woensdag 25 maart 2026

Frank Vermeiren legt de zeldzame graspieper vast langs de Antitankgracht

Frank Vermeiren fotografeert de zeldzame graspieper langs de Antitankgracht

In deze uitgebreide aflevering van de reeks 'Vogels van A tot Z' neemt natuurfotograaf Frank Vermeiren ons mee naar de omgeving van de Antitankgracht.
Dit gebied vormt een essentieel deelgebied binnen het projectgebied van GroenRand en is van cruciaal belang voor de lokale biodiversiteit.
Frank legt de natuur in de Voorkempen en de Antwerpse Kempen als geen ander door zijn lens vast voor toekomstige generaties.
Hij laat ons vandaag kennismaken met een vogel die bij velen nog onbekend is ondanks zijn unieke gedrag.
Gisteren op 24 maart maakte hij een wandeling door de prachtige en uitgestrekte natuur van de Voorkempen.
We zijn inmiddels beland aan de letter G van de alfabetische reeks en besteden aandacht aan de graspieper.
Dat Frank Vermeiren de graspieper heeft kunnen fotograferen op de open vlaktes van de Voorkempen is een ware voltreffer.
Deze waarneming sluit precies aan bij de specifieke natuurlijke habitat die deze vogel nodig heeft om te overleven.
Hoewel sommigen zouden denken dat het nog vroeg in het seizoen is bevestigen de actuele gegevens van Waarnemingen.be het tegendeel.


De voorjaarstrek is momenteel in volle gang en de vogels keren massaal terug naar hun vertrouwde broedgebieden.
Eind maart is namelijk de absolute piekperiode voor de graspieper aangezien tienduizenden vogels nu over ons land trekken.
Vele exemplaren keren nu terug uit het zuiden om hun territorium te bezetten en te verdedigen tegen rivalen.
In de regio van de Voorkempen wordt de vogel momenteel op diverse open locaties waargenomen door aandachtige vogelkijkers.
Dit gebeurt met name langs de open bermen van de Antitankgracht binnen de sector Schoten en Brasschaat.
Ook op het Groot Schietveld in Brecht en in de open delen van De Inslag in Brasschaat is de vogel nu volop aanwezig.
Zelfs in de meer agrarische gebieden van de Voorkempen zoals in Ranst en Zandhoven zijn er dagelijks meldingen.
Het gaat hierbij vaak om overvliegende groepen of rustende exemplaren die energie verzamelen voor de verdere trek.
Op deze open plekken heeft Frank de vogel optimaal kunnen vastleggen tijdens zijn typische en spectaculaire zangvlucht.
Hierbij stijgt de graspieper luid zingend op naar een hoogte van ongeveer twintig meter boven de grond.
Daarna zweeft hij als een parachutist met stijve vleugels weer naar beneden richting een veilige graspol of een houten paaltje.
Deze foto's zijn een prachtig en tastbaar bewijs van de vroege lenteactiviteit in de gehele regio Voorkempen.
In dit open landschap is de vogel veel minder schuw dan tussen de dichte bomen van de omliggende bossen.
De graspieper met de wetenschappelijke naam Anthus pratensis is een onopvallende maar uiterst fascinerende zangvogel.
Hij is onlosmakelijk verbonden met het open en vochtige landschap dat zo kenmerkend is voor onze regio.
Hoewel hij op het eerste gezicht lijkt op een eenvoudige kleine bruine vogel schuilt er een complexe levenswijze achter.
Zijn gecamoufleerde verenkleed is een noodzakelijke aanpassing aan het leven op de grond tussen het gras.
Dit maakt hem helaas ook zeer kwetsbaar voor de snelle en ingrijpende veranderingen in ons moderne Vlaamse landschap.
In de regio van de Voorkempen waar bossen en beekvalleien elkaar afwisselen fungeert de vogel als een graadmeter.
Hij is een belangrijke indicator voor de ecologische gezondheid en de variatie van het open agrarische gebied.
Uiterlijk kenmerkt de vogel zich door een fijngebouwd en slank lichaam van ongeveer vijftien centimeter lang.
Zijn verenkleed is een meesterwerk van natuurlijke schutkleuren met een olijfbruine rug en donkere strepen.
Zijn lichte borst is eveneens zwaar gestreept wat zorgt voor een perfecte camouflage tussen droge grassen.
Het meest onderscheidende fysieke kenmerk van deze soort is de opvallend lange achternagel aan zijn poten.
Deze evolutionaire aanpassing stelt hem in staat om behendig over zachte of drassige bodems te wandelen.
Zonder deze lange nagel zou hij veel sneller wegzakken in de modderige oevers van de beekvalleien.
In de vlucht zijn de witte buitenste staartpennen goed zichtbaar voor de geoefende waarnemer.
Dit is vaak het eerste teken van zijn aanwezigheid wanneer hij plotseling verschrikt opvliegt uit de vegetatie.
De graspieper heeft een dunne en spitse snavel die typisch is voor een gespecialiseerde insecteneter.


Zijn poten zijn roze-achtig bruin van kleur en de lange achterteen helpt hem om grip te houden op rietstengels.
In de Voorkempen vindt de vogel zijn ideale leefgebied in de resterende vochtige graslanden zoals de Schijnvallei.
Hij heeft een sterke en onverzoenlijke voorkeur voor een open horizon zonder opgaande bebouwing of bomenrijen.
Hij mijdt dichte bebossing waar roofvogels en andere predatoren zich gemakkelijker kunnen verschuilen voor de jacht.
De vogel is een echte grondbewoner die de hele dag foerageert op zoek naar kleine ongewervelde dieren.
Tijdens het broedseizoen bestaat zijn dieet hoofdzakelijk uit vliegen en spinnen en rupsen en langpootmuggen.
Deze eiwitrijke voeding is van levensbelang voor de snelle groei van de hulpeloze jongen in het nest.
In de wintermaanden schakelt hij noodgedwongen over op kleine zaden wanneer de insecten door de kou schaars zijn.
Het nestelen gebeurt eveneens volledig op de grond en is vaak diep verborgen in een dichte graspol.
Soms kiest het vrouwtje ook een pluk biezen of heide uit om haar eieren veilig in te leggen.
Het vrouwtje bouwt een kunstig kommetje van droge halmen en haar in een zelf gegraven klein kuiltje.
Ze legt gewoonlijk vier tot zes eieren die grijsachtig of bruin gespikkeld zijn voor optimale camouflage.
De eieren vallen op die manier nauwelijks op tegen de donkere ondergrond van de Vlaamse bodem.
Dit maakt de soort echter zeer kwetsbaar voor predatie door vossen of wezels of eksters en kraaien.
Bovendien vormt menselijke verstoring door wandelaars met loslopende honden een grote bedreiging voor het broedsucces.
Wanneer een mogelijke indringer het nest nadert zal de oudervogel vaak heel stiekem wegsluipen door de dichte begroeiing.
Pas op een veilige afstand van het nest zal hij opvliegen om de exacte locatie niet aan de vijand te verraden.
De ecologische betekenis van de Antitankgracht als verbindingszone voor deze soort kan niet worden overschat.
Volgens de milieuvereniging GroenRand fungeert dit kanaal als een blauwe draad doorheen het landschap.
Het verbindt verschillende geïsoleerde natuurgebieden in de Voorkempen op een natuurlijke wijze met elkaar.
Voor een grondbroeder biedt de onbebouwde berm van de gracht een noodzakelijke rustplaats in een versnipperd gebied.
De vogel is echter zeer kieskeurig en heeft nood aan een mozaïek van korte en lange vegetatie.
Wanneer deze variatie verdwijnt door overmatige bemesting of te intensief maaibeheer verdwijnt de vogel onmiddellijk.
In de Voorkempen zien we dat de vogel vooral standhoudt daar waar het waterpeil kunstmatig hoog wordt gehouden.
Vochtige bodems zijn namelijk veel rijker aan de noodzakelijke insecten die als voedsel dienen voor de kuikens.
De status van de graspieper in de regio is helaas precair en vraagt om de constante aandacht van lokale natuurbeschermers.
Door de intensivering van de moderne landbouw worden weilanden veel vaker en vroeger in het jaar gemaaid.
Dit is vaak fataal voor de legsels die zich nog in de kwetsbare fase van het uitbroeden bevinden.
Daarnaast zorgt de algemene verdroging van de bodem voor een directe afname van de beschikbare biomassa.
Hierdoor is de vogel in Vlaanderen inmiddels opgenomen op de officiële IUCN Rode Lijst als een bedreigde soort.
In de Voorkempen is hij voor zijn voortbestaan volledig afhankelijk van gebieden met een specifiek natuurbeheer.
Dit beheer omvat onder meer het strikt uitstellen van de maaidatum tot ver na de kritieke broedperiode.
Ook het herstellen van de natuurlijke waterhuishouding in de beekvalleien zoals de Delfte Beek is van groot belang.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de vogel ook sterk profiteert van brede en bloemrijke akkerranden.
Deze randen dienen als een noodzakelijke buffer tussen de intensieve landbouw en de kwetsbare natuurgebieden.
Tijdens de trekperiodes is de Voorkempen een cruciaal ruststation voor duizenden vogels die op doorreis zijn.
De openheid van de lokale beekvalleien biedt hen de nodige veiligheid om even uit te rusten.


De wintertrek is een ander fascinerend fenomeen waarbij vogels uit het hoge noorden bij ons komen schuilen.
Deze wintergasten uit Scandinavië mengen zich vaak met onze eigen lokale populaties op braakliggende akkers.
Tegenwoordig vormt de wereldwijde klimaatverandering echter een nieuwe en ernstige bedreiging voor deze zanger.
Hogere temperaturen kunnen ervoor zorgen dat de piek in het insectenaanbod veel te vroeg in het jaar valt.
Deze mismatch zorgt ervoor dat er geen voedsel meer is wanneer de eieren eindelijk uitkomen.
Daarnaast zorgen de extreme droogteperiodes in de zomer ervoor dat de bodem simpelweg te hard wordt.
De vogel kan dan niet meer met zijn snavel in de grond boren om larven of wormen te vangen.
Zware regenval in de broedtijd kan dan weer zorgen voor het noodlottig onderlopen van alle grondnesten.
Het behoud van de resterende open ruimtes en het herstel van de hydrologie is dus een absolute prioriteit voor GroenRand.
Toch blijft de vogel een iconische verschijning voor elke aandachtige en natuurlievende wandelaar.
Wie in de vroege ochtend op pad gaat kan met een beetje geluk nog steeds getuige zijn van zijn roep.
Het is een ijl en hoog geluid dat symbool staat voor de wilde natuur die we in deze regio zo waarderen.
Frank Vermeiren heeft dit met zijn camera op een uiterst vakkundige wijze weten vast te leggen voor ons.
Zijn werk herinnert ons eraan dat de grootste schoonheid vaak in de kleinste details van de natuur verborgen zit.
Met de juiste wettelijke bescherming en een aangepast beheer kan de graspieper een vaste bewoner blijven.
Laten we hopen dat toekomstige generaties in Schoten en Brasschaat ook nog kunnen genieten van dit schouwspel.
Het is onze gezamenlijke morele verantwoordelijkheid om de stilte en de ruimte van het open veld te vrijwaren.
Alleen door de verdere versnippering van het landschap resoluut tegen te gaan redden we deze vogelsoort.
Elke bewaard gebleven meter berm langs de historische Antitankgracht telt mee in dit overlevingsverhaal.
Zonder deze inspanningen zou het landschap van de Voorkempen een stuk stiller en minder kleurrijk worden.

Van sensibiliseren naar realiseren: GroenRand eist versnelde actie voor de otter en de Antwerpse klimaatgordel

Van bewustwording naar actie: GroenRand dringt aan op versnelde maatregelen voor de otter en de Antwerpse klimaatgordel

Glenn is een drijvende kracht achter GroenRand en de publieke stem voor natuurbehoud in de Voorkempen.
Zijn missie is het creëren van robuuste natuurverbindingen om de lokale biodiversiteit te versterken.
Hiermee wil hij voorkomen dat zeldzame soorten zoals de otter en de boommarter slachtoffer worden van versnippering.

Door deze verbindingen kunnen zij zich weer veilig en ongehinderd door het Vlaamse landschap verplaatsen.


Op 12 en 13 maart vormde Antwerpen het decor voor de Europese otterconferentie.
Voor natuurvereniging GroenRand waren de gepresenteerde bevindingen niet louter academisch.
Ze vormen een dwingende aanleiding om de alarmbel te luiden.
Terwijl de otter in Nederland een indrukwekkende comeback viert blijft de soort in Vlaanderen steken in de marge.
We spreken hier over een uiterst kwetsbare randpopulatie die zonder kordaat ingrijpen onherroepelijk in een genetische valstrik zal lopen.
De geschiedenis van de Vlaamse otter is getekend door diepe dalen.
Waar het dier rond 1900 nog een alledaagse verschijning was in onze waterlopen zorgde actieve vervolging halverwege de 20ste eeuw voor een drastische achteruitgang.
Pas sinds het begin van deze eeuw merken we een voorzichtige kentering.
Sporen langs de Antitankgracht en waarnemingen in Lubbeek en West Vlaanderen bieden hoop maar die hoop is broos.
Om dit prille herstel een fundament te geven schreef Michiel Cornelis in 2020 vanuit Natuurpunt Brasschaat het strategische Plan Cornelis.
Dit plan dient als een technisch en ecologisch draaiboek om de Antitankgracht over een traject van 33 kilometer te transformeren tot een vitale blauw groene ader tussen de Schelde en de Kempen.
Experts en vrijwilligers hebben het gebied minutieus opgedeeld in 31 secties waarbij elk deel is voorzien van een gedetailleerde fiche die de lokale knelpunten en kansen blootlegt.


De kern van deze strategie is fysieke ontsnippering zoals de installatie van loopplanken onder bruggen en het aanpassen van duikers om te voorkomen dat otters gedwongen worden de weg op te gaan met alle fatale gevolgen van dien.
Daarnaast zet het plan in op rust zones oeverherstel en wetenschappelijke monitoring via eDNA en cameravallen.
Het lot van de otter werd pijnlijk geïllustreerd door het verhaal van Mevrouw Eenoog.
Dit eenogige vrouwtje verblijft al sinds 2019 in de vallei van de Durme en de Moervaart.
Hoewel zij enorme afstanden tot 54 kilometer aflegt op zoek naar een soortgenoot is zij er in zeven jaar tijd niet in geslaagd een partner te vinden.
Individuele veerkracht volstaat niet als veilige verbindingen met andere populaties ontbreken.
Vlaanderen blijft de ontbrekende schakel in het Europese netwerk met een giftige menukaart vol PCB's en PFAS een moordende verkeersdruk en een habitat die kwalitatief nog onder de maat blijft.
Na een decennium van sensibiliseren vindt GroenRand dat de basis voor de Nieuwe Rand stevig genoeg is gelegd wat de klimaatgordel betreft.


Nu het ontwerp-voorkeursbesluit binnenkort op tafel ligt en de laatste inspraakronde nadert verschuift de focus van het informeren naar het nauwgezet opvolgen van de realisatie.
Vanaf mei 2026 stopt de vereniging met haar publieksactiviteiten om al haar energie te steken in een rol als constructieve maar alerte partner.
Het doel is nu vooral om de gemaakte plannen om te zetten in tastbare resultaten op het terrein.
GroenRand wil erover waken dat de beloofde natuurverbindingen en biodiversiteitsprojecten niet enkel op papier blijven staan maar ook effectief worden uitgevoerd.
De prioriteit ligt bij directe actie met tastbare resultaten, zoals het onmiddellijk verwijderen van barrières voor fauna, het lokaal ontharden en de daadwerkelijke uitrol van de projecten uit de Klimaatgordel.


Door deze nieuwe koers te varen wil GroenRand de overgang van visie naar uitvoering versnellen en de vinger aan de pols houden bij de Vlaamse overheid om de groene ambities tijdig en kwalitatief in te vullen.
Bovendien hangt er een financieel zwaard van Damocles boven de otterbescherming.
Na 2027 lopen zowel het INTERREG project Otter over de grens als het Vlaamse Soortenbeschermingsprogramma SBP af.
De broodnodige ontsnippering leunt momenteel zwaar op tijdelijke VAPEO middelen uit het Relanceplan die bovendien al in 2026 uitgeput zullen zijn.
Zonder nieuwe budgettaire garanties dreigt de structurele aanpak volledig stil te vallen.
De grootste blokkade is momenteel echter van bestuurlijke aard door procedures rond De Nieuwe Rand die verlammend werken voor urgente natuurdoelen.


De methodiek van Complexe Projecten gijzelt natuuracties door ze juridisch te koppelen aan grootschalige infrastructuurwerken zoals de A102 of de Nx.
Daardoor worden belangrijke natuurprojecten gereduceerd tot pasmunt of ruimtelijke compensatie voor nieuw asfalt.
In het dossier van de Antitankgracht houdt dit in dat cruciale maatregelen zoals ontharding, ontsnippering, waterberging en de aankoop van gronden om de Schietvelden te verbinden pas lijken te gebeuren zodra de eerste schop voor de wegenwerken de grond in gaat.
Voor de otter en voor ons klimaat is dat simpelweg te laat.
Gezien de dringende situatie brengt GroenRand deze problematiek naar het parlement en vraagt minister Jo Brouns om een spoedig antwoord op zeven kernvragen.
Vraag 1 gaat over de Schietvelden en de strategische aankoop van percelen aan de Essensteenweg, voordat deze onherroepelijk bebouwd worden, aangezien locaties voor kunstwerken bijzonder schaars zijn.


Het ontbreken van een budgettair kader voor schadeloosstelling bij het voorkeursbesluit DNR vormt een juridisch defect conform het arrest van het Hof van Cassatie van 18 februari 2010.
Zonder financiële dekking voor deze bevriezing van gronden hebben eigenaars de munitie om de volledige DNR procedure te laten vernietigen wegens schending van het eigendomsrecht.
Vraag 2 richt zich op de toekomst van het SBP Otter en het financieel vacuüm na 2027 waarbij wordt gevraagd of de voorbereidingen voor verlenging zijn gestart en welke budgetten worden vastgelegd tot 2031 voor het Antitankgracht-project.
Vraag 3 pleit voor volledige financiering van de heropening van gedempte delen (Antitankgracht) in Sint-Job-in-’t-Goor en het Schildestrand, omdat waterretentie via de Blue Deal en ecologische migratie technisch één onverdeelbare ingreep vormen.


Omdat binnen de Gebiedsdeal Droogte 2.0 reeds subsidies zijn toegekend voor aankoop en ontharding is het logisch dat er ook direct in de financiering voor de feitelijke openlegging wordt voorzien.
Het herstellen van deze barrières is essentieel voor biodiversiteit en om genetische verarming door isolatie te voorkomen zodat soorten kunnen overleven in een robuust leefgebied.
Vraag 4 stelt de achtergestelde positie van de regio Antwerpen aan de kaak terwijl het onderzoek voor de N12 (Turnhoutsebaan Oost - Schilde) en de Schietvelden door bureau Hesselteer reeds is afgerond.
Wij vragen om deze dossiers als quick wins uit de trage procedures van De Nieuwe Rand te halen omdat verbindingen tussen het Klein en Groot Schietveld wettelijk dwingend zijn op basis van de Europese Habitatrichtlijn.
De overheid moet een gunstige staat van instandhouding voor soorten als de adder en het heideblauwtje garanderen en genetische isolatie voorkomen op basis van de Europese natuurdoelen en het verslechteringsverbod.
Vraag 5 stelt voor een interdepartementale taskforce op te richten tussen AWV en ANB om de uitvoering van het SBP los te koppelen van de vertragingen binnen De Nieuwe Rand.


Vraag 6 vraagt om structurele financiering voor slibruimingen en de sanering van toxische PCB's en PFAS over de gehele lengte van de gracht om de giftige menukaart weg te nemen en de waterbufferende functie te herstellen.
Vraag 7 vraagt om bevestiging dat de otterbescherming voortaan structureel wordt aangestuurd vanuit het Vlaams beleid met financiële garanties na 2027.
De urgentie laat geen verdere vertraging toe en de reeds onderzochte dossiers moeten nu versneld als quick wins op het terrein worden gerealiseerd.

De Voorkempen door de lens van Ingrid Boumans: De eeuwige sluwheid van de vos

De Voorkempen door de lens van Ingrid Boumans: De tijdloze sluwheid van de vos

dinsdag 24 maart 2026

Vogels van A tot Z: Natuurfotograaf Frank Vermeiren brengt de gekraagde roodstaart tot leven langs de Antitankgracht

Vogels van A tot Z: natuurfotograaf Frank Vermeiren laat de gekraagde roodstaart tot leven komen langs de Antitankgracht

Frank Vermeiren maakte gisteren, 13 maart, een wandeling door de prachtige natuur van de Voorkempen.
Precies op deze route langs de Antitankgracht wist hij vorig jaar in april de gekraagde roodstaart al schitterend in beeld te brengen.
In deze uitgebreide aflevering van de reeks 'Vogels van A tot Z' neemt natuurfotograaf Frank Vermeiren ons mee naar de omgeving van de Antitankgracht, een essentieel deelgebied binnen het projectgebied van GroenRand.
Frank, die de natuur in de Voorkempen en de Antwerpse Kempen als geen ander door zijn lens vastlegt, laat ons kennismaken met een vogel die bij velen nog onbekend is.
We zijn inmiddels beland aan de letter G van Gekraagde roodstaart.


De wetenschappelijke naam Phoenicurus phoenicurus betekent letterlijk 'purperstaart', wat verwijst naar de opvallende rode kleur van de staartpennen.
In de volksmond wordt deze vrolijke verschijning soms ook wel 'zomerroodborst' of 'bonte roodstaart' genoemd vanwege zijn zomerse komst en kleurrijke verenkleed.
Wat een fantastisch nieuws: de gekraagde roodstaart is bijna weer in het land!
Als er één vogel is die de lente in de Voorkempen echt kleur geeft, dan is het dit kleine, beweeglijke juweeltje wel.
De gekraagde roodstaart is een vogelsoort van oude, parkachtige bossen met weinig ondergroei, een biotoop dat in de Voorkempen nog op diverse plaatsen te vinden is.


Je vindt hem vooral op de hogere zandgronden en duinen die begraasd worden, waar open plekken, oude bomen, graslanden of heiden elkaar afwisselen.
Ook in kleinschalig boerenland met oude, lommerrijke erven, houtwallen en singels voelt hij zich uitstekend thuis.
Hij heeft een sterke voorkeur voor habitats met een hoog aandeel oude dennen, eikenhakhout of knotwilgen waarin natuurlijke holtes aanwezig zijn.
Gekraagde roodstaarten zijn holenbroeders die ook graag van nestkasten gebruikmaken, mits deze op de juiste plek hangen.
De vogel is tegenwoordig niet meer zo algemeen als enkele decennia geleden en staat in Vlaanderen als 'Kwetsbaar' op de Rode Lijst.
Volwassen mannetjes zijn een spectaculaire verschijning met een oranjerode borst, zwarte keel, wit voorhoofd en een leigrijze kruin en mantel.
Vrouwtjes zijn een stuk minder opvallend getekend en hebben een grijsbruine rug met een beige tot vaag oranje onderzijde.
Zij onderscheiden zich van de vrouwelijke zwarte roodstaart door een warmere, meer bruine tint in plaats van het koude rookgrijs van hun neefje.
Beide geslachten hebben die overduidelijke roestrode staart waarmee ze voortdurend zenuwachtig trillen zodra ze op een tak landen.
Zijn zang is melancholiek en melodieus, vaak beginnend met een hoge fluittoon gevolgd door een kortere 'huut-hiet-trek-trek'.
De mannetjes zingen vaak vanaf een hoge zangpost, zoals een dode boomtop of een uitstekende tak, om hun territorium af te bakenen.
Hij begint vaak al ruim voor zonsopkomst te zingen en kan dit, vooral in het vroege voorjaar, de hele dag volhouden.
Sommige mannetjes zijn ware kunstenaars in het imiteren van fragmenten van de zang van andere vogels in hun omgeving.
De eileg vindt plaats van half april tot in juli, met een duidelijke piek tussen eind april en de eerste helft van mei.
De vogel is extreem plaatstrouw en keert jaar na jaar vaak terug naar exact dezelfde boomholte of nestkast.
Meestal hebben zij twee legsels per seizoen met doorgaans zes tot zeven prachtige lichtblauwgroene eieren.
De broedduur bedraagt ongeveer twaalf tot veertien dagen en de jongen verblijven daarna nog dertien tot vijftien dagen in de veiligheid van het nest.
Ze nestelen in grote natuurlijke holen, nissen in muren en nestkasten, meestal op een hoogte van slechts enkele meters boven de grond.
Een ideale nestkast voor deze soort heeft een iets ruimere of ovale invliegopening van ongeveer 29 x 55 mm om de baltsbewegingen van het mannetje te vergemakkelijken.
Het leefgebied aan de Antitankgracht biedt een ruim aanbod van oude spechtengaten in de bomen, wat cruciaal is voor hun voortbestaan.
Ook oude hoogstamboomgaarden, die helaas steeds schaarser worden, blijven een favoriete plek voor deze kleurrijke verschijning.
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten en hun larven, maar in het najaar worden ook bessen gegeten om vetreserves op te bouwen.
De vogel jaagt vaak vanaf een lage zitplaats op insecten die hij op de grond vangt, of hij plukt ze behendig uit de lucht zoals een vliegenvanger.
Op trek is de gekraagde roodstaart minder kritisch en kan hij ook in meer open gebieden zoals tuinen en duinstruweel worden waargenomen.
In de winter is hij volledig uit ons land verdwenen, dit in tegenstelling tot de zwarte roodstaart die soms bij bebouwing blijft hangen.


Onze broedvogels overwinteren in de Sahel-regio van Afrika, een reis van wel 5.000 kilometer die ze in drie tot vijf weken afleggen.
Ze zijn hierdoor erg gevoelig voor klimatologische omstandigheden zoals aanhoudende droogte in deze Afrikaanse overwinteringsgebieden.
De najaarstrek naar het zuiden vindt plaats tussen juli en oktober en gebeurt voornamelijk tijdens de nachtelijke uren.
Ook Scandinavische gekraagde roodstaarten trekken in deze periode in grote aantallen door de Belgische en Nederlandse Kempen.
De voorjaarstrek begint voorzichtig eind maart, maar de hoofdmacht keert pas terug tussen half april en eind mei.
Het creëren van natuurverbindingen en het beheer van bosranden zorgt voor de noodzakelijke open plekken die de vogel nodig heeft om te jagen.
Mede dankzij de bescherming van deze vitale verbindingen en het koesteren van monumentale bomen krijgt de gekraagde roodstaart de rust en de ruimte die hij verdient.
Met de camera van Frank Vermeiren in de aanslag hopen we deze lente weer vele nieuwe bewoners te mogen verwelkomen in onze prachtige streek.