vrijdag 3 juli 2026

Het Bont Zandoogje door de Lens van Frank Vermeiren voor GroenRand

Het bont zandoogje door de lens van Frank Vermeiren voor Groenrand


Wie tegenwoordig door de schaduwrijke bospaden van het Zoerselbos flaneert kan er werkelijk niet meer omheen.
Glinsterend in een toevallig binnengevallen zonnestraal danst een vlekkerig bruingeel silhouet vrolijk op en neer langs de houtkanten.


Het betreft hier het bont zandoogje, een uiterst standvastige bewoner van onze bosrijke Voorkempen.
Voor de ambitieuze vlinderreeks van GroenRand belichten we onder de letter A met veel enthousiasme deze charmante bosvlinder.
De reportage wordt visueel tot leven gebracht door de geduldige lens van natuurfotograaf Frank Vermeiren wiens beelden het unieke gedrag feilloos registreren.


Achter de deftige wetenschappelijke naam van deze dagvlinder schuilt bovendien een heerlijk mythologisch verhaal.
De naam verwijst namelijk rechtstreeks naar de Romeinse waternimf Egeria die in een schaduwrijk bos wijze en goddelijke raad gaf.


De genusnaam is dan weer een samentrekking van Griekse woorden die hinten naar de glanzende lichte vlekken op de vleugels.
Geschiedkundig gezien is deze fladderaar echter ook het middelpunt van een opmerkelijk ecologisch mysterie.


In de negentiende eeuw werd de soort in Vlaanderen nog beschouwd als een uiterst zeldzame en schuwe bosbewoner.
Tot ver in de jaren tachtig kwam de vlinder vooral voor in de uitgestrekte, aaneengesloten wouden in het verre oosten van het land.


Vandaag de dag is dat historische beeld gelukkig radicaal gekanteld door de enorme veerkracht van het beestje.
Waar veel andere vlindersoorten zwaar afzien door de achteruitgang van de biodiversiteit is het bont zandoogje een rasechte winnaar.
De soort heeft zich in een mum van tijd razendsnel aangepast aan het moderne en sterk versnipperde landschap van de Voorkempen.


Hij verliet het diepe donkere woud en veroverde met overtuiging de lokale houtkanten, spoorbermen en ecologische tuinen.
Het herstel en de bescherming van deze groene, lijnvormige landschapselementen is momenteel een absolute topprioriteit voor GroenRand.
Om deze cruciale groene linten extra in de verf te zetten voert de vereniging momenteel de super ludieke campagne Bijtandje Houtkantje.
Met een grappige mascotte die beschikt over een heus struikgebit trekt de organisatie vol humor en vuur ten strijde voor ons lokale landschap.
Deze actie moedigt burgers, gemeenten en landbouwers aan om letterlijk een tandje bij te steken bij de aanplant van inheemse struiken.
GroenRand wil met dit initiatief actief gaten in de natuur dichten en versnipperde leefgebieden weer naadloos met elkaar verbinden.


De lokale campagne haakt hiermee prachtig in op het grote Vlaamse Houtkantenplan dat streeft naar honderd kilometer aan gloednieuwe houtkanten.
Dit ambitieuze plan is niet alleen goed voor de biodiversiteit, maar zorgt via deze struikenrijen ook voor de opslag van ruim twaalfduizend ton extra CO2.


Voor het bont zandoogje fungeren deze dichte netwerken van houtkanten als ware biologische snelwegen om vlot door de Voorkempen te reizen.
Wie de tijd neemt om de vlinder in zo een houtkant te observeren stuit onvermijdelijk op een fascinerend stukje insectenpsychologie.


Het mannetje van het bont zandoogje is namelijk een rasechte vastgoedbeheerder met een vurig en hyperterritoriaal temperament.
Wanneer de zon door het dichte bladerdak breekt ontstaan er warme verlichte plekken op de anders zo donkere bosbodem of op de bladeren.


Voor zo een koudbloedig insect is die tijdelijke zonvlek pure energie en dus een uiterst schaars en gewild goed.
Een mannetje strijkt prompt neer op een strategische post in het licht en neemt een fiere, waakzame houding aan.
Zodra een ander insect de onzichtbare grens van zijn territorium overschrijdt schiet de vlinder als een bezetene omhoog.
Er volgt dan een spectaculaire spiraalvormige achtervolging in de lucht waarbij de kemphanen wild om elkaar heen dwarrelen.


Een amusante anekdote uit de veldbiologie vertelt hoe het mannetje zijn geliefde zonvlek stapje voor stapje volgt over de bosbodem.
Verhuist de vlek door de draaiing van de aarde gaandeweg naar een boomstam dan verhuist de vlinder gewoon gezellig mee.
Dankzij de prachtige didactische beelden van deze reportage kunnen we ook de succesvolle levenscyclus van de vlinder nauwgezet ontleden.
De rups is gelukkig allerminst kieskeurig en smult van alledaagse wilde grassen zoals kropaar, witbol en boskortsteel.


Dit verklaart waarom de vlinder moeiteloos gedijt in de vele overgangszones die in onze regio in overvloed aanwezig zijn.
Bovendien hanteert de soort een slimme overlevingsstrategie door zowel als rups én als pop te kunnen overwinteren.
Dit biologische vangnet zorgt voor maar liefst drie elkaar overlappende generaties van de vroege lente in maart tot diep in oktober.
Voor GroenRand is het bont zandoogje het ultieme bewijs dat gericht natuurbeheer en ecologische corridors hun vruchten afwerpen.
De vlinder fungeert als een perfecte ambassadeur voor de gelaagdheid en de broodnodige dynamiek van onze Vlaamse bossen en houtkanten.
Dankzij het vakmanschap van Frank Vermeiren wordt deze verborgen bosdynamiek nu prachtig en tastbaar zichtbaar gemaakt voor het grote publiek.

Van prehistorische mammoet tot modern houtkantje: hoe de mens het Europese landschap vormgeeft

Van prehistorische mammoet tot modern houtsnipper: hoe de mens het Europese landschap vormgeeft

                                                                                                  © getty

Het uitsterven van de prehistorische megafauna aan het einde van de laatste ijstijd vormde een grote bedreiging voor de open Europese flora, omdat het landschap zonder deze grote grazers in sneltempo dreigde te verbossen.
Gelukkig namen vroege menselijke gemeenschappen tijdens de neolithische revolutie onbewust de rol van deze landschapsarchitecten over.
Door bossen te kappen voor kleinschalige akkerbouw en hun gedomesticeerde vee te laten grazen, creëerden deze vroege boeren opnieuw de open ruimtes die voorheen door mammoeten en bosolifanten werden onderhouden.

                                                  © getty

Een analyse van maar liefst 7.500 jaar aan pollengegevens toont aan dat deze menselijke dynamiek millennia lang de bepalende factor was voor het ontstaan van een ongekend rijke plantendiversiteit, die we in onze huidige landschappen niet meer kennen.
Jarne Wilms beschreef in De Standaard hoe dit historische onderzoek bewijst dat menselijke activiteit de natuur gedurende het overgrote deel van onze geschiedenis juist heeft gestimuleerd en verrijkt in plaats van beschadigd.
Landgebruik door de mens leidde tot meer plantensoorten en dus tot meer biodiversiteit, toch tot ongeveer tachtig jaar geleden.
Dat hebben Zwitserse onderzoekers vastgesteld op basis van een analyse van pollen over een periode van meer dan zeven millennia: van de steentijd tot in 2014.
Ze publiceerden hun resultaten in het wetenschappelijke tijdschrift Nature
Communications.
Duizenden jaren lang zorgde de mens namelijk voor een enorme bloei van de natuur.
De overgang van jager-verzamelaars naar permanente nederzettingen zette een proces in gang waarbij menselijk landgebruik de plantendiversiteit eeuwenlang stimuleerde.
Deze positieve invloed hield stand tot ongeveer tachtig jaar geleden, toen moderne industriële technieken de trend abrupt keerden.
Deze historische patronen in biodiversiteit zijn nauwkeurig in kaart gebracht via de analyse van eeuwenoude pollen.
Door cilindervormige boorkernen te nemen uit de sedimentlagen van diepe meren, kan de vegetatie tot wel 7.600 jaar geleden worden gereconstrueerd.
De opgestapelde lagen modder fungeren als een natuurlijk archief, waarin ecologische veranderingen door de hoge resolutie van de data zelfs per decennium zichtbaar worden.
Dit legt een directe link bloot tussen grote historische verschuivingen en de lokale flora.


Om de impact van de mens te begrijpen, moeten we terug naar de warme periode tussen de laatste twee ijstijden, zo'n 120.000 jaar geleden.
Noordwest-Europa was toen geen dicht oerwoud, maar een halfopen parklandschap.
Dit kwam door natuurlijke dynamiek zoals bosbranden, overstromingen in rivierdalen en de aanwezigheid van grote grazers zoals de wolharige neushoorn, mammoeten en bosolifanten.
Deze megafauna hield de vegetatie open door jonge bomen om te trappen en op te eten, waardoor lichtminnende planten alle ruimte kregen.


Aan het einde van de laatste ijstijd veranderde dit drastisch.
Door een combinatie van klimaatverandering en de jacht door de vroege mens stierf deze megafauna uit.
Tegelijkertijd begon de mens later rivieren in te dammen, waardoor natuurlijke overstromingen wegvielen.
Zonder deze verstoorders sloeg de verbossing toe en omdat de inheemse flora juist was aangepast aan open ruimtes, daalde de plantendiversiteit aanzienlijk.
De ommekeer kwam met de introductie van de landbouw in de jonge steentijd, tussen 10.000 en 2.000 voor Christus.


Vroege boeren kapten kleinschalig bossen voor akkerbouw en lieten hun gedomesticeerde vee grazen in de omliggende natuur.
Hiermee namen zij onbewust de ecologische rol van de uitgestorven megafauna over.
De introductie van dit mozaïeklandschap deed de plantendiversiteit herleven, waardoor menselijke activiteit vanaf dat moment een grotere factor voor de natuur begon te worden dan het klimaat.
De geschiedenis laat echter zien dat de plantendiversiteit ook direct reageerde op geopolitieke en demografische crises.
Na de val van het Romeinse Rijk stortte de agrarische economie in, werden akkers verlaten en keerde het bos terug.
Een noch grotere ecologische breuk vond plaats in de veertiende eeuw, toen een grote pestepidemie een enorme klap toediende aan de Europese bevolking.
Hele dorpen raakten verlaten, waardoor er zonder menselijke begrazing en houtkap op grote schaal herbebossing plaatsvond.
Omdat het open landschap verdween, nam de plantendiversiteit in die eeuwen een duik.


Pas toen de bevolking in de vroegmoderne tijd herstelde en de landbouwgronden opnieuw werden ontgonnen, bloeide de flora weer op.
Vanaf de late middeleeuwen tot in de negentiende eeuw ontwikkelde zich zo het traditionele Europese cultuurlandschap.
Dit was een lappendeken van kleinschalige akkers, hooilanden en gemeenschappelijke gronden die intensief maar extensief werden beheerd.
Omdat er geen kunstmest bestond, bleven grote delen van het landschap extreem voedselarm, terwijl houtkanten en vlechtheggen dienden als natuurlijke afscheidingen.
Dit gevarieerde, nutriëntenarme landschap bood duizenden jaren lang een perfecte habitat voor een enorme rijkdom aan specifieke plantensoorten.
Dit eeuwenoude ecologische evenwicht stortte na de Tweede Wereldoorlog volledig in.
Gedreven door de modernisering en mechanisering van de landbouw maakte de tractor een enorme schaalvergroting mogelijk, waarbij houtkanten en historische perceelsgrenzen massaal werden vlakgetrokken voor grote, efficiënte kavels.
De grootste klap voor de biodiversiteit kwam door de chemische revolutie en het grootschalige gebruik van synthetische kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen.
Waar de mens vroeger zorgde voor schaarste en variatie, zorgde hij nu voor extreme vermesting en homogenisering.
Het landschap bleef weliswaar open, maar de ecologische niches verdwenen.
Wat millennia lang een motor voor biodiversiteit was, veranderde in een industriële monocultuur waarin nog maar een fractie van de historische plantensoorten kan overleven.


Vandaag de dag proberen regionale landschappen en verschillende natuurverenigingen dit tij echter te keren met gerichte, lokale projecten.
Het grootschalige natuurherstelprogramma voor de Brechtse Heide is hier een sprekend voorbeeld van.
Dit initiatief heeft als doel om het 1.700 hectare grote beschermde landschap, dat zich uitstrekt over de gemeenten Brecht, Malle, Zoersel en Schilde, volledig klimaatrobuust te maken.
Onder impuls van Regionaal Landschap de Voorkempen krijgt de ecologische herinrichting van het gebied een flinke impuls, een evolutie die door een lokale natuur- en milieuvereniging zeer positief wordt onthaald.
Dit herstelprogramma sluit immers rechtstreeks aan bij hun jarenlange strijd voor de bescherming van amfibieën zoals de kamsalamander en het herstel van verdwenen kleine landschapselementen.
Tijdens een specifiek infomoment op 25 juni in het gemeentehuis gaven landschapsspecialisten van Regionaal Landschap de Voorkempen, in nauwe samenwerking met het lokale bestuur, een uitgebreide toelichting over de nieuwe financiële steunmaatregelen om dit doel te bereiken.


Omdat de actieve medewerking van particuliere grondeigenaars en lokale landbouwers een absolute sleutelrol speelt in het succes van dit project, kunnen zij dankzij Europese subsidies aanspraak maken op uitzonderlijk hoge vergoedingen.
So is er een subsidie van 65% beschikbaar voor de aanplant van nieuwe hagen, heggen, houtkanten en bomenrijen.
Deze elementen fungeren niet alleen als natuurlijke veekering en buffer tegen bodemerosie, maar vormen ook cruciale ecologische verbindingswegen voor de lokale fauna.
Daarnaast wordt het achterstallige onderhoud van bestaande houtkanten en het ecologische herstel van historische vennen en poelen volledig kosteloos uitgevoerd.
Dit herstel is essentieel om verspreide waterpartijen en groene buffers weer te verbinden tot één samenhangend leefgebied voor zeldzame amfibieën, libellen en weidevogels.
Tegelijkertijd wapent deze ingreep het landschap veel beter tegen de gevolgen van extreme droogte en wateroverlast.
Tijdens de bijeenkomst lag de focus in het bijzonder op het deelgebied Kooldries waar concrete plannen toegelicht werden om historische heide-elementen te herstellen.
Deze plannen moeten ertoe leiden dat natuur en actieve lokale landbouw via een breed gedragen landschapsbeheerplan harmonieus worden verweven.


Ter gelegenheid van een tiende verjaardag lanceerde de betrokken milieuvereniging bovendien de opvallende campagne ‘Bijtandje Houtkantje’.
Met een guitige mascotte met een opvallend "struikgebit" wil de vereniging houtkanten symbolisch in de kijker zetten als de onmisbare snijtanden van ons open landschap.
Met deze ludieke actie roept de vereniging elf gemeenten in de regio schriftelijk op om actief werk te maken van het Vlaamse Houtkantenplan.
Dat plan streeft naar 100 kilometer nieuwe houtkanten voor grootschalige koolstofdioxide-opslag en de creatie van veilige migratieroutes voor dieren.
Dat burgerparticipatie en lokaal engagement hierin uiterst succesvol kunnen zijn, bewijst een recent groenproject in de regio.
Daar werd de initiële doelstelling van één kilometer haag dankzij het enthousiasme van de buurtbewoners spectaculair overtroffen met maar liefst 1,6 kilometer aan extra aanplantingen.
Dit toont aan dat het herstel van het historische mozaïeklandschap vandaag de dag weer springlevend is.

donderdag 2 juli 2026

Grenzeloze natuur: Waarom de afstemming van het maaibeheer langs de Antitankgracht een ecologische mijlpaal is

Grenzeloze natuur: waarom de afstemming van het maaibeheer langs de Antitankgracht een belangrijke ecologische mijlpaal vormt


Pen van Glenn - foto's: Regionaal Landschap de Voorkempen

De gemeenten Brasschaat, Brecht, Kapellen, Ranst, Schoten en Stabroek schrijven dit jaar geschiedenis.
Voor het eerst stemmen zij hun maaibeheer langs de historische Antitankgracht volledig op elkaar af.
Onder de coördinerende vleugels van Regionaal Landschap de Voorkempen en met de enthousiaste steun van natuurvereniging GroenRand, transformeren de gemeentegrenzen van een barrière in een groene brug.
Dit is niet zomaar een logistieke samenwerking; het is een fundamentele verschuiving naar grootschalig ecologisch herstel.
Voor een buitenstaander lijkt bermbeheer misschien een banale, technische kwestie van ronkende tractoren en openbare netheid.
Maar voor wie met een ecologische bril kijkt, zijn de bermen langs de Antitankgracht de vitale slagaders van de lokale biodiversiteit.
GroenRand benadrukt al jaren dat natuur zich niet houdt aan gemeentegrenzen.
Een insect, een ree of een zeldzame plant stopt niet bij de grens tussen Schoten en Brasschaat.


Juist daarom is deze schaalvergroting zo cruciaal.
Voor het eerst stemmen zes gemeentes de beheerwerken langs de Antitankgracht op elkaar af.
Dat is niet alleen efficiënter.
Door de schaalvergroting wordt het ecologisch beheer verder verfijnd, met meer ruimte voor biodiversiteit en een kwalitatieve beleving voor wandelaars en fietsers.
Deze week start landschapsaannemer Krinkels Be met de werken.
Het Regionaal Landschap coördineert.
Tijdelijke, beperkte tijdelijke hinder is mogelijk.
Nadien liggen de fiets- en wandelpaden er weer perfect begaanbaar bij.
De Antitankgracht, oorspronkelijk aangelegd als militair verdedigingswerk in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, heeft door de decennia heen een opmerkelijke gedaanteverwisseling ondergaan.
Het is vandaag de dag een van de langste en belangrijkste ecologische verbindingszones in de provincie Antwerpen, die verschillende grote bos- en natuurgebieden met elkaar verbindt.
Natuurvrienden en ecologen benadrukken al geruime tijd dat versnippering een van de grootste bedreigingen vormt voor onze inheemse flora en fauna.


Wanneer natuurgebieden geïsoleerde eilanden worden, loert genetische verarming en lokaal uitsterven om de hoek.
GroenRand steunt dit project omdat het de Antitankgracht transformaert tot een ononderbroken ecologische corridor.
Door het beheer in de zes gemeenten op elkaar af te stemmen, ontstaat er een uniforme, kwalitatieve groenzone.
Planten kunnen zich zo via de bermen makkelijker verspreiden, en insecten en kleine zoogdieren vinden een veilige migratieroute over een afstand van tientallen kilometers.
Door het beheer over de gemeentegrenzen heen op elkaar af te stemmen, kunnen de partners middelen en expertise efficiënter inzetten én gerichter werken aan biodiversiteit.
In het verleden hanteerde elke gemeente haar eigen planning, materieel en visie.
Door de krachten te bundelen en de coördinatie bij het Regionaal Landschap te leggen, wordt er niet alleen bespaard op logistiek vlak, maar wordt de ecologische lat overal even hoog gelegd.
Het hart van het nieuwe bermbeheerplan bestaat uit een beproefde ecologische methode: het verschralingsbeheer.
Om te begrijpen waarom dit zo belangrijk is, moeten we kijken naar de dynamiek van de Vlaamse bodem.


Veel bermen in Vlaanderen zijn van nature voedselrijk of zijn door de jaren heen verrijkt door de uitstoot van stikstof.
Op zulke voedselrijke gronden schieten snelgroeiende, dominante planten zoals brandnetels, distels en rundergras snel omhoog, waardoor ze de kleinere, kwetsbare bloemen en kruiden verstikken.
Om de biodiversiteit een boost te geven, volgen de werken strikt de wettelijke maaidata van het Bermendecreet.
De eerste maaibeurt start vanaf 15 juni, wanneer de meeste voorjaarsbloeiers hun zaad hebben gevormd en de eerste insectengeneraties hun cyclus kunnen voltooien.
De tweede maaibeurt volgt vanaf 15 september, wat de zomerbloeiers de kans geeft om tot volle bloei te komen en zaad te zetten.
De cruciale stap in dit proces is dat het maaisel na het maaien niet blijft liggen, maar consequent wordt afgevoerd.
Als het maaisel blijft liggen, verteert het en komen de voedingsstoffen terug in de bodem, wat de cyclus van verrijking in stand houdt.
Door het systematisch weg te halen, wordt de bodem langzaam maar zeker armer.
Op zo'n schrale bodem krijgen dominante soorten minder kans, wat tragere groeiers — zoals margrieten, knoopkruid, wilde cichorei en diverse orchideeënsoorten — eindelijk de ruimte geeft om te kiemen.
Een bloemrijke berm trekt op zijn beurt een enorme rijkdom aan bestuivers aan.
Wilde bijen, zweefvliegen, vlinders en hommels vinden er voedsel en nestgelegenheid, en deze insecten vormen vervolgens weer de basis van de voedselketen voor vogels en amfibieën langs de gracht.


Hoewel de grote lijnen over de zes gemeenten heen zijn gelijkgetrokken, is het project geen rigide, eenvormige machine.
Ecologie vereist immers maatwerk.
Op basis van een gedetailleerd bermbeheerplan wordt het maaibeheer lokaal heel fijnmazig afgestemd.
Waar de lokale natuur er specifiek baat bij heeft, blijven bepaalde zones bewust van het maaiapparaat gespaard en tijdelijk ongemaaid.
Dit gefaseerde beheer is van onschatbare waarde.
Het biedt cruciale schuilplaatsen voor insecten en rupsen wanneer de rest van de berm gemaaid wordt.
Bovendien blijven late bloeiers staan, waardoor er ook in de nazomer en herfst nog voedsel is, en dienen de holle stengels van dode planten in de winter als veilige overwinteringsplaats voor poppen en eitjes.
Door deze bewuste variatie ontstaat er een mozaïekstructuur in de vegetatie, waardoor de berm transformeert in een dynamisch landschap met korte, open stukken en dichte, structuurrijke ruigten.
Een van de mooiste aspecten van dit project is dat ecologische winst hand in hand gaat met een verbetering van de menselijke ervaring.
De Antitankgracht is immers niet alleen een natuurgebied, maar ook een zeer geliefde bestemming voor wandelaars, fietsers en joggers uit de hele regio.


De fysieke werkzaamheden trappen af in Ranst en worden uitgevoerd door de gespecialiseerde landschapsaannemer Krinkels.
Omdat het om een omvangrijk traject gaat, zullen de machines de komende periode opeenvolgend in de verschillende gemeenten te zien zijn.
Tijdens de daadwerkelijke uitvoering van de maaiwerken kan er lokaal sprake zijn van tijdelijke, beperkte hinder door tractoren op het fietspad of korte omleidingen.
Het Regionaal Landschap de Voorkempen en de partners vragen hiervoor begrip van de recreant, aangezien de beloning na de werken groot is.
Zodra de aannemer zijn passage heeft afgerond, liggen de wandel- en fietspaden er weer perfect begaanbaar, netjes en veilig bij.
Bovendien zorgt het nieuwe beheer voor een veel mooiere en intensere natuurbeleving.
In plaats van eentonige, strak gemillimeterde groene gazons of juist metershoge, ondoordringbare distelvelden, krijgen wandelaars en fietsers een voortdurend veranderend landschap te zien.
Een wandeling langs de Antitankgracht wordt een tocht langs kleurrijke bloemenzeeën, zoemende bermen vol leven en wuivende grassen, wat de burger weer in nauwer contact brengt met de authentieke, rijke Vlaamse natuur.
De gecoördineerde aanpak van Brasschaat, Brecht, Kapellen, Ranst, Schoten en Stabroek laat zien dat verandering mogelijk is als lokale besturen over hun eigen schaduw heen durven te stappen.
Onder regie van Regionaal Landschap de Voorkempen en met de ecologische visie van GroenRand als kompas, krijgt de Antitankgracht die zorg die zij verdient.
Dit project bewijst dat modern natuurbeheer draait om verbinding: de verbinding tussen versnipperde natuurgebieden, de verbinding tussen zes verschillende gemeentebesturen, en de verbinding tussen ecologische noodzaak en menselijke recreatie.
Het is een hoopgevend initiatief dat perfect als blauwdruk kan dienen voor vele andere regio's in Vlaanderen.
De Antitankgracht is hiermee helemaal klaar voor een bloemrijke, biodiverse en duurzame toekomst.