zaterdag 25 april 2026

Frank Vermeiren en de ongetemde grasmus van de Voorkempen

Frank Vermeiren en de wilde grasmus van de Voorkempen


In deze nieuwe aflevering van onze natuurreeks trekken we opnieuw de wandelschoenen aan voor een bijzonder project.
Reportagemaker Frank Vermeiren maakt vogelreportages van A tot Z en vandaag zijn we bij de letter ‘G’ aangekomen.
Samen met natuurvereniging GroenRand zetten we de grasmus in de schijnwerpers.
De grasmus (Curruca communis) is een vogel die zijn naam nauwelijks eer aandoet: hij is botanisch noch genetisch een mus en hij leeft evenmin in het gras.
Wie in de vroege meidagen door het halfopen landschap van de Voorkempen wandelt, kan echter niet om hem heen.
In deze regio, gekenmerkt door een mozaïek van kleinschalige landbouw, houtkanten en braakliggende gronden, vindt de grasmus zijn ideale biotoop in dichte braamstruiken en meidoornhagen.
Houtkanten zijn hierbij de cruciale levensaders die als 'groene corridors' fungeren voor de migratie en het broedsucces van deze soort.


Omdat deze landschapselementen steeds vaker verdwijnen, lanceert GroenRand ter ere van haar tienjarig bestaan het ambitieuze project 'Bijtandje-houtkantje'.
Dit initiatief is een essentieel onderdeel van het overkoepelende meerjarenplan Greenconnect, een visie die de versnipperde natuurgebieden in de Voorkempen opnieuw met elkaar wil verbinden.


Greenconnect streeft naar een naadloze ecologische verbinding door de aanleg van faunapassages onder drukke wegen en het herstel van houtkanten die als veilige migratieroutes dienen voor zowel vogels als zoogdieren.
Door deze fysieke barrières te doorbreken en 'groene bruggen' te slaan, wordt het landschap weer één geheel waarin soorten zoals de grasmus zich ongehinderd kunnen verspreiden.
Dit project roept burgers, landbouwers en gemeenten op om een extra krachtinspanning te leveren voor het herstel en de aanplant van nieuwe houtkanten.
Door letterlijk 'bij te tanden' in het netwerk van groene linten, worden ontbrekende schakels in de regio weer opgevuld, wat essentieel is voor de biodiversiteit en de opslag van duizenden tonnen CO2.
Het project richt zich op elf gemeenten en biedt bovendien aantrekkelijke financiële steun via de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), die tot wel 70% van de kosten kan vergoeden.


Het mannetje van de grasmus is een opvallende verschijning met zijn blauwgrijze kopkap en een sneeuwwitte keel die tijdens de zang vervaarlijk opzet, terwijl de roestbruine vleugelranden hem duidelijk onderscheiden van zijn neef, de braamsluiper.
Zijn levenswijze is die van een rusteloze pionier; zodra hij rond half april terugkeert van zijn overwinteringsplekken in de Sahel ten zuiden van de Sahara, begint een koortsachtige activiteit.
Het mannetje bouwt vaak meerdere 'speelnesten' van grasstengels en worteltjes, waarna het vrouwtje de uiteindelijke keuze maakt of zelfs besluit om alles weer af te breken en zelf opnieuw te beginnen als de architectuur haar niet aanstaat.
Dit gedrag getuigt van een fascinerende evolutionaire strategie waarbij het mannetje zijn vitaliteit bewijst door kwantiteit, terwijl het vrouwtje waakt over de kwaliteit van de toekomstige broedplaats.


Zijn zang is een verhaal apart: het is een gejaagd, krassend riedeltje dat vaak klinkt alsof de vogel ruzie heeft met zijn eigen stembanden, wat hem bij vogelaars de bijnaam 'krasmus' heeft opgeleverd.
Hij brengt dit lied vaak ten gehore tijdens een karakteristieke zangvlucht, waarbij hij steil uit een struik omhoog fladdert om vervolgens als een 'stuiterende' parachute weer in de dekking te verdwijnen.
In de volksmond wordt hij soms 'haagkruiper' genoemd, een treffende beschrijving voor zijn gewoonte om onzichtbaar door de diepste braamstruiken te sluipen op zoek naar spinnen en insecten.
De historische naamgeving van de vogel is een etymologisch mysterie; 'grasmus' is hoogstwaarschijnlijk een verbastering van het Duitse Grasmücke, wat weer afstamt van het Oudhoogduitse mucca, wat simpelweg 'vlieg' of 'klein diertje' betekende.


De naam verwijst dus niet naar de mussenfamilie, maar naar een beweeglijk wezentje dat door het struweel 'muckt'.
De geschiedenis van de grasmus in de Voorkempen is nauw verweven met de transformatie van het landschap.
Vroeger, toen de regio nog gedomineerd werd door uitgestrekte heidevelden die langzaam plaatsmaakten voor kleinschalige akkerbouw met dichte houtkanten, was de grasmus alomtegenwoordig.
In oude lokale dialecten van dorpen als Schilde en Ranst sprak men vaak over de 'grauwzinger' of 'grasmosch', namen die doen terugdenken aan een tijd waarin elke boer de vogel herkende aan his krasgeluid bovenop de meidoornhaag.
Echter, de vogel staat ook symbool voor de kwetsbaarheid van migrerende soorten.
De beruchte 'Sahel-crash' van 1968 blijft een zwart hoofdstuk in de ornithologische geschiedenis.
Door extreme droogte in de overwinteringsgebieden verdween in één winter tijd bijna driekwart van de Europese populatie.


Dit zorgde voor een oorverdovende stilte in de Vlaamse velden gedurende de jaren zeventig.
In de Voorkempen, waar de vogel voorheen in elke heg te vinden was, werd hij plots een zeldzaamheid.
Tegenwoordig is de soort echter spectaculair hersteld, mede dankzij herstelprojecten die de ruige overgangszones opnieuw inrichten.
Waarnemingen concentreren zich nu vooral in gebieden zoals de Antitankgracht, die als een ecologisch lint door de regio trekt.
Hier bieden de overwoekerde bunkers en de bijbehorende struwelen de perfecte thermiek en dekking voor de zangvluchten.
Een absolute hotspot is het Groot Schietveld in Brecht, waar de populatie de afgelopen decennia is geëxplodeerd.
In dit militaire domein krijgt de natuur de ruimte om te 'verruigen', precies wat de grasmus nodig heeft.
Waar de moderne landbouw vaak te 'netjes' is geworden, vormen deze gebieden cruciale reservaten.
Langs de Antitankgracht vormt de vogel ook een vaste waarde nabij historische verdedigingswerken zoals het Fort van Oelegem, het Fort van 's-Gravenwezel, het Fort van Brasschaat, het Fort van Ertbrand en het Fort van Stabroek.
Anekdotisch wordt de grasmus vaak beschreven als een vogel met een 'slecht humeur' vanwege zijn norse blik en de karakteristieke witte keel die hem een opgeblazen, bijna boos uiterlijk geeft tijdens territoriale conflicten.
Zijn roepgeluid, een schor "tsjarr", klinkt vaak als een vermaning voor voorbijgangers die te dicht bij zijn braamstruik komen.
Toch is voor de lokale natuurkenner zijn eerste lied in april het ultieme bewijs dat the winter definitief voorbij is.
Zijn levenscyclus is een wonder van uithoudingsvermogen.
Na een hachelijke tocht over de Pyreneeën en de Middellandse Zee arriveert hij in de Voorkempen om zich direct te goed te doen aan de eerste insecten die uit de warme Kempische zandgrond tevoorschijn komen.
Het voedselpatroon van de grasmus verandert echter met de seizoenen.
Terwijl hij in de lente en zomer een fanatieke insecteneter is die de rupsen uit de hagen plukt, schakelt hij in de nazomer over op bessen.


Vlierbessen en bramen zijn dan essentieel om de nodige vetreserves op te bouwen voor de terugreis naar Afrika.
Dit maakt hem tot een belangrijke verspreider van zaden in de regio; de vele vlierstruiken die men langs de randen van het Schijn vindt, zijn vaak 'geplant' door de grasmus en zijn verwanten.
Historisch gezien werd de vogel in de volksgeneeskunde en folklore soms geassocieerd met de bescherming van de oogst, omdat men zag hoe hij schadelijke insecten uit de heg rond de moestuin verwijderde.
Hoewel hij geen opvallende kleuren heeft zoals de ijsvogel of de putter, maakt zijn karakter en zijn rol als 'stem van de braamstruik' hem tot een onmisbaar onderdeel van de lokale biodiversiteit.
Hij is een veerkrachtige overlever die, ondanks de dreiging van klimaatverandering en habitatverlies, dankzij gericht natuurbeheer in jonge bosranden weer volop aanwezig is.
Zelfs in de omgeving van de oude forten, zoals dat van Borsbeek of Wommelgem, vindt hij de nodige rust om ongestoord te broeden.
De aanwezigheid van de grasmus vertelt ons veel over de gezondheid van ons landschap: zolang we ruimte laten voor de braam en de meidoorn, zal zijn schorre maar opgewekte lied door de Voorkempen blijven klinken als een eerbetoon aan de wilde randjes van onze leefomgeving.

De comeback van wilde dieren in onze provincie: zegen of vloek? De nadelen heb je snel in kaart, de voordelen vergen onderzoek

De comeback van wilde dieren in onze provincie: zegen of vloek? De nadelen heb je snel in kaart, de voordelen vergen onderzoek

De provincie Antwerpen pleit ervoor om “probleembevers uit te schakelen” en na de dood van moederwolf Noëlla in maart vragen tegenstanders zich af of Vlaanderen wel geschikt is als habitat. Je zou bijna denken dat we overrompeld worden door de terugkerende wilde dieren, maar er zijn ook veel soorten die verdwijnen. “De soorten die nu voorzichtig terugkeren, doen dat puur omdat ze nu beschermd worden”, zegt Diemer Vercayie van Natuurpunt.

De uitspraken van de gedeputeerde voor Landbouw in de provincie Antwerpen, Jinnih Beels (Vooruit), over het “uitschakelen” van bevers op plaatsen waar ze landbouwakkers onder water zetten, wekt afschuw op bij natuurbeschermers en het Agentschap Natuur en Bos. Bevers zijn beschermde dieren en waren tot voor enkele jaren zelfs uitgestorven in Vlaanderen.

Volgens Diemer Vercayie, adviseur natuurbeleid bij Natuurpunt, is het zeer simplistisch om een opdeling te maken tussen ‘nuttige’ of ‘schadelijke’ teruggekeerde wilde dieren. “Het is veel complexer dan dat. Ieder dier heeft zijn taak in het veel groter ecosysteem.”

“Bijna alle grote soorten werden de voorbije 150 jaar uitgeroeid door de mens. Roofdieren werden onbeteugeld bejaagd. In 1889 werd een staatspremie ingesteld voor het doden van otters, die later nog tweemaal werd verhoogd. Vissers zagen de otters als concurrenten. Burgers kregen bij de gemeente een premie voor elke afgeschoten otter”, vertelt Vercayie. “Uit een thesis van een student blijkt dat praktisch in alle Vlaamse gemeenten zulke otterpremies werden uitgegeven, wat betekent dat de soort in Vlaanderen algemeen verspreid was in nagenoeg alle waterlopen. Pas in 1965 werd de premie op het doden van otters afgeschaft.”

Maar het kwaad was geschied. Tussen 1984 en 2012 was er geen enkele waarneming meer van de otter in Vlaanderen. “Dat die dieren nu voorzichtig terugkeren – bij de otter gaat het heel traag, er is nog geen bewezen voorplanting – komt puur omdat ze nu beschermd worden. Hetzelfde met dieren als de bever en de wolf. Nu al over het opheffen van die bescherming praten, is zeer kortzichtig”, waarschuwt Diemer Vercayie. “De bescherming van die soorten is een keuze om de biodiversiteit te behouden voor ons én voor de generaties na ons.”


Premiejagers

Niet alleen de otter, ook de gewone en de grijze zeehond werden vorige eeuw door premiejagers nagenoeg volledig uitgeroeid in de Scheldedelta en de Noordzee. Voor een afgesneden linkervlerk van een zeehond kregen de mensen een mooie duit. Zeehonden werden ‘stinkdieren’ genoemd. “Dat we ze nu terug kunnen zien zonnen op de zandplaten aan de Belgische kust, mogen we niet vanzelfsprekend nemen.”

De nadelen heb je snel in kaart, de voordelen vergen onderzoek. En daar wordt meestal geen geld in gestoken, zegt Vercayie. “Niemand zal klagen over voordelen. Wist je dat de biomassa van de honden op onze planeet groter is dan de biomassa van alle wilde landzoogdieren die op aarde leven? De biomassa van de wilde dieren bedraagt nog maar 5,6%, onderverdeeld in 1,7% wilde landzoogdieren en 3,7% zeezoogdieren. De mens neemt 36,1% van de biomassa in, het vee 58,3%.”

Diemer Vercayie verwijst naar de terugkeer van de steenmarter. “We moeten opnieuw op een conflictvrije manier proberen samen te leven. Er zijn oplossingen. Beverdammen kunnen verlaagd worden om de waterstand naar beneden te brengen. Voor wolven, bestaan er wolvenproof omheiningen. Wij vinden het normaal dat wagens waterdicht zijn, de autoconstructeurs moeten er ook voor zorgen dat auto’s steenmarterdicht zijn, want ze maken deel uit van onze natuurlijke omgeving.”

Wat velen vergeten: de vos is ook nog maar sinds 2003 terug. De meeste kippenhouders weten intussen dat ze hun hok elke avond moeten afsluiten. “We zitten in een overgangssituatie. Nu is het zaak om structurele oplossingen te vinden en vooral te implementeren zodat we ons landschap in de toekomst kunnen delen met zo weinig mogelijk conflicten”, besluit Vercayie.

Insectenarmoede

Wie over de terugkeerders spreekt, mag niet zwijgen over de schaduwkant en alle soorten die de voorbije decennia verdwenen zijn in Vlaanderen en níét terugkeren. Dat zegt bioloog en publicist Dirk Draulans. De insectenarmoede is bijvoorbeeld heel groot.

“De bosvogels doen het momenteel goed, omdat onze bossen beter beschermd worden”, stelt Draulans vast. “Bijna alle roofvogels zijn terug. Ik herinner me dat er in de jaren zeventig dagen waren dat ik geen enkele roofvogel zag. Het was toen een voorrecht om eens een buizerd te spotten. De jacht, maar ook het gebruik van het in 1974 verboden insectendodend middel DDT (dichloordifenyltrichloorethaan, red.) door de landbouwers zorgde toen voor massale sterfte.”

“Tuinvogels doen het ook goed, maar het is verontrustend dat sommige vogelsoorten echt aan het crashen zijn”, vertelt Dirk Draulans. “De huismus en de spreeuw doen het heel slecht, zeker in landbouwgebied. Ook weide- en akkervogels doen het heel slecht. In mijn jeugd hoorde je overal ortolanen en veldleeuweriken zingen. Door het verdwijnen van hagen en houtkanten en het intensief akker- en weidebeheer zijn die bijna overal verdwenen. Ons landschap wordt uitgekleed. Ik weet niet of het je al is opgevallen, maar zelfs Turkse tortels zie je steeds minder.”

In de Schelde is de biodiversiteit wel verbeterd door de waterzuivering. “De houting, een vissoort die al honderd jaar uitgestorven was, werd drie jaar geleden teruggevonden in de Schelde bij Kruibeke. Ook de fint, een haringachtige trekvis, is terug van weggeweest.”

De uitspraken van gedeputeerde Jinnih Beels over “het uitschakelen van probleembevers”, betreurt Draulans. “Het is duidelijk dat ze het dossier niet kent en gebrainwasht is door de Boerenbond. Haar uitspraken over hoe bevers onze voedselzekerheid in gevaar brengen omdat ze wat akkers onder water zetten, slaan nergens op. De boeren zitten op een aardappelberg van 860.000 ton. Het is bon ton om alles wat misloopt op de bever af te schuiven, in plaats van ze als wateringenieurs te zien. Op normale bodems zou het water beter intrekken, maar die bodemstructuur is zo hard- en vastgereden tegenwoordig door de kolossale landbouwmachines die tegenwoordig gebruikt worden.”

“De Aziatische hoornaar is nu volksvijand nummer één, maar er wordt met geen woord gerept over het bombardement aan pesticiden dat nog veel bedreigender is voor de bijen.”

Amper tien jaar geleden verklaarde Dirk Draulans nog in een interview dat hij met een gerust hart zijn kop zou kunnen leggen als de terugkeer van de wolf een feit is. “Ik had me al een nieuw target gesteld: de zeearend. Door afschot en pesticiden waren die ook helemaal uitgestorven. Maar kijk: sinds drie jaar broedt er weer een koppel zeearenden in natuurgebied De Blankaart bij Diksmuide. Marc Smets, conservator van het Turnhouts Vennengebied, vertelde me onlangs dat hij er tegenwoordig meer zeearenden ziet overvliegen dan ringmussen. Dat is goed nieuws, maar tegelijk dramatisch slecht nieuws, want de ringmus was vroeger een algemene soort.”


Terugkerende soorten in Vlaanderen

Zoogdieren


Vogels

Bronnen: Verkem et al 2003- Zoogdieren in Vlaanderen/INBO/waarnemingen.be/ Natuurpunt/KBIN/Natuur.oriolus/Natuurbericht


Deze dieren crashen:

Over alle soortgroepen heen is 28,9% van de wilde dieren in Vlaanderen bedreigd.


Insecten

Zoogdieren

Vogels


38% van de broedvogels in Vlaanderen zijn bedreigd (Rode lijst broedvogels 2016).

Habitats: slechts 2 van de 46 Europees beschermde habitats in Vlaanderen in goede toestand.

Burgers aan het woord

De recente dood van wolvin Noëlla en de discussie over probleembevers hebben het debat over wilde dieren in Vlaanderen weer op scherp gezet. Hoewel de terugkeer van deze soorten het resultaat is van betere bescherming, roept het bij de Vlaming gemengde gevoelens op. Is er in ons dichtbevolkte landje nog wel plek voor echte wildernis? Volgens natuurvereniging GroenRand ligt het antwoord in één woord: ontsnippering.
De mens als spelbreker

Veel Vlamingen wijzen naar de mens als de hoofdschuldige voor de verstoorde natuur. De mens maakt alles kapot, stelt David Dejaeghere. Voor hem is de bescherming van dieren een noodzakelijke correctie op de enorme ontginning van grondstoffen. Ook Sven Philips en Johan Lauwers treden hem bij: niet de dieren, maar de mens is de grootste vernietiger van het ecosysteem. Het herstellen van het evenwicht kost tijd, maar is volgens hen de enige weg vooruit.
Vlaanderen als wildlife-reservaat: een utopie?

Tegenover dit enthousiasme staat een grote groep sceptici die wijst op de praktische grenzen. Vlaanderen is simpelweg te verstedelijkt. Om de paar honderd meter is er een weg of een woning, zegt Maria Peeters. Zij ziet de vele doodgereden wolven als bewijs dat onze regio niet geschikt is voor dieren die uitgestrekte gebieden nodig hebben. Ook Bart Van der Heyden herinnert eraan dat onze voorouders deze dieren niet zonder reden hebben verdreven. Voor hem is het een utopie om te denken dat de natuur in een regio als de onze zelf haar evenwicht kan vinden.
De visie van GroenRand: Ontsnippering als sleutel

Natuurvereniging GroenRand ziet dit echter anders. Voor hen is het probleem niet het gebrek aan ruimte, maar de versnippering ervan. In hun visie is ecologische ontsnippering dé fundamentele oplossing om natuur en mens in een dichtbevolkt Vlaanderen te laten samenleven.
Door natuurgebieden weer met elkaar te verbinden via ecoducten, tunnels en groene corridors, ontstaan er grotere, veilige leefgebieden. Dit verlaagt niet alleen het aantal verkeersslachtoffers onder dieren, maar verkleint ook de kans op conflicten. Wanneer dieren zich veilig door natuurlijke verbindingen kunnen verplaatsen, duiken ze minder snel op in woonwijken of op plekken waar ze overlast veroorzaken. Een robuust groen netwerk over heel Vlaanderen is volgens de vereniging noodzakelijk om wilde soorten een eerlijke kans te geven.
Veiligheid en landbouw onder druk

Toch blijft de vrees bestaan. Een dier blijft een dier en als het in het nauw geraakt, zorgt dat voor problemen, merkt Ria Van Dyck op. Paul van Herck vraagt zich af hoe ver we kunnen gaan ten koste van de landbouwers. GroenRand pleit hier voor een nuchtere aanpak: in plaats van dieren zoals de bever simpelweg uit te schakelen, moeten we investeren in preventie, zoals het plaatsen van beverpipes om waterstanden te regelen of het wolf-proof maken van veeweides.
De weg naar een broos evenwicht

De roep om een nuchter beheer klinkt luid. Kris Claessens stelt dat de comeback een zegen is, mits er geen extra nadelen bij komen. Waar sceptici muren of hekken zien als oplossing, ziet GroenRand bruggen en verbindingen. Door strategische sleutelgronden aan te kopen en de natuur weer als één samenhangend netwerk te zien, kan Vlaanderen volgens hen veranderen van een verstedelijkt knelpunt in een veerkrachtig landschap waar mens en dier hun plek vinden.
Zolang de ruimte schaars blijft, zal de discussie waarschijnlijk even wild blijven als de wolf zelf. Maar met de juiste verbindingen hoeft natuurherstel in Vlaanderen geen utopie te blijven.

vrijdag 24 april 2026

Het gouden duo: hoe boeren en bijen de Voorkempen kleur geven

Het gouden duo: hoe boeren en bijen samen de Voorkempen kleur geven



De zon breekt krachtig door in Oostmalle op het erf van landbouwer Wouter Van Hoeck waar de geur van ontwakende aarde de lucht vult.
Het is de dag waarop tv-maker en natuurambassadeur Dieter Coppens het officiële startschot geeft voor een nieuwe editie van de campagne ‘Bye Bye Gazon’.
Waar de focus voorheen vooral op de achtertuin van de burger lag, zorgt natuurvereniging GroenRand er in 2026 voor dat de landbouwsector de erkenning krijgt die zij verdient als onmisbare partner voor biodiversiteit.


Dit alles gebeurt onder de brede koepel van het project ‘Bijtandje Houtkantje’ waarmee de vereniging gemeenten in de Voorkempen stimuleert om werk te maken van kleine landschapselementen.
Volgens GroenRand stopt de natuur immers niet aan de omheining van een reservaat, maar vormen de open ruimte van de landbouwer en de tuin van de burger samen één robuust ecologisch netwerk.


Dieter Coppens herhaalt op het erf zijn krachtige pleidooi dat het natuurgebied in Vlaanderen zou verdubbelen als elke Vlaming slechts één vierkante meter gras laat groeien.
Mede dankzij de stimulans van GroenRand wordt die individuele vierkante meter nu echter slim gekoppeld aan het grotere landschap via zogenaamde stapstenen.


Natuurvereniging GroenRand riep het jaar 2025 al uit tot het Jaar van de Bij om bestuivers zoals bijen, hommels en vlinders extra in de schijnwerpers te zetten.
Met dit thema legde de vereniging de nadruk op collectieve inspanning, aangezien een bijenvolk enkel kan overleven door een principe van samenwerking dat essentieel is voor biodiversiteit.
De visie draait om het doorbreken van de hokjesmentaliteit waarbij landbouwers, overheden en burgers resoluut de handen in elkaar moeten slaan.


Om deze gezamenlijke inzet te bekronen, werd de jaarlijkse award De Groene Duim in 2025 uitgereikt aan Els Beeckx voor haar bezielende rol als bijenambassadeur.


Zij bracht de kracht van gedeelde verantwoordelijkheid in de praktijk via succesvolle campagnes zoals #ByeByeGazon en #LaatZeLiggen.
Het uiteindelijke doel is het creëren van een uitgestrekt bijenbuffet dat de broodnodige verbinding vormt tussen de verschillende groene kernen in de regio.
Zelfs voor bezitters van een robotmaaier is er geen excuus meer, want deze kunnen eenvoudig zo worden afgesteld dat ze bepaalde zone overslaan om nectarbars te sparen.


Dat de aftrap plaatsvindt bij Wouter Van Hoeck is een bewuste keuze die nauw aansluit bij de filosofie van een natuurinclusieve landbouw.
Wouter toont als gastheer aan dat een modern landbouwbedrijf geen eiland is, maar juist de motor van de lokale biodiversiteit kan zijn.
Een gezonde bodem en een rijkdom aan bestuivers zijn voor hem geen extraatjes, maar de fundamentele basis van zijn dagelijkse productie.
Wouter staat met de voeten in de klei en belichaamt de samenwerkingsgeest die GroenRand zo koestert om echt impact te maken.


De gemeente Malle nam eind 2025 zelf het initiatief voor een grootschalige actie waarbij het startschot werd gegeven voor een groenere toekomst.
Tijdens een gecoördineerde actiedag werd al het plantgoed voor meer dan 1,5 kilometer aan nieuwe hagen, heggen en bomenrijen verdeeld onder de enthousiaste deelnemers.
Hoewel de logistieke verdeling op één dag plaatsvond, gingen burgers en boeren in de daaropvolgende periode verspreid over hun eigen percelen aan de slag om al dit groen te planten.


Als erkenning voor dit sterke partnerschap ontving schepen Patho de Groene Duim, een onderscheiding die het succes onderstreept van een beleid dat landbouwers als volwaardige partners ziet.
Deze landschapselementen bieden beschutting aan vee, gaan bodemerosie tegen en vormen de perfecte snelweg voor insecten doorheen de hele Voorkempen.
Financieel worden dergelijke grootschalige projecten ondersteund door Europese LEADER-subsidies die specifiek bedoeld zijn voor plattelandsontwikkeling en innovatieve samenwerkingen.
Dankzij deze middelen kunnen landbouwers en lokale besturen investeren in kwalitatief plantgoed en professioneel advies om de biodiversiteit op het terrein maximaal te laten renderen.


Dieter Coppens vult aan dat we de rol van de boer vaak vergeten, net zoals we de cruciale rol van de bij vaak over het hoofd zien.
Hij noemt hen het gouden duo, omdat de een simpelweg niet zonder de ander kan in ons complexe ecosysteem.
Landbouwers zijn voor hun voedselproductie namelijk direct afhankelijk van de bestuivingsdiensten die de natuur gratis aan ons levert.
Zonder deze kleine helpers zouden we geen verse groenten en fruit meer op ons bord hebben liggen.


GroenRand benadrukt dat de verbinding tussen bosgebieden en landbouwgronden de enige weg is naar een werkelijk veerkrachtig klimaat.
De inwoners van de Voorkempen hebben door hun massale deelname aan de plantacties bewezen dat er een groot draagvlak is voor deze groene revolutie.
Elke nieuwe houtkant fungeert als een schuiloord voor kleine zoogdieren en een navigatiepunt voor bijen op zoek naar voedsel.
Door boeren en burgers via projecten als Bijtandje Houtkantje samen te brengen, laat GroenRand een blijvende erfenis van verbinding achter.
Of je nu een bloemenstrook zaait of een haag plant, elke actie draagt bij aan een groter geheel in de strijd voor een klimaatrobuuste regio.
De toekomst van onze biodiversiteit ligt immers in de handen van degenen die vandaag de schop in de grond durven steken.
Samen bouwen we aan een landschap waar mens, dier en landbouw in perfecte harmonie kunnen floreren voor de generaties die na ons komen.

Beleefweek: een week vol natuuravonturen in het Grenspark Kalmthoutse Heide

Beleefweek: zeven dagen vol natuuravonturen in het Grenspark Kalmthoutse Heide



De pen van Glenn - foto's: voorfoto: Ivo Schut - andere foto's: Mark Mertens

Voor de vereniging GroenRand is het Grenspark Kalmthoutse Heide niet zomaar een natuurgebied, maar de onmisbare ecologische motor die de volledige natuurlijke ruggengraat van de regio moet aandrijven.
De visie van GroenRand is glashelder: zij streven onvermoeibaar naar het realiseren van robuuste fysieke verbindingen tussen de versnipperde natuurkernen van de Kalmthoutse Heide, de uitgestrekte Schietvelden van Brasschaat en Wuustwezel, en de bosrijke gebieden van het Moretusbos en Ravenhof.
In dit grotere landschappelijke geheel fungeert de Antitankgracht als een cruciale groene corridor, een levensader die als een natuurlijke brug dient om versnippering tegen te gaan en de weg vrijmaakt voor de broodnodige genetische uitwisseling tussen populaties.


Het ultieme speerpunt van GroenRand is de erkenning van dit gehele gebied als een volwaardig, grensoverschrijdend Nationaal Park.         
Het Masterplan voor het Grenspark Kalmthoutse Heide vormt de blauwdruk om het gehele gebied te transformeren tot een volwaardig, officieel erkend en grensoverschrijvend Nationaal Park.
De kern van deze visie is het overstijgen van de huidige versnippering door natuurkernen zoals de heide, de Brabantse Wal, het Markiezaatsmeer en militaire domeinen zoals het Groot en Klein Schietveld met elkaar te verbinden.
Dit streven voorziet een schaalvergroting naar een totale oppervlakte van 14.000 hectare, waarbij de huidige snippers natuur versmelten tot één internationaal erkend en ononderbroken landschap van meer dan 60 vierkante kilometer aan kernnatuur.
Cruciale schakels zoals de as van de Antitankgracht en aanleunende bossen worden hierbij ingezet als groene aders die de verschillende zones naadloos aan elkaar smeden.
Door deze integratie ontstaat een robuust natuurmassief dat de biodiversiteit versterkt, migratie van soorten zoals de adder bevordert en de ecologische verbinding met de Brabantse Wal definitief veiligstelt.
Dit grensoverschrijdende project creëert een naadloos aansluitend geheel dat fungeert als één krachtig ecologisch systeem voor de gehele regio.                   


Deze ambitie wordt kracht bijgezet tijdens de jaarlijkse Beleefweek Soortenrijk, die integraal onderdeel uitmaakt van de Week van de Nationale Parken, en loopt van 17 tot en met 25 mei, een periode waarin de natuur in en rondom het Grenspark in haar volle glorie wordt gevierd.
Deze feestweek is strategisch gepland rondom vier internationale mijlpalen: Wereld Bijendag op 20 mei, Natura 2000-dag op 21 mei, de Internationale Dag van de Biodiversiteit op 22 mei en de European Day of Parks op 24 mei, de dag waarop de Europese nationale parken gezamenlijk hun oprichting vieren.
Samen met de 21 officiële Nederlandse Nationale Parken, het Agentschap voor Natuur en Bos en Natuurpunt is er een programma ontwikkeld dat de biodiversiteit op een voetstuk plaatst en volledig raadpleegbaar is via grensparkkalmthoutseheide.com.


Bezoekers worden uitgenodigd om op pad te gaan met gepassioneerde natuurgidsen die hen meenemen naar de meest afgelegen plekken om te speuren naar zeldzaamheden zoals de maanwaterjuffer tijdens een gespecialiseerde libellenwandeling langs de vennen.
Vogelliefhebbers kunnen hun hart ophalen tijdens intensieve vogelexcursies bij het Stappersven, een gebied waar de rust en weidsheid ideale omstandigheden bieden om met een beetje geluk de imposante zeearend boven de waterplas te zien cirkelen of de roep van de wulp te horen.
Voor wie gefascineerd is door het allerkleinste leven, is er de insectensafari, waarbij experts tonen hoe de heide krioelt van het leven dat normaal gesproken aan het menselijk oog ontsnapt, van zandbijen tot zeldzame loopkevers.


Bij het vallen van de avond transformeert het landschap en kunnen avonturiers op zoek gaan naar nachtvlinders bij het schemerlicht op Het Zonneveld, een unieke plek waar wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat er al meer dan duizend verschillende soorten voorkomen die essentieel zijn voor de bestuiving en als voedselbron voor vleermuizen.


Wie de natuur letterlijk wil proeven, kan zich inschrijven voor de culinaire smikkel-smakkelwandeling door de Withoefse Heide, een tocht die natuurbeleving combineert met lokale smaken en geboekt kan worden via de webshop van Visit Kalmthout.
Een intellectueel en wetenschappelijk hoogtepunt van de week is de lezing "Overleven op zes pootjes" door de bekende wetenschapscommunicator Petra Vijncke op vrijdag 22 mei om 19:30 uur in bezoekerscentrum De Vroente aan de Putsesteenweg 129, de poort naar de heide.


Tijdens deze lezing onthult Petra Vijncke de ingenieuze en vaak meedogenloze overlevingsstrategieën van insecten, waarbij ze diep ingaat op hun verbazingwekkende bouwplannen, hun camouflage en hun cruciale rol in ons ecosysteem, waarvoor je gratis kunt inschrijven via dit formulier.
In het kader van de Internationale Dag van de Biodiversiteit op 22 mei opent ook Arboretum Kalmthout aan de Heuvel 2 zijn deuren voor een bijzondere avondrondleiding waarin de verborgen kracht van bomen en de exotische flora centraal staan, waarbij de interactie tussen de tuin en de omliggende heide wordt belicht.


Creativiteit krijgt ook een plek in het programma: zo kunnen bezoekers hun eigen wildbijenhotel bouwen bij het Karrenmuseum of deelnemen aan een unieke artistieke wandeling genaamd "Dagboek van een grove den" onder leiding van kunstenares Anaïs Berck, waarbij de boom als levend archief wordt beschouwd.
Ook het Bijenteeltmuseum speelt een belangrijke rol tijdens Wereld Bijendag, waarbij de focus ligt op de onvervangbare bestuivingsdiensten die wilde bijen en honingbijen leveren aan onze voedselketen en de kwetsbare heideflora zoals de dophei en struikhei.


Parallel aan alle activiteiten loopt van 9 tot en met 31 mei de grootschalige Soorten Challenge, een burgerwetenschapsproject waarbij iedereen wordt opgeroepen om elke waarneming van een plant, dier of schimmel te registreren om de ecologische waarde van het gebied cijfermatig te onderbouwen.
Dit kan eenvoudig via de app ObsIdentify, die met behulp van kunstmatige intelligentie soorten herkent, of via de gespecialiseerde websites waarnemingen.be voor de Belgische zijde en waarneming.nl voor de Nederlandse zijde, waardoor de data direct bruikbaar zijn voor wetenschappelijk beheer.


In voorgaande jaren heeft deze gezamenlijke inspanning al geleid tot spectaculaire data, met duizenden meldingen van zeldzame soorten zoals de gladde slang, de boomleeuwerik, de witsnuitlibel en zelfs de mysterieuze oehoe, wat het belang van het Grenspark als toevluchtsoord onderstreept.
Het succes van deze challenge is live te volgen op het openbare BioBlitz dashboard, wat een prachtig en dynamisch overzicht geeft van de actuele biodiversiteit die in dit grensoverschrijdende landschap aanwezig is.


Het Grenspark benadrukt echter dat, hoewel het enthousiasme voor het speuren groot is, de bescherming van de natuur altijd voorrang heeft, zeker omdat deze Week van de Nationale Parken midden in het kwetsbare broedseizoen valt.
Bezoekers worden daarom met klem verzocht om strikt op de aangeduide paden te blijven en de 'kraamkamers' van de natuur niet te verstoren, zodat de vogelstand en de jonge fauna de rust krijgen die ze nodig hebben om dit nieuwe leven veilig groot te brengen.


Door deel te nemen aan deze week draag je direct bij aan de missie van GroenRand en de beheerders om aan te tonen hoe waardevol een aaneengesloten, grenzeloos natuurgebied is voor de toekomst van onze leefomgeving en het klimaat.
Al deze verschillende facetten—van wetenschap en educatie tot kunst en sportieve beleving—smelten samen tot één krachtig pleidooi voor het behoud en de verdere uitbouw van de Kalmthoutse Heide als het kroonjuweel van de Vlaams-Nederlandse natuurgebieden en een toekomstig verenigd Nationaal Park.
Het ultieme doel blijft dat elke bezoeker na deze week naar huis gaat met een dieper begrip van waarom deze ecologische verbindingen, de versterking van groene corridors en de status van een officieel Nationaal Park essentieel zijn voor de overleving van onze unieke lokale biodiversiteit.