donderdag 5 februari 2026

Brecht behaalt met het vierde bijtje een plek in de eredivisie van bijenvriendelijke gemeentes

Brecht behaalt met het vierde bijtje een plek in de eredivisie van bijenvriendelijke gemeentes: “Dit is geen eindpunt, maar juist een motivatie om verder te groeien naar een klimaatrobuuste gemeente.”

GroenRand bekritiseert het gebrek aan middelen voor ontsnippering na de dood van de zestiende wolf

Dodelijke Ochtendspits in Oudsbergen: GroenRand bekritiseert het gebrek aan middelen voor ontsnippering na de dood van de zestiende wolf

© rr

Tussen Wolvenplan en Wildgevangenis: GroenRand waarschuwt voor de prijs van wolfwerende rasters

De Euraziatische wolf (Canis lupus lupus) is een meester van aanpassing en een toonbeeld van sociale intelligentie.
Herkenbaar aan zijn robuuste bouw, rechte staart en de typische geelbruine tot grijze vacht met de kenmerkende witte 'masker' rond de bek, is dit roofdier na meer dan een eeuw afwezigheid weer een vast onderdeel van onze natuur.
Wolven leven in hechte familieverbanden, de roedels, waarbij de onderlinge communicatie via huilen, lichaamstaal en geurmarkering essentieel is.
Een bijzonder kenmerk is hun enorme uithoudingsvermogen; een wolf kan in één nacht moeiteloos 50 tot 80 kilometer afleggen.
In Vlaanderen claimt een roedel een territorium van 150 tot 300 km², waarbij ze een cruciale rol spelen in het ecosysteem door de populaties reeën en everzwijnen gezond te houden.
Vooral jonge wolven tussen de één en twee jaar oud vertonen een bijzonder gedrag: zij verlaten de veiligheid van de roedel om op zoek te gaan naar een eigen partner en leefgebied, een riskante tocht die hen dwars door ons versnipperde landschap voert.
Deze mobiliteit werd op donderdag 5 februari 2026 een jonge wolvin fataal tijdens de ochtendspits op de N76 in Oudsbergen, de gewestweg tussen Meeuwen en Genk.
Terwijl camera's de aanwezigheid van het dier al wekenlang in de zone registreerden, bleek de infrastructuur ter plaatse een dodelijke valstrik.
Het ongeval gebeurde exact op een plek waar een wilddetectiesysteem automobilisten had moeten waarschuwen, maar volgens het Natuurhulpcentrum Oudsbergen kampte dit systeem al geruime tijd met defecten; waarschuwingsborden lagen omver of waren onbruikbaar.
Met dit nieuwe slachtoffer staat de balans in Vlaanderen inmiddels op 21 aanrijdingen, waarvan er 16 een dodelijke afloop kenden.
De huidige populatie wordt hierdoor gereduceerd tot een geschatte 10 à 12 individuen, een kwetsbaar aantal voor een soort die juist nu haar plek probeert te heroveren.
Deze tragische gebeurtenis legt structureel financieel probleem bloot in het een Vlaamse natuurbeleid.
Natuurorganisatie GroenRand, die fungeert als een kritisch controleorgaan, stelde recent vast dat er in de Vlaamse begroting voor 2026 nauwelijks middelen zijn vrijgemaakt voor het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO).
Waar voorheen nog werd gehoopt op substantiële investeringen om zwarte punten op de wegen weg te werken, blijken de huidige budgetten ontoereikend voor de broodnodige wildrasters en ecoducten.
Volgens GroenRand blijven de plannen hierdoor niet meer dan "papieren tijgers".
Ondertussen neemt de politieke druk in het Vlaams Parlement toe, waar parlementsleden zoals Lydia Peeters (Open Vld), Mien Van Olmen (cd&v), Sanne Van Looy (N-VA), Bieke Verlinden (Vooruit) en Mieke Schauvliege (Groen) minister van Omgeving Jo Brouns reeds scherp hebben bevraagd over de trage voortgang van deze ontsnipperingsmaatregelen.

De wolfwerende paradox: Tussen noodzakelijke veiligheid en de
ecologische "wildgevangenis"


Om de wolf in een dichtbevolkte regio als Vlaanderen een plaats te geven, is het beveiligen van landbouwdieren een absolute voorwaarde.
Echter, de technische eisen die worden gesteld aan een effectieve wolfwerende afrastering creëren een complex spanningsveld tussen de bescherming van vee en de fundamentele behoeften van de overige biodiversiteit.
Een omheining is pas effectief wanneer deze zowel een fysieke als een dwingende psychologische barrière vormt.
Volgens de wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Wolf Fencing Team Belgium moet een dergelijk raster minimaal 120 centimeter hoog zijn om overspringen te ontmoedigen.
De wolf is echter een opportunist die liever graaft of kruipt dan springt. Daarom is de strategische plaatsing van de draden cruciaal: de onderste stroomdraad mag zich op maximaal 15 tot 20 centimeter boven de grond bevinden.
De elektrische component is hierbij essentieel voor de conditionering van het roofdier; er moet constant een spanning van minstens 4500 Volt op de draden staan, geleverd door een schrikdraadapparaat met een minimale impulsenergie van 1,5 Joule.
Bij vaste installaties wordt bovendien geadviseerd om het gaas 40 centimeter diep in te graven of een strook gaas van 100 centimeter breed aan de buitenzijde plat op de grond te leggen en te verankeren.
Dit voorkomt dat wolven instinctief aan de voet van het raster een doorgang graven. Dit systeem vereist echter intensief onderhoud: vegetatie die de draden raakt, voert stroom af, waardoor de spanning daalt en de wolf niet langer afgeschrikt wordt, wat de effectiviteit van het leerproces direct ondermijnt.
Natuurvereniging GroenRand waarschuwt dat deze "verhekking" van het landschap een onacceptabele ecologische prijs heeft en spreekt van een oprukkende "wildgevangenis".
Deze zorg wordt wetenschappelijk ondersteund door het INBO, dat in officiële rapporten zoals het Wolvenplan Vlaanderen erkent dat deze barrières leiden tot ernstige habitatfragmentatie.
De rasters zijn niet-selectief; wat de wolf tegenhoudt, blokkeert ook de weg voor vrijwel de gehele lokale fauna.
De impact op de kleine fauna en de herpetofauna is vaak fataal.
Een egel die tegen een stroomdraad op 15 centimeter hoogte loopt, rolt zich als reflex op, waardoor hij herhaaldelijk krachtige schokken ontvangt die leiden tot hartverlamming.
Amfibieën zoals padden en kikkers hebben een vochtige huid met een zeer lage elektrische weerstand, waardoor contact vaak direct dodelijk is.
Bovendien blokkeren de fijne mazen en de ingegraven netten hun seizoensgebonden migratie naar voortplantingspoelen.
Ook Vogelbescherming Vlaanderen hamert op de noodzaak van een ontsnipperd landschap, aangezien elke nieuwe fysieke barrière de visie op biodiversiteitsherstel doorkruist.
De visie van GroenRand is geworteld in het DNA van het Vlaams Actieplan Ontsnippering (VAPO).
Voor grotere soorten zoals reeën, dassen en everzwijnen zijn vloeibare migratieroutes essentieel om genetische verarming te voorkomen.
Wanneer populaties geïsoleerd raken op "eilanden" van groen, vermindert hun weerstand tegen ziekten en hun overlevingskans op lange termijn.
In de provincie Limburg, het kerngebied van de wolf, vertaalt dit barrière-effect zich in zorgwekkende cijfers.
Wanneer wild stuit op kilometerslange rasters, dwalen ze langs deze hekken tot ze op een verkeersas belanden, wat bijdraagt aan de duizenden wildaanrijdingen die jaarlijks worden geregistreerd.
Er ontstaat een economische paradox: terwijl de overheid investeert in ecoducten die gemiddeld 5 tot 10 miljoen euro kosten, worden deze investeringen deels tenietgedaan als de aansluitende gebieden vervolgens met wolfwerende rasters worden afgesloten.
Bovendien wijzen sociaal-wetenschappelijke studies naar Human-Wildlife Conflict uit dat het draagvlak voor de wolf afneemt zodra preventieve maatregelen als landschappelijk storend of schadelijk voor andere natuur worden ervaren.
Hoewel de wolf juridisch strikt beschermd is door de Europese Habitatrichtlijn en het Verdrag van Bern, pleit GroenRand voor dringend wetenschappelijk onderzoek naar innovatieve strategieën die voortkomen uit een internationaal netwerk van experts.
Dit omvat gebiedsgerichte bescherming, waarbij grotere landbouwzones als één geheel worden omheind om de versnippering van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) te beperken en interne corridors en houtkanten open te houden voor wildpassage.
Daarnaast wordt gevraagd om onderzoek naar AI-beeldherkenning en sensorgestuurde afschrikking (zoals in het project Life WolfAlps EU), waarbij slimme camera's enkel predatoren afschrikken met licht of geluid.
Ook de inzet van selectieve doorgangen (vossen- en egelkleppen), de inzet van kuddebeschermingshonden (zoals de Pyrenese berghond), en technologische pistes zoals virtuele afrastering (GPS-halsbanden), tijdelijke fladry-vlaggetjes (geadviseerd door het WWF) en het gebruik van nachtkrale bieden kansen.
Qua financiering subsidieert het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) in risicozones tot 80% à 100% van de materiaalkosten voor rasters, terwijl landbouwers via de VLIF-steun inmiddels ook hulp kunnen krijgen voor kuddebeschermingshonden. Recente beleidsteksten tonen aan dat de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) nu onderzoekt hoe deze maatregelen op landschapsniveau kunnen worden gefaciliteerd binnen landinrichtingsprojecten.
Deze verschuiving naar een collectieve aanpak ondersteunt de visie van GroenRand om ontsnippering te stimuleren door houtkanten en corridors te behouden. Alleen door deze transitie van statische verhekking naar dynamische, gebiedsgerichte preventie kan de ecologische samenhang van het Vlaamse landschap behouden blijven.

Bijtandje Houtkantje trekt ten strijde: Elf gemeenten opgeroepen voor een kerngezond en klimaatrobuust landschap

 
Bijtandje Houtkantje trekt ten strijde: Elf gemeenten opgeroepen voor een kerngezond en klimaatrobuust landschap


×

Houtkanten, bomenrijen en knotwilgen vormen de ziel van het traditionele Vlaamse landschap en delen een functionele geschiedenis waarbij boeren voedsel- en houtproductie slim combineerden. In het verleden dienden ze als natuurlijke veekering, perceelsgrens en beschutting voor gewassen, maar hun rol als toevluchtoord en verbindingsgebied voor fauna en flora is van onschatbare waarde. Voor talloze soorten fungeren deze elementen als een "lineair reservaat" in een vaak monotoon landschap. In de luwte van de struiken vinden zeldzame bosplanten een plek, terwijl de gelaagde structuur een ideale habitat biedt voor een brede waaier aan dieren.


Vogels zoals de geelgors, de grasmus en de braamsluiper vinden er een veilige broedplaats, terwijl roofvogels zoals de torenvalk en de steenuil de houtkanten gebruiken als uitkijkpost voor de jacht.
Voor kleine zoogdieren, zoals de egel, de wezel en de zeldzame hazelmuis, bieden de wortels en de dichte begroeiing noodzakelijke beschutting tegen predatoren.
Bovendien dienen ze als essentiële "groene snelwegen": vleermuizen gebruiken de lijnvormige structuren als sonar-bakens om door het landschap te navigeren, en amfibieën zoals de kamsalamander gebruiken de vochtige schaduw om van poel naar poel te trekken.
Een aaneengesloten netwerk van houtkanten stelt deze soorten, maar ook grotere dieren zoals de ree of de vos, in staat om zich veilig tussen natuurgebieden te bewegen, wat genetische uitwisseling mogelijk maakt en populaties beschermt tegen uitsterven.


Deze ecologische rijkdom staat echter onder druk. In de 20e eeuw raakte het landschap versnipperd door schaalvergroting, lintbebouwing en verharding, waardoor natuurgebieden als geïsoleerde eilanden overbleven. Vandaag dwingt de klimaatverandering tot een herwaardering, waarbij een robuust houtkantennetwerk de ruggengraat vormt voor een multifunctioneel landschap dat cruciale ecosysteemdiensten levert, zoals bodembescherming en natuurlijke plaagbeheersing door insecteneters en roofvogels.

Bovendien fungeert zo’n netwerk als een natuurlijke spons die water vasthoudt bij hevige regen en verkoeling biedt tijdens droogte. Via het Vlaams Houtkantenplan ondersteunt de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) lokale besturen met expertise en subsidies voor autochtoon plantgoed, terwijl de samenwerking met het Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering (VAPEO) ervoor zorgt dat houtkanten dieren naar ecoducten en ecotunnels leiden. Zonder deze geleidende structuren zouden miljoeneninvesteringen in infrastructuur hun doel missen, omdat fauna de oversteekplaatsen simpelweg niet zou vinden.


Daarom wordt dit beleid in het Vlaams Parlement kritisch gevolgd door volksvertegenwoordigers zoals Sanne Van Looy (N-VA), Bieke Verlinden (Vooruit), Mieke Schauvliege (Groen) en Lydia Peeters (Open Vld), die waken over de structurele budgetten voor ontsnipperingsprojecten. Minister Jo Brouns voert een beleid dat sterk de nadruk legt op landbouwbelangen en verkiest momenteel andere prioriteiten boven extra investeringen in VAPEO. De minister gaf aan dat nieuwe budgetten voor ontsnippering pas vanaf 2026 opnieuw besproken zullen worden, wat betekent dat broodnodige investeringen voor ontsnippering momenteel achterwege blijven. Hierbij fungeert burgervereniging GroenRand als een onmisbare toezichthouder. Zij spitten complexe begrotingstabellen uit en tonen aan dat er voor ontsnippering en natuurverbindingen feitelijk 'nul euro' extra is vrijgemaakt in de recente begrotingsrondes. Door deze technische data te vertalen naar hapklare politieke munitie, stelt GroenRand parlementsleden in staat om te eisen dat het succes van ontsnippering niet louter mag afhangen van kleinschalige, vrijwillige initiatieven, maar dat er forse, gegarandeerde overheidsmiddelen nodig zijn om de grootste barrières in ons landschap definitief weg te werken.
In dit spanningsveld viert GroenRand haar 10-jarig jubileum met de ludieke campagne ‘Bijtandje-houtkantje’.
Als "landschapstandarts" van de Voorkempen verbeeldt het mannetje Bijtandje Houtkantje de noodzaak tot herstel: met zijn unieke "struikgebit" — vlijmscherpe groene houtkanten in plaats van gewone tanden — staat hij symbool voor de gaten die momenteel in ons landschap vallen door het verdwijnen van heggen. Om dit gebit weer gezond te maken, stimuleert GroenRand de elf gemeentebesturen van de regio — Brasschaat, Brecht, Essen, Kalmthout, Kapellen, Malle, Ranst, Schilde, Schoten, Stabroek en Wuustwezel — om in te tekenen op de lopende projectoproep van de VLM (deadline 15 juni 2026). Via deze oproep kunnen zij subsidies tot 50.000 euro ontvangen voor de aanplant van autochtoon plantgoed, wat hen bovendien helpt om de doelstellingen van het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP) te behalen. Tegelijkertijd worden landbouwers aangespoord om vrijwillige beheerovereenkomsten met de VLM af te sluiten voor een eerlijke financiële vergoeding.

Vanaf mei 2026 schakelt GroenRand een versnelling hoger en verschuift de focus volledig naar politieke actie via vijftien technische projectfiches binnen de Klimaatgordel van De Nieuwe Rand. Deze dossiers, uitgewerkt in samenwerking met Regionaal Landschap de Voorkempen, zijn geen vage visies maar technisch onderbouwde plannen met een investeringsnood van ruim 11 miljoen euro.

De kern van deze fiches ligt bij het realiseren van robuuste natuurverbindingen, zoals de cruciale koppeling tussen het Groot en Klein Schietveld om migratie van fauna weer mogelijk te maken. De doelstellingen zijn ambitieus en divers: van het creëren van specifieke habitats voor sleutelsoorten zoals de boommarter, bever, diverse vleermuizen en de otter, tot het inrichten van grootschalige waterretentiegebieden die de regio beschermen tegen droogte en wateroverlast. Daarnaast zetten de fiches in op ontsnippering van drukke verkeersaders en de bescherming van cultuurhistorische houtwallen. Ook de mens staat centraal. Door de recreatieve ontsnippering en het herstel van trage wegen ontstaat een gezond en toegankelijk landschap voor elke burger. Zo maakt GroenRand van houtkanten opnieuw een functioneel en renderend onderdeel van een veerkrachtig landschap dat klaar is voor de toekomst.



De Klimaatgordel van GroenRand: Hoe de Antwerpse Antitankgracht transformeert van een betonnen defensielinie naar de ultieme natuursnelweg

De Klimaatgordel van GroenRand: Hoe de Antwerpse Antitankgracht transformeert van een betonnen defensielinie naar de ultieme natuursnelweg

De geschiedenis van de Antwerpse Antitankgracht is een fascinerend epos over transformatie, waarbij een militair litteken van beton tachtig jaar later is uitgegroeid tot de belangrijkste 'natuursnelweg' van de regio. Dit 33 kilometer lange lint, dat zich slingert van de Schelde in Berendrecht tot aan het Albertkanaal in Oelegem, vond zijn oorsprong tussen 1937 en 1939. Met het oog op de dreigende Duitse expansie besloot de militaire legerleiding tot de aanleg van een kunstmatige waterhindernis om een omsingeling van de stad te voorkomen. Het ontwerp was technisch meedogenloos: de diepte en steile wanden moesten tanks dwingen zich klem te rijden of volledig onder water te verdwijnen. Hoewel de gracht tijdens de Achttiendaagse Veldtocht in mei 1940 een vertragende rol speelde, verloor ze na de capitulatie snel haar militaire relevantie. In de naoorlogse decennia raakte het bouwwerk in verval. Bunkers werden dichtgemetseld en de waterloop slibde op diverse plaatsen dicht, overgeleverd aan de grillen van versnipperde bebouwing en opslibbing. De grote ommekeer kwam voort uit decennia van verbeten burgerlijk verzet tegen grootschalige infrastructuurprojecten. Een eerste existentiële overlevingsstrijd vond plaats in de jaren ’70 tegen het destructieve Duwvaartkanaal, dat de gracht volledig zou hebben opgeslokt.
De vereniging Red de Voorkempen, journalist Paul Staes en Pater Luc Versteylen vormden hierbij de frontlinie. Paul Staes gebruikte zijn journalistieke platform om de publieke opinie te mobiliseren, wat leidde tot de oprichting van de Groene Fietsers.
In deze periode leverde de GEP (Gezondheids- en Leefmilieuwerkgroep Brasschaat) de eerste cruciale wetenschappelijke onderbouw over de verstoring van de waterhuishouding. Het protest culmineerde in 1978 in de iconische Triesteling, waarbij duizenden betogers in Antwerpen en Brussel menselijke kettingen vormden en de regering dwongen het kanaalproject definitief te staken.
Een tweede overlevingsstrijd barstte los rond de eeuwwisseling (1999-2003) door de plannen voor de Tweede Spoorontsluiting. In deze periode nam Dirk Weyler, als bestuurslid van Red de Voorkempen en trekker van de verzamelde lokale jeugdbewegingen (JNM, scouts, gidsen en chiro), de leiding. Hij verenigde de jongeren voor de grootschalige "Rommel-op-depot"-acties, waarbij de bossen symbolisch werden "opgerommeld".
Het boegbeeld van dit verzet was het "Rommel-op-depot-mannetje": een figuur met een pot op zijn hoofd als symbool van het oprommelen van de bossen, en een lange neus omdat hij "heel hard moest snuiven" om in de vervuilde omgeving nog propere boslucht te vinden.

Samen met de Zwarte Madam — een rouwende pop die de dood van de Voorkempen verbeeldde — trok een massale delegatie van duizenden jongeren naar gouverneur Camille Paulus om de onmiddellijke bescherming van de gracht af te dwingen. Deze gezamenlijke druk bekrachtigde de juridische status van de gracht, die reeds op 30 december 1993 als beschermd landschap was verankerd.

Sinds de erkenning is de gracht de spil van een ambitieuze visie, gestuurd door het Projectplan Antitankgracht 2026-2031 van het Regionaal Landschap de Voorkempen.

Een drijvende kracht en waakhond achter deze versnelling is milieuvereniging GroenRand (opgericht in 2016), die ook de "Groene Duim" als symbool voor moedig natuurbeheer introduceerde.
Gezamenlijk hebben zij gedetailleerde projectfiches ingediend die officieel zijn verankerd in de zogenaamde Klimaatgordel. Dit netwerk fungeert als buffer tegen klimaatverandering binnen het dossier De Nieuwe Rand, waarbij natuurontwikkeling de leidende factor moet zijn. De verbindingskracht van de gracht is hierbij de hoeksteen; zij dwarst en verbindt oost-west georiënteerde beekvalleien zoals de Kaartse Beek, de Laarse Beek, de Kleine Schijn, de Zwanebeek en de Grote Schijn.

In de valleien van de Kleine Schijn en de Zwanebeek wordt de natuurlijke sponswerking hersteld, terwijl de gracht een 'parelsnoer' van natuurgebieden aaneensmeedt: van het Reigersbos via het Fort van Ertbrand, het Mastenbos, het Ertbrandbos, de Wolvenberg, de Uitlegger, De Inslag, park De Mik, domein La Garenne en het Vrieselhof tot aan het Fort van Oelegem. De gracht dient tevens als 'donkere corridor' voor zeldzame vleermuizen zoals de mopsvleermuis.


Binnen deze Klimaatgordel streeft men naar noodzakelijke investeringen om de gracht te herstellen als vitale blauwgroene verbinding voor de otter en vleermuizen.
De integrale ontsnippering omvat zowel de zes grote gewestwegen (N111, N11, N122, N1, N115 en N12) als talrijke kruisende gemeentewegen. Concreet voorzien de projectfiches in de aanleg van ecotunnels en geleiding bij de Abtsdreef (Stabroek), de Kalmthoutsesteenweg (Kapellen), de St-Jobsesteenweg (Schilde) en de Zandhovensesteenweg (Ranst). Daarnaast komen er ecopassages bij de Heidestraat-Noord (Kapellen) en de Ploegsebaan (Brasschaat). Op strategische knelpunten worden (grote) ecoduikers ingezet. Ook ingrijpende wegaanpassingen zijn gepland: de Oude Baan in Schilde wordt definitief geknipt en in de zone Schildestrand wordt de overwelving afgebroken om de gracht weer open te leggen. Deze passages worden ecologisch ondersteund door de aanplant van houtwallen, houtkanten en hagen op locaties zoals de Danckerseweg, de Plantinlaan en het Werverbos.
Een strategisch hoogtepunt blijft de beoogde verbinding tussen het Groot en Klein Schietveld via twee grote ecoducten, waardoor samen met het Grenspark Kalmthoutse Heide een ononderbroken natuurmassief ontstaat. De realisatie van deze visie hangt echter aan een zijden draad. De spil in dit verhaal is het VAPEO (Vlaams Actieprogramma Ecologische Ontsnippering), maar voor de cruciale periode 2026-2031 is er momenteel geen budget voorzien. Hoewel minister Jo Brouns de principes van de Klimaatgordel officieel ondersteunt, wijst GroenRand op een budgettair vacuüm; er zijn geen nieuwe kredieten vrijgemaakt in de huidige meerjarenplanning, wat de uitvoering vanaf 2027 hoogst onzeker maakt. Tachtig jaar na de eerste spadesteek dient de geschiedenis van het beton eindelijk de toekomst van de biodiversiteit. De Antitankgracht is een onmisbare levensader voor een klimaatrobuuste regio, mits de politieke wil wordt gedragen door voldoende financiële middelen.

woensdag 4 februari 2026

Steun wilde bijen met voorjaarsactie van Zandhoven Natuurlijk door bollen te planten en bloemen te zaaien

Steun wilde bijen met voorjaarsactie van Zandhoven Natuurlijk door bollen te planten en bloemen te zaaien