijke tuin biedt van het vroege voorjaar tot de late herfst een ononderbroken menukaart van nectar en stuifmeel, wat essentieel is voor de opbouw van een sterk immuunsysteem.
Dit begint al bij het aanplanten van vroegbloeiers zoals krokussen, sneeuwklokjes en de onmisbare wilgenkatjes die de eerste broodnodige energie leveren na de lange winterrust.


Zaai inheemse en ecologisch verantwoorde bloemen zoals de korenbloem, klaproos, dille en diverse soorten klaver om een rijk en gevarieerd buffet aan te bieden aan zowel honingbijen als wilde bijen.
Laat paardenbloemen en zogenaamd onkruid gerust staan in een zonnig hoekje van de tuin, want zij zijn vitale bronnen van hoogwaardig stuifmeel in periodes dat andere bloemen nog niet bloeien.
Zorg daarnaast voor veilige nestgelegenheid door rommelige hoekjes met dode takken of holle stengels te laten liggen, of hang een degelijk bijenhotel op voor de vele solitaire soorten die cruciaal zijn voor onze fruitteelt.


GroenRand zet zich in de regio specifiek in voor projecten als 'Greenconnect', waarbij we versnipperde natuurgebieden weer met elkaar verbinden via groene corridors, zodat bijenvolken veilig kunnen migreren en foerageren.
De strijd tegen de Aziatische hoornaar, die in 2025 een absoluut dieptepunt bereikte met duizenden meldingen in de provincie Antwerpen, blijft een prioriteit omdat deze exoot de druk op de kasten tot een kookpunt drijft.
Wanneer een hoornaar voor de kast hangt, ontstaat er 'foraging paralysis', waarbij de bijen uit pure angst niet meer durven uitvliegen om voedsel te zoeken, wat de winterreserves direct in gevaar brengt.
Het jaarthema van 2025 heeft ons geleerd dat we alleen door intense samenwerking tussen overheden, natuurverenigingen en burgers een vuist kunnen maken tegen de achteruitgang van onze bestuivers.
De wintercijfers van 2026 zijn een harde en ontnuchterende les die aantoont dat we onze inspanningen niet mogen laten verslappen, maar juist moeten opschalen naar een hoger niveau.
Alleen door onze tuinen massaal bloemrijk in te richten en onvoorwaardelijk te kiezen voor sterke, lokaal aangepaste bijenvolken kunnen we deze sluipende crisis uiteindelijk bezweren.
Mijn pen zal niet rusten tot de bijen weer de plek krijgen die ze verdienen in een gezond, verbonden en bloeiend Vlaams landschap waar mens en natuur in harmonie samenleven.
Het behoud van de bij is immers het behoud van onszelf, onze cultuur en de prachtige biodiversiteit die we dagelijks mogen bewonderen in onze achtertuin.
Laten we van dit jaar het jaar maken waarin we de woorden van Professor De Graaf omzetten in daden en de bijen weer de veerkracht geven die ze zo hard nodig hebben om te overleven.

De wolf als ecologische motor of ijzeren gordijn: het dubbelzinnige nut van de Limburgse roedel

 De wolf als ecologische motor of ijzeren gordijn: de dubbelzinnige rol van de Limburgse roedel

De wolf is veel meer dan een toevallige passant in onze bossen want hij vervult een heleboel belangrijke functies in een gezond ecosysteem.
Door de wildpopulaties op een natuurlijke manier te beheren en ziektes te bestrijden helpt hij onze bossen om zichzelf te herstellen.
Hij helpt bij het in toom houden van grazers en bezorgt aaseters voedsel via de resten van zijn prooien.
Toch is het op dit moment nog niet altijd duidelijk op welke schaal dit positieve effect ook voor ons kleine land geldt.
Maar misschien hoeft de wolf ook helemaal geen nut te hebben voor de mens om er gewoon te mogen zijn als onderdeel van onze natuurlijke wereld.


Op woensdag 25 maart raakte bekend dat de wolvin die vorige donderdag werd aangereden in Oudsbergen wel degelijk de bekende Limburgse wolvin Noëlla is.
Dat is de oermoeder van de wolven die nu in Vlaanderen rondlopen en sinds ze hier in 2019 aankwam wierp ze maar liefst 30 welpen in onze regio.
Haar overlijden betekent het definitieve einde van een tijdperk voor de allereerste Vlaamse roedel.
Het tragische nieuws leidt tot een enorme golf van reacties bij zowel de fervente voorstanders als de kritische tegenstanders.


Noëlla was dan ook niet zomaar een dier in het bos.
Zij was de oermoeder van de eerste Vlaamse roedel en tegelijk de directe aanleiding voor hevig protest in de regio.
Samenleven met al die wolven loopt namelijk niet altijd van een leien dakje voor de omwonenden en de lokale veehouders in de streek.
Vraag dat maar aan de aangeslagen baasjes van de pony's en geiten die de afgelopen jaren verloren gingen.
Ook de eigenaars van dure renpaarden die vorige zomer en herfst werden doodgebeten zitten met de handen in het haar.


De spanningen liepen vorig jaar zelfs zo hoog op dat er wilde complottheorieën de ronde deden over de herkomst van de dieren.
Sommige bewoners beweerden met klem dat natuurhulpcentra de wolf bewust hadden uitzet in de Limburgse bossen.
Natuurlijk is daar nooit enig bewijs voor gevonden maar het toont wel de enorme polarisatie in de dorpen aan.


Elke week houden we de vinger aan de pols van onze aarde wat betreft de klimaatverstoring en de energietransitie.
We kijken naar de biodiversiteit en de vervuiling om te zien waar we nu precies staan met de natuur in Vlaanderen.
Hoe moet het nu eigenlijk verder met de terugkeer van dit toproofdier na zoveel jaren van volledige afwezigheid?
Dat werpt de fundamentele vraag op waarom we al die wolven nu toch zouden moeten dulden in onze eigen streken.
Om het wat scherper te formuleren welke rol spelen dieren daadwerkelijk voor de mens en voor het behoud van de natuurlijke balans?


Deze vraag werd voorgelegd aan drie wolvenexperts die ieder hun eigen kennis en kijk hebben op de terugkeer van het dier.
De wolf kan wildoverlast in toom helpen houden maar kenners waarschuwen dat we dit effect nu ook weer niet moeten overschatten.
Een groot roofdier zoals de wolf speelt een belangrijke rol in een ecosysteem door te jagen op oudere of zieke dieren.
Hij richt zijn pijlen ook vaak op de heel jonge dieren die een makkelijke prooi vormen in het struikgewas.
Tot voor kort waren de grootste roofdieren in ons land de vos en de das en de marter.
Die kleine roofdieren kunnen echter geen grote prooidieren aan zoals een volwassen ree of een everzwijn.


De vraag rijst of de wolf niet kan helpen om bijvoorbeeld de overlast door everzwijnen wat in te dijken in onze bossen.
Hans Moyson van het WWF weet echter dat de wolf op everzwijnpopulaties een kleinere impact heeft dan vaak wordt gehoopt.
De wolf spitst zich namelijk vooral toe op de biggen en de jongen die sowieso vaak vroeg sterven.
Zelfs zonder de aanwezigheid van een wolf halen veel van die jongen het volgende seizoen niet.
Het reeënbestand zal de komst van de wolf dan weer wel degelijk voelen in de dagelijkse praktijk van hun overleving.
Jan Loos van de organisatie Welkom Wolf schetst dat maar liefst 75 procent van de natuurlijke prooien van de wolf uit hoefdieren bestaat.
Dat is overal in Europa zo maar de specifieke invulling hangt af van het aanbod in het territorium waar de wolf verblijft.


In de Veluwe in Nederland gaat het dan om het edelhert en het damhert en het ree.
Bij ons in Vlaanderen is de keuze een stuk beperkter en is het simpelweg ree en ree en nog eens ree.
Een wolf heeft om de drie dagen een flinke hap vlees nodig om gezond te blijven.
Voor een enkel individu komt dat neer op ongeveer 100 grote prooien per jaar in zijn leefgebied.
Dat kan weinig lijken op het totale aantal reeën maar volgens Moyson kan de wolf het aantal lokaal wel degelijk effectief drukken.
Niet alleen doordat wolven de dieren daadwerkelijk opeten maar ook doordat de grazers minder tijd krijgen om rustig en ongestoord te eten.
Hierdoor zijn de dieren minder fit en krijgen ze uiteindelijk ook minder jongen wat de populatiegroei aanzienlijk kan vertragen.
Dat effect is in het buitenland al uitvoerig vastgesteld door wetenschappers.
Het is echter nog niet helemaal duidelijk hoe sterk dit in het versnipperde Vlaanderen zal spelen op de lange termijn.
Wolven kunnen de wildpopulaties niet alleen kleiner maar ook gezonder houden door systematisch de zwakke en zieke dieren te doden.
Maar dat effect zal je niet zo snel lokaal op één enkel perceel zien.
Het doet zich eerder voor op een veel breder en regionaal niveau in de grotere natuurgebieden.
Daar heb je in het algemeen wat meer wolven voor nodig op een groter territorium om echt een meetbaar verschil in gezondheid te maken.


Wanneer grote grazers bang worden voor de wolf en hun gedrag aanpassen verandert de natuur om hen heen vaak ten goede.
In 2018 bleek nog uit metingen dat slechts 15 procent van de beschermde Europese natuur momenteel in een werkelijk goede staat is.
De vorige Europese Commissie nam dat probleem zo ernstig dat ze de natuurherstelwet uitvaardigde om dit tij internationaal te keren.


Voor Vlaanderen is het door de versnippering en hoge bevolkingsdichtheid nog moeilijker dan in andere landen om natuur te herstellen.
Het Amerikaanse natuurpark Yellowstone geeft een goed idee van welk effect wolven kunnen hebben op de bebossing en de biodiversiteit.


Daar werd de wolf in 1995 opnieuw geïntroduceerd na een afwezigheid van 70 jaar in de wildernis.
Na die herintroductie raakten de valleien plots opnieuw dicht bebost door jonge bomen.
Zelfs de loop van de rivieren zou er veranderd zijn doordat de bomen langs de oevers weer steviger konden wortelen.
De oevers werden niet langer volledig afgevreten door de herten die daar voorheen ongestoord konden grazen.
Al is dat laatste volgens Joachim Mergeay van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek vooral een heel goed verteld verhaal.


In de Hoge Venen eten herten en everzwijnen en reeën zoveel ontluikend groen dat natuurlijk bosherstel er zonder menselijke hulp heel moeilijk is.
Daarom werden er vroeger soms barrières geplaatst om de jonge scheuten te beschermen.
Nu de wolf er is moet dat op sommige plekken niet meer gebeuren omdat de grazers vaker in beweging blijven.
Daardoor worden er per perceel tienduizenden euro's uitgespaard die anders naar dure afrasteringen zouden gaan.
De wolf zorgt ervoor dat de dieren niet meer alles rustig kaal vreten aangezien ze zich vaker moeten verplaatsen.
Ontluikende knopjes krijgen zo de kans om uit te groeien tot volwaardige bomen in het bos.


De natuur herstelt zich op deze manier op een volledig natuurlijke en kosteloze wijze.
Dat is extra belangrijk nu er door de klimaatverandering wereldwijd meer oude bomen sterven en we vervanging hard nodig hebben.
Elke roedel kan een lokale impact hebben op bosherstel al zijn er in Vlaanderen nog geen specifieke studies gebeurd om dat te meten.
Hoe meer roedels er zijn hoe groter de impact uiteraard zal zijn op de structuur van onze resterende bossen en natuurgebieden.
Vooral in Wallonië is er volgens de kenners nog plaats voor veel meer roedels in de uitgestrekte wouden.
Er wordt geschat dat daar nog plek is voor zo'n 15 tot 20 extra groepen wolven.
Jan Loos van Welkom Wolf ziet in de Nederlandse Veluwe hoe de wolf ook zeldzame dieren aantrekt waaronder belangrijke aaseters.
Vorig jaar stootte hij daar nog op twee zeearenden bij een dood hooglanderkalf dat de prooi was geweest van een wolf.
Deze vogels waren speciaal overgevlogen vanuit de Flevopolder om mee te kunnen genieten van het karkas.
Zo ontstaat er een hele nieuwe ecologie rond de prooien en zelfs de drollen van wolven.
Dit alles geeft een enorme boost aan de lokale biodiversiteit in het gebied.
Dat zijn niet alleen grote en spectaculaire dieren zoals de arend.
Ook wouwen en koolmezen en vlinders en diverse soorten kevers profiteren volop van deze resten.
Binnenkort landen misschien ook de gieren uit de Pyreneeën in onze streken omdat zij steeds vaker in de Lage Landen belanden.
GroenRand ziet de wolf dan ook als een hefboom voor algemeen natuurbehoud.
Omdat dit dier enorme en aaneengesloten leefgebieden nodig heeft dwingt zijn aanwezigheid ons om versnipperde natuur weer te verbinden.
Als we de ruimte creëren die een wolf nodig heeft beschermen we als een soort paraplu tegelijkertijd honderden kleinere planten- en diersoorten.
De terugkeer van de wolf is voor hen dan ook het levende bewijs dat de natuur eindelijk weer ademruimte krijgt in ons dichtgebouwde landschap.
Sinds haar aankomst in 2019 en het eerste nest met wolf August in 2020 groeide Noëlla uit tot dé kernfiguur van de Limburgse wolven.
In totaal bracht ze vijf nesten voort waaronder vier met August en na zijn tragische dood een vijfde met de Nederlandse wolf Maurice.
In totaal was dit goed voor een 35-tal welpen over de jaren heen.
Veel van deze jonge wolven zwierven uit om elders in Europa nieuwe territoria te gaan zoeken.
Een van de jongen vestigde zich na lange tijd onder de radar te blijven succesvol in de Antwerpse Noorderkempen.
Dit dier kreeg de naam Emma en bevestigde de verdere verspreiding van de soort in onze regio.
De aanwezigheid van een toppredator in een dichtbevolkt gebied als Vlaanderen werd door velen onmogelijk geacht.
Noëlla bewees echter dat natuurherstel zelfs in een versnipperd landschap een krachtige realiteit kan zijn.
De grootste uitdaging voor de wolf blijft echter ons versnipperde landschap met een enorme wegendichtheid.
Met vijf kilometer weg per vierkante kilometer heeft Vlaanderen na Malta het dichtste wegennet ter wereld.
Jaarlijks sterven er naar schatting vijf miljoen dieren in ons verkeer op de Vlaamse wegen.


Inmiddels eiste dit moordende verkeer ook het leven van in totaal minstens 20 wolven.
Hoewel het verkeer de vestiging en voortplanting niet tegenhoudt moet Vlaanderen meer doen om alle wilde dieren te beschermen.
De locatie waar Noëlla het leven liet op de N76 is exemplarisch voor hoe het momenteel niet moet.
Dit is een weg die dwars door een natuurkern snijdt waarbij de snelheid werd opgetrokken naar 90 km/u.
Hoewel er een wildraster staat met een opening stierven er de afgelopen maand twee wolven op exact die plek.
Het waarschuwingssysteem met de speciale lichtborden is volgens het INBO bovendien vaak defect.
De tol voor de voortplanting van de wolven is op deze manier werkelijk gigantisch te noemen.
Van de 28 welpen die tussen 2020 en 2023 in Noord-Limburg werden geboren stierf de meerderheid nog voor hun eerste verjaardag.
Het gaat om maar liefst 18 van de 28 welpen die sneuvelden in het drukke verkeer.
Nederland staat met een dichtheid van drie kilometer weg per vierkante kilometer op de derde plaats in Europa en toont dat het anders kan.
Eind jaren negentig beslisten onze noorderburen om de knelpunten op hun wegennet systematisch aan te pakken.
Dankzij het Meerjarenplan Ontsnippering kon men op 20 jaar tijd alle knelpunten inventariseren en effectief oplossen.
In 2018 werd het land officieel ontsnipperd verklaard door de overheid.
Om een vergelijkbare graad van verbinding in Vlaanderen te bereiken schiet ons land momenteel nog 28 ecoducten tekort.
Er is echter een sprankeltje hoop want recent is een nieuw type kleinschalige faunapassage ontwikkeld.
Dit nieuwe model vergt slechts 10 procent van de kosten van grote ecoducten en kan bovendien sneller geplaatst worden.
Dit systeem is cruciaal voor de volgende fase van de Vlaamse ontsnippering in regio’s zoals de Antwerpse Voorkempen.


De politieke realiteit staat echter in schril contrast met deze dringende ecologische noodzaak.
Op kritische vragen van volksvertegenwoordigers gaf minister Jo Brouns aan dat het nieuwe investeringsprogramma VAPEO nog steeds niet formeel is gevalideerd.
Uit deze bevragingen blijkt een alarmerend gebrek aan middelen voor de komende jaren.
Voor de periode tot 2031 is er momenteel geen substantieel budget voorzien voor nieuwe VAPEO-projecten in Vlaanderen.
Terwijl de minister stelt dat verkeersslachtoffers onder wolven in een dichtbevolkt gebied onvermijdelijk zijn wijst GroenRand op iets anders.
Zij stellen dat dit argument vooral een gebrek aan politieke wil maskeert om het probleem echt aan te pakken.
Zelfs strategische gronden voor natuurverbindingen zoals die tussen het Groot en Klein Schietveld worden niet aangekocht.
Deze gronden hebben vaak een woonbestemming waardoor de reguliere budgetten simpelweg ontoereikend zijn voor aankoop.
Het is aan de Vlaamse regering om dit beleid van het lege spaarvarken nu eindelijk te doorbreken.
Men moet deze innovatieve faunapassages daadwerkelijk inzetten om de missing links in onze natuur definitief te herstellen.


Anderzijds waarschuwt GroenRand met klem voor een groot gevaar dat gepaard gaat met de huidige wolfwerende omheiningen.
Deze omheiningen fungeren vaak als ondoordringbare barrières die alle wilde dieren isoleren van hun leefgebied.
De organisatie stelt dat beschermingsmaatregelen niet ten koste mogen gaan van de broodnodige ecologische verbindingen.
Wanneer we elk weiland hermetisch afsluiten met rasters creëren we ijzeren muren in het landschap.
Deze muren maken de genetische uitwisseling tussen populaties op de lange termijn onmogelijk.
Voor hen is een landschap dat volledig is opgedeeld door hekken geen gezonde natuur meer maar een verzameling van geïsoleerde eilanden.


Het nut van wolven is volgens Joachim Mergeay bovendien een compleet verkeerde insteek en een zeer antropocentrische manier van kijken.
Het gaat erom dat we als maatschappij het Biodiversiteitsverdrag hebben ondertekend om de natuur te behouden.
De natuur is geen winkel waarin je zomaar kan shoppen wat je leuk vindt want dan eindig je met heel weinig biodiversiteit.
In Vlaanderen bestaat meer dan 99,9 procent van de biomassa uit mensen en vee tegenover minder dan 0,1 procent wilde zoogdiersoorten.
Bovendien hebben wij ook een voorbeeldrol te spelen tegenover landen die we vragen om hun tijgers of leeuwen te beschermen.
Met WWF timmeren we aan een duurzame toekomst waarin mensen weer in harmonie samenleven met de natuur.
Dat betekent samenleven met tijgers in Azië en leeuwen in Afrika maar dus ook met wolven in onze eigen Europese bossen.
Noëlla mag dan verongelukt zijn maar haar aanwezigheid heeft ons gedwongen om weer na te denken over echte wildernis.
Het is nu de grote uitdaging om veiligheid te bieden aan veehouders zonder de laatste groene aders van Vlaanderen definitief door te knippen.

donderdag 26 maart 2026

GroenRand en Sanne Van Looy trekken aan de alarmbel over het Vlaamse natuurbeleid en wereldvreemde rapporten

GroenRand en Sanne Van Looy slaan alarm over het Vlaamse natuurbeleid en de wereldvreemde rapporten

Wie denkt dat het leven als parlementslid altijd spannend is, kan zich vergissen.
Het speelt zich voor een groot deel af achter meters papier en dikke rapporten.
Zo worstelde Vlaams parlementslid en burgemeester van Malle, Sanne Van Looy (N-VA), zich onlangs door een nieuw en eerlijk gezegd hallucinant rapport over zogenaamde ‘milieuschadelijke subsidies’.
Vanaf 2025 is de Vlaamse overheid door een nieuwe Europese rapportageverplichting namelijk genoodzaakt om elke twee jaar te rapporteren over subsidies die de stempel ‘milieuschadelijk’ krijgen.


Het departement Omgeving startte in september 2024 met deze opdracht naar aanleiding van strikte Europese richtlijnen die lidstaten dwingen hun volledige budgettaire beleid te screenen.
Het doel van Europa is op papier nobel omdat men transparantie wil bieden over overheidssteun die onbedoeld schade toebrengt aan biodiversiteit of klimaat via de ‘Do No Significant Harm’-toets.
Maar de uitkomst van de eerste Vlaamse analyse is voor velen een bittere pil om te slikken en lokt felle reacties uit in de politieke wandelgangen.
Tien Vlaamse subsidies die vaak juist bedoeld zijn om de verduurzaming te versnellen, krijgen plots het label ‘milieuschadelijk’ opgeplakt door de administratie.


Wat in het rapport te lezen valt, lijkt volgens Sanne Van Looy meer op een satire dan op een serieus beleidsdocument voor de toekomst.
Een van de meest opvallende en pijnlijke conclusies betreft de Mijn VerbouwPremie.
Dit is de cruciale steun voor energiebesparende maatregelen zoals isolatie en hoogrendementsglas in Vlaamse woningen.
Deze premie zou volgens de theoretische analyse schadelijk zijn voor het milieu omdat renovatie gepaard gaat met extra bouwactiviteit en afvalproductie op de werven.
Ook het feit dat renovaties soms leiden tot extra verharding rondom de woning wordt als een negatief punt aangerekend in de statistische tabel.


“De motivatie leest bijna als een satire,” zegt Van Looy hierover met klem tijdens haar tussenkomst in het Vlaams Parlement.
De enorme positieve effecten op het milieu door energiezuinige woningen worden in deze oefening van de administratie compleet genegeerd door de opstellers.
Ja, renovatie zorgt voor tijdelijke bouwactiviteit, maar energiezuinige woningen leveren een structurele CO2-winst op die vele malen groter is dan de bouwfase.
Als we deze logica consequent volgen, kunnen we volgens de politica beter volledig stoppen met bouwen en renoveren in heel de regio Vlaanderen.
Dit is een boodschap die onmogelijk uit te leggen valt aan de burger die met zijn eigen zuurverdiende spaargeld investeert in een duurzame toekomst.
De lijst met subsidies die volgens de ambtenaren plotseling schadelijk zijn, stopt daar echter niet en bevat nog meer vreemde kronkels.
Ook de steun voor economische transformatie krijgt een negatieve beoordeling omdat elke nieuwe industriële ontwikkeling per definitie grondstoffen verbruikt.
Zelfs de inmiddels geschrapte premie voor elektrische voertuigen wordt in het rapport met de vinger gewezen als een vervuilende maatregel.
De redenering van de onderzoekers is dat elektrische auto’s schadelijk zijn omdat de batterijen metalen bevatten die elders op de wereld onder slechte omstandigheden worden ontgonnen.
Voor Sanne Van Looy maakt dit soort redeneringen een totale karikatuur van de dagelijkse milieuzorg in onze moderne samenleving.
Het is volgens haar ‘absurd checkbox-milieubeleid’ dat in wereldvreemde rapporten wordt bedacht zonder enige voeling met de dagelijkse praktijk van de burger.


Dergelijke conclusies ondergraven het maatschappelijk draagvlak voor echte milieuzorg omdat mensen het gevoel krijgen dat hun inspanningen nooit goed genoeg zijn.
Als Vlaming met een groot hart voor ons milieu maakt dit soort papieren bureaucreatie haar dan ook oprecht boos en bijzonder strijdvaardig.
Terwijl de politiek in Brussel debatteert over deze theoretische definities, klinkt er vanaf het terrein een heel andere en even scherpe kritiek van experts.
Natuurorganisaties zoals GroenRand wijzen erop dat de échte natuurdoelen op dit moment in het gedrang komen door een chronisch gebrek aan budgettaire daadkracht.


Hoewel Sanne Van Looy terecht verwijst naar investeringen in de Blue Deal en bosuitbreiding, stelt GroenRand dat de praktijk op de bosvloer veel minder rooskleurig is.
De kritiek van deze milieuexperts van GroenRand richt zich specifiek op de gemaakte keuzes van Minister Jo Brouns (CD&V) binnen de huidige Vlaamse Regering.
GroenRand stelt onomwonden dat er onder zijn beleid te weinig wordt geïnvesteerd in effectief natuurherstel en vooral in de broodnodige ontsnippering van ons landschap.
Vlaanderen is momenteel een van de meest versnipperde regio's van heel Europa door ons enorm dichte en historische wegennet dat overal doorheen snijdt.
Onze waardevolle natuurgebieden zijn daardoor vaak gereduceerd tot kleine ecologische eilanden die volledig van elkaar geïsoleerd zijn geraakt door asfalt.
Zonder fysieke verbindingen zoals grote ecoducten of kleine faunatunnels kunnen populaties wilde dieren niet meer veilig migreren tussen verschillende leefgebieden.
Dieren zoals de ree, de das of zeldzame amfibieën kunnen zich niet meer verplaatsen om voedsel te zoeken of om zich gezond en divers voort te planten.
Het zogenaamde VAPEO-programma, wat staat voor het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering, gaat volgens de vereniging GroenRand veel te traag vooruit.
GroenRand voert aan dat de budgetten voor deze levensnoodzakelijke groene verbindingen niet in verhouding staan tot de miljarden die nog steeds naar beton vloeien.

Waar Sanne Van Looy spreekt over de grote impact van de Blue Deal, countert GroenRand dat bomen planten alleen de biodiversiteitscrisis absoluut niet zal oplossen.
Het planten van bomen heeft weinig zin als die nieuwe bossen onbereikbaar blijven voor de kwetsbare fauna die er juist moet kunnen schuilen en jagen.
De vrees van GroenRand is dat de Vlaamse Regering te vaak kiest voor de snelle en zichtbare politieke winst van een symbolische boomplantactie voor de pers.
Ondertussen blijven de complexe en veel duurdere projecten voor ontsnippering jarenlang op de lange baan geschoven wegens een vermeend gebrek aan middelen.
Dit creëert een pijnlijke tegenstelling tussen de administratieve rapportage over subsidies en de fysieke noodzaak in onze eigen natuurgebieden.
Terwijl de overheid wordt bekritiseerd omdat ze nuttige premies als schadelijk labelt, krijgt ze ook de wind van voren omdat ze echte ecologische schade niet effectief aanpakt.
We bevinden ons momenteel dan ook in een gevaarlijke spagaat die het gehele Vlaamse milieubeleid dreigt te verlammen voor de komende generaties.
Aan de ene kant dwingt Europa tot een boekhoudkundige oefening over de impact van isolatiematerialen op de wereldwijde grondstofbalans van de planeet.
Dit leidt tot grote en terechte irritatie bij politici zoals Sanne Van Looy die de transitie juist willen versnellen via renovatie en modernisering van ons patrimonium.
Aan de andere kant waarschuwen de vrijwilligers van GroenRand dat het structurele werk op het terrein een tweederangs prioriteit blijft voor de bevoegde ministers.


Terwijl men in kantoorgebouwen debatteert over de theoretische definitie van een subsidie, wachten onze lokale bossen op fysieke verbinding en meer ademruimte.
De middelen die minister Jo Brouns beheert worden volgens de critici nog te vaak ingezet voor andere belangen dan voor de pure en noodzakelijke natuurwinst.
“Daar zit de échte impact,” herhaalt Sanne Van Looy standvastig terwijl ze wijst naar de noodzaak voor een werkbaar en bovenal logisch milieubeleid voor iedereen.



Maar die impact vereist volgens natuurorganisaties zoals GroenRand wel een politieke visie die verder durft te kijken dan de waan van de dag en de volgende verkiezingen.
De uitdaging voor het Vlaams Parlement is dan ook om deze twee scherpe kritieken samen te brengen tot een krachtig en coherent nieuw natuurverhaal.
We moeten resoluut weg van het verstikkende checkbox-milieubeleid en de absurde papieren veroordelingen van onze eigen burgers die willen verduurzamen.
Tegelijkertijd moeten we toe naar een beleid dat eindelijk serieus en structureel investeert in de kwetsbare en versnipperde Vlaamse natuurgebieden en bossen.


Pas wanneer de focus verschuift van administratieve afvinklijsten naar echte ecologische corridors, boeken we als volledige samenleving werkelijke winst.
Eerlijke communicatie over wat echt helpt en wat werkelijk schade toebrengt is daarbij essentieel om het geschonden vertrouwen van de burger te behouden.
Vlaanderen heeft nood aan een beleid dat zowel economisch logisch is voor de Vlaming als ecologisch reddend voor onze inheemse dieren en planten.
Alleen door deze uitersten op een intelligente manier te verzoenen kan de Vlaamse overheid haar grote ambities voor een groenere toekomst werkelijk waarmaken.
Het hallucinante rapport van het departement Omgeving moet daarom dienen als een dringende en luide wake-up call voor iedereen die de knoppen van het beleid bedient.
Echte milieuzorg vraagt om moed en een visie op de zeer lange termijn in plaats van administratieve pesterijen van wie zijn woning duurzaam aanpast.


Sanne Van Looy blijft samen met haar collega's de vinger aan de pols houden om deze wereldvreemde redeneringen uit de weg te ruimen in de commissies.
De strijd voor een eerlijk evenwicht tussen wonen, werken en natuurbehoud is nog lang niet gestreden in de woelige politieke arena van vandaag.
Uiteindelijk telt alleen het tastbare resultaat buiten in onze eigen natuur en de rechtvaardigheid voor de burger die meewerkt aan de noodzakelijke transitie.
Met een sterke focus op ontsnippering en zinvolle subsidies kan Vlaanderen opnieuw een gidsregio worden voor een werkbaar en gedragen groen beleid.
De boodschap van zowel GroenRand als Sanne Van Looy is duidelijk: stop de papieren waanzin en investeer in echte, meetbare natuurwinst op het terrein.

De wederopstanding van de waterdraak: wetenschap en verbinding in de Voorkempen

De heropleving van de waterdraak: een samenspel van wetenschap en verbondenheid in de Voorkempen

De pen van Glenn -  foto's Wim Verschraegen