donderdag 2 juli 2026

Grenzeloze natuur: Waarom de afstemming van het maaibeheer langs de Antitankgracht een ecologische mijlpaal is

Grenzeloze natuur: waarom de afstemming van het maaibeheer langs de Antitankgracht een belangrijke ecologische mijlpaal vormt


Pen van Glenn - foto's: Regionaal Landschap de Voorkempen

De gemeenten Brasschaat, Brecht, Kapellen, Ranst, Schoten en Stabroek schrijven dit jaar geschiedenis.
Voor het eerst stemmen zij hun maaibeheer langs de historische Antitankgracht volledig op elkaar af.
Onder de coördinerende vleugels van Regionaal Landschap de Voorkempen en met de enthousiaste steun van natuurvereniging GroenRand, transformeren de gemeentegrenzen van een barrière in een groene brug.
Dit is niet zomaar een logistieke samenwerking; het is een fundamentele verschuiving naar grootschalig ecologisch herstel.
Voor een buitenstaander lijkt bermbeheer misschien een banale, technische kwestie van ronkende tractoren en openbare netheid.
Maar voor wie met een ecologische bril kijkt, zijn de bermen langs de Antitankgracht de vitale slagaders van de lokale biodiversiteit.
GroenRand benadrukt al jaren dat natuur zich niet houdt aan gemeentegrenzen.
Een insect, een ree of een zeldzame plant stopt niet bij de grens tussen Schoten en Brasschaat.


Juist daarom is deze schaalvergroting zo cruciaal.
Voor het eerst stemmen zes gemeentes de beheerwerken langs de Antitankgracht op elkaar af.
Dat is niet alleen efficiënter.
Door de schaalvergroting wordt het ecologisch beheer verder verfijnd, met meer ruimte voor biodiversiteit en een kwalitatieve beleving voor wandelaars en fietsers.
Deze week start landschapsaannemer Krinkels Be met de werken.
Het Regionaal Landschap coördineert.
Tijdelijke, beperkte tijdelijke hinder is mogelijk.
Nadien liggen de fiets- en wandelpaden er weer perfect begaanbaar bij.
De Antitankgracht, oorspronkelijk aangelegd als militair verdedigingswerk in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, heeft door de decennia heen een opmerkelijke gedaanteverwisseling ondergaan.
Het is vandaag de dag een van de langste en belangrijkste ecologische verbindingszones in de provincie Antwerpen, die verschillende grote bos- en natuurgebieden met elkaar verbindt.
Natuurvrienden en ecologen benadrukken al geruime tijd dat versnippering een van de grootste bedreigingen vormt voor onze inheemse flora en fauna.


Wanneer natuurgebieden geïsoleerde eilanden worden, loert genetische verarming en lokaal uitsterven om de hoek.
GroenRand steunt dit project omdat het de Antitankgracht transformaert tot een ononderbroken ecologische corridor.
Door het beheer in de zes gemeenten op elkaar af te stemmen, ontstaat er een uniforme, kwalitatieve groenzone.
Planten kunnen zich zo via de bermen makkelijker verspreiden, en insecten en kleine zoogdieren vinden een veilige migratieroute over een afstand van tientallen kilometers.
Door het beheer over de gemeentegrenzen heen op elkaar af te stemmen, kunnen de partners middelen en expertise efficiënter inzetten én gerichter werken aan biodiversiteit.
In het verleden hanteerde elke gemeente haar eigen planning, materieel en visie.
Door de krachten te bundelen en de coördinatie bij het Regionaal Landschap te leggen, wordt er niet alleen bespaard op logistiek vlak, maar wordt de ecologische lat overal even hoog gelegd.
Het hart van het nieuwe bermbeheerplan bestaat uit een beproefde ecologische methode: het verschralingsbeheer.
Om te begrijpen waarom dit zo belangrijk is, moeten we kijken naar de dynamiek van de Vlaamse bodem.


Veel bermen in Vlaanderen zijn van nature voedselrijk of zijn door de jaren heen verrijkt door de uitstoot van stikstof.
Op zulke voedselrijke gronden schieten snelgroeiende, dominante planten zoals brandnetels, distels en rundergras snel omhoog, waardoor ze de kleinere, kwetsbare bloemen en kruiden verstikken.
Om de biodiversiteit een boost te geven, volgen de werken strikt de wettelijke maaidata van het Bermendecreet.
De eerste maaibeurt start vanaf 15 juni, wanneer de meeste voorjaarsbloeiers hun zaad hebben gevormd en de eerste insectengeneraties hun cyclus kunnen voltooien.
De tweede maaibeurt volgt vanaf 15 september, wat de zomerbloeiers de kans geeft om tot volle bloei te komen en zaad te zetten.
De cruciale stap in dit proces is dat het maaisel na het maaien niet blijft liggen, maar consequent wordt afgevoerd.
Als het maaisel blijft liggen, verteert het en komen de voedingsstoffen terug in de bodem, wat de cyclus van verrijking in stand houdt.
Door het systematisch weg te halen, wordt de bodem langzaam maar zeker armer.
Op zo'n schrale bodem krijgen dominante soorten minder kans, wat tragere groeiers — zoals margrieten, knoopkruid, wilde cichorei en diverse orchideeënsoorten — eindelijk de ruimte geeft om te kiemen.
Een bloemrijke berm trekt op zijn beurt een enorme rijkdom aan bestuivers aan.
Wilde bijen, zweefvliegen, vlinders en hommels vinden er voedsel en nestgelegenheid, en deze insecten vormen vervolgens weer de basis van de voedselketen voor vogels en amfibieën langs de gracht.


Hoewel de grote lijnen over de zes gemeenten heen zijn gelijkgetrokken, is het project geen rigide, eenvormige machine.
Ecologie vereist immers maatwerk.
Op basis van een gedetailleerd bermbeheerplan wordt het maaibeheer lokaal heel fijnmazig afgestemd.
Waar de lokale natuur er specifiek baat bij heeft, blijven bepaalde zones bewust van het maaiapparaat gespaard en tijdelijk ongemaaid.
Dit gefaseerde beheer is van onschatbare waarde.
Het biedt cruciale schuilplaatsen voor insecten en rupsen wanneer de rest van de berm gemaaid wordt.
Bovendien blijven late bloeiers staan, waardoor er ook in de nazomer en herfst nog voedsel is, en dienen de holle stengels van dode planten in de winter als veilige overwinteringsplaats voor poppen en eitjes.
Door deze bewuste variatie ontstaat er een mozaïekstructuur in de vegetatie, waardoor de berm transformeert in een dynamisch landschap met korte, open stukken en dichte, structuurrijke ruigten.
Een van de mooiste aspecten van dit project is dat ecologische winst hand in hand gaat met een verbetering van de menselijke ervaring.
De Antitankgracht is immers niet alleen een natuurgebied, maar ook een zeer geliefde bestemming voor wandelaars, fietsers en joggers uit de hele regio.


De fysieke werkzaamheden trappen af in Ranst en worden uitgevoerd door de gespecialiseerde landschapsaannemer Krinkels.
Omdat het om een omvangrijk traject gaat, zullen de machines de komende periode opeenvolgend in de verschillende gemeenten te zien zijn.
Tijdens de daadwerkelijke uitvoering van de maaiwerken kan er lokaal sprake zijn van tijdelijke, beperkte hinder door tractoren op het fietspad of korte omleidingen.
Het Regionaal Landschap de Voorkempen en de partners vragen hiervoor begrip van de recreant, aangezien de beloning na de werken groot is.
Zodra de aannemer zijn passage heeft afgerond, liggen de wandel- en fietspaden er weer perfect begaanbaar, netjes en veilig bij.
Bovendien zorgt het nieuwe beheer voor een veel mooiere en intensere natuurbeleving.
In plaats van eentonige, strak gemillimeterde groene gazons of juist metershoge, ondoordringbare distelvelden, krijgen wandelaars en fietsers een voortdurend veranderend landschap te zien.
Een wandeling langs de Antitankgracht wordt een tocht langs kleurrijke bloemenzeeën, zoemende bermen vol leven en wuivende grassen, wat de burger weer in nauwer contact brengt met de authentieke, rijke Vlaamse natuur.
De gecoördineerde aanpak van Brasschaat, Brecht, Kapellen, Ranst, Schoten en Stabroek laat zien dat verandering mogelijk is als lokale besturen over hun eigen schaduw heen durven te stappen.
Onder regie van Regionaal Landschap de Voorkempen en met de ecologische visie van GroenRand als kompas, krijgt de Antitankgracht die zorg die zij verdient.
Dit project bewijst dat modern natuurbeheer draait om verbinding: de verbinding tussen versnipperde natuurgebieden, de verbinding tussen zes verschillende gemeentebesturen, en de verbinding tussen ecologische noodzaak en menselijke recreatie.
Het is een hoopgevend initiatief dat perfect als blauwdruk kan dienen voor vele andere regio's in Vlaanderen.
De Antitankgracht is hiermee helemaal klaar voor een bloemrijke, biodiverse en duurzame toekomst.

Met GroenRand en Frank Vermeiren op pad voor de atalanta

Samen met GroenRand en Frank Vermeiren op pad voor de atalanta


De atalanta is een van de meest herkenbare en standvastige dagvlinders in de Voorkempen.
Dit insect valt meteen op door zijn fluweelzwarte vleugels met vuurrode banen en helderwitte vlekken.
Samen met de natuurvereniging GroenRand start Frank Vermeiren een uitgebreide reportage over de vlinders van A tot Z.
Als rasechte trekvlinder legt deze soort elk jaar spectaculaire afstanden af vanuit het verre zuiden.
In bosrijke domeinen zoals het Zoerselbos vindt deze vlinder een ideale leefomgeving.
De rupsen leven hier exclusief op de bladeren van de grote brandnetel langs schaduwrijke bosranden.
In de nazomer verhuist de focus van bloemennectar naar het sap van rottend fruit in lokale boomgaarden.
Door de klimaatopwarming proberen steeds meer exemplaren tegenwoordig bij ons te overwinteren.
De officiële wetenschappelijke naam Vanessa atalanta werd in 1758 vastgelegd door Carl Linnaeus.
De Zweedse natuuronderzoeker leende deze naam rechtstreeks uit de Griekse mythologie.


Prinses Atalante was een legendarische jageres die sneller kon rennen dan al haar mannelijke vrijers.
Zij verloor haar beslissende loopwedstrijd omdat ze stopte om drie glanzende gouden appels op te rapen.
Linnaeus zag de link met de vlinder die zijn snelle vlucht meteen onderbreekt voor zoet fruit op de grond.


In de volksmond werd deze vlinder vroeger ook wel eens een schoenlapper genoemd.
De dof getekende onderkant van de vleugels deed mensen denken aan de grove lapjes leer op oude schoenen.
Bovendien bezit het insect zogenaamde poetspoten waardoor hij feitelijk op slechts vier poten loopt.
Een andere historische bijnaam in de lage landen is de nummervlinder.
Op de onderzijde van de achtervleugel vormt de marmeren tekening met wat verbeelding het getal 81 of 18.
In het negentiende-eeuwse bijgeloof werd dit symbool soms gebruikt als een geheime tip voor de loterij.
De Engelse naam Red Admiral verwijst dan weer naar de felle sjerpen op historische marine-uniformen.


De trek van deze kleine globetrotter is een van de meest fascinerende mysteries binnen de Europese entomologie.
Met een gewicht van minder dan een gram trotseren ze felle tegenwinden over de Alpen en de Noordzee.
Frank Vermeiren benadrukt dat deze vlinders navigatievaardigheden bezitten die vergelijkbaar zijn met die van trekvogels.
De exemplaren die we in de vroege zomer in Schilde of Brecht zien fladderen zijn de vermoeide migranten uit het Middellandse Zeegebied.
Zij leggen hier hun eitjes op de jonge brandnetels die dankzij het stikstofrijke landschap in de Voorkempen welig tieren.
De rupsen spinnen de bladeren met zijden draden behendig aan elkaar tot een beschermende kokon.


Binnen deze veilige constructie voeden ze zich ongestoord tot ze klaar zijn voor de metamorfose.
De nieuwe generatie die in augustus uit de pop kruipt heeft een volledig ander levensdoel dan hun ouders.
In plaats van directe voortplanting richten deze jonge vlinders zich volledig op het opbouwen van vetreserves.
Ze overmeesteren massaal de bloeiende klimopstruiken en de paarse bloemen van het koninginnenkruid langs de Antitankgracht.


GroenRand benadrukt dat de ecologische verbindingszones in hun projectgebied van groot belang zijn voor deze foerageertrek.
Wanneer de dagen korter worden in september begint de massale terugreis naar warmere oorden in Spanje of Tunesië.
Opmerkelijk is dat de jonge vlinders de weg naar het zuiden vinden zonder dat ze er ooit zelf zijn geweest.
Wetenschappers vermoeden dat een ingebouwd zonkompas en het aardmagnetisch veld hen feilloos de weg wijzen.
Niet alle atalanta's kiezen tegenwoordig echter nog voor deze risicovolle en uitputtende vliegreis van duizenden kilometers.
Door de zachtere Vlaamse winters besluiten steeds meer vlinders om het risico van de winterkou in de Voorkempen te trotseren.


Ze zoeken dan beschutting onder dichte klimopbundels, in holle bomen of in oude schuren en tuinhuisjes.
Tijdens milde winterdagen met een waterig zonnetje ontwaken ze soms vroegtijdig uit hun rusttoestand.
Dit zorgt voor unieke winterwaarnemingen die door de lokale Vlinderwerkgroep van Natuurpunt Voorkempen nauwkeurig worden gedocumenteerd.
Historisch gezien werd de atalanta in oude Vlaamse kronieken vaak beschreven als een voorbode van verandering.
Het abrupte contrast tussen de sombere onderkant en de vuurrode bovenkant van de vleugels fascineerde middeleeuwse denkers.


In de christelijke iconografie werd de transformatie van rups naar pop en vlinder gezien als het ultieme symbool voor de herrijzenis.
De vlinder stond hierdoor op veel stillevens uit de zeventiende eeuw afgebeeld als symbool voor de menselijke ziel.
In de Voorkempen leeft er bovendien een oude anekdote over de vlinder tijdens de fruitpluk in de negentiende eeuw.
Fruitkwekers rond Wijnegem en Wommelgem noemden de atalanta soms de 'brouwer' vanwege zijn liefde voor gistend fruitsap.


De vlinders kunnen zo gulzig drinken van rottende pruimen dat ze letterlijk laveloos op de grond blijven zitten.
Kinderen probeerden de dronken vlinders destijds voorzichtig op te pakken zonder hun kwetsbare vleugelschubben te beschadigen.


Vandaag de dag herinnert de aanwezigheid van de atalanta ons aan de dynamische verbinding tussen lokale natuur en mondiale ecosystemen.
Een tuin in de Voorkempen die insectvriendelijk is ingericht vormt een onmisbaar tankstation voor een vlinder die op weg is naar Afrika.
Met dit dossier zetten Frank Vermeiren en GroenRand de biodiversiteit in de Voorkempen extra in de verf.

vrijdag 12 juni 2026

Klimaatpark De Zwaan krijgt langzaam vorm: waterpartijen maar ook bloemenweiden

Klimaatpark De Zwaan krijgt langzaam vorm, met waterpartijen en kleurrijke bloemenweiden


Wie deze dagen langs de E10-plas in Schoten wandelt, ziet het landschap voor je ogen veranderen.
Samen met het Regionaal Landschap De Voorkempen wordt er vanaf maandag 15 juni namelijk keihard gewerkt aan een gloednieuwe fase van Klimaatpark De Zwaan.
Dit ambitieuze project vormt een monotone, saaie weide definitief om tot een natuurlijke en dynamische bufferzone tegen wateroverlast.
De timing van de opeenvolgende stappen is ecologisch en landbouwkundig echt uitstekend gepland.
De huidige weersvoorspellingen voor juni tonen aan dat de maand een stuk warmer en droger dan gemiddeld verloopt, met ontzettend veel ruimte voor de zon.
Hoewel de exacte duur van zo'n droge periode altijd kan variëren, trekt deze warme trend zich de komende weken stevig door en dat maakt dit hét perfecte moment voor de werken.
Eerder starten had simpelweg geen zin gehad, omdat zware machines eerst de oevers en de waterpartijen moesten uitgraven.
Door die gigantische grondwerken raakt de bodem extreem verdicht en dichtgeslibd.
Als men vóór 15 juni al had gezaaid, dan hadden de machines alle jonge planten direct weer kapotgereden.
Nu de zware graafmachines klaar zijn, krijgt de toekomstige boszone langs de Brechtsebaan als eerste een grondige behandeling.


Dit specifieke terreingedeelte deed in een ver verleden dienst als werfzone tijdens de grootschalige aanleg van de E19-snelweg.
Door dat intensieve historische gebruik is de grond daar nu zo hard als beton en kan er momenteel geen boom fatsoenlijk groeien.
Om dat structurele probleem op te lossen, wordt de bodem de komende dagen eerst mechanisch heel diep losgemaakt.
Direct na dit losmaken zaait men een zomergraan zoals Japanse haver of zomerrogge in als natuurlijke groenbemester.
De diepe en intensieve wortels van deze graangewassen breken de harde grond op een biologische manier open, waarvoor juni en juli de ideale maanden zijn.
Tijdens de warme zomermaanden volgt er bovendien een speciaal geselecteerd bloemenmengsel op de percelen.
Dit kleurrijke mengsel brengt niet alleen prachtig leven in het gebied voor bijen en vlinders, maar beschermt de openliggende bodem ook tegen uitdroging door de felle zon.
In het najaar volgt de finale stap waarbij al deze rijke vegetatie van het graan en de bloemen volledig in de bodem wordt ondergewerkt.
Dit plantenmateriaal verteert langzaam en vormt een superrijke humuslaag.
De bodem is dán pas perfect hersteld, luchtig en vruchtbaar genoeg om de definitieve, jonge bomen erin te planten.
De volledige coördinatie en uitvoering van deze specifieke bos- en bodemmetamorfose is in handen van Bosgroep Antwerpse Gordel.
Tegelijkertijd krijgt ook de toekomstige ligweide een flinke upgrade zodat buurtbewoners er straks heerlijk kunnen ontspannen.


De boel wordt nu eerst mooi vlak gemaakt en daarna ingezaaid met een aangepast grasmengsel vol robuuste grassoorten en laagblijvende weideplanten.
Het resultaat is een sterke groene mat die prima tegen een stootje kan, maar die wel veel meer ecologische waarde heeft dan een traditioneel gazon.
Al die bloemenweiden en speelvelden sluiten straks perfect aan op de grote waterpartijen en wadi's die al in het landschap verankerd liggen.
Natuurvereniging GroenRand laat ondertussen enthousiast weten waarom dit project écht een schot in de roos is voor de hele regio.
Het park ligt namelijk strategisch pal naast de Antitankgracht, een historische militaire gracht die vandaag de belangrijkste groene snelweg is waarlangs wilde dieren migreren.
De Antitankgracht kent ter hoogte van de E10-plas echter een zwaar knelpunt waar dieren niet veilig kunnen passeren door de drukke wegen en menselijke activiteit.
Klimaatpark De Zwaan gaat hier nu fungeren als een broodnodige, veilige omleidingsroute voor de lokale natuur.
Dankzij de nieuwe, rustige rietkragen en waterpartijen kunnen zeldzame dieren dit gevaarlijke knelpunt straks simpelweg omzeilen.
Dit is in het bijzonder fantastisch nieuws voor het officiële Vlaamse soortenbeschermingsprogramma voor de otter.
De otter is na jaren van afwezigheid bezig met een voorzichtige terugkeer, maar deze schuwe waterzoogdieren hebben grote, aaneengesloten en ongestoorde waterwegen nodig.
Omdat de otter extreem hoge eisen stelt aan zijn leefomgeving en geldt als een paraplusoort, profiteert de rest van de natuur direct mee.

Wanneer het gebied straks optimaal is ingericht voor de otter, is het automatisch ook een paradijs voor zeldzame vogels, vissen, kikkers en insecten.
Zodra de herfst begint, start bovendien de bouw van verhoogde vlonderpaden waardoor je straks met droge voeten dwars door de natte natuur kunt wandelen.
Als het dan winter wordt, gaan de handen opnieuw uit de mouwen voor de definitieve aanplant van bossen, struiken, grote hoogstambomen en dichte rietzones.
De groenwerkers volgen hier dus de perfecte ecologische tijdlijn om een oud bouwterrein te veranderen in een klimaatbestendige droomplek.
Klimaatpark De Zwaan krijgt dankzij deze slimme zomercampagne nu echt haar definitieve, kleurrijke en waterrijke gezicht.

GroenRand luidt de alarmbel over de stille crisis in onze bosbodem

GroenRand slaat alarm over de verborgen crisis in onze bosbodem


Wie tegenwoordig door een bos in de Voorkempen wandelt, ziet op het eerste gezicht veel mooi groen.
Toch heerst er onder de grond een stille en onzichtbare crisis waar de natuurvereniging GroenRand grote zorgen over heeft.
De bosbodem is namelijk ernstig verzuurd door decennia van intensieve landbouw, industrie en druk verkeer.
Om te begrijpen wat er precies misgaat, moeten we ver terug in de tijd gaan naar de laatste ijstijd.
Toen heeft de wind in grote delen van Vlaanderen, en dus ook in het projectgebied van GroenRand, dikke pakketten zand achtergelaten.
Deze zandgronden werden oorspronkelijk heel intensief ontgonnen volgens het historische slash-and-burn systeem.
Vanaf de middeleeuwen beheerde men deze gronden met de traditionele en verschralende plaggenbeheermethode.
Door het systematisch verwijderen van strooisel en plaggen, eerst uit bossen en daarna uit de heide, raakte de bodem uitgeput.

De organische koolstof, fosfor en essentiële basische kationen zoals calcium, magnesium en kalium namen in dit zandlandschap sterk af.
Na omstreeks 1900 werden deze schrale heidelandschappen herbebost met voornamelijk grove en Corsicaanse dennen.
Tot de jaren 1980 werden deze bossen intensief beheerd via ingrijpende kaalslagsystemen.
Later werden op deze locaties ook opnieuw loofbomen zoals eiken aangeplant door bosbeheerders.
Deze bebossing slaagde er gelukkig in om het gehalte organische stof in de toplaag weer op peil te brengen.
Hierdoor kon ook de lokale waterhuishouding van deze droge zandgronden zich langzaam herstellen.
Maar deze grootschalige bebossing slaagde er helaas niet in om de verarmde bodem te ontzuren.
Integendeel, dennen en eiken produceren traag afbreekbaar strooisel dat bij de afbraak juist organische zuren produceert.
Daardoor ontstond een dikke, zure strooisellaag waarin de weinige bruikbare voedingsstoffen als het ware gevangen zitten.


Boven op die oude, historische schade komt vandaag de dag nog steeds een hoop nieuwe zure neerslag terecht.
Denk hierbij aan antropogene depositie van stikstofoxiden, ammoniak en zwaveloxiden.
Recent onderzoek in Nederland laat zien dat deze verzuring nog altijd in volle gang doorgaat.
Dit gebeurt opmerkelijk genoeg ondanks de algemene afname in zwavel- en stikstofdepositie sinds de jaren 90.
Het hardnekkige gevolg is een voortdurende koolstof- en stikstofaccumulatie in die dikke strooisellaag.
Vooral in zandgronden zorgt deze zure opstapeling voor enorme problemen.
Zandkorrels hebben namelijk een veel kleinere kationuitwisselingscapaciteit dan zwaardere gronden zoals klei of leem.
Hierdoor worden er minder basische kationen zoals calcium, magnesium en kalium gebonden aan zanddeeltjes.
Daardoor bezitten deze specifieke zandbodems een lagere natuurlijke capaciteit om verzurende inputs te neutraliseren.

Door al dat zuur spoelen de weinige goede stoffen met het regenwater diep weg naar het grondwater.
De wortels van de bomen kunnen er dan met geen mogelijkheid meer bij, waardoor de boom langzaam verhongert.
Als de natuurlijke buffer van de grond helemaal op is, schiet de zuurgraad omlaag en komt er giftig aluminium vrij.
Dit losse aluminium tast de kleine, kwetsbare haarwortels van de bomen aan, waardoor ze geen water meer kunnen opnemen.
De bomen verliezen hierdoor hun kracht en de bladeren of naalden worden geel door een acuut tekort aan magnesium.
Zieke bomen zijn natuurlijk veel gevoeligere slachtoffers voor extreme droogte, zware stormen en schadelijke insectenplagen.
Ook op de bosgrond zelf gaat het mis, want de mooie en typische bosbloemen die houden van een gezonde grond verdwijnen.
Er komen saaie, monotone tapijten van brandnetels, bramen of stugge grassen voor in de plaats die alles overwoekeren.
Dit zorgt voor een gigantische achteruitgang van de biodiversiteit, iets waar GroenRand zich hard voor maakt om te keren.


Vroeger gooiden beheerders vaak gewone kalk op de bodem om de zuurgraad snel weer omhoog te krijgen.
Hoewel kalk snel werkt, zitten er voor de natuur helaas heel grote en schadelijke nadelen aan die methode.
De snelle stijging van de pH-waarde veroorzaakt een ongewenst neveneffect in de vorm van koolstofverlies.
Door die verandering worden bacteriën in de grond hyperactief en vreten ze de natuurlijke humuslaag veel te snel op.
Hierbij komt in één klap enorm veel CO₂ vrij in de lucht, wat heel slecht is voor het klimaat.

Ook planten en bodemdieren die gewend waren geraakt aan de schrale grond krijgen een enorme klap door die plotselinge verstoring van de kruidlaag.
GroenRand benadrukt daarom dat we moeten kiezen voor slimme, ecologisch verantwoorde alternatieven.
De perfecte oplossing hiervoor is steenmeel, wat niets anders is dan heel fijn gemalen vulkanisch of metamorf gesteente.
Dit meel biedt een duurzaam alternatief en bootst het natuurlijke proces na waarbij mineralen langzaam verweren.
Om te kijken welke eigenschappen van steenmeel de groei van jonge boompjes beïnvloeden, zijn er recent wetenschappelijke veldproeven uitgevoerd.
Er werden hiervoor 960 éénjarige gewone esdoorns aangeplant op twee verschillende testlocaties in de Kempen.


Het eerste proefveld, dat werd aangelegd en onderzocht door wetenschapper Van Der Bauwhede en collega-onderzoekers, was een zanderige kaalslag van een veertigjarig fijnsparrenbestand dat daarvoor als akkerbouw werd gebruikt.
Die bodem had op deze specifieke locatie een zuurgraad van pH-CaCl₂ = 3,5.
Het tweede proefveld was een nog zuurder perceel onder het kronendak van grove den dat daarvoor heide was.
De bodem had op dit tweede bosperceel een extreem lage zuurgraad van pH-CaCl₂ = 3,1.
De behandelingen bestonden uit zes types steenmeel en vier referentiebehandelingen met conventionele meststoffen en dolomiet.
Als referentie werden tripelsuperfosfaat, dolomiet, kaliumchloride en een combinatie daarvan genaamd "Mix" gebruikt.
De producten werden zowel oppervlakkig uitgestrooid als rechtstreeks toegevoegd aan de specifieke plantkuilen van de esdoorns.
Bij het uitstrooien werd gekozen voor 3 ton dolomiet per hectare en 10 ton steenmeel per hectare.


In de plantkuilen werd 0,4 kilo dolomiet per kuil en 1,5 kilo steenmeel per kuil nauwkeurig toegediend.
De groei van de jonge boompjes werd gedurende drie jaar heel nauwkeurig gevolgd door de onderzoekers.
Het uiteindelijke boomvolume werd berekend met behulp van de gemeten hoogtes en diameters van de boompjes.
Tegelijkertijd werd in het laboratorium een versnelde verwering gesimuleerd met bodems uit de veldproef.
De verschillende producten werden acht weken lang in een vloeibare suspensie gehouden om de werking te versnellen.
Door deze slimme combinatie van een veldproef en laboratoriumtest kon de variatie tussen types steenmeel op korte termijn worden bepaald.
De grootste toename van het boomvolume ten opzichte van de controle zonder behandeling werd bereikt met RD2 fonoliet.
Op de open kaalkap nam het volume van de esdoorns toe met een factor twee dankzij dit specifieke meel.


Onder het bladerdak en scherm van de dennenbomen nam het volume zelfs toe met een verbluffende factor acht.
Op de zanderige kaalslag was de toename bij steenmeel zelfs groter dan bij de referentiebehandelingen met dolomiet en minerale bemesting.
Op deze specifieke kaalslag was de pH niet kritisch laag en hielp vooral de superieure waterretentiecapaciteit van het steenmeel.
Het effect was duidelijk het sterkst bij het zeoliethoudende type steenmeel, fonoliet RD2, beter bekend als Vulkamin. Onder de grove dennen zorgden alle behandelingen voor een betere groei dan in de onbehandelde controleplots.


Dit succes bleek het beste gerelateerd aan de zuurbindende waarde en het vrijkomen van basische kationen uit het steenmeel.
Dit kon rechtstreeks worden afgeleid uit de uitgevoerde suspensietest met bodem en steenmeel in het laboratorium.
Het toedienen van een geschikt type steenmeel in een correcte dosis is dus een effectieve maatregel om zure bosbodems te herstellen.
Steenmeel, zowel in de plantkuil als oppervlakkig toegediend, is een revitalisatiemaatregel die bewezen heeft dat hij uitstekend werkt.
Deze maatregel kan de inkomende stikstofdepositie gedurende vijftien tot wel vijftig jaar effectief in de bodem bufferen.
De sleutel tot succes ligt echter altijd in een op maat gemaakte aanpak per bosperceel.
Daarom kunnen op visuele probleemlocaties het beste vooraf gerichte bodemmonsters en bladstalen worden genomen om de beslisvorming te ondersteunen.
Vanaf maart 2026 zal een erkend labo, de Bodemkundige Dienst van België, deze stalen officieel kunnen analyseren voor beheerders.


Zij testen de monsters dan op de bodem-pH, de basenverzadiging en de specifieke concentraties van nutriënten in het blad.
Momenteel wordt er hard gewerkt aan een duidelijke handleiding in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos.
Deze gids legt aan bosbeheerders uit hoe deze monsters correct genomen moeten worden in het veld.
De Bodemkundige Dienst van België zal het advies vervolgens verlenen met behulp van een uitgebreid expertsysteem.
Dit systeem maakt gebruik van computermodellen die zijn getraind op alle beschikbare data van de afgelopen vijf jaar.
Ten eerste wordt een concreet advies gegeven voor steenmeel (ja of nee), het exacte steenmeeltype en de benodigde dosis.
Ten tweede wordt een voorspelling gemaakt van het effect van alle steenmeeltypen op bodem-pH, basenverzadiging, boomvitaliteit en groei.
Belangrijk is dat dit expertsysteem bij het bepalen van een dosis ook de afweging maakt tussen bodemherstel en de diversiteit van de kruidlaag.
Hierdoor wordt ongewenste verruiging met brandnetels en bramen in het bos actief en gericht tegengegaan.
De komende jaren zal aanvullend onderzoek nagaan wat het effect is op de stabiliteit van bodemorganische stof.
Dit specifieke onderzoeksonderdeel wordt nauwkeurig uitgevoerd door wetenschappers van de KU Leuven.

Tegelijkertijd onderzoekt de Universiteit Antwerpen het effect van deze maatregel op de diversiteit van nuttige ectomycorrhizae-schimmels.
GroenRand benadrukt tot slot dat dit soort herstelmaatregelen in het bos prachtig zijn, maar dat het dweilen met de kraan open blijft.
De échte en definitieve oplossing is en blijft het hard aanpakken van de stikstofuitstoot direct bij de bron.
De verzuring van onze bossen is een erfenis uit het verleden waar we vandaag helaas nog elke dag de prijs voor betalen.
Met steenmeel en een slim, ecologisch bosbeheer bouwen we samen met GroenRand aan sterke bossen die klaar zijn voor de toekomst.