maandag 2 maart 2026

De aalscholver: de zwarte visser van de waterkant

De Aalscholver: De zwarte zager van de waterkant

In de maanden maart en april, wanneer de vroege ochtendnevel nog boven de Antitankgracht en de vennen van het GroenRand-projectgebied hangt en de eerste zonnestralen de rietkragen verwarmen, begint een van onze meest imposante gevleugelde bewoners aan zijn drukste seizoen.


Journalist van onze Website Frank Vermeiren nodigt u uit voor een uitgebreide alfabetische ontdekkingstocht die de vaak onzichtbare rijkdom van onze regio tastbaar maakt.
Het doel van dit initiatief is niet alleen educatief.
Het is een vurig pleidooi voor het behoud van de ecologische infrastructuur die onze gemeenten verbindt.


Door de fauna in de kijker te zetten, wordt natuurbehoud een gedeelde ervaring die de band tussen de bewoners en hun landschap versterkt. 
We openen deze gids met de letter ‘A’, die toebehoort aan de aalscholver (Phalacrocorax carbo), een vogel die als een levend fossiel door onze moderne waterwegen klieft en symbool staat voor de spectaculaire veerkracht van de natuur.


De aalscholver is een anatomisch meesterwerk van de evolutie, een vogel die met een spanwijdte tot wel 150 centimeter en een lengte van bijna een meter de lucht en het water domineert.
Wie hem van dichtbij observeert, ziet dat zijn vermeende zwarte kleur een optische illusie is.


 Zijn verenkleed bezit een diepe, bronsgroene en blauwe glans, afgezet met donkere randen die hem een bijna geschubd, reptielachtig uiterlijk geven, wat direct herinnert aan zijn verre verwantschap met de dinosauriërs.
In het vroege voorjaar dragen de volwassen vogels hun karakteristieke ‘trouwpak’: opvallende witte vlekken op de dijen en zilverachtige sierveren op de kop en keel.
Dit contrastrijke verenkleed dient als visueel signaal tijdens de baltsrituelen in de kolonie.


Jonge vogels zijn daarentegen eenvoudig te herkennen aan hun bruinachtige rug en hun opvallend lichte, soms bijna witte buikpartij.


Dit lichte verenkleed aan de onderzijde dient waarschijnlijk als camouflage tegen de lichte hemel wanneer zij op het water dobberen, waardoor zij minder opvallen voor predatoren van onderaf.


Pas na drie jaar bereiken zij de volledige volwassenheid en het diepzwarte kleed dat hen hun statige uiterlijk geeft. 
Met een gemiddelde levensverwachting die vlot de 15 jaar kan bereiken, is de aalscholver een langlevende getuige van de ecologische transformatie van onze streek.


Wat de aalscholver echt uniek maakt binnen de avifauna, is zijn afwijkende fysiologie met betrekking tot wateropname.
In tegenstelling tot eenden of ganzen, die hun veren voortdurend invetten met een klierproduct (stuitvet) om kurkdroog te blijven, is de veerstructuur van de aalscholver juist doordringbaar voor water.
Dit lijkt op het eerste gezicht een evolutionaire blunder, maar het is in feite een briljante fysieke aanpassing voor een diepzeeduiker.


Doordat de lucht tussen de veren ontsnapt, verliest de vogel zijn natuurlijke drijfvermogen.
Hij hoeft dus geen kostbare energie te verspillen aan het "tegen de stroom in" naar beneden zwemmen.


Hij zinkt bijna als een steen en kan met minimale inspanning als een torpedo door de waterkolom klieven.
De keerzijde van deze tactiek is echter dat de vogel na de jacht volledig doorweekt is.


Dit verklaart de iconische ‘waslijnhouding’ waarbij hij met gespreide vleugels op een paal of boomtak zit te drogen om onderkoeling te voorkomen. 
Zodra de zon en de wind hun werk hebben gedaan, is hij pas weer licht genoeg om op te stijgen.
Tijdens een duik, die tot 45 meter diep kan gaan, ondergaat het lichaam van de vogel bovendien een dramatische fysiologische verandering: zijn hartslag vertraagt aanzienlijk om zuurstof te besparen (bradycardie), en zijn bloed wordt prioritair naar de hersenen en de vitale jachtspieren gestuurd.
Onder het wateroppervlak transformeert de aalscholver tot een onbetwiste meester van de achtervolgingsjacht.
Zijn ogen zijn technologische wonderen van de natuur: hij beschikt over een extreem vervormbare lens.
Waar mensen onder water een wazig beeld hebben door de andere lichtbreking, kunnen aalscholvers hun lens in een fractie van een seconde boller maken met krachtige oogspieren.
Hierdoor corrigeren ze de lichtbreking onmiddellijk en blijft de prooi haarscherp in beeld, zelfs in de troebele kanalen en kleiputten van de GroenRand.
Ook zijn gehoor is onder water verbazingwekkend scherp dankzij een aangepast middenoor.
Zijn snavel is een dodelijk instrument dat eindigt in een scherpe, naar beneden gerichte haak (de 'tand'), die fungeert als een tang om glibberige vissen zoals paling of snoekbaars vast te klemmen.
Wat minder bekend is, is de enorme flexibiliteit van zijn keel en slokdarm.
De aalscholver heeft een rekbare keelzak waardoor hij vissen kan inslikken die breder zijn dan zijn eigen kop.
Eenmaal doorgeslikt, doet zijn maagzuur het werk;
Dit is zo krachtig dat zelfs de dikste visgraten binnen enkele uren volledig worden opgelost.
Gemiddeld consumeert een volwassen vogel zo’n 400 tot 500 gram vis per dag, maar tijdens de broedperiode kan dit volume oplopen tot wel een kilogram om de hongerige jongen in het nest te voeden.
Het sociale leven van de aalscholver speelt zich af in luidruchtige en vaak chaotische kolonies, die zich bevinden in de toppen van hoge bomen nabij visrijke wateren. In onze regio zijn dit vaak locaties met oude bomen langs de grote vaarten of in afgesloten natuurgebieden.


Het bouwen van een nest is een ritueel van partnerschap: het mannetje brengt het materiaal aan — van takken en riet tot helaas soms ook plastic zwerfvuil — terwijl het vrouwtje de eigenlijke constructie verzorgt.
Een legsel bestaat meestal uit drie tot vier blauwwitte eieren die in ongeveer 24 tot 31 dagen worden uitgebroed.
De jongen worden naakt en hulpeloos geboren, maar groeien razendsnel dankzij een dieet van voorverteerde vis.
Na 50 dagen vliegen ze uit, hoewel ze pas na 70 dagen volledig zelfstandig zijn.
De aanwezigheid van een dergelijke kolonie heeft een enorme ecologische impact.


De uitwerpselen, genaamd guano, zijn extreem rijk aan stikstof en fosfaat.
Dit is zo agressief dat de bomen waarin ze broeden na verloop van tijd wit uitslaan en uiteindelijk afsterven.
Hoewel dit er voor de ongeoefende wandelaar troosteloos uitziet, creëert dit proces vitale nieuwe habitats.


Dode bomen bieden nestgelegenheid voor spechten en uilen, en het extra licht dat nu op de bodem valt, stimuleert de groei van zeldzame moerasplanten en bramenstruiken, wat weer gunstig is voor insecten en zangvogels.
Volgens de Vogelbescherming is deze cyclus van 'sterven en herleven' essentieel voor een gezond en dynamisch bos-ecosysteem.


De relatie tussen de mens en de aalscholver is historisch gezien een van diepe paradoxen.
In de 19e en vroege 20e eeuw werd de vogel fanatiek vervolgd omdat hij een concurrent zou zijn voor de beroepsvisserij.
In sommige culturen, zoals in Azië, werd hij echter getemd; vissers bonden een ring om de nek van de vogel zodat hij de vis niet kon doorslikken en hem braaf naar de boot terugbracht.


In onze streken werd hij vroeger ook wel de "edel-scholvere" of "waterraaf" genoemd, namen die getuigen van een zeker ontzag voor zijn intelligentie.
Wetenschappelijk onderzoek door instanties zoals Natuurpunt werpt vandaag een ander licht op zijn rol in onze wateren. In veel van onze troebele kanalen heersen overpopulaties van witvissen zoals brasem.
Door deze populaties uit te dunnen, helpt de aalscholver indirect de waterkwaliteit te verbeteren: minder witvis betekent immers meer zoöplankton (watervlooien), wat weer zorgt voor minder algen en dus helderder water.
De terugkeer van de aalscholver is dan ook een van de grootste succesverhalen van de Europese Vogelrichtlijn.
Vandaag de dag is hij een onmisbare waarde in het GroenRand-gebied.
Voor de wandelaar langs de Antitankgracht of het Albertkanaal is hij het symbool van de wildernis die heel dichtbij is.
Als u hem ziet zitten, met die vleugels wijd als een zwarte engel die de zon aanbidt, sta dan even stil bij de weg die deze vogel heeft afgelegd: van de rand van de afgrond naar een trotse koning van onze waterwegen.
Hij is hiermee het perfecte startpunt voor deze reeks.
Een krachtig bewijs dat waar wij ruimte maken voor water en rust, de natuur met haar meest indrukwekkende bewoners terugkeert.

GroenRand Opinie: Zet de politieke koudwatervrees opzij en geef de natuur weer ruimte om te ademen

Opinie GroenRand: Stop de politieke koudwatervrees en laat de natuur weer ademen


De recente discussie in de Commissie voor Leefmilieu over het Functioneel Ecologisch Netwerk (FEN) legde een pijnlijke wonde bloot in het Vlaamse natuurbeleid. Terwijl de wetenschap ons de blauwdruk aanreikt om onze versnipperde natuur te redden, verschuilen beleidsmakers zich achter een rookgordijn van administratieve chaos en besparingsretoriek.


In februari vormde de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening het toneel voor een fundamenteel debat over de ruimtelijke inrichting van Vlaanderen. Centraal stond de studie van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) over de ‘Verfijning van het Functioneel Ecologisch Netwerk (FEN) van natuurverbindingen in Oost-Vlaanderen’. Wat op het eerste gezicht een technisch rapport over de verplaatsing van diersoorten leek, ontaardde in een felle politieke confrontatie over de schaarse ruimte in onze regio. Voor een organisatie als GroenRand, die zich als een van de weinige natuurverenigingen specifiek focust op de ecologische samenhang en de strijd tegen versnippering, vormt dit verslag een cruciaal ijkpunt. Het legt de vinger op de zere plek: de spanning tussen wetenschappelijke noodzaak en politieke koudwatervrees.

De discussie werd op scherp gesteld door Mien Van Olmen (cd&v), die kritische vragen stelde over de methodiek van de least-costmodellering. Deze techniek berekent op basis van terreinkenmerken en ecologische data de route met de minste weerstand voor diersoorten tussen natuurgebieden. Voor GroenRand is dit de essentie van hun werking: natuur is geen verzameling van geïsoleerde "postzegels", maar een levend systeem dat enkel kan overleven als kerngebieden via functionele corridors met elkaar verbonden zijn.

Mevrouw Van Olmen uitte echter haar diepe bezorgdheid over een verdere verkaveling van het beleid en somde de indrukwekkende lijst aan bestaande statuten op die eigenaars en gebruikers vandaag al het bos door de bomen doen verliezen: het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) met de Grote Eenheden Natuur (GEN) en GEN in Ontwikkeling (GENO), het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON) met zijn natuurverwevings- en verbindingsgebieden (NVWG en NVBG), de Speciale Beschermingszones (SBZ) voor Habitat- en Vogelrichtlijngebieden, de actuele en potentiële habitats, de zoekzones voor instandhoudingsdoelstellingen en de diverse natuurbeheerplannen. Zij waarschuwde voor "chaos en onduidelijkheid" door de toevoeging van het FEN en vroeg zich openlijk af of dergelijke studies in tijden van budgettaire besparingen wel een prioriteit kunnen zijn. Minister van Omgeving Jo Brouns verduidelijkte de feiten: de provincie Oost-Vlaanderen investeerde 36.000 euro in deze wetenschappelijke onderbouwing, een weg die Limburg en Antwerpen al eerder insloegen.

De minister benadrukte dat de studie geenszins normerend is, maar een wetenschappelijke indicatie geeft die beleidsmakers de vrijheid laat om al dan niet tot uitvoering over te gaan. In de modellering werden enkel actuele habitats groter dan 10 hectare meegenomen om de focus scherp te houden. Volgens de minister is het FEN juist het instrument bij uitstek om het IVON — het netwerk waar GroenRand zo sterk op hamert — ruimtelijk en inhoudelijk vorm te geven.


Het biedt een unieke kans om populaties in ruimtelijk versnipperde kernen te ondersteunen en genetische uitwisseling weer mogelijk te maken, wat essentieel is voor de instandhouding van soorten in de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H).
De sfeer in de commissie verhitte toen Sanne Van Looy (N-VA) reageerde op de twijfels over de prioriteit van de studie. Zij verweet de cd&v-fractie haar "ware kleuren" te tonen door natuurbeleid af te breken onder het mom van besparingsretoriek.

Van Looy stelde dat wetenschappelijke onderbouw, zoals geleverd door het gerespecteerde INBO, juist essentieel is voor de rechtszekerheid en noodzakelijk voor de implementatie van de Europese Natuurherstelwet. Zij contrasteerde de bescheiden kostprijs van de studie scherp met de miljoenen euro's aan subsidies voor landbouwgerelateerde infopunten van de Boerenbond. Voor GroenRand is dit een cruciaal argument: zonder objectieve, wetenschappelijke kaarten blijft natuurverbinding een vage wens, terwijl het FEN de willekeur uit het beleid haalt en exact aantoont waar ingrepen op het terrein, zoals ecotunnels of groene corridors, het meest effectief zijn.


Mien Van Olmen repliceerde dat zij niet tegen natuurbeleid is, maar pleit voor focus en het benutten van "koppelkansen", waarbij de nood aan ruimte voor voedselvoorziening in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) niet uit het oog verloren mag worden. Dit raakt aan de kern van de missie van GroenRand: het overtuigen van andere ruimtegebruikers dat ecologische verbindingen geen bedreiging vormen, maar een versterking van het landschap als geheel, inclusief de landbouw die baat heeft bij ecosysteemdiensten.

De minister probeerde de gemoederen te sussen door natuurherstel en professionele landbouw als "communicerende vaten" te omschrijven die in het BRV in evenwicht moeten blijven. De uiteindelijke beslissing over de realisatie van deze verbindingszones ligt echter bij de provinciale overheden, die moeten oordelen over de prioriteit op het terrein.


Voor GroenRand is de conclusie van dit verslag glashelder. De wetenschappelijke basis voor robuuste natuurverbindingen is aanwezig en de kostprijs is verwaarloosbaar, maar de politieke vertaling ervan blijft kwetsbaar voor lobbygroepen die elke nieuwe lijn op een kaart als een inbreuk zien.
 Waar veel natuurverenigingen zich concentreren op het beheer van hun eigen reservaten, blijft GroenRand een van de weinige stemmen die de nadruk legt op deze integrale samenhang van het landschap.


Dit commissieverslag bewijst dat hun rol als aanjager en waakhond belangrijker is dan ooit. Het FEN biedt de methodiek om de versnippering te stoppen, maar het vergt politieke moed om die wetenschappelijke modellen niet in een lade te laten verstoffen.
Alleen door de versnippering écht aan te pakken via een functioneel netwerk, geven we de Vlaamse natuur een toekomst die verder reikt dan de grenzen van een omheind reservaat.

Foto's: Ingrid Boumans

GroenRand slaat alarm: de Vlaamse kachelparadox vervuilt onze natuur en misleidt Europa

GroenRand luidt de alarmbel: de Vlaamse kachelparadox vervuilt onze natuur en zet Europa op het verkeerde been

Het is eigenlijk bizar: we weten in Vlaanderen wel hoeveel elektrische steps er rondrijden, maar naar het aantal houtkachels hebben we het raden.
Toen Mieke Schauvliege van Groen aan minister Jo Brouns vroeg hoe die verkoopcijfers er nu uitzien, bleef het pijnlijk stil.
Het officiële antwoord? "Geen cijfers beschikbaar."
We tasten dus volledig in het duister, terwijl de energiecrisis de verkoop van houtkachels waarschijnlijk keihard heeft gepusht.
Maar kijk eens over de grens in Duitsland: daar pakken ze het totaal anders aan.
Geen nattevingerwerk, maar een ijzersterk beleid met de schoorsteenveger als 'sheriff'.
Die zogenoemde Bezirksschornsteinfeger komt niet alleen even vegen.
Hij registreert elke kachel in een centrale database en meet ter plekke of je toestel niet te veel rommel uitstoot.
Voldoet je kachel niet?
Dan gaat hij onverbiddelijk op rood.
Onze oosterburen hebben hun kachelpark dan ook perfect in kaart. Om de paar jaar volgt er een verplichte inspectie, en wie weigert te moderniseren of een fijnstoffilter te plaatsen, krijgt te maken met stevige boetes of zelfs een stookverbod.

Ze zijn daar ook niet bang om oude kachels simpelweg te verbieden: alles van voor 1995 ligt er al uit, en sinds begin 2025 moeten ook de toestellen tot 2010 aan strengere regels voldoen. Terwijl wij in Vlaanderen nog proberen te tellen, hebben de Duitsers de kraan naar een schonere lucht al lang dichtgedraaid. In Vlaanderen speelt zich momenteel een bizarre paradox af.
Terwijl de verkoop van houtkachels recordhoogtes bereikt en metingen op het terrein een forse stijging van giftige stoffen tonen, rapporteert de Vlaamse overheid aan Europa dat de uitstoot van houtverbranding juist fors daalt.
Sinds de energiecrisis van 2022 is de Vlaming massaal aan het stoken geslagen.
Alleen al in dat jaar werden er 19.336 houtkachels verkocht.
Dat was een stijging van maar liefst 41,6 procent ten opzichte van 2021. In 2023 steeg dat aantal verder naar 20.702 verkochte kachels.
Dat is maar liefst 240 procent meer dan in 2019.
Deze enorme toename laat zich direct voelen in onze luchtkwaliteit. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) stelde in 2022 een opmerkelijke stijging vast van de concentraties benzo(a)pyreen op haar meetstations.
Deze schadelijke en kankerverwekkende stof is rechtstreeks te linken aan houtverbranding.
Nagenoeg alle benzo(a)pyreen die we in Vlaanderen meten komt voort uit houtverbranding bij huishoudens.
Terwijl de overheid op papier een daling claimt, steeg de concentratie over alle meetpunten in Vlaanderen in werkelijkheid met 44 procent.
De oorzaak was voor de VMM heel duidelijk door de toegenomen houtverbranding bij mensen thuis tijdens de energiecrisis.
Toch vertelt de officiële rapportage aan de Europese Unie een compleet ander verhaal.
Volgens de Vlaamse cijfers daalde de uitstoot van diezelfde stof in 2022 met maar liefst 16 procent.
In 2023 zou de emissie volgens het meetmodel zelfs nog verder gedaald zijn naar een historisch laagterecord.
Nooit eerder waren de emissies volgens het model zo laag.
Dit doet de wenkbrauwen fronsen en wijst erop dat er iets ernstig mis is met de berekeningsmethode.
Het antwoord op dit raadsel is dat de overheid rapporteert op basis van een theoretisch wiskundig model in plaats van werkelijke metingen op het terrein.
Dit model is niet gebaseerd op echte getallen.
De Vlaamse overheid weet bijvoorbeeld niet hoeveel kachels er echt in Vlaanderen staan omdat de verkoop nooit officieel is geregistreerd.
Dat bleek al in 2018 en sindsdien is er weinig veranderd. De kacheltypes, hun ouderdom en hun energetisch rendement blijven een blinde vlek.
Zelfs pogingen om het model te verfijnen liepen vast.
In 2019 gaf de VMM de opdracht voor een onderzoek naar de samenstelling van het kachelpark onder de titel "Ontwikkelen methodologie voor de opvolging van de samenstelling van het kachelpark in Vlaamse huishoudens".
De onderzoekers kwamen in hun eindrapport tot de conclusie dat er te veel onzekerheden in de methode zitten.
Om het kachelpark toch enigszins in kaart te brengen stelden ze voor om een gewogen steekproef uit te voeren.
In het rapport dook echter meteen een discussie op over de grootte van die steekproef.
Uiteindelijk strandde de bevraging op slechts 596 respondenten. Hoewel onderzoekers adviseerden om de echte verkoopcijfers op te vragen bij de sector is de Vlaamse overheid daar nooit op ingegaan.
Het huidige model rekent daardoor nog steeds met een verouderde groeinorm gebaseerd op een enquête uit 2011 en de beperkte steekproef van 2019.
In die periode was er een grote kalmte op de energiemarkten waardoor het kachelpark amper groeide. De overheid bleef deze lage groeinorm echter gebruiken voor de jaren 2020 tot 2023 terwijl de aankoop van kachels toen explodeerde.

Daarnaast weet de overheid niet hoeveel en welk type brandhout of pellets er wordt verstookt omdat ook die verkoop nergens officieel wordt geregistreerd.
Het model probeert het verbruik daarom in te schatten op basis van de zogenaamde graaddagen.
Dat zijn dagen waarbij de gemiddelde temperatuur onder de 16 graden ligt.
Elke gemiddelde graad onder de 16 graden wordt verrekend als één graaddag.
Een dag met een gemiddelde temperatuur van 15 graden is dus goed voor één graaddag en een dag van 14 graden telt voor twee. Wanneer de gemiddelde dagtemperatuur nul graden bedraagt heb je er in één klap 16 graaddagen bij.
De redenering is dat er meer wordt gestookt als de temperatuur daalt. Omdat 2022 een veel warmer jaar was dan 2021 met veel minder graaddagen concludeerde het model automatisch dat de uitstoot daalde.
Dit negeert echter de economische realiteit. Biostatisticus Geert Molenberghs van de KULeuven en UHasselt is hierover zeer kritisch.

Het model houdt volgens hem totaal geen rekening met de lagere kostprijs van het hout in 2022.
Wanneer gas en elektriciteit peperduur worden grijpen mensen massaal naar hout zelfs in een warmer jaar.
Molenberghs stelt dat de uitstootwaarden totaal onrealistisch zijn waardoor de gezondheidsrisico's veel te rooskleurig worden ingeschat.
Deze foutieve cijfers hebben ook grote gevolgen voor de rapportage van hernieuwbare energie via het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA).
Houtkachels zijn na zonnepanelen en windmolens de grootste bron van groene energie in Vlaanderen met 3.620 GWh aan groene warmte in 2024.
Acht jaar geleden waren onze houtkachels zelfs nog de grootste groene energiebron in Vlaanderen.
Omdat het VEKA nagenoeg hetzelfde model gebruikt leverden tienduizenden nieuwe kachels tussen 2019 en 2023 volgens de officiële statistieken toch 1 procent minder groene warmte op. In het energiecrisisjaar 2022 was de gerapporteerde groene energie uit hout zelfs de op één na laagste van de voorbije zeven jaar.
De emissiecijfers en de energieproductiecijfers zijn bijna een exacte en foutieve kopie van elkaar omdat ze beide blind gestuurd worden door de graaddagen.
Zelfs de VMM erkent de problemen in haar Derde Voortgangsrapport Vlaams Luchtbeleidsplan van december 2025. Ze stelt kurkdroog vast dat de data over houtverbruik niet in overeenstemming zijn met de laatste inzichten van de VMM.
Men spreekt over een beperkte kennis over de samenstelling van het kachelpark en stelt dat de emissiefactoren voor nieuwe toestellen wellicht een onderschatting zijn.
De VMM concludeert dat de onzekerheid op het resultaat zeer groot is. Ondertussen voert Vlaanderen totaal geen houtkachelbeleid.
Er is geen registratie en geen enkele impuls om oude kachels te vervangen.
Zelfs moderne kachels stoten aanzienlijk meer fijnstof uit dan een gascondensatieketel maar de overheid laat het beleid volledig over aan Europa.
Van de Green Deal uit 2018 blijft amper nog iets over.

Natuurvereniging GroenRand benadrukt dat de gevolgen van deze onderschatting ook de natuur zwaar treffen.
De enorme uitstoot van fijnstof en giftige stoffen zoals stikstofoxiden en dioxines slaat neer in omliggende natuurgebieden.
Dit proces vervuilt de bodem en het oppervlaktewater waardoor de kwetsbare biodiversiteit in Vlaanderen ernstig onder druk komt te staan.
GroenRand wijst erop dat fijnstof de fotosynthese van planten kan belemmeren en dat schadelijke stoffen zich ophopen in de voedselketen van dieren.
Wanneer de overheid de werkelijke uitstoot wegmoffelt achter rooskleurige modellen wordt ook de chronische belasting van onze ecosystemen genegeerd.
Voor GroenRand is het duidelijk dat een beleid dat foutief berekende groene energie laat voorgaan op de bescherming van onze lucht en natuur onhoudbaar is.
We sussen onszelf in slaap met papieren dalingen terwijl de Vlaming en de natuur letterlijk in de rook blijven zitten.

zondag 1 maart 2026

Schildestrand: discotheek Fauna

Nostalgicus Andy maakt memoriaal voor verdwenen discotheek Fauna

Hij is zelf te jong om er zelf geweest te kunnen zijn, maar Andy De Gryse is gefascineerd door Fauna. Uit nostalgie bouwde hij een replica van de verdwenen discotheek op Schildestrand, toch van de voorgevel, en plaatste die als ‘attractie’ langs de Antitankgracht.

Andy De Gryse (39) maakte eerder al een replica van de eveneens teloorgegane dancing Love Boat in Schoten. Fauna lag in Schilde, op de weekendzone Schildestrand. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was het een hotspot voor de jongeren van Schilde en wijde omgeving. Het was een pleisterplaats voor het gewone volk, niet voor de rijke snobs. Die kwamen elders in Schilde aan hun trekken.

Artistieke ambities heeft deze zachtaardige anarchist niet. “Deze ‘installatie’ is mijn ludiek protest tegen het opdoeken en verdwijnen van gezellige horeca zaken zoals Fauna, De Toverfluit en andere discotheken. Het doet alvast mezelf deugd en vast ook vele anderen dat de ‘entree’ opnieuw verrezen is”, aldus de maker.

“Ik heb goed gekeken naar de oude foto’s. Let maar op de Kronenbourg-reclame en het betonnen trapje. Ik heb voor dit projectje samengewerkt met de man die al even onschuldig kleine kabouterhuisjes maakt en her en der laat opduiken in Schilde, tot jolijt van de kindjes. Nu zijn de kabouterhuisjes ook terug te vinden langs het fietspad vlakbij Schildestrand en de Antitankgracht.”

Andy De Gryse zegt al veel leuke reacties te hebben gehad op zijn Fauna Memory Corner.

Door de Lens van de Veldwachter Jos Jansen

Door de Lens van de Veldwachter Jos Jansen

Wie jarig is, trakteert!
Natuurvereniging GroenRand viert haar tienjarig bestaan niet met een kortstondig feestgedruis of vluchtige recepties, maar met een geschenk dat de tijd zal trotseren en de generaties na ons zal dienen: het ambitieuze project Greenconnect.


Met dit gedurfde initiatief zet de vereniging de rijke biodiversiteit van de Voorkempen volop in de schijnwerpers via begeleide wandelingen en indrukwekkende fotosessies. Een toegewijd team van zestien enthousiaste natuurgidsen, bevlogen fotografen en onvermoeibare vrijwilligers staat in de startblokken om de vaak verborgen schoonheid van de lokale natuur tastbaar en beleefbaar te maken voor het grote publiek.

Tussen eind 2025 en halverwege 2026 trakteert de vereniging de regio op vijf diepgaande beeldverslagen over verschillende natuurgebieden, die in nauwe samenwerking met Noordernieuws in hun magazine worden gepubliceerd.
Als absolute kroon op het werk en spectaculaire afsluiter van deze reeks staat een magistrale fotoreportage van Jos Jansen centraal.
De fotograaf kwam hier tijdens zijn sessies zelfs de indrukwekkende Oehoe tegen, de grootste uil van Europa, evenals de grauwe klauwier, de tapuit en de zeldzame kleine torenvalk.

Hij legde de ziel vast van de ruim 500 hectare natuur rond het vliegveld van Malle, Blommerschot en Krabbels Broek, een gebied waar zich momenteel een ecologische transformatie van continentale proporties voltrekt.
Wat decennialang een hermetisch gesloten militair bastion was, gehuld in mysterie en omringd door prikkeldraad, verandert nu in een robuust en ademend ecosysteem. Deze transitie is niet toevallig, maar juridisch verankerd in het Vlaams Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) uit 2019.
Dit plan vormt de essentiële blauwdruk voor het herstel van het officiële ankerplaats-erfgoedlandschap Zalfens Gebroekt en 's Herenbos-Heihuizen, een gebied dat een mozaïek vormt van historisch onschatbare biotopen.
Het strekt zich uit over de Beulkbeemden, waar kleinschalige hooilanden en historische houtkanten een toevluchtsoord bieden voor kwetsbare amfibieën.


In het aangrenzende Zalfens Gebroekt domineert het elzenbroekbos, een drassig gebied waar kristalhelder kwelwater aan de oppervlakte komt en een natuurlijke spons vormt voor de hele regio.
In dit waterrijke hart heeft de bever inmiddels zijn rechtmatige plek opgeëist; als een volleerd landschapsarchitect zorgt hij met zijn vernuftige dammen voor een dynamisch en vitaal waterpeil.
Tijdens zijn uitgebreide foto-uitstappen in het Zalfens Gebroekt legde Jos Jansen niet alleen de imposante beversporen vast, maar ontmoette hij ook een scala aan bijzondere bewoners.



De flitsende ijsvogel duikt hier naar vis, terwijl de boompieper en de fitis (een onopvallend okergroen vogeltje met een zachte, dalende zang) in de struwelen huizen.




In de open gedeeltes foerageert de gele kwikstaart, terwijl boven de vennen de gewone oeverlibel en de zeldzame houtpantserjuffer — een libel die haar eitjes in de schors van bomen legt — hun baltsvluchten uitvoeren.




In de luwte van het bos rusten konijnen en reeën, onder het waakzame oog van de wespendief.
Deze roofvogel is uniek omdat hij over harde, schubachtige veren op zijn kop beschikt die hem beschermen tegen de steken van agressieve wespen terwijl hij hun nesten uitgraaft.



Zodra men de bossen van Blommerschot betreedt, verandert het koor en het landschap.

Hier stuitte de fotograaf op een imposante beverburcht, terwijl in de kruinen de eekhoorn en de gekraagde roodstaart (herkenbaar aan zijn trillende oranje staart) de aandacht trekken.


De grote bonte specht timmert hier zijn holen, terwijl de tjiftjaf onvermoeibaar zijn eigen naam roept.


Ook de gewone pad, de torenvalk en de heimelijke houtsnip zijn hier vaste bewoners.

De watersnip is een wonder van camouflage met een lange, gevoelige snavel waarmee hij in de modder naar wormen tast. Dankzij zijn ogen die hoog en naar achteren in de schedel staan, heeft hij een gezichtsveld van 360 graden zonder zijn kop te hoeven bewegen.


In de dichte loofbossen werken de zwarte specht — de grootste specht van Europa met zijn gitzwarte veren en rode kruin — en de middelste bonte specht onvermoeibaar aan hun nestgelegenheid.

De overgang naar het 's Herenbos brengt de bezoeker in een domein van statige dreven.
Hier regeert de boommarter, de koning van de boomkruinen met zijn chocoladebruine vacht en gele keelvlek.
Hij vermijdt menselijke bebouwing en heeft grote, aaneengesloten bossen nodig.


In de holtes van oude bomen huist de bosuil, terwijl het goudhaantje — Europa's kleinste vogel — nerveus tussen de naalden van de sparren wipt.





Op de bosbodem zonnen de levendbarende hagedis en de groene kikker, terwijl de groene specht met zijn lachende roep naar mieren zoekt.

Zelfs de slimme kauw heeft hier zijn plek gevonden.

In de wintermaanden kun je hier ook de klapekster spotten, die zich gedraagt als een kleine roofvogel en de macabere maar slimme gewoonte heeft om zijn prooien, zoals grote kevers of muizen, aan doorns te spietsen als voorraadkast.




Langs de Delfte Beek, waar dotterbloemen, waterviolier en de vleesetende kleine zonnedauw de oevers sieren, is de biodiversiteit overweldigend.
Jos legde hier de boomleeuwerik vast, die met zijn melancholische zang de stilte doorbreekt, en de pootloze hazelworm die geruisloos door het gras glijdt.



In de struiken nestelen de winterkoning, de vuurgoudhaan, de kuifmees en het goudhaantje.
Boven het kabbelende water patrouilleren de bosbeekjuffer en de weidebeekjuffer, libellen met schitterende metaalblauwe vleugels.


Deze vochtige zones vormen ook het jachtgebied van de vos, de bunzing en de wezel — het kleinste roofzoogdier ter wereld, dat zo slank is dat hij muizen tot in hun eigen gangenstelsels kan achtervolgen.
In de houtkanten is ook de hermelijn een behendige jager, die in koude winters een spectaculaire gedaanteverandering ondergaat waarbij zijn bruine zomervacht volledig wit wordt, op het zwarte puntje van zijn staart na.
Op het terrein van het vliegveld van Malle zelf is de natuur op haar wildst en meest spectaculair.
Decennialang was dit een enclave van prikkeldraad, maar de bunkers die er liggen — ooit streng bewaakte munitieopslagplaatsen — vormen nu de ideale overwinteringsplaats voor zeldzame vleermuizen zoals de baardvleermuis en de bosvleermuis.




In de uitgestrekte open vlaktes jagen de havik, de boomvalk en de boomleeuwerik.



De fotograaf kwam hier tijdens zijn sessies zelfs de indrukwekkende Oehoe tegen, de grootste uil van Europa, evenals de grauwe klauwier, de tapuit en de zeldzame kleine torenvalk. Het absolute paradepaardje van deze vernieuwing is de grootschalige operatie op de voormalige startbaan, gefinancierd via de Blue Deal van de Vlaamse Overheid.
Zware hydraulische betonvreters hebben zich hier door maar liefst 80.000 vierkante meter beton gevreten.
Onder het grijze asfalt is na zestig jaar eindelijk weer het zuivere blauw grind en de oorspronkelijke keien blootgelegd.
Hierdoor kan de zandbodem weer ademen en kan regenwater direct infiltreert om de lokale grondwatertafel te herstellen. De ecologische winst is het meest tastbaar bij de nachtzwaluw.

Dankzij het actieve beheer van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) is de populatie de afgelopen vijf jaar met ruim 40% gegroeid naar recordhoogten.
De nachtzwaluw is een meester van de camouflage; overdag lijkt hij op een stuk boomschors door plat op een tak te gaan liggen, om pas in de schemering met zijn enorme mondopening nachtvlinders in de vlucht te vangen.
De ontsluiting voor het publiek gebeurt op een verantwoorde wijze via routes zoals het Blommerschotpad, dat start aan de iconische Kluis van Blommerschot aan de Heihuizen. Dit historische gebouw herinnert aan de tijd dat kluizenaars hier de stilte en spirituele afzondering opzochten.

Om deze uiterst kwetsbare natuur te beschermen, wordt het toezicht uitgevoerd door beëdigde autoriteiten.
Jos Jansen is officieel aangesteld en door de vrederechter in Zandhoven beëdigd als veldwachter, en houdt toezicht op de natuurgebieden van Natuurpunt Voorkempen.
Als essentiële schakel tussen de recreant en de natuurbescherming draagt hij het officiële uniform en ziet hij toe op de naleving van de regels in de meest kwetsbare zones.


De blik is nu definitief gericht op de toekomst met de realisatie van een ecoduct over de E34.
Deze groene brug is de ontbrekende schakel die de noordelijke natuurkern moet verbinden met de Lovenhoek aan de overkant.
Na decennia van militaire discipline, prikkeldraad en beton mag de natuur in dit unieke erfgoedlandschap eindelijk weer grenzeloos de baas zijn.