Het beschermen van de natuurlijke balans rond de Antitankgracht
Omdat deze nieuwkomers hier meestal geen natuurlijke vijanden hebben, krijgen ze de kans om zich vrij voort te planten en uit te breiden, waarbij ze zich vaak razendsnel verspreiden en zich moeiteloos aanpassen aan uiteenlopende omstandigheden.
Tijdens dit proces ontnemen ze onze vertrouwde inheemse soorten de broodnodige voeding, ruimte en het licht, waardoor het voor hen steeds lastiger wordt om te overleven in hun eigen vertrouwde omgeving.
Sommige van deze invasieve soorten gaan nog een stap verder, want ze voeden zich met andere planten of dieren, waardoor lokale populaties flink kunnen afnemen of in het ergste geval helemaal verdwijnen.
Andere soorten brengen ziektes mee waar onze lokale bewoners simpelweg niet tegen bestand zijn, wat extra druk op de natuur legt.
Daarnaast kunnen deze planten en dieren hun omgeving sterk veranderen door de bodem, het water of zelfs de structuur van een heel ecosysteem te beïnvloeden.
Denk bijvoorbeeld aan waterplanten zoals de grote waternavel of de waterteunisbloem, die waterlopen helemaal kunnen overwoekeren, of aan soorten zoals de Amerikaanse stierkikker, die het zuurstofgehalte in het water verlaagt.
Planten zoals de reuzenbalsemien, die bodemerosie in de hand werkt, of de Japanse duizendknoop, de Amerikaanse vogelkers en de acacia, vormen een flinke uitdaging voor de biodiversiteit in deze regio.
Daardoor raken ecosystemen uit balans en verdwijnen kwetsbare soorten, waardoor invasieve uitheemse soorten wereldwijd een van de belangrijkste oorzaken van biodiversiteitsverlies zijn.
Vaak komen deze soorten hier terecht door menselijk handelen, meestal zonder dat we het doorhebben, bijvoorbeeld via de handel in planten, huisdieren of aquariumbewoners.
Ook transport speelt een belangrijke rol omdat soorten ongemerkt kunnen meereizen met schepen vracht of verpakkingen of simpelweg meeliften op machinerie kleding bagage of zelfs in de auto.
Eenmaal in België kunnen ze in de vrije natuur belanden wanneer tuinplanten zich buiten de omheining verspreiden of wanneer dieren worden vrijgelaten door hun eigenaars.
Sommige soorten zoals de Aziatische hoornaar verspreiden zich bovendien verder vanuit onze buurlanden waar ze zich al eerder succesvol hadden gevestigd.
Het is goed om te bedenken dat invasieve uitheemse soorten altijd door toedoen van mensen worden geïntroduceerd, want zonder die invloed zouden ze natuurlijke grenzen nooit kunnen passeren.
Klimaatverandering speelt echter een ondersteunende rol in wat er daarna gebeurt, omdat soorten die door mensen zijn geïntroduceerd zich tegenwoordig makkelijker kunnen vestigen en overleven, iets wat vroeger niet mogelijk was.
Daarnaast zijn er soorten die zich door de opwarming van de aarde zelfstandig naar nieuwe gebieden verplaatsen, maar dit natuurlijke aanpassingsproces wordt niet gezien als een invasieve introductie.
België pakt deze problematiek aan op verschillende niveaus waarbij de federale overheid en de gewesten nauw samenwerken binnen de Europese regelgeving.
Die regels bepalen onder andere dat bepaalde schadelijke soorten niet mogen worden ingevoerd verkocht gekweekt of vrijgelaten in de natuur.
Bovendien verplicht Europa de lidstaten om soorten snel op te sporen op te volgen en aan te pakken wat in de praktijk betekent dat ze actief gemonitord en gemeld worden.
Er zijn systemen opgezet voor een snelle detectie en er worden voortdurend actieplannen en beheersmaatregelen uitgewerkt om de impact te beperken.
Ook de gewesten nemen extra maatregelen door bijvoorbeeld specifieke planten te verbieden of samen te werken met de tuinbouw en handel rond codes voor goede praktijk.
Daarnaast lopen er diverse natuur- en onderzoeksprojecten en wordt er via campagnes en informatie hard ingezet op bewustmaking waarbij alle informatie en links te vinden zijn op de centrale overzichtspagina.
Natuurlijk vormen niet alle uitheemse soorten direct een probleem want pas wanneer een soort echt schade veroorzaakt aan de natuur onze gezondheid of de economie wordt ze als invasief bestempeld.
Afhankelijk van de ernst van de situatie gebeurt de aanpak op drie manieren namelijk het volledig verwijderen uit een gebied het indammen tot één specifieke zone of het onder controle houden van de populatie.
Soorten die nog niet wijd verspreid zijn en relatief eenvoudig aan te pakken zijn worden meestal zo snel mogelijk verwijderd omdat vroeg ingrijpen de grootste kans op succes biedt tegen de laagste kosten.
Sommige soorten zijn echter al zo wijd verspreid dat volledige verwijdering praktisch onmogelijk is geworden of ze zijn simpelweg te moeilijk te bestrijden bij gebrek aan efficiënte methodes of mankracht.
Daarnaast kunnen soorten snel opnieuw opduiken vanuit onbehandelde privéterreinen door hergroei na een onvolledige verwijdering of door instroom vanuit andere landen.
Zelfs wanneer er wordt ingegrepen blijft het een blijvende uitdaging om een soort onder controle te houden waardoor experten en overheden keuzes moeten maken over waar actie het meeste effect heeft.
Natuurvereniging GroenRand deelt graag enkele inzichten, omdat vrijgelaten of ontsnapte dieren zoals grondeekhoorns, waterschildpadden of kooivogels vaak een belangrijke bron van verspreiding vormen.
Wanneer je eraan denkt om een nieuw huisdier te nemen is het fijn om een dier te kiezen dat echt past bij jouw situatie en te zorgen voor een veilige omgeving waaruit het niet kan ontsnappen.
Het is ook verstandig om even op de gewestelijke website te verifiëren of je de soort wel als huisdier mag houden en als je niet langer voor een dier kan zorgen is het beter om een opvang te zoeken dan het vrij te laten.
Hetzelfde geldt voor de planten in de tuin: het is handig om je vooraf goed te informeren over de soort en te voorkomen dat ze zich gemakkelijk buiten je eigen tuin verspreiden.
Je kunt de verspreiding makkelijk voorkomen door bloemen op tijd te snoeien voordat ze zaden vormen en door zorgvuldig om te gaan met snoei- en tuinafval.
Omdat sommige planten maar een klein stukje nodig hebben om opnieuw te groeien, is het verstandig om tuinafval nooit in bossen, bermen of langs waterlopen zoals de Antitankgracht te dumpen.
Verwerk plantenresten bij voorkeur in je eigen compost of via de lokale groenafvalstroom en wees extra voorzichtig met vijverplanten zodat deze niet in grachten of rivieren belanden waar ze alles kunnen overwoekeren.
Het is ook een goed idee om nieuwe planten voor het planten even te controleren op meelifters zoals onkruid mieren of platwormen in de potgrond zodat je deze eerst kunt verwijderen.
Wie zelf aan de slag gaat met het verwijderen van invasieve soorten doet dit best voorzichtig om te voorkomen dat achterblijvende fragmenten de groei juist stimuleren of dat inheemse soorten per ongeluk schade oplopen.
Omdat er strikte regels zijn voor het welzijn van dieren en de benodigde vergunningen, is het beter om niet zomaar zelf in te grijpen, maar eerst de officiële richtlijnen van natuurorganisaties of de overheid te bekijken.
Meedoen aan georganiseerde acties is vaak de meest effectieve manier, en met simpele gewoontes zoals het schoonmaken van je schoenen en spullen na een natuurwandeling draag je al veel bij.
Door waarnemingen te melden help je soorten sneller opsporen, terwijl het niet verplaatsen van aarde, planten of dieren voorkomt dat bijvoorbeeld rivierkreeften per ongeluk nieuwe gebieden bereiken.
Wist je dat sommige planten niet mogen groeien in de buurt van waterlopen, en dat de tuinbouwsector voor bepaalde soorten zelfs vrijwillig is gestopt met de verkoop?
Alle praktische tips en lijsten met veilige alternatieven vind je in de gidsen van de verschillende gewesten, want samen maken we met elke kleine actie een groot verschil voor onze biodiversiteit.