dinsdag 28 april 2026

François Eennaes en de stem en het riet in de Voorkempen

François Eennaes en de stem van het riet in de Voorkempen


De rietzanger is een vogel die de kunst van het onzichtbare perfect beheerst, maar zodra hij begint te zingen, eist hij alle aandacht op in de uitgestrekte rietkragen van de Voorkempen.
Dankzij het geduld van fotograaf François Eennaes is deze verborgen bewoner prachtig in beeld gebracht, hoewel het voor de gemiddelde wandelaar vaak een zoektocht blijft tussen de wuivende stengels.
In onze regio vindt deze kleine acrobaat zijn absolute thuis in gebieden waar water en land in elkaar overvloeien, zoals de vallei van de Kleine Nete of de Antitankgracht die als een ecologische snelweg door ons landschap snijdt.
Vooral in de omgeving van het Schaliënhof in Oelegem of de natte natuur van de Rundvoort in Brasschaat kun je hem in het voorjaar treffen wanneer hij zijn territorium afbakent.


Het is een vogel van de overgangszones, daar waar het riet dik genoeg is om een nest in te weven, maar waar de insectenrijkdom van het water binnen snavelbereik ligt.
Wetenschappers merken op dat de Vlaamse populatie een bewogen geschiedenis kent, waarbij de aantallen na een dramatische daling in de jaren zeventig gelukkig weer langzaam herstellen.
Historisch gezien is de rietzanger een symbool van de veerkracht van onze natuur en een constante metgezel voor de mensen die vroeger in de moerassen werkten.
Toen riet nog op grote schaal geoogst werd voor dakbedekking, was hij een trouwe bewoner van de percelen die de rietsnijders met zorg onderhielden.
Er doen verhalen de ronde van oude poldergasten die beweerden dat de rietzanger de tijd kon voorspellen, want als hij midden op de dag onophoudelijk bleef ratelen, was er onvermijdelijk onweer op komst.


De bouw van het nest is een waar kunststukje waarbij het vrouwtje in ongeveer een week tijd een diep, komvormig nest vlecht laag in de dichte vegetatie, vaak net boven de grond of het wateroppervlak.
Die levendige zang is trouwens een technisch hoogstandje waarbij hij met het grootste gemak andere vogels imiteert, waarbij mannetjes vaak een opvallende zangvlucht uitvoeren om vervolgens als een parachuutje weer neer te dalen.


De wetenschappelijke naam, Acrocephalus schoenobaenus, verwijst naar zijn behendigheid in het riet, waarbij 'acros' staat voor spits en 'kephalos' voor kop, wat duidt op zijn karakteristieke profiel met die scherpe en lichte wenkbrauwstreep.
Wanneer hij in april terugkeert uit de Sahel, heeft hij een hachelijke reis achter de rug die getuigt van een ongelooflijke kracht voor zo'n klein wezentje.
Het is fascinerend om te bedenken dat zo’n hoopje veren van nauwelijks twaalf gram de Sahara oversteekt om precies in de Voorkempen zijn plek weer op te eisen.
De overlevingskansen van deze trekvogel zijn sterk afhankelijk van de neerslag in Afrika, waarbij droogte in de Sahel direct invloed heeft op het aantal zingende mannetjes dat we hier in de lente horen.
In de volksmond werd hij vroeger ook wel de 'rietmous' of 'kwetteraar' genoemd, namen die zijn rusteloze en beweeglijke karakter eer aan doen.


Hij zit zelden stil en zelfs tijdens het zingen zie je hem vaak langzaam naar de top van een rietpluim klimmen om daar zijn lied over het water te laten schallen.
Vervolgens kan hij bij het minste gevaar weer als een muis in de diepte van de vegetatie verdwijnen, waardoor hij fotografen vaak tot wanhoop drijft.
Voor natuurbeheerders in gebieden als het Groot Schietveld is de aanwezigheid van de rietzanger een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van het lokale water- en rietbeheer.
Het vrouwtje legt meestal vier tot zes eieren die ze in twee weken uitbroedt, waarna beide ouders onvermoeibaar insecten aanvoeren voor de jongen.
Hij houdt immers niet van verland riet dat te droog wordt, hij heeft die natte voeten en die verse insectenpopulaties echt nodig om zijn jongen groot te brengen.
Er is een oude anekdote uit de streek die vertelt dat de rietzanger zijn lied leerde van de wind die door de holle stengels floot, en dat hij sindsdien probeert dat ritselen te overtreffen.


Het is die onvermoeibare energie die hem zo geliefd maakt bij vogelkijkers die geduldig langs de oevers van onze vennen en plassen postvatten.
De beelden van François Eennaes onthullen de subtiele details van zijn warme verendek die anders voor het menselijk oog verborgen zouden blijven.
Zijn aanwezigheid verbindt onze lokale beekvalleien met de verre uithoeken van Afrika, een levend bewijs dat de natuur geen grenzen kent.
Het is een vogel die ons eraan herinnert dat schoonheid vaak verborgen zit in de details en dat je in de Voorkempen soms gewoon moet stilstaan om te luisteren.

GroenRand: De strategische balans tussen de ree en de toekomst van de Voorkempen

GroenRand: De strategische balans tussen het ree en de toekomst van de Voorkempen


maandag 27 april 2026

Pioniers in de Beekvallei: De Groene Schup 2026 als herkenningspunt voor de Antwerpse stadsrand

Pioniers in de Beekvallei: De Groene Schup 2026 als herkenningspunt voor de Antwerpse stadsrand


Op 26 april 2026 kwam de toekomst van de vallei van het Klein Schijn samen tijdens de uitreiking van de Gruune Schup.
Deze onderscheiding, uitgereikt door GruunRant-voorzitter Pol Lermytte, viel dit jaar ten deel aan vier landbouwbedrijven die de brug slaan tussen economie en ecologie: Vaarthof, ’t Vosseveld, De Vier Notelaars en het Hofse Veld.
Een glunderende Koen Van de Mieroop, Patrick Robyns, Jarno Huysmans en Tom De Vos namen de prijs in ontvangst als erkenning voor hun inzet voor het behoud van open ruimte.
Zij zijn niet louter producenten van voedsel, maar de architecten van een landschap waarin de landbouw cruciaal is om de sponsfunctie en de biodiversiteit van de beekvallei te ondersteunen.
Aan de Wijtschotbaan in Schoten en de Hofse Velden in ’s-Gravenwezel leggen deze initiatieven een sterke link tussen de natuur en de buurt.
Hier wordt aangetoond dat natuurinclusief boeren leidt tot verrassend lekkere en gezonde groenten, fruit en kruiden voor de lokale gemeenschap.
De kracht van dit model werd visueel vertaald in de nieuwe film van GruunRant over landbouw in de vallei van het Klein Schijn die die middag in première ging
Met de markante stem van Warre Borgmans en de financiële steun van het provinciebestuur schetst de documentaire een beeld van 100% lokale verhalen rond landbouwers en omwonenden.
De film toont de maatregelen die nodig zijn om de voedselproductie te ondersteunen en de beekvallei klimaatrobuuster en biodiverser te maken.
Deze boeiende inspiratiebron is ruimer toepasbaar voor de laatste stukken landbouwgrond in de verstedelijkte stadsrand.
Na de vertoning mocht het talrijk opgekomen publiek deelnemen aan een gesprek met een deskundig panel over de toekomst van de sector.


In dit panel zetelden Erik Block (schepen uit Schoten), Tom Vervoort (expert agro-ecologie van het provinciebestuur), Tom De Vos (landbouwer van ’t Vosseveld) en Steve Meuris (Boerennatuur Vlaanderen vzw).
Zij stelden vast dat de specifieke situatie in de Antwerpse stadsrand erg gunstig is voor kleinschalige initiatieven die mikken op buurtbetrokkenheid en de natuur als bondgenoot.
Het half miljoen mensen op tien minuten fietsafstand van GruunRant zou volgens de experts allemaal recht moeten hebben op deze lokale en gezonde producten.
Tegelijkertijd liggen er ook veel mogelijkheden bij de traditionelere landbouwmodellen met een grotere schaal mits de juiste ondersteuning.
Er werd gewaarschuwd dat we kansen moeten herkennen bij generatiewissels om opvolging buiten de familie te stimuleren in plaats van te vervallen in verpaarding en vertuining.
Grondeigendom bleek een cruciaal element, waarbij het gebruik van overheidsgronden vaak de sleutel vormt in de huidige succesverhalen.
De middag sloot af met de conclusie dat de samenwerking tussen landbouw, beleid en natuur de enige weg vooruit is voor de laatste open ruimtes.
De samenwerking tussen GruunRant, GroenRand, Red de Voorkempen en Greenplease vormt een krachtig burgercollectief dat zich inzet voor het behoud en de versterking van de open ruimte in de Antwerpse stadsrand en de Voorkempen.
Waar deze organisaties voorheen vaak individueel opereerden, werken ze nu proactief samen aan een gedeelde regionale visie.
Hun centrale doel is het tegengaan van landschapsversnippering door verspreide natuurgebieden, parken en bossen met elkaar te verbinden tot een robuuste groene klimaatgordel.
Binnen dit netwerk is er een duidelijke taakverdeling op basis van werkgebied en expertise.
Red de Voorkempen fungeert als de overkoepelende belangenbehartiger die zich richt op de volledige regio.
Zij bewaken grote, grensoverschrijdende dossiers en de algemene ruimtelijke ordening die de identiteit van de hele Voorkempen raakt.
Greenplease opereert daarentegen specifiek op lokaal niveau als denkgroep voor de gemeente Schilde, waar zij hun expertise inzetten voor het behoud van het groene karakter binnen de gemeentegrenzen.
Deze coalitie fungeert als een professionele gesprekspartner voor overheden.
Terwijl GruunRant en GroenRand zich concentreren op ontharding en de fysieke ontsnippering van het groen, zorgt de wisselwerking tussen de regionale blik van Red de Voorkempen en de lokale kennis van Greenplease voor een sterk front.
Door hun krachten te bundelen, presenteren zij natuurbehoud niet langer als een lokale hindernis, maar als een essentieel onderdeel van een toekomstbestendige, klimaatresistente regio.

GroenRand-expeditie: De kleine waterdraak en het erfgoed van de Kooldries

GroenRand-expeditie: De kleine waterdraak en het erfgoed van Kooldries

Onder een stralende zon boven de historische kleiputten van de Kooldries in Brecht kwam een indrukwekkend gezelschap van veertig mensen samen voor de jaarlijkse amfibieënwandeling, georganiseerd door Natuurpunt in samenwerking met GroenRand.
De groep splitste zich strategisch op in twee werelden om de ervaring voor iedereen optimaal te maken: tweeëndertig volwassenen kozen voor de diepgaande historische toelichting, terwijl een kern van acht personen — ouders en kinderen samen — het avontuurlijke pad verkoos.
Deze splitsing was een bewuste keuze van de organisatie, aangezien de jongere ontdekkingsreizigers vaak minder geduld hebben voor de lange, technische uitleg en sneller oog in oog wilden staan met de fauna van het gebied.


De gids vertelde uitgebreid over het ontstaan van dit unieke landschap, dat onlosmakelijk verbonden is met de aanleg van het nabijgelegen Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten in de negentiende eeuw.
Tijdens het graven van deze vitale waterweg merkte men de dikke, vette kleilagen in de ondergrond op, wat de start betekende van een bloeiende lokale industrie.
Een groot aantal steenfabrieken vestigde zich direct naast het kanaal om de klei te exploiteren en de gebakken stenen efficiënt over het water te transporteren.
De 'kleidabbers' zwoegden hier decennialang om de grondstof boven te halen, waardoor de talrijke en diepe kleiputten ontstonden die de Kooldries en Hoofsweer vandaag de dag zo typeren.
Nadat de kleiwinningen werden gestaakt, geraakten de putten in verval en nam de natuur het heft weer in handen.
Water vulde de diepe putten en dicht struikgewas palmde de omringende grond in.


Door de onderliggende, ondoordringbare kleilaag heeft de Kooldries-Hoofsweer een zeer dynamisch systeem van uitdrogen en vernatten ontwikkeld, wat een unieke biotoop creëert.
In de loop der jaren is het gebied sterk geëvolueerd tot een uiterst afwisselend landschap met een eikenberkenbos, rietvelden, wilgenstruweel en zelfs een oude hoogstamboomgaard.


De laatste jaren zijn er door de beheerders verschillende grotere beheerwerken uitgevoerd om extra water naar het gebied te leiden en dit beter te bergen, wat van levensbelang is voor de amfibieën.
Een derde van het gehele gebied is momenteel volledig ontoegankelijk voor het publiek omdat het waterpeil zo sterk schommelt dat de paden onbegaanbaar of gevaarlijk zijn.


Tijdens de droge zomers zakt het waterpeil in de putten echter weer, waardoor er fascinerende waterpartijen, natuurlijke dammetjes en zacht glooiende oevers tevoorschijn komen.
Op deze natte oevers verschijnen dan uiterst zeldzame planten die je elders nauwelijks vindt, zoals de naaldwaterbies en de vleesetende kleine en ronde zonnedauw.


Het beheer is een knap staaltje samenwerking: Natuurpunt beheert de zeventien hectare van de Kooldries, terwijl Natuur en Bos verantwoordelijk is voor de dertig hectare van Hoofsweer.
Samen met het Regionaal Landschap de Voorkempen en de gemeente Brecht vormen zij één robuust natuurgebied van zevenenveertig hectare, hoewel de eigendomsgrenzen behouden blijven.
De wandelaars moesten tijdens hun tocht goed uitkijken waar ze liepen; vooral bij regenweer is het dragen van stevige laarzen absoluut noodzakelijk in dit drassige terrein.


Terwijl de grote groep luisterde naar de uitleg over flora en fauna, baanden de acht avonturiers zich een weg over het ruige, avontuurlijke pad tussen de dichte begroeiing door.
Het pad leidde de ouders en kinderen uiteindelijk naar de observatiepost van Natuurpunt, waar gids Peter hen opwachtte met een indrukwekkende verzameling aquariums.
Aan het einde van de wandeling stonden daar verschillende glazen bakken waarin de vier inheemse soorten watersalamanders van de regio in volle glorie te bewonderen waren.
Een heel bijzondere en leerrijke ervaring was het gebruik van de kleine, doorzichtige aquariums die de kinderen voorzichtig naar boven konden houden.
Door dit slimme systeem konden ze de felle, kleurrijke onderbuik van de salamanders bestuderen, wat normaal gesproken onder water verborgen blijft voor het menselijk oog.
De kinderen zagen de Alpenwatersalamander met zijn knaloranje buik, de Kleine Watersalamander en de zeldzame Vinpootsalamander met zijn karakteristieke staartdraadje.
Het absolute hoogtepunt van de dag was echter de ontmoeting met de spectaculaire kamsalamander, die door de gids terecht de ‘kleine waterdraak’ werd genoemd.
Dit indrukwekkende dier is de grootste van onze watersalamanders en kan een lengte bereiken van wel zeventien centimeter, wat hem tot een reus in zijn wereld maakt.
De mannetjes zijn in de paartijd onmiskenbaar door hun forse, scherp getande rugkam, wat hen het vervaarlijke uiterlijk van een prehistorisch monster geeft.
De kinderen kregen de unieke kans om de salamanders en de krachtige watertorren voorzichtig op hun eigen handpalm vast te houden.
Dit zorgde voor een spannend, kriebelend gevoel op de huid dat bij velen een onvergetelijke indruk achterliet en de natuur heel dichtbij bracht.
Peter legde uit dat de kamsalamander niet alleen groot is, maar ook een geduchte jager die er niet voor terugdeinst om kleinere salamandersoorten als prooi te verorberen.
Vanwege de zeldzaamheid van deze 'waterdraak' is de Kooldries officieel erkend als een Europees habitatrichtlijngebied, een status die de hoogste bescherming biedt.


Helaas is er ook een ernstige schaduwzijde: tienduizenden Amerikaanse bruine dwergmeervallen bedreigen momenteel de inheemse vissen en amfibieën in de vijvers.
Deze invasieve vissoort heeft in onze streken geen natuurlijke vijanden, en eerdere pogingen van de beheerders om ze te bestrijden hebben tot nog toe helaas geen resultaat opgeleverd.
Na alle opwinding bij de aquariums konden de acht deelnemers van de kleine groep even uitblazen in het tentje van Natuurpunt, genietend van een verfrissend drankje en de rust.
De twee groepen bleven ook wat de vogelkijkhut betreft gescheiden, waardoor de ouders en kinderen op hun eigen tempo met verrekijkers het water konden afspeuren.
Ze zochten naar de dodaars, een kleine zwemvogel die op en naast het water van de kleiputten broedt en zich vaak behendig verstopt tussen het riet.
De diversiteit van de Kooldries trekt veel bijzondere vogels aan, zoals de specht, de boomklever, de wielewaal, de boomvalk en de prachtige, blauwe ijsvogel.
In de nattere delen van het eikenberkenbos vinden deze soorten een ideaal nestgebied, terwijl de laatste jaren zelfs de vos zijn burcht in het gebied heeft gegraven.
Elders in het bos groeit de zeer zeldzame trilgraszegge overvloedig, een plantensoort die aangeeft hoe waardevol en ongestoord dit ecosysteem is.


Om de heidepercelen open te houden en vergrassing tegen te gaan, laten de beheerders regelmatig schapen grazen die de jonge scheuten vakkundig kort houden.
Er wordt hard gewerkt aan het beheer door vogelkersstruiken te verwijderen en vijveroevers te ontbossen, zodat libellen en pioniersplanten weer de nodige zonuren krijgen.
Een grote toekomstige uitdaging voor Natuurpunt is het nieuwe weideperceel, waar nu nog banale planten groeien maar dat moet transformeren naar een waardevol hooiland.
Toen de middag ten einde liep, was het duidelijk dat alle veertig deelnemers een diepe en persoonlijke connectie hadden gevoeld met dit dynamische landschap.
De kinderen praatten in de auto nog honderduit over het kriebelen van de watertorren op hun hand en de indrukwekkende kam van de kamsalamander.

Officiële heropening van het Zoerselbos: een frisse balans tussen ongerepte natuur en verantwoorde recreatie

Officiële heropening van het Zoerselbos: een mooie mix van pure natuur en verantwoord genieten

Dit ambitieuze project besloeg een totale oppervlakte van maar liefst 515 hectare op het grondgebied van Zoersel en Zandhoven en werd gerealiseerd door een nauwe samenwerking tussen de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en de gemeente.
Het hoofddoel van deze ingrepen was het creëren van een robuuster ecosysteem waarin de bescherming van kwetsbare natuurwaarden en de recreatieve beleving voor bezoekers in een optimaal evenwicht naast elkaar bestaan.


De ecologische ruggengraat van het project richtte zich op de hydrologie waarbij een vernuftig systeem van ondiepe greppels een cruciale rol speelt.
Via deze greppels wordt overtollig regenwater dat van nature licht verzuurd is sneller afgevoerd naar de beken om te voorkomen dat dit zure water op de bovenste bodemlaag blijft staan en de grond verzuurt.


Door dit proces krijgt het mineraalrijke kwelwater dat van diep uit de bodem naar boven komt meer ruimte wat essentieel is voor de zeldzame flora in de graslanden en de beemdgebieden die hierdoor nieuwe kansen krijgen om te floreren.
Tegelijkertijd waarborgt deze ingreep dat de unieke flora en fauna van dit historisch oude bos dat al sinds de 13e eeuw door de paters van de abdij van Hemiksem werd beheerd beschermd blijft voor de toekomst.
Het Zoerselbos zelf is een van de weinige resterende plekken in Vlaanderen met een zeer rijke variatie aan bostypes gaande van droge eiken-berkenbossen tot zeer zompige elzenbroekbossen langs de meanderende Tappelbeek.


Deze historische gelaagdheid is ook zichtbaar in het landschap waar oude dreven en houtkanten getuigen van een eeuwenlang samenspel tussen mens en natuur wat het bos een hoge cultuurhistorische waarde geeft.


Om de natuurlijke rust in de kerngebieden te waarborgen werd er ingezet op een strikte recreatieve zonering waarbij de Halse Dreef werd getransformeerd tot een volledig autovrije as die exclusief voorbehouden is voor zachte recreanten zoals wandelaars en fietsers.
Voor ruiters werd een alternatieve verbinding gecreëerd via Sjauwel terwijl een nieuwe onthaalparking voor 125 voertuigen aan de Boshuisweg de parkeerdruk in de omliggende woonkernen en de kwetsbare Peggerstraat aanzienlijk verlichtte.


De beleving voor bezoekers werd verrijkt met een avontuurlijk knuppelpad door drassige delen een speels wandelpad voor kinderen en een nieuwe hondenlosloopzone nabij de parkeerhaven om verstoring van het wild elders te verminderen.
Langs de autosnelweg E34 werd een speciaal ontworpen bufferwal aangelegd die niet alleen als fysieke begrenzing dient maar ook de geluidshinder voor wandelaars en de fauna drastisch reduceerde waardoor de stilte-ervaring in het bos aanzienlijk is verbeterd.
Een cruciale mijlpaal was de uitbreiding van het gebied met ruim 27,4 hectare extra bos- en graslanden die in maart 2025 door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) werden aangekocht.
Door deze aankoop groeide het eigen beheergebied van het ANB van ongeveer 400 hectare naar een totale omvang van 427,4 hectare wat essentieel is voor de biodiversiteit.
Deze uitbreiding binnen het ruimere projectgebied zorgt ervoor dat het Agentschap voor Natuur en Bos een samenhangend beheer kan voeren over de volledige oppervlakte.


Natuurvereniging GroenRand kijkt ondertussen al verder dan de grenzen van het bos en streeft naar een geheel waarbij het Vrieselhof in Oelegem en de Antitankgracht verbonden worden met het Zoerselbos en het project rond het Vliegveld van Malle.

GroenRand vindt deze fysieke aaneenschakeling noodzakelijk om de huidige versnippering van de natuur tegen te gaan aangezien er bij kleine geïsoleerde eilandjes onvermijdelijk genetische verarming optreedt bij de aanwezige soorten.
Door deze gebieden te verbinden tot één robuust landschap krijgen planten en dieren de ruimte om te migreren en hun genetische basis gezond te houden terwijl de natuur als geheel veel weerbaarder wordt tegen de klimaatverandering.
Tijdens de feestelijke openingsdag konden buurtbewoners en natuurliefhebbers via geleide wandelingen van 5 kilometer en een interactieve Beestjes-Bingo-Wandeling voor de allerkleinsten de vele vernieuwingen met eigen ogen ontdekken.


Het Bezoekerscentrum Zoerselbos aan de Boshuisweg is en blijft het bruisende hart waar bezoekers educatieve info vinden en verschillende wandelroutes ontdekken.