zaterdag 7 maart 2026

Opinie GroenRand: Politieke kortzichtigheid laat onze natuur én 1,9 miljard euro aan klimaatgeld in de kou staan

OPINIE GROENRAND : Politieke kortzichtigheid laat onze natuur en 1,9 miljard euro aan klimaatgeld in de steek

Terwijl de natuur in onze regio snakt naar herstel en bescherming, speelt zich in de Wetstraat een schouwspel af dat elke burger met een groen hart met verbijstering vervult.
Er staat momenteel bijna twee miljard euro aan Europees klimaatgeld stof te happen op een geblokkeerde bankrekening. Voor onze vereniging GroenRand is de maat hiermee vol.
Dit is niet langer een loutere discussie over cijfers of politieke percentages.
Het is een vorm van schuldig verzuim tegenover onze biodiversiteit en de toekomst van onze leefomgeving.
Het nieuws dat via de krant L'Echo naar buiten kwam is even pijnlijk als absurd.
België heeft recht op 1,89 miljard euro uit een Europees fonds dat gevuld wordt door de grote vervuilers.
Dit systeem dwingt de zware industrie en energieproducenten om te betalen voor hun uitstoot van broeikasgassen.
Het principe is dus heel simpel: wie vervuilt, die betaalt.
Dat geld hoort vervolgens direct terug te vloeien naar de lidstaten om hun klimaatbeleid te financieren en de schade aan de aarde te herstellen.
In België staat dit gigantische bedrag echter al drie jaar geparkeerd op een rekening waar niemand bij kan.
De oorzaak ligt bij de Vlaamse, Waalse, Brusselse en federale regeringen die het maar niet eens raken over de juiste verdeelsleutel.
Omdat de politici ruziën over wie welk deel van de koek krijgt, kan er geen enkele cent worden uitgegeven aan projecten die onze planeet afkoelen.
Tegen 2030 zal deze pot naar schatting zelfs aangroeien tot ruim zeven miljard euro.
Ondertussen tikt de klok voor ons klimaat genadeloos verder en kijkt de natuur lijdzaam toe hoe de nodige investeringen uitblijven. In de politieke discussie gaat het meestal over technische zaken zoals subsidies voor industriële warmtepompen of het goedkoper maken van elektrische bussen.
Hoewel dat noodzakelijke stappen zijn, mist GroenRand in dit debat de absolute essentie.
Klimaatbeleid is namelijk veel meer dan alleen technologie en machines.
Het gaat over de levende wereld om ons heen die ons elke dag weer beschermt tegen de grillen van het weer.
De natuur is onze allerbeste en bovendien de goedkoopste bondgenoot in de strijd tegen de klimaatverstoring.
Een gezonde natuur met een rijke biodiversiteit werkt als een natuurlijke airco voor ons land. Bossen, natte valleien en bloemrijke graslanden slaan gigantische hoeveelheden CO2 op in hun bodem en hun planten.
Door dit geld te blokkeren, blokkeren de regeringen ook de hoognodige investeringen in onze eigen leefomgeving.
We laten hier niet alleen geld liggen, we laten onze natuurlijke rijkdom simpelweg verpieteren terwijl de oplossingen voor het grijpen liggen.
De gevolgen van de klimaatopwarming worden namelijk elke dag zichtbaarder in onze eigen achtertuin.
We krijgen vaker te maken met extreme regenval die zorgt voor overstromingen en aan de andere kant kampen we met periodes van extreme hitte die onze parken verstikken.
Natuurlijk herstel is de meest efficiënte manier om ons tegen deze extremen te wapenen.
We hebben robuuste natuurgebieden nodig die als een spons werken. In natte tijden houden zij het water vast zodat onze kelders droog blijven. In droge tijden geven zij datzelfde water langzaam weer af aan de omgeving.
Elke dag dat die 1,9 miljard euro vaststaat, verliezen we kostbare tijd om deze groenbuffers aan te leggen en kwetsbare soorten te redden die cruciaal zijn voor ons ecosysteem.
De reden voor deze blokkade is een typisch Belgisch potje touwtrekken over de zogenaamde lasten en de lusten.
De verschillende regeringen moeten het niet alleen eens worden over wie het geld krijgt, maar ook over wie welke inspanning levert om de uitstoot te verminderen. Vooral in Vlaanderen wringt de schoen omdat de ambitie om de uitstoot drastisch te verlagen lager ligt dan wat Europa vraagt.
Dit zorgt voor een pijnlijke paradox. We weigeren de lat hoog genoeg te leggen, waardoor we het geld niet kunnen gebruiken dat ons juist zou helpen om diezelfde lat te halen.
De middelen om de vergroening goedkoper te maken liggen klaar, maar de politieke onwil houdt de deur op slot.
De natuur trekt zich echter niets aan van gewestgrenzen of politieke discussies.
Een hittegolf stopt niet bij een grens en een overstroming vraagt niet naar je stemvoorkeur.
De prijs van dit wachten is hoog.
Onze openbare diensten snakken naar middelen voor beter vervoer en natuurorganisaties zien hoe kans na kans onbenut blijft.
Voor het bedrag dat nu geblokkeerd staat, hadden we duizenden hectares aan bos kunnen aanplanten of talloze riviervalleien in hun natuurlijke staat kunnen herstellen.
Er lijkt nu een klein sprankeltje hoop te zijn omdat er weer vaker overleg wordt gepleegd tussen de verschillende ministers.
Voor GroenRand is de boodschap aan hen echter heel helder: stop met het eindeloze cijferen achter de komma en kijk naar het grote plaatje. De klimaatcrisis is een realiteit van vandaag en niet een probleem voor de volgende generatie politici om op te lossen.
Wij roepen de regeringen op om dit dossier met de allerhoogste urgentie te behandelen en de natuur eindelijk centraal in het beleid te stellen.
Investeren in biodiversiteit is geen luxe die we pas kunnen betalen als alles goed gaat.
Het is een fundamentele investering in onze eigen gezondheid en veiligheid.
Een veerkrachtige natuur zorgt voor een leefbare wereld voor onze kinderen. Het geld is er en de plannen liggen klaar.
Wat we nu nodig hebben, is de politieke moed om over de eigen schaduw heen te stappen.
We moeten de blokkade opheffen zodat we massaal kunnen investeren in natuurlijke klimaatoplossingen.
Aan een volle bankrekening op een geblokkeerde rekening hebben we namelijk helemaal niets op een uitgeputte planeet die zijn natuurlijk evenwicht volledig kwijt is.
Het is tijd om de kraan open te draaien voor onze natuur en onze toekomst.

GroenRand presenteert: De blauwgrijze acrobatische metselaar van de Voorkempen.

GroenRand presenteert: De blauwgrijze acrobatische metselaar van de Voorkempen

Frank Vermeiren, redactielid van GroenRand, vertelt ons van a tot z over vogels in onze Voorkempen.
Nu is het de beurt aan de letter 'b': de boomklever.
De boomklever (Sitta europaea) is zonder twijfel een van de meest markante verschijningen in onze regio.
Wie in de vroege ochtend door de bossen van Brasschaat, het park van Schoten of de oude kasteeldreven van Kapellen wandelt, heeft een grote kans op een ontmoeting met deze 'Zorro' van het bos. Met zijn opvallende blauwgrijze rug, flets oranje buik en sneeuwwitte keel is hij een kleurrijke verschijning.


Maar het is vooral zijn diepzwarte oogstreep, die als een masker van de snavel tot diep in de nek loopt, die hem zijn bijnaam geeft. Dit masker geeft hem een stoer, bijna brutaal uiterlijk dat perfect past bij zijn pittige karakter.
De boomklever is een territoriale vogel die zich door niets of niemand laat wegjagen.
Hij vertoont vaak agressie tegen soortgenoten en andere soorten die zich in de buurt wagen, waardoor hij niet altijd algemeen in elke kleine tuin voorkomt.
Wat de boomklever echt uniek maakt in de Voorkempen, is zijn verbluffende klimtechniek.


Met zijn lange tenen en vlijmscherpe nagels is hij als enige inheemse vogel in staat om met de kop naar beneden loodrecht langs een stam af te dalen.
Terwijl spechten en boomkruipers hun staart als stugge steunpilaar gebruiken om tegen de stam te rusten, vertrouwt de boomklever volledig op de pure kracht van zijn poten.
Hij beschikt over relatief korte, maar extreem gespierde loopbenen. Doordat hij tijdens het klimmen steeds één pootje strategisch hoger zet en het andere met een krachtige grip bijtrekt, lijkt het alsof hij altijd wat ‘scheef’ tegen de boom hangt.

Hij onderscheidt zich van al onze andere vogels omdat hij zich werkelijk in alle richtingen kan voortbewegen: opwaarts, neerwaarts, achterwaarts én zijwaarts.
Deze behendigheid en het verbluffende vermogen om met krachtige klauwen langs boomstammen te kruipen, maken hem zowat de bekwaamste klimmer van de stam, een soort gevederde "freeclimber" die de zwaartekracht lijkt te tarten.

Vandaag, op zeven maart, wanneer de eerste lentezon de bossen van de Voorkempen opwarmt, is de boomklever getransformeerd van een stille wintergast naar een hyperactieve bouwvakker.
Wie nu het bos intrekt, hoort overal de territoriumdrift losbarsten.

Het is de periode waarin de mannetjes hun domein met overtuiging afbakenen tegenover rivalen met een luidruchtig, fluitend "tjuub-tjuub" of een sneller "twit-twit-twit".

Dit gezang is niet alleen een waarschuwing voor concurrenten, maar ook een liefdesverklaring aan zijn partner, want boomklevers vormen vaak koppels voor het leven.

Terwijl andere vogels nog even wachten, zijn de boomkleverkoppels nu al volop bezig met de inspectie en renovatie van hun nestplaatsen.

Het vrouwtje neemt hierbij de leiding.
Ze gaat op zoek naar verlaten boomholten, meestal oude spechtennesten in beuken of eiken, waarbij ze houtsnippers, gras en veren bij elkaar raapt om het binnenin zo gezellig mogelijk te maken.

Zodra de nestplaats gekozen is, komt de ware 'metselaar' in haar naar boven.
Ze verzamelt vochtige modder en leem — en ze schuwt het niet om deze uit nabijgelegen bloembakken te stelen — om de vliegopening van het nest minutieus dicht te smeren met een mengsel van modder en speeksel.

Ze bepleistert de overbelichte opening tot er slechts een perfect rond gaatje overblijft van exact 32 millimeter: groot genoeg voor haarzelf, maar te klein voor de kauw of de spreeuw die haar woning zou willen kraken.
Soms is haar metseldrang zo groot dat ze zelfs bij een opening die al de juiste maat heeft, modder blijft smeren.

Een wonderlijk fenomeen is dat er door zaadjes in die modder na verloop van tijd soms plantjes, zoals paardenbloemen, rechtstreeks uit de boomstam bij de nestingang beginnen te groeien, wat het nest een unieke natuurlijke camouflage geeft.
In dit modderfort legt ze doorgaans vijf tot negen witte eitjes met fijne rode vlekjes.
Tijdens de broedperiode van 13 tot 18 dagen zit ze bijna 'gevangen' in haar eigen nest, terwijl het mannetje de volledige 'roomservice' verzorgt voor zowel zijn partner als de jongen.
Hij voorziet hen onvermoeibaar van voedsel.
De jongen die uit het ei kruipen, groeien razendsnel.

Opmerkelijk is dat zij bij het uitvliegen meteen hetzelfde volwassen verenkleed hebben als hun ouders.
Hierdoor staan ze na amper twee weken al als zelfstandige, stoere vogels op de 'vrijgezellenmarkt', klaar om hun eigen plekje in de Voorkempen te veroveren.
De snavel van de boomklever, een prominent en stevig ding, is daarbij een multifunctioneel instrument: een krachtige dolk waarmee hij niet alleen insecten en larven uit kieren peutert, maar ook harde noten kraakt.
De Engelse naam 'Nuthatch' (noten-hakker) verwijst naar zijn gewoonte om een noot vast te klemmen in een schorspleet — zijn natuurlijke bankschroef — en er vervolgens met rake klappen op te hameren tot hij de inhoud op een dolkachtige manier kan aanprikken en openmaken.
Dit hameren gebeurt met zo’n enorme kracht dat ringers weten dat een boomklever zelfs door een dikke leren handschoen heen kan pikken als hij zich bedreigd voelt.
Omdat hij een standvogel is, regelt hij zijn 'mise-en-place' het hele jaar door.
Hij blijft in zijn broedgebied overwinteren omdat hij steeds aan voedsel geraakt.
Hij is een ware verzamelaar die in de herfst duizenden zaden, eikels en hazelnoten verstopt achter loszittende schors of in spleten. Dankzij een fenomenaal geheugen vindt hij deze wintervoorraad feilloos terug op momenten dat insecten schaars zijn.
De Voorkempen, met zijn kasteeldomeinen zoals het Peerdsbos, Park de Mik in Brasschaat of het Vordensteinpark in Schoten, is de ideale habitat: volwassen loof- en gemengde bossen met een voorkeur voor oude eikenbomen bieden hem alles wat hij nodig heeft.


Wil je hem graag in je tuin zien?
Zet dan een voedertafel met nootjes neer of verstop zelf wat lekkers in de rimpels van oude bomen, zodat hij zelf op zoek moet gaan en zijn natuurlijke talenten kan tonen.
Om hem te onderscheiden van de boomkruiper — de stille 'fijnchirurg' met zijn bruin-wit gespikkelde camouflage die enkel spiraalsgewijs omhoog klimt en zijn staart als steun gebruikt — hoef je enkel naar de richting te kijken: zie je een vogel die met de kop omlaag langs de stam suist?
Dan heb je de koning van de stam te pakken.

Waar de boomkruiper de boomstam vanuit één richting benadert, onderzoekt de boomklever de schors zeer nauwkeurig vanuit alle mogelijke hoeken.
Wist u trouwens dat de boomklever vaak meermaals in hetzelfde nest broedt en zijn metselwerk elk jaar herstelt?

Het is een vogel die ons eraan herinnert dat de natuur in de Voorkempen vol verrassingen zit, zeker nu de lente begin maart ontwaakt en deze gevederde bouwvakkers weer volop aan de slag gaan.

vrijdag 6 maart 2026

GroenRand presenteert de Boerenzwaluw: onze blauwzwarte atleet is op weg!

GroenRand presenteert de Boerenzwaluw: Onze Blauwzwarte Atleet is onderweg!

Als reporter voor GroenRand heb ik mezelf een stevig doel gesteld: ik neem u het komende jaar mee op een ontdekkingsreis door onze lokale natuur van A tot Z. 
In deze reeks staat elke letter van het alfabet voor een vogel die onze regio kleur geeft.
Vandaag zijn we aanbeland bij de letter B en die staat deze maand onbetwistbaar in het teken van de boerenzwaluw (Hirundo rustica).
Maar voordat we de lucht in kijken om deze vlieger te spotten, neem ik u graag even mee achter de schermen van onze vereniging.

U vraagt zich misschien af hoe al die mooie natuurprojecten in onze regio betaald worden. 
Wel, dat gaat niet vanzelf. 
De natuur heeft namelijk een stem nodig op de plek waar de beslissingen worden genomen: het parlement.
Daarom werkt GroenRand nauw samen met verschillende volksvertegenwoordigers. 
Zij zijn onze directe lijn naar de politiek. 
Deze politici fungeren als een cruciale schakel door de bevoegde minister in Brussel voortdurend scherp te houden. 

Na overleg met GroenRand stellen ze doelgerichte vragen over de voortgang van projecten en strijden ze vol energie voor de nodige financiering om onze bossen en velden gezond te houden.
Hoewel we dus vaak in de politieke wandelgangen te vinden zijn voor dit lobbywerk, blijven we met beide voeten in de Kempense klei staan. 
Onze website is volledig vernieuwd om u nog beter te informeren en we hebben een team van twaalf toegewijde reporters die als de ogen en oren van de Voorkempen fungeren. 
Zij leggen elke bijzondere gebeurtenis in onze natuur nauwgezet vast en dat dit harde werk loont, bewijzen de opmerkelijke natuurwaarnemingen van de afgelopen jaren.

Het is vandaag 6 maart. 
Terwijl de zon de eerste voorjaarsgeuren uit de Kempense zandgrond trekt en de temperatuur eindelijk de dubbele cijfers haalt, kijk ik onwillekeurig naar de nok van de stal. 
Ik bruis inmiddels weer van de energie en sta te popelen om het veld in te trekken.
Ik zoek dan ook het hele luchtruim af om de eerste zwaluw te kunnen spotten.
 "Vogels kijken blijft toch een heerlijke hobby en zo is het maar net!" zeg ik vaak tegen mezelf als ik met mijn verrekijker in de aanslag sta.

Hoewel de lucht nog even leeg blijft, verlang ik enorm naar hun terugkeer. 
Het vrolijke gekwetter van de boerenzwaluw met zijn donkerblauwe rug, witte buik en roodbruine keel en voorhoofd geeft me het gevoel dat we de winter overleefd hebben en dat het vanaf nu beter wordt. 
De boerenzwaluw onderscheidt zich door zijn diep gevorkte staart met lange staartpennen. 
Ik geef de mensen altijd een handig ezelsbruggetje mee: een boer gebruikt een hooivork die erg lijkt op de staart van deze zwaluw. 
In de volksmond zijn het de brengers van de lente, blijdschap en geluk. 
Helaas herinnert het gezegde ons eraan dat één zwaluw nog geen lente brengt.

De boerenzwaluw is een ware wereldburger die op alle continenten voorkomt. 
Tijdens het broedseizoen verblijft hij noordelijker, soms zelfs tot voorbij de poolcirkel in Scandinavië. 
De exemplaren die bij ons in Vlaanderen broeden, hebben de winter doorgebracht in West- en Centraal-Afrika in landen als Ivoorkust, Ghana en Nigeria. Sommigen trekken zelfs 10.000 tot 15.000 kilometer ver tot in Zuid-Afrika. 
Op dit moment zijn ze bezig aan hun hachelijke terugreis. 

De foto's die ik presenteer zijn dus van vorig jaar.
Tussen eind maart en begin juni keren ze terug naar ons land met een piek eind april. 
Ze vliegen op de brandstof van insecten die ze onderweg met hun breed geopende bek uit de lucht pikken zoals muggen, motten en kleine kevertjes. 

Ze bereiken indrukwekkende snelheden van wel 100 km/u tijdens de jacht.
Ook drinken is een spektakel: ze scheren rakelings over het wateroppervlak en dippen hun ondersnavel kort in het water. 
De eerste verkenners bereiken ons meestal rond eind maart na een tocht waarbij ze de Sahara en de Middellandse Zee trotseren.

Ze navigeren op het aardmagnetisch veld dankzij magnetiet-kristallen in hun snavel en cellen in hun binnenoor. 
Uit ringonderzoek blijkt dat een boerenzwaluw die tien jaar oud wordt maar liefst 300.000 vliegkilometers op de teller kan hebben staan.

Om de toestand van onze broedvogels echt te begrijpen, steunt Vlaanderen op het ABV-project (Algemene Broedvogelmonitoring Vlaanderen). 
Dit wetenschappelijke monitoringsprogramma, gecoördineerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in samenwerking met Natuurpunt, werd opgestart in 2007, wellicht reeds na de grootste crash van de populaties. 
Hoewel de boerenzwaluw ooit een van de talrijkste bewoners van ons platteland was, tonen de ABV-cijfers aan dat de soort het moeilijk heeft. 

Sinds 2007 zien we in Vlaanderen gelukkig een stabiele aantalsontwikkeling. 
De populatie wordt momenteel geschat op 50.000 à 100.000 broedparen. 
In de Voorkempen fungeert de boerenzwaluw als een 'graadmeter' voor de kwaliteit van ons landbouwgebied. 
Daartegenover staan de gebundelde Europese cijfers uit 26 verschillende lidstaten die gemiddeld een duidelijke afname vaststellen.
Boerenzwaluwen zijn uiterst honkvast en leven in een kolonie.
Ik ken verhalen van vogels die na hun wereldreis op exact dezelfde spijker of richel in een stal landen. 

De meeste vogels keren ieder jaar terug naar hetzelfde nest.
Dat nest is komvormig en opgebouwd uit honderden propjes modder, ook wel het lemen nest genoemd, verstevigd met strohalmen. 
De bouw van een nieuw nest duurt 5 tot 12 dagen. 
Als het oude nest er nog hangt, voeren ze liever herstellingswerken uit.
Dat bespaart hen enorm veel energie en tijd in vergelijking met een nieuw nest opbouwen. 

Laat oude zwaluwnesten dus zeker hangen!
Ze nestelen het liefst in open stallen met vee maar ook onder bruggen, afdaken of soms zelfs in woonkamers bij de mensen thuis. 
Ik hoorde onlangs nog een anekdote van zwaluwen die op een luster in de gang broedden terwijl de bewoners eronderdoor liepen. 
Onderzoek wijst uit dat nesten nabij menselijke activiteit vaak een hoger broedsucces hebben omdat roofdieren op afstand blijven.
Dit kan zolang ze maar de garantie hebben dat ze vrij in en uit kunnen vliegen.

Bij de partnerkeuze is het vrouwtje kritisch. 
Ze kiest steevast het mannetje met de langste staartveren omdat dit voor haar super aantrekkelijk is en duidt op een gezonde conditie en een sterk immuunsysteem. 
Na de paring legt ze 4 tot 6 gespikkelde eitjes.
Ze begint met broeden en na ongeveer twee weken komen de jongen uit het ei gekropen. 

Dan breekt er een hectische tijd aan want al die keeltjes gillen constant om voedsel. 
De ouders voeden de jongen met een prop insecten die in de keel bewaard wordt. Oudere jongen krijgen tot wel 400 keer per dag eten aangevoerd door de ouders. 
Samen vangen ze op goede dagen wel 6.000 tot 9.000 insecten per dag om de jongen te voeren. 

Gemiddeld eten ze hun eigen gewicht aan insecten per dag.
Na ongeveer 21 dagen verlaten de kleintjes het nest en begint het spannendste deel van hun leven.
Ze blijven nog wel een paar dagen rond het nest maar moeten dan zelf leren jagen. Veel jonge zwaluwen sneuvelen helaas in deze periode.
Pa en ma denken dan vaak al aan een tweede of zelfs derde legsel. Dat is maar goed ook want slechts 1 op de 5 boerenzwaluwen keert na de winter terug op de nestplaats. 

De rest sneuvelt door zandstormen, roofvogels of uitputting.
In onze Vlaamse dialecten bestaan prachtige bijnamen voor de vogel zoals zwalum, zwolm en zwalie. 
Ook staan ze bekend als weervoorspellers. Mijn grootvader zei altijd dat hij geen weerbericht nodig had.
De wijsheid "vliegt de zwaluw hoog dan blijft het droog" is wetenschappelijk onderbouwd: bij mooi weer stijgt de warme lucht en stijgen de insecten mee omhoog. 
Vliegen ze laag dan drukt de naderende bui de insecten omlaag.
Zelfs zeelieden eerden de vogel: een zwaluwtattoo stond voor 5.000 zeemijl aan ervaring en een veilige thuiskomst.
In vele culturen brengt een nest aan het huis geluk, harmonie en bescherming tegen onheil.

Hoewel dit ooit een van de talrijkste broedvogels was in en nabij landbouwgebied, heeft de soort flinke klappen gekregen. 
De boerenzwaluw staat op de Vlaamse Rode Lijst als achteruitgaand. 
De oorzaken zijn divers: moderne stallen zijn vaak potdicht (minder broedgelegenheid), vee staat vaker op roosters en schuren zijn minder toegankelijk geworden. 
Bovendien neemt de insectenrijkdom af door insecticiden, te weinig afwisseling in gewassen, verstedelijking en grootschalige landbouw.
Deze verarming van de planten- en insectenwereld werkt sterk in het nadeel van deze vogel die zich het beste thuis voelt op het ouderwetse platteland.

Wettelijk gezien is de boerenzwaluw een streng beschermde inheemse vogelsoort op grond van de Europese Vogelrichtlijn. 
In Vlaanderen is het verboden om hun nesten opzettelijk te vernielen of te verwijderen, zelfs buiten het broedseizoen.
Na de broedperiode verzamelen ze zich vaak in rietvelden om te overnachten alvorens ze in september en oktober in grote groepen naar Afrika vertrekken. 
Ze gaan meestal net iets later naar het zuiden dan de huiszwaluwen.
Maar laat ze nu eerst maar eens terugkomen naar Vlaanderen!
Ik kan niet wachten hun gezellige gekwetter weer te horen. 
Dus laat het mooie weer en de zwaluwen maar komen!

donderdag 5 maart 2026

Fotograaf ziet zeldzame zwarte ree in de omgeving van Viersels GebroKT

Fotograaf spot zeldzame zwarte ree in omgeving Viersels Gebroekt

Natuurvereniging GroenRand meldt dat fotograaf Frank Vermeiren recent in de omgeving van het Viersels Gebroekt een zeldzame zwarte ree kon fotograferen.

De positieve trend in de lokale biodiversiteit zet zich onverminderd voort, aldus GroenRand, want in februari en maart 2026 slaagde reporter en fotograaf Frank Vermeiren er in om een uiterst zeldzame zwarte ree te fotograferen in de buurt van het Viersels Gebroekt.
Hij maakt graag foto’s van de natuur en zag het dier toevallig opduiken tijdens een natuurwandeling.
Volgens Dirk Weyler van GroenRand moet je wat geluk hebben om een zwarte ree te spotten.

“Hoewel het goed gaat met de reeën in heel Vlaanderen en mensen hun waarnemingen steeds vaker melden op platformen zoals Waarnemingen.be blijft de zwarte variant uiterst ongebruikelijk. Voor ons zijn deze waarnemingen het ultieme bewijs dat het aan elkaar schakelen van natuurgebieden essentieel is voor het voortbestaan van kwetsbare fauna. Alleen door deze groene verbindingen te versterken kan de fauna in de regio zich duurzaam handhaven en verder uitbreiden.”

De zwarte ree (Capreolus capreolus) vormt een van de meest fascinerende natuurverschijnselen binnen de Vlaamse fauna.
Deze specifieke kleurafwijking is geen gevolg van een aparte soortvorming maar vindt haar oorsprong in een genetische mutatie die bekendstaat als melanisme.

In de regio rond Boechout, Lint en Hove bevindt zich een unieke populatie zwarte reeën die haar oorsprong vindt in de geschiedenis van lokale adellijke landgoederen.
In het begin van de 20e eeuw werden deze dieren met een genetische kleurafwijking bewust uitgezet voor de jacht op domeinen zoals het Hof van Boechout dat onderdeel is van het domein Moretus.

Terwijl zwarte reeën in de rest van Vlaanderen als uiterst zeldzaam worden beschouwd vormen ze in deze specifieke driehoek een stabiel en opvallend onderdeel van de lokale fauna.
De verspreiding naar de rest van de Voorkempen zoals in Viersel of Zoersel is geen algemene uitbreiding over het hele gebied aangezien de dieren relatief honkvast blijven in hun oorspronkelijke habitat.

“In de context van het Vlaamse natuurbeheer en de jachtwetgeving neemt de zwarte ree een bijzondere positie in”, zegt Weyler.
 “Hoewel er wettelijk geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende kleurvarianten van de ree bestaat er binnen de jachtwereld vaak een ongeschreven erecode om zwarte exemplaren te sparen. Het behoud van natuurlijke verbindingen en ecoducten zijn van cruciaal belang voor de toekomst van de zwarte ree.”

In de Vlaamse folklore de zwarte ree vaak wordt omschreven als een spook of een geest van het bos.

GroenRand viert de lente met de Groene Duim: biodiversiteit in volle bloei

GroenRand viert de lente met de Groene Duim: biodiversiteit in de lift

Maart 2026 markeert een cruciaal kantelpunt voor de natuur in onze regio.
Wie deze dagen door de Voorkempen fietst of wandelt merkt het meteen.
Er hangt iets in de lucht dat dit jaar net even anders aanvoelt dan de gemiddelde lente.
Terwijl de zilveren katjes van de wilg als zachte fluwelen knopjes aan de takken glimmen en de grote bonte specht met zijn ritmische geroffel het bos wakker schudt lijkt het landschap zelf ook aan een grote inhaalbeweging te zijn begonnen.
Het is de maand waarin Vlaanderen eindelijk de tanden laat zien na jaren van sombere rapporten over wegkwijnende natuur.


Voor de natuurvereniging GroenRand zijn deze koortsachtige activiteit en het aanbreken van de lente een uiterst positief voorteken.
Het lokale motto klinkt dan ook luid en duidelijk over de velden: we steken een bijtandje bij voor elk nieuw houtkantje.
De urgentie voor dat extra tandje werd begin deze maand nog eens pijnlijk duidelijk door een ontnuchterend rapport van een brede coalitie aan natuurorganisaties.


De cijfers liegen niet want 28% van de soorten in Vlaanderen balanceert momenteel op de rand van de afgrond.
Voor een regio die zichzelf graag profileert als innovatief is dit een bittere pil.
We worden door Europa herhaaldelijk op de vingers getikt als een van de slechtst presterende leerlingen op het vlak van natuurtoestand.
Deze ecologische schuld weegt zwaar maar zorgt tegelijkertijd voor een ongekende dynamiek.
De druk om met een ambitieus natuurherstelplan te komen is niet langer een bureaucratische oefening maar een existentiële noodzaak geworden om onze leefomgevingskwaliteit te waarborgen.
Om te kunnen genezen moet je echter eerst de juiste diagnose stellen.
Daarom lanceerde het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) op 11 februari 2026 het langverwachte Vlaams Biodiversiteitsportaal.


Dit platform centraliseert meer dan 30 miljoen datapunten en is gebouwd op internationaal gerenommeerde technologie om historische en recente waarnemingen inzichtelijk te maken.
Het fungeert als de digitale zenuwbaan van ons natuurbeleid en verbindt de dagelijkse waarnemingen van burgers rechtstreeks met de beleidstafels in Brussel.
Hierdoor wordt de onzichtbare achteruitgang van soorten pijnlijk zichtbaar terwijl het tegelijkertijd exact aantoont waar herstelprojecten in de Voorkempen het meeste rendement opleveren voor de lokale gemeenschap.
Burgers dragen hier massaal aan bij via evenementen zoals de Grote Schelpenteldag op 21 maart die essentieel is voor de mariene data en de Biodiversity Spring Market op 23 maart waar de link tussen bedrijfsleven en natuurbehoud centraal staat.

Die wetenschappelijke data vinden hun meest tastbare vertaling in de klei en het zand van onze eigen regio binnen het grotere kader van het Complex Project De Nieuwe Rand.
Een essentieel onderdeel van dit overheidsplan is de realisatie van een robuuste Klimaatgordel.

Het is hier dat de jarenlange expertise van GroenRand tijdens de diverse inspraakrondes haar vruchten afwerpt.
De vereniging streed met succes voor de erkenning van de Antitankgracht als de robuuste drager van de omliggende beekvalleien.
Waar de gracht voorheen vaak als een geïsoleerd historisch relict werd beschouwd fungeert zij nu als de vitale verbindingsas die verschillende valleien fysiek koppelt.
Deze visie vormt de basis voor een ononderbroken natuurlijke verbinding die fungeert als een collectieve spons voor de hele regio.

Natuur is echter veel meer dan alleen wat je boven de grond ziet. In de valleigebieden van de Voorkempen wordt deze maand keihard gewerkt aan wat eronder de grond zit: het water.
Op 3 maart 2026 kondigde Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns aan dat er dit jaar maar liefst 51 miljoen euro wordt uitgetrokken om de waterweerbaarheid via de Blue Deal te verhogen.
Hoewel dit bedrag substantieel klinkt is het essentieel te benadrukken dat deze middelen bestemd zijn voor heel Vlaanderen.

Wanneer men dit budget verdeelt over de volledige regio — met 24 miljoen euro voor een selecte groep prioritaire valleigebieden zoals de Dender, IJzer, Maas, Leie, Demer en de Kleine Nete en 10 miljoen euro voor lokale projecten van steden en gemeenten — is de financiële injectie voor de Voorkempen alleen eigenlijk relatief beperkt.
Toch wordt de Voorkempen binnen dit plan als een cruciaal strategisch knooppunt gezien om de Klimaatgordel binnen De Nieuwe Rand te voltooien.
De centrale doelstelling is het creëren van een aaneengesloten geheel via drie essentiële pijlers.

Ten eerste het vasthouden en bufferen van water om de sponsfunctie te herstellen.
Ten tweede de strijd tegen droogte ter bescherming van landbouw en natuur.
Ten slotte de verbetering van waterkwaliteit en hergebruik via innovatieve groenblauwe infrastructuur.
In gemeenten zoals Schilde, Zoersel en Malle krijgt deze visie van GroenRand concreet vorm door de verbinding van beekvalleien zoals die van het Schijn de Delfte Beek en de strategische zijlopen van de Antitankgracht die als centrale as dient.
Door strategische grondverwerving het slopen van barrières en het opnieuw laten meanderen van beken krijgt de natuur haar natuurlijke bochten terug.

Dit herstelt de grondwaterreserves en voorkomt dat overtollig water bij hevige neerslag direct wegstroomt naar bebouwd gebied.
De rol van de gewone burger is hierbij onmisbaar en verdient erkenning.
Daarom zet GroenRand op 1 april 2026 de koplopers van deze beweging in de bloemetjes door de uitreiking van de felbegeerde Groene Duim.
Hoewel GroenRand heeft aangekondigd in mei 2026 te stoppen Het verhaal van maart 2026 is er dus eentje van hoop en verbinding waar de puzzel van data water en plantgat eindelijk in elkaar valt.

De transitie van papier naar plantgat is ingezet en de Voorkempen bewijst deze lente dat de Europese richtlijnen geen abstracte regeltjes zijn maar de motor achter een landschapsmetamorfose. De strijd tegen de achteruitgang van de natuur is nog lang niet gestreden maar het fundament van het herstel ligt er nu steviger dan ooit tevoren.

Wie vandaag investeert in een houtkantje of een meanderende beek investeert in de veiligheid en de biodiversiteit van morgen voor ons allemaal.

De Provincie Antwerpen investeert € 5.000.000 in groene speelplaatsen, en draagt zo bij aan een gezonde jeugd én een beter klimaat

Provincie Antwerpen investeert € 5.000.000 in groene speelplaatsen en houdt jeugd en klimaat gezond

Vanaf begin maart 2026 opent de provincie Antwerpen een nieuw en ambitieus hoofdstuk in haar klimaat- en jeugdbeleid.
Onder de noemer ‘Groene Oases op School’ kunnen kleuter-, lagere en secundaire scholen in het volledige werkingsgebied zich opnieuw aanmelden voor een intensief vergroeningstraject.
Met een team van experten begeleidt de provincie de komende jaren maar liefst 500 scholen bij het ontharden en strategisch beplanten van hun speelplaatsen.

Om deze grootschalige transitie mogelijk te maken heeft de provincie een indrukwekkend budget van € 5.000.000 vrijgemaakt. De aftrap van deze nieuwe fase werd feestelijk gevierd door de leerlingen van het Sint-Gummaruscollege in Lier.
Zij tekenden voor een Oase door een levensgrote nagemaakte boom te vergroenen met houten bladeren en hun groene handafdrukken achter te laten als symbool voor hun gezamenlijke inzet voor een gezonde toekomst.

Bij deze eerste oproep die loopt van nu tot en met 27 april 2026 krijgen direct 100 scholen groen licht om hun plannen te realiseren. In het najaar van 2026 wordt er al een volgende oproep opengesteld voor de overige 400 speelplaatsen.
Scholen kunnen hierbij opteren voor een Kleine, Middelgrote of Grote Groene Oase waarbij de provincie Antwerpen vaak tussen de 70% en 100% van de investeringskosten voor haar rekening neemt.

De Antwerpse Regionale Landschappen bieden hierbij de nodige inhoudelijke ondersteuning van advies bij plantenkeuze tot de volledige opvolging van de onthardingswerken.

Ook lokale besturen dragen actief bij want de stad Lier helpt scholen door hen volledig te ontzorgen tijdens de effectieve werken via de inzet van eigen diensten.

Het vergroenen van speelplaatsen is voor GroenRand een absolute prioriteit omdat het de traditionele versteende omgeving transformeert in een vitale leer- en leefruimte.
Door kinderen letterlijk dichter bij de natuur te brengen wordt hun mentale welzijn fundamenteel bevorderd.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een groene omgeving stresshormonen zoals cortisol verlaagt en het afweersysteem versterkt terwijl de concentratie en de algemene leerprestaties toenemen.


Gedeputeerde voor Milieu en Natuur Jan De Haes bevestigt dat leerlingen op een groene speelplaats bijna 7% meer spelen.

Dankzij extra hoekjes en natuurlijke speelelementen zoals wilgenhutten, bosjes, takkenwallen en boomstammen spelen zij bovendien veel gevarieerder en met meer fantasie.

Voor GroenRand stimuleert dit de fysieke ontwikkeling op een manier die tegels simpelweg niet kunnen.
Ongelijk terrein en natuurlijke hindernissen dagen uit tot creatief bewegen en zorgen voor een betere motoriek waarbij kinderen op een veilige manier hun fysieke grenzen leren verkennen.

Dit alles resulteert in een positiever sociaal klimaat waarin leerlingen meer rust ervaren en aantoonbaar minder ruzie maken op de speelplaats.
Wanneer de natuur op de speelplaats terugkeert wordt biodiversiteit bovendien tastbaar en direct educatief.
Volgens de visie van GroenRand hoeven kinderen niet langer enkel over boeken te buigen om de complexe cyclus van het leven te begrijpen want ze zien het dagelijks voor hun eigen ogen gebeuren.
In plaats van een steriele omgeving ontstaat er een levend ecosysteem waar zij zelf deel van uitmaken.
Ze ontdekken uit de eerste hand hoe wilde bloemen bestuivers aantrekken en hoe bodemdiertjes dood blad omzetten in vruchtbare aarde.
Dit directe contact vormt de onmisbare basis voor een sterk ecologisch bewustzijn bij de jeugd.
Wie als kind de schoonheid en de kwetsbaarheid van de natuur beleeft ontwikkelt een natuurlijke reflex om deze te waarderen en te beschermen.
Door zelf verantwoordelijk te zijn voor een moestuin of een insectenhotel leren kinderen dat hun handelen een directe impact heeft op hun omgeving wat hun gevoel van verantwoordelijkheid en duurzaam handelen op lange termijn versterkt.

Dat deze aanpak werkt bewijst basisschool Pullaar in Lier waar sinds de zomer van 2025 een Grote Groene Oase pronkt.
Directeur Carolien Partoens merkt een verschil van dag en nacht want de speelplaats is aangenamer en rustiger geworden waarbij balsporten de ruimte niet langer als enige spelvorm domineren. Tussen 2020 en 2025 tekenden al 202 scholen in voor een Groene Oase waardoor inmiddels 75.000 leerlingen van de natuur genieten op hun school.
Naast de pedagogische winst zijn ook de harde klimaatcijfers van de provincie indrukwekkend en wetenschappelijk onderbouwd.

Uit een steekproef op 48 eerder vergroende speelplaatsen blijkt dat het project jaarlijks naar schatting € 1.167 aan gezondheidsuitgaven bespaart en maar liefst 161.684,5 kilometer aan autoritten compenseert door koolstof op te slaan in planten en de bodem.
Bovendien dringt er jaarlijks 19.412 kubieke meter water extra in de bodem in plaats van rechtstreeks in de riolering te verdwijnen en ligt de temperatuur op deze speelplaatsen gemiddeld 0,4 graden lager.
Voor GroenRand is dit essentieel in de strijd tegen de klimaatopwarming.

Waar beton bij hevige regenval het riool overbelast zorgt ontharding voor directe waterinfiltratie en het noodzakelijke aanvullen van de grondwaterreserves.
Op hete dagen treden bomen op als natuurlijke airco’s die door verdamping en schaduw voor broodnodige verkoeling zorgen en de lucht zuiveren voor de leerlingen.

De speelplaats fungeert zo niet langer als een geïsoleerd eiland van asfalt maar als een functioneel onderdeel van het lokale ecosysteem dat bijdraagt aan de gezondheid van zowel de jeugd als de planeet.


Scholen die dit voorbeeld willen volgen worden warm opgeroepen om hun dossier in te dienen via de provinciale kanalen om samen te bouwen aan een gezonde en avontuurlijke leeromgeving voor elke leerling.
Voor GroenRand is de natuur een geweldige plek waar kinderen de baas van de toekomst worden, omdat je pas écht goed voor de natuur leert zorgen als je er nu al veel plezier in beleeft.


De natuur is eigenlijk een groot buiten-klaslokaal waar je niet alleen uit boeken leert, maar door zelf te ontdekken hoe belangrijk gezond water en schone lucht voor ons zijn.
Een heel mooi voorbeeld hiervan is Olga de Otter: door het verhaal over Olga die ziek wordt van afval in de beek, leren kinderen dat we geen zwerfvuil in de natuur mogen gooien en dat dieren zoals de otter schoon water nodig hebben om te overleven.

Om de natuur nog dichterbij te brengen, wil GroenRand dat alle grijze schoolpleinen veranderen in groene speelplaatsen met struiken vol lekkere besjes, boomstammen om op te klimmen en insectenhotels voor bijtjes en kevers.
Zo’n groene speelplaats is niet alleen veel leuker om op te spelen, maar het zorgt ook voor fijne schaduw op hete dagen en helpt om regenwater op te vangen, wat weer goed is voor de plantjes en de dieren om ons heen.