zaterdag 14 maart 2026

Vogel van het Jaar stuurt zijn kat naar ‘prijsuitreiking’: “Populatie veldleeuweriken sinds jaren zestig met 95 procent gedaald”

Vogel van het Jaar stuurt zijn kat naar ‘prijsuitreiking’: “Populatie veldleeuweriken sinds jaren zestig met 95 procent gedaald”

Bij boerderij Ferme Neelke in Halle-Zoersel maakte Vogelbescherming Vlaanderen donderdag de Vogel van het Jaar bekend.
De veldleeuwerik haalde het van de vier andere genomineerde boerenlandvogels.
Aan persbelangstelling geen gebrek, maar het diertje is zo zeldzaam geworden dat het niet werd gespot.
Al zit het er wél.

De weersomstandigheden waren donderdag niet ideaal om de veldleeuwerik te zien, met veel wind en tamelijk lage temperaturen.
Maar de veldleeuwerik zit wel degelijk in de velden achter de boerderij van Neel Van Hecken en Elke Poppe in Halle-Zoersel. Boswachter Werner Van Hove kon hem daar een tijd geleden zien en verkeerde direct in hogere sferen, want het is een zeldzame waarneming geworden.
“Sinds de jaren zestig is de populatie in Vlaanderen met 95 procent gedaald ”, vertelt projectmedewerker Julie Van Houtryve van Vogelbescherming Vlaanderen.

Dat de persconferentie met de bekendmaking bij Ferme Neelke in Halle-Zoersel plaatsvond, was geen toeval.
Dit jaar kon er gestemd worden op vijf boerenlandvogels, en vier van de vijf genomineerde vogels zijn bij Ferme Neelke aanwezig.
De genomineerden waren de scholekster, de boerenzwaluw, de patrijs, de torenvalk en de veldleeuwerik. “Alleen een scholekster hebben wij hier nog nooit gezien”, vertelt Neel.
“De rest horen of zien we af en toe.”

Meer dan achtduizend mensen brachten hun stem uit.
“Wat een mooi aantal is”, vertelt directeur Agnes Wené van Vogelbescherming Vlaanderen. “Uiteindelijk was de top drie heel spannend. De scholekster en torenvalk haalden de minste stemmen, maar de boerenzwaluw (25 procent), de patrijs (26 procent) en de veldleeuwerik (27 procent) lagen dicht bijeen.

Dat de veldleeuwerik het haalde, komt volgens Vogelbescherming door zijn sprankelende, jubelende gezang, wat voor veel mensen pure nostalgie is.
”Dat merkten we aan de vele mooie en vaak emotionele getuigenissen”, zegt Wené.

De veldleeuwerik heeft een bruingrijs, fijn gestreept verenkleed, een korte, bijna onzichtbare kuif en gaat perfect op in zijn omgeving.
“Deze camouflage is belangrijk, want de veldleeuwerik leeft en broedt op de grond”, zegt Julie Van Houtryve. “Op zonnige dagen in het voorjaar stijgt het mannetje op voor een spectaculaire zangvlucht. Tierelierend vliegt hij tot wel honderd meter hoog, tot hij nog slechts een stipje aan de hemel is. Minutenlang blijft hij daar uitbundig en gevarieerd zingend hangen, om uiteindelijk, nog steeds zingend, weer naar de grond terug te keren.” 

De veldleeuwerik is gesteld op een open landschap met een afwisseling van braakliggende percelen, lage kruidenvegetatie en insectenrijke zones. Een beetje zoals boer Neel Van Hecken van Ferme Neelke zijn weilanden inricht.
Hij laat ze extensief begrazen door zijn Kempense koeien en heideschapen en geiten.
Hij doet ook niet aan intensieve bemesting of intensief maaien.

“Variatie is essentieel voor de veldleeuwerik, want in een gevarieerd landbouwgebied vindt hij voedsel, rust en geschikte nestplaatsen”, zegt Van Houtryve.
“De voorbije decennia maakten kleinschalige akkers met hagen, bloemenranden en ruige hoekjes namelijk plaats voor grootschalige, strak beheerde en eentonige percelen. Akkers werden groter, houtkanten en onverharde wegen verdwenen en er werd intensiever geploegd en gemaaid. Bovendien zorgde intensief pesticidegebruik voor een sterke afname van insecten. Minder insecten betekent minder voedsel voor volwassen vogels en hun jongen.” 

Meer boerennatuur


Met de veldleeuwerik als Vogel van het Jaar vraagt Vogelbescherming Vlaanderen in 2026 aandacht voor het duurzame herstel van de boerennatuur.
“De veldleeuwerik geldt als een indicatorsoort”, zegt Van Houtryve.
“Gaat het slecht met hem, dan is dat een duidelijk signaal dat het hele ecosysteem onder druk staat. Wij vragen de regering om het natuurherstelplan als hefboom te gebruiken om het leefgebied van de veldleeuwerik te herstellen. Gebruik budgetten uit het gemeenschappelijk landbouwbeleid om landbouwers te belonen die aan effectief natuurherstel doen. Verder blijven we ijveren voor een pesticidevrije landbouw.”

Ondanks de zoektocht met verschillende cameraploegen, een verrekijker en zelfs het inzetten van een lokfluitje, liet de veldleeuwerik zich niet zien tijdens het persmoment.
De weersomstandigheden zullen er zeker voor iets tussen zitten, maar het toont ook aan hoe slecht het met de soort gaat. 

Verschillende aanwezigen gaven tijdens het persmoment aan dat ze nog nooit een veldleeuwerik gehoord of gezien hebben.


De Bonte Hannek: het verboden bos dat na veertig jaar eindelijk zijn geheimen onthult

De Bonte Hannek: Het verboden bos dat na veertig jaar eindelijk zijn geheimen prijsgeeft

De Bonte Hannek, dat mysterieuze en decennialang hermetisch afgesloten natuurgebied, is niet langer het exclusieve speelterrein van een adellijke familie.
Wat begon met een gewiekste vastgoeddeal in 1979 en ontaardde in een veertig jaar durende juridische loopgravenoorlog, eindigt nu in een prachtig groen succesverhaal voor de hele regio.
Dit dossier ontrafelt hoe een symbolische frank, een koppig gemeenteraadslid en een ambitieuze natuurvisie samenkwamen om een van de laatste blinde vlekken op de kaart van de Voorkempen in te vullen.
De naam alleen al spreekt tot de verbeelding: de ‘Bonte Hannek’. Het is de volkse benaming voor de ekster, maar in Schoten staat het vooral symbool voor een dossier dat jarenlang muurvast zat. Het verhaal begint in de late jaren '70.
De adellijke familie van Havre bezat een gigantisch kasteeldomein, maar het kasteel zelf, De List, was kort na de Tweede Wereldoorlog al tegen de vlakte gegaan.
De huidige Listdreef was destijds de statige toegangsweg tot dit 'optrekje' met maar liefst 23 kamers.
De familie rook in 1979 haar kans om het vermogen aanzienlijk te vergroten en wilde het domein verkavelen tot de huidige, luxueuze villawijk De List.


De toenmalige minister Paul Akkermans (CVP) was echter niet van gisteren. Hij gaf groen licht voor de verkaveling, maar hing daar een harde voorwaarde aan: de familie moest een 40 hectare groot natuurgebied aan de overheid schenken voor de symbolische prijs van welgeteld één Belgische frank.
De villawijk kwam er, de miljoenen rolden binnen, maar die symbolische frank bleef decennialang in de zak van de overheid zitten, want de familie bleef talmen met de effectieve overdracht van de gronden.
Terwijl de natuur in de Bonte Hannek ongestoord haar gang ging achter slot en grendel, groeide de frustratie bij de lokale politiek.

In 1998 was de maat vol. Het was wijlen Dirk Gadeyne, het iconische gemeenteraadslid voor Groen, die het lokaal bestuur wist te overtuigen om juridische stappen te zetten en de uitvoering van de schenking af te dwingen.
Wat volgde was een juridisch steekspel dat bijna twintig jaar zou duren.
De carrousel kwam pas in 2016 definitief tot stilstand met een kraakhelder vonnis: de overdracht van de gronden kon niet langer door de familie van Havre worden betwist.
De notariële akte werd uiteindelijk in 2019 tijdens een symbolisch onderonsje op het gemeentehuis ondertekend door burgemeester Maarten De Veuster en baron Charles van Havre.
Zeven jaar na die handtekening is het gebied eindelijk klaar om de Schotenaren te verwelkomen.
Wie de kaart van de Bonte Hannek bekijkt, ziet meteen een groot litteken: de snelweg E19.


Deze betonnen ader snijdt het gebied onherroepelijk in tweeën, maar dat heeft ook gezorgd voor twee unieke biotopen die elk hun eigen charme hebben.
In het zuidelijke deel sta je onder een indrukwekkend bladerdak van gigantische Amerikaanse eiken.
Omdat deze bomen zo dominant zijn, is de ondergrond vrij kaal, wat een bijna kathedraalachtig effect geeft.


Het is dé plek voor bosuilen, spechten en verschillende soorten vleermuizen die de holtes in de oude bomen als hun habitat gebruiken.
Het noordelijke deel, ook wel bekend als Hof Ter Liest, herbergt een grote centrale vijver die fungeert als een magneet voor alles wat vliegt en zwemt.
De ijsvogel flitst hier regelmatig over het water en zelfs de visarend is er al gesignaleerd.

In de meer gevarieerde noordelijke zones hebben inheemse loofbomen de overhand en vindt men typische voorjaarsflora in de struwelen die zich spontaan hebben ontwikkeld rond de vochtige depressies en de vallei van de Laarse Beek.
De strategische ligging van de Bonte Hannek maakt het tot een cruciaal puzzelstuk in het project ‘Greenconnect’ van natuurvereniging GroenRand.
Voor hen is natuur geen verzameling van losse eilanden, maar een aaneengesloten netwerk.

Greenconnect streeft naar een robuuste ‘klimaatgordel’ rond Antwerpen, waarbij de Antitankgracht fungeert als de centrale blauwe en groene ruggengraat.
De Bonte Hannek is via de vallei van de Laarse Beek direct verbonden met deze Antitankgracht.
Door deze beekvalleien als natuurlijke aders te herstellen met houtkanten, heggen en bosranden, ontstaat een vitale migratieroute voor flora en fauna, waaronder reeën.
Bovendien fungeert deze gordel als een natuurlijke airco en waterbuffer (sponsfunctie) voor de regio, wat essentieel is voor de klimaatadaptatie van de Antwerpse rand.
GroenRand pleit binnen dit kader vurig voor het wegwerken van barrières zoals de E19 via een ecoduct of ecobrug, en steunt de gemeente in haar ambitie om resterende private enclaves binnen het gebied — waaronder een villa-perceel van 8,5 hectare dat momenteel te koop staat — op te kopen om zo één massief natuurblok van bijna 400 hectare te vormen samen met het Peerdsbos en park Vordenstein.
Hoewel de akte al in 2019 getekend is, kun je er nu nog niet zomaar vrij wandelen.
Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) voert momenteel een grondige sanering uit.
Het gebied was immers jarenlang een ‘no-go zone’ waar verwildering, vandalisme, diepe putten en rotte bomen voor onveilige situaties zorgden.
De belangstelling voor de eerste verkenning op zondag 22 maart 2026 was dan ook gigantisch.
De begeleide wandelingen van Natuurpunt door de 24 hectare van Hof Ter Liest waren binnen een mum van tijd volledig volzet, wat nog maar eens bewijst hoe hard de regio nood heeft aan deze nieuwe groene long.
Voor wie naast een ticket greep voor de exclusieve gidsbeurt, is het wachten op de loop van 2026.
Een exacte datum voor de volledige vrije openstelling is er nog niet, maar het ANB bevestigt dat dit later dit jaar zal gebeuren zodra de nieuwe padenstructuur en de ‘trage wegen’ tussen de wijk De List en de Peerdsbosbaan volledig veilig zijn.
In afwachting daarvan houden boswachters tijdens de weekends van 15, 16, 22 en 23 maart 2026 extra toezicht in het gebied om alles in goede banen te leiden.
Het einddoel is een landschap waar natuurbehoud, klimaatbeheer en zachte recreatie hand in hand gaan, en waar wij eindelijk weer kunnen verdwalen in het bos dat veertig jaar lang verboden terrein was.
De Bonte Hannek geeft eindelijk haar geheimen prijs, en met de steun van organisaties als Natuurpunt wordt dit gebied een onmisbare schakel in de klimaatgordel die de Antwerpse rand moet beschermen en vergroenen voor de generaties die komen.

Gazet Van Antwerpen: Schepen Wouter Patho en cartoonist Gier krijgen op 1 april Groene Duim van GroenRand voor 1,6 kilometer extra hagen en fijn tekenwerk

Schepen Wouter Patho en cartoonist Gier krijgen op 1 april Groene Duim van GroenRand voor 1,6 kilometer extra hagen en fijn tekenwerk


Wouter Patho (N-VA), schepen van milieu in Malle, krijgt samen met cartoonist Gier de Groene Duim van natuurvereniging GroenRand.
Natuurvereniging GroenRand viert haar tiende verjaardag en zet dit jubileum extra luister bij met het project Bijtandje Houtkantje, dat in 2026 de focus legt op het herstel en de uitbreiding van houtkanten in de regio Voorkempen en Noorderkempen.
Het werkingsgebied van dit initiatief omvat de gemeenten Brasschaat, Brecht, Kalmthout, Kapellen, Malle, Ranst, Schilde, Schoten, Stabroek, Wuustwezel en Zoersel.

De naam is een speelse verwijzing naar “een tandje bijsteken” en onderstreept de noodzaak om het landschap te versterken door ontbrekende schakels in groene linten weer op te vullen.
Het project sluit nauw aan bij het Vlaamse Houtkantenplan en zet in op klimaatadaptatie door het creëren van lijnvormige landschapselementen.
Deze zijn essentieel om genetische verarming tegengaan en bieden cruciale huisvesting aan vogels, insecten en kleine zoogdieren zoals egels en marterachtigen. Een specifieke en grote uitdaging bij deze ontsnippering is dat deze groene linten vaak op menselijke hindernissen stuiten, zoals wegen.
GroenRand benadrukt daarom het vitale belang van faunapassages en ecotunnels.

Binnen dit initiatief fungeert de gemeente Malle als het schoolvoorbeeld voor de regio omdat zij bewijst dat een natuurbeleid op basis van vrijwilligheid en samenwerking met landbouwers tot tastbare resultaten leidt.

Onder impuls van schepen van Natuur Wouter Patho (N-VA) en het LEADER-project “1 kilometer hecht landschap” werd in Malle al 1,6 kilometer aan nieuwe hagen en bomenrijen gerealiseerd.

Lezing
De toekomstplannen van de gemeente focussen op educatie met een lezing op woensdagavond 1 april om 19.30 uur door landschapsmedewerker Domien Van Dijck in de lokalen van de Heemkundige Kring van Malle aan de Lierselei 28 bus 2, waarbij dieper wordt ingegaan op de evolutie van het landschap en de strijd tegen biodiversiteitsverlies.
Tijdens deze gratis avond reikt GroenRand haar jaarlijkse twee Groene Duimen uit als erkenning voor bijzondere verdiensten.
De eerste onderscheiding gaat naar schepen Wouter Patho voor zijn volgehouden inspanningen en de tweede naar de Kempense cartoonist Gie Campo die onder zijn pseudoniem Gier al decennialang onbezoldigd zijn artistieke talent inzet voor de natuursector.
Gie ontwierp niet alleen het officiële logo van Bijtandje Houtkantje, maar tekende ook cartoons over ontsnippering om complexe ecologische boodschappen.
Met de huldiging van zowel een beleidsmaker als een kunstenaar onderstreept GroenRand dat natuurbehoud zowel een kwestie is van tastbare aanplantingen als van inspirerende communicatie.
Lees hier het artikel

Gazet Van Antwerpen: “Vlaanderen blijft blinde vlek voor de otter”: GroenRand vraagt structurele financiële garanties

“Vlaanderen blijft blinde vlek voor de otter”: GroenRand vraagt structurele financiële garanties

BRECHT/ ESSEN/ KALMTHOUT/ KAPELLEN/ RANST/ SCHILDE/ STABROEK


De afgelopen twee dagen vond er onder meer in het Antwerpse provinciehuis een Europese otterconferentie plaats.
Experts deelden de resultaten van het project ‘Otter over de grens’ van WWF België en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), en richt zich op het verbinden van leefgebieden in Vlaanderen en Nederland.
Natuurvereniging GroenRand strijdt al langer tegen versnippering.

De conferentie focuste sterk op grensoverschrijdende samenwerking.
“De otter trekt zich niets aan van landsgrenzen en gebruikt waterlopen als natuurlijke corridors tussen verschillende landen en regio’s. Daarom is internationale samenwerking essentieel om de soort opnieuw een stabiele plaats te geven in het Europese landschap”, benadrukt Dirk Weyler van GroenRand.
Tijdens het congres werd uitgebreid stilgestaan bij de terugkeer van de otter in Vlaanderen.
Enkele belangrijke waterlopen spelen daarbij een sleutelrol.
De Scheldevallei fungeert als een belangrijk kerngebied waar voortplanting mogelijk is.
De Maas vormt dan weer een internationale verbinding met populaties in Nederland en Duitsland.
“Maar ook de Antitankgracht in onze regio krijgt veel aandacht. Deze historische waterloop is uitgegroeid tot een belangrijke ecologische corridor waarlangs dieren zich veilig kunnen verplaatsen.”

Binnen het project ‘Otter over de grens’ wordt gewerkt aan het ontsnipperen van natuurgebieden, zodat dieren zich veiliger kunnen verplaatsen tussen verschillende leefgebieden. Natuurvereniging GroenRand volgt de ontwikkelingen nauwgezet en benadrukt dat de otter een “ultieme ambassadeur voor biodiversiteit en ecologisch herstel is. De aanwezigheid van de soort toont aan dat waterkwaliteit, natuurverbindingen en leefgebieden gezond zijn.”

Toch waarschuwt de vereniging.
“Vlaanderen vormt nog steeds een zwakke schakel, terwijl Nederland naar schatting vijfhonderd otters telt. Na een succesvol herintroductieprogramma dat in 2002 startte, leven er in Vlaanderen slechts tien tot vijftien exemplaren. Vlaanderen blijft een ontbrekende schakel in het verspreidingsgebied”, klinkt het bij GroenRand.
“Zonder ingrijpen kan deze kleine randpopulatie hier niet overleven.”
Naast de versnippering, is er nog de vervuiling van waterlopen. “Hoewel er voldoende vis aanwezig is, het hoofdvoedsel van de otter, tonen studies aan dat deze vissen vaak vervuild zijn met chemische stoffen zoals PCB’s en PFAS. Dat kan de vruchtbaarheid van de dieren aantasten.”

Structurele financiering


GroenRand vraagt structurele financiële garanties tot 2031 voor maatregelen die natuurgebieden, zoals de Kalmthoutse Heide, de Schietvelden en de natuur langs de Antitankgracht, beter met elkaar verbinden.

“Zowel het Europese project Otter over de grens als het Vlaamse Soortenbeschermingsprogramma Otter lopen af in 2027.
De middelen uit het Europese relanceplan voor ontsnipperingsprojecten moeten tegen 2026 besteed zijn.
Zonder nieuwe financiering dreigt een belangrijk deel van de inspanningen stil te vallen.”

De natuurvereniging hoopt dat de Europese Otterconferentie in Antwerpen niet alleen kennis heeft samengebracht, maar ook het politieke draagvlak versterkt voor een verbonden natuur in Europa. “Zo kan de otter ook in Vlaanderen opnieuw een vaste plek krijgen”, hoopt Weyler Lees hier het artikel

Door de lens van Frank Vermeiren: de Dodaars als het verborgen paradepaardje van de GroenRand-regio

In de lens van Frank Vermeiren: De Dodaars als verborgen paradepaardje van de GroenRand-regio

In deze uitgebreide aflevering van de reeks 'Vogels van A tot Z' neemt natuurfotograaf Frank Vermeiren ons mee naar de omgeving van de Antitankgracht, een essentieel deelgebied binnen het projectgebied van GroenRand.
Frank, die de natuur in de Voorkempen en de Antwerpse Kempen als geen ander door zijn lens vastlegt, laat ons kennismaken met een vogel die bij velen nog onbekend is.
We zijn inmiddels beland aan de letter ‘D’ van de Dodaars (Tachybaptus ruficollis).

‘Een dodaars?
Wat is dat?
Nog nóóit van gehoord.’
Dat is meestal de eerste reactie als je het woord dodaars in gezelschap gebruikt. Maar wanneer je het geluid van deze charmante watervogel laat horen, gaat er bij wandelaars in de regio vaak ineens wél een lampje branden.
Want ook al zijn dodaarzen onze kleinste zwemvogels, ze roeren hun mondje wel degelijk.
Toch hebben de meeste regionale bijnamen niet direct met dit stemgeluid te maken.
De dodaars is een inheemse vogel en de kleinste vertegenwoordiger van de futenfamilie in Europa.
Met een lengte van slechts 23 tot 29 centimeter is deze schuwe watervogel zelfs nog een slag kleiner dan het meer bekende waterhoen.
Hoewel ze directe familie zijn van de bekende fuut, zijn ze veel minder beroemd bij het grote publiek.
Dat komt deels omdat ze de spectaculaire koptooien, bakkebaarden, halskragen of kokette oorpluimen missen waar hun grotere neven in het broedkleed mee pronken.
Dodaarzen hebben dat allemaal niet, al mogen ze er met hun stemmige rode en bruine tinten best wezen als je ze eenmaal goed in het vizier krijgt.
Het is een kleine en enigszins gedrongen fuut met een kort snaveltje en een lichte achterzijde die vaak opgezet is en dan donsachtig aandoet.
In het zomerkleed is hij overwegend donkerbruin met een warme roodbruine wang en hals, geaccentueerd door een opvallende witgele vlek aan de snavelbasis.

In het winterkleed kleurt hij onopvallender: de bovenzijde is dan donkerbruin, terwijl de wangen, zijflanken, hals en onderzijde lichtbruin tot beige zijn, aangevuld met een witte halsvlek.
In de Voorkempen fungeert de Antitankgracht als een cruciale groene levensader en ruggengraat voor deze vogel.

De dodaars is een broedvogel van ondiepe en beschutte wateren met een rijke oeverbegroeiing en onderwatervegetatie.
Hij zoekt specifiek naar moerasgebieden, vennen, meren en grachten waar voldoende beschutting is voor het nest en een ruim voedselaanbod aanwezig is.
De rustige, bosrijke delen van de gracht in Brasschaat en Schoten, evenals de historische grachten rond de fortengordel (zoals het Fort van Brasschaat en Fort van Ertbrand), zijn absolute hotspots binnen het werkgebied van GroenRand.
Ook in de vennen van de Kalmthoutse Heide en de uitgestrekte natuur van het Groot Schietveld voelen ze zich uitstekend thuis.


In grotere meren zoekt hij steevast de ondiepere, beschutte delen op, zoals de rietkraag.
Omdat ze hun voedsel onder water zoeken en dat wel een minuut lang kunnen volhouden, zie je ze niet zo gauw.
Ze zijn er vaak dus wel, maar ze verdwijnen snel weer uit beeld.
Ze duiken regelmatig tot ongeveer 2 meter diepte naar insecten, larven, schelp- en schaaldieren, larven van amfibieën en kleine visjes van 5 tot 7 cm.

Soms halen ze ook voedsel van het wateroppervlak.
Hun bijnaam is dan ook niet voor niets ‘duikertjes’.
Een andere, misschien de leukste maar tegelijk minst plezierige bijnaam is ‘hagelzakje’.
Die stamt uit de tijd dat jagers nog met hagelkorrels schoten.
Niet om de vogel te eten (vanwege hun taaie huid), maar omdat ze een eenmaal gevilde dodaars binnenstebuiten keerden om er een perfect munitiebuideltje van te maken.
De naam dodaars zelf (eigenlijk uit te spreken als dod-aars) is etymologisch ook interessant.

‘Dod’ is een oude benaming voor iets wat een stompe vorm heeft of een dotje pluis (denk aan een dot poetskatoen of de lisdodde), wat verwijst naar de pluizige veertjes op zijn achterwerk.
Omdat de poten ook nog eens helemaal achter aan het stompe lijfje zitten, lijkt het net alsof die rechtstreeks uit zijn gat komen, wat leidde tot de lokale bijnaam ‘poot-in-’t-gatje’.
In Zuid-Afrika noemen ze deze behendige zwemmers dan weer liefkozend ‘kleindobbertjes’.
Vanaf het vroege voorjaar tot diep in de zomer kun je hun baltsgeluid horen, een opvallend luid spektakel dat door beide partners vaak in duetvorm wordt voortgebracht en velen aan het hinniken van een paard doet denken.
Hoewel een naam als ‘waterpaardje’ passend zou zijn, noemen wij ze liever de ‘paradepaardjes van het water’.
Het broedseizoen loopt globaal van april tot augustus.

Hun nest is een drijvend platform van allerlei plantaardig materiaal, gefixeerd aan de onderwatervegetatie op beschutte plekken.
Ze hebben één tot twee, en soms wel drie legsels per jaar met gemiddeld 4 tot 6 eieren, die met een interval van 1 tot 2 dagen worden gelegd.
De broedduur bedraagt 20 tot 21 dagen en de jongen kunnen na 44 tot 48 dagen vliegen.
Buiten het broedseizoen kennen dodaarzen een wijdere verspreiding in allerlei open wateren.
Na het seizoen concentreren ze zich soms met tientallen in de broedgebieden.
Bij invallende vorst neemt het belang van het Deltagebied (Grevelingenmeer, Oosterschelde) toe.
Dodaarzen van noordelijke en noordoostelijke broedgebieden zoeken dan open water of trekken in zuidwestelijke richting.
Onze populatie wordt in de winter aangevuld met wintergasten vanuit Zuid-Zweden, Denemarken, Duitsland en de Baltische staten. Strenge winters kunnen echter een zware tol eisen.
Na een harde vorstperiode treden er soms forse verliezen op.
Als strikt beschermde soort profiteert de dodaars van de rust en de natuurverbindingen die projecten zoals GroenRand waarborgen. Voor wie deze verborgen juweeltjes in de Voorkempen zelf wil ontdekken, blijven de stillere inhammen langs de Antitankgracht de beste plek.
Dankzij de geduldige lens van Frank Vermeiren krijgen we een zeldzame inkijk in het verborgen leven van deze 'duikertjes'.
De dodaars is meer dan zomaar een vogel.
Het is een graadmeter voor de kwaliteit van onze waterrijke natuur in de Voorkempen.
Zolang organisaties als GroenRand zich blijven inzetten voor het behoud en de verbinding van habitats zoals de Antitankgracht, blijft het kenmerkende 'hinniken' van dit paradepaardje klinken in onze regio.
De volgende keer dat u langs de gracht wandelt en een dotje pluis ziet onderduiken, weet u: de dodaars is er wel, ook al laat hij zich niet zomaar aan iedereen zien.

vrijdag 13 maart 2026

Op ottersafari langs de Schelde: kan de otter weer een plek vinden in Vlaanderen?

Op ottersafari langs de Schelde: Kan de otter zich opnieuw vestigen in Vlaanderen?

Samen met VRT NWS trokken we op ‘ottersafari’ langs de Schelde in de Polders van Kruibeke.
We hoopten een glimp op te vangen van de uiterst schuwe otter. De kans dat we dit solitaire nachtdier echt te zien kregen, was volgens otterkenner Céline De Caluwé van het WWF minimaal.
Ze schatte de kans op slechts 0,1 procent.
Toch bleven we gemotiveerd. Hoewel de otter zich overdag diep verschuilt in rietkragen of dichte struiken en bosjes, weten we door wildcamera’s van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) zeker dat hij terug is.
De otter is een semi-aquatisch dier dat afwisselend op het land en in het water leeft.


Nadat de laatste exemplaren eind jaren 80 volledig uit ons landschap waren verdwenen, gloort er nu weer hoop.
Vroeger was de otter een gewone verschijning in onze natuur.
Tot de jaren 60 en 70 vond je ze in heel België op bijna elke plek waar water was.
Een dodelijke combinatie van factoren deed de soort de das om. Er werd intensief gejaagd voor de bonthandel en de natuur raakte versnipperd.
Veel otters verdronken in onbeschermde visfuiken. Ook de zware watervervuiling met zware metalen en pcb's speelde een grote rol. In 1988 werd het allerlaatste exemplaar in Friesland doodgereden. Dat markeerde de tijdelijke uitsterving van de soort in onze gehele regio.
Vandaag keert het tij, maar de verschillen tussen Vlaanderen en onze buurlanden zijn enorm.

Terwijl Nederland een succesverhaal schrijft met ongeveer 500 otters, blijft de populatie in Vlaanderen uiterst kwetsbare randpopulatie.
We schatten dat er hier slechts 10 tot 15 exemplaren rondzwemmen. Sommige schattingen houden het op 'minder dan 50', maar een officieel bewijs van voortplanting in Vlaanderen is er nog niet.
Het Nederlandse succes begon in 2002 in het Nationaal Park Weerribben-Wieden in Overijssel.


Daar werden 31 otters uit het wild uitgezet, afkomstig uit Letland, Wit-Rusland en Tsjechië. In 2020 was de otter in Nederland zelfs geen bedreigde soort meer en werd hij van de Rode Lijst geschrapt.
De ‘Vlaamse’ otters in hotspots zoals Kasterlee, het Molsbroek in Lokeren, de Durmevallei en de Kruibeekse Polders zijn pioniers.
Ze zijn vanuit groeiende populaties in het noorden van Nederland steeds verder zuidwaarts getrokken via een netwerk van rivieren, kanalen en beken. In dit proces fungeert Nationaal Park De Biesbosch als een essentieel strategisch steunpunt en brongebied. Nadat de soort daar in 2022 officieel terugkeerde, vond de otter in dit uitgestrekte moerasgebied een ideaal leefgebied om populaties op te bouwen.
Vanuit deze "kraamkamer" trekken jonge dieren op zoek naar een eigen territorium van wel 1.000 tot 1.500 hectare verder de grens over.

Ze maken daarbij gebruik van de rivier de Mark en de Aa of Weerijs. Deze waterlopen verbinden de Biesbosch rechtstreeks met het noorden van de provincie Antwerpen.
De Antitankgracht sluit op dit netwerk aan als een cruciale ecologische corridor.
Het vormt een 33 kilometer lang lintvormig natuurgebied dat verschillende leefgebieden met elkaar verbindt.
Deze gracht biedt een veilige route langs drukke menselijke infrastructuur en verbindt de Scheldevallei rechtstreeks met de grensregio.
Voor het tweede jaar op rij is in 2025 de aanwezigheid van de otter bevestigd in de Bovenmark via eDNA-onderzoek.
Dit onderzoek werd door het INBO uitgevoerd in opdracht van waterschap Brabantse Delta.

Met deze techniek zoeken onderzoekers in watermonsters naar DNA uit huidcellen, bloed, slijm of uitwerpselen.
Het succes in de Bovenmark bewijst dat de verbinding tussen de Biesbosch, de Mark en de Antitankgracht echt werkt.
Natuurvereniging GroenRand trekt echter aan de alarmbel. Vlaanderen dreigt de 'ontbrekende schakel' te blijven in Europa. Door de enorme versnippering van onze natuur kan de otter zich hier moeilijk blijvend vestigen.
Dit zorgt voor een gevaarlijke situatie waarbij inteelt en genetische verarming op de loer liggen.
Bovendien is het voedsel voor de otter vaak ongezond. Hoewel er in Kruibeke met 90 kilogram vis per hectare genoeg voedsel is (het minimum voor een otter die anderhalve kilo per dag eet), zitten deze vissen vol met schadelijke stoffen zoals PFAS en PCB's.

Toch is de otter onmisbaar.
Als roofdier houdt hij visbestanden sterk en bestrijdt hij exoten zoals de Amerikaanse rivierkreeft.
De bever helpt de otter een handje door burchten te bouwen die ook als slaapplek voor de otter dienen.
Om de reis van de otter mogelijk te maken, worden binnen projecten zoals 'Otter over de grens' barrières weggewerkt.
Hierin werken het waterschap Brabantse Delta samen met de gemeente Breda, het Agentschap voor Natuur en Bos en twaalf andere partners.
Er worden loopplanken onder bruggen geplaatst en rasters bij drukke wegen gezet.
Dit is nodig omdat de otter bij het maken van grote verplaatsingen vaak wordt aangereden op 'zwarte punten'.
Een otter zwemt niet graag door een duiker die volledig onder water staat. Hij heeft een droge oever of loopstrook nodig om zich veilig te voelen.
De strategie van GroenRand is de laatste jaren veranderd.
Ze treden nu op als een gewaardeerde kennispartner in de politiek. Waar ze voorheen vooral via natuurwandelingen, lezingen en fotoreportages werkten, bereiden ze nu dossiers voor waarmee volksvertegenwoordigers minister Jo Brouns in de Commissie voor Leefmilieu gericht kunnen ondervragen via vragen om uitleg.

De grootste zorg is het geld voor de toekomst. De huidige budgetten voor het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) en het Interreg-project lopen af in 2027. Ook het ontsnipperingsprogramma VAPEO leunt op tijdelijk Europees geld uit het Relanceplan (RRF) dat in 2026 uitgeput moet zijn.
In de Vlaamse meerjarenplanning tot 2031 is er momenteel geen nieuw, structureel geld gereserveerd.
Omdat elk jaar naar schatting 10% tot 25% van de populatie sterft in het verkeer, is dat geld hard nodig voor faunapassages onder gewestwegen.
Alleen met blijvende investeringen en veilige corridors kan de otter in Vlaanderen weer echt veilig thuis zijn.

donderdag 12 maart 2026

De veldleeuwerik: vogel van het jaar

De Veldleeuwerik: Een hemelse stem vecht voor zijn plek op de Vlaamse grond

De kogel is door de kerk: de veldleeuwerik is officieel uitgeroepen tot Vogel van het Jaar 2026.
In een spannende publieksverkiezing georganiseerd door Vogelbescherming Vlaanderen behaalde de zangvogel 27 procent van de stemmen, waarmee hij de patrijs en de boerenzwaluw nipt achter zich liet.

Volgens Julie Van Houtryve van de organisatie is deze plek op het hoogste schavotje meer dan verdiend.
Generaties lang was de veldleeuwerik immers het onbetwiste symbool van het Vlaamse boerenlandschap.
Voor velen roept zijn sprankelende, bijna jubelende gezang pure nostalgie op, wat bleek uit de vele emotionele getuigenissen die de organisatie mocht ontvangen.
Eén van de stemmers stuurde zelfs een gedicht in de stijl van Guido Gezelle om zijn liefde voor de soort te uiten.

De keuze voor de veldleeuwerik is echter meer dan een nostalgische groet; het is een dringende noodkreet voor een vogel die in sneltempo uit ons landschap verdwijnt.
Sinds de jaren zestig is de populatie in Vlaanderen met maar liefst 95 procent gekelderd, waardoor de soort inmiddels als ‘kwetsbaar’ op de Vlaamse Rode Lijst staat.
De veldleeuwerik is een vogel die men doorgaans eerder hoort dan ziet.
Met zijn bruingrijze, fijn gestreepte verenkleed en een korte, bijna onzichtbare kuif gaat hij perfect op in zijn omgeving. Deze camouflage is van levensbelang, aangezien de vogel op de grond leeft en broedt.

Het meest spectaculaire kenmerk van de soort is de zangvlucht van het mannetje.
Op zonnige voorjaarsdagen stijgt hij tierelierend op tot wel honderd meter hoogte, waar hij minutenlang als een trillend stipje aan de hemel blijft hangen terwijl hij zijn gevarieerde lied ten gehore brengt, om uiteindelijk — nog steeds zingend — weer naar de grond terug te keren.

Zijn levenswijze is volledig afgestemd op het open veld; hij nestelt in een simpel kuiltje in de grond, verscholen in vegetatie die bij voorkeur tussen de 20 en 50 centimeter hoog is.
Tijdens het broedseizoen, dat loopt van april tot juli, brengt een paar vaak twee tot drie legsels groot.

Terwijl de volwassen vogels in de winter vooral zaden en granen eten op winterstoppelvelden, zijn de jongen in het nest volledig afhankelijk van eiwitrijke insecten zoals rupsen, kevers en spinnen. Zonder dit aanbod aan insecten overleven de kuikens de eerste cruciale weken niet.
De oorzaak van de dramatische achteruitgang ligt in de ingrijpende verandering van ons buitengebied.
De veldleeuwerik is enorm gesteld op een open landschap met een afwisseling van braakliggende percelen, lage kruidenvegetatie en insectenrijke zones.
Variatie is essentieel, want in een gevarieerd landbouwgebied vindt hij voedsel, rust en geschikte nestplaatsen.


De voorbije decennia hebben kleinschalige akkers met hagen, bloemenranden en ruige hoekjes echter plaatsgemaakt voor grootschalige, strak beheerde monoculturen zoals maïs.
Akkers werden groter, houtkanten verdwenen en er werd intensiever geploegd en gemaaid. Het areaal zomergraan nam af en de zo belangrijke winterstoppelvelden verdwenen nagenoeg volledig, waardoor geschikte rust- en broedplaatsen schaars werden.
Bovendien zorgt het intensieve gebruik van pesticiden voor een 'insectenwoestijn'.
Minder insecten betekent simpelweg minder voedsel voor volwassen vogels en hun jongen.

De veldleeuwerik geldt hierdoor als een indicatorsoort: zijn afwezigheid vertelt ons dat de biologische waarde van ons platteland tot een dieptepunt is gezakt en dat het hele ecosysteem onder druk staat.
Ook in de regio van de Voorkempen is deze achteruitgang pijnlijk voelbaar.

De vogel is hier teruggedrongen tot enkele laatste bastions waar nog voldoende openheid en rust heerst, zoals de militaire domeinen van het Groot Schietveld in Brecht en Wuustwezel, en de uitgestrekte grasvlaktes rond het vliegveld van Brasschaat.
In deze context speelt de vereniging GroenRand een onmisbare rol. Als actieve natuurorganisatie in de Antwerpse rand ijvert GroenRand onvermoeibaar voor het behoud van open ruimte en het herstel van natuurlijke verbindingen.
Zij benadrukken dat de veldleeuwerik een landschapsvogel is die niet kan overleven op kleine, versnipperde eilandjes.
Hij heeft behoefte aan een aaneengesloten, kwaliteitsvol landschap waarin hij veilig kan foerageren en broeden.

GroenRand zet zich in om de resterende open ruimte in de Voorkempen te beschermen tegen verdere verkaveling en ijvert voor robuuste natuurverbindingen.
Door natuurgebieden met elkaar te verbinden via bloemenstroken en brede bermen, krijgt de veldleeuwerik weer de weidsheid die hij nodig heeft om zijn territorium uit te breiden en zijn populatie te versterken.
Vogelbescherming Vlaanderen gebruikt de titel 'Vogel van het Jaar' daarom als hefboom voor een ambitieus Vlaams natuurherstelplan. De organisatie vraagt specifiek om het natuurherstelplan te gebruiken als hefboom om het leefgebied van de veldleeuwerik te herstellen, in nauwe samenwerking met landbouwers.
De eisen aan het beleid zijn concreet: zorg dat minstens tien procent van het boerenland uit kwaliteitsvolle natuur bestaat, zoals houtkanten, bloemenranden en ruige hoekjes.

Boerenlandvogels hebben immers een mozaïek van natuurlijke structuren nodig om te schuilen, broeden, rusten en voedsel te vinden.
Om aan die tien procent wilde natuur te komen, ijvert de organisatie voor gebiedsgerichte en collectieve samenwerking tussen landbouwers.
Daarnaast wordt gepleit voor specifieke soortgerichte maatregelen, zoals soortbeschermingsprogramma's, en het langdurig volhouden daarvan.
Ook de effectiviteit van de genomen maatregelen moet strikt gemonitord worden.
Een ander cruciaal punt is de roep om een pesticidenvrije landbouw, wat essentieel is voor het herstel van de insectenstand. Dit is niet alleen goed voor de vogels, maar ook voor de algemene biodiversiteit en de menselijke gezondheid.
Met de veldleeuwerik als Vogel van het Jaar vraagt de organisatie in 2026 niet enkel meer aandacht voor de prachtige soort, maar wordt er gepleit voor een sterk en ambitieus Vlaams natuurherstelplan met voldoende financiële middelen voor de uitvoering ervan.
Door de krachten te bundelen met lokale partners zoals GroenRand, hoopt Vogelbescherming Vlaanderen dat de 'tierelierende stip' aan de horizon weer een vertrouwd beeld wordt boven de Vlaamse velden.
Het doel is helder: de leeuwerik moet weer een vaste waarde worden onder onze hemel, zodat zijn gezang niet enkel voortleeft in de nostalgische gedichten van weleer, maar als een levend bewijs van een succesvol herstelde natuur.
Alleen door nu in te grijpen en te kiezen voor een duurzaam herstel van de boerennatuur, kunnen we voorkomen dat de karakteristieke stem van het platteland voorgoed verstomt.
De veldleeuwerik verdient zijn plek op het hoogste schavotje, maar hij verdient bovenal een landschap waarin hij weer echt thuis kan komen.