zondag 1 maart 2026

Door de Lens van de Veldwachter Jos Jansen

Door de Lens van de Veldwachter Jos Jansen

Wie jarig is, trakteert!
Natuurvereniging GroenRand viert haar tienjarig bestaan niet met een kortstondig feestgedruis of vluchtige recepties, maar met een geschenk dat de tijd zal trotseren en de generaties na ons zal dienen: het ambitieuze project Greenconnect.


Met dit gedurfde initiatief zet de vereniging de rijke biodiversiteit van de Voorkempen volop in de schijnwerpers via begeleide wandelingen en indrukwekkende fotosessies. Een toegewijd team van zestien enthousiaste natuurgidsen, bevlogen fotografen en onvermoeibare vrijwilligers staat in de startblokken om de vaak verborgen schoonheid van de lokale natuur tastbaar en beleefbaar te maken voor het grote publiek.

Tussen eind 2025 en halverwege 2026 trakteert de vereniging de regio op vijf diepgaande beeldverslagen over verschillende natuurgebieden, die in nauwe samenwerking met Noordernieuws in hun magazine worden gepubliceerd.
Als absolute kroon op het werk en spectaculaire afsluiter van deze reeks staat een magistrale fotoreportage van Jos Jansen centraal.
De fotograaf kwam hier tijdens zijn sessies zelfs de indrukwekkende Oehoe tegen, de grootste uil van Europa, evenals de grauwe klauwier, de tapuit en de zeldzame kleine torenvalk.

Hij legde de ziel vast van de ruim 500 hectare natuur rond het vliegveld van Malle, Blommerschot en Krabbels Broek, een gebied waar zich momenteel een ecologische transformatie van continentale proporties voltrekt.
Wat decennialang een hermetisch gesloten militair bastion was, gehuld in mysterie en omringd door prikkeldraad, verandert nu in een robuust en ademend ecosysteem. Deze transitie is niet toevallig, maar juridisch verankerd in het Vlaams Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) uit 2019.
Dit plan vormt de essentiële blauwdruk voor het herstel van het officiële ankerplaats-erfgoedlandschap Zalfens Gebroekt en 's Herenbos-Heihuizen, een gebied dat een mozaïek vormt van historisch onschatbare biotopen.
Het strekt zich uit over de Beulkbeemden, waar kleinschalige hooilanden en historische houtkanten een toevluchtsoord bieden voor kwetsbare amfibieën.


In het aangrenzende Zalfens Gebroekt domineert het elzenbroekbos, een drassig gebied waar kristalhelder kwelwater aan de oppervlakte komt en een natuurlijke spons vormt voor de hele regio.
In dit waterrijke hart heeft de bever inmiddels zijn rechtmatige plek opgeëist; als een volleerd landschapsarchitect zorgt hij met zijn vernuftige dammen voor een dynamisch en vitaal waterpeil.
Tijdens zijn uitgebreide foto-uitstappen in het Zalfens Gebroekt legde Jos Jansen niet alleen de imposante beversporen vast, maar ontmoette hij ook een scala aan bijzondere bewoners.



De flitsende ijsvogel duikt hier naar vis, terwijl de boompieper en de fitis (een onopvallend okergroen vogeltje met een zachte, dalende zang) in de struwelen huizen.




In de open gedeeltes foerageert de gele kwikstaart, terwijl boven de vennen de gewone oeverlibel en de zeldzame houtpantserjuffer — een libel die haar eitjes in de schors van bomen legt — hun baltsvluchten uitvoeren.




In de luwte van het bos rusten konijnen en reeën, onder het waakzame oog van de wespendief.
Deze roofvogel is uniek omdat hij over harde, schubachtige veren op zijn kop beschikt die hem beschermen tegen de steken van agressieve wespen terwijl hij hun nesten uitgraaft.



Zodra men de bossen van Blommerschot betreedt, verandert het koor en het landschap.

Hier stuitte de fotograaf op een imposante beverburcht, terwijl in de kruinen de eekhoorn en de gekraagde roodstaart (herkenbaar aan zijn trillende oranje staart) de aandacht trekken.


De grote bonte specht timmert hier zijn holen, terwijl de tjiftjaf onvermoeibaar zijn eigen naam roept.


Ook de gewone pad, de torenvalk en de heimelijke houtsnip zijn hier vaste bewoners.

De watersnip is een wonder van camouflage met een lange, gevoelige snavel waarmee hij in de modder naar wormen tast. Dankzij zijn ogen die hoog en naar achteren in de schedel staan, heeft hij een gezichtsveld van 360 graden zonder zijn kop te hoeven bewegen.


In de dichte loofbossen werken de zwarte specht — de grootste specht van Europa met zijn gitzwarte veren en rode kruin — en de middelste bonte specht onvermoeibaar aan hun nestgelegenheid.

De overgang naar het 's Herenbos brengt de bezoeker in een domein van statige dreven.
Hier regeert de boommarter, de koning van de boomkruinen met zijn chocoladebruine vacht en gele keelvlek.
Hij vermijdt menselijke bebouwing en heeft grote, aaneengesloten bossen nodig.


In de holtes van oude bomen huist de bosuil, terwijl het goudhaantje — Europa's kleinste vogel — nerveus tussen de naalden van de sparren wipt.





Op de bosbodem zonnen de levendbarende hagedis en de groene kikker, terwijl de groene specht met zijn lachende roep naar mieren zoekt.

Zelfs de slimme kauw heeft hier zijn plek gevonden.

In de wintermaanden kun je hier ook de klapekster spotten, die zich gedraagt als een kleine roofvogel en de macabere maar slimme gewoonte heeft om zijn prooien, zoals grote kevers of muizen, aan doorns te spietsen als voorraadkast.




Langs de Delfte Beek, waar dotterbloemen, waterviolier en de vleesetende kleine zonnedauw de oevers sieren, is de biodiversiteit overweldigend.
Jos legde hier de boomleeuwerik vast, die met zijn melancholische zang de stilte doorbreekt, en de pootloze hazelworm die geruisloos door het gras glijdt.



In de struiken nestelen de winterkoning, de vuurgoudhaan, de kuifmees en het goudhaantje.
Boven het kabbelende water patrouilleren de bosbeekjuffer en de weidebeekjuffer, libellen met schitterende metaalblauwe vleugels.


Deze vochtige zones vormen ook het jachtgebied van de vos, de bunzing en de wezel — het kleinste roofzoogdier ter wereld, dat zo slank is dat hij muizen tot in hun eigen gangenstelsels kan achtervolgen.
In de houtkanten is ook de hermelijn een behendige jager, die in koude winters een spectaculaire gedaanteverandering ondergaat waarbij zijn bruine zomervacht volledig wit wordt, op het zwarte puntje van zijn staart na.
Op het terrein van het vliegveld van Malle zelf is de natuur op haar wildst en meest spectaculair.
Decennialang was dit een enclave van prikkeldraad, maar de bunkers die er liggen — ooit streng bewaakte munitieopslagplaatsen — vormen nu de ideale overwinteringsplaats voor zeldzame vleermuizen zoals de baardvleermuis en de bosvleermuis.




In de uitgestrekte open vlaktes jagen de havik, de boomvalk en de boomleeuwerik.



De fotograaf kwam hier tijdens zijn sessies zelfs de indrukwekkende Oehoe tegen, de grootste uil van Europa, evenals de grauwe klauwier, de tapuit en de zeldzame kleine torenvalk. Het absolute paradepaardje van deze vernieuwing is de grootschalige operatie op de voormalige startbaan, gefinancierd via de Blue Deal van de Vlaamse Overheid.
Zware hydraulische betonvreters hebben zich hier door maar liefst 80.000 vierkante meter beton gevreten.
Onder het grijze asfalt is na zestig jaar eindelijk weer het zuivere blauw grind en de oorspronkelijke keien blootgelegd.
Hierdoor kan de zandbodem weer ademen en kan regenwater direct infiltreert om de lokale grondwatertafel te herstellen. De ecologische winst is het meest tastbaar bij de nachtzwaluw.

Dankzij het actieve beheer van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) is de populatie de afgelopen vijf jaar met ruim 40% gegroeid naar recordhoogten.
De nachtzwaluw is een meester van de camouflage; overdag lijkt hij op een stuk boomschors door plat op een tak te gaan liggen, om pas in de schemering met zijn enorme mondopening nachtvlinders in de vlucht te vangen.
De ontsluiting voor het publiek gebeurt op een verantwoorde wijze via routes zoals het Blommerschotpad, dat start aan de iconische Kluis van Blommerschot aan de Heihuizen. Dit historische gebouw herinnert aan de tijd dat kluizenaars hier de stilte en spirituele afzondering opzochten.

Om deze uiterst kwetsbare natuur te beschermen, wordt het toezicht uitgevoerd door beëdigde autoriteiten.
Jos Jansen is officieel aangesteld en door de vrederechter in Zandhoven beëdigd als veldwachter, en houdt toezicht op de natuurgebieden van Natuurpunt Voorkempen.
Als essentiële schakel tussen de recreant en de natuurbescherming draagt hij het officiële uniform en ziet hij toe op de naleving van de regels in de meest kwetsbare zones.


De blik is nu definitief gericht op de toekomst met de realisatie van een ecoduct over de E34.
Deze groene brug is de ontbrekende schakel die de noordelijke natuurkern moet verbinden met de Lovenhoek aan de overkant.
Na decennia van militaire discipline, prikkeldraad en beton mag de natuur in dit unieke erfgoedlandschap eindelijk weer grenzeloos de baas zijn.

Lente bij GroenRand: de ijsvogel als prachtig symbool van natuurherstel op 1 maart.

Lentegevoel bij GroenRand: De ijsvogel als schitterend boegbeeld van natuurherstel op 1 maart

Het is vandaag 1 maart.
Terwijl de ochtendnevel nog traag als een deken over de vennen en beekvalleien van de Voorkempen hangt, voltrekt zich langs de waterkant een kleine en kleurrijke revolutie.


Voor de ijsvogel (Alcedo atthis) is dit niet zomaar een datum op de kalender.
Het is het officiële startschot van een nieuw biologisch jaar.
De vogel die de afgelopen wintermaanden als een solitaire en zwijgzame kluizenaar heeft overleefd voelt de lengende dagen.
In de winter week hij vaak uit naar meer open en brak of zout water op zoek naar voedsel en ijsvrij helder water om kleine visjes en waterinsecten te bemachtigen.
Strenge winters maken veel slachtoffers onder de populatie maar nu krijgt de "Blauwe Flits" de lente in de bol.

Dat is aan elke beweging, elke schrille roep en elke duikvlucht te merken.
Hij is niet langer de stille schim van de winter maar de luidruchtige heraut van het nieuwe seizoen.
Dankzij de onvermoeibare inzet van o.a. de vereniging GroenRand, die strijdt voor het herstel van natuurlijke verbindingen en beekvalleien in de regio, vindt deze icoon steeds vaker de rust en ruimte die hij nodig heeft.


De bijnaam "Blauwe Flits" is geen dichterlijke overdrijving maar een nauwkeurige beschrijving van zijn verschijning in het veld.
Wie langs de Antitankgracht wandelt ziet vaak niet meer dan een elektrische en kobaltblauwe streep die met een verbazingwekkende snelheid van 40 tot 50 km/u in een kaarsrechte lijn vlak boven het wateroppervlak voorbijschiet.
Hij kondigt zich vaak aan met een scherpe, hoge en fluitende roep. Dit is een kort en herhaald 'tjieee' dat onmiskenbaar door de stilte van het vroege voorjaar snijdt.
Zijn uiterlijk is een wonder van evolutionair design.
De ijsvogel is onmiskenbaar blauw en oranje gekleurd met een witte keel en zijhals.

Hij is een beetje plomp gebouwd met een korte staart en een naar verhouding grote kop en snavel.
Wat echter het meest fascineert is het natuurkundige bedrog van zijn verenkleed.
De ijsvogel bezit strikt genomen geen blauwe pigmenten.
De kleur ontstaat door structurele kleuring.
Microscopische kristalstructuren in de veren breken het invallende licht waardoor alleen de helderblauwe golflengtes van de rug en de stuit worden teruggekaatst.

De vleugels en kruin neigen meer naar groenachtig blauw. In de schaduw van een overhangende wilg kan hij er dof uitzien maar zodra hij de eerste lentezon invliegt licht hij op als een vliegend juweel.
Dit contrast helpt hem bij de jacht. Van bovenaf gezien valt hij weg tegen het glinsterende water terwijl zijn oranje buik hem van onderaf camoufleert tegen de lichte hemel voor vissen die omhoog kijken.
Vanaf vandaag, 1 maart, verschuift de focus van puur overleven naar de complexe dans van de voortplanting.


Voor de aandachtige kijker wordt nu ook het onderscheid tussen de seksen cruciaal.
Waar het mannetje een volledig zwarte snavel heeft draagt het vrouwtje een opvallende oranjerode snavelbasis.
Dit wordt vaak gekscherend haar 'lippenstift' genoemd.

De balts die nu in de Voorkempen losbarst is een schouwspel van uitersten.
Het begint vaak met luidruchtige achtervolgingen laag over het water maar het emotionele hoogtepunt is de rituele baltsvoeding. Het mannetje vangt een visje en slaat dit op zijn favoriete zitpost tegen een tak dood om de vinnen te verslappen.
Daarna biedt hij het met de kop naar voren aan het vrouwtje aan. Dit gebaar is voor het vrouwtje het ultieme bewijs dat hij een bekwame jager is die straks een gezin kan onderhouden.

Zodra de verbintenis bezegeld is begint het zware werk van de woningbouw.
IJsvogels graven hun eigen nesttunnels van minimaal 0,5 tot 1 meter diep in zandige of lemige steile oeverwanden.
In de Voorkempen nestelen ze ook vaak tussen de robuuste wortels van omgevallen bomen of in kunstmatige ijsvogelwanden.
De tunnel loopt altijd licht schuin omhoog om te voorkomen dat regenwater de nestkamer onderloopt.
Hier legt het vrouwtje meestal 6 tot 7 glanzend witte eieren.


Zowel het mannetje als het vrouwtje wisselen elkaar af bij het broeden gedurende 19 tot 21 dagen.
De jongen zitten zo'n 22 tot 28 dagen op het nest voor ze uitvliegen.
Omdat de ijsvogel bij een vroege start op 1 maart tot wel drie legsels per jaar kan voltooien is dit voorjaar cruciaal om populatieverliezen te compenseren.
In dit natuurlijke drama speelt de Antitankgracht de rol van het perfecte decor.
Deze 33 kilometer lange groene gordel werd tussen 1937 en 1939 door de Belgische genie aangelegd als militaire barrière.
Vandaag de dag is het het langste beschermde landschap van Vlaanderen. Hoewel de gracht ooit bedoeld was om tanks tegen te houden fungeert zij nu als een ecologische ruggengraat die de natuurlijke waterhuishouding van de Voorkempen doorsnijdt.
Om dit kunstmatige obstakel te overbruggen kruisen diverse beekvalleien het traject via vernuftige duikers en sluissystemen.

Met een verval van 13 meter tussen het hoogste en laagste punt en 15 sluizen om het waterpeil te reguleren biedt de gracht een stabiele en visrijke omgeving waarin de ijsvogel floreert.
Van zuid naar noord kruist de gracht de "blauwe aders" van de regio waar de ijsvogel op dit moment zijn territorium claimt.
Het begint bij het Groot Schijn in Oelegem en Schilde.
Een cruciale schakel is de Zwanenbeek die nauw verbonden is met het project Klimaatpark De Zwaan en het overstromingsgebied Lage Haar.
Verderop in Schoten dwarsen de Tappelbeek en de Wilderbeek de linie waarna men in Brasschaat bij de Kaartse Beek en de Laarse Beek komt.
In de noordelijke sector nabij Kapellen en Stabroek zorgen de Kleine Beek en polderbeken voor de afwatering.
De ijsvogel maakt zelfs dankbaar gebruik van de historische duikers onder de gracht om zich tussen deze deelgebieden te verplaatsen.
De jachttechniek van de ijsvogel is een toonbeeld van specialisatie. Hij stelt prijs op enkele bomen of struiken langs de oever als uitvalsbasis.
Vanaf een laaghangende tak loert hij roerloos naar visjes of waterinsecten zoals libellenlarven.
Voordat hij de beslissende duik neemt kan hij boven het water 'bidden'.
Hij fladdert dan ter plaatse om zijn prooi exact te lokaliseren. Zodra hij duikt wordt zijn oog beschermd door een transparant derde ooglid dat we het knipvlies noemen.
Dit fungeert als een hoogwaardige duikbril waardoor hij onder water haarscherp kan blijven zien.
De gevangen vis wordt op de zitpost eerst tegen een tak geslagen voordat deze wordt doorgeslikt.
Jaagt vanaf een zitpost en bidt ook regelmatig. Duikt in het water om zijn prooi te pakken.
De toekomst van de Blauwe Flits in de Voorkempen is nauw verweven met de visie van GroenRand.
Als pleitbezorger voor integraal waterbeleid benadrukt deze vereniging het belang van valleiherstel en het behoud van open ruimte.
Met het Projectplan Antitankgracht 2026-2031, ondersteund door de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM), staat de ecologische optimalisatie van historische kruispunten centraal.

Dit proces is cruciaal voor de migratie van vissen en maakt de regio weerbaarder tegen klimaatverandering.
Naast de ijsvogel profiteren ook zeldzame soorten zoals de kamsalamander en talrijke vleermuizen die in de bunkers langs de gracht overwinteren van dit beleid.
Het ultieme doel is niet enkel de ijsvogel te laten floreren maar ook de otter weer te verwelkomen in deze waterrijke regio.
Vandaag op 1 maart is de ijsvogel de onbetwiste koning van de waterkant.
Hij is een schitterend symbool van een gezonde natuur die elke lente opnieuw bewijst waarom zij onze onvoorwaardelijke bescherming verdient.